CConstaterende datBunnik
Koppel je AI →
Document · PDF

22-054 Bijlage 3 - Nota van zienswijze.pdf

Raadsvergadering 6 juli 2022, gemeente BunnikBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Vlowijker zonneweide aan de Achterdijk te Werkhoven4.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE BUNNIK

NOTA VAN ZIENSWIJZEN BEHOREND BIJ HET

BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING VOOR DE VLOWIJKER ZONNEWEIDE ACHTERDIJK te WERKHOVEN

Auteur

: Gemeente Bunnik

Datum

: 23 mei 2022

1

INHOUDSOPGAVE NOTA VAN ZIENSWIJZEN 1. INLEIDING

3

1.1 Procedure ter inzage legging 1.2 Leeswijzer 1.3 Anonimiseren

3 3 3

2. BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

4

3.1 Beantwoording zienswijze 1 3.2 Beantwoording zienswijze 2 3.3 Conclusie

4 5 8

2

1. INLEIDING 1.1 Procedure ter inzage legging Het college van Burgemeester en wethouders (hierna: college) heeft in het kader van de zienswijzenprocedure het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de Vlowijker zonneweide aan de Achterdijk te Werkhoven en de ontwerp verklaring van geen bedenkingen (VVGB) gedurende zes weken ter inzage gelegd. Het ontwerpbesluit en de ontwerp VVGB hebben ter inzage gelegen van 10 februari tot en met 23 maart 2022. Tijdens deze termijn kon iedereen een zienswijze tegen het ontwerpbesluit en de ontwerp VVGB indienen. De gemeente heeft 2 zienswijzen ontvangen, die binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend en daarom ontvankelijk zijn. Het college vraagt nu aan de gemeenteraad van Bunnik (hierna: raad) om in te stemmen met de beantwoording van de zienswijzen conform deze nota van zienswijzen. Daarnaast vraagt het college aan de raad om een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de Vlowijker Zonneweide. Indien de raad hiermee instemt is het college bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen. Nadat de omgevingsvergunning is verleend hebben de indieners van zienswijzen de mogelijkheid om beroep in te dienen. De indieners van de zienswijzen worden op de hoogte gesteld van de verdere procedure.

1.2 Anonimiseren Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. In deze nota van zienswijzen worden indieners van zienswijzen, voor zover het natuurlijke personen betreffen, daarom niet bij naam genoemd maar aangeduid met ‘betrokkene’. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de ingediende zienswijzen per stuk samengevat en voorzien van een reactie van de gemeente.

3

2. BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN De binnengekomen zienswijzen zijn in dit hoofdstuk samengevat weergegeven en beantwoord. Bij de beantwoording van de zienswijzen zijn de volledige binnengekomen reacties betrokken. Omdat in beide zienswijzen dezelfde thema’s aan bod komen wordt in de beantwoording een doorverwijzing opgenomen. Over zienswijze 2 kan worden opgemerkt dat de indiener hiervan ervoor heeft gekozen om zijn zienswijze zowel aan het college als aan de raad te richten. Om praktische redenen zijn beide zienswijzen samengevoegd in deze nota van zienswijzen en wordt volstaan met een eenduidige beantwoording in deze nota. Alvorens inhoudelijk op deze zienswijzen te reageren schetsen wij eerst het toetsingskader. De aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan wordt getoetst aan een goede ruimtelijke ordening. Als een aanvraag past binnen het geldend beleid en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, dan kan de gevraagde omgevingsvergunning, na afgifte van een verklaring van geen bedenkingen, verleend worden. Een goede ruimtelijke ordening is het perspectief van waaruit deze aanvraag beoordeeld moet worden. Op basis van art. 2.22 Wabo kunnen voorschriften verbonden worden aan de omgevingsvergunning, maar alleen als deze – kort gezegd - ruimtelijk relevant zijn.

Vooruitlopend op onderstaande toelichting wordt het volgende meegegeven. De aanleg van kabels en leidingen valt buiten deze ruimtelijke relevantie van de voorliggende aanvraag omgevingsvergunningsvergunning. De bevoegdheid voor kabels en leidingen ligt niet bij de gemeente, maar bij de netbeheerder. In dit geval is dat Stedin. Desondanks ziet de gemeente een verbindende rol voor zich weggelegd om partijen in contact te brengen. De gemeente begrijpt de zorgen van de inwoners rondom de aanleg en de mogelijke effecten van kabels en leidingen. 2.1 Zienswijze 1 Betrokkene geeft aan dat zij er sinds enkele weken van overtuigd is dat zij misschien wel de meest in het nadeel zijnde belanghebbende is geworden. Dit vanaf het moment dat Stedin de betrokkene heeft benaderd dat de afvoer van het op de Vlowijker zonneweide geproduceerde product via zijn gronden zou moeten worden afgevoerd naar Driebergen. Betrokkene geeft aan nooit in de planvorming/vergunningstracé te zijn meegenomen. Reactie gemeente: De gemeente begrijpt dat de betrokkene het als vervelend ervaart dat zij niet eerder bij de planvorming betrokken is als belanghebbende. Het gaat in deze procedure echter niet om de aanleg van kabels in/door de eigendommen van betrokkene; het gaat in deze procedure (uitsluitend) om de aanleg van het zonnepark.

De ondergrondse kabel die tussen het zonneveld en het transformatorstation moet worden aangelegd om het geproduceerde product af te kunnen voeren maakt om die reden geen onderdeel uit van de voorliggende aanvraag. Dit heeft tot gevolg dat de betrokkene niet is betrokken als direct belanghebbende in de omgevingsvergunningprocedure. Op 13 maart 2020 is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van het zonneveld. Deze vergunning betreft ook alleen de aanleg van het zonneveld, niet de aanleg van kabels door eigendommen van derden. Deze vergunning is inmiddels onherroepelijk en kan niet meer worden aangevochten. De gemeente begrijpt dat het voor de betrokkene vervelend is dat zij niet in een eerdere fase heeft gereageerd. Hier kan op dit moment geen verandering meer in worden gebracht omdat de eerste omgevingsvergunning rechtskracht heeft verkregen. De vergunninghouder kan aan deze vergunning rechten ontlenen en deze ook tot uitvoer brengen. Betrokkene heeft onderzoek gedaan en komt tot de conclusie dat er wettelijke regels voor de nutsvoorzieningen worden gebruikt, maar met dit verschil dat betrokkene aansprakelijk is voor de vervolgschade ingeval van schade aan de kabels. Betrokkene doelt hierbij niet op de reparatie van een beschadigde kabel maar op de opbrengstderving en schade aan het zonneveld.

Betrokkene geeft aan dat het niet mogelijk is om hier een verzekering voor af te sluiten. Zij geven aan dit financieel helemaal niet te kunnen dragen. Betrokkene zijn nog steeds doende om duidelijkheid te krijgen hoe zij van dit risico gevrijwaard kunnen worden. Dit kost zoals u begrijpt enige tijd. 4

Reactie gemeente: Zoals de betrokkene aangeeft zijn er wettelijke regels over de aanleg van kabels en leidingen. De betrokkene geeft aan dat er door partijen onterecht gebruik wordt gemaakt van de regels voor de aanleg van nutsvoorzieningen. Dit omdat geen sprake zou zijn van een kabel voor openbaar nut, maar van een exclusieve aansluiting voor één partij, het zonneveld. Uit jurisprudentie volgt dat de aanleg van een kabel voor een zonne- of windpark geschaard wordt onder openbaar nut en de netbeheerder een aansluitplicht heeft. De energie die van het zonneveld komt is immers voor iedereen beschikbaar. Stedin maakt het tracé voor de kabels. Als de benodigde kabels of leidingen door privé-eigendommen moeten worden aangelegd, bijvoorbeeld vanwege een gebrek aan openbare ruimte of maatschappelijke kosten efficiëntie, dan is dit primair een zaak tussen de netbeheerder en de grondeigenaar. Uitzondering hierop is een eventuele vergunningsplicht op grond van het bestemmingsplan (aanlegvergunningenstelsel) of een toestemmingenplicht op grond van een algemene plaatselijke verordening betreffende ondergrondse infrastructuren.

Aansprakelijkheid is daarbij geen bij de afweging te betrekken belang: met een aanlegvergunning worden veelal bepaalde natuur- of landschapswaarden beschermd en bij het verlenen van toestemming op grond van de verordening ondergrondse infrastructuren wordt onder meer gekeken naar aspecten zoals ordening, planning en coördinatie van de werkzaamheden en naar de omgang met kabels in relatie tot watergangen, openbare groen, e.d. De gemeente begrijpt dat de betrokkene zich zorgen maakt om aansprakelijk te kunnen worden gesteld door de exploitant van het zonneveld bij schade. Het fysiek beperken van de kans op schade en het maken afspraken tussen grondeigenaar, Stedin en de exploitant kunnen deze zorgen mogelijk verminderen. Om dergelijke schade te voorkomen bestaat ook de wettelijk verplichte ‘klic-melding’. Het is voor de gemeente niet mogelijk om de zorg voor aansprakelijkheid voor het beschadigen van de kabel door de grondeigenaar te betrekken bij de afgifte van een omgevingsvergunning en VVGB, om af te mogen wijken van het bestemmingsplan, zoals aangevraagd. In het kader van deze procedure gaat het namelijk primair om de vraag of de afgifte van een omgevingsvergunning en VVGB niet strijdig zijn met een goede ruimtelijke ordening.

De vrees aansprakelijk te worden gesteld bij het veroorzaken van schade aan kabels die door privé-eigendommen lopen, alsmede voor gevolgschade, is niet een belang dat meegewogen mag worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Bovendien maakt de aanleg van kabels geen deel uit van deze aanvraag en zijn er voor de betrokkene andere manieren om zich hiertegen te verzetten zoals hieronder weergegeven. Om kabels te kunnen aanleggen heeft de netwerkbeheerder Stedin toestemming nodig van de grondeigenaar. Kunnen netwerkbeheerder en eigenaar geen overeenstemming bereiken, dan kan de netwerkbeheerder verzoeken om een gedoogbeschikking, als bedoeld in de Belemmeringenwet privaatrecht. Verzwaring met een gedoogplicht houdt in dat de eigenaar van de grond de aanleg (en aanwezigheid) van kabels op/in zijn grond moet gedogen. Tegen een gedoogbeschikking staan rechtsmiddelen open. Zo kan het Gerechtshof gevraagd worden het gedoogbesluit te vernietigen. Een gedoogbesluit is ook vatbaar voor bezwaar, beroep en hoger beroep als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. In de percelen van betrokkene zijn al kabels aanwezig en hiervoor is een zakelijk recht gevestigd. Deze kabels liggen op een diepte van ca. 1,20 meter. De grondeigenaar (niet zijnde betrokkene) heeft hiervoor toestemming verleend.

Voor zover de eigenaar ook al een principe-akkoord met Stedin zou hebben bereikt over het aanleggen van een kabel over zijn grond ten behoeve van het zonnepark betreft dit een kwestie tussen betrokkene (pachter) en de grondeigenaar. Betrokkene vraagt de gemeente met klem de omgevingsvergunning op te schorten tot het moment dat er duidelijkheid is voor wie deze aansprakelijkheid van de vervolgschade is. Tenzij de gemeente nu al weet dat zij aansprakelijk willen zijn of dat de gemeente de voorwaarde opneemt in de vergunning dat de afvoer van de stroom via openbare grond naar de centrale gaat. Reactie gemeente: Het is voor de gemeente niet mogelijk om de besluitvorming aangaande de aanvraag omgevingsvergunning op te schorten. De vraagstelling over de aansprakelijkheid is geen aanhoudings- of weigeringsgrond vanuit de Wabo. Betrokkene meent dat de aansprakelijkheid voor (vervolg)schade automatisch bij de gemeente terecht komt als zij nu een vvgb (en omgevingsvergunning) afgeeft, maar geeft niet aan waarom dat zo zou zijn. Volgens de gemeente betekent het verlenen van de gevraagde 5

(vvgb en) omgevingsvergunning niet dat vervolgschade bij haar kan worden geclaimd. Bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning mag de gemeente alleen toetsen aan die onderdelen die ruimtelijk relevant zijn. De kabels maken geen onderdeel uit van de aanvraag. Dit hoeft ook niet. De gemeente heeft geen rol bij de keuze van het tracé en de aanleg van deze voorzieningen. Hiervoor is de netbeheer, Stedin, verantwoordelijk. Betrokkene is bereid het een en ander nader toe te lichten. Het is namelijk niet uitgesloten dat de gemeente deze aansprakelijkheid automatisch krijgt door vergunningverlening, omdat door geen enkele particuliere partij de vervolgschade te dragen is. Reactie gemeente: De gemeente staat ook open voor een overleg over de voorliggende situatie. De gemeente kan in het gesprek, eventueel samen met de initiatiefnemer en Stedin, verkennen op welke manier de kans op (gevolg)schade kan worden beperkt zodat de zorgen van de betrokkene weggenomen worden. De deelname van de gemeente aan dit overleg vindt plaats op basis van welwillendheid om tot een goede oplossing te komen maar de gemeente heeft hierin geen formele rol. Zoals hiervoor ook al opgemerkt is de gemeente van mening dat het verlenen van de gevraagde (vvgb en) omgevingsvergunning niet betekent dat vervolgschade bij haar kan worden geclaimd.

2.2 Zienswijze 2 Zienswijze 2 overlapt met zienswijze 1 met name op de onderdelen “het betrekken van de belangen van betrokkene bij de gemaakte afweging” en de vrees aansprakelijk te worden gesteld voor schade aan kabels die door de grond van betrokkene lopen (alsmede gevolgschade). Voor onze reactie op deze onderdelen verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1. Hierna gaan we specifieker op zienswijze 2 in. Betrokkene wijst er op dat door leden van de raad een amendement is ingediend met als kern: "de ontwerpverklaring van geen bedenkingen tevens aan te merken als de definitieve verklaring van geen bedenkingen, indien geen zienswijzen tegen de ontwerpverklaring zijn ingediend. Dit amendement is tijdens de vergadering, mede op advies van de verantwoordelijk wethouder, nog met algemene stemmen aangevuld met de tekst dat de " Crisis- en Herstelwet afdeling 2 van hoofdstuk 1" van toepassing wordt verklaard, met als reden om vertraging in de procedures te voorkomen ingeval er zienswijzen zouden worden ingediend. Deze laatste toevoeging is naar mening van betrokkene in strijd met hetgeen staat aangegeven onder punt 2 van het amendement. Betrokkene dienen daarom een zienswijze in over een onderwerp dat op geen enkele wijze in de afwegingen ooit betrokken is geweest en waarvan betrokkene tot voor kort ook de nadelige consequenties niet hebben kunnen overzien.

Reactie gemeente: Volgens de gemeente is geen sprake van strijdigheid in het amendement. Nu er wel zienswijzen zijn ingediend wordt voor de besluitvorming alsnog het gebruikelijke besluitvormingstraject via de raad gevolgd. Wat betreft het (niet) betrekken van de belangen van betrokkene in de afweging verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.

Betrokkene is van mening dat hier de onlosmakelijk aan een zonnepark verbonden consequentie betreft dat voorzieningen moeten worden getroffen voor het afvoeren van de daar opgewekte elektrische energie naar 'het net welke mogelijkheid zich in de onderhavige situatie voor doet aan de Woerd 10 te Driebergen. Reactie gemeente: De gemeente begrijpt dat de aanleg van een kabel tussen het zonnepark en het transformatorstation noodzakelijk is voor het functioneren van het park en de doorlevering van de duurzaam opgewekte energie. Het aanleggen van de kabel maakt echter geen deel uit van deze aanvraag (vgl. onze reactie op zienswijze 1). Dat deze kabel een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van het zonnepark en dus onderdeel had moeten uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning is een mening die de gemeente niet deelt. Het zonnepark en de kabel immers kunnen afzonderlijk van elkaar worden opgericht respectievelijk aangelegd. 6

Betrokkene is van mening dat de kosten van de aanleg van deze (afvoer) kabels volledig voor rekening van de exploitant van het zonnepark(en) komen, waardoor deze direct belanghebbende is bij een tracé door particuliere gronden, aangezien dit resulteert in lagere aanlegkosten. Reactie gemeente: De aanleg van kabels/leidingen is niet een zaak tussen beheerder/exploitant van het zonnepark en betrokkenen, maar primair een zaak tussen de beheerder/exploitant van het zonnepark en de netbeheerder. Zo ook de financiële afspraken hieromtrent. Vanuit de Elektriciteitswet heeft de netbeheerder een aansluitplicht van het park op het elektriciteitsnet. Voor deze aansluiting gelden vaste tarieven, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in de soort aansluiting en/of opdrachtgever. De netbeheer (Stedin) is een maatschappelijke organisatie en is vanuit deze rol gehouden om de aansluiting op een zo efficiënt mogelijke wijze en tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten aan te leggen. Eventuele meerkosten kunnen niet in rekening worden gebracht of verhaald op de opdrachtgever.

Betrokkene gingen ervan uit, en zo was het hen ook in het verleden door de ontwikkelaar van het zonnepark mondeling meegedeeld, dat deze afvoer (het leggen van de benodigde kabels) zou plaatsvinden in 'openbare gronden', zoals wegen en waterlopen, oftewel in gronden die in eigendom toebehoren aan publieke lichamen zoals de gemeente, de provincie, waterschappen en dergelijke. Dit blijkt echter niet (meer) het geval te zijn aangezien de energiemaatschapij, in dit geval Stedin, de (afvoer)kabels het liefst (en vrijwel uitsluitend) door particuliere eigendommen wenst aan te leggen. Reactie gemeente: De gemeente is niet bekend met de afspraken/toezeggingen van de initiatiefnemer/ontwikkelaar om voor de aanleg van de kabels uitsluitend gebruik te maken van ‘openbare gronden’. De verantwoordelijkheid voor de aanleg van deze kabels ligt bij de netbeheerder. Deze instantie is verantwoordelijk voor de aanleg en de tracékeuze. De netbeheerder heeft in deze situatie aangegeven geen andere keuze te hebben dan de aanleg door particuliere gronden. Een tracé uitsluitend door openbare gronden is in de voorliggende situatie beduidend langer en duurder in aanleg. Hetgeen op gespannen voet staat met de plicht van de netbeheer de aanleg te realiseren voor maatschappelijk zo laag mogelijke kosten.

Als deze kabels door privé-eigendommen moeten worden gelegd, dan is dat, zoals hierboven is beschreven, primair een zaak tussen de netbeheerder en de grondeigenaar. Zoals aangegeven ziet de gemeente, hoewel zij hierin geen formele rol heeft, voor zich zelf wel een verbindende rol om alle partijen (betrokkene, Stedin en Chint Solar) met elkaar in contact te brengen en gezamenlijk te zoeken naar een passende oplossing. Inmiddels hebben ook de netwerkbeheerder en de ontwikkelaar/exploitant aangegeven het overleg aan te willen gaan met de grondeigenaar en/of pachter om tot overeenstemming te komen. Tegen een eventueel gedoogbesluit, dat netwerkbeheerder kan vragen als overeenstemming uitblijft, staan rechtsmiddelen open (vgl. ons antwoord bij zienswijze 1). Nu daarbij voor betrokkene recent is komen vast te staan dat aan het hebben van kabels in hun eigendom ongelooflijk grote financiële risico’s verbonden zijn die het voortbestaan van hun bedrijf direct in gevaar kunnen brengen, is het meer dan noodzaak dat de raad hieraan in de vergunningenprocedure aandacht besteedt. Dit dient naar mening van betrokkene te gebeuren middels het opnemen in de omgevingsvergunning van een ondubbelzinnige en niet voor tweeërlei uitleg vatbare voorwaarde dat de (afvoer)kabels van zonneparken niet zullen worden aangelegd door/in particuliere gronden.

Reactie gemeente: Het is voor de gemeente niet mogelijk om in de omgevingsvergunning een voorwaarde op te nemen dat kabels niet in/door particuliere gronden mogen worden gelegd. Zoals eerder aangegeven staat de aanleg van de kabels los van de omgevingsvergunning voor de aanleg van het park. Hierbij wil de gemeente ook opmerken dat de beoogde kabel niet alleen door het grondgebied van de gemeente Bunnik loopt, maar ook door percelen in de buurgemeente Utrechtse Heuvelrug. Voor de aanleg van kabels in de buurgemeente is de gemeente geen bevoegd gezag. Tot slot kunnen op basis van art. 2.22 Wabo alleen voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden die ruimtelijk relevant zijn. Betrokkene doet zijn verzoek met het oog op aansprakelijkheden, niet vanuit het perspectief van een goede ruimtelijke ordening. Daar komt nog bij dat aansprakelijkheid in de door betrokkene geschetste situatie van 7

civielrechtelijke aard is en alleen tussen betrokkenen en de netbeheerder speelt. Daar staan de gemeente en haar bestuursorganen buiten. Zoals door betrokkene aangegeven zijn aan het hebben kabels in particuliere gronden grote, niet verzekerbare risico's verbonden, die een grondeigenaar nimmer kan en mag nemen. De bedoelde risico's betreffen de (wettelijke) aansprakelijkheid voor de eigenaar, indien door de grondeigenaar zelf, in diens opdracht werkenden of zelfs door 'derden' (die zonder toestemming van de eigenaar) schade aan de kabels veroorzaken. De grondeigenaar wordt door leidingleggers niet alleen aansprakelijk gesteld voor schade aan de kabels in zijn eigendommen, maar ook voor de veelal veel hogere gevolgschade, zoals het niet kunnen leveren van stroom aan het net door zonneparken!!! Bedoelde schade aan een verbinding is niet door betrokkene te verzekeren, aangezien deze valt onder de zogeheten ‘uitsluitingsclausule’ (het 'op eigen initiatief') aanvaarden van een hogere aansprakelijkheid, ingeval een overeenkomst met de leidinglegger wordt aangegaan). Wettelijke aansprakelijkheids-verzekeraars zoals ASR, UNIVÉ en Interpolis hebben schriftelijk bevestigd dat deze schade onverzekerbaar is en navraag bij een beurspolis verzekeringsagent heeft als resultaat gehad dat het zelfs niet middels een op maat toegesneden polis 'via de beurs' kan.

Reactie gemeente: Het is bij de gemeente bekend dat niet alle risico’s te verzekeren zijn en hier, in het geval dit wel mogelijk is, hoge premiebedragen mee samen hangen. Zoals eerder beschreven staan de gemeente en haar bestuursorganen buiten de geschetste situatie van civielrechtelijke aard. De gemeente is wel bereid om vrijwillig te faciliteren in een overleg tussen de netbeheerder en/of initiatiefnemer dat over aansprakelijkheden en het – zo mogelijk – beperken van risico’s gaat. Door een beperking van de risico’s neemt ook de kans op een aansprakelijkheidstelling voor kabelbreuk en/of vervolgschade af. Tijdens een dergelijk – indien nodig door de gemeente te faciliteren – overleg zouden onder meer afspraken gemaakt kunnen worden over de diepte waarop de kabel wordt aangelegd. De netwerkbeheerder heeft zich – richting de gemeente – onder meer bereid getoond om in samenspraak met de grondeigenaar de kabel op een grotere diepte aan te leggen (ca. 1,50 tot ca. 1,80 meter) en een proefsleuf te graven om de ligging van de huidige kabels op 1.20m zichtbaar te maken. Zo kan ook de grondeigenaar kennis nemen van de diepte voor toekomstige werkzaamheden. Stedin kan de meerkosten voor het dieper leggen van de kabel, evenals de kosten voor een langer tracé niet verhalen op de opdrachtgever. Extra inspanningen zijn door de gemeente ook niet afdwingbaar.

De gemeente heeft hier immers geen formele rol. Wel kan de gemeente het gesprek tussen Stedin, Chint Solar en de betrokkene faciliteren om gezamenlijk tot een werkbare oplossing te komen. Uiteraard beschikken betrokkene ook over correspondentie waarin grondeigenaren door leidingleggers aansprakelijk worden gesteld. Het verbinden van de door ons gevraagde voorwaarde in de omgevingsvergunning is essentieel in een participatieproces zoals uw raad voor ogen had/heeft. Om tijdrovende, langdurige en kostbare procedures in het vergunningentraject en bij de aanleg van de kabelverbindingen te voorkomen, is duidelijkheid bij de afgifte van de omgevingsvergunning voor alle partijen gewenst en noodzakelijk. Betrokkene zijn dan ook van harte bereid daarover een gesprek aan te gaan. Reactie gemeente: Zoals eerder opgemerkt is de gemeente geen partij bij het bepalen van de locatie en de aanleg van het tracé en is het ook niet mogelijk hierover voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. Hoewel dit buiten de formele bevoegdheid van de gemeente ligt, is de gemeente wel bereid om – zo mogelijk een gesprek te faciliteren tussen de grondeigenaar, de netbeheerder en de initiatiefnemer voor het zonnepark over onder meer de diepte waarop de kabel gelegd wordt met als doel de risico’s op schade en een daarmee samenhangende aansprakelijkheidsstelling te reduceren.

Bovenstaande suggestie(s) zijn aangereikt door de netbeheerder. Deze handreiking in combinatie met de verplichte ‘klic-meldingen’ moet -naar ervaring van de netwerkbeheerder - in de regel voldoende zekerheid bieden om schade aan de kabels/leidingen, als gevolg van bewerking van het agrarisch land te voorkomen. Het is ook voor agrarisch ondernemers wettelijk verplicht een klic-melding te doen wanneer er dieper dan 50 cm gegraven wordt. Na de melding ontvangt de agrariër kabel- en leidinginformatie van het kadaster van de plek waar gegraven gaat worden. Deze informatie moet worden gebruikt om graafschade en gevaarlijke situaties te voorkomen. 8

Bovenstaande is echter in procedurele zin voor betrokkene wel aanleiding te verzoeken de verklaring van geen bedenkingen niet af te geven of zoals verzocht, door aan de omgevingsvergunning door het College van B&W de voorwaarde te laten verbinden dat de afvoer van de door de zonneparken opgewekte stroom, nimmer mag geschieden door particuliere gronden, doch uitsluitend dient plaats te vinden middels eigendommen van openbare of publiekrechtelijke lichamen. Reactie gemeente: Voorliggende problematiek is geen basis om een verklaring van geen bedenking te weigeren. Een dergelijke verklaring kan ‘slechts’ geweigerd worden op het moment dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dat is hier niet aan de orde. Zoals eerder ook gememoreerd is het voor de gemeente ook niet mogelijk om een (aanvullende) voorwaarden op te nemen in een te verlenen omgevingsvergunning. 3.3 Conclusie De conclusie is dat de gevraagde verklaring van geen bedenkingen op grond van de naar voren gebrachte zienswijzen niet kan worden geweigerd. De ingebrachte zienswijzen geven ook geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te houden en/of te weigeren. De door betrokkene aangereikte onderwerpen vallen buiten de ruimtelijke relevantie van de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning. De argumenten vallen buiten het afwegingskader van een goede ruimtelijke ordening.

Ook ligt de verantwoordelijkheid voor de aanleg van de kabels niet bij de gemeente. Wij begrijpen dat dit voor betrokkenen lastig te begrijpen is en vinden dit vervelend. De gemeente ziet wel een verbindende rol voor zich weggelegd om partijen in contact te brengen en te bezien of tot een voor alle partijen bevredigende situatie kan worden gekomen. Tot slot wordt geconcludeerd dat op basis van art. 2.22 Wabo het niet mogelijk is voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden, anders dan ruimtelijk relevante onderwerpen.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bunnik&id=fe8489a9-0669-452c-81ac-6ead8e1c1a5c