CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 99 (bijlage) Toelichting wijziging APV 2021 - APV 2022.docx

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021, eerste wijziging ; Gemeenteblad 2021/99 (versie 2)1.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting wijziging APV 2021 APV 2022. Bijlage bij raadsvoorstel 2021/99 1. Invoering specifiek lachgasverbod Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). 2. Maatregelen tegen misbruik van -jeugdige- prostitué(e)s.

Naar aanleiding van controles op mensenhandel, in het bijzonder in de prostitutiebranche, wordt geconcludeerd dat het zeer wenselijk is om als gemeente te beschikken over instrumentarium gericht op bescherming van -jeugdige- prostitué(es). We willen meer kunnen doen tegen misbruik. Omdat de behandeling van het Wetsvoorstel regulering sekswerk, die op dit thema ziet, stilligt, gaan we in afwachting van de inwerkingtreding van die wet, toch alvast lokaal enkele zaken regelen. Dit doen we door de artikelen 3:8a en 3:16 in onze APV op te nemen. Artikel 3:8a. Leeftijd en verblijfstitel prostitué(e)s; verbod werken voor onvergunde seksinrichting 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostitué(e) die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostitué(e) voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; 1

b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostitué(e) verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksinrichting is verleend. Met dit voorschrift wordt – net als voor de exploitant van een seksinrichting – een leeftijdseis voor prostitué(e)s geïntroduceerd. Met name jonge prostitué(e)s zijn vatbaar voor en slachtoffer van misstanden als dwang, misbruik en mensenhandel zijn. Bovendien zijn prostitué(e)s van 21 jaar en ouder weerbaarder dan zeer jonge prostituees en is de kans groter dat ze over een startkwalificatie beschikken, waarmee de eventuele economische druk om te kiezen voor de prostitutie lager is en bovendien een eventuele gewenste uitstap vergemakkelijkt wordt. Het stellen van een leeftijdgrens wordt als passend en noodzakelijk middel beschouwd om deze misstanden te bestrijden. Daarmee is het onderscheid naar leeftijd objectief gerechtvaardigd door een legitiem doel. Bovendien zijn de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk. Hierdoor levert het onderscheid naar leeftijd geen strijd op met het verbod van leeftijdsdiscriminatie.

Uit het tweede lid volgt dat de exploitant moet voorkomen dat er bij zijn bedrijf prostitué(e)s werkzaam zijn die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt. Daarnaast mag ook van de prostitué(e) worden verlangd dat hij/zij een bijdrage levert aan sanering van de seksbranche. Als de prostitué(e) bewust ervoor kiest om in strijd met de leeftijdseis aan de slag te gaan of om te werken in de illegale prostitutie, dan moet ook hij/zij daarvoor aansprakelijk kunnen worden gehouden (derde lid). Artikel 3:16. Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostitué(e) van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij/zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksinrichting is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op of aan een andere openbare plaats gebruik te maken van de diensten van een prostitué(e). Dit artikel richt zich niet tot exploitanten of prostitué(e)s, maar tot hun (potentiële) klanten en is daarmee complementair aan enkele andere bepalingen van hoofdstuk 3, die zich richten tot de exploitant en de prostitué(e). Kort gezegd is het verboden om gebruik te maken van de diensten van een prostitué(e) die werkzaam is in het illegale circuit.

Het in het eerste lid opgenomen verbod kan enkel aan de klant worden tegengeworpen voor zover hem enig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld als de seksuele handelingen (zullen) plaatsvinden in een kennelijk onvergunde seksinrichting, hetgeen uit de wijze van adverteren kan worden afgeleid. 3. Wijziging artikel 2:78 APV inzake woonoverlast Een wijziging van artikel 151d, eerste lid, van de Gemeentewet, waarbij de zinsnede «aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven» vervalt, betekent dat we diezelfde wijziging doorvoeren in artikel 2:78 in de APV. De burgemeester kan een gedragsaanwijzing opleggen aan de verhuurder als deze zich niet, of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder. De burgemeester kan dit direct doen en hoeft daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Eerder kon een 2

gedragsaanwijzing al aan verhuurders worden opgelegd, als hun huurders niet waren ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Denk aan toeristen en arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven. Nu is het ook mogelijk voor alle verhuurders, ongeacht wel of geen BRP-inschrijving van hun huurders. Dus ook voor huisjesmelkers en uitzendbureaus die panden verhuren en waar huurders ernstige en herhaaldelijk overlast veroorzaken. Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratiepersonen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan bij schending van deze zorgplicht aan de overtreder een last onder bestuursdwang of onder dwangsom opleggen. Daarbij kunnen aanwijzingen worden gegeven over wat de overtreder doet of nalaat om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van zijn bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij: a. ernstige en herhaalde geluid- of geurhinder; b.

ernstige en herhaalde hinder van dieren; c. ernstige en herhaalde hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in de woning of op het erf aanwezig zijn; d. ernstige en aanhoudende overlast door vervuiling of verwaarlozing van de woning of het erf; e. intimidatie van derden vanuit de woning of op of vanaf het erf. 4. Heling. Art. 2:67 Voor het tegengaan van heling wordt binnen SVBBL het project Digitaal Opkopers Register (DOR) en Digitaal Opkopers Loket (DOL) uitgevoerd. In het DOL schrijven opkopers zich digitaal als zodanig in. In het DOR moeten zij de gegevens noteren van producten die zij opkopen en verkopen. Momenteel mogen zij dit nog schriftelijk bijhouden. Voordeel van het digitale systeem is dat de politie direct kan controleren op geregistreerde gestolen goederen. In het kader van het project gaan we de ondernemers informeren en hen stap voor stap meenemen in de overgang. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister. 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in het Digitaal Opkopers Register (DOR) en daarin op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c.

een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. een duidelijke kleurenfoto van een goed dat geen of een onleesbaar uniek serienummer, of een ander herleidbaar uniek kenmerk, bezit; e. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en f. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 1. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 2. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 3

5. Verduidelijking artikel 6:5. Overgangsbepalingen 1. Besluiten of daarop genomen bezwaarschriften, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 1. Besluiten die van kracht waren op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021 en waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, dan wordt daarop deze verordening toegepast.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=51958707-d766-4ba4-92ca-e7a60effe059