CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 63 De Omgevingswet en Aanwijzing verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente BrunssumBij agendapunt: De Omgevingswet en aanwijzing verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsactiviteiten; Gemeenteblad 2023/631.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum

: 4 juli 2023 : 202233622 : 2023/63 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : Marcel Ohlenforst : marcel.ohlenforst@brunssum.nl : Jaimy Dijk, van :26 september 2023 : Niet van toepassing

Aan de raad, 1. Onderwerp Aanwijzing verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten / Omgevingswet 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding In de Omgevingswet wordt veel belang gehecht aan participatie. Deze participatie is standaard bij veel instrumenten uit de Omgevingswet, zoals het omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan) en de omgevingsvisie ( de opvolger van de structuurvisie). Burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen worden dan betrokken bij de totstandkoming van deze documenten. De Omgevingswet verplicht niet tot participatie bij omgevingsaanvragen. Dit betekent dat initiatiefnemers geen verplichting hebben om hun voornemen te toetsen in de omgeving bij omwonenden, belanghebbenden etc. Tenzij de gemeenteraad dit wel van belang acht. De Omgevingswet maakt het nl. mogelijk dat de raad categorieën van activiteiten aanwijst waarvoor participatie wel verplicht is. Dit voorstel geeft hieraan invulling. b. Huidige situatie/probleemstelling Het aanwijzen van omgevingsactiviteiten door de gemeenteraad waar participatie verplicht is. Bij deze verplichte participatie hoeft een aanvraag die wordt ingediend niet in behandeling te worden genomen wanneer er geen participatie heeft plaatsgevonden. De wet kent de mogelijkheden voor deze verplichte participatie alleen maar bij zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

Dit zijn in activiteiten die niet passen binnen het geldende omgevingsplan (en ook niet met een vrijstelling op grond van dat plan kunnen worden verleend). Voor aanvragen die passen binnen het omgevingsplan kan participatie niet worden verplicht. 3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Het begrip participatie wordt in relatie tot de Omgevingswet vaak genoemd. Het is belangrijk dat alle belangen en afwegingen op tafel kunnen komen om tot een integrale afweging te kunnen komen. Bij omgevingsplanactiviteiten zoals aanvragen om omgevingsvergunning is het van belang om belanghebbenden vroegtijdig te betrekken bij ontwikkelingen zodat er meer draagvlak ontstaat voor initiatieven. Dit draagvlak kan verder in het proces vertraging door juridische procedures bij de realisatie voorkomen. Bij omgevingsaanvragen ligt de verantwoordelijkheid voor participatie bij de initiatiefnemer. Deze betrekt de omgeving bij de aanvraag. b.

Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Ambitiedocument invoering Omgevingswet (vastgesteld door de raad in december 2021). 2. traject tot dusverre Niet van toepassing. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W

Afhandeling van omgevingsaanvragen is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Bij de afhandeling van aanvragen om omgevingsplanactiviteiten wordt rekening gehouden met het door de raad vastgelegde participatiebeleid. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Implementatie van de Omgevingswet, gelet op de beoogde inwerkingtreding van de wet per 1 juli 2023. 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Niet van toepassing. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen Uitvoering geschiedt binnen de normale kaders en heeft geen financiële gevolgen. c.

Argumenten en overwegingen Vorm van participatie In de door de raad vastgestelde gevallen is participatie verplicht. Wanneer in zo'n geval de initiatiefnemer participatie heeft overgeslagen, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Wel moet in zo'n geval de aanvrager in de gelegenheid worden gesteld om dit gebrek te herstellen (op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht). De wetgever heeft niet bepaald wanneer er sprake is van onvoldoende participatie. Ook de vorm van participatie wordt vrij gelaten. Het is aan de gemeente om te bepalen of de participatie voldoende is. Leidend hierbij zal met name de impact voor de omgeving zijn. Naarmate de impact groter is, zal de uitgevoerde participatie qua moment en vorm wel enige inhoud moeten hebben. Of sprake is van informeren, meepraten of zelfs meebeslissen is aan de initiatiefnemer. De wet stelt hier geen eisen aan. Het college kan hierover overigens ook beleidsregels vaststellen (zie hierna). Participatie en draagvlak Over het begrip participatie bestaan ook misverstanden. Sommigen zien participatie als synoniem voor draagvlak. Dat is echter niet zo. Initiatiefnemers en belanghebbenden kunnen het alsnog niet met elkaar eens zijn, ook na een intensief participatietraject. Belangen en uitgangsposities kunnen verschillend zijn.

Uiteindelijk zal de gemeente alle argumenten en belangen moeten afwegen en zal er een besluit volgen.

d.

Opties en keuze Hiervoor is aangegeven dat geopteerd worden voor verplichte participatie als indieningsvereiste bij aanvragen die niet passen in het (tijdelijk) omgevingsplan. De gemeenteraad kan op grond van de Omgevingswet ook geen besluit nemen met betrekking tot verplichte participatie. Dan kan participatie niet als weigeringsgrond worden gebruikt. Die lijn past bij de – ook gebruikte – gedachtegang om zo weinig mogelijk (procedure)regels te hanteren. Gelet echter op het belang van participatie en het betrekken van de omgeving bij activiteiten wordt dit niet voorgestaan. In sommige gemeenten wordt de lijst met activiteiten waarvoor verplichte participatie geldt, beperkt tot die situaties waar de raad gebruik maakt van haar bindend adviesrecht. In die gevallen moet de raad in het kader van het afgeven van een omgevingsvergunning apart worden gehoord (zie het aparte voorstel over dit adviesrecht). Deze variant wordt door Brunssum niet voorgestaan. Ook bij de aanvragen die zonder tussenkomst van de raad kunnen worden afgehandeld, is sprake van handelingen waar niet eerder participatie heeft plaatsgevonden. Ook daar geldt het belang van het horen van de omgeving. Om die reden is ervoor gekozen om bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht te stellen. Bijkomend argument is dat nooit vooraf helemaal is te bepalen welk initiatief voorbij komt.

Dit past overigens ook in de lijn van het eerder door de raad vastgestelde ambitiedocument met betrekking tot de invoering van de omgevingswet, waarin eveneens is vastgelegd om in alle gevallen waar sprake is van afwijking van het omgevingsplan participatie verplicht te stellen. Artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet spreekt van "gevallen van activiteiten". De toekomstige rechtspraak zal moeten uitwijzen of niet toch een beperking tot bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten moet worden opgenomen. Wanneer dit zou gebeuren, zal de lijst moeten worden gespecifieerd/geclausuleerd. De verplichting tot participatie is qua vorm uitgewerkt in een door het college vastgestelde participatiehandreiking en participatiecheck. In deze stukken is aangegeven op welke manier verslag kan

worden gedaan van de uitgevoerde participatie (participatieplan, logboek en verslag). Het participatieplan geeft aan wie is betrokken en op welke manier. Het logboek geeft aan hoe het proces is verlopen. In het verslag wordt tot slot aangegeven hoe met de inbreng is omgegaan. De participatiecheck gaat uit van drie verschillende documenten. De elementen uit deze stukken kunnen uiteraard ook in één document worden verwerkt. De participatiehandreiking en participatiecheck gelden als leidraad voor de participatie. Overigens is participatie ook in andere gevallen dan de afwijkingssituaties, wenselijk. Bij ieder voornemen dient een initiatiefnemer zich af te vragen of het niet zinvol is om derden te betrekken. Dit leidt immers tot rekening houden met elkaar en prettig samen leven. Derhalve zullen wij initiatiefnemers altijd adviseren, om de omgeving te betrekken bij activiteiten.

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2023/63 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : 202233622

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/63; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 juli 2023, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed ; Gelet op artikel 16.55 van de Omgevingswet; Besluit: 1. Participatie voorafgaand aan het vergunningentraject verplicht te stellen voor alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; 2. Het besluit in werking te laten treden op de datum waarop de Omgevingswet in werking treedt.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 september 2023.

De raad voornoemd,

Voorzitter

Griffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=be8559e2-7deb-45b1-8a18-176279180cc3