CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 68 (bijlage) Bijlagenboek toelichting bestemmingsplan 'Vervangende nieuwbouw Europalaan te Brunssum'

Commissie Ruimte en Techniek 27 augustus 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Europalaan; gemeentebladnummer 2024/6820.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Vervangende nieuwbouw Europalaan te Brunssum Gemeente Brunssum Bijlagenboek

Bestemmingsplan Vervangende nieuwbouw Europalaan te Brunssum Gemeente Brunssum Bijlagenboek

Rapportnummer:

P04886_bijlagen

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0899.BPVVNWBEUROPALAAN-Vs01

Datum:

14 augustus 2024

Opdrachtgever:

Stichting Weller

Projectteam BRO:

YvP, RVe

Bron foto kaft:

BRO, abstract

Beknopte inhoud:

Bijlagen, bestemmingsplan ten behoeve van vervangende nieuwbouw en de realisatie van 147 woningen (134 appartementen en 13 grondgebonden eengezinswoningen) ter plaatse van de Europalaan te Brunssum.

BRO Hoofdvestiging Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch T +31 (0)73 208 91 55 E info@bro.nl

Vervangende nieuwbouw Europalaan te Brunssum

Inhoudsopgave

Bijlagen bij T oelichting

3

Bijlage 1

Indicatief bodemonderzoek

4

Bijlage 2

Milieuhygiënische verklaring bodemonderzoeken

30

Bijlage 3

Vooronderzoek bodem

116

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

140

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek warmtepompen

399

Bijlage 6

Aerius-berekenning

415

Bijlage 7

Activiteitenplan ontheffingsaanvraag

477

Bijlage 8

Watertoets

509

Bijlage 9

Archeologisch onderzoek

535

Bijlage 10

Geologisch-hydrogeologisch onderzoek

598

2

Bestemmingsplan "Vervangende nieuwbouw Europalaan te Brunssum" (ontwerp)

Bijlagen bij T oelichting

Bestemmingsplan "Vervangende nieuwbouw Europalaan te Brunssum" (ontwerp)

3

Bijlage 1 Indicatief bodemonderzoek

4

Bestemmingsplan "Vervangende nieuwbouw Europalaan te Brunssum" (ontwerp)

Weller De heer C. Bijlmakers Postbus 2 6400 AA HEERLEN

Ons kenmerk:

MA150070.B01 Behandeld door:

B.J.M. Habets, bc Uw kenmerk:

Schinnen, 14 april 2015 Uw contactpersoon:

Dhr. C. Bijlmakers Bijlagen:

Onderwerp: Resultaten indicatief bodemonderzoek rondom te slopen flats Leenheerstraat 1-79 te Brunssum

5

Geachte heer Bijlmakers, Hierbij doe ik u onze briefrapportage toekomen met betrekking tot bovenstaand onderzoek.

Inleiding In verband met de voorgenomen sloop van bovengenoemd appartementencomplexen waarbij plaatselijk in de bodem direct rondom het gebouw zal worden gegraven, is inzicht in de kwaliteit van de bodem gewenst. De opdrachtgever heeft medegedeeld dat eventueel grondverzet tot maximaal 1 meter vanuit de huidige gevel zal gaan plaatsvinden. Het doel van onderhavig indicatief bodemonderzoek is middels een beperkt aantal boringen en chemische analyses een indruk te krijgen van de actuele kwaliteit van de bodem ter plaatse van het onderzoeksterrein voorafgaand aan de sloop van het complex. De locatie betreft de strook (maximale breedte: 1 meter) direct rondom de bebouwing en is deels voorzien van een tegelverharding (looppad) en is deels in gebruik als groenvoorziening en gras. De ligging van de locatie in is bijlage 1 weergegeven.

Onderzoeksopzet Rondom beide flats worden in totaal 12 boringen uitgevoerd tot 1,0 maaiveld waarbij per flat één boring wordt doorgezet tot 2,0 m-maaiveld. Van de bovengrond worden 2 grondmengmonsters samengesteld. Van de ondergrond worden eveneens 2 mengmonsters samengesteld. Aangezien het de verwachting is dat het grondwater niet binnen 5 m-mv is gesitueerd, wordt het grondwater ter plaatse niet onderzocht. De onderzoeksstrategie is in onderstaande tabel 1 samengevat. Tabel 1: Overzicht van de uit te voeren boringen en te verrichten analyses. Aantal te onderzoeken (meng)monsters3,4)

Aantal boringen tot

1) 2) 3)

4)

1,0 m -mv1)

2,0 m-mv1)

en met peilbuis2

bovengrond

ondergrond

grondwater

12

2

-

2

2

-

Indien visueel schoon dan boren tot opgegeven einddiepte, anders boren tot 0,5 meter minus verdachte bodemlaag Op basis van geohydrologische gegevens is bekend dat binnen een diepte van 5,0 m-mv grondwater geen wordt aangetroffen. Grondwateronderzoek is volgens de NEN 5740 in een dergelijke situatie niet noodzakelijk Naar aanleiding van een visuele beoordeling van de uitkomende grond, c.q. materiaal van de geplaatste boringen kan door het inzetten van separate analyses meer informatie worden verkregen omtrent mogelijke verontreinigingen binnen het onderzoeksterrein. Indien deze situatie zich voordoet, worden in overleg met de opdrachtgever extra werkzaamheden uitgevoerd. Standaardpakket landbodem en grond: organisch stof en lutum metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) organische parameters (som-PCB, som-PAK (10) en minerale olie)

Uitgevoerd veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 30 maart 2015 conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend VKB-protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De coördinerend veldmedewerker de heer T.P.E. Pansters is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Voor een situatieoverzicht van de boringen wordt verwezen naar bijlage 2. Er hebben geen afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden. De veldwerkzaamheden zijn verder conform de opgestelde onderzoeksstrategie uitgevoerd. De bodem ter plaatse bestaat vanaf maaiveld tot maximaal 2,0 m-mv uit sterk zandige leem. Plaatselijk bestaat de ondergrond uit matig grof, zwak siltig zand. Zintuiglijk zijn zowel in de boven- als ondergrond sporen baksteenpuin, beton en kooldeeltjes. Voor een overzicht van de boorprofielen verwijzen wij naar de boorstaten die als bijlage 3 zijn toegevoegd.

MA150070.F01

Pagina 2 van 5

Analyseresultaten Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters De chemische analyses van de grond(meng)monsters zijn conform AS3000 uitgevoerd door ALcontrol Laboratories B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (certificaatnummer L28) en AS3000-erkend. Naar aanleiding van het zintuiglijk onderzoek zijn conform de onderzoeksopzet 4 grondmengmonsters uit de opgeboorde grond samengesteld. Alle grond(meng)monsters zijn onderzocht op het standaardpakket landbodem en grond uit de NEN-5740:2009. In tabel 2 is een overzicht gegeven hoe de grondmengmonsters zijn samengesteld. Tevens zijn van elk grondmengmonster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. De analyseresultaten zijn getoetst aan het referentiekader van de Circulaire bodemsanering 2013. In de Circulaire worden drie toetsingsniveaus onderscheiden: de achtergrondwaarde (AW) voor grond, streefwaarde (S) voor grondwater en de interventiewaarde (I) voor grond en grondwater. In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingsituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: Licht verhoogd: betreft gehalten/concentraties tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q.

streefwaarde voor grondwater en het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde (verder genoemd als “tussenwaarde”); Matig verhoogd: betreft gehalten/concentraties tussen de tussen- en interventiewaarde; Sterk verhoogd: betreft gehalten/concentraties welke de interventiewaarden overschrijden. Toetsing van de analyseresultaten De referentiewaarden voor zware metalen en organische verbindingen zijn afhankelijk van het lutum- en humusgehalte in de bodem. Derhalve zijn van alle grond(meng)monsters de gehalten aan lutum en humus bepaald. Op basis van deze gehalten is het toetsingskader berekend (zie bijlage 5). In tabel 3 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten de achtergrondwaarden overschrijden.

MA150070.F01

Pagina 3 van 5

Tabel 3 Overzicht van het toetsingsresultaat voor grond(meng)monsters nr.

boring

BG1

001 002

diepte (cm-mv) 0 - 50 0 - 50

003

0 - 50

004

0 - 50

006

0 - 50

007

0 - 50

008 009 010

0 - 50 0 - 50 0 - 50

011 012

0 - 50 0 - 50

013

0 - 20

BG2

OG1

OG2

bodembeschrijving

analyseparameter

parameters >AW

Leem Leem, sporen baksteen, sporen grind, sporen kolen Leem, sporen baksteen, sporen kolen, sporen grind Leem, sporen baksteen, sporen kolen Leem, sporen baksteen, sporen grind, sporen beton Leem, sporen grind

Standaardpakket

Geen

AW

Leem, sporen grind Leem, sporen grind Leem, sporen baksteen, sporen grind, sporen beton Leem, sporen grind Leem, sporen baksteen, sporen grind Leem, sporen baksteen, sporen grind Leem, sporen grind

Standaardpakket

Geen

AW

Standaardpakket

Geen

AW

Standaardpakket

Geen

AW

014

0 - 50

002

50 - 100

002 002

100 - 150 150 - 200

Leem, sporen baksteen, sporen grind, sporen kolen Leem, sporen baksteen Leem, sporen baksteen

013 013 013

50 - 100 100 - 150 150 - 200

Zand Zand Zand

geh.

toets

Bbk

Toelichting tabel 3 Verklaring gebruikte afkortingen:

AW TW IW SW geh.

: achtergrondwaarde 2000 : tussenwaarde : interventiewaarde : streefwaarde : gemeten gehalte

Verklaring der tekens

* ** ***

: groter dan AW en kleiner of gelijk aan TW : groter dan TW en kleiner of gelijk aan IW : groter dan IW

BBK

: Besluit bodemkwaliteit

Resultaten en conclusies Uit de resultaten van onderhavig bodemonderzoek blijkt het volgende: zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen; bij eventuele graafwerkzaamheden is geen veiligheidsklasse van toepassing genomen. De definitieve veiligheidsklasse dient door de aannemer te worden bepaald. Opgemerkt wordt dat onderhavig onderzoek niet geschikt is voor de aanvraag van een omgevingsvergunning en slechts bedoeld is om een indruk te krijgen van de kwaliteit van de bodem direct rondom de gebouwen in het kader van geplande graafwerkzaamheden. Onderhavig onderzoek is dan ook niet conform de hiervoor geldende norm (NEN 5740) uitgevoerd.

MA150070.F01

Pagina 4 van 5

Met vriendelijke groet, Geonius Milieu B.V.

B.J.M. Habets, bc

Bijlagen : Bijlage 1 : Topografische kaart met ligging locatie Bijlage 2 : Situatietekening onderzoekslocatie met ligging boorpunten en foto’s Bijlage 3 : Boorprofielen Bijlage 4 : Analysecertificaten Bijlage 5 : Getoetste resultaten aan Wet bodembescherming

MA150070.F01

Pagina 5 van 5

Bijlage 1:

Regionale ligging onderzoekslocatie

Onderzoekslocatie

blad topografische kaart: 68G Noord: X:

195.543

Y:

328.870

Zuid: X:

195.582

Y:

328.819

Verkennend bodemonderzoek Leenheerstraat 1-79 te Brunssum topografische kaart

Geonius Milieu Breinderveldweg 15 +31 (0) 88 1300 600

MA150070

B. Habets

T1

R. Tempels

01-04-2015

A4

6365 CM Schinnen www.geonius.nl

1:25000 0

1250

Bijlage 2:

Situatietekening onderzoekslocatie met ligging boorpunten en foto’s

42 81

8 83 85 89

002 001

003

41 t/m

79

007

004 F1 006 005

F2

28

008

F3

26

014

F4

24

009

22

013

16

1t

/m

39

14

20

010

18

13

9

011

14

Le en

he e

rst

16

raa

t

11

012

12 10

onderzoekslocatie bestaande bebouwing percelen 0 boring tot 1,0m -mv 0 boring tot 2,0m -mv fotolocatie Verkennend bodemonderzoek Leenheerstraat 1-79 28 te Brunssum m

/ 2t

MA150070

Geonius Milieu Breinderveldweg 15 +31 (0) 88 1300 600

ala

rop

Eu

situatietekening

B. Habets

T2.1

an

01-04-2015

A3

R. Tempels

6365 CM Schinnen www.geonius.nl

1:500 0

25

1t /m

11

9

foto 1

foto 2

foto 3

foto 4

Verkennend bodemonderzoek Leenheerstraat 1-79 te Brunssum fotobijlage

Geonius Milieu Breinderveldweg 15 +31 (0) 88 1300 600

MA150070

B. Habets

T2.2

R. Tempels

01-04-2015

A4

6365 CM Schinnen www.geonius.nl

Bijlage 3:

Boorprofielen

opdrachtnummer : MA150070 projectomschrijving : IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum

Boring:

001

Boring:

002

Datum:

30-03-2015

Datum:

30-03-2015

0

0

groenstrook Leem, sterk zandig, neutraalbruin, Edelmanboor

1

1 -50

50

Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, sporen wortels, neutraalbruin, Edelmanboor

2 -100

100

0

0

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, sporen kolen, neutraalbruin, Edelmanboor

50 2 -100

100

Leem, sterk zandig, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

3 150 4 -200

200

Boring:

003

Boring:

004

Datum:

30-03-2015

Datum:

30-03-2015

0

0 1

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen kolen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

-50

50

Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

2 -100

100

0

0 1

-50

50

Leem, sterk zandig, neutraalbruin, Edelmanboor 2 -100

100

Boring:

005

Boring:

006

Datum:

30-03-2015

Datum:

30-03-2015

0

0 1

groenstrook Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, sporen beton, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

Leem, sterk zandig, neutraalbruin, Edelmanboor

0

0 1

Leem, sterk zandig, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor 2

-100

-100

100

Boring:

007

Boring:

008

Datum:

30-03-2015

Datum:

30-03-2015

0

0

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, sporen mijnsteen, neutraalbruin, Edelmanboor

2 -100

-50

50

-100

100

009

Boring:

010

Datum:

30-03-2015

Datum:

30-03-2015

0

gras Leem, sterk zandig, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

0

0

1

1

50

gras Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, sporen beton, neutraalbruin, Edelmanboor

-50

50 2

100

Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

2

Boring:

0

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

1 -50

100

0

0

1 50

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, sporen beton, neutraalbruin, Edelmanboor

-50

50

2 100

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen kolen, neutraalbruin, Edelmanboor

Leem, sterk zandig, sporen grind, neutraal grijsbruin, Edelmanboor 2

-100

100

-100

pagina 1/2 verticale schaal 1: 40

opdrachtnummer : MA150070 projectomschrijving : IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum

Boring:

011

Boring:

012

Datum:

30-03-2015

Datum:

30-03-2015

0

0

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

1

1 -50

50

Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

2 -100

100

0

0

-50

50

-100

100

013

Boring:

014

Datum:

30-03-2015

Datum:

30-03-2015

0

1

-20

2

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, licht witgrijs, Edelmanboor

50

Leem, sterk zandig, sporen kolen, sporen grind, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor

2

Boring:

0

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

0

0

groenstrook Leem, sterk zandig, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50

3

2

100

100

-100

4 150 5 200

-200

pagina 2/2 verticale schaal 1: 40

Bijlage 4:

Analysecertificaten

ALcontrol B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.alcontrol.nl

Analyserapport

GEONIUS MILIEU BV B Habets Breinderveldweg 15 6365 CM SCHINNEN

Uw projectnaam Uw projectnummer ALcontrol rapportnummer Rapport-verificatienummer

Blad 1 van 7

: IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum : MA150070 : 12124339, versienummer: 1 : ERVQYE1P

Rotterdam, 08-04-2015

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project MA150070. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel door derden uitgevoerd onderzoek, uitgevoerd door ALcontrol B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 7 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

R. van Duin Laboratory Manager

ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

GEONIUS MILIEU BV B Habets Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 2 van 7

Analyserapport IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum

Orderdatum 31-03-2015 Startdatum 31-03-2015 Rapportagedatum 08-04-2015

MA150070 - 1

12124339

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001 002 003 004

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

BG1 001 (0-50) 002 (0-50) 003 (0-50) 004 (0-50) 006 (0-50) 007 (0-50) BG2 008 (0-50) 009 (0-50) 010 (0-50) 011 (0-50) 012 (0-50) 013 (0-20) 014 (0-50) OG1 002 (50-100) 002 (100-150) 002 (150-200) OG2 013 (50-100) 013 (100-150) 013 (150-200)

Analyse

Eenheid

Q

droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten

gew.-% g g

S S S

81.6 <1 geen

82.2 <1 geen

81.3 <1 geen

93.5 <1 geen

organische stof (gloeiverlies)

% vd DS

S

0.9

1.1

1.0

1.8

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

S

15

15

15

2.0

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

S S S S S S S S S

52 0.23 6.8 10 0.06 23 <0.5 16 61

51 <0.2 5.8 8.9 <0.05 19 <0.5 14 49

49 <0.2 6.0 15 <0.05 17 <0.5 16 57

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20

<0.01 0.02 <0.01 0.04 0.03 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 1) 0.204

<0.01 0.02 <0.01 0.03 0.01 0.02 0.01 0.02 0.01 0.01 1) 0.144

<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9

mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds

001

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.04 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.05 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.04 chryseen mg/kgds S 0.04 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.03 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.04 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.03 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.03 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.314 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds

S S S S S S S S

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9

002

003

004

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q.

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

GEONIUS MILIEU BV B Habets Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 3 van 7

Analyserapport IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum

Orderdatum 31-03-2015 Startdatum 31-03-2015 Rapportagedatum 08-04-2015

MA150070 - 1

12124339

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001 002 003 004

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

BG1 001 (0-50) 002 (0-50) 003 (0-50) 004 (0-50) 006 (0-50) 007 (0-50) BG2 008 (0-50) 009 (0-50) 010 (0-50) 011 (0-50) 012 (0-50) 013 (0-20) 014 (0-50) OG1 002 (50-100) 002 (100-150) 002 (150-200) OG2 013 (50-100) 013 (100-150) 013 (150-200)

Analyse

Eenheid

MINERALE OLIE fractie C10 - C12 fractie C12 - C22 fractie C22 - C30 fractie C30 - C40 totaal olie C10 - C40

mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds

Q

S

001

<5 <5 <5 <5 <20

002

<5 <5 <5 <5 <20

003

<5 <5 8 6 <20

004

<5 <5 <5 <5 <20

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q.

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

GEONIUS MILIEU BV B Habets Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 4 van 7

Analyserapport IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum MA150070 12124339

- 1

Orderdatum 31-03-2015 Startdatum 31-03-2015 Rapportagedatum 08-04-2015

Monster beschrijvingen

001

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

002

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

003

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

004

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

Voetnoten 1

De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

GEONIUS MILIEU BV B Habets Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 5 van 7

Analyserapport IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum MA150070 12124339

- 1

Orderdatum 31-03-2015 Startdatum 31-03-2015 Rapportagedatum 08-04-2015

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

droge stof

Grond (AS3000)

gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies) lutum (bodem) barium

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

cadmium kobalt koper kwik

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

lood

Grond (AS3000)

molybdeen nikkel zink naftaleen fenantreen antraceen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(k)fluoranteen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen indeno(1,2,3-cd)pyreen pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor) totaal olie C10 - C40 Chromatogram

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

Grond: Gelijkwaardig aan NEN-ISO 11465 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934. Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-ISO 11465 Conform AS3000 en conform NEN 5709 Idem Grond/Puin: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010 Conform AS3010-4 Conform AS3010-5, conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN 6966) eigen methode (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform ISO 22036). Idem Idem Idem Conform AS 3010-5 en conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN-ISO 16772) Conform AS3010-5, conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN 6966) eigen methode (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform ISO 22036). Idem Idem Idem Conform AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

Conform AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform prestatieblad 3010-7 Gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 16703 Eigen methode, GC-FID

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001 001 001 001 001 001

Y5279936 Y5279996 Y5279983 Y5279997 Y5279977 Y5279995

30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015

30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015

ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

GEONIUS MILIEU BV B Habets Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 6 van 7

Analyserapport IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum MA150070 12124339

- 1

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

002 002 002 002 002 002 002 003 003 003 004 004 004

Y5129542 Y5129529 Y5283736 Y5129509 Y5129526 Y5283740 Y5129537 Y5279979 Y5279964 Y5279987 Y5129536 Y5129517 Y5129508

30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015

30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015 30-03-2015

ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201

Orderdatum 31-03-2015 Startdatum 31-03-2015 Rapportagedatum 08-04-2015

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

GEONIUS MILIEU BV B Habets Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 7 van 7

Analyserapport IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum MA150070 12124339

- 1

Monsternummer:

003

Monster beschrijvingen

OG1002 (50-100) 002 (100-150) 002 (150-200)

Orderdatum 31-03-2015 Startdatum 31-03-2015 Rapportagedatum 08-04-2015

Karakterisering naar alkaantraject benzine

C9-C14

kerosine en petroleum diesel en gasolie motorolie

C10-C16 C10-C28 C20-C36

stookolie

C10-C36

De C10 en C40 pieken zijn toegevoegd door het laboratorium en worden gebruikt als interne standaard.

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

Bijlage 5:

Getoetste resultaten aan Wet boembescherming

Projectnaam Projectcode

IO rondom te slopen flats, Leenheerstraat 1-79 te Brunssum MA150070

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

BG11 1

BG22 2 or

br

81,6 <1 Geen

---

0,9

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd 15 DS)

droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(g)

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

52 0,23 6,8 10 0,06 23 <0,5 16 61

MINERALE OLIE fractie C10 - C12 fractie C12 - C22 fractie C22 - C30 fractie C30 - C40 totaal olie C10 - C40

<5 <5 <5 <5 <20

OG24 4 or

or

br

----

82,2 <1 Geen

---

----

81,3 <1 Geen

---

----

93,5 <1 Geen

---

----

--

--

1,1

--

--

1,0

--

--

1,8

--

--

--

--

15

--

--

15

--

--

2,0

--

--

51 <0,2 5,8 8,9 <0,05 19 <0,5 14 49

75,3 0,201 8,42 12,7 0,0415 24,1 0,35 19,6 70

49 <0,2 6,0 15 <0,05 17 <0,5 16 57

72,3 0,201 8,71 21,4 0,0415 21,6 0,35 22,4 81,4

<0,01 0,02 <0,01 0,03 0,01 0,02 0,01 0,02 0,01 0,01

-----------

0,144

0,144

76,8 0,33 9,87 14,3 0,0712 29,2 0,35 22,4 87,1

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0,01 --<0,01 fenantreen 0,04 --0,02 antraceen <0,01 --<0,01 fluoranteen 0,05 --0,04 benzo(a)antraceen 0,04 --0,03 chryseen 0,04 --0,02 benzo(k)fluoranteen 0,03 --0,02 benzo(a)pyreen 0,04 --0,02 benzo(ghi)peryleen 0,03 --0,02 indeno(1,2,30,03 --0,02 cd)pyreen pak-totaal (10 van 0,314 0,314 0,204 VROM) (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 4,9 factor)(µg/kgds)

OG13 3 or

-----------

-----------

0,204

br

-----------

br

<20 <0,2 <1,5 <5 <0,05 <10 <0,5 <3 <20

54,2 0,241 3,69 7,24 0,0503 11 0,35 6,12 33,2

<0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01

-----------

0,07

0,07

-----------

-------24,5

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

-------24,5

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

-------24,5

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

-------24,5

--------

----70

-----

<5 <5 <5 <5 <20

----70

-----

<5 <5 8 6 <20

----70

-----

<5 <5 <5 <5 <20

----70

-----

a

a

a

a

Monstercode en monstertraject 1 12124339-001 BG1 001 (0-50) 002 (0-50) 003 (0-50) 004 (0-50) 006 (0-50) 007 (0-50) 2 12124339-002 BG2 008 (0-50) 009 (0-50) 010 (0-50) 011 (0-50) 012 (0-50) 013 (0-20) 014 (0-50) 3 12124339-003 OG1 002 (50-100) 002 (100-150) 002 (150-200) 4 12124339-004 OG2 013 (50-100) 013 (100-150) 013 (150-200) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). * ** *** -# a

b

+

or br

bt)

het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. Origineel resultaat Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling.

Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 15% humus 0.9% 2: lutum 15% humus 1.1% 3: lutum 15% humus 1% 4: lutum 2% humus 1.8%

Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden1)

AW

1/2(AW+I)

I

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

0,60 15 40 0,15 50 1,5 35 140

6,8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0,20 3,0 5,0 0,050 10 1,5 4,0 20

40

0,35

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 1,5 21 factor)

RBK eis

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

20

510

1000

4,9

MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40

190

2595

5000

35

1)

AW 1/2(AW+I) I RBK

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.

Bijlage 2 M ilieuhygiënische verklaring bodemonderzoeken

30

Bestemmingsplan "Vervangende nieuwbouw Europalaan te Brunssum" (ontwerp)

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken ‘Op den Haan’ te Brunssum

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken ‘Op den Haan’ te Brunssum

Rapportnummer:

E199979.005/KDI

Datum:

11 november 2019

Naam opdrachtgever:

RA Infra BV, de heer B. van Staveren

Adres opdrachtgever:

Geerweg 7, 6135 KB te SITTARD

Contactpersoon Aelmans Eco B.V.:

de heer G.A.P. Hamers

Monstername door:

G. Hamers, S. Bonants en D. Stassen

Datum monstername:

16 en 17 en 25 oktober 2019

KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37

Aelmans Eco B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55

Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260

info@aelmans.com

www.aelmans.com

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding bodemonderzoek ................................................................................................. 1 1.2 Onderzoeksdoel...................................................................................................................... 2 1.3 Opbouw van de rapportage ................................................................................................... 2

2

Locatiegegevens .................................................................................................. 3 2.1 Vooronderzoek en ligging onderzoekslocatie ........................................................................ 3 2.2 Partijbeschrijving .................................................................................................................... 5 2.3 Onderzoeksopzet .................................................................................................................... 6 2.4 Analysepakket ........................................................................................................................ 8

3

Veldwerk en laboratoriumonderzoek .................................................................. 9 3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................................... 9 3.2 Laboratoriumonderzoek ....................................................................................................... 10

4

Resultaten en toetsingswaarden ....................................................................... 11 4.1 Toetsingskader ..................................................................................................................... 11 4.2 Interpretatie van de analyseresultaten ................................................................................ 13

5

Conclusie .......................................................................................................... 21

Figuur 1

Ligging onderzoekslocatie

Figuur 2

Onderzoekslocatie met ligging boorpunten

Bijlage 1

Monsternameplan + formulier grond

Bijlage 2

Analyseresultaten grond

Bijlage 3

Getoetste analyseresultaten

Bijlage 4

Verklaring van functiescheiding

Bijlage 5

Foto’s

E199979.005/KDI

1 Inleiding 1.1

Aanleiding bodemonderzoek Aelmans Eco B.V. heeft in opdracht van de heer B. van Staveren, namens RA Infra BV, een zestal AP04 bodemonderzoeken verricht naar de milieuhygiënische kwaliteit van een viertal ex-situ en een tweetal in-situ depots grond, gelegen ter hoogte van het project “De Haan” te Brunssum. Aanleiding tot het bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond ten behoeve van de afvoer van de grond. Teneinde de uiteindelijke afvoerbestemming en/of hergebruikmogelijkheden te bepalen, is middels onderhavig onderzoek de milieuhygiënische kwaliteit van de grond bepaald. Aelmans Eco B.V. is gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en het BRL-SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk de vigerende versies van deze documenten. De bemonstering is uitgevoerd volgens protocol 1001: “Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie”. Grond wordt in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) omschreven als een vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm, niet zijnde baggerspecie.

Het procescertificaat BRL-SIKB 1000 van Aelmans Eco B.V. en het hierbij behorende keurmerk “Kwaliteitswaarborg Bodembeheer” zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of aan de opdrachtgever, indien deze in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit een ministeriële aanwijzing heeft verkregen). Aangezien de onderzoekslocatie geen eigendom is van Aelmans Eco B.V. of de overige aan dit bedrijf gelieerde ondernemingen binnen de Aelmans Adviesgroep, wordt voldaan aan de eisen van onafhankelijkheid uit de BRL-SIKB 1000. Een verklaring van functiescheiding is opgenomen in bijlage 4. In geval van een klacht over de uitvoering van onze werkzaamheden vragen wij u om dit, bij voorkeur via email (info@aelmans.com), aan ons te melden. Ook staat het u vrij om klachten te melden bij onze certificatie-instelling Normec Certificatie (info-cert@normec.nl).

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

1

E199979.005/KDI

1.2

Onderzoeksdoel Doelstelling van het AP04 bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van Een viertal ex-situ depots grond en tweetal in-situ depots grond, gelegen aan de Poorterstraat e.o. te Brunssum.

1.3

Opbouw van de rapportage In hoofdstuk 2 is de ligging en de omvang van de onderzoekslocatie weergegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft de bemonsteringsstrategie, monsterneming en het laboratoriumonderzoek. In hoofdstuk 4 worden vervolgens de resultaten geplaatst en geïnterpreteerd. Tenslotte worden in hoofdstuk 5 de conclusies en eventuele aanbeveling weergegeven.

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

2

E199979.005/KDI

2 Locatiegegevens 2.1

Vooronderzoek en ligging onderzoekslocatie De ter plaatse opgeslagen grond (ex-situ depots) is vrijgekomen bij het reeds aangelegde riool ter hoogte van de Schepenstraat, Poorterstraat en Drossaard. De te onderzoeken grond (in-situ depots) komt vrij bij de nog aan te leggen riolering ter hoogte van de Poorterstraat e.o. In de eerder uitgevoerde in-situ partijkeuringen door Novaflow is de bodemlaag 0,5 – 1,0 m-mv bestempeld als niet homogeen met de onderlagen > 1m-mv. uit de reeds gegraven rioolsleuven is echter gebleken dat deze lagen wel homogeen van aard zijn. Alleen ter plaatse van het bestaande riool is zand aangebracht. Daar het nieuwe riool ernaast komt te liggen wordt ter plaatse van het bestaande riool niet gegraven. Op basis hiervan wordt in onderhavig onderzoek de bodemlaag van 0,5 – 3,0 m-mv als 1 homogene laag bemonsterd. De te onderzoeken grond komt vrij bij de reconstructiewerkzaamheden van het de Poorterstraat e.o. te Brunssum. Het te onderzoeken terrein betreft momenteel een woonwijk waar al enkele straten zijn gerealiseerd. Echter deels is de vrijgekomen grond op viertal ex-situ depots gelegd.

Op de locatie zijn in het verleden onderstaande bodemonderzoeken uitgevoerd:  ‘Herinrichting Op den Haan’ Brunssum, N190208-12, 21 februari 2019);  ‘Herinrichting Op den Haan’ Brunssum (deelpartij MM2), N190208-12, 1 mei 2019);  Partijkeuring grond Poorterstraat (ong.) Brunssum, kenmerk HMB B.V.: 18267501G;  Milieukundig onderzoek Op den Haan Brunssum, projectnummer 418631, 23 november 2017;  Vooronderzoek en onderzoeksopzet Op den Haan Brunssum, projectnummer 41572, 3 juli 2017; Hieronder zijn de conclusies van deze rapporten weergegeven.  Op basis van de onderzoeken kan gesteld worden dat alle ondergronden vanaf 0,5 m –mv tot 3,0 m-mv als klasse AW2000 grond bestempeld worden. Bij het reeds uitgevoerde AP04 bodemonderzoek van de buffer van HMB B.V.: 18267501G, is de grond onder te verdelen in bovengrond 0,0-0,5 m-mv (klasse industrie) en ondergrond 0,5-3,0 m-mv (klasse AW2000 grond).  Er zijn op basis van de onderzoeken geen beperkingen toegekend aan de ondergrond 0,5 mmv of dieper. In het kader van NEN-5275 “Bodem- landbodem - Strategie voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek (NNI, oktober 2017) is relevante informatie verzameld omtrent de bodemopbouw, de te verwachtte bodemkwaliteit en de beïnvloeding van de locatie, alsmede de verkregen informatie ten tijde van de terreininspectie en het gevoerde overleg met de opdrachtgever.

In voornoemde norm zijn een 7-tal onderzoeksvragen opgenomen die beantwoord dienen te worden ten einde te kunnen voldoen aan een deugdelijke partijkeuring.

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

3

E199979.005/KDI

Vraag 1: Afbakening van de partijen? In onderhavig rapport worden viertal ex-situ depots en tweetal in-situ depots onderzocht. De totale omvang van de afzonderlijke ex-situ depots zijn als volgt: - ex-situ depot I: 1.500 m3 (gelegen aan de Poorterstraat), overeenkomend met circa 2.250 ton; - ex-situ depot II : 375 m3 (gelegen aan de Poorterstraat), overeenkomend met circa 562 ton; - ex-situ depot III : 720 m3 (gelegen aan de Leenheerstraat), overeenkomend met circa 1.116 ton; - ex-situ depot IV : 420 m3 (gelegen aan de Leenheerstraat, overeenkomend met circa 630 ton. De totale omvang van de in-situ depots zijn als volgt: - in-situ deelpartij 1 : 3.850 m3, overeenkomend met circa 6.740 ton; - in-situ deelpartij 2 : 3.950 m3 , overeenkomend met circa 6.915 ton; Vraag 2: Wat zijn de kritische parameters van de bodemverontreiniging? Op basis van de eerdere uitgevoerde bodemonderzoeken, worden geen kritische parameters verwacht. Wel is vanaf 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking gegaan met betrekking tot PFAS houdende grond. PFAS wordt in onderhavig onderzoek aanvullend onderzocht. Vraag 3: Welke parameters zijn mogelijk in verhoogde gehalten aanwezig? Op basis van de vooronderzoeken kunnen de parameters PAK en PCB mogelijk in marginale verhoogde concentraties verwacht worden. Voor de overige parameters worden geen verhoogde concentraties verwacht.

Met betrekking tot PFAS kan hier geen uitspraak over worden gedaan. Vraag 4: Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij te onderscheiden? Op basis van de bodemkwaliteitskaart kan onderhavige locatie in twee bodemlagen te onderscheiden: bovengrond 0,0-0,5 m-mv en ondergrond 0,5-2,5 m-mv. De kwaliteitsklasse van de bovengrond wordt aangeduid als klasse Wonen. De kwaliteitsklasse van de ondergrond wordt aangeduid als klasse AW2000 grond. Vraag 5: Is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysieke kwaliteiten van bodemvreemde lagen? Binnen het huidige onderzoeksgebied kan de fundatielaag als aprte laag worden gezien, echter deze wordt buiten beschouwing gelaten in onderhavig onderzoek. De ondergrond > 0,5 – 3 m-mv kan als 1 laag worden gezien. Vraag 6: Is de bodem asbestverdacht? Op basis van de onderzoeksbevindingen van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, is gebleken dat in de onderzoeken geen verhoogde concentraties asbest zijn aangetroffen. Echter is wel op 1 plaats, in de fundatielaag een licht verhoogde concentratie gemeten. Deze fundatielaag wordt niet in onderhavig onderzoek onderzocht. Geconcludeerd kan worden dat de bodem daarom als niet onverdacht voor asbest bestempeld kan worden.

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

4

E199979.005/KDI

Vraag 7: Bestaat het vermoeden dat op de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Nee, op basis van de historische informatie en de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken, kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging ter plekke van onderhavige onderzoeksgebied.

Resumé Uit de 7-onderzoeksvragen kan worden aangenomen dat de grond op asbest niet verdacht is. In het verleden hebben geen bodemverontreinigingen plaatsgevonden. De grond 0,5-3,0 m-mv is onderzocht en kan als klasse AW2000 worden bestempeld. De ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven op een plattegrond (Google Maps) in figuur 1. Enkele relevante gegevens met betrekking tot de onderzoekslocatie zijn opgenomen in onderstaand schema. Projectcode Projectnaam Adres RD-Coördinaten Opdrachtgever Partijgrootte

Beschikbaarheid Grondsoort Vormpartij Onverdachte locatie Samenstelling partij Asbest Bodemvreemde bijmenging

2.2

: E199979 : AP04 bodemonderzoeken te Brunssum : Poorterstraat e.o. Te Brunssum : X: 195701 en Y: 329082 (bron: http://www.kadaster.nl) : RA Infra B.V. , de heer B. van Staveren : ex-situ depot I ca. 1.500 m3 : ex-situ depot II ca. 375 m3 : ex-situ depot III ca. 648 m3 : ex-situ depot IV ca. 420 m3 : in-situ deelpartij 1 ca. 3.850 m3 : in-situ deelpartij 2 ca. 3.950 m3 : depot : leem : ex- als in-situ depot : ja : grond is afkomstig van één locatie / aaneengesloten partij : geen asbest verwacht in partij grond : gewicht % bodemvreemd materiaal betreft < 20%

Partijbeschrijving In onderhavig rapport worden viertal ex-situ depots en tweetal in-situ depots onderzocht. De totale omvang van de afzonderlijke ex-situ depots zijn als volgt: - ex-situ depot I: 1.500 m3, overeenkomend met circa 2.250 ton; - ex-situ depot II : 375 m3, overeenkomend met circa 562 ton; - ex-situ depot III : 720 m3, overeenkomend met circa 1.116 ton; - ex-situ depot IV : 420 m3, overeenkomend met circa 630 ton.

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

5

E199979.005/KDI

De totale omvang van de in-situ depots zijn als volgt: - in-situ dp 1: 3.850 m3, overeenkomend met circa 6.740 ton; - in-situ dp 2: 3.950 m3, overeenkomend met circa 6.915 ton; In figuur 2 zijn de situatieschetsen opgenomen van de vorm en liggingen van de te onderzoeken partijen grond. In onderstaande tabel zijn de globale afmetingen van iedere partij weergegeven. Tabel 2.2: omvang partij grond Partij grond

2.3

Gemiddelde

Gemiddelde

Gemiddelde

Geschat

lengte

breedte

hoogte

volume

in m

in m

in m

in m³

ex-situ depot I

30

20

2,5

ca. 1.500

ex-situ depot II

10,0

15,0

2,7

ca. 375

ex-situ depot III

27,5

10,5

3,2

ca. 720

ex-situ depot IV

20,5

10,5

3,0

ca. 420

deelpartij I (in-situ)

770

2

2,5

ca. 3.850

deelpartij II(in-situ)

790

2

2,5

ca. 3.950

Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is conform het protocol 1001: “Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie”. Voorafgaand aan de monsterneming wordt het monsternameplan opgesteld. Hiervoor wordt het formulier uit het protocol 1001 gebruikt. In bijlage 1 van deze rapportage is dit formulier bijgevoegd. De monsternamepunten worden systematisch volgens een vooraf bepaald regelmatig raster over het depot verdeeld (zie figuur 2.1, 2.2 en 2.3). Ter plaatse van de te onderzoeken depots zijn de volgende boringen geplaatst: Depot I:  4-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 3,5 m. minus bovenzijde depot;  6-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 3,0 m. minus bovenzijde depot;  9-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 2,0 m. minus bovenzijde depot;  3-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 1,5 m. minus bovenzijde depot;  1 boring is geplaatst tot een diepte van circa 0,5 m minus bovenzijde depot. De in totaal 110 grepen dienen alternerend over de twee mengmonsters (MM I en MM II) verdeeld te worden. Depot II:  4-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 3,5 m. minus bovenzijde depot;  4-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 3,0 m. minus bovenzijde depot;

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

6

E199979.005/KDI

 4-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 2,0 m. minus bovenzijde depot;  8-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 1,5 m. minus bovenzijde depot;  4-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 1,0 m. minus bovenzijde depot. De in totaal 100 grepen dienen alternerend over de twee mengmonsters (MM I en MM II) verdeeld te worden. Depot III: • • • •

6-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 3,5 m-minus bovenzijde depot; 4-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 3,0 m-minus bovenzijde depot; 8-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 2,0 m-minus bovenzijde depot; 2-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 1,0 m-minus bovenzijde depot.

De in totaal 102 grepen dienen alternerend over de twee mengmonsters (MM I en MM II) verdeeld te worden. Depot IV: • • • • • •

3-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 3,5 m-minus bovenzijde depot; 10-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 3,0 m-minus bovenzijde depot; 2-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 2,5 m-minus bovenzijde depot; 1 boring is geplaatst tot een diepte van circa 1,5 m-minus bovenzijde depot; 5-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 1,0 m-minus bovenzijde depot; 2-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 0,5 m-minus bovenzijde depot.

De in totaal 106 grepen dienen alternerend over de twee mengmonsters (MM I en MM II) verdeeld te worden. Deelpartij 1: • 20-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 0,5 - 3,0 m-minus maaiveld. De in totaal 100 grepen dienen alternerend over de twee mengmonsters (MM I en MM II) verdeeld te worden. Deelpartij 2: • 20-tal boringen zijn geplaatst tot een diepte van circa 0,5 - 3,0 m-minus maaiveld. De in totaal 100 grepen dienen alternerend over de twee mengmonsters (MM I en MM II) verdeeld te worden. Uitgaande van een korrelgrootte (D95) kleiner dan 16 mm bedraagt de minimale greepgrootte 0,18 kg zodat de minimale monstergrootte van ca. 9,0 kg wordt bereikt. Na afloop van de monsterneming wordt het monsternameformulier ingevuld. Hiervoor wordt het formulier uit het protocol 1001 gebruikt (zie bijlage 1).

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

7

E199979.005/KDI

2.4

Analysepakket Voor de vaststelling van de chemische kwaliteit van de grond worden de verkregen mengmonsters ter analyse aangeboden bij het AP04-geaccrediteerd laboratorium van SYNLAB en geanalyseerd op het standaard AP04-samenstellingspakket voor grond. Dit pakket is als volgt opgebouwd:

- voorbehandeling conform AP-04; - droge stof; - lutum en organische stof; - pH-grond (CaCl2); - zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); - polychloorbifenylen (PCB); - minerale olie (GC).

Op basis van het vooronderzoek en tijdelijk handelingskader PFAS wordt PFAS (advieslijst 12 juli 2019) aanvullend onderzocht. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFAS-verbindingen en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. (bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wetregelgeving/bbk/grond-bagger/handelingskader-pfas/tijdelijk/).

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

8

E199979.005/KDI

3 Veldwerk en laboratoriumonderzoek 3.1

Uitvoering veldwerk De te onderzoeken in-situ partijen, deelpartij 1 en 2, zijn op 16 oktober 2019 conform het in bijlage 1 opgenomen monsternameplan bemonsterd. De boringen zijn machinaal door Habets Drilling Company (BRL2100 gecertificeerd) geplaatst en de bemonstering is door G. Hamers van Aelmans (BRL 1001) uitgevoerd. Conform het voorgeschreven vooronderzoek is het plaatsen van proefboringen, voorafgaande aan de daadwerkelijke bemonstering van toepassing, het bodemprofiel van de boringen was niet afwijkend. De te onderzoeken ex-situ partijen bestaan uit 4 depots. De depots I en II zijn op 16/17 oktober 2019 bemonsterd en de depots III en IV zijn op 25 oktober 2019 bemonsterd. Conform het voorgeschreven vooronderzoek is het plaatsen van proefboringen, voorafgaande aan de daadwerkelijke bemonstering, niet van toepassing. Voorafgaande aan de bemonstering is het monsternameplan gecontroleerd op afwijkingen en/of veranderingen. Deze zijn niet geconstateerd, de bemonstering is conform het monsternameplan uitgevoerd. Tabel 3.1: omvang, samenstelling Partij

Gem.

Gem.

Laagdikte

Volume

Aantal

in m

in m3

grepen

Materiaal

lengte

breedte

in m

in m

Depot I

30

20

2,5

1.500

2 * 55

leem

Depot II

15,0

10,0

2,7

375

2 * 50

leem

Depot III

27,5

10,5

3,2

720

2 * 51

leem

Depot IV

20,0

10,5

3,0

420

2 * 53

leem

Waarnemingen/ bijmengingen <1% bodemvreemde bijmengingen < 1% bodemvreemde bijmengingen <1% bodemvreemde bijmengingen <1% bodemvreemde bijmengingen

Deelpartij 1

770

5

2,5

3.850

2 * 50

leem

<1% bodemvreemde bijmengingen

Deelpartij 2

790

5

2,5

3.950

2 * 50

leem

<1% bodemvreemde bijmengingen

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

9

E199979.005/KDI

3.3

Laboratoriumonderzoek Op 17 en 26 oktober 2019 zijn de mengmonsters bij SYNLAB te Hoogvliet aangeboden voor onderzoek. In het laboratorium zijn van alle deelpartijen beide mengmonsters separaat geanalyseerd op het standaard pakket grond, bestaande uit lutum, organische stof, droge stof, zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. Tevens zijn de partijen aanvullend op PFAS onderzocht. De monstervoorbehandeling en analyses zijn verricht conform het Accreditatieprogramma Besluit Bodemkwaliteit (AP04).

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

10

E199979.005/KDI

4 Resultaten en toetsingswaarden 4.1

Toetsingskader

4.1.1 Algemeen toetsingskader

In het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) zijn de regels opgenomen voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem of in oppervlaktewater. Ook worden hierin eisen gesteld aan de kwaliteit van uitvoering van bodemwerkzaamheden (Kwalibo). Op 3 december 2007 is het Besluit bodemkwaliteit in de Staatscourant gepubliceerd. Aan het Bbk is de regeling bodemkwaliteit (Rbk) verbonden, welke op 20 december 2007 is gepubliceerd in de Staatscourant. Hierin is een nadere (technische) invulling opgenomen van de regels van het Besluit. Om vast te stellen aan welke toepassingseisen de grond voldoet, dient de grond getoetst te worden aan de standaard normwaarden. Deze normwaarden zijn opgenomen in de Nederlandse Staatscourant, nr. 247, van 20 december 2007 (Regeling bodemkwaliteit) en nr. 122, van 27 juni 2008 (Wijziging Regeling bodemkwaliteit (= Rbk)). De standaard normwaarden kunnen worden verdeeld in de achtergrondwaarden (= AW2000), de maximale waarden wonen (= MWW) en de maximale waarden industrie (= MWI). De normwaarden zijn gebaseerd op risicobenadering. Uitgangspunt hierbij is een directe relatie tussen de (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. De betekenis van bovenvermelde normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden (= AW 2000) De achtergrondwaarden (AW2000) betreft ook wel de “altijd grens”.

Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten van stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland, welke niet belast zijn door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die aan deze waarden voldoet is geschikt voor elk gebruik. Maximale Waarden Wonen (= MWW) Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden c.q. te maken voor de functie wonen. Maximale Waarden Industrie (= MWI) Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden c.q. te maken voor de functie industrie.

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

11

E199979.005/KDI

4.1.2 Grootschalige bodemtoepassing toetsingskader

In het Bbk en de Rbk wordt gesproken over Grootschalige bodemtoepassing (GBT) van grond. Een GBT is een toepassing waarin een grote hoeveelheid grond of baggerspecie wordt toegepast. Een GBT kent volgens het besluit een minimaal volume van 5.000 m3 en een minimale toepassingshoogte van 2,0 meter. Voor wegen en spoorwegen, waarop een laag bouwstoffen is toegepast, geldt een minimale toepassingshoogte van een 0,5 meter. Naast de eisen aan het volume en de toepassingshoogte geeft het Besluit aan welke soorten nuttige toepassingen binnen het toetsingskader voor GBT mogen worden toegepast (zie besluit artikel 63). De normstelling voor de grond en baggerspecie die wordt toegepast in grootschalige toepassingen is gebaseerd op Emissiewaarden. Daarnaast mag een partij toe te passen grond de Maximale Waarden voor de klasse industrie niet overschrijden en baggerspecie mag de interventiewaarden voor waterbodem niet overschrijden. Verder gelden aparte normen voor de kwaliteit van de leeflaag en voor de kwaliteit van bermen en taluds. Om ontoelaatbare uitloging naar de bodem en grondwater te voorkomen gelden emissiewaarden. De emissiewaarden bestaan uit: - Emissietoetswaarden voor grootschalige toepassingen en, - Maximale Emissiewaarden voor grootschalige toepassingen. De toetsing aan de Emissietoetswaarden geschiedt op basis van de rekenkundige gemiddelden van de gemeten stoffen.

Als de rekenkundige gemiddelden voldoen aan de Emissietoetswaarden is verder onderzoek naar de emissie niet nodig. Indien deze echter wordt overschreden dan moet een uitloogonderzoek worden uitgevoerd om te toetsen aan de Maximale Emissiewaarden. 4.1.3 Specifiek toetsingskader

Om vast te stellen aan welke normwaarden uit het generieke kader Bbk wordt voldaan geldt dat indien: formule

xi < MW wordt voldaan aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Voor bovenstaande formule geldt dat: xi:

het gemiddelde gehalte voor stof i

MW:

de maximale waarde volgens Bijlage B, tabel 1 uit het Rbk voor stof i gecorrigeerd voor het in de grond gemeten lutum- en organische stofgehalte.

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

12

E199979.005/KDI

In tabel 4.2. staan de gemiddelde waarden (xi) vermeld. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van de analyseresultaten. De getoetste analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage 3. Verder zijn de gecorrigeerde gehalten in bijlage 3 getoetst aan de vastgestelde normwaarden, met daaraan gekoppeld de beoordeling aan welke normwaarde de kwaliteit van de grond voldoet. Ook zijn de verhoudingen tussen meetwaarden, de hoogste meetwaarde (Ch) gedeeld door de laagste meetwaarde (Cl), oftewel de spreidingsfactor (Y) voor elk component berekend. Het Besluit Bodemkwaliteit gaat uit van een maximale spreiding van 2,5 voor het protocol schone grond (2 x 50 grepen) en 2,1 voor het protocol voor licht verontreinigde grond (2 x 6 grepen) en overige bouwstoffen. De verhouding (Ch/Ci) mag, uitgaande van de normale kwaliteitsborging en kwaliteitscontrole, de maximale spreiding niet overschrijden. Indien de maximale spreiding wordt overschreden, ondanks de juiste kwaliteitsborging en -controle, is er sprake van een grote mate van heterogeniteit. 4.1.4 Toetsingsregel achtergrondwaarden

Indien uit de interpretatie van de analyseresultaten blijkt, dat de concentraties van de onderzochte parameters de Achtergrondwaarden (AW 2000) overschrijden, doch onder de Maximale Waarden voor wonen ligt, dient deze grond formeel als zijnde grond klasse wonen te worden beschouwd. Om te voorkomen dat onbelaste bodems ten onrechte worden gekarakteriseerd als bodem die niet voldoet aan de AW 2000 is een toetsingsregel van toepassing (zijnde N, T-toets). Deze is opgenomen in het Rbk en kan als volgt worden omschreven. De kwaliteit van grond overschrijdt niet de achtergrondwaarden als bij metingen van ten minste X stoffen in de grond de rekenkundige gehalte van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarden. In onderhavig geval zijn 12-tal stoffen bepaald, hetgeen betekent dat een 2-tal stoffen de Achtergrondwaarden mogen overschrijden. De verhoging mag per stof maximaal 2x de Achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk aan de Maximale Waarden voor de klasse wonen van de betreffende stof.

4.2

Interpretatie van de analyseresultaten In onderstaande tabel 4.2 wordt uitgegaan van een wiskundig gelijkwaardige toetsing waarbij de gemeten gehalten (xi) voor de lutum en humus worden gecorrigeerd. Dit in afwijking tot hetgeen in de regeling is voorgeschreven, waarbij de normwaarden moeten worden gecorrigeerd voor lutum en humus.

Milieuhygiënische verklaring AP04 bodemonderzoeken Aelmans Eco B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=b32f4c27-14fb-42f1-9649-81a2a1418603