21-054 Bijlage 3.2 - Opbrengst-Atelier-2.pdf
Tekst van het document
Atelier 2 Denktank Bunnik 2040
31-03-2021
Dorpen: keuze 1
Dorpen: keuze 2
Buitengebied: keuze 6
Buitengebied: keuze 7
Gemeente Bunnik kiest voor een toekomstbestendige woonvoorraad: divers, energieneutraal, klimaatadaptief, levensloopbestendig en betaalbaar.
De gemeente Bunnik groeit, maar gaat slim om met de ruimte. Hierbij kiest Bunnik zowel voor inbreiding (waar mogelijk) als uitbreiding aan de randen, maar altijd met aandacht voor waardevol groen, bewegen en kindvriendelijkheid.
Het Bunnikse buitengebied is een plek waar natuur, agrarische productie, wonen en recreatie met elkaar in evenwicht zijn.
De structuren van de natuur en het (agrarisch cultuur-)landschap zijn leidend bij de ruimtelijke inrichting van toekomstige ontwikkelingen.
Grotere uitleglocatie(s) dragen bij aan de ‘eigen behoefte’ van woningzoekenden uit gemeente Bunnik, maar ook voor mensen uit de regio. Hierdoor groeit de gemeente.
De agrarische sector in het buitengebied kan niet verder groeien. Wel ruimte voor nevenactiviteiten. Denk aan toerisme, zorg, recreatie, educatie, verkoop aan huis.
Nieuwe ontwikkelingen (bijv. wonen, energie) volgen kenmerkende lijnen en structuren in het landschap.
Nieuwe plannen dragen bij aan diversiteit van de woningvoorraad en doorstroming. Specifieke aandacht voor starters en senioren. Ruimte voor flexibele en collectieve woonconcepten. Nieuwe plannen kunnen er anders uitzien dan de huidige woonwijken. Er zal meer gestapeld gebouwd worden. In het stationsgebied kan hoogbouw voorkomen. In bestaande wijken zijn woningeigenaren verantwoordelijk voor energiedoelen. Collectiviteit en tempo zijn niet vanzelfsprekend. Zonnepanelen op daken en energiebesparende maatregelen worden de standaard. biodiversiteit? natuurinclusief, natuurontwikkeling, doen we het niet allemaal voor inwoners??
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Haken en ogen, het is een pakket. Klimaat zaken zijn goed, maar hoogbouw vindt misschien niet iedereen goed.
Meer inwoners levert meer draagvlak voor voorzieningen en ambities.
In het dorp is een paar lagen toepasselijk, hoogbouw past wel in stationsgebied maar je zet de deur open, bang dat het uitbreid. Moet goed in beleid worden gedefinieerd! In elk gebied toepasselijke hoogtes.
Inbreiding biedt kansen voor duurzamere en gezondere mobiliteitsopties (ov, fiets, deelconcepten). Uitbreiding (bijv. Odijk-West) is sneller auto-afhankelijk.
Uitbreiding gaat ten koste van agrarisch gebruik.
Inbreiding is vaak complexer, duurder en duurt langer. Niet al het binnendorpelijk groen kan behouden blijven bij inbreiding.
Woningbouw moet voor levendigheid zorgen (dus verschillende doelgroepen)
Inbreiding vraagt soms herplaatsing van bedrijven.
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Gemeente heeft goud in handen met unieke kwaliteiten. Behoud die kwaliteiten dus ook! Zeker de groene buffer tussen Utrecht en Bunnik.
de mate van inbreiding en de mate van uitbreiding is de echte keuze een dorp blijft een dorp door het groen, ongeacht de hoogte van de woningen
Niet in de hele gemeente dezelfde regels voor uitbreiden: misschien meer ruimte laten richting Utrecht/ Houten en stricter richting Zeist/Wijk bij Duurstede.
CNV gebouw staat leeg, maar er wordt toch voor uitbereiding gekozen? Waarom? kan dat niet efficiënter? Ook in de regio word al heel veel uitbereiding gebouwd.
Groen bepaalt of een dorp een dorp blijft, ook bij een uitbreiding! Spelen, kindvriendelijkheid etc.
De regio bepaalt ook veel, we bestaan niet in een vacuum. Er is wel heel veel afstemming in REP bijvoorbeeld.
Conclusie groep 3 (Pieternella):
Conclusie groep 4 (Anne):
Conclusie groep 1 (Fred/ Charlotte):
Conclusie groep 2 (Gelinde/ Perihan):
Geen extra ruimte voor andere bedrijvigheid (niet-agrarisch, niet-recreatief) in het buitengebied.
Zelfstandigheid is heel belangrijk, voldoende massa is nodig. Automatisme is om voor inbreiding te gaan, maar niet wars van uitbreiding omdat opgaven zo groot zijn. Hele palet moet afgewogen wordt. A12: veel gezondheidsnadelen; overkappen (of geluidswal).
Conclusie groep 3 (Pieternella): houdt rekening met de ontwikkelingen in de regio en reageer daar adequaat op, altijd de unieke groene kenmerken van de gemeente in stand houden.
Recreatie werd belangrijk gevonden, maar de belangen van de agrariër zijn ook belangrijk
Inbreiden niet zien als bedreiging van de ruimte die we hebben.
Conclusie groep 1:
Als agrariërs wegtrekken zou dat milieutechnisch wellicht interessant zijn, misschien is het voor hen ook beter? MAAR kan je dat echt van ze vragen?
Versterken recreatieve kracht: moeten we dan niet juist inzetten op recreatie en daar ruimte voor moeten maken: grotere campings? mits groen ontwikkeld?
Er moet groen tussen de gemeentelijke uitbreidingen blijven. Geen groot regionaal woongebied van maken
De mensen moeten onderling met elkaar in evenwicht zijn
Zie agrariers ook als beheerders van het landschap en waardeer ze ook daarnaar.
Waarom evenwicht met recreatie en wonen in buitengebied? Wonen en recreatie moeten wel mogelijk zijn, maar agrarisch aspect en natuur zouden boventoon moeten voeren.
Willen we evenwicht terugkrijgen, dan moeten we meer natuurwaarden creeëren. (vooral ten zuide van A12)
Verzilveren recreatieve potentie kan alleen als het niet verrommelt.
Stelling ok, maar uitgangspunten formuleren: van welke unieke kenmerken gaan we uit? Breng die in kaart.
Recreatieve druk komt sowieso vanuit regio en biedt ook kansen om dit economisch uit te nutten. Liever de recreatiedruk benutten dan zonne-druk.
Stelling neigt naar 'zero sum' denken: ene ontwikkeling gaat per definitie ten koste van iets anders. Kunnen we de ruimte niet meervoudig gebruiken? Bijvoorbeeld natuurinclusieve agrariërs versterken zowel de agrarische waarden als de natuurwaarden. Natuur heeft ook rust nodig, kijk bijv. naar landgoed Beverweert. Bepaalde plekken aanwijzen die rust nodig hebben. Meer plekken opstellen biedt ook kansen op betere spreiding (wat kansen oplevert om andere plekken aan te wijzen die rustig kunnen blijven).
Het landschap is dynamisch en niet statisch: nieuwe ontwikkelingen (o.a. kringlooplandbouw, klimaatadaptatie) versterken de kwaliteit van het landschap of geven dit nieuwe betekenis. Duurzame energieopwekking vindt geclusterd plaats. We kiezen voor een eenheid in beeld (en dus niet voor een veelheid aan verschillende energieoplossingen in het landschap).
We zijn trots op het Kromme Rijngebied, maar ingrijpen is niet nieuw. Identiteit en meerwaarde moet blijven. Goed om naar het landschap te kijken. Dynamiek gaat niet in tegen aanhouden van landschappelijke structuren. Het kan elkaar juist versterken. Duurzaamheid en toekomstgerichtheid mogen ook geïnspireerd worden door het verleden.
Vroeg lag zo 'romantisch' aan Koningslaan, je kunt ook ten onder gaan aan eigen succes.
Het burgje is best wel mooi, deel oude landschap komt terug. Het is wel kleinschalig, een groter gebied heeft meer impact. Nieuwe ontwikkelingen moeten goed aansluiten op het dorp, kracht van Odijk is het dorp: iedereen kent elkaar, dorps karakter. Naam kersenweide werkt wel, Odijk west zit wel ingebakken.
Agrarische sector garandeert ook groene identiteit.
Wel kansen benutten om wandelbaarheid en fietsbaarheid en fijnmazigheid vergroten. Ook station Bunnik benutten als uitvalsbasis.
Conclusie groep 4:
Groep 2
Groep 1 Het is niet zwart wit, mooi als je structuur kunt gebruiken. Huidige structuur is ook ooit ontstaan, mensen pasten zich aan aan het landschap vanzelfsprekend. Maar of het echt leidend moet zijn.... het moet wel een wijk voor de toekomst worden. Dat is misschien wel belangrijker.
Woningbouwlocaties liggen zo dicht mogelijk tegen bestaande dorpen, om het buitengebied zo min mogelijk te belasten.
Conclusie groep 3: groep is het hier mee eens, er is wel behoefte aan duidelijkheid over de gevolgen. Graag de kwaliteiten in kaart brengen en meervoudig ruimtegebruik stimuleren als dat de recreatieve-, natuur-, en agrarische waarden versterkt.
Conclusie groep 2:
Groep 4
Concrete invulling van activiteiten mist nog
Maatschappelijk vraag aan agrariërs om meer te doen aan biodiversiteit. Kijkend naar 2040 is er een vraag naar biodiversiteit en toerisme.
Wonen in het buitengebied biedt ook kansen voor natuur ontwikkeling. Geen kleine dorpskerntjes. Geen versplintering van bebouwing.
Groep 3
Ruimte bieden aan voormalige agrarische bebouwing en nieuwe functies daarvoor
Wat is evenwicht? kwart per thema? in km2? Nee waarschijnlijk niet in grondgebied. Dan heb je niet genoeg ruimte voor woningen als je niet 8 hoog wil bouwen. Misschien is harmonieus een beter woord.
Natuur en milieuvriendelijke lokale agrarische producten mogen meer verbonden worden aan educatie
inbreidingslocaties zijn veel woningen die niet goedkoop duurzaam te maken zijn; sloop/ nieuwbouw en dan verdichten.
Conclusie groep 4 (Anne): Eerst goed inbreidingsmogelijkheden onderzoeken; niet te snel en makkelijk tot uitbreiding overgaan. Maar ook de opgaven en realiteit niet ontkennen: daar kan uitbreiding ook aan bijdragen.
Groep 2
Er is hoop voor een verduurzamingsslag in de agrarische sector
en-en nodig: opgaven zijn zo complex en opgaven zijn zo groot. Integrale blik nodig. Burgje levert al enorme potentie. Realiteit.
Nieuwbouw hoeft geen autos aan te trekken!
Conclusie groep 2 (Gelinde/ Perihan):
Recreatieve functie buitengebied ook belangrijk voor regio. Daarom eerst inbreiding.
Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) krijgt andere nieuwe functies, zoals wonen, zorgboerderijen of (niet-agrarische) ondernemingen binnen het recreatieve profiel.
Paardenweide, langs Krommrijn: niet gebruiken om in te breiden.
Meer mensen zorgt ook voor levendigheid!
Conclusie groep 1 (Fred/ Charlotte):
Inbreiding eerst, buitengebied is ook nodig voor andere functies.
Recreatieve ondernemingen in het buitengebied zijn klein tot middelgroot. Voor grootschalige huisjesparken of campings is geen plek.
provinciale weg die door dorp loopt levert nu veel overlast op, als dat afgeschaald wordt, levert mooie potentiele ontwikkellocaties op.
Echter per dorp bekijken of inbreiding of uitbreiding toepasselijk is.
Klimaatadaptief is belangrijk, water goed infiltreren, biodiversiteit en natuur is in deze keuze op z'n plek. Mag uitgewerkt worden.
Eens met inbreiding, oneens met uitbreiding. Zuinig zijn op groene identiteit. Eerst inbreiden, uitbreiden kan altijd nog.
Wonen in (de buurt van) het buitengebied betekent af en toe overlast van agrarische activiteiten. Boeren moeten tegelijkertijd rekening houden met meer partijen.
Groep 1
Conclusie groep 1:
Groep 3
levert wel vaak dilemma's op (structuren volgen of bijv. zonnepanelen uit het zicht houden)
Niet alleen de landschappelijke structuren zijn belangrijk bij ontwikkelingen maar juist de identiteit van het dorp en de mensen. Provinciale weg graag omleggen voor verbetering verbinden. Misschien ook een school in nieuwe wijk
Dakoppervlak eerst benutten voordat we zonneweides plaatsen in buitengebied. Ook goed naar andere alternatieven.
Zo dicht mogelijk tegen dorp aan bouwen erg moeilijk: stevig inzetten op verleggen op N229 om dit mogelijk te maken. Zonnepanelen op bedrijfslocaties: grote dakoppervlakten stimuleren dat bedrijven daarin investeren. Kan gemeente visie op ontwikkelen.
Groep vindt het vanzelfsprekend dat dit zou moeten, maar erkent dat het nog niet overal gebeurt. Wil dit dus graag vastleggen in Omgevingsvisie.
Gebruik archeologisch onderzoek en cultuurhistorische waardenkaarten als basis voor het erkennen van de structuren.
Combinatie landbouw/ landschap/energie: Bunnik heeft waardevol buitengebied. Dichtbij het buitengebied wonen is belangrijk aspect van gemeente Bunnik. Buitengebied niet teveel industrialiseren: niet verrommelen. Als je wat wilt ontwikkelen (bijv. woningbouw) langs de lijnen (water en natuurlijke lijnen). Met zonnevelden zet je ook dingen op slot.
Conclusie groep 3: wordt belangrijk gevonden door de groep, ziet dit ook graag terug in omgevingsprogramma's/ omgevingsplannen.
Conclusie groep 2:
Groep 4 Openheid, watergangen (Krommerijn) goed als die leidend zijn. Maar kun je dit vasthouden, gezien de opgaven? Hangt er heel vanaf welke structuren je als leidend neemt: infrastructuur of gevolgen ruilverkaveling: die hoeven wellicht niet behouden blijven. Wellicht wel gebruiken om landschappelijke structuren te versterken. Maar noodzaak om energie (zon en wind) wordt zeker onderkend. Windmolens bijv. langs A12. Vanuit LTO: pleidooi voor agrarische sector. Als agrarisch gebied opgedeeld wordt (VAB's tot wonen, wandelpaden etc.) is onhandig voor agrarische sector. Voorstel om recreatie te clusteren zodat agrarische mogelijkheden overeind blijven. Boeren mogelijkheden bieden om windmolens neerzetten; winwin om boeren opbrengst te geven die in het gebied blijft. Bij stoppende boeren: grond beschikbaar maken voor natuurbeheer. Gemeente kan meer sturen op: energieoogsten + agrarisch natuurbeheer.
Buitengebied van Werkhoven moeite met duurzame energie, maar hebben kleinere stem.
Conclusie groep 4:
Dorpen: keuze 3
Dorpen: keuze 4
Dorpen: keuze 5
Buitengebied: keuze 8
De gemeente Bunnik geeft voorrang aan duurzame mobiliteit.
Gemeente Bunnik zet in op vitale dorpscentra met voldoende voorzieningen en ruimte voor ontmoeting.
Gemeente Bunnik vergroot de aantrekkingskracht voor de kennisintensieve sector (stationsgebied, nabij Utrecht Science Park) en dienstverlening (overige werklocaties).
Het Bunnikse buitengebied is een plek die positief bijdraagt aan de gezondheid van mens, dier en bodem.
Er komen meer prikkels om andere manieren van vervoer dan de auto te stimuleren. Denk aan een lagere parkeernorm, betaald parkeren, meer/betere fietsroutes, betere ovbereikbaarheid, deelauto’s.
Groep 1
Niet voor elke woning zal een parkeerplaats zijn. ‘Doorrijdbaarheid’ voor auto’s is niet op alle plekken vanzelfsprekend. Er komen meer elektrische laadpalen (auto en fiets) in het straatbeeld. Duurzame mobiliteit is ruimtebesparend, dus laat meer ruimte voor groen, bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Bij nieuwe woninglocaties wordt sterk ingezet op duurzame mobiliteitsopties (ov-bereikbaarheid, snelfietsroutes (voor elektrische fiets), deelconcepten) en krijgt de auto niet langer een hoofdrol.
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Veel gezinnen met 2 auto's. Praktische haalbaarheid is een probleem. Er komen meer elektrische auto's, waar laten we deze auto's? suggestie: parkeerkelder met meerdere lagen
Voorzieningen worden slim geclusterd op bereikbare plekken (zoals in de kern Bunnik). Dit leidt tot een hoogwaardiger aanbod dan door te spreiden over de verschillende dorpen. Ook meer kansen voor het behouden van kleiner, specialistisch aanbod aan winkels.
Groep 1
Niet alle dorpen hebben alle voorzieningen.
voor jongeren is er bijv geen sportschool maar is wel wenselijk. dit soort voorzieningen zouden jonge mensen kunnen aantrekken
Autoluwe dorpscentra vergroten de aantrekkelijkheid. ‘Parkeren voor de deur’ past hier niet bij (o.a. De Meent, centrum Bunnik). Wat is belangrijk voor een ontmoetingsplek? Zijn voorzieningen of activiteiten een randvoorwaarde, of kan een goede openbare ruimte ook volstaan (Werkhoven)?
Wat doen we met de provinciale weg? In 2040 opheffen betekent meer positieve mogelijkheden om duurzame mobiliteit te verbeteren.
Niet per se een eigen auto. Gemid. 95% staat stil. Hebben we alle auto's nodig?
Groep 2
houden we het 3 kernen beleid vast, liever niet. in elk dorp moet een passend aanbod zijn, passend bij de gemeenschap van elk dorp. Is er iets mogelijk om te doen met de kerken? Wat zorgt voor betekenis in elk dorp? bij de supermarkt moet je wel goed kunnen parkeren, autoluw is aantrekkelijk maar vergeet de parkeer problem. parkeerveiligheid is heel belangrijk. En laadpalen voor toekomstgerichtheid!
Goed voor de gezondheid: betere luchtkwaliteit, meer bewegen, eerder fiets pakken
voorzieningen mogen tussen de kernen onderling verdeeld worden, jongeren hebben minder "moeite" met verschillen tussen dorpen kijken eerder naar afstand van huis
Wat gaan we concreet nastreven als het gaat om duurzaamheid? #hoedan
Inbouwen dat er ongeorganiseerde plekken zijn in de gemeente voor bewegen, spelen en ontmoeten
Conclusie groep 1:
Conclusie groep 2: realiteitswaarde van de stelling. #hoedan? Niet per se om bezit maar gebruik.
Conclusie groep 3:
Conclusie groep 4:
Conclusie groep 2: behoud de bestaande voorzieningen voor alle inwoners en investeer in voorzieningen voor specifiek pubers. Ook inbouwen van ongeorganiseerde plekken in de gemeente.
Voor pubers is er weinig tot geen plekken in de gemeente Uitdaging voor de gemeente om gevarieerd woningaanbod te creeren voor startende gezinnen en studenten Hebben we zicht op behoeften van pubers? Willen ze meer sporten/ bewegen, ontmoeting, culturele activiteiten etc.
Groep 3
Gebruik ook de directe omgeving van het dorpscentrum (Bunnik met de rug naar Kromme Rijn) Positief tov autoluwe centra. Centrum van Bunnik is nu sfeerloos, dat zou een eerste stap zijn. Zorgen over parkeerdruk, op zondag komt men uit de regio winkelen vanwege gratis parkeren. Hoe gaan we daar mee om?
Uitgaansgelegenheid in welke vorm dan ook is wenselijk. Werkhoven kroeg weg, wel nog het Wapen. Naast sporten ook erg belangrijk
Wat is de definitie van slim clusteren?
Voorzieningen voor jongeren en ouderen in eigen dorpskern op peil houden!
Voorzieningen in stand houden door te clusteren mag, maar alleen op voorwaarde dat bereikbaarheid voor iedereen gegarandeerd is.
Generaties met elkaar verbinden
Conclusie groep 3: groep erkent dat niet alle voorzieningen in alle dorpen kunnen, stelt dan wel voorwaarde aan inclusieve bereikbaarheid. Kijk ook naar mogelijkheden om omgeving van centra aantrekkelijker (dorpsplein Bunnik openen naar Kromme Rijn) te maken zodat er meer voorzieningen kunnen voortbestaan
Groep 4
Leefbaarheid van dorpen gebaat bij ontmoetingsmogelijkheden. Nu iedereen eigen clubje in Werkhoven, slimmer combineren levert robuustere ontmoetingsplek op. Werkhoven heeft nog aantal voorzieningen
Voorzieningen voor kleine kinderen ontbreken. Voor grotere dingen moet je naar Houten. Dus clusteren zeker belangrijk. Specialistische zaken hebben het moeilijk. Sturen op commerciele voorzieningen is moeilijk. Ons gedrag laat zien dat we makkelijk naar Zeist gaan.
De kennisintensieve economie vraagt om ‘meervoudige bereikbaarheid’. Dit vraagt investeringen in het stationsgebied. Vraagt investeringen in aantrekkelijkheid, uitstraling en gebruikskwaliteit stationsgebied. Als Bunnik ook aan de zuidkant van het station/A12 groeit, vraagt dit een omslag in het soort bedrijvigheid in de A12-zone (Kosterijland) en ook uitplaatsing. Andere werklocaties zijn er nauwelijks; verplaatsen we deze bedrijvigheid naar andere gemeenten? Of geven we ruimte voor een nieuw kleinschalig bedrijventerrein? Innovatieve bedrijvigheid en start-ups vereisen een aanbod van kleine en betaalbare verhuurbare units. Dit leidt tot veel wisselingen. Voor ruimte-extensieve bedrijvigheid en industrie is minder ruimte in Bunnik, ook op bedrijventerreinen.
Sociaal/maatschappelijk clusteren is verstandig. Die hebben prioriteit t.o.v. winkels. Inbreiding biedt kansen voor draagvlak en clusteren biedt kansen voor nieuwe uitwisselingen tussen verenigingen.
Groep 1
Groep 2
green business club is al goed bezig. Kijken hoe je bestaande terreinen groener kunt maken. Ook uberhaupt goed om "eigen" bedrijven te betrekken bij ontwikkelingen. Ga uit van eigen kracht en kijk minder naar USP. We hebben wel mooie bedrijven in bunnik.
er zijn veel nieuwe mensen bij gekomen (met name in bunnik) via hen is de connectie met usp er wel degelijk. het past wel bij bunnik om niet sterk in te zetten op zware industrie innerlijke structuur van gemeente versterken en nieuwe mensen kansen geven om dichtbij huis te kunnen wonen en werken. daardoor ook minder autoverkeer diversiteit onder bedrijven is ook aantrekkelijk. niet alleen maar hoogopgeleiden. Lagere of middelbare beroepsopleidingen zoeken ook werk in de regio en bunnik. Deze mensen versterken de innerlijke structuur van gemeente.
Op sociaal gebied clusteren per kern, zoals dorpshuizen: elke kern een dorpshuis. Sport is ander verhaal; die op grotere schaal clusteren zodat er meer overeind kan blijven.
Ook maatschappelijk voorzieningen zijn nu verspreid (bijv. gemeentehuis): compacte en herkenbare kern.
waarom bedrijven wegsturen? Niet kwartetten bij gemeentes onderling.
Ook huren meebewegen.
Conclusie groep 1: versterk innerlijke structuur dus welke mensen en bedrijven heb je nodig om zelf sterk en vitaal te zijn.
Conclusie groep 2:
Groep 3
Groep 4
Bunnik heeft veel 'schone' industrie, heeft belangrijke functie voor werkgelegenheid. Eventueel langs Rijksweg buffers maken.
Onderscheid maken tussen de kernen Odijk, Bunnik en Werkhoven. Kern Bunnik=USP, Werkhoven=vooral kleinere ondernemers actief. heeft daarmee een andere karakter dan bijv. kern Bunnik
Soort bedrijvigheid: zzp'ers, timmerman, fotograaf, freelancers, bestaande en nieuwe amb. Soort bedrijven in postcodegebieden per kern onderzoeken
Wat heeft Bunnik aan de kennisintensieve sector? Wel interessant om creativiteit naar binnen te halen. Levert aantrekkingskracht op nieuwe, jonge doelgroepen, dynamisch. Bunnik is nu wat ingedut. dus mag wel wat meer reuring.
Vergroot aantrekkingskracht: willen we van buitenaf halen of investeren in huidige ondernemers? Willen we nog meer aantrekken is de vraag?
Groei van Bunnik moet samen opgaan met nieuwe bedrijven, dan zijn dit soort bedrijven aantrekkelijk. Maar waar moeten die komen? Juist voor kleinere bedrijven is wel nog ruimte. Stationsgebied logische plek, maar vraagt betere voorzieningen en aantrekklijkheid.
Balans tussen kennisinhoud van mensen en bedrijvigheid
In hoeverre heb je invloed op het aantrekken van die doelgroep? Trekken we ons als Bunnik niet een te grote broek aan om hierop te sturen?
Er zijn nu lege gebouwen/ terreinen in Odijk bijvoorbeeld, hoe hiermee om te gaan? De ligging van Bunnik langs spoor en snelweg maakt de verbinding met USP mogelijk. De infrastructuur bestaat er.
Conclusie groep 3:
Hoe krijg je relatie met USP goed? Dat vraagt goede, aantrekkelijke fietsroute. Vraagt iets op mobiliteit.
Geen USP 2.0
Kan kansen opleveren om niet hele stationsgebied te verdichten met woningen, maar meer de mix op te zoeken.
Werken aan een duidelijk profiel
Stationslocatie makkelijke inbreidingslocatie, mix is belangrijk voor dynamiek.
Conclusie groep 4: Kennisintensieve sector is interessant om in te zetten voor de dynamiek en mix (in stationsgebied) en nieuwe doelgroep aan te trekken. Goede mobiliteitsrelatie met USP (bijv. fiets) is dan randvoorwaardelijk. Werkgelegenheid is belangrijk om te behouden.
Het buitengebied nodigt uit tot bewegen. Bijvoorbeeld door meer en veilige(re) routes voor langzaam verkeer (wandelen, fietsen), inclusief een fijnmaziger netwerk door agrarisch gebied. Dit vraagt ruimte en samenwerking met agrariërs. Groenblauwe verbindingen krijgen de ruimte en dragen bij aan de biodiversiteit, wat soms ten koste gaat van agrarisch gebruik. Betekenisvolle plekken (o.a. cultuurhistorie) worden beter verbonden en toegankelijk gemaakt. Dit levert mogelijk ook meer drukte op. Het buitengebied is een plek voor een duurzame agrarische sector. Van de aanwezige boeren vraagt dit (een omslag tot) een duurzaam en klimaatrobuust bedrijfsmodel. Groen groeit mee met de groei aan inwoners. Wanneer de gemeente Bunnik groeit, (bijv. via uitleglocaties) wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van groen om de natuurwaarden te behouden. Nieuwe ontwikkelingen moeten natuurwaarden compenseren.
Conclusie groep 1:
Conclusie groep 2:
Groep 1
Groep 2
waarom zo eens met de stelling: stap zelf ff op de fiets. duidelijk toch?
Wandelmogelijkheden creëren biedt kansen voor vitale dorpen. Bijv. Werkhoven Kromme rijn pad, veel natuur/ groen. kijk ook naar gebieden rondom zonnevelden
winkels, energie op camping, boeren zien, koeien zien grazen. De diversiteit in het buitengebied nodigen uit tot bewegen. het wordt ineens rustig als je bunnik in fietst, helemaal vergeleken met omringende gemeentes. Jonge mensen hebben ook rust nodig. Het is bijzonder om dat in hartje nederland rust is. dus geen windmolens.
Groep 3
Groep 4
Naast investeren in kwaliteit in groen bij groei, ook kwantiteit (groen definiëren als bos of natuurgroen, geen agrarisch groen).
Opbergen van water voor droge tuinen Definieren van kwaliteit in groen.
Biodiversiteit in opkomst en doorzetten van wat er nu al gebeurt Hoe zorg als gemeente voor bereikbaarheid en voldoende parkeerplekken/ mogelijkheden in samenspraak met gemeente Utrecht en USP
Conclusie groep 3: groep is het in grote lijnen eens met de keuze, ziet wel graag dat bij groei van inwoners, investeringen in groen ook in kwantiteit komen, niet alleen in kwaliteit.
Conclusie groep 4: