Raadsvoorstel 98 (bijlage) Victoriapark_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting__202356042__
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Bijlagen bij de toelichting -
Victoriapark Gemeente Brunssum
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij de toelichting -
Victoriapark Gemeente Brunssum
IDN-nummer:
NL.IMRO.0899.BpVictoriapark-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
7 november 2023
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Ontwerpkaders beeldkwaliteit
6
Bijlage 2
Vooronderzoek bodem
16
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
47
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek warmtepompen
121
Bijlage 5
Infiltratieonderzoek
186
Bijlage 6
Aerius-berekening stikstofdepositie
206
Bijlage 7
Verkennend onderzoek natuurwaarden
290
Bijlage 8
Nader onderzoek natuurwaarden
316
Bijlage 9
Parkeerstudie
332
Bijlage 10
Aanvulling akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
337
bestemmingsplan Victoriapark
3
4
bestemmingsplan Victoriapark
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Victoriapark
5
Bijlage 1
6
Ontwerpkaders beeldkwaliteit
bestemmingsplan Victoriapark
Ontwerpkaders voor de gewenste beeldkwaliteit:
Zijde Kerkstraat: WEL Historisch gegroeide variatie en kleinschaligheid zoveel mogelijk benaderen in het nieuwe gevelbeeld.
NIET Geen sobere, uniforme “saaie” gevels in langgerekte, gelijkvormige bouwblokken .
Afwisseling in bouwhoogtes aanbrengen, met een variatie in kapvormen (plat, schuine kap, setback). Bouwhoogtes kunnen variëren tussen 3 en 5 bouwlagen vanaf aansluitend maaiveld, waarbij een vijfde bouwlaag een duidelijke bijdrage moet leveren aan de gewenste variatie en diversiteit in gevelbeeld.
Geen strakke, gelijkvormige langgerekte kapvormen in dezelfde bouwhoogte.
Verdiepingshoogte begane grond mag hoger zijn dan woonverdiepingen
Huidige gemiddelde kavelbreedte aanhouden als nieuwe traveemaat/gevelindeling voor de in te passen nieuwbouw. Afwisseling in traveematen wordt positief ontvangen, waardoor variatie in woningoppervlakken wordt bereikt.
Geen herhaling van langgerekte traveematen en eentonige gevelbeelden.
De verschillende fases uitvoeren in onderlinge diversiteit qua vormgeving en gevelbeeld, maar ook diversiteit en eigen identiteit in elke fase
Bouwblokken in stap 1, 2 en 3 niet in gelijke vormgevingsstijl uitvoeren.
Zoveel mogelijk de huidige voorgevelrooilijn aanhouden en bij voorkeur inpandige loggia’s met zeer beperkt uitkragende balkons toepassen.
Geen grote uitkragende balkons en grote gevelsprongen toepassen.
Kopgevels gelegen aan toegangen/trappen Geen “dode” kopgevels toepassen zonder oriënteren op trappartij met voldoende relatie met aangrenzend gebied. gevelopeningen en bijpassende functies (verblijf en ontmoeten) Materialisatie van nieuwbouw afstemmen in harmonische samenhang met de bestaande gevarieerde gevelmaterialisatie.
Beperkte toepassing van sterk afwijkende en moderne gevelmaterialisatie
Zijde Stadstuin WEL Nieuwe bouwblokken met tweezijdige oriëntatie/voorgevel, enerzijds naar de Kerkstraat anderzijds naar de Stadstuin
NIET Geen achterkanten situeren aan de parkzijde
Meer vrijheid en diversiteit in gevelbeeld is toegestaan met een open en informeel karakter
Geen eentonige, langgerekte en gelijkvormige gevelbeelden met een formeel karakter
Meanderende en meer plastische parkwand met gevelsprongen in diepte en hoogte
Geen eentonige, langgerekte en gelijkvormige gevels aan het park
Afwisseling in bouwhoogtes aanbrengen. Bouwhoogtes kunnen variëren tussen 3 en 5 bouwlagen vanaf aansluitend maaiveld, waarbij een vijfde bouwlaag slechts incidenteel in het gevelbeeld toegepast mag worden (bijvoorbeeld als setback of maisonette) onder de voorwaarde dat dit een duidelijke bijdrage levert aan de gewenste variatie en diversiteit in gevelbeeld. Centrale ontsluitingscorridor met een bijzondere ruimtelijke kwaliteit van en in de tussenruimte, waarbij directe daglichttoetreding gegarandeerd moet zijn.
Geen langgerekte, gelijkvormige bouwblokken en kapvormen in gelijke bouwhoogtes
Meer vrijheid in traveemaat en korrelgrootte dan aan Kerkstraat zijde
Geen toepassing van langgerekte, gelijkvormige gevelblokken in gelijke traveematen
Meer afwisseling in terrassen, loggia’s, balkons, gevelsprongen en hoogtesprongen toepassen
Geen eentonige, strakke gevelbeelden
Meer vrijheid en variatie in moderne materiaaltoepassing, verduurzaming en vergroening van de gevels in afstemming op parkinrichting
Geen stenige, harde en kille materiaaltoepassing (ook ter voorkoming van hittestress).
Versterking van de ontmoetingsfunctie in het park door dag-horecafunctie toe te voegen
Geen overlastgevende horecafunctie toestaan
Aanwezige blinde muren camoufleren met bebouwingselementen en groenaankleding. Dit geldt ook voor de wanden van de trappartijen. Parkeergarage ondergronds uitvoeren, zonder al te veel beperkingen voor groeninrichting van
Geen blinde muren en kopgevels in het zicht. Geen bovengrondse parkeergarage.
Geen gesloten traditionele galerijontsluiting.
het park. Deze parkeergarage mag ook plaatselijk onder de nieuwe bebouwing gesitueerd worden.
De nieuwe horeca/ontmoetingsfunctie zodanig positioneren dat de blinde muur uit het zicht wordt onttrokken en de bouwmassa uitvoeren in een bijzondere architectonische vormgeving als uitnodigend “kopelement” van het parkgebied
Geen traditionele, stenige bouwmassa maar toepassing van natuurlijke materialen en vloeiende vormen.
N.B. Een toekomstige groene verbinding tussen de 1e en 2e fase (noordzijde KerkstraatKoutenveld) moet gegarandeerd blijven en mag niet beperkt worden door bebouwingselementen e.d. in de 1e fase (bestaande uit stap 1, 2 en 3). De parkinrichting van de Stadstuin dient deskundig en professioneel ontworpen te worden door een landschapsarchitect in onderlinge afstemming op de nieuwe gevelbeelden/parkwanden met oog voor duurzaamheid, waterberging, ecologisch evenwicht, veiligheid, hittestress etc.
Opties doorsnedes:
3 bouwlagen rechtstreeks in bestemmingsplan toegestaan. Bouwlaag 4 en/of 5 via een afwijkingsprocedure (binnenplans bestemmingsplan).
REFERENTIEBEELDEN Kerkstraat:
REFERENTIEBEELDEN Stadstuin:
Corridor:
Referentiebeelden Trappartijen:
Referentiebeelden horecavoorziening:
Bijlage 2
16
Vooronderzoek bodem
bestemmingsplan Victoriapark
Vooronderzoek Victoriapark te Brunssum MA210697.R01.V1.0 8 december 2021
Vooronderzoek Victoriapark te Brunssum Documentnummer MA210697.R01.V1.0 8 december 2021
Opdrachtgever Gemeente Brunssum Postbus 250 6440AG Brunssum
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Adviseur
Caroline Mariotti
Projectleider milieu
Tim Nowottka
MA210697.R01.V1.0
Paraaf
2 van 16
Inhoud 1
Inleiding ......................................................................... 4
2
Vooronderzoek ..............................................................5
2.1
Algemeen
5
2.2
Situering onderzoekslocatie
5
2.3
Historie
6
2.4
Vergunningen
7
2.5
Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie
7
2.6
Niet gesprongen explosieven (NGE)
11
2.7
Archeologie
11
2.8
Terreininspectie
11
3
Conclusies .................................................................... 13
3.1
Bodem
13
3.2
Asbest in bodem
15
3.3
Onderzoekshypothese en -strategie
15
Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie Bijlage 3 Overzicht verzamelde gegevens en bronnen Bijlage 4 Situatietekening
MA210697.R01.V1.0
3 van 16
1 Inleiding Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van Gemeente Brunssum een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Victoriapark in het centrum van Brunssum, met name het gebied tussen de Schiffelerstraat, de Kerkstraat en Koutenveld. Aanleiding voor dit vooronderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van het Victoriapark, dat deel uitmaakt van het plangebied centrum Brunssum (bestemmingsplan “Doorsteek Centrum”). De ontwikkeling heeft betrekking op het gebied tussen Koutenveld, Schiffelerstraat en Kerkstraat te Brunssum. Hierbij zijn in een eerste fase (fase 1a en 1b) de winkel en woningbouw aan de zijde van het Koutenveld en winkels met woningen op de locatie van de voormalige Albert Heijn, gerealiseerd. De fase waar onderhavig vooronderzoek betrekking op heeft, betreft de ontwikkeling van de nieuwe doorsteek/winkelstraat met name het Victoriapark. Doelstelling van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Onderhavig milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017).
Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V. en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NENEN-ISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven, conclusies en eventueel aanbevelingen geformuleerd.
MA210697.R01.V1.0
4 van 16
2 Vooronderzoek 2.1 Algemeen Het vooronderzoek is conform NEN 5725 verricht waarbij een locatie-inspectie is uitgevoerd en gegevens over de locatie zijn opgevraagd. De methode van gegevens verzamelen ten aanzien van asbest staan beschreven in de NEN 5725:2017. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen. Voor het vooronderzoek is aangesloten bij de strategie voor de aanleiding A ''Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek''. In onderstaand schema is de aanpak van het vooronderzoek beschreven, inclusief de vindplaats in dit rapport. Aanleiding
Paragraaf 2.1
Afbakening onderzoeksgebied
Paragraaf 2.2 en bijlage 1 en 4
Verzamelen informatie/onderzoeksaspecten
Paragrafen 2.2 t/m 2.8
Beantwoorden onderzoeksvragen
Hoofdstuk 3
Indelen deellocaties
Hoofdstuk 3
Hypothese en onderzoeksstrategie
Hoofdstuk 3
Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie,
een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging.Het
vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het gebied gelegen tussen de Kerkstraat, Schifferstraat en Koutenveld en omvat de doorsteek van het centrum en het Victoriapark te Brunssum. In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 4 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Adres locatie
Victoriapark te Brunssum
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 17.8340 m2
Maaiveldhoogte
Circa 79,15 m + NAP
X-coördinaat, Y-coördinaat
X: 196.142, Y: 328.712
MA210697.R01.V1.0
5 van 16
2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat de eerst raadpleegbare kaart dateert van 1850. In deze periode bestaat de onderzoekslocatie uit heide en haar omgeving uit heide en bosrijk gebied. De Kerkstraat ten oosten is aanwezig, alsook de Schiffelerstraat ten zuiden van de locatie. In de zuidoostelijke hoek van de locatie zijn bomen/boomgaard waar te nemen. Vanaf 1925 is de vijver ten zuidoosten van de locatie waarneembaar. In deze periode is de eerste bebouwing zichtbaar langs de Kerkstraat. Ook de boomgaard is nu duidelijk te onderscheiden ter plaatse van de zuidoostelijke hoek van het plangebied, grenzend aan de onderzoekslocatie. De boomgaard verdwijnt omstreeks 1936. Vanaf 1936 breidt de bebouwing uit in de omgeving van de onderzoekslocatie. In de directe omgeving worden woonwijken gerealiseerd en de Wilhelminastraat wordt aangelegd. Eveneens is de eerste bebouwing aanwezig op de onderzoekslocatie, gelegen aan de zijde van de Kerkstraat. Er loopt tevens een weg op de onderzoekslocatie (zuidoostelijk terreindeel). Tussen 1960 en 1965 bevindt zich zuidwestelijk en grenzend aan de onderzoekslocatie een fabriek (wasmachinefabriek). Vanaf 1965 is de fabriek buiten gebruik gesteld. Ca. 2017 breidt de bebouwing ten westen en grenzend aan de onderzoekslocatie uit.
Omstreeks 2018 is een deel van de bebouwing ten zuiden/zuidwesten van de onderzoeklocatie gesloopt. In 2019 is hier (ten zuiden van de locatie) nieuwbouw gerealiseerd (woningen en winkels). Momenteel bestaat de locatie uit oude woningen, winkelpanden en parkeerplaats. De onderzoekslocatie bevindt zich in het centrum van Brunssum en is omringd door infrastructuur, parkeerplaatsen en bebouwing. Enkele uitsneden van historisch kaartmateriaal zijn opgenomen in onderstaande Figuur 2.1. 1900
1945
1972
2000
Figuur 2.1: uitsneden historische kaarten
MA210697.R01.V1.0
6 van 16
2.4 Vergunningen Voor de onderzoekslocatie zijn geen gegevens betreffende vergunningen in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, Bouwvergunningen, Sloopvergunningen of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verstrekt dan wel niet bekend/aanwezig door/in de geraadpleegde bronnen. Uit de geraadpleegde bronnen (o.a. BOOT-archief) blijken geen gegevens die duiden op de aanwezigheid van één of meerdere tanks op de onderzoekslocatie.
2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.2 staat de bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld. Tabel 2.2: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en -kwaliteit Bodemopbouw Diepte in m-mv
Omschrijving
Opmerkingen
[0 - 3,5]
Formatie van Boxtel, tweede en
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met
vierde zandige eenheid
weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
[3,5 - 15,5]
[> 15,5]
Kiezeloöliet
Formatie,
tweede
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand,
zandige eenheid
met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor bruinkool
Kiezeloöliet Formatie, tweede kleiige
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en
eenheid
midden zand, met weinig bruinkool en fijn en grof zand en een spoor grind
Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater
Circa 62,24 m + NAP / Circa 16,91 m-mv
Stromingsrichting grondwater
Westelijk
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Eendjesvijver ca. 320 cm ten zuidoosten
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Nee
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Nee
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie
Breuken uit Regis en breuken watervoerend pakket 2, gelegen op de locatie (noorwestelijk/zuidoostelijk)
MA210697.R01.V1.0
7 van 16
Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Kenmerk, datum
Omschrijving
d.d. 24.06.2014
Nota bodembeheer Grond Brunssum 2014
Bodembeheergebied
Brunssum, Landgraaf
Bodemfunctieklasse
Wonen
Ontgravingsklasse
Bovengrond (0-0,5 m-mv): Wonen Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): AW2000
Bodemonderzoeken ter plaatse van onderzoekslocatie Kenmerk, datum
Omschrijving
Antea Group,
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
418234.81,
Centrumplan fase 1 te Brunssum
d.d. 15.12.2017 Aanleiding tot het onderzoek zijn werkzaamheden aan de elektriciteitskabel en de gasleiding.
In de grond zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie, zink en PAK aangetoond. De gehalten van de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd.
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grond is geen asbest aangetoond.
Het grondwater bevindt zich ruimschoots dieper dan de voorgenomen werkdiepte en is derhalve niet onderzocht. Geonius,
Verkennend onderzoek
MA140116.R01,
Doorsteek centrum Brunssum
d.d. 25.09.2014 Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van een gedeelte van het centrum van Brunssum.
Het asfalt van de parkeerplaats van de supermarkt is op basis van de PAK marker en analyse als teervrij te kwalificeren. Dit asfalt komt in aanmerking voor hergebruik. De toegangswegen en de parkeerplaats aan de Schiffelerstraat bevat een teerhoudende laag. Dit asfalt komt niet in aanmerking voor hergebruik.
De zandige fundatielaag bevat licht verhoogde gehalten aan kobalt en/of PAK, barium, cadmium, koper, nikkel, PCB’s en minerale olie.
De lemige bodem bevat plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan PCB’s dan wel lood. De zandige bodem onder de verharding van de parkeerplaatsen en weg bevat licht verhoogde gehalten aan PCB’s en minerale olie. De ondergrond (ca. 0,5-2,0 m-mv) bevat geen gehalten van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde.
In enkele panden aan de Kerkstraat is zichtbaar asbestverdacht materiaal aanwezig. Hiermee dient rekening worden gehouden bij het eventueel slopen van de panden. Op het maaiveld binnen de onderzoekslocatie is geen asbest aangetroffen. In de opgegraven grond zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen anders dan in de vorm van sporen (<1%)
MA210697.R01.V1.0
8 van 16
baksteen. Op basis van de mate van bijmengingen (<1%) en het historisch gebruik, is het niet aannemelijk dat asbest in de bodem aanwezig is in significante gehalten. Geonius,
Historisch vooronderzoek
MA110300,
Bestemmingsplan “doorsteek Centrum” te Brunssum
d.d. 11.08.2011 Aanleiding voor dit historisch vooronderzoek vormt de bestemmingsplanwijziging/herontwikkeling van het gebied.
Na uitvoering van onderhavig historisch onderzoek, als aanvulling op een eerder door Geonius Milieu B.V. uitgevoerd historisch vooronderzoek (MA-90154; d.d. 12 mei 2009) kan worden geconcludeerd dat kan worden aangesloten bij de conclusies gesteld ten tijde van het voorgaande onderzoek. Er zijn geen aanvullende gegevens bekend met betrekking tot het (niet onderzochte) terreindeel.
In zijn algemeenheid kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, PAK en minerale olie kunnen worden verwacht.
Ter hoogte van de Kerkstraat 53-59 zijn tijdens eerder uitgevoerd bodemonderzoek sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en aromaten aangetroffen die kunnen worden gerelateerd aan de aanwezigheid van een voormalig tankstation. Deze verontreinigingen bevinden zich enerzijds niet ter plaatse van de onderhavige alsook de toenmalige onderzoekslocatie en anderzijds is de grondwaterstromingsrichting (verwacht ca. 8,0mmaaiveld) van de onderzoekslocatie af.
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt, vooralsnog, dat de volgende hypothese voor de onderzoekslocatie van toepassing is: ”Onverdacht kleinschalige; kleinschalige verkaveling/wisselend gebruik” van toepassing op deellocaties waarvoor geen belastende bronnen/activiteiten voor asbest in bodem zijn te verwachten op basis van het vooronderzoek. Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie Kenmerk, datum
Omschrijving
Geonius,
(ten zuiden van onderhavige locatie, ten westen van Schiffelerstraat nr. 6)
BUS 2018-058 2018/56729,
BUS evaluatieverslag
d.d. 23.08.2018
Kerkstraat-Koutenveld-Schiffelerstraat te Brunssum
De bodemsanering is uitgevoerd om de locatie geschikt te maken voor het beoogd toekomstig gebruik, namelijk appartementen met winkels.
Op basis van het verkennend bodemonderzoek (kenmerk: Geonius Milieu B.V.; MA180153.R01; d.d. 12 april 2018 (onderdeel van de BUS-melding)) en het bijgaand evaluatieverslag, waarbij is vastgesteld dat de saneringsdoelstelling is bereikt, zijn de percelen Brunssum, sectie D, nummer 4590 en 4592, vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt gemaakt voor het beoogd gebruik. Er is 290 m² ontgraven tot een diepte van 4,0 m ten opzichte van het huidige maaiveld.
MA210697.R01.V1.0
9 van 16
Tijdens de graafwerkzaamheden is meer grond ontgraven waardoor de saneringscontour groter geworden is , dan gemeld in de BUS-melding. Er is vastgesteld dat is ontgraven tot <NT voor
de
putwanden.
De
putbodem
voldoet
aan
de
terugsaneerwaarden
de
saneringsdoelstelling is hiermee bereikt.
Geonius,
(ten zuiden van onderhavige locatie, ten westen van Schiffelerstraat nr. 6)
BUS 2018-058 2018/27943,
BUS sanering
d.d. 20.04.2018
Kerkstraat-Koutenveld-Schiffelerstraat te Brunssum
Op de onderzoekslocatie is de bodem plaatselijk sterk verontreinigd met minerale olie (diesel of HBO (huisbrandolie)) (Geonius, MA180153.R01, d.d. 12 april 2018).
Ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde is hier van toepassing. Er zal 180 m² grond ontgraven worden tot een diepte van 4,0 m ten opzichte van het huidige maaiveld. Geonius,
(ten zuiden van onderhavige locatie, ten westen van Schiffelerstraat nr. 6)
MA180153.R01,
Verkennend en nader onderzoek
d.d. 12.04.2018
Schiffelerstraat (vml. nr. 8) te Brunssum
Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de eigendomsoverdracht van de locatie.
Op de onderzoekslocatie is de bodem plaatselijk sterk verontreinigd met minerale olie (diesel of HBO (huisbrandolie)). Uit de resultaten blijkt dat de olieverontreiniging in horizontale zin is afgeperkt. De oppervlakte waarover de olieverontreiniging voorkomt is ca. 180 m². De olieverontreiniging is tevens in verticale zin afgeperkt (maximale diepte). De maximale verontreinigingsdiepte bedraagt 4,0 m- maaiveld. De omvang van de gehalte aan olie boven de interventiewaarde wordt geschat op ca. 350 à 400 m³, oftewel ca. 600 à 700 ton. Het geval is waarschijnlijk ontstaan voor 1987. Op basis van de Wet bodembescherming is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
De bovengrond en ondergrond zijn verder niet verontreinigd met de onderzochte componenten.
Er is geen asbest aangetoond in de bodem op de onderzoekslocatie.
In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aan zware metalen, vluchtige aromaten en minerale olie aangetroffen, alsmede een matige verontreiniging aan per. (De concentratie per die verhoogd is ten opzichte van de tussenwaarde werd niet verwacht, gezien de historie en het gebruik van het terrein. Een mogelijk bron hiervoor vormt een voormalige chemische wasserij die heeft gelegen op de Kerkstraat 13 (voormalige Wasserij Palthe). Er is geen sprake van een mobiele verontreinigingssituatie. Geonius,
(ten zuiden van de onderhavige locatie, hoek Raadhuisstraat en de Schiffelerstraat)
MA-100173.R1,
Verkennend bodemondezoek
d.d. 15.02.2011
Schiffelerstraat 15-17 te Brunssum
Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de aanvraag van een
MA210697.R01.V1.0
10 van 16
bouwvergunning.
Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat zowel de bovengrond (00,5 mmv) als de ondergrond (0,52,0 mmv) niet verontreinigd Is met de onderzochte componenten. In het opgehoorde materiaal zijn geen bodemvreemde bijmengingen of asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Opgemerkt wordt dat het onderzoek naar asbest niet conform NEN5707 en BRL SIKB 2000, protocol 2018, is uitgevoerd, omdat het maaiveld niet inspecteerbaar was vanwege de aanwezige klinkerverharding.
In de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn nog meerdere (niet in tabel beschreven) bodemonderzoeken uitgevoerd. Enkel de voor onderhavig onderzoek relevante en meest recente bodemonderzoeken zijn hierboven beschreven. Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat ter plaatste van de onderzoekslocatie globaal genomen de grond maximaal licht verontreinigd is met minerale olie, zware metalen PAK en PCB’s. In of op de grond zijn tijdens voorgaande onderzoeken zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel zijn asbestverdachte bouwmaterialen ter plaatse van de panden visueel vastgesteld. Uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat in de nabijheid van de onderzoekslocatie plaatselijk een sterke verontreiniging met minerale olie aanwezig was (ten westen van Schiffelerstraat nr. 6). De verontreiniging is gesaneerd (afgegraven tot terugsaneerwaarden). Verder is de grond in de omgeving plaatselijk maximaal licht verontreinigd met PAK. Het grondwater blijkt tevens plaatselijk licht verontreinigd met zware metalen, vluchtige aromaten en minerale olie.
2.6 Niet gesprongen explosieven (NGE) De onderzoekslocatie is niet gelegen in een gebied dat verdacht is voor “niet gesprongen explosieven”.
2.7 Archeologie Uit de archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart van de gemeente Brunssum blijkt dat de onderzoekslocatie gelegen is in een gebied waarvoor een lage archeologische verwachting geldt.
2.8 Terreininspectie Een terreininspectie betreft een indicatieve inspectie van de locatie gericht op het huidige gebruik en kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging en het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Tijdens het locatiebezoek zijn het maaiveld en de daarop aanwezige bouwwerken en objecten indicatief geïnspecteerd. Op 21 oktober 2021 is door mevr. C. Mariotti een terreininspectie uitgevoerd. Momenteel bestaat het plangebied, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, uit nieuwe en oude woningen, winkelpanden en parkeerplaats.
MA210697.R01.V1.0
11 van 16
De onderzoekslocatie bevindt zich in het centrum van Brunssum en is omringd door infrastructuur, parkeerplaatsen en bebouwing. De onderzoekslocatie kan onderverdeeld worden in 2 deellocaties namelijk het binnenterrein en de panden/bebouwing ter plaatse. De Schiffelerenstraat, ten zuiden van de locatie, is volledig beklinkerd en in gebruik als winkelstraat. Hier bevindt zich laagbouw (2 verdiepingen), waarin winkels en woningen zijn gevestigd. Op de hoek van de Schiffelerstraat en de Koutenveld bevindt zich het Jan Akkermansplein, dat deels beklinkerd is en in gebruik als openbare ruimte/terras en deels begroeid (struikgewassen/aanplanting). Via dit plein is er langsheen een beklinkerde doorgang, toegang tot het binnenterrein van de locatie. Het binnenterrein bestaat voornamelijk uit parkeerplaatsen. Hier is de bodem deels braakliggend, deels begroeid (gras, struiken) en deels verhard met (plaatselijk gebroken) asfalt, klinkers tegels of kiezel. Ten westen bevinden zich nieuwbouwappartementen (bouwjaar ca. 2017) (gelegen aan de Koutenveld). Oostelijk op het binnenterrein zijn enkele oude gebouwen aanwezig. Aan de oostzijde van de locatie bevinden zich tevens de achtertuinen met bijhorende panden, gelegen aan de Kerkstraat. De Kerkstraat ten oosten van en grenzend aan de onderzoekslocatie is beklinkerd en in gebruik als winkelstraat.
Er bevinden zich voornamelijk winkels op de begane grond en woningen op de volgende verdiepingen. Enkel de bebouwing/panden (winkels en woningen) maken deel uit van de onderzoekslocatie. Enkel de openbare ruimte van de locatie is momenteel vrij toegankelijk. De terreininspectie is beperkt gebleven tot deze vrij toegankelijke terreindelen. Er heeft geen inpandige inspectie alsmede geen inspectie van de niet publiek toegankelijke achtertuinen plaatsgevonden. Uit vroegere gegevens (voorgaande bodemonderzoeken), blijken ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten, uitgezonderd voormalige HBO-tanks (horende bij de panden gelegen aan de Kerkstraat). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de onderzoekslocatie mogelijk tot het leefgebied van beschermde vleermuizensoorten behoort. Tijdens het terreininspectie is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie op de bodem niet waargenomen. Echter, er zijn wel asbestverdachte bouwmaterialen waargenomen ter hoogte van de bebouwing/panden.
MA210697.R01.V1.0
12 van 16
3 Conclusies Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van Gemeente Brunssum een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Victoriapark in het centrum van Brunssum, met name het gebied tussen de Schiffelerstraat, de Kerkstraat en Koutenveld. Aanleiding voor dit vooronderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van het Victoriapark, dat deel uitmaakt van het plangebied centrum Brunssum (bestemmingsplan “Doorsteek Centrum”). De ontwikkeling heeft betrekking op het gebied tussen Koutenveld, Schiffelerstraat en Kerkstraat te Brunssum. Hierbij zijn in een eerste fase (fase 1a en 1b) de winkel en woningbouw aan de zijde van het Koutenveld en winkels met woningen op de locatie van de voormalige Albert Heijn, reeds gerealiseerd. De fase waar onderhavig vooronderzoek betrekking op heeft, betreft de ontwikkeling van de nieuwe doorsteek/winkelstraat met name het Victoriapark. Doelstelling van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Onderhavig milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017).
3.1 Asfalt Uit het vooronderzoek blijkt dat het aanwezige asfalt na 1994 is aangelegd. Om deze reden is het noodzakelijk om te onderzoeken of het asfalt teerhouden is en vast te stellen wat de hergebruikmogelijkheden van het asfalt zijn. Hiertoe wordt het PAK-gehalte van het asfalt bepaald en getoetst aan de maximale samenstellingswaarde uit het Besluit bodemkwaliteit. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens CROW publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt, juni 2015) en BRL 9320 (Bitumineus gebonden mengsels). In deze richtlijnen zijn eisen aangegeven voor de acceptatie van asfaltgranulaat. Op basis van het vooronderzoek en een visuele inspectie van het te frezen/ op te breken weggedeelte worden eventueel te onderscheiden vakken aangegeven. Naast het “gewone” wegvak dient rekening gehouden te worden met “bijzondere weggedeelten” vakken zoals bushaltes, opstelvakken, reparatievakken, naden, etc. In onderstaande Tabel 3.1 is het minimum aantal boringen per onderzoeksvak aangegeven. Tabel 3.1: minimum aantal boringen per onderzoeksvak Situatie
Minimum aantal boringen per onderzoeksvak
Asfalt dat geheel of gedeeltelijk vóór 1995 is aangelegd Onderzoeksvak < 100 m2
1
Onderzoeksvak < 500 m2
2
Onderzoeksvak ≥ 500 m2
1 per (gedeelte van) elke 500 m2 +1 extra per onderzoeksvak
Asfalt dat volledig na 1994 is aangelegd (het werk wordt beschouwd als één onderzoeksvak)
MA210697.R01.V1.0
13 van 16
Onderzoeksvak < 1.000 m2 Onderzoeksvak
≥ 1.000 m2
2 1 boring per (gedeelte van) elke 1.000 m2 +1 extra per onderzoeksvak
Bij zeer grote homogene asfaltoppervlakten (≥ 10.000 m2) is een verminderde onderzoeksinspanning van toepassing.
Bij het plaatsen van de boringen dient volgens CROW publicatie 210 rekening te worden gehouden met onderstaande zaken: •
Als het vak een rijstrook betreft moet de helft van de kernen in de rijsporen en de andere helft buiten de rijsporen worden geboord.
•
Het boren van de asfaltkernen wordt uitgevoerd met een boor met een diameter van minstens 100 millimeter.
•
De asfaltboringen moeten worden doorgezet tot minstens 10 centimeter onder de opgegeven onderzoeksdiepte, maar bij voorkeur tot de onderzijde van het asfalt.
•
De locatie van de asfaltkernen moet worden vastgesteld (bij voorkeur in x- en y-coördinaten) én worden vastgelegd ten opzichte van vaste referentiepunten met een afwijking van maximaal 20 centimeter.
In onderstaande Tabel 3.2 is het minimum te analyseren asfaltanalyses volgens CROW publicatie 210 en BRL 9320, d.d. 24 april 2009, weergegeven. Tabel 3.2: analysestrategie asfalt Hoeveelheid vrijkomend potentieel teervrij asfalt per onderzoeksvak
Minimum aantal analyses
Gehele werk na 1994 aangelegd èn in de PAK- detectorproef
0 analyses
0 -25 ton (alleen indien hele werk < 25 ton)
0 analyses
0-200 ton
1 analyse
200-1.000 ton
2 analyses
1.000-2.000 ton
3 analyses
Elke 2.000 ton meer
1 analyse extra
Op de kernen is een laagdiktebepaling proef (RAW 77.1) en PAK-detectorproef (RAW 77.2) uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken is in eerste instantie bepaald of sprake is van voldoende homogeen asfalt. Indien dit niet het geval is dienen mogelijk aanvullende kernboringen en laagdiktebepalingen en PAKdetectorproeven worden uitgevoerd. Vervolgens dienen PAK in asfalt analyses te worden ingezet om de samenstellingswaarden te bepalen. Conform de CROW publicatie 210 dient bij het samenstellen van de mengmonsters met de volgende zaken rekening te worden gehouden: •
Monsters mogen worden samengesteld uit ten hoogste 3 verschillende lagen, als deze in één keer kunnen worden gefreesd.
•
Per monster mag materiaal van maximaal 3 verschillende boorkernen gebruikt worden.
•
De dikte van het asfaltpakket dat in één (meng)monster mag worden verzameld (totaal van de 3 kernen) bedraagt maximaal 20 centimeter.
•
Als meerdere boorkernen in een onderzoeksvak overeenkomstige lagen bevatten, hoeven niet alle boorkernen bemonsterd te worden. Wel moet asfalt uit de verschillende lagen in het monster aanwezig zijn.
3.2 Bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie verdacht is voor bodemverontreiniging naar aanleiding van volgende verdachte activiteiten ter plaatse:
MA210697.R01.V1.0
14 van 16
•
Voormalige wegen gehele onderzoekslocatie;
•
Voormalige tanks ter plaatse van de panden gelegen aan de Kerkstraat;
•
Bouwmaterialen uit asbestverdachte bouwperiode ter plaatse van de panden gelegen aan de Kerkstraat;
•
Aanwezig (gebroken) asfalt en funderingen ter plaatse van het binnenterrein, waarvan de kwaliteitsgegevens niet bekend zijn;
•
De lichte verontreinigingen in de grond (gehele locatie) aan diverse parameters aangetroffen tijdens eerder uitgevoerde bodemonderzoeken.
3.3 PFAS Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” blijkt dat vooralsnog heel Nederland als verdacht gebied wordt aangemerkt. Derhalve is voor de onderzoekslocatie in principe de hypothese “verdacht” van toepassing. Aangezien PFAS diffuus voorkomt binnen heel Nederland heeft aanvullend onderzoek conform de relatief uitgebreide strategie VED-HE-NL ons inziens geen meerwaarde. Ook is binnen de onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen puntbron van PFAS te verwachten. Derhalve wordt gebruik gemaakt van de onderzoeksstrategie onverdacht niet-lijnvormig” (ONV-NL) uit de NEN 5740 (rekening houdend met de toekomstige ontgravingsdiepte), waarbij zowel de boven- als ondergrond op PFAS wordt geanalyseerd.
3.4 Asbest in bodem Na uitvoering van het vooronderzoek blijkt het volgende. •
Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen.
•
Uit het vooronderzoek blijkt tevens dat er tijdens voorgaande onderzoeken in of op de grond zintuiglijk weinig (plaatselijke bijmengingen) tot geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. Wel zijn asbestverdachte bouwmaterialen ter plaatse van de panden visueel vastgesteld, zowel in het verleden als tijdens onderhavig onderzoek.
•
Ook zijn sloopwerkzaamheden voorzien bij de herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Gezien het bouwjaar van deze bebouwing en de geplande sloopwerkzaamheden, waarbij puin zal vrijkomen uit de sloop en deze mogelijk in de bodem terecht zal komen, wordt de onderzoekslocatie als asbestverdacht aangemerkt.
•
Op basis hiervan is op de locatie sprake van een potentieel asbestverdachte locatie.
Tabel 3.3: bevindingen vooronderzoek asbest Deellocatie
Omschrijving en reden tot wel of niet verdenking
Gehele locatie
- Plaatselijk aantreffen van puin in de bodem - Visueel vastgesteld asbestverdacht bouwmateriaal - Voorziene sloopwerkzaamheden - Enkel zintuigelijke vaststellingen en geen voldoende beeld van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem
3.5 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zoals beschreven in paragraaf 3.1 en 3.2, zijn in onderstaande Tabel 3.4 de volgende deellocaties met hypotheses gedefinieerd en dit na sloop- en/of vóór ontwikkelingswerkzaamheden:
MA210697.R01.V1.0
15 van 16
Tabel 3.4: onderzoekshypothese en -strategie (Deel)locatie en strategie Opp. (m2) Binnenterrein Voor ontwikkelingswerkzaamheden (VED-HE-NL) (PFAS: ONV-NL)
Ca. 6.160 m² 1 wegvak (Ca. 6.000 m² asfalt)
Veldwerk 15*0,5 m-mv 3*2,0 m-mv 1*peilbuis1)
Analyses2) Asfalt 7*PAK-marker
7*Kernen
Panden Na sloop (VED-HE-NL) (PFAS: ONV-NL)
Ca. 2.600 m²
11*0,5 m-mv 2*2,0 m-mv 1*peilbuis1)
-
Grond Bovengrond/verdachte laag: 3*standaardpakket 2*PFAS Ondergrond: 2*standaardpakket 2*PFAS Fundatie: 2*bouwstoffenpakket Bovengrond/verdachte lagen: 3*standaardpakket 2*PFAS Ondergrond: 1*standaardpakket 1*PFAS
Grondwater -
-
Asbestonderzoek Binnenterrein Ca. 6.160 m² 18 proefgaten 3*asbest in grond/puiin (NEN Voor ontwikkelingswerkzaamheden (0,3*0,3) 5898) (afgedekte funderingslagen voor kleinschalige locaties) Panden Ca. 2.600 m² 13 proefgaten 3*asbest in grond (NEN 5898) Na sloop (0,3*0,3) (VED-HE) 1) Op basis van geohydrologische gegevens is bekend dat binnen 5,0 m-mv geen grondwater wordt aangetroffen. Grondwateronderzoek is volgens de NEN 5740 in een dergelijke situatie niet noodzakelijk. De peilbuizen worden vervangen door een diepe boringen tot 5,0 m-mv. 2) Standaardpakket (landbodem en grond): organisch stof en lutum 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) som-PCB’s, som-PAK’s (10) en minerale olie Stofgroep PFAS poly‐ en perfluor alkyl‐verbindingen (30‐verbindingen) Samenstellingspakket beperkt en uitloogproef (bouwstoffen) organische parameters (som PCB, som PAK (10) en minerale olie). schudproef met L/S=10 en analyse eluaat op pakket 15 metalen (As, Ba, Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Sb, Se, Sn, V, Zn) en 4 anionen (fluoride, bromide, chloride en sulfaat).
MA210697.R01.V1.0
16 van 16
Bijlagen
MA210697.R01.V1.0
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
MA210697.R01.V1.0
Project
Vooronderzoek doorsteek centrum/victoriapark te Brunssum
Onderdeel
Topografische kaart Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600
Projectnr
MA210697
Projectleider
C. Mariotti
Bijlagenr
T1
Getekend
D. Stassen
Datum
01-11-2021
Formaat
A4
Schaal
1:25000
X:
196.142
Y:
328.712
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
Bijlage 2 Foto’s locatie
MA210697.R01.V1.0
Bijlage 2 Foto's locatie
foto 01
foto 02
foto 03
foto 04
foto 05
foto 06
MA210697
blad: 1 van 4
Bijlage 2 Foto's locatie
foto 07
foto 08
foto 09
foto 10
foto 11
foto 12
MA210697
blad: 2 van 4
Bijlage 2 Foto's locatie
foto 13
foto 14
foto 15
foto 16
foto 17
foto 18
MA210697
blad: 3 van 4
Bijlage 2 Foto's locatie
foto 19
foto 20
foto 21
foto 22
MA210697
blad: 4 van 4
Bijlage 3 Overzicht verzamelde gegevens en bronnen
MA210697.R01.V1.0
Bronvermelding Voor de uitvoering van een vooronderzoek kunnen verschillende aanleidingen van toepassing zijn: A.
Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek;
B.
Opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nulsituatie- en eindsituatie-onderzoek;
C.
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie;
D.
Opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring;
E.
Opstellen of actualiseren bodemkwaliteitskaart;
F.
Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond;
G.
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico's.
De verplichte te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in onderstaande tabel. Tabel: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten
1. Locatiegegevens
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
Bodemopbouw
Antropogene lagen in de bodem
Geohydrologie
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
Kwaliteit o.b.v. Bkk
Kwaliteit o.b.v. uitgevoerde
Eigendomssituatie
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
O
bodemonderzoeken 4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie,
Voormalig
O
verdachte situatie, activiteiten, ongewoon
Huidig
voorval
Toekomst Asbestverdacht?
O
5. Terreinverkenning
Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd
O
Optioneel
MA210697.R01.V1.0
Tabel: geraadpleegde bronnen voor aanleiding A ''Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'' Informatie
Geraadpleegd?
Bron
Opmerkingen
Onderzoeksvraag: wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? Eigendomssituatie
Ja
Kadaster
-
Hoogteligging
Ja
Dinoloket
-
Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied
Ja
Opdrachtgever
-
Onderzoeksvraag: wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is sprake van verschillende fysische kwaliteiten/bodemvreemde lagen? Bodemtype
Ja
Dinoloket
-
Antropogene lagen in de bodem
Ja
Dinoloket
-
Ja
Dinoloket
-
bevoegd gezag Wbb
-
(dempingen/ophogingen) Geohydrologie (grondwaterstand/drainage/bemaling/ onttrekking/infiltratie)
Onderzoeksvraag: vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging? Geval van ernstige bodemverontreiniging?
Ja
Onderzoeksvraag: is sprake van beïnvloeding vanuit omgeving op de kwaliteit bodem of grondwater? Bodem- en grondwaterkwaliteit nabij de locatie
Ja
bevoegd gezag Wbb
-
Gemeente Brunssum
-
Onderzoeksvraag: wat is de te verwachten bodemkwaliteit? Kwaliteitsklasse
Ja
(o.b.v. gemeentelijke nota bodembeheer/Bkk/ uitgevoerde bodemonderzoeken)
Onderzoeksvraag: is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging en is sprake van verdachte parameters? Hinderwet-, Wm- of Wabo-vergunningen
Ja
Gemeente Brunssum
-
Archief BOOT
Ja
Gemeente Brunssum
-
Aanvullende eisen standaard stoffenpakket
Ja
Gemeente Brunssum
-
Voormalig/huidig gebruik
Ja
www.topotijdreis.nl
-
Terreininspectie
Ja
Geonius
-
Hinderwet-, Wm- of Wabo vergunningen
Ja
Gemeente Brunssum
-
Historisch/Huidig gebruik
Ja
www.topotijdreis.nl
-
Ja
Geonius
-
(b.v. bebouwing/infrastructuur/verharding/ dammen/brandplekken)
Onderzoeksvraag: is de bodem asbestverdacht?
(ophogingen, dempingen) Terreininspectie (b.v. aanwezigheid bebouwing/ beschoeiingen/ glastuinbouw/dammen/halfverhardingen/ funderingslagen/opslagdepots)
MA210697.R01.V1.0
Bijlage 4 Situatietekening
MA210697.R01.V1.0
Onderzoekslocatie Plangebeid Te slopen-verbouwen Te slopen Binnenterrein Fase 1 reeds gerealiseerd Bebouwing Perceel
Fotolocaties Richting fotolocatie Project
Vooronderzoek doorsteek centrum/victoriapark te Brunssum
Onderdeel
Situatietekening
Ondergronden opentopo Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600
Projectnr
MA210697
Projectleider
C. Mariotti
Bijlagenr
T4
Getekend
N. Godschalk
Datum
30-11-2021
Formaat
A3
Schaal
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
24
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan Victoriapark
47
Doelmatig, doeltreffend en doelgericht advies in geluid & bouwfysica
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
project/document nr : 20210050.04 Datum : 7-6-2023 Opdrachtgever : gemeente Brunssum mevrouw W. Galama Lindeplein 1 6444 AT BRUNSSUM auteur : controle :
dhr. ir. J. (Jo) Smeets dhr. ing. P. (Patrick) Smeets
lid van Target Advies
e. info@targetadvies.nl
KvK 1205.6731
Boonstraat 18b
i. www.targetadvies.nl
BTW NL001827483B46
6082 AV Buggenum
t. +31 (0)475 71 29 22
IBAN NL13KNAB0741864983
Inhoudsopgave Inleiding De Wet geluidhinder en het plangebied Industrielawaai Spoorweglawaai Wegverkeerslawaai
3 4 4 4 4
Stedelijk en buitenstedelijk gebied
4
Zones langs wegen
5
Aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder
5
Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
Dove gevels Cumulatie Wet geluidhinder Goede ruimtelijke ordening Bouwbesluit Gemeentelijk geluidbeleid Toepassing op onderhavige situatie
Uitgangspunten Gebruikte wegverkeersgegevens Toegepaste correcties Omgevingskenmerken Waarneempunten en -hoogten
Resultaten Resultaten wegverkeer Resultaten cumulatie Karakteristieke geluidwering van de gevel
Conclusie Wet geluidhinder Cumulatie Karakteristieke geluidwering van de gevel
5
6 6 6 7 7 7
8 8 8 10 10
11 11 11 11
12 12 12 12
Bijlagen 1 2 3 4 5
Figuren Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten Rekenresultaten cumulatie Gebruikte verkeersgegevens
20210050.04 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
2
Inleiding In opdracht van de gemeente Brunssum heeft Target Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd in verband met de sloop van meerdere panden en de oprichting van nieuwe panden met maximaal 4 bouwlagen. De geluidimmissie wordt bepaald voor de nieuw op te richten gebouwen en getoetst aan de geldende geluidnormen. Hiertoe is de geluidbelasting op de gevel ten gevolge van het omliggende wegennet voor het jaar 2023 + 10 jaar na realisatie berekend met het rekenprogramma Geomilieu van DGMR. Tevens is voor deze “Nieuwe situatie” bepaald wat de cumulatieve geluidbelasting bedraagt, zodat bezien kan worden of extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van Standaard Rekenmethode II (SRM2) volgens het Rekenen meetvoorschrift geluidhinder 2012. De geluidwering van de gevel van het te realiseren geluidgevoelige object is niet berekend. Deze zal, indien nodig, deel uitmaken van een eventueel vervolgonderzoek. Figuur 1 (luchtfoto) geeft de ligging van de te onderzoeken locatie weer.
Figuur 1: Luchtfoto met aanduiding locatie
20210050.04 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
3
De Wet geluidhinder en het plangebied Industrielawaai De planlocatie ligt niet binnen een zone voor industrielawaai.
Spoorweglawaai De planlocatie ligt niet binnen een zone voor railverkeerslawaai.
Wegverkeerslawaai Artikel 82 tot en met 85 van de Wet geluidhinder geven nadere uitleg met betrekking tot de geluidbelasting in zogenaamde “Nieuwe situaties”. Is de geluidbelasting lager dan de voorkeursgrenswaarde dan legt de Wet geluidhinder geen restricties op aan het plan. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde, op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Wanneer het college van B&W een hogere waarde vaststelt, zullen er in het vervolgtraject zodanige maatregelen moeten worden opgenomen dat de geluidbelasting in geluidgevoelige ruimten niet meer bedraagt dan 33 dB. Voor nog niet-geprojecteerde geluidgevoelige objecten zijn de normen weergegeven in navolgende tabel. Tabel 1 - Normen geluidbelasting in (buiten)stedelijk gebied Grenswaarden wegverkeer in buitenstedelijk/stedelijk gebied
dB
Voorkeursgrenswaarde
48 / 48
Maximale ontheffingswaarde
53 / 63
Maximale ontheffingswaarde onderwijs-, kinderopvang- en gezondheidszorgfunctie
53 / 63
Maximale ontheffingswaarde; agrarische bedrijfswoning
58 / -
Maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw
58 / 68
Maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw gelegen binnen de bebouwde kom, binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg
63 / -
Stedelijk en buitenstedelijk gebied De begrippen stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn van belang in verband met de normstelling voor wegverkeerslawaai. In artikel 1 van de Wet geluidhinder zijn de definities opgenomen.
20210050.04 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
4
Stedelijk gebied:
het gebied in de zone van een weg binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied langs een autosnelweg of een autoweg.
Buitenstedelijk gebied:
het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersgegevens en verkeerstekens 1990.
In geval er sprake is van een planlocatie binnen de geluidzone van een auto(snel)weg, worden in stedelijk gebied gelegen wegen, anders dan deze auto(snel)weg, getoetst als zijnde stedelijk gebied. Zones langs wegen In artikel 74 Wgh zijn de geluidzones van wegen gedefinieerd. De geluidzone van een weg is gerelateerd aan het aantal rijstroken van de weg en het type weg (stedelijk of buitenstedelijk). De geluidzones zijn te beschouwen als aandachtsgebieden of onderzoeksgebieden. In navolgende tabel worden de breedten van de geluidzone van alle typen wegen weergegeven. Tabel 2 - Breedte van de geluidzone Aantal rijstroken
Buitenstedelijk gebied
Stedelijk gebied
1 of 2
250 meter
200 meter
3 of 4
400 meter
350 meter
5 of meer
600 meter
350 meter
Aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder In artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 staat opgenomen dat het berekende resultaat met een waarde wordt verminderd alvorens de toetsing aan de grenswaarden plaatsvindt. Deze aftrek houdt verband met het stiller worden van voertuigen in de toekomst en bedraagt: - 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, tenzij de berekende geluidbelasting zonder aftrek 56 dB of 57 dB bedraagt. Dan geldt namelijk een aftrek van respectievelijk 3 of 4 dB; - 5 dB voor de overige wegen; - 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 Binnen het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is middels artikel 3.5 de mogelijkheid geboden om voor wegen met een snelheidsregime van 70 km/uur of meer rekening te houden met de toekomstige effecten van Europees bronbeleid. Artikel 3.5 schrijft hierover het volgende:
-
bij de berekening van het equivalent geluidniveau vanwege een weg wordt, voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstig bijlage III bij deze regeling of als het wegdek bestaat uit dicht asfaltbeton, in afwijking van het gestelde in paragraaf 1.5 en 2.4.2 van bijlage III een wegdekcorrectie van 2 dB in rekening gebracht;
20210050.04 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
5
-
in afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: -
Zeer Open Asfalt Beton; tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, m.u.v. tweelaags Zeer Open Asfalt Beton fijn; uitgeborsteld beton; geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; oppervlakbewerking.
De toepassing van dit artikel geschiedt automatisch door het gebruikte rekenprogramma.
Dove gevels Indien de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden en het terugbrengen van de geluidbelasting op de gevels door maatregelen niet mogelijk c.q. wenselijk is kunnen de betreffende geveldelen als “dove gevel” conform artikel 1b, lid 4 van de Wet geluidhinder worden uitgevoerd. Een “dove gevel” is namelijk geen gevel in de zin van de Wet geluidhinder. Dit betekent derhalve dat er ter plaatse van verblijfsruimten geen draaiende delen (ramen en deuren) in deze gevel zijn toegestaan. Hier dient in de uitwerking van het plan rekening mee te worden gehouden in verband met de noodzakelijke spuiventilatie.
Cumulatie Wet geluidhinder Artikel 110f van de Wet geluidhinder stelt dat bij het vaststellen van hogere grenswaarden rekening gehouden dient te worden met cumulatie van meerdere akoestisch relevante geluidbronnen. Artikel 1.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 schrijft de wijze van cumuleren voor, waarbij rekening wordt gehouden met het verschil in hinderbeleving van verschillende geluidbronnen. Formeel zijn alleen bronnen met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde akoestisch relevant. De correctie artikel 110g Wet geluidhinder met betrekking tot wegverkeer mag hierbij niet worden toegepast.
Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van alle gemodelleerde wegen inzichtelijk gemaakt. Hierbij worden zowel de zoneplichtige als de nietzoneplichtige wegen beschouwd. Op deze wijze wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Bij de beoordeling wordt de geluidbelasting getoetst aan de classificering volgens de milieukwaliteitsmaat behorende bij de ‘methode Miedema’. De correctie artikel 110g Wet geluidhinder met betrekking tot wegverkeer mag hierbij niet worden toegepast.
20210050.04 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
6
Tabel 3 - Classificering methode Miedema Geluidklasse
Beoordeling
Lden < 50 dB
goed
Lden 50 - 55 dB
redelijk
Lden 55 - 60 dB
matig
Lden 60 - 65 dB
tamelijk slecht
Lden 65 - 70 dB
slecht
Lden > 70 dB
zeer slecht
Bij een milieukwaliteit ‘goed’ of ‘redelijk’ is sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Bij de beoordeling ‘matig’, ‘tamelijk slecht’ en ‘slecht’ dient onderzocht te worden of de geluidbelasting doelmatig kan worden teruggedrongen door toepassing van maatregelen.
Bouwbesluit Artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 stelt dat een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering heeft met een minimum van 20 dB. Conform artikel 3.3, eerste lid van het Bouwbesluit 2012, blijkt dat bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit, de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie bepaald volgens de NEN 5077 niet kleiner mag zijn dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen ten hoogst toelaatbare geluidbelasting voor wegverkeer en 33 dB. Artikel 3.3. van het Bouwbesluit is niet van toepassing voor woningen die niet zijn gelegen binnen een zone van een weg.
Gemeentelijk geluidbeleid Er is voor zover bekend geen vastgesteld gemeentelijk geluidbeleid.
Toepassing op onderhavige situatie In navolgende tabel is vorenstaande wetgeving uitgewerkt voor de onderhavige relevante geluidbronnen. Tabel 4 - Uitwerking wetgeving voor onderhavige wegen Bron
Eigenschappen
Toe te passen regel
Stedelijk gebied
Zonebreedte: 200 meter
Snelheid: 50 km/uur
Aftrek art. 110g Wgh: 5 dB
Aantal rijstroken: 1
Max. ontheffingswaarde: 63 dB
Kerkstraat
Stedelijk gebied
Zonebreedte: 200 meter
Wilhelminastraat
Snelheid: 50 km/uur
Aftrek art. 110g Wgh: 5 dB
Raadhuisstraat (gedeeltelijk)
Aantal rijstroken: 2
Max. ontheffingswaarde: 63 dB
Snelheid: 30 km/uur
-
Aantal rijstroken: 2
-
Pastoor Savelbergstraat Ingenieur op Den Kampstraat Raadhuisstraat (gedeeltelijk) Koutenveld
Hokkelenbergstraat
20210050.04 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
7
Uitgangspunten Gebruikte wegverkeersgegevens De verkeersgegevens met betrekking tot de gemodelleerde wegen zijn deels verkregen van de gemeente Brunssum (verkeersintensiteiten op basis van tellingen uit 2019) en deels (percentage lichte, middelzware en zware voertuigen in de verschillende perioden en de verdeling van de voertuigen over de tijd) uit een eerder rapport door SAB met kenmerk 90217 uit 2009. Deze gegevens zijn te vinden in bijlage 5. Het weekdaggemiddelde is berekend met de volgende formule: (5𝑥 𝑤𝑒𝑟𝑘𝑑𝑑𝑎𝑔𝑔𝑒𝑚𝑖𝑑𝑑𝑒𝑙𝑑𝑒 + 2𝑥 𝑤𝑒𝑒𝑘𝑒𝑛𝑑𝑔𝑒𝑚𝑖𝑑𝑑𝑒𝑙𝑑𝑒)/7 Voor de verdeling van lichte, middelzware en zware motorvoertuigen over dag-, avond- en nachtperiode van de Hokkelenbergstraat is gebruik gemaakt van het door het ministerie van VROM uitgegeven rapport “bepaling van verkeersgegevens ten behoeve van de Wet Geluidhinder”, GF-DR-35-01. Deze is als een buurtverzamelweg beschouwd. De Kerkstraat (gedeeltelijk), Wilhelminastraat (gedeeltelijk) en de Schiffelerstraat zijn niet meegenomen in dit onderzoek, aangezien dit een voetgangerszone betreft, waar de etmaalintensiteit zeer laag zal zijn. In dit onderzoek wordt uitgegaan van het prognosejaar 2023 + 10 jaar na realisatie = 2033.
Er is worstcase rekening gehouden met een autonome groei van 1% (in voornoemd SAB rapport werd een groei van 0,38-0,65% vastgesteld, zie bijlage 5) inclusief extra bewegingen ten gevolge van een toename van het aantal woningen in het plangebied. Het wegdektype, de etmaalintensiteiten, de verdeling van de voertuigen en de uurintensiteiten van de betreffende wegen zijn weergegeven in de tabellen 5 t/m 12. De ingevoerde modelgegevens zijn weergegeven in bijlage 2.
Toegepaste correcties Er zijn geen akoestisch relevante verkeersdrempels, kruispunten of rotondes, noch hellingen met een percentage groter dan 3% in de omgeving van het bouwplan aanwezig. Er hoeft ter hoogte van het plangebied dan ook geen hellingcorrectie of optrekcorrectie te worden toegepast. Tabel 5 - Verkeersgegevens op de Kerkstraat Autonome groei
Maximum snelheid
wegdektype
Etmaalintensiteit 2033
1,0 %
50 km/u
referentiewegdek
6.565 motorvoertuigen
Dag (%)
Avond (%)
Nacht (%)
Gemiddeld per uur
6,53
3,92
0,74
Licht verkeer
94,40
97,30
95,10
Middelzwaar verkeer
4,80
2,40
4,40
Zwaar verkeer
0,80
0,30
0,50
20210050.04 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
8
Tabel 6 - Verkeersgegevens op de Pastoor Savelbergstraat Autonome groei
Maximum snelheid
wegdektype
Etmaalintensiteit 2033
1,0 %
50 km/u
referentiewegdek
6.473 motorvoertuigen
Dag (%)
Avond (%)
Nacht (%)
Gemiddeld per uur
6,55
3,88
0,74
Licht verkeer
92,00
96,10
92,90
Middelzwaar verkeer
7,20
3,60
6,60
Zwaar verkeer
0,80
0,30
0,50
Tabel 7 - Verkeersgegevens op de Wilhelminastraat Autonome groei
Maximum snelheid
wegdektype
Etmaalintensiteit 2033
1,0 %
50 km/u
referentiewegdek
3.120 motorvoertuigen
Dag (%)
Avond (%)
Nacht (%)
Gemiddeld per uur
6,54
3,89
0,74
Licht verkeer
93,10
96,60
93,80
Middelzwaar verkeer
6,10
3,10
5,70
Zwaar verkeer
0,80
0,30
0,50
Tabel 8 - Verkeersgegevens op de Ingenieur op Den Kampstraat Autonome groei
Maximum snelheid
wegdektype
Etmaalintensiteit 2033
1,0 %
50 km/u
referentiewegdek
5.888 motorvoertuigen
Dag (%)
Avond (%)
Nacht (%)
Gemiddeld per uur
6,55
3,86
0,74
Licht verkeer
91,10
95,60
92,10
Middelzwaar verkeer
8,00
4,10
7,30
Zwaar verkeer
0,90
0,30
0,60
Tabel 9 - Verkeersgegevens op de Raadhuisstraat (1 richting) Autonome groei
Maximum snelheid
wegdektype
Etmaalintensiteit 2033
1,0 %
50 km/u
referentiewegdek
7.506 motorvoertuigen
Dag (%)
Avond (%)
Nacht (%)
Gemiddeld per uur
6,55
3,88
0,74
Licht verkeer
92,10
96,20
92,90
Middelzwaar verkeer
7,00
3,50
6,50
Zwaar verkeer
0,90
0,30
0,60
Tabel 10 - Verkeersgegevens op de Raadhuisstraat (2 richtingen) Autonome groei
Maximum snelheid
wegdektype
Etmaalintensiteit 2033
1,0 %
50 km/u
referentiewegdek
2.887 motorvoertuigen
Dag (%)
Avond (%)
Nacht (%)
Gemiddeld per uur
6,54
3,91
0,74
Licht verkeer
94,50
97,30
95,10
Middelzwaar verkeer
4,80
2,40
4,40
Zwaar verkeer
0,80
0,30
0,50
20210050.04 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kern Brunssum
9
Tabel 11 - Verkeersgegevens op de Hokkelenbergstraat Autonome groei
Maximum snelheid
wegdektype
Etmaalintensiteit 2033
1,0 %
30 km/u
referentiewegdek
1.618 motorvoertuigen
Dag (%)
Avond (%)
Nacht (%)
Gemiddeld per uur
7,00
2,60
0,70
Licht verkeer
94,00
98,00
96,00
Middelzwaar verkeer
5,70
1,90
3,80
Zwaar verkeer
0,30
0,10
0,20
Tabel 12 - Verkeersgegevens op de Koutenveld Autonome groei
Maximum snelheid
wegdektype
Etmaalintensiteit 2033
1,0 %
50 km/u
referentiewegdek
6.265 motorvoertuigen
Dag (%)
Avond (%)
Nacht (%)
Gemiddeld per uur
6,53
3,92
0,74
Licht verkeer
94,40
97,30
95,00
Middelzwaar verkeer
4,90
2,40
4,50
Zwaar verkeer
0,70
0,30
0,50
Omgevingskenmerken In de bijlage 1 en bijlage 2 zijn de objecten en de invoergegevens hiervan weergegeven. Alle relevante gebouwen zijn ingevoerd met een relatieve hoogte ten opzichte van het maaiveld. De afmetingen en locaties van de bestaande gebouwen zijn middels een download ontleend aan 3D-geluid gebouwen via 3D omgevingsmodel voor Geluid bij Publieke dienstverlening op de kaart (PDOK). De omgeving is als akoestisch overwegend hard (bodemfactor 0,20) in rekening gebracht, met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden, waarvoor afhankelijk van het type gebied (gebaseerd op een download van TOP10NL via Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)) een passende bodemfactor gehanteerd is: 1,00 (akoestisch zacht) voor onverhard gebied als grasland, akkerland, bos etc.; 0,00 (hard) voor harde gebieden als water, erf- en wegverharding. De gebruikte hoogtelijnen zijn gebaseerd op een download van 3D Geluid TIN/Hoogtelijnen (PDOK).