CConstaterende datBunnik
Koppel je AI →
Document · PDF

22-054 Bijlage 11 - Ruimtelijke onderbouwing Vlowijker Zonneweide wijzigingplan.pdf

Raadsvergadering 6 juli 2022, gemeente BunnikBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Vlowijker zonneweide aan de Achterdijk te Werkhoven18.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Realisatie Vlowijker Zonneweide

Ruimtelijke onderbouwing Realisatie Vlowijker Zonneweide

APRIL 2019, aangepast in november 2019 en in maart 2020 Inclusief Wijziging in plan april/juli 2021 Opdrachtgever Chint Solar Nederland Projecten B.V. Kingsfordweg 151 1043 GR AMSTERDAM W www.chintsolar.nl Opdrachtnemer Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

2

Vlowijker Zonneweide

INHOUD 1

INLEIDING ........................................................................................................... 6

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding ............................................................................................................ 6 Ligging en begrenzing plangebied ....................................................................... 7 Huidig planologisch regime .................................................................................. 7 Leeswijzer ............................................................................................................ 9

2

PLANBESCHRIJVING ...................................................................................... 10

2.1 2.2 2.3

Inleiding .............................................................................................................. 10 Beschrijving huidige situatie plangebied ............................................................ 10 De zonneweide .................................................................................................. 12

3

BELEIDSKADERS ............................................................................................ 20

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Inleiding .............................................................................................................. 20 Rijksbeleid .......................................................................................................... 20 Provinciaal beleid ............................................................................................... 23 Regionaal beleid ................................................................................................ 31 Gemeentelijk beleid ........................................................................................... 32 Conclusie ........................................................................................................... 36

4

WAARDENTOETS ............................................................................................ 37

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inleiding .............................................................................................................. 37 Natuurwaarden .................................................................................................. 37 Archeologische waarde ..................................................................................... 40 Cultuurhistorie .................................................................................................... 44 Water ................................................................................................................. 45 Conclusie ........................................................................................................... 47

5

MILIEUASPECTEN ........................................................................................... 48

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.11 5.12

Inleiding .............................................................................................................. 48 Bodem ................................................................................................................ 48 Geluid ................................................................................................................. 49 Luchtkwaliteit ..................................................................................................... 50 Externe veiligheid............................................................................................... 51 Bedrijven en milieuzonering ............................................................................... 53 Verkeer en parkeren .......................................................................................... 54 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................. 54 Lichtreflectie ....................................................................................................... 55 Electromagnetische straling ............................................................................... 55 Warmteontwikkeling ........................................................................................... 56 Warmteontwikkeling ...........................................................................................

56 Conclusie ........................................................................................................... 56

6

UITVOERBAARHEID ........................................................................................ 57

6.1

Inleiding .............................................................................................................. 57

6.2 6.3 6.4 6.5

4

Ruimtelijke uitvoerbaarheid ............................................................................... 57 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 57 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 61 Conclusie ........................................................................................................... 61

Vlowijker Zonneweide

5

Vlowijker Zonneweide

1

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding

BHM Solar is een lokale, Utrechtse ontwikkelaar van zonne-energieprojecten. Het portfolio bestaat uit zowel projecten van zonnepanelen op daken als op de grond. Met het ontwikkelen van zonnevelden in de provincie Utrecht levert BHM Solar, samen met gemeentes en lokale grondeigenaren, een substantiële bijdrage aan het halen van duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeentes, de provincie en het Rijk. BHM Solar heeft het voornemen om in het gebied Noord van Oostromsdijkje tussen de Achterdijk en de Werkhovenseweg een zonneveld van bruto 20 hectare te realiseren, inclusief landschappelijk inpassing. Hiervan wordt 5 hectare besteed aan een zorgvuldige landschappelijke inpassing met oog voor de lokale ecologie en gebaseerd op input van omwonenden. De ontwikkeling van het zonneveld doet BHM Solar voor eigen rekening en risico. Binnen dit project werkt BHM Solar samen met haar partner Chint Solar Nederland Projecten. Met een dergelijk zonneveld kunnen circa 5.100 huishoudens worden voorzien van elektriciteit en wordt de CO2 uitstoot gereduceerd met 7.550 ton per jaar. Hiermee wordt een substantiële bijdrage geleverd aan de duurzaamheidsdoelstellingen van het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente Bunnik. Voor de realisatie van de zonneweide wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van de bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo).

Deze voorliggende ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de vergunningsaanvraag. Hierin komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde en deze ruimtelijke onderbouwing toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van de aangenomen motie bij het vaststellen van de verklaring van geen bedenkingen in de gemeenteraad van de gemeente Bunnik d.d. 12 maart 2020 is benoemd dat de landschappelijke inpassing aan de zuidoostzijde extra aandacht behoeft en dat er weliswaar participatie heeft plaatsgevonden, maar dat dit nog niet heeft geleid tot het door de raad geambieerde niveau van draagvlak. Naar aanleiding van dit besluit heeft initiatiefnemer de locatie waar de panelen geplaatst worden enigszins aangepast. In deze ruimtelijke onderbouwing versie april/juli 2021 zijn de wijzigingen die een ruimtelijke impact hebben in het rood aangegeven.

6

Vlowijker Zonneweide

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied, gelegen tussen Achterdijk en de Werkhovenseweg in de gemeente Bunnik, bruto circa 20 hectare groot, en betreft een deel van de kadastrale percelen Werkhoven sectie E nummers 448, 449 en 516. In figuur 1 is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur 1: Ligging en begrenzing plangebied. Hierbij wordt opgemerkt dat de exacte begrenzing van het plangebied, de plancontour, is weergegeven op www.ruimtelijkeplannen.nl

1.3

Huidig planologisch regime

Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bunnik 2011’ (NL.IMRO.0312.bpBNKbuitenge2011-GU01 - vastgesteld op 24 november 2011). Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met gedeeltelijk de dubbelbestemmingen ‘waarde – archeologie – 2’, ‘waarde – archeologie – 3’ en ‘waarde – archeologie – 4’. Daarnaast zijn gedeeltelijk de gebiedsaanduidingen ‘overig – landschapstype kom’ en ‘overig – landschapstype stroomgordel’ van toepassing (zie figuur 2 voor een weergave van het plangebied op de verbeelding (een uitsnede) van het bestemmingsplan).

Figuur 2: Weergave plangebied op verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Bunnik 2011’. Hierbij wordt opgemerkt dat de exacte begrenzing van het plangebied, de plancontour, is weergegeven op www.ruimtelijkeplannen.nl

De voorgenomen realisatie van een zonneveld, het plaatsen en in gebruik nemen van de constructies met zonnepanelen en toebehoren ten behoeve van het opwekken van duurzame energie, past niet binnen het huidig planologische regime. Hiertoe wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo. De aanvraag gaat daartoe vergezeld van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

8

Vlowijker Zonneweide

1.4

Leeswijzer

De ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op het voorgenomen plan. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid, regionaal beleid en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt daarbij getoetst aan dit beleid. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het plangebied aanwezig zijn en of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieuaspecten aan bod. In hoofdstuk 7 wordt tot slot ingegaan op de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

2

2 PLANBESCHRIJVING 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie weergegeven en wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven.

2.2

Beschrijving huidige situatie plangebied

2.2.1 Ontstaan van het landschap Het plangebied ligt in het voormalige stroomgebied van de Kromme Rijn. Toen het gebied nog niet bedijkt was verplaatste het stroomgebied van de rivier zich regelmatig. De overstromingen en dichtslibbingen vormden het landschap. Het grovere riviermateriaal (zand en zavel) werd afgezet dichtbij de rivier. Zo ontstonden hoger gelegen oeverwallen en stevige vruchtbare grond. Deze hogere gronden waren veilig om te wonen en gewassen te verbouwen. Het fijnere riviermateriaal (klei) zonk pas na vermindering van de stroomsnelheid in de vlakkere ondiepere delen. Deze vlakkere gebieden zijn rivierkomvlakten. Ze liggen in een lange smalle lengterichting tussen de Lek en de Kromme Rijn. Het noordoostelijk deel van het plangebied betreft een hoger gelegen rivieroeverwal. Hierop loopt de Werkhovenseweg, deze ligt op circa 4 meter boven NAP. Het midden van het plangebied betreft het een komvlakte. Op het laagste punt loopt de Vlowijkerwetering, circa 2 meter boven NAP. Deze wetering is gegraven om de afwatering van het gebied te verbeteren. Hierdoor werd de grond geschikter voor landbouw. Ook op de kavels zelf zijn vrijwel overal greppels in de lengterichting gemaakt om de waterafvoer te verbeteren. Deze greppels hebben op sommige stukken een behoorlijke diepte en zijn in het veld goed waarneembaar. Aan de zuidwestzijde ligt het plangebied weer iets hoger.

De Achterdijk ligt op een rivieroeverwalvlakte op circa 2,5 meter boven NAP. 2.2.2 Historische verkaveling en landschappelijke elementen De Werkhovenseweg en de Achterdijk met de daarbij horende bebouwing zijn belangrijke structuren in het landschap. De Werkhovenseweg vormt de verbinding tussen Werkhoven en Odijk. De Werkhovenseweg werd oorspronkelijk begeleid door bomen, maar deze zijn verdwenen. De Achterdijk vormt historisch gezien niet direct een verbinding tussen twee kernen maar loopt tegenwoordig vanaf Fort Vechten tot aan Werkhoven. Vanaf de Werkhovenseweg en de Achterdijk is het gebied verkaveld. De kavels zijn smal en rechthoekig en liggen haaks op de wegen. Op de historische kaarten is te zien dat de verkaveling oorspronkelijk nog smaller en kleinschaliger was dan in de huidige situatie. Dit heeft mede te maken met de natte omstandigheden in deze lagere rivierkomvlakte. Om enkele kavels stond beplanting. Deze beplanting diende als afbakening voor het vee en werd gebruikt als geriefhout. De kavelbeplanting is gedurende de jaren grotendeels verdwenen. In de lengterichting staan slechts nog enkele elzen, knotwilgen en bosvakken. Deze restanten zullen worden behouden. Ook de boerderijen werden haaks op de weg gebouwd. 10

Vlowijker Zonneweide

De erven ontstonden op de overgang van de oeverwal naar de komvlakte. Hierdoor staan veel boerderijen op enige afstand van de Werkhovenseweg en de Achterdijk. Rondom deze erven is bij de overgang naar de komvlakte vaak veel ruimte met doorzichten op het achterliggende landschap. Op de oeverwal staan tussen de erven vaak fruitboomgaarden. Deze fruitboomgaarden domineren van oudsher dit gebied. Op de percelen staan nu vooral moderne laagstamboomgaarden. Nabij de erven staan regelmatig nog (jonge) hoogstambomen zoals vroeger. Verder zijn bij de erven op de oeverwallen lage hagen en (solitaire) notenbomen karakteristiek.

Figuur 3: Het plangebied ligt grotendeels in een open rivierkomvlakte met enkele beplantingselementen, zoals de knotwilgen op deze foto.

2.2.3 Bodem en bijbehorende beplantingssoorten De oeverwal bestaat uit een kalkhoudende ooivaaggronden, bestaande uit zware zavel en lichte klei. Van nature ontwikkelt zich op deze bodem een Abelen-Iepenbos. Deze autochtone inheemse vegetatie bestaat uit de hoofdsoorten gladde iep, grauwe abeel, eenstijlige meidoorn, egelantier, es, gewone vlier, hazelaar, hondsroos, kardinaalsmuts, kruisbes, lijsterbes, sleedoorn, Spaanse aak, ruwe berk, tweestijlige meidoorn, wegendoorn, zomereik en winterlinde. De komvlakte bestaat uit den kalkloze poldervaaggrond. Dit is de groeiplaats voor een Essen-Iepenbos. De hoofdsoorten uit deze autochtone inheemse vegetatie betreffen; es, gladde iep, aalbes, eenstijlige meidoorn, egelantier, Gelderse roos, hazelaar, hondsroos, kardinaalsmuts, kers, rode kornoelje, sleedoorn, Spaanse aak, tweestijlige meidoorn, wegendoorn en zomereik. Het toepassen van inheems autochtone beplanting biedt als voordeel dat de soorten zich goed ontwikkelen en daardoor minder gevoelig voor ziekten. 2.2.4 Recreatief gebruik Het buitengebied rondom de stad Utrecht wordt veel gebruikt voor fietsrecreatie. Zo is de Achterdijk onderdeel van het Fietsknooppuntennetwerk. Ook het Oostromsdijkje is een bekende fietsroute onder racefietsers en dagjesfietsers. Over het vrij liggende fietspad langs de Werkhovenseweg

wordt veel gefietst door scholieren. Hier rijdt ook de bus op een aparte busstrook. Daarnaast zijn er meerdere plekken die bezoekers aantrekken rondom het plangebied. Zo ligt net ten noorden van het plangebied, aan de Werkhovenseweg, de boerderijcamping Prinsenhof. Iets zuidelijker aan de Werkhovenseweg bevindt zich de Italiaanse landgoedwinkel Landrucci. Tuincentrum Werkhoven ligt aan de Achterdijk, ten zuiden van het plangebied. 2.2.5 Natuurwaarden van het gebied Het plangebied wordt momenteel agrarisch gebruikt. De komst van het zonneveld zorgt ervoor dat het plangebied en de aanliggende weilanden ongeschikt raken voor weidevogels. Voor andere flora en fauna kan de komst van het zonneveld juist een meerwaarde bieden. Zo zijn er momenteel geen beschermde plant- of mossoorten in het gebied aanwezig door het gebruik van mest- en bestrijdingsmiddelen. Deze middelen zijn in het zonneveld niet nodig. De vegetatie kan met het juiste extensieve maaibeheer of begrazing worden verschraald zodat een kruiden- en bloemrijke vegetatie onstaat. Deze kruiden- en bloemrijke vegetatie is interessant voor diverse dieren zoals vlinders en insecten. Verder maken diverse vleermuissoorten mogelijk gebruik van het plangebied. Zij maken daarbij gebruik van lijnvormige elementen als de knotwilgenrijen. Al zijn deze elementen nu niet essentieel voor de vleermuizen om zich te verplaatsen.

Het toevoegen van lijnvormige elementen versterkt wel de gebruikswaarde voor deze soorten. Ook zijn hazen, reeën, vossen, mollen en diverse algemene muizen te verwachten in het plangebied. Deze soorten gebruiken het plangebied om zich te verplaatsen. Het bieden van ruimte voor deze en andere diersoorten om het gebied te kruizen biedt een ecologische meerwaarde.

2.3

De zonneweide

In deze paragraaf wordt het plan voor de zonneweide uiteengezet. Ten behoeve van het plan is ook een inrichtingsplan opgesteld. Deze is separaat bijgevoegd. 2.3.1 Initiatief voor een zonneweide BHM Solar heeft het voornemen om in het gebied Noord van Oostromsdijkje tussen de Achterdijk en de Werkhovenseweg een zonneweide van bruto 20 hectare te realiseren, inclusief landschappelijk inpassing. Hiervan wordt 5 hectare besteed aan een zorgvuldige landschappelijke inpassing met oog voor de lokale ecologie en gebaseerd op input van omwonenden. Binnen dit project werkt BHM Solar samen met haar partner Chint Solar Nederland Projecten. Het realiseren van zonnevelden is noodzakelijk om de overheidsdoelstellingen te behalen. Het alleen toestaan van zonnepanelen op daken is niet voldoende. Er zijn ook diverse redenen waarom niet alle daken geschikt zijn. Ook zijn er nog vele ogenschijnlijk geschikte daken die uiteindelijk toch niet geschikt blijken te zijn. Dit door bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructie technische bezwaren, te klein dakoppervlak en hinderlijke schaduw. 2.3.2 De locatiekeuze De gemeente Bunnik wil in 2040 klimaatneutraal zijn. Hiervoor is het noodzakelijk dat op grote schaal duurzame energie wordt opgewekt, bijvoorbeeld door de realisatie van windmolens en zonnevelden.

Hiertoe wil de gemeente maximaal 40 hectare aan zonnevelden realiseren in de periode tot 2022 en maximaal 70 hectare in de periode tot 2030.

12

Vlowijker Zonneweide

BHM Solar is hiertoe op zoek gegaan naar geschikte gronden in de gemeente, voor de realisatie van een zonneveld. Op basis van het beleid van de gemeente Bunnik (waarin is aangegeven welke gebieden in beginsel geschikt zijn), netaansluiting, de mogelijkheden voor een goede landschappelijke inpassing en grondgebruik is vervolgens het voorliggende plangebied naar voren gekomen. De grond in dit plangebied was vroeger ook het minst courant van het gebied. Van oorsprong was de grond hier slechte staat, erg nat en bestond uit zware klei, zodat er eigenlijk alleen maar gras op kon groeien. De afgelopen jaren is er wel veel inspanning geweest om de grond beter geschikt te maken voor landbouw, door bijvoorbeeld het aanleggen van sloten en betere waterafvoer. De locatiekeuze is nader onderbouwd in het separaat bijgevoegde ‘Toetsing locatiekeuze aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening’.

2.3.3 Technische gegevens zonneweide Het plangebied voor de ontwikkeling van de zonneweide is bruto 20 hectare groot. Hiervan wordt 5 hectare besteed aan een zorgvuldige landschappelijke inpassing met oog voor de lokale ecologie en gebaseerd op input van omwonenden. Met een dergelijk zonneveld kunnen circa 5.100 huishoudens worden voorzien van elektriciteit en wordt de CO2 uitstoot gereduceerd met 7.550 ton per jaar. De panelen (inclusief constructie) worden in de lengterichting van de kavel georiënteerd en de stellages worden maximaal 1,65 meter hoog. Daarnaast worden twee inkoopstations (van Stedin van maximaal 3,4 meter hoog) en elf negen transformatorstations (van maximaal 2,3 meter hoog) gerealiseerd. Onder panelen worden omvormers gehangen. Rond het veld met panelen is een hekwerk noodzakelijk (vanwege veiligheid, beveiliging, verzekeringsvoorwaarde). Het hekwerk wordt 2 meter hoog. Alle technische tekeningen van de bouwwerken, inclusief doorsnede van de constructie met panelen, vormen een onderdeel van de vergunningsaanvraag.

2.3.4

Inrichtingsplan zonneweide

De grotere landschappelijke context De Vlowijker Zonneweide ligt op de overgang van de oeverwal (noordoostzijde) naar de rivierkomvlakte. De landschappelijke karakteristieken die horen bij deze landschappelijke typering komen terug in het ontwerp. Zo wordt op de oeverwallen van oudsher gewoond, buiten de invloedsfeer van de rivier. Hier is het landschap steviger beplant en veelal in gebruik voor laan- en fruitboomteelt. De rivierkomvlakten liggen lager en bieden een weids uitzicht. De gronden waren vroeger te nat voor akkerbouw en ook in de huidige tijd worden dergelijke gebieden veelal gebruikt als weidegrond. De rivierkomvlakte ligt centraal in het plangebied. Op de oeverwal loopt de Werkhovenseweg en de Achterdijk ligt op een oeverwalachtige vlakte. Vanaf de erven is het komgebied verkaveld in smalle rechthoekige stroken. Deze verkaveling is karakteristiek voor dit gebied en wordt bij de inpassing van het zonneveld behouden en ruimtelijk versterkt. Behouden verkaveling en doorzichten In het ontwerp worden de watergangen in de lengterichting vrijgehouden. Door aan weerszijden van de watergang een strook van tenminste drie meter vrij te houden voor kruidenrijke stroken worden de verkavelingslijnen in het landschap benadrukt. Langs de watergangen worden doorzichten door het zonneveld geboden. De breedte van de doorzichten verschilt per perceel.

Zo is ervoor gekozen tussen de twee zonnevelden (een zonneveld welke naast dit voorliggende zonneveld wordt ontwikkeld) meer ruimte vrij te laten zodat beide ontwikkelingen los van elkaar komen te liggen. Op andere plekken wordt door het behouden van bestaande beplanting en toevoegen van beplanting de lengterichting van de percelen benadrukt. Tot slot wordt de kavelstructuur benadrukt door de paneelopstelling. De paneelopstelling wordt in de lengterichting van de percelen geplaatst, parallel aan de watergangen. Bijkomend positief effect is dat rafelranden zoveel mogelijk worden voorkomen. Behoud openheid en afstand van de weg De boerderijen staan veelal op de overgang van de oeverwal naar de komvlakte. Hierdoor verspringen de erven ten aanzien van de Werkhovenseweg en de Achterdijk. Deze verspringingen zijn karakteristiek. Tussen de erven is veelal zicht op de achterliggende open komvlakte. Er is voor gekozen de paneelopstelling te laten beginnen in de komvlakte, op afstand van de bestaande erven. De oeverwallen zijn aangeduid als archeologisch waardevol. Op deze manier worden deze gebieden ontzien van ontgravingen ten behoeve van het zonneveld. Per kavel is gekeken welke afstand ten aanzien van de weg gehanteerd diende te worden op basis van de landschappelijke ondergrond en de beleving vanuit de nabij gelegen woningen.

Deze afstand varieert bij de Achterdijk tussen de 80 en 180 en 200 meter. In het nader overleg met omwonenden is besloten deze afstand te vergroten tot ten minste 200 meter. Hierdoor is één perceel komen te vervallen als zonneveld. Op dit perceel wordt voor een deel een hoogstamfruitgaard gerealiseerd. Bij de Werkhovenseweg liggen de panelen op circa 420 tot 480 meter vanaf de weg. Daarnaast wordt de paneelopstelling maximaal 1,50 1,65 meter hoog ten opzichte van het maaiveld. Hierdoor Door deze ruime afstand en beperkte hoogte blijven de panelen ruim onder ooghoogte vanaf de omliggende hoger gelegen erven en wegen (ca, 50 cm hoogteverschil), zie figuur a. De openheid rondom en de doorzichten op de komvlakte tussen de erven wordt dan ook gewaarborgd.

14

Vlowijker Zonneweide

Figuur a Hoogteverschil Achterdijk – zonneveld

Diversiteit randen zonneveld Per kavel is bepaald of en welke landschappelijke inpassing wenselijk is. Het zonneveld hoeft niet op alle plekken uit het zicht te worden genomen. Door het aanbrengen van plek specifieke landschappelijke elementen ontstaat geen monotone invulling over meerdere kavels, maar een gevarieerd beeld vanuit het omliggende landschap. Bij de inpassing van het zonneveld is gekozen uit autochtone inheemse beplantingselementen die passen bij de komvlakte. De beplantingselementen worden ingezet om enerzijds de panelen uit het zicht te nemen en anderzijds de lengterichting van de kavels en de landschappelijke overgangen te benadrukken. Zo wordt op de overgang van de oeverwal naar de komvlakte hagen en fruitboomgaarden toegepast. Langs de watergangen worden lijnelementen als knotwilgenrijen en (elzen)singels aangeplant om de lengterichting van de kavels te benadrukken. Hierbij is ook gekeken naar de historische kaarten om de juiste positie van de beplanting te bepalen. Het toepassen van diverse landschappelijke elementen draagt bij aan de biodiversiteit in het landschap. De lijnelementen bieden een grote meerwaarde voor diverse diersoorten als vleermuizen, zoogdieren en insecten. Daarnaast benadrukt de beplanting de rechthoekige kavelpercelen. Het zonneveld past daardoor goed bij de maat en schaal van het landschap.

Ecologische oever en vasthouden water Het watersysteem in de komvlakte heeft een belangrijke functie voor de landbouw. Uit gesprekken met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden blijkt dat er geen grote wateropgaven in het gebied spelen. Wel kan een ecologische oever in de primaire watergangen een bijdrage leveren aan de natuurwaarde. In het ontwerp zijn enkele ecologische oevers opgenomen. Dubbel ruimtegebruik

Een groot gedeelte van de betrokken gronden wordt landschappelijk en natuurlijk ingericht. De betrokken gronden, buiten het hekwerk, worden omgevormd naar bloemrijk grasland. De gronden worden beheerd door omliggende agrarische bedrijven (gevestigd op direct omliggende agrarische bouwpercelen), wat hen een biologisch divers maaisel geeft. Daarnaast wordt binnen de hekken van de zonneweide een voedermengsel ingezaaid van Engels raaigras en Witte klaver, wat wordt geoogst door een omliggend agrarisch bedrijf. Het Engels raaigras en de Witte klaver dient als vers voer voor de koeien. Doordat de vegetatie onder de panelen een bijdrage levert aan de natuur kan deze melk vallen onder het keurmerk ‘Planet Proof’, van de Stichting Milieukeur. Deze duurzamere melk geeft de melkveehouder een betere prijs voor zijn melk. Het plangebied voor de zonneweide is daarmee ook gekoppeld aan huispercelen van deze betrokken omliggende agrarische bedrijven. Het voorliggende plan betreft een innovatief concept die de impact van zonnevelden op de agrarische productieketen positief kan beïnvloeden, en de basis kan bieden voor toekomstige integratie van zonnevelden in de agrarische productieketen. Beplantings- en beheerplan Het ontwerp is nader uitgewerkt in het separaat bijgevoegde inrichtingsplan (‘Landschappelijk Inpassingsplan’). Hierin is ook de beplanting en het beheer nader uitgewerkt.

In figuur 4 volgt de overzichtstekening van het inrichtingsplan (een goed leesbare overzichtstekening is opgenomen in het bijgevoegde inrichtingsplan). Figuren 5, 6, 7 en 8 betreffen enkele visualisaties van de huidige en de toekomstige situatie.

16

Vlowijker Zonneweide

Figuur 4: Weergave overzichtstekening inrichtingsplan (en goed leesbare overzichtstekening is opgenomen in het separaat bijgevoegde inrichtingsplan). Een inrichtingstekening is separaat bijgevoegd.

Figuur 5: Huidig beeld vanaf de Werkhovenseweg

Figuur 6: Visualisatie van de boomgaard aan de noordzijde van het plangebied, ter hoogte van de Werkhovenseweg. Het zicht op het zonneveld wordt weggenomen door een haag en boomgaard.

Figuur 7: Huidig beeld vanaf de Achterdijk, ter hoogte van nummer 60.

18

Vlowijker Zonneweide

Figuur 8: Visualisatie van de landschappelijke inpassing van de zonneweide (vanaf de Achterdijk). Deze wordt uit het zicht genomen met behulp van een landschappelijke haag.

2.3.5 Bouw De bouw van het project zal waar mogelijk gedaan worden met lokale partijen. De start van de bouw is afhankelijk van de vergunningen. Het leggen van de panelen en plaatsen van o.a. de transformatoren zal enkele maanden in beslag nemen. Om het park aan te sluiten op net zullen de nodige aanpassingen moeten worden gedaan, deze werkzaamheden kunnen in een normaal scenario 0,5 á 1 jaar in beslag nemen. 2.3.6 Operationeel Zodra de zonneweide gerealiseerd is zal het beheerd gaan worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook het monitoren van het zonneveld en diverse administratieve werkzaamheden. 2.3.7 Looptijd De looptijd van de zonneweide betreft 30 jaar. Hierna wordt de zonneweide ontmanteld.

3

3 BELEIDSKADERS 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan dit beschreven beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 13 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken.

Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld. Relevant voor de ontwikkeling van de zonneweide is dat de vraag naar elektriciteit zal blijven groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie moet voldoende ruimte gereserveerd worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (waaronder zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze bronnen hebben relatief veel ruimte nodig. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. De ontwikkeling van de zonneweide volgt de lijn van de SVIR en doet daarbij geen afbreuk aan de overige nationale belangen.

20

Vlowijker Zonneweide

3.2.2 Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • Project Mainportontwikkeling Rotterdam; • Kustfundament; • Grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • Defensie; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van een zonneveld past binnen de regels van het Barro en het Bro.

Wel moet worden afgewogen of de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe "Laddersystematiek" wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen. De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Het aanleggen van een zonneveld op de huidige agrarische percelen is geen nieuw stedelijke ontwikkeling.

Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State 1 blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke Zie: ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448, ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016: 465. ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:708.

1

ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt hierna wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie. 1.

Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat onder andere aangegeven in de Energieagenda van de Provincie Utrecht en in het coalitieakkoord van de gemeente Bunnik (klimaatneutraal in 2040). Zowel de provincie als de gemeente willen zich profileren als duurzame overheidsinstanties. Duurzame energieopwekking in de vorm van een zonneveld draagt bij aan deze behoefte en profilering. De gemeente Bunnik heeft als opgave voor 2022 maximaal 40 hectare en voor 2030 maximaal 70 hectare aan zonnepanelen in het veld te realiseren.

2.

Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken om te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn zonnevelden noodzakelijk. Dit is ook verwoord in het Coalitieprogramma van de gemeente Bunnik (40 hectare in de komende collegeperiode tot 2022). Voor een economisch rendabel zonneveld dat substantieel bijdraagt aan de duurzaamheidsopgave is een grote oppervlakte nodig die effectief gebruikt kan worden. Een zonneveld met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Bunnik. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Over het algemeen is er reeds bebouwing aanwezig of is de betreffende grond gereserveerd voor andere functies. Het plangebied van deze ontwikkeling ligt in het landelijk gebied, waarbij de realisatie financieel uitvoerbaar en inpasbaar is (ruimtelijk en landschappelijk). Het is financieel essentieel dat het zonneveld binnen een relatief korte afstand wordt aangesloten op het elektriciteitsnet, wat hier het geval is. Ook is het bijvoorbeeld van belang dat er weinig tot geen schaduw is, zoals in het voorliggende plangebied. Het zonneveld is goed te bereiken en het zicht voor omwonenden op de zonnepanelen kan, door een goede landschappelijke inpassing, worden geminimaliseerd.

De locatiekeuze is zorgvuldig tot stand gekomen. Zie hiertoe o.a. de separate bijlage ‘Toetsing locatiekeuze aan de Provinciale Verordening’). Het zonneveld wordt aangelegd voor de duur van 30 jaar, en wordt planologisch mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning. Aan het einde van de looptijd worden de percelen weer opgeleverd met de functie en bestemming zoals deze is verkregen.

3.

Het zonneveld moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden via een ontsluiting aan de Achterdijk, en daarnaast alleen op heel beperkte schaal ten behoeve van het beheer. Het zonneveld kan op een veilige manier worden ontsloten.

3.2.3 Energieakkoord voor duurzame groei In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief

22

Vlowijker Zonneweide

met afspraken voor de korte en middellange termijn. Eén van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het te realiseren zonneveld levert een bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 14% duurzaam opgewekte energie in 2020. 3.2.4 Rijk investeert in duurzame energie De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonneparken kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De subsidie-regeling vanuit het Rijk laat zien dat het Rijk dergelijke initiatieven voor het opwekken van duurzame energie stimuleert. 3.2.5 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de SVIR, Barro, de Bro. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in het Energieakkoord voor duurzame groei.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Energieagenda provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft de ambitie om in 2040 het grondgebied van de provincie klimaatneutraal georganiseerd te hebben. Het gaat hierbij niet alleen om CO2-reductie, maar ook om het onafhankelijk zijn van beperkt beschikbare fossiele brandstoffen. De ruimtelijke opgave hierbij is het ruimte bieden voor het duurzaam opwekken van energie en de mogelijkheden bieden om energie- of warmtevragende en energie- of warmteleverende functies bij elkaar te brengen. Een klimaatneutraal georganiseerd grondgebied in 2040 heeft naast CO2-reductie en onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen als bijkomend voordeel verbetering van de luchtkwaliteit en de kansen die dat biedt voor de leefbaarheid en het behoud van de fysieke leefomgeving. Bovendien bieden energiebesparing en opwekking van duurzame energie kansen voor de Utrechtse duurzaamheidseconomie. De opgaven voor klimaatneutraliteit zijn: • het energiegebruik sterk verminderen door besparingen en innovaties; • de energie die we nog nodig hebben duurzaam opwekken; • energie- of warmtevragende en energie- of warmteleverende functies bij elkaar brengen. De provincie moedigt elke vorm van energiebesparing, opslag en duurzame productie aan zolang de betreffende maatregel past binnen het einddoel: een klimaatneutrale provincie zonder uitstoot van schadelijke gassen.

De stimulerende rol richt de provincie op maatregelen die binnen de provincie opschaalbaar zijn of een significante rol kunnen hebben aan dit einddoel. De daadwerkelijke realisatie is afhankelijk van initiatieven vanuit de markt. Door initiatieven ruimtelijk te faciliteren en vanuit de provinciale economische visie op innovatiegebied te stimuleren, draagt de provincie bij aan de opgave voor klimaatneutraliteit op een wijze die past bij de kerntaken van

de provincie. De voor de provincie op dit moment belangrijkste duurzame energiebronnen zijn naast windenergie, bio-energie, en zonne-energie in veldopstellingen. Voor zonne-energie in veldopstellingen ziet de provincie primair kansen op niet-agrarische velden, zoals pauzelandschappen (op termijn voor stedelijke functies beoogde percelen). Plaatsing tezamen of in plaats van agrarische functies sluit de provincie niet uit. In landbouwkerngebieden blijft de landbouw het primaat hebben. Plaatsing in veldopstellingen kent een verscheidenheid aan opstellingsvarianten, zoals naast benodigde oppervlakte ook verscheidenheid in hoogtes, scheidingen en realisatie van aanvullende bebouwing. Om maatwerk te kunnen leveren wijst de provincie geen gebieden aan of af, binnen de kaders zoals hiervoor geschetst. Dit vraagt per locatie een goede ruimtelijke onderbouwing. Bij plaatsing in veldopstellingen hecht de provincie aan aansluiting aan bestaande bebouwde omgeving of hoofd infrastructuur en moet het initiatief passen bij de schaal van de bestaande bebouwde omgeving en het landschap. Dit leidt tot verschillende maatvoering in aansluiting op bedrijventerrein, grote stad, kleine kern of agrarisch bouwperceel. De realisatie van een zonneveld sluit aan bij de provinciale ambitie betreffende de opwekking van duurzame energie.

De provincie wil juist initiatieven stimuleren die een significante rol kunnen hebben in het behalen van het einddoel: een klimaatneutrale provincie. Het zonneveld ligt enigszins nabij de bestaande bebouwde omgeving en hoofdinfrastructuur, en aan de rand van ‘landbouwkerngebied’. Door een goede landschappelijke en natuurlijke inrichting tast het zonneveld hier de kernkwaliteiten van het landschap niet aan. Een goede landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting sluit juist aan op de bestaande kernkwaliteiten. Hierbij wordt aangesloten op de provinciale ‘Handreiking Duurzame energie ruimtelijk ingepast’. 3.3.2 Omgevingsvisie provincie Utrecht De Provinciale Staten van de provincie Utrecht hebben op 10 maart 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie beschrijft de provincie de doelen en ambities met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Deze zijn onderverdeeld in zeven beleidsthema’s: • Stad en land gezond. • Klimaatbestendig en waterrobuust. • Duurzame energie. • Vitale steden en dorpen. • Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar. • Levend landschap, erfgoed en cultuur. • Toekomstbestendige natuur en landbouw. Duurzame energie De provincie Utrecht heeft de ambitie om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik op te wekken uit hernieuwbare energiebronnen op eigen grondgebied. Uiterlijk in 2050 wil de provincie Utrecht CO2-neutraal zijn.

Om dit te bewerkstelligen moeten er alternatieven gevonden worden voor het energieverbruik van 100 Petajoule per jaar. Daarom stuurt de provincie aan op energiebesparing en energieopwekking/-gebruik uit duurzame bronnen, zoals water, wind en zon. Deze energietransitie moet klimaatverandering tegenwerken en leiden tot een duurzaam, betaalbaar energiesysteem voor de gehele bevolking. Dit vraagt onder andere om grootschalige veranderingen in diverse sectoren en opschaling van het gebruik van de huidige technieken voor energieopwekking en -besparing.

24

Vlowijker Zonneweide

De provincie benadrukt dat de doelstellingen niet gehaald worden met de kleinschalige opwek van duurzame energie, zelfs niet als alle geschikte daken in gebruik genomen worden. “Grootschalige opwek via windturbines met een groot vermogen en zonnevelden is nodig.” Het ruimtebeslag van dergelijke energieprojecten is fors. Daarom heeft de provincie bepaalde gebieden aangewezen die het meest geschikt zijn voor zonneweides. Deze zijn verbeeld op de themakaart Duurzame energie van de Omgevingsvisie en de themakaart zoekgebieden (figuren 5 en 6). In gebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Weidevogelkerngebieden is realisatie van zonnevelden alleen onder strenge voorwaarden mogelijk. Zonnevelden zijn niet mogelijk in Natura 2000-gebieden en Ganzenrustgebieden. In samenwerking met de regio’s U16, Foodvalley en Amersfoort is toegewerkt naar een regionale uitwerking van deze ambities en doelstellingen. De provincie Utrecht vindt het belangrijk dat deze duurzame energiebronnen op een zorgvuldige manier binnen het landschap ingepast worden, met oog voor de Utrechtse kwaliteiten en een bijdrage leveren aan andere doelen. Er moet een balans gevonden worden tussen de grootschalige opwek van duurzame energie en andere functies. Om de impact op het landschap te beperken streeft de provincie daarom naar aansluiting bij belangrijke landschappelijke structuren, zoals snel- en waterwegen.

Ook kan compensatie uitkomst bieden. Meekoppelkansen voor andere functies liggen bijvoorbeeld in bosuitbreiding of het tegengaan van bodemdaling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een grondgebonden zonneweide met een bruto oppervlakte van ruim 20 hectare (inclusief landschappelijke inpassing, e.d.). Deze zonneweide draagt met de opwekking van elektriciteit uit zonne-energie bij aan de provinciale doelstellingen voor 2030 om minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik op wekken uit hernieuwbare energiebronnen en om in 2050 volledig CO2-neutraal te zijn. Met voorliggend plan wordt voorzien in het meervoudig gebruik van de ruimte en aangesloten bij de provinciale doelstellingen en ambities.

Figuur 10: Themakaart duurzame energie (bron: Omgevingsvisie Utrecht).

Figuur 11: Kaart zoekgebieden zonnevelden provincie Utrecht (bron: Omgevingsvisie Utrecht).

26

Vlowijker Zonneweide

3.3.3 Interim Omgevingsverordening Utrecht De Interim Omgevingsverordening Utrecht is op 10 maart 2020 vastgesteld door de Provinciale Staten van provincie Utrecht. Het is een doorvertaling van de Omgevingsvisie naar concrete en juridisch ingekaderde regels. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Met de Interim Omgevingsverordening loopt de provincie vooruit op de Omgevingswet. In artikel 5.5 de Interim Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen ten aanzien van zonnevelden in het landelijk gebied. Deze zijn hieronder weergegeven.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan voor de Vlowijker Zonneweide past binnen de gestelde regelgeving van de provincie Utrecht. Onderstaand is beschreven op welke wijze het plan aan de voorwaarden uit artikel 5.5 Instructieregel zonnevelden voldoet. Ad 1. Toestaan zonneveld binnen vigerend bestemmingsplan a. In hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing is uitgebreid gekeken naar het ontstaan van het landschap, de historische verkaveling en de bestaande landschappelijke kwaliteiten. Deze analyse heeft als basis gediend voor het inrichtingsplan, welke separaat bij deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingediend. Met de aanleg van het zonneveld worden de bestaande waarden en kwaliteiten zo veel mogelijk behouden en versterkt, dit is beschreven in hoofdstuk 2.3.4. Zo worden er met de aanleg van het zonneveld verkavelingslijnen en doorzichten behouden. De openheid van het komlandschap blijft behouden en hier wordt ook rekening mee gehouden in de hoogte van de zonnepanelen. Daarnaast kent het inrichtingsplan een grote diversiteit aan randvegetatie en worden enkele ecologische oevers aangelegd ten behoeve van de versterking van natuurwaarden. b. De zonnepanelen worden op stellages geplaatst die in de grond verankerd worden doormiddel van minimale betonfundering (maximaal 50 cm diep). Tussen de

panelen onderling wordt voldoende ruimte gehouden zodat het water in de bodem kan infiltreren. In samenspraak met Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden is gekozen voor een ecologische oever. c. Na beëindiging van de exploitatiefase wordt het plangebied teruggebracht naar de huidige staat, zodat deze weer in gebruik genomen kunnen worden voor de daartoe bestemde functie. De bijgebouwen, kabels, hekwerk, etc. worden weggehaald en op een milieuvriendelijke manier verwerkt of gerecycled. Ad 2. Motivering bestemmingsplan a. Voorliggend document betreft een ruimtelijke onderbouwing van het initiatief. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt beschreven op welke wijze wordt voldaan aan de voorwaarden. b. De beeldkwaliteit van het gebied is gewaarborgd in het Landschappelijk inrichtingsplan. Dit plan is separaat bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd als separate bijlage. Het voorliggende plan past binnen het relatief grootschalige landschap, waarbij de kavelstructuren behouden blijven, en waar mogelijk worden versterkt door het toepassen van verschillende passende landschapselementen. Ook worden de constructies met zonnepanelen 1,65 meter hoog, wat relatief laag is. Hierdoor past deze ontwikkeling in het landschap ter plaatse. Zie voor een uitgebreide onderbouwing van de landschappelijke inpassing ook hoofdstuk 2.3.4.

van voorliggend onderbouwing en het inrichtingsplan welke separaat bij deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingediend. c. Een beschrijving van het omgevingsproces en de financiële participatie is te vinden in het separate participatiedocument, welke is toegevoegd als separate bijlage. d. Er is in het plan ruim aandacht voor dubbel ruimtegebruik. Binnen de zonneweide zal het gras worden gemaaid en gebruikt als voedselgewas wat ten goede komt aan huidige landbouwbedrijven. Het gemeentelijk beleid gaat verder niet in op kavelruil en landbouwstructuur. 3.3.4 Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen De planlocatie in het landschap Rivierengebied. In de Nota Ruimte van het ministerie van VROM zijn de kernkwaliteiten voor de verschillende Nationale Landschappen benoemd. Elke provincie heeft de opdracht gekregen deze kernkwaliteiten voor haar Nationale Landschappen nader uit te werken. De provincie Utrecht heeft in haar streekplanuitwerking (2008) de kernkwaliteiten voor het Nationaal Landschap Rivierengebied uitgebreid tot de onderstaande vier kernkwaliteiten: 1. schaalcontrast van zeer open naar besloten; 2. samenhangend stelsel van rivier - uiterwaard - oeverwal - kom; 3. samenhangend stelsel van hoge stuwwal - flank - kwelzone - oeverwal - rivier; 4. de Kromme Rijn als vesting en vestiging.

Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van Rivierengebied verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten n is opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen. Bij ontwikkelingen in het landschap van het Rivierengebied staat het waarborgen en ontwikkelen van de eigen identiteiten van de vijf deelgebieden centraal. Dit richt zich zowel op het goed tot uiting komen van de karakteristieke kenmerken langs de centrale ruggengraat, als van de geleidelijke overgangen tussen de deelgebieden. Het deelgebied dat op de onderhavige locatie van toepassing is, is 'De Kromme Rijn'. Dit is op de navolgende figuur 10 weergeven.

28

Vlowijker Zonneweide

Figuur 10: Uitsnede kaart deelgebieden Rivierenland, met daarop aangegeven het plangebied van het voorliggende zonneveld.

In essentie een slingerend landschap met de Kromme Rijn en provinciale weg als belangrijkste hedendaagse lijnen, voerend langs dorpen, boomgaarden, weilanden en akkers, met een grote variatie aan dwarsrelaties. Bijzonder is dat de rivier en de belangrijkste weg zich in de loop der eeuwen diverse malen verlegd hebben, wat herkenbaar is aan diverse oude rivierlopen en oude wegen met bebouwingslinten. Het Rivierengebied wordt gekenmerkt door de overgang van kleinschaliger gebied nabij de Heuvelrug naar de grootschaliger Houtense vlakte en het Eiland van Schalkwijk. Het gebied kent een langgerekte opbouw met verschillende deelgebieden rond een centrale ruggengraat. Zonnevelden passen weliswaar beter bij de kleinschaliger elementen, maar mogen niet conflicteren met de cultuurhistorische betekenis van landgoederen. Hiervoor is ook ruimte te vinden in de groene kamers in het gebied. Het rivierengebied kenmerkt zich door lange grote lijnen en enkele haakse korte lijnen. Zonnevelden in lijnopstelling passen hier beter dan in clustervorm. Bij de landschappelijke inrichting van het zonneveld is ingespeeld op de kernkwaliteiten van het landschap. Zo blijven de kavelstructuren behouden en worden deze waar mogelijk versterkt door het toepassen van verschillende passende landschapselementen.

3.3.5 Advies Energielandschappen Het Advies Energielandschappen, opgesteld door mevrouw I. Thoral, adviseur ruimtelijke kwaliteit van de provincie Utrecht (januari 2014), geeft een voorkeur aan voor plaatsing van zonnepanelen op bouwwerken. Bij plaatsing van panelen in zonnevelden is sprake van transformatie naar een nieuw type landschap. Het advies geeft aan dat functiecombinaties perspectief bieden om een nieuwe omgevingskwaliteit te creëren. Zonnevelden voegen zich beter in landschappen met opgaande beplanting dan open gebieden. Maar open gebieden zijn niet uitgesloten, omdat zonnevelden in de juiste verhouding, het juiste ontwerp en op de juiste plaats kunnen leiden tot nieuwe, maar nog wel passende, landschappen.

Het voorliggende plan past binnen het relatief grootschalige landschap, waarbij de kavelstructuren behouden blijven, en waar mogelijk worden versterkt door het toepassen van verschillende passende landschapselementen. Ook worden de constructies met zonnepanelen maar 1,50 meter hoog, wat relatief laag is. Hierdoor past deze ontwikkeling in het landschap ter plaatse. 3.3.6 Programma aanpak stikstofdepositie (PAS) Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. Wie iets wilde ondernemen waardoor mogelijk stikstof terecht komt in een Natura 2000gebied (beschermd natuurgebied), kon een natuurvergunning aanvragen via het PAS. Denk daarbij aan de aanleg van een weg, het uitbreiden van een veehouderij of industrie. Recent oordeelde de Raad van State dat het PAS niet meer gebruikt mag worden als basis voor toestemmingverlening. Doordat het PAS niet meer gebruikt mag worden als basis voor nieuwe ontwikkelingen is voor deze zonneweide gekeken naar de effecten van stikstof, op de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken ligt op circa 8,5 kilometer afstand van de toekomstige zonneweide. Voor de realisatie van de zonneweide is beperkt materieel noodzakelijk en het is aannemelijk dat de aanrijroute voor het bouwmaterieel het Natura 2000-gebied niet doorkruist.

Dit zorgt ervoor dat de effecten van stikstofdepositie gedurende de aanlegfase zeer beperkt blijven. Daarnaast wordt de beperkte stikstofdepositie van de aanlegfase en van de ontmantelingsfase ruim gecompenseerd doordat in de nieuwe (permanente) situatie, de belasting van het plangebied aanzienlijk wordt verminderd. Dit komt doordat de bewerking, productie (oogst) en bemesting achterwege blijven en een extensief beheer wordt toegepast. Op basis van bovenstaande onderbouwing wordt gesteld dat er, in het kader van stikstofdepositie, geen sprake is van een significant negatief effect op het dichtstbijzijnde gelegen Natura 2000-gebied. In februari 2020 is aanvullend een Aerius-berekening uitgevoerd (welke separaat is bijgevoegd). Conclusie is dat er sprake is van een niet significante stikstofdepositie. Dit betekent dat het gebruik van machines en inzet van vrachtwagens in zowel de bouwfase als de gebruiksfase geen invloed heeft op de instandhoudingsdoelen van N2000-gebieden. 3.3.7 Conclusie provinciaal beleid Het voorliggende ruimtelijke plan past binnen het provinciaal beleid. Het plan geeft invulling aan de verduurzamingopgave in is inpasbaar binnen de aangegeven landschappelijke kernkwaliteiten.

30

Vlowijker Zonneweide

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Regionale Energiestrategie In de eerste helft van 2019 wordt, naar verwachting, het nationaal Klimaatakkoord gesloten. Het is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). Het ontwerp van het Klimaatakkoord uit december 2018 bevat een samenhangend pakket aan maatregelen dat moet resulteren in een CO2-reductie van tenminste 49% in 2030 ten opzichte van het jaar 1990. Nederland is opgedeeld in 30 energie-regio’s op initiatief van gemeenten, provincies en waterschappen. Elke gemeente, provincie en ook hoogheemraadschap werkt op dit moment binnen deze regio’s samen met stakeholders aan een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. In de regio U16, blijkt uit onderzoek (energieanalyse), dat de energieopgave in 2050 bestaat uit 126 Pj. Uit onderzoek blijkt ook dat de regio U16 zijn energieverbruik zelf kan opwekken. De verwachting is dat iedere gemeente hier een substantieel deel van op zich moet nemen. Hoe dit er per gemeente uit komt te zien is nog niet duidelijk. Het realiseren van zonnevelden past in deze opgave.

Daarnaast is binnen de regio U16 afgesproken niet te wachten op de uitvoering van de RES, maar al zelf met initiatieven aan de slag te gaan. 3.4.2 Omgevingsvisie Kromme Rijngebied De Omgevingsvisie Kromme Rijngebied (vastgesteld op 30 maart 2017) heeft betrekking op een groot deel van het gezamenlijke buitengebied van de gemeenten Houten, Bunnik en Wijk bij Duurstede en heeft de status van een structuurvisie in de zin van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening. De visie geeft de richting aan waarin het gebied zich volgens de drie gemeenten zou moeten ontwikkelen. Het document vormt daarmee de basis voor de wijze waarop de gemeenten initiatieven in het gebied vanuit verschillende rollen benaderen en inhoudelijk beoordelen. Het plangebied ligt in het ‘Landbouwgebied van de oeverwallen’. Het is een groot deelgebied waar de Kromme Rijn het landschap gemaakt heeft. Eén van de kenmerken van het gebied zijn de grote open ruimtes. In de visie is aangegeven dat de gezamenlijke gemeenten de maximale ruimte voor alternatieve energie willen bieden. Hiermee worden ook nieuwe duurzame energiebronnen aangetrokken. Voorstellen met een ruimtelijke functionele impact op het gebied, zoals zonnevelden worden onderwerp van een maatwerkproces. De gemeente(n) wil(len) er aan meewerken, maar de bestaande gebiedskwaliteiten moeten wel meewegen in de besluitvorming.

Zoals eerder aangegeven is past de voorgenomen ontwikkeling binnen het bestaande landschap, omdat dit landschap zoveel mogelijk wordt gerespecteerd met het voorliggende plan, en het landschap ook wordt versterkt door gebiedseigen landschapselementen toe te voegen.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Duurzaamheidsprogramma Bunnik en Opgave klimaatneutraal Bunnik In december 2014 heeft de gemeenteraad het duurzaamheidsprogramma ‘Bunnik Duurzaam’ vastgesteld. Hierbij is de volgende visie geformuleerd: Duurzame ontwikkeling staat centraal. Dit houdt in dat Bunnik streeft in denken en handelen naar een harmonieus evenwicht tussen economie, gebruik van de aarde en sociale samenhang tussen mensen hier en elders in de wereld. Ook mag wat er aan ontwikkelingen binnen de gemeentegrenzen plaats vindt niet leiden tot negatieve gevolgen voor elders en later. De gemeente geeft daarbij het goede voorbeeld, legt verbindingen en stimuleert. We sluiten aan bij initiatieven, creativiteit, ondernemerschap en verantwoordelijkheid van inwoners, instellingen en bedrijven zelf. De visie is vertaald naar doelen. Hierbij zijn onder andere als doelen opgenomen dat de CO2 uitstoot op Bunniks grondgebied af moet nemen en dat er meer mensen in een duurzame leefomgeving moeten leven. In de ‘Opgave klimaatneutraal Bunnik’ (2018) is opgenomen dat het de gemeente in 2040 klimaatneutraal wil zijn (zoals ook in het Coalitieakkoord 2018-2022 is opgenomen). Hiervoor is het noodzakelijk dat op grote schaal duurzame energie wordt opgewekt, bijvoorbeeld door de realisatie van windmolens en zonnevelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bunnik&id=0ae5a482-59c7-4aea-b6e0-2ac35f7a1988