CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 49 Vaststelling ‘Coördinatieverordening Omgevingsrecht Brunssum 2024’

Commissie Ruimte en Techniek 27 augustus 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Coördinatieverordening Omgevingsrecht gemeente Brunssum; gemeentebladnummer 2024/491.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. : 9 juli 2024 Registratiekenmerk : 202426352 Gemeentebladnr. : 2024 / 49 Afdeling opsteller : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Bereikbaar onder : +31614234839, hiskia.lelieveld@brunssum.nl Portefeuillehouder : Jaimy van Dijk Raadsvergadering d.d. : 17 september 2024 Uiterlijke datum : Uiterste datum: 17 september 2024 Motivatie datum: Ten behoeve van het project 'Kloosterpark' is het wenselijk om de coördinatieregeling toe te passen. De eerder vastgestelde coördinatieverordening is niet meer actueel wegens de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In verband met de te verkrijgen KLC-subsidie moet uiterlijk in Q1 2026 een besluit ter inzage worden gelegd. Het is wenselijk dat zo snel als mogelijk omtrent toepassing van de coördinatieregeling wordt besloten, zodat de aanvraag omgevingsvergunning kan worden voorbereid en op tijd ter inzage kan worden gelegd. Aan de raad,

1. Onderwerp Vaststelling ‘Coördinatieverordening Omgevingsrecht Brunssum 2024’ 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding De coördinatieregeling maakt het mogelijk dat diverse procedures in het omgevingsrecht gezamenlijk worden doorlopen. Hiermee vindt er efficiency plaats binnen het besluitvormingsproces, zowel door het tempo dat met de coördinatieregeling gemaakt kan worden, als door duidelijkheid die het in samenhang afhandelen van verschillende procedures met zich meebrengt. Dit draagt bij aan de ambities zoals opgenomen in het coalitieakkoord 2022-2026 en zorgt voor een omgevingsbewuste en burgergerichte dienstverlening. Op 21 maart 2023 heeft uw raad op basis van artikel 3.30 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) de ‘Coördinatieverordening gemeente Brunssum 2023’ vastgesteld. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, waarmee de Wro in z’n geheel is komen te vervallen. Hiermee is de wettelijk basis om de coördinatieregeling toe te kunnen passen eveneens komen te vervallen. b. Huidige situatie/probleemstelling Ter plaatse van de voormalige basisschool ‘De Opstap’ aan de Kloosterstraat wordt ‘Kloosterpark’ ontwikkeld. Het betreft hier een woningbouwontwikkeling in de vorm van een appartementencomplex en grondgebonden woningen. Ten behoeve van deze ontwikkeling wordt het omgevingsplan gewijzigd. In het najaar van 2024 wordt de procedure opgestart.

Daarnaast wordt een vergunningaanvraag voorbereid die eveneens in het najaar zal worden ingediend. Om het besluitvormingsproces efficiënt te laten verlopen heeft de ontwikkelende partij verzocht om de coördinatieregeling toe te passen. Vanwege het vervallen van de wettelijke basis van de bestaande coördinatieregeling, dient de coördinatieverordening te worden geactualiseerd.

Gelet op het voorgaande is een aan de Omgevingswet geactualiseerde coördinatieverordening voorbereid en uw raad wordt verzocht deze ‘Coördinatieverordening Omgevingsrecht Brunssum 2024’ vast te stellen.

3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Het kan wenselijk zijn om in één procedure zowel de planologische wijziging - het omgevingsplan - als de concrete uitwerking in de vorm van een bouwplan te regelen, waar mogelijk met alle andere benodigde vergunningen. Daarmee is de samenhang tussen te nemen besluiten maximaal zichtbaar en wordt de door de wet beoogde vereenvoudiging van procedures bewerkstelligd, zodat de dienstverlening aan de vergunningaanvrager geoptimaliseerd kan worden. Ook voor omwonenden en belanghebbenden ontstaat op deze wijze een heldere procedure waarin alle besluiten voor het plan gebundeld zijn. De efficiënte procedure van de coördinatieregeling zorgt ook voor lagere procedurekosten en minder bestuurlijke lasten.

b. Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. 202266882) Uw raad heeft op 21 maart 2023 een coördinatieverordening vastgesteld. Door de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet moet deze geactualiseerd worden. 2. traject tot dusverre Het afgelopen jaar is enkele keren verzocht om toepassing van de coördinatieregeling, maar door de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet bleek het voor de betreffende ontwikkelaars niet haalbaar om de vergunningstukken vóór 1 januari 2024 in te dienen, een en ander vanwege het feit dat een ontwerp-bestemmingsplan vóór 1 januari 2024 ter inzage moest worden gelegd. Zoals vermeld is het wenselijk om de coördinatieregeling wel toe te kunnen passen op nieuwe ontwikkelingen, waaronder het project ‘Kloosterpark’. Derhalve wordt uw raad verzocht de oude verordening aan te passen aan de nieuwe wet- en regelgeving. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W Het college is bevoegd om te besluiten over toepassing van de coördinatieregeling. Het is wenselijk om de toepassing van deze regeling bij verordening vast te leggen. De raad is verordeningsbevoegd. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Coördinatie van samenhangende besluiten is geregeld in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Uit artikel 3:20 Awb volgt dat coördinatie van besluiten mogelijk is indien dat bij wettelijk voorschrift is bepaald of middels een coördinatiebesluit door het daartoe bevoegde bestuursorgaan. In artikel 16.7 Omgevingswet is opgenomen dat afdeling 3.5 Awb van toepassing is op beslissingen op aanvragen om een omgevingsvergunning en ingevolge artikel 16.8 Omgevingswet kan middels een coördinatiebesluit worden bepaald dat afdeling 3.5 Awb van toepassing is op de voorbereiding van onder andere een omgevingsplan.

Tenslotte is relevant dat uit artikel 16.14a Omgevingswet volgt dat wanneer de coördinatieprocedure wordt toegepast bij de voorbereiding van een omgevingsplan en de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning en de beslissing op die aanvraag wordt genomen gelijktijdig met of na de vaststelling van dat omgevingsplan, bij de beslissing wordt uitgegaan van de regels in dat omgevingsplan. 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Middels het vaststellen van een verordening kunnen processen sneller en efficiënter verlopen. Dit komt de dienstverlening ten goede en dit past binnen de strategische visie en uitvoeringsagenda. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen Uit de programmabegroting volgt dat een optimale dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voorop staat. Het coördineren van een wijziging van het omgevingsplan en een aanvraag om een omgevingsvergunning biedt een efficiencyvoordeel, hetgeen de dienstverlening ten goede komt. c. Argumenten en overwegingen Met het coördineren bedoelt de wetgever dat besluiten die met elkaar samenhangen, bijvoorbeeld één project, waarvoor een omgevingsvergunning en een wijziging van het omgevingsplan nodig zijn, in één procedure worden voorbereid.

De procedures voor de vergunningen en voor de wijziging van het omgevingsplan worden dus gecombineerd tot één procedure. Daarnaast kunnen andere vergunningen bij de coördinatie betrokken worden. Procedurele voordelen Bij coördinatie van de omgevingsvergunning en de wijziging van het omgevingsplan worden (ook onder de nieuwe wetgeving) beide instrumenten gelijktijdig gedurende 6 weken ter inzage gelegd (uniforme openbare voorbereidingsprocedure met mogelijkheid tot indienen zienswijzen). De wijziging van het omgevingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad (tenzij gedelegeerd aan college) en de vergunning wordt verleend door het college. Beide besluiten worden vervolgens bekendgemaakt en tegen beide besluiten staat slechts beroep open bij één instantie, namelijk de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling). De Afdeling handelt de ingestelde beroepen in één uitspraak af. Zonder coördinatie staat tegen de wijziging van het omgevingsplan eveneens alleen beroep open bij de Afdeling, echter tegen de vergunning staat bezwaar, beroep en hoger beroep open. Een omgevingsplan kan dus veel eerder onherroepelijk worden terwijl over de daarop gebaseerde vergunning nog jarenlang kan worden geprocedeerd. Dit brengt de nodige risico’s met zich mee bij de uitvoering van het plan.

Een tweede belangrijk voordeel van de gecoördineerde voorbereide besluiten is dat de samenhang tussen de te nemen besluiten voor iedereen duidelijk is. Reclamanten hoeven niet bij meerdere instanties te reclameren en hebben sneller duidelijkheid of het plan al dan niet doorgang kan vinden. Een gecoördineerde voorbereiding vergt wel meer afstemming tussen de verschillende afdelingen van de gemeente, omdat besluiten gecombineerd zullen worden. Dit heeft ook voordelen, omdat ook binnen het gemeentehuis de samenhang tussen de diverse instrumenten helder is en ook hier sprake is van eenmaal de gang naar de rechter indien beroep is ingesteld.

Bevoegdheid tot het nemen van een coördinatiebesluit De coördinatieregeling mag ingevolge artikel 3:20 Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen toegepast worden als dit bij wettelijk voorschrift is bepaald (lid a) of als de bevoegde bestuursorganen hiertoe een coördinatiebesluit hebben genomen (lid b). Op grond van de oude Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.30) was de gemeenteraad bevoegd tot het nemen van een coördinatiebesluit. In de huidige Omgevingswet en de daartoe aangepaste Algemene wet bestuursrecht is de bevoegdheid niet meer expliciet bij de gemeenteraad gelegd. In beide wetten wordt gesproken over het ‘bevoegde bestuursorgaan’. Het verlenen van een omgevingsvergunning en het opstarten van de procedure om te komen tot een omgevingsplan is een bevoegdheid van het college. Het coördineren van het omgevingsplan en de vergunning dient derhalve plaats te vinden op grond van een coördinatiebesluit dat door het college wordt genomen, tenzij bij wettelijk voorschrift (zoals genoemd in artikel 3:20 Awb) is bepaald dat coördinatie zonder nader besluit mogelijk is. Van een wettelijke voorschrift is sprake wanneer de gemeenteraad een coördinatieverordening heeft vastgesteld. In dat geval behoeft niet telkens voor elke separate ontwikkeling een coördinatiebesluit te worden genomen.

Voordeel is dat de besluitvorming sneller en efficiënter kan verlopen en een duidelijk kader is vastgelegd omtrent de toepassing van de coördinatieregeling. Toepassing coördinatieregeling Het college past deze verordening toe met inachtneming van de rol van de raad bij het vaststellen van (wijzigingen van) het omgevingsplan en het bindend advies bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat indien bepaalde ontwikkelingen eerder aan de raad zijn voorgelegd of passen binnen eerder vastgestelde kaders (waaronder de wijzigingsbevoegdheden in de voormalige bestemmingsplannen), de coördinatie van de wijziging van het omgevingsplan en het verlenen van een omgevingsvergunning die rol van de raad niet doorkruist, omdat de raad dan proactief kaders op detail heeft gesteld via eerdere besluitvorming. Ook indien het een bouwplan betreft waarvoor geen bindend adviesrecht van de raad geldt indien het bouwplan gefaciliteerd zou worden met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), komt die rol niet in het geding, omdat indien wel het spoor van de BOPA gevolg zou zijn de raad in het geheel niet betrokken zou zijn, omdat dan het adviesrecht niet geldt. Kaders in voorgestelde verordening • •

•

Coördinatie vindt alleen plaats wanneer de aanvrager hier achter staat, er kan niet worden gedwongen om deze regeling toe te passen. Afspraken over de coördinatie worden bij voorkeur in een procedureregeling vastgelegd, dit zijn voor het project specifieke afspraken bijvoorbeeld over aanlevertermijnen en welke documenten aangeleverd dienen te worden. Komt deze regeling niet dan kan worden teruggevallen op bepalingen in de Awb. Indien er sprake is van complicerende factoren kan besloten worden om niet te coördineren. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er met aanvrager geen overeenstemming is over kostenverhaal.

•

Wanneer de aanvrager een eigen bevoegd gezag is dan kan ook voor een gecoördineerde voorbereiding worden gekozen.

Voorgaande verordening Zoals vermeld heeft uw gemeenteraad op 21 maart 2023 de huidige coördinatieverordening vastgesteld. De nieuwe verordening is volledig in lijn met de bestaande verordening en omvat alleen een actualisering van het wettelijke kader. De huidige verordening wordt derhalve ingetrokken en vervangen door onderhavige nieuwe verordening. c. Opties en keuze Wanneer geen coördinatieverordening wordt vastgesteld dan moet per specifieke ontwikkeling telkens een coördinatiebesluit genomen worden. Hierdoor wordt de gewenste efficiency teniet gedaan. Daarnaast geeft een coördinatieverordening voor iedereen duidelijkheid over de toepassing van de regeling. 4. Bijlagen: 1. Coördinatieverordening Omgevingsrecht Brunssum 2024 (202427017) Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2024 / 49 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : 202426352

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2024 / 49; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.9 juli 2024, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed; Besluit: 1. De 'Coördinatieverordening Omgevingsrecht Brunssum 2024' vast te stellen; 2. De 'Coördinatieverordening Omgevingsrecht Brunssum 2023' in te trekken bij inwerkingtreding van de onder 1. van dit besluit genoemde coördinatieverordening. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 september 2024 De Raad voornoemd,

Voorzitter

Griffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=c608c302-c5e8-4b1f-8bd4-f40d0290c1c4