CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 7 (bijlage) Notitie instellen Commissie Integriteit Brunssum 2018

Raadsvergadering 30 januari 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Initiatief voorstel Evaluatie Commissie en protocol Integriteit gemeente Brunssum, 2024/75.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie instellen Commissie Integriteit gemeente Brunssum 2018 1.

Aanleiding

De gemeenteraad heeft op 10 april 2018 de notitie “Nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders en raadsleden in Brunssum na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018” vastgesteld. Op basis hiervan wordt een nieuwe procedure ten aanzien van de risicoanalyse kandidaat-wethouders gehanteerd en is groen licht gegeven voor het nader uitwerken van een protocol op basis waarvan een permanente Commissie Integriteit kan worden ingesteld. In dit raadstuk treft u dan ook een nader uitgewerkt voorstel aan voor het instellen van de Commissie Integriteit, inclusief protocol en stappenplan. Verder treft u aan een voorstel voor een aanpassing van het Reglement van Orde en stroomschema zoals voorgesteld in de genoemde nieuwe aanpak risicoanalyse. 2.

Inleiding

Integriteit van het openbaar bestuur is van wezenlijk belang voor het functioneren van onze democratie. De bijzondere kenmerken van de overheidstaken, zoals de besteding van publieke middelen en het innemen van een monopolie positie op diverse terreinen, vereisen van de overheid een hoog integriteitbesef. Een integer bestuur draagt bij aan het vertrouwen van burgers in de politiek en aan de legitimiteit van het overheidshandelen. In het recente verleden is er onduidelijkheid geweest met betrekking tot de te volgen procedure risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders. Met het vaststellen van de nieuwe procedure voor kandidaat-wethouder is hierin voorzien. Met dit voorstel wordt een tweede stap gezet. In Brunssum is in het verleden door de raad, om welke reden dan ook, geen formele opdracht gegeven voor een extern onderzoek naar een vermeende integriteitschending. Om deze situatie te verbeteren dient deze notitie. Het voorgestelde protocol voorziet hiertoe in een heldere procedure langs welke meldingen kunnen worden gedaan. Deze biedt procedurele duidelijkheid maar nog geen bewustwording. Voor dit laatste is een proces van verinnerlijking noodzakelijk zoals omschreven in paragraaf 8. Integriteit versus gedrag Vormen van gedrag kunnen raken aan integriteit waardoor niet altijd een scherpe lijn tussen beiden getrokken kan worden.

Daardoor kan het onduidelijk zijn of hier een taak ligt voor de Commissie Integriteit, de Klachtencommissie of een “goed gesprek” afdoende is. Om hier meer inzicht in te krijgen is het belangrijk dat raadsleden bewust zijn van hun eigen waarden en normen ten aanzien van omgangsvormen om vervolgens met de raad te bespreken welke normen (ten aanzien van omgangsvormen) de gemeenteraad van Brunssum wenst af te spreken, eventueel als onderdeel van de (nieuwe)gedragscode. Ook hiervoor zal aandacht zijn in het eerdergenoemde proces van verinnerlijking. 3.

Commissie Integriteit

Op dit moment kent Brunssum geen procedure of commissie langs welke integriteitvraagstukken worden behandeld of integriteitbeleid wordt ontwikkeld. Overheden hebben de vrijheid om een commissie die zich bezighoudt met integriteit naar eigen keuze in te stellen. Zo zijn er voorbeelden waarbij de leden van de commissie bestaan 1

uit alleen externe deskundigen of, zoals bij de provincie, waarbij een vaste externe integriteitsdeskundige samenwerkt met de CdK, griffier en Statenleden. Ook kunnen de taken van de commissie ten aanzien van integriteitschendingen verschillen van het puur procesmatig begeleiden van de procedure tot het geven van advies aan de raad op basis van een feitenonderzoek door een extern bureau. Hierbij wordt aan u voorgesteld om te gaan werken met een vaste Commissie Integriteit zonder externen, die politiek neutraal is en het vertrouwen heeft van de gemeenteraad. De belangrijkste overweging hiervoor is dat op die manier burgemeester en gemeenteraad dicht bij elkaar kunnen blijven. Ieder vanuit zijn eigen bevoegdheid, waarbij de burgemeester de primaire zorg heeft voor het integriteitsbeleid en de gemeenteraad de exclusieve bevoegdheid bezit om op dit vlak besluiten te nemen. (Zo kan een burgemeester bijvoorbeeld veel risico’s zien bij de benoeming van een wethouder, maar het is een autonome bevoegdheid van de raad om het benoemingsbesluit te nemen.) Het besluit om burgemeester en raad dicht bij elkaar te houden heeft de raad ook eerder genomen bij het vaststellen van de procedure inzake de risicoanalyse integriteit van kandidaat-wethouders (fase 3, het nader onderzoek).

De Commissie Integriteit doet geen oordeel vellen over integriteitschendingen maar draagt samen met de burgemeester zorg voor een goede procedure. Hiermee houdt de commissie een zekere mate van objectiviteit en neemt zij collega-raadsleden niet de maat. De raad oordeelt vervolgens over (de consequenties van) de integriteitschending. Dat de raad zelf oordeelt (en dit niet overlaat aan een extern bureau) past ook bij het voorgestelde trainingsprogramma voor alle raadsleden dat voor het najaar wordt opgesteld. 4.

Taken Commissie Integriteit

Het voorstel is om deze permanente Commissie Integriteit de volgende taken te geven: - Samen met de burgemeester ontwikkelen van beleid en procedures die houvast en stabiliteit bieden indien zich kwesties van integriteit voordoen; - “Sparringpartner”/constructieve tegenkracht van de burgemeester bij kwesties van integriteit. Voor de uitoefening van hun taak worden aan de leden van de Commissie Integriteit op korte termijn een training aangeboden. Voor het ontwikkelen van integriteitsbeleid bereidt de burgemeester een aantal bijeenkomsten per jaar met de Commissie Integriteit voor. 5.

Leden Commissie Onderzoek Geloofsbrieven en Commissie Integriteit

In de eerder aangehaalde raadvergadering van 10 april jl. zijn drie raadsleden benoemd in de vaste Commissie Onderzoek Geloofsbrieven. Deze commissie heeft naast het onderzoek naar de geloofsbrieven van de kandidaat-wethouders en (nieuwe) raadsleden ook een nieuwe adviserende taak richting burgemeester indien een nader onderzoek (fase 3) naar een kandidaat-wethouder noodzakelijk is, zoals omschreven in de nieuwe aanpak. Het instellen van deze vaste commissie met deze taken vergt een wijziging van de bestaande bepalingen in het Reglement van Orde, zoals voorgesteld in bijlage 3. De taken en bevoegdheden van de Commissie Integriteit zijn beschreven in een nieuw apart protocol, zoals voorgesteld in bijlage 1. 2

Samenvoeging van beide commissies tot één nieuwe commissie is niet wenselijk gelet op deze diverse achtergrond en taken. Gelet op de samenhang van taken van beide commissies wordt wel voorgesteld om de bemensing van beide commissies uit dezelfde personen te laten bestaan. Vandaar het voorstel om de drie raadsleden van de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven te benoemen in de Commissie Integriteit. 6.

Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders

Voor een heldere afstemming over taken en bevoegdheden van de burgemeester en de Commissie Integriteit ten aanzien van de behandeling van meldingen, is een protocol opgesteld ten behoeve van (mogelijke) integriteitsschendingen. Het streven is om een protocol over houding en gedrag (omgangsnormen) eind dit jaar op te stellen (hierover meer in paragraaf 8). Dit protocol moet mede worden bezien in het kader van de wijziging van art. 170 van de Gemeentewet. De wijziging betreft een uitbreiding van dit artikel met een zorgplicht van de burgemeester ten aanzien van het bevorderen van de bestuurlijke integriteit binnen de gemeente. Indien collega-bestuurders, ambtenaren, organisaties, bedrijven of burgers een redelijk vermoeden hebben van schending van bestuurlijke integriteit door een lid van de gemeenteraad of een lid van het college van burgemeester en wethouders kunnen zij zich conform de voorgestelde procedure melden. Burger-commissieleden kunnen tijdens de commissievergadering inhoudelijk invloed uitoefenen op de aan de raad voorgestelde besluiten. Gelet op deze positie worden ook burger-commissieleden onder de toepassing van het protocol gebracht. Over de procedure hoe deze meldingen worden behandeld is het in bijlage 1 opgenomen protocol opgesteld dat ter vaststelling aan de raad wordt voorgelegd.

Hierin staan beschreven: de reikwijdte, definities, signalering en melding (mogelijke) integriteitschendingen, duiding en beoordeling integriteitsmeldingen, de voorbereiding en de uitvoering van een onderzoek. 7.

Klankbord bij integriteitvraagstukken

Het aankaarten van een integriteitvraagstuk over zichzelf of over een collega raadslid is geen sinecure. Het opzoeken van een klankbord, iemand waarmee men kan sparren, kan helpen om het vraagstuk helder te krijgen en al dan niet over te gaan tot het doen van een officiële melding. Dit klankbord kan men vinden bij de griffier, iemand binnen de eigen partij of fractie, een externe in de privékring etc. Burgemeester en wethouder kunnen dit op een zelfde wijze doen, waarbij zij tevens gebruik kan worden gemaakt van de Vertrouwenspersoon Integriteit voor Bestuurders (VIB), actief namens de Stuurgroep Integriteit Limburg1. 8.

Proces van verinnerlijking: bijeenkomsten en trainingen

Prof. Elzinga noemt de situatie in Brunssum een “blessing in disguise”, een geluk bij een ongeluk. De meervoudige problematiek die de afgelopen jaren heeft gespeeld en die eind 1

Oud-burgemeester Jan Mans fungeert als vertrouwenspersoon voor burgemeester en wethouders.

3

vorige jaar tot een crisis heeft geleid, maakt dat nu het moment is om door te pakken. Een streep onder het verleden is een belangrijke eerste stap in het stabiliseren. Het (voorgestelde) protocol voor de Commissie Integriteit en de (vastgestelde) nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voorzien in een heldere procedure. Hierna moet gewerkt worden aan eigen bewustzijn, aan vertrouwen en verinnerlijking. Het is belangrijk dat raadsleden hun eigen integriteitsbewustzijn door ontwikkelen. Hierdoor zijn zij nog beter in staat om te voorkomen dat het misgaat en zijn zij tevens beter in staat om zich een oordeel te vormen over de aan hun voorgelegde integriteitskwesties. Dit hoort bij de verdere professionalisering van raadsleden en speelt niet alleen in Brunssum. Gebleken is dat raadsleden het niet altijd makkelijk vinden om gedrag en houding (omgangsvormen) te beoordelen, er is behoefte aan houvast. Duidelijke integriteitschendingen, zoals strijd met verboden handelingen, zijn objectief van aard en daardoor beter feitelijk te beoordelen dan gedrag en houding. Het leren omgaan met omgangsvormen vergt een proces van gedachtewisseling, onder begeleiding van deskundigen, over hoe je zelf benaderd wilt worden en over hoe men met elkaar wilt omgaan. Belangrijk hierbij is ook dat raadleden instaat zijn om elkaar aan te spreken en er een “zelfreinigend vermogen” ontwikkeld wordt.

Hiertoe is het voorstel om de raadsleden te trainen op het vlak van o.a.: weerbaarheid, morele oordeelvorming, teamvorming en feedback. Deze trainingen vinden plaats in het najaar. Aan deze trainingen gaat vooraf een bijeenkomst waarbij diverse landelijke integriteitsexperts met elkaar in discussie gaan over actuele integriteitsonderwerpen. Het programma moet leiden tot een nieuwe gemeenschappelijk gedragen omgangsnorm/gedragscode en bijdragen aan een verbetering van de bestuurscultuur en wordt afgesloten met een evaluerende conferentie. Het programma wordt afgestemd met het ministerie van BZK en de provincie en kan gezien worden als een blauwdruk voor andere gemeenten. Beide instanties zijn verzocht om een financiële bijdrage. 9.

Experimentele fase

Zowel de op 10 april jl. vastgestelde aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaatwethouders en raadsleden als het instellen van de Commissie Integriteit zijn nieuw en bevinden zich, evenals het hierboven beschreven trainingsprogramma, in een experimentele fase. Het is dan ook evident dat beide met enige regelmaat geëvalueerd worden. Zoals eerder aangekondigd komt de minister van BZK ook met nieuwe instrumenten, zoals een basistoets. Deze kunnen meegenomen worden bij de evaluaties en eventueel worden opgenomen. De Commissie Integriteit heeft hierbij een adviserende rol. De commissie brengt jaarlijks een verslag uit waarin zij verantwoording over haar rol aan de raad aflegt. 10.

Wijziging RvO

De gemeenteraad heeft op 10 april 2018 de notitie “Nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders en raadsleden in Brunssum na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018” vastgesteld. Onderdeel hiervan is het besluit om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en een registratie BKR verplicht te stellen voor kandidaat-wethouders als onderdeel van de risicoanalyse integriteit. De gemeenteraad heeft tijdens deze vergadering ook besloten om de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven permanent te bemensen. Hiervoor zijn tijdens de raadsvergadering drie raadleden benoemd. De genomen besluiten moeten nog opgenomen worden in de betreffende regeling. Gelet hierop wordt voorgesteld om het RvO te wijzigen zoals voorgesteld in bijlage 3. 4

11.

Stroomschema nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit kandidaat-wethouders

De nieuwe procedure is inmiddels toepast bij de benoemingsprocedure van de kandidaatwethouders. In bijlage 4 treft u aan het eerder aan de raad toegezegde stroomschema van deze procedure.

5

Bijlage 1

PROTOCOL (MOGELIJKE) INTEGRITEITSSCHENDINGEN DOOR LEDEN VAN DE GEMEENTERAAD OF HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BRUNSSUM 2018 Reikwijdte protocol Dit protocol moet mede worden bezien in het kader van de wijziging van art. 170 van de Gemeentewet. De wijziging betreft een uitbreiding van dit artikel met een zorgplicht van de burgemeester ten aanzien van het bevorderen van de bestuurlijke integriteit binnen de gemeente. Indien collega-bestuurders, ambtenaren, organisaties, bedrijven of burgers een redelijk vermoeden hebben van schending van bestuurlijke integriteit door een lid van de gemeenteraad2 of een lid van het college van burgemeester en wethouders kunnen zij zich, volgens de in dit protocol beschreven procedure, melden bij de gemeente Brunssum. Definities • • •

• • •

2 3

Integriteit: Integriteit staat voor onkreukbaarheid, eerlijkheid en oprechtheid. Een integer persoon in relatie tot het openbaar bestuur is iemand die zich houdt aan de waarden en regels die daarvoor gelden.3 Burgemeester: De burgemeester heeft een eigenstandige zorgplicht: hij bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente maar treedt niet op als scheidsrechter bij (vermeende) integriteitschendingen. Commissie Integriteit: Een commissie bestaande uit drie gemeenteraadsleden die samen met de burgemeester integriteitsmeldingen weegt en beoordeelt en feitenonderzoeken mede begeleidt, die samen met de burgemeester verantwoordelijk is voor kennisontwikkeling over integriteit binnen de gemeenteraad en het bevorderen van integriteitbewustzijn van de leden van de gemeenteraad. De griffier ondersteunt deze commissie en geeft gevraagd en ongevraagd advies; De commissie kan zich laten bijstaan door een externe deskundige. Voorzitter Commissie Integriteit: is een van de drie gemeenteraadsleden en wordt door de commissie zelf aangewezen. Integriteitsmelding: het afgeven van een in behandeling te nemen, als zodanig bedoeld, signaal over een (mogelijke) integriteitschending.

Integriteitsschending: een gedraging van een lid van de gemeenteraad of een lid van het college van burgemeester en wethouders, die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder”. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met geschreven of ongeschreven regels.

Dit protocol is ook van toepassing op de burger-commissieleden. Definitie Elzinga-Korsten.

6

Signalering en melding (mogelijke) integriteitsschendingen Melding na signaal Een (mogelijke) integriteitsschending door een lid van de gemeenteraad of een lid van het college van burgemeester en wethouders kan gesignaleerd worden door collega-bestuurders, ambtenaren, organisaties, bedrijven of burgers, die hier melding van kunnen doen bij de Commissie Integriteit. Een melding hoeft niet noodzakelijkerwijs te gaan over een vaststaand feit. Er kan ook sprake zijn van een vermoeden. Indien de persoon in kwestie een melding doet, moet het echter wel om een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan, gebaseerd op eigen kennis of eigen waarneming. Alleen dan worden de meldingen door de Commissie Integriteit in behandeling genomen. Een melder kan aangeven anoniem te willen blijven. Leden van de gemeenteraad en leden van het college van burgemeester en wethouders zijn niet wettelijk verplicht om een integriteitsschending door een lid van de gemeenteraad of een lid van het college van burgemeester en wethouders te melden. Op grond van artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering zijn leden van de gemeenteraad, leden van het college van burgemeester en wethouders en ambtenaren alleen verplicht om aangifte te doen van (ambts-)misdrijven. Bij twijfel of sprake is van een (ambts-) misdrijf, kunnen zij in een vertrouwelijk gesprek advies inwinnen bij de Rijksrecherche.

Meldpunt De ontvangst van integriteitsmeldingen loopt primair via de griffier. Hij is het (vertrouwelijke) meldpunt voor alle signalen van (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of leden van het college van burgemeester en wethouders. De griffier bevestigt (schriftelijk/per e-mail) de ontvangst van het signaal aan de melder en houdt na een melding strakke regie op het administratieve proces en zorgt in alle fases voor verslaglegging. Een melding tegen de griffier loopt via de burgemeester. Duiding en beoordeling melding Beoordeling integriteitsmeldingen De griffier legt de melding voor aan de Commissie Integriteit die de melding weegt en beoordeelt. Indien het een melding betreft met betrekking tot een wethouder wordt deze ook met de gemeentesecretaris besproken. De melder wordt na beoordeling geïnformeerd over het resultaat van de beoordeling door respectievelijk de griffier/burgemeester/voorzitter Commissie Integriteit.

Een integriteitsmelding wordt getoetst aan de wet- en regelgeving en de gedragscode op: • De aard van het feit; • De ontvankelijkheid van de melding; • De ernst van de zaak; • De valideerbaarheid van feiten en omstandigheden; • De positie of persoon van de bron en de persoon van het lid van de gemeenteraad of van het college van burgemeester en wethouders in kwestie; • De geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid van signalen; • De spoedeisendheid/actualiteit van de melding.

7

De beoordeling kan leiden tot de volgende conclusies: a. Het betreft geen integriteitkwestie maar heeft bijvoorbeeld wel betrekking op omgangsnormen. De griffier neemt contact op met de melder en deelt mede dat de melding geen betrekking heeft op integriteit. Afhankelijk van de casus kan de griffier een gesprek tussen betrokkenen organiseren. 4 b. Er is aanvullende informatie nodig. De griffier neemt contact op met de melder en geeft aan dat de verstrekte informatie onvoldoende is om de melding te kunnen wegen en verzoekt om nader informatie; c. Er zijn onvoldoende aanwijzingen voor een integriteitschending. Als er onvoldoende aanwijzingen zijn om te constateren dat er sprake is van een integriteitschending, neemt de griffier na beoordeling van de melding in de Commissie Integriteit (vertrouwelijk) hierover contact op met de melder en het betrokken lid van de gemeenteraad of lid van het college van burgemeester en wethouders; d. Er dreigt een schending.

Wanneer er geen sprake is van schending, maar een schending door een lid van de gemeenteraad of lid van het college van burgemeester en wethouders dreigt, dan wordt geen onderzoek naar de melding verricht, maar zal de burgemeester na beoordeling van de melding in de Commissie Integriteit contact opnemen met het betreffende lid van de gemeenteraad of van het college van burgemeester en wethouders (vertrouwelijk) en de melder hierover informeren; e. Er is een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Indien er (tevens) een redelijk vermoeden van een strafbaar feit bestaat, wordt door of namens de burgemeester na beoordeling van de melding in de Commissie Integriteit aangifte gedaan bij het OM. Na overleg met de Officier van Justitie worden alle beschikbare gegevens door of namens de burgemeester ter beschikking gesteld aan Justitie. Na aangifte bepaalt de Officier van Justitie of nader onderzoek nodig is. Overheden mogen de resultaten van het onderzoek na verkrijging van de Officier van Justitie, gebruiken om het eigen onderzoek af te ronden. Een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk onderzoek sluiten elkaar niet uit. f. Er is een feitenonderzoek naar (mogelijke) integriteitsschendingen noodzakelijk omdat er een redelijk vermoeden is van een integriteitsschending. Dit onderzoek is nodig om te beoordelen of meldingen op waarheden en derhalve op redelijke gronden berusten.

De noodzaak voor een feitenonderzoek wordt besproken in de Commissie Integriteit, waarbij de proportionaliteit en subsidiariteit in acht genomen worden. Indien hiertoe wordt besloten, geeft de burgemeester vervolgens een extern bureau opdracht tot het instellen van een feitenonderzoek. De burgemeester informeert de melder en het betrokken lid van de gemeenteraad of lid van het college van burgemeester en wethouders over het instellen van dit onderzoek. Indien het onderzoek zich richt op een gedraging van de burgemeester dan ligt de coördinatie van het onderzoeksproces bij de voorzitter van de Commissie Integriteit. Wanneer er bij een mogelijke integriteitsschending sprake is van een partijgenoot van een van de leden van de commissie, legt het betreffende commissielid tijdelijk zijn/haar werkzaamheden neer. Dit protocol gaat alleen over (mogelijke) integriteitschendingen. Ten aanzien van gedrag en houding (gedragsnormen) zal een apart protocol worden opgesteld. 4

8

Voorbereiding feitenonderzoek Opdrachtformulering Nadat in de Commissie Integriteit besloten is dat een feitenonderzoek noodzakelijk is, stelt de burgemeester vervolgens een opdracht op aan een externe onderzoeker tot het instellen van een feitenonderzoek. Afhankelijk van de ernst van de melding kan het onderzoek verricht worden door een extern adviesbureau of externe adviseurs. De burgemeester kan de beoogde externe onderzoeker, gelet op zijn/haar specifieke deskundigheid, om advies vragen bij de formulering van de opdracht. Bij de opdrachtverstrekking wordt rekening gehouden met de volgende aspecten: - Wat te onderzoeken - Wie verricht het onderzoek - Welke onderzoeksmethoden worden ingezet - Welk normatief kader wordt gehanteerd - Wat te rapporteren - Wat te doen met de uitkomsten, toelichting door bureau Opdrachtverstrekking Nadat de Commissie Integriteit kennis heeft genomen van de onderzoeksopdracht, verleent de burgemeester schriftelijke opdracht aan de externe onderzoeker(s) en laat hiervoor een financiële verplichting vastleggen. Kennisgeving Uit zorgvuldigheid dragen de griffier, de burgemeester en de Commissie Integriteit er zorg voor dat de kring van behandelaars van de melding zo klein mogelijk blijft.

De burgemeester stelt, voor zover de feiten dit toelaten, de melder en het betrokken lid van de gemeenteraad en of betrokken lid van het college van burgemeester en wethouders na kennisneming door de Commissie Integriteit van het onderzoeksvoorstel vertrouwelijk op de hoogte van de aanvang van het onderzoek. Uitvoering onderzoek Waarborgen voortgang onderzoek Na de beslissing over het verrichten van onderzoeken, bewaakt de burgemeester de voortgang van het onderzoeksproces. De burgemeester is eindverantwoordelijk voor de wijze waarop (tijd, kwaliteit en budget) het onderzoek plaatsvindt. Tot het moment van openbaarmaking van het onderzoeksrapport wordt door de burgemeester geheimhouding opgelegd op alles wat te maken heeft met het onderzoek. De burgemeester kan, na overleg met de Commissie Integriteit, in (wettelijk) bepaalde gevallen (art. X8 Kieswet juncto art. 15 Gemeentewet (de verboden handelingen) de gemeenteraad voorstellen een raadslid gedurende het onderzoek te schorsen. Rapportage In de rapportage wordt door de onderzoekers verantwoord op welke wijze zij stapsgewijs hun onderzoek hebben verricht. Voordat de onderzoekers de rapportage aanbieden aan de burgemeester, geven zij binnen een week na afronding van het onderzoeksrapport het lid van de gemeenteraad of het lid van het 9

college van burgemeester en wethouders, waar onderzoek naar is verricht, in het kader van hoor en wederhoor de gelegenheid kennis te nemen van het rapport inclusief de bijlagen. Dit gebeurt door hem uit te nodigen om het rapport te komen inzien. Er wordt geen kopie van het onderzoeksrapport verstrekt. Het toepassen van hoor en wederhoor is een wezenlijk onderdeel van de afronding van het onderzoek. De betrokkene kan op dat moment ook zelf zijn positie bepalen. Indien dit lid van de gemeenteraad of van het college op- en aanmerkingen heeft, dienen deze schriftelijk te worden vastgelegd en als een addendum opgenomen te worden in het definitieve onderzoeksrapport. De onderzoekers onthouden zich (in het rapport en daarbuiten) van eigen opvattingen inzake (de consequenties van) de beoordeling van de al dan niet aan de orde zijnde integriteitschending maar plaatsen de feiten wel in een toetsingskader van wet- en regelgeving. Het is de taak van de gemeenteraad om vervolgens op basis van de onderzoeksgegevens zich een oordeel te vormen over (de consequenties van) de feiten.5 Communicatie Communicatie over de voorgang van het onderzoek geschiedt, in overleg met de Commissie Integriteit, onder verantwoordelijkheid van de burgemeester.

Afronding onderzoek Bespreking rapportage De externe onderzoekers bieden nadat het eventuele verslag voor hoor en wederhoor aan het onderzoeksrapport is toegevoegd, het eindrapport aan de burgemeester aan. Deze agendeert het voor een (besloten) vergadering van de Commissie Integriteit. Op basis daarvan wordt door de griffier een raadsvoorstel gemaakt. Daarna biedt de burgemeester het raadsvoorstel en rapport ter agendering aan voor de eerstvolgende raadsvergadering. Nazorg De burgemeester plant na deze raadsvergadering een evaluatiegesprek in met het betreffende raadslid of wethouder, waarnaar onderzoek is verricht. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit protocol treedt in werking op de dag na de bekendmaking in het Gemeenteblad. 2. Dit protocol wordt aangehaald als “Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of van het college van burgemeester en wethouders van Brunssum 2018”.

Het een bewuste keuze om deze taak bij de raad te houden, passend bij het voorstel om de raad in het najaar van 2018 hierop voor te bereiden door middel van diverse trainingen. 5

10

Bijlage 2 Stappenplan (mogelijke) integriteitsschendingen door leden gemeenteraad of college van burgemeester en wethouders Situatie Een raadslid dat geconfronteerd wordt met een eigen integriteitsvraagstuk.

Stap Het betreffende raadslid zoekt een klankbord op.

Een raadslid dat geconfronteerd wordt met een integriteitsvraagstuk over een ander raadslid of collegelid. Er is (mogelijk) sprake van een (ambts)misdrijf.

De betreffende persoon verzamelt zoveel mogelijk informatie over de casus en zoekt een klankbord op.

Er is sprake van (een vermoeden van) een integriteitschending.

De betreffende persoon kan melding doen bij de Commissie Integriteit via de griffier.

Toelichting - Het betreft een dilemma over eigen handelen. - Klankbord in de privékring, fractie, partij, griffier, etc. - Klankbord in de privékring, fractie, partij, griffier, etc.

Iedereen kan advies inwinnen bij de Rijksrecherche. Indien er sprake is. Van een (ambts)misdrijf zijn ambtenaren, college- en raadleden verplicht aangifte te doen bij de politie. -

-

De burgemeester beoordeelt en duidt de melding samen met de Commissie Integriteit.

-

Iedereen (raadslid, B&W, ambtenaren, organisaties, bedrijven, burgers) kan signaleren dat er (mogelijk) sprake is van een (ambts)misdrijf. Iedereen (raadslid, B&W, ambtenaren, organisaties, bedrijven, burgers) kan melding doen. Het vermoeden dient op redelijke gronden en op eigen kennis of waarneming gebaseerd te zijn. Er zijn 6 mogelijke situaties:

11

1. Het betreft geen integriteitskwestie. 2. Er is aanvullende informatie nodig. 3. Er zijn onvoldoende aanwijzingen voor een integriteitschending 4. Er dreigt een schending.

-

De griffier neemt contact op met de melder. De griffier neemt contact op met de melder. De griffier neemt contact op met de melder.

5. Er is een redelijk vermoeden van een strafbaar feit.

-

Namens of door de burgemeester wordt aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie.

6. Er is een redelijk vermoeden van een integriteitschending waardoor een feitenonderzoek noodzakelijk is .

-

De burgemeester geeft na bespreking van de onderzoeksopdracht met de Commissie Integriteit opdracht voor het feitenonderzoek. De burgemeester informeert het betreffende raadslid of wethouder dat opdracht is gegeven voor een onderzoek naar hem of haar en informeert de melder. De burgemeester bewaakt de voortgang van het proces. De burgemeester bespreekt het onderzoekrapport met de Commissie Integriteit en biedt het rapport aan de raad ter agendering aan. De burgemeester plant na deze raadsvergadering een evaluatiegesprek in met het betreffende raadslid of wethouder, waarnaar onderzoek is verricht.

De burgemeester neemt contact op met het betreffende raad- of collegelid (vertrouwelijk) en informeert de melder hierover.

-

-

Het feitenonderzoek wordt uitgevoerd door een extern adviesbureau/ externe adviseurs.

12

Bijlage 3 Wijziging Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2017 De gemeenteraad heeft op 10 april 2018 de notitie “Nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders en raadsleden in Brunssum na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018” vastgesteld. Onderdeel hiervan is het besluit om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en een registratie BKR verplicht te stellen voor kandidaat-wethouders als onderdeel van de risicoanalyse integriteit. De gemeenteraad heeft tijdens deze vergadering ook besloten om de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven permanent te bemensen. Hiervoor zijn drie raadleden door de raad benoemd. De genomen besluiten moeten nog opgenomen worden in de betreffende regeling. Gelet hierop wordt de voorgesteld om het RvO als volgt te wijzigen. Omschrijving hoofdstuk wordt: Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties Artikel 6, lid 1 wordt: De raad stelt een Commissie Onderzoek Geloofsbrieven in bestaande uit drie van zijn leden die door de raad op voorstel van de voorzitter worden gekozen voor de duur van één raadsperiode. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuwe leden en de processenverbaal van de stembureaus.

De commissie onderzoekt tevens de geloofsbrieven van kandidaat-wethouders conform de eisen van de Gemeentewet. Bij afwezigheid van een van de leden van deze commissie kan de raad ad hoc een raadslid ter tijdelijke vervanging aanwijzen. Lid 6 wordt: De wethouder legt de eed of belofte af alvorens de functie te kunnen uitoefenen. Lid 7 wordt: De burgemeester geeft de opdracht voor een risicoanalyse integriteit voorafgaand aan de benoeming van een wethouder. De benoeming is niet eerder dan dat de uitslag bij de burgemeester bekend is. Indien de uitkomst van de risicoanalyse daar aanleiding toe geeft informeert de burgemeester de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven conform de procedure zoals omschreven in de notitie “Nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaatwethouders en raadsleden in Brunssum na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018”. Kandidaat-wethouders dienen te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en registratie BKR ten behoeve van de risicoanalyse integriteit. Toelichting: Aanleiding voor het instellen van een permanente commissie in plaats van bij elke benoeming een nieuwe commissie in te stellen, komt door het vastleggen van een nieuw onderdeel aan de benoemingsprocedure voor kandidaat-wethouders. Zo moet de burgemeester in overleg met de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven bepalen of een zogenaamd nader onderzoek (fase 3) noodzakelijk is.

Dit onderzoek vindt plaats voor de benoemingsvergadering vandaar de noodzaak om deze commissie permanent in te stellen. De verplichting om voor de benoeming van de wethouders een risicoanalyse integriteit te doen bestond al. De VOG en BKR werden al bij de analyse betrokken op verzoek van het betreffende onderzoeksbureau. Op verzoek van de raad wordt dit nu formeel geregeld waarbij 13

tevens wordt geanticipeerd op plannen van de minister. Bijlage 4 Stroomschema nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit kandidaat-wethouders Procedure benoeming wethouders

Wat

Wie

1

Onderhandelingen coalitie.

2

Instellen permanente Commissie Onderzoek Geloofsbrieven

Raadsleden / partijen Raad

3

Aantal wethouders bepalen en kandidaten voordragen.

Coalitie

4

Risicoanalyse Integriteit door extern bureau, toetsing aan de benoemingsvereisten.

Extern bureau

4.1

Het onderzoeksbureau verstrekt de kandidaatbestuurder vragenformulieren.

4.2

De burgemeester heeft geen toetsende rol en draagt in deze beide fasen geen informatie over de kandidaat aan. De onderzoeker controleert de aangeleverde gegevens, zoals de VOG en registratie BKR, stelt een open bronnen onderzoek in en bespreekt de bevindingen met de betrokkene. Daarna maakt de onderzoeker een risicoanalyse ten behoeve van de betrokkene.

Wanneer

Grondslag

De leden zijn benoemd in de vergadering van 10 april 2018

art 6 RvO

stap

4.3

4.4

Minimaal 3 weken voor benoeming

Art. 36 Gemeentewet + Art. 6 RvO Art. 6 RvO, conform procedure nieuwe aanpak

In het kader van een adviserend en reflecterend gesprek bespreekt de onderzoeker de analyse en de eventuele risico beheersende maatregelen met de kandidaat-wethouders. De risicoanalyse wordt daarbij uitsluitend aan de betrokkene verstrekt. Betrokken kandidaatwethouders kunnen deze met derden delen. De kandidaat-bestuurder is verantwoordelijk voor het toepassen van de eventueel risico beheersende maatregelen.

4.5

Na dit gesprek verstrekt de onderzoeker, met instemming of anders met vermelding van de reactie van de kandidaat-wethouder, de eindconclusie van het onderzoek aan de burgemeester.

14

De eindconclusie heeft de vorm van een rapportage met uitsluitend voor de benoembaarheid relevante bevindingen. Vervolgens heeft de kandidaat-wethouder een gesprek met de burgemeester over de eindconclusie en de eventueel te nemen risico beheersende maatregelen. De burgemeester bewaakt de uitvoering van deze risico beheersende maatregelen. De burgemeester deelt deze eindconclusie met de kandidaat-bestuurder en de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven. 5

Benoemingsvergadering gemeenteraad De voorzitter van de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven brengt, na onderzoek van de geloofsbrieven, aan de raad verslag uit van de bevindingen over fase 1 (vereisten voor benoeming).

Vz. Commissie Onderzoek Geloofsbrieven, burgemeester en raad

Art. 35 Gemeentewet

De burgemeester deelt aansluitend de eindconclusie van de risicoanalyse (fase 2) mee aan de raad.

6

6.1 6.2

De raad oordeelt over de benoembaarheid van de kandidaat-wethouders in een vrije en geheime stemming. Nader onderzoek, fase 3 Deze derde fase komt pas in beeld indien in de tweede fase geconstateerd is dat er sprake is van enig risico dat niet op een afdoende wijze wordt weggenomen. Op het moment dat er wel risico’s gesignaleerd worden, zal er – tenzij de kandidaat-wethouder zich op basis van deze inzichten uit de benoemingsprocedure terugtrekt - een inhoudelijk verslag worden opgesteld door de extern deskundige die het risicoprofielgesprek heeft gevoerd. Bij voorkeur heeft het verslag de instemming van de burgemeester en kandidaatwethouder.

Conform procedure nieuwe aanpak

De burgemeester legt de bevindingen uit de risicoanalyse over de risico’s voor aan de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven. Indien de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven op aangeven van de burgemeester tot de slotsom komt dat er mogelijk een substantiële integriteitsbelemmering is dat niet is weggenomen of kan worden opgeruimd (‘toekomstig ernstig risico’), dan kan de commissie de raad het advies geven om de benoeming aan te houden totdat nader onderzoek is verricht.

15

6.3

Wanneer er in deze fase sprake is van een kandidaat namens de lijst van een van de leden van de commissie, zal het betreffende commissielid tijdelijk zijn/haar werkzaamheden moeten staken.

6.4

Voordat de beslissing genomen wordt tot een nader onderzoek, uit te voeren door een onafhankelijke derde niet zijnde de externe deskundige die betrokken was in fase 2, wordt een kandidaatwethouder gehoord door de commissie en de burgemeester. Vervolgens wordt bepaald of en zo ja, in welke vorm het nader onderzoek wordt gedaan. Bij een nader onderzoek kan niet worden volstaan met een onderzoek op basis van openbare bronnen en zullen ook gesloten bronnen worden geraadpleegd.

6.5

De burgemeester informeert de commissaris van de Koning dat een nader onderzoek naar een kandidaat wethouder plaatsvindt. De commissaris van de Koning heeft geen inhoudelijke bemoeienis met het nader onderzoek.

6.6

De kandidaat-wethouder, burgemeester en de commissie kunnen schriftelijke informatie verstrekken aan het bureau dat het nader onderzoek uitvoert. De kandidaat-wethouder krijgt de conceptnotitie of het conceptrapport, met alle relevante bijlagen ter inzage om de juistheid van de feiten, normen en de bewijsvoering en andere kwaliteitsaspecten te bezien en kan daarop binnen een bepaalde termijn schriftelijk commentaar geven. Dat commentaar moet serieus bekeken worden en kan aanleiding zijn voor aanpassing van het conceptrapport. Hierna rapporteert het bureau aan de burgemeester en de commissie voor de geloofsbrieven. De kandidaat-wethouder krijgt hiervan een afschrift.

6.7

6.8

Evenals de eerste twee fasen kan ook het nader onderzoek voor de kandidaat-wethouder reden zijn om zich terug te trekken uit de procedure. Hier dient expliciet aandacht voor te zijn. Ook kan – zoal dat niet naar aanleiding van fase twee is geschied het nader onderzoek aanleiding zijn voor de partij of fractie om hun kandidaat-wethouder terug te trekken. De burgemeester brengt in een bij voorkeur besloten vergadering van de raad verslag uit van het nader onderzoek. Wanneer de betrokkene zijn of haar kandidatuur handhaaft is het aan de raad om in een openbare vergadering te oordelen over de benoembaarheid. Gelet op de bescherming van de privacy van de kandidaat-wethouder geldt ook voor deze fase 3 geheimhouding en is het belangrijk om de naam van de kandidaat geheim te houden tot de openbare benoeming in de gemeenteraad.

16

7

Stemmen over kandidaat en benoemen.

8

Aanvaarden benoeming en afleggen eed of belofte.

Raad Uiterlijk 10 dagen na kennisgeving benoeming

Art 35 Gemeentewet Art 40, e.v. Gemeentewet

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=6d909a51-f910-440e-8425-3d50a21e406a