Raadsvoorstel 48 (bijlage 1) BRUNSSUM concept regionale en lokale woonvisie SPL met afbeeldingen.pdf
Tekst van het document
De buurten die nog niet gepland zijn in de Transitievisie Warmte kunnen gebruik maken van het regionaal isolatie- en verduurzamingsprogramma. Daarmee kan iedereen al stappen zetten naar aardgasvrij. De gemeente Brunssum maakt om te komen tot de gewenste verduurzaming werk van de communicatie. Actuele informatie over duurzaamheidsbeleid, lopende projecten en initiatieven zijn te raadplegen via de gemeentelijke website. Tevens wordt in de media wordt met regelmaat gecommuniceerd over de verduurzaming en er worden regelmatig informatiemomenten georganiseerd. Naast de gemeentelijke voorzieningen kunnen inwoners terecht met vragen en advies bij de lokale energiecorporatie of de WoonWijzerWinkel als het energieloket van de Parkstadgemeenten.
afbeelding
19
5 Kansrijke woonomgeving voor iedereen Waar “wonen voor iedereen” in hoofdstuk 3 gaat over de vraag of er goede woningen beschikbaar zijn voor iedereen, gaat dit hoofdstuk over waar die woningen staan, hoe ze worden beheerd en of de buurten waar mensen wonen samenredzaam zijn. Voor een kansrijke woonomgeving is meer nodig dan wonen alleen. Het is net zo belangrijk dat een buurt veilig is, dat de openbare ruimte groen is, toegankelijk en uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, dat er goede voorzieningen in de buurt zijn en dat de bereikbaarheid goed is. Een kansrijke woonomgeving vraagt om inzet van veel meer domeinen dan alleen wonen. Wel kan wonen een belangrijke bijdrage leveren. Door te zorgen dat er variatie is in de woningen, dat dorpen en wijken niet te eenzijdig bestaan uit goedkope of dure woningen (5.1). En door te zorgen dat verhuurders van woningen zich inzetten voor goed beheer en gebruik van de woningen (5.2).
5.1
Door variatie en balans in het woningaanbod
Een kansrijke buurt of dorp heeft een variatie aan bewoners. Met ruimte voor starters, gezinnen, alleenstaanden en ouderen. Met plek voor de dokter en de schoonmaker. Voor mensen die sterk en gezond zijn en mensen bij wie de gezondheid tegenzit. De woningen die er zijn en gebouwd worden hebben er invloed op of deze mensen er allemaal kunnen wonen. Parkstad kent voor Nederlandse begrippen omvangrijke aaneengesloten gebieden waar veel overlast en onveiligheid wordt ervaren. Dit zijn ook wijken waar veel mensen in een kwetsbare situatie wonen en waar dat aandeel toeneemt. Die kwetsbaarheid betreft ook de gezondheid van de bewoners. Het aandeel bewoners in deze wijken dat zich gezond voelt ligt hier substantieel onder het gemiddelde. Terwijl er al hard gewerkt wordt aan de verbetering van een aantal woonwijken, blijven veel wijken kwetsbaar. Hierbij is een duidelijke onbalans zichtbaar in de regio tussen grote gebieden waar het heel goed gaat aan de westkant en grote gebieden die kwetsbaar zijn aan de oostkant. De visie is dat een kansrijke wijk en een kansrijk dorp balans vraagt tussen draagkrachtige en minder draagkrachtige mensen. Hierbij gaat het om een goede balans tussen mensen in een kwetsbare positie die ondersteuning nodig hebben en mensen die de ruimte hebben om ondersteuning te bieden. Die balans kan verbeterd worden.
Door in te zetten op de samenredzaamheid van bewoners en met de woningbouw bij te dragen aan een variatie aan woningen. Deze uitdaging wordt ook landelijk herkend. Het Rijk heeft de opgave geformuleerd om te werken aan gemengde wijken waar het veilig en leefbaar wonen is. Ook is landelijk de richtlijn opgesteld dat iedere gemeente minimaal 30% sociale huurwoningen moet hebben om overal ruimte te hebben voor mensen met een lager inkomen en te voorkomen dat kwetsbare mensen die zijn aangewezen op sociale huurwoningen allemaal in hetzelfde gebied moeten wonen. Het doel is om de samenredzaamheid en leefbaarheid van buurten en dorpen te verbeteren en de ongelijkheid binnen de regio te verkleinen door meer variatie en spreiding in het woningaanbod te creëren bij bouwprojecten. Door te zorgen dat ieder gebied een variatie aan woningtypes en prijssegmenten voor verschillende bewoners biedt komt de regio meer in balans en draagt dit bij aan de welvaart, welzijn en kansen van bewoners.
20
Bouwen aan gevarieerde buurten en dorpen Een variatie van woningen, naar prijs en woningtype, op buurt en dorpsniveau draagt bij aan een kansrijke woonomgeving voor iedereen. Dit uitgangspunt wordt door alle gemeenten gehanteerd bij nieuwbouw, transformatie- en herstructureringsprojecten. Als het gaat om woningtypen is het belangrijk dat iedere buurt of dorp een variatie aan woningen heeft die geschikt is voor bewoners in verschillende levensfasen. Bij bouwprojecten wordt rekening gehouden met de bestaande woningvoorraad in de buurt en welke toevoeging daaraan nodig is voor een gevarieerd woningaanbod. Wat betreft de prijs van woningen worden drie segmenten onderscheiden die belangrijk zijn voor gemengde veerkrachtige buurten: •
Segment a) sociale huur onder de aftoppingsgrenzen, gericht op de laagste inkomens en bijzondere doelgroepen,
•
Segment b) sociale huur boven de aftoppingsgrenzen, middeldure huur en betaalbare koopwoningen, gericht op middeninkomens en
•
Segment c) dure markthuur en koopwoningen, gericht op de hogere inkomens.
Voor het bereiken van gemengde leefbare buurten en dorpen wordt gestreefd naar relatief meer sociale huurwoningen voor de laagste inkomens (segment a) te bouwen in buurten en dorpen die nu een hoge veerkracht kennen. En relatief meer woningen voor midden en hoge inkomens (segment b en c) in buurten en dorpen die nu een beperkte veerkracht kennen. Variatie en balans in het woningaanbod in Brunssum De gemeente Brunssum zet in op het middeldure huursegment in wijken met weinig veerkracht, nu aangepaste regelgeving dit ook voor woningcorporaties eenvoudiger maakt.
5.2
Door goede verhuur van woningen
Voor mensen die een woning willen huren of daarop zijn aangewezen is het belangrijk dat zij kunnen rekenen op een goede verhuurder die een goede woning tegen een passende prijs aanbiedt en reageert als er iets mis is. Daarnaast is het voor iedereen belangrijk dat de verhuur van woningen geen overlast geeft. Als een woning bijvoorbeeld aan te veel mensen wordt verhuurd of teveel woningen vlakbij elkaar aan mensen in een kwetsbare situatie worden verhuurd, dan heeft dat effect op de leefbaarheid van de buurt. Ook landelijk is steeds meer aandacht voor het belang van goed verhuurderschap en zorgvuldige huisvesting van mensen in een kwetsbare situatie. Nieuwe en voorgenomen wet- en regelgeving (Wet goed verhuurderschap, Wet versterking regie op de volkshuisvesting) van het Rijk geeft meer mogelijkheden om hierop te sturen. De inzet van deze instrumenten (zoals de urgentieregeling) wordt verkend en regionaal afgestemd. De visie is dat goede en gebalanceerde verhuur van woningen kan bijdragen aan de leefbaarheid en veerkracht van wijken en dorpen. Met het streven naar een kansrijke woonomgeving is een goede woonsituatie voor bewoners en een evenwichtige samenstelling van bewoners essentieel.
21
Handhaven op goede verhuur Om te zorgen dat verhuur van particuliere woningen niet leidt tot onwenselijke woonsituaties voor bewoners en leefbaarheidsproblemen in de buurt willen gemeenten praktijken van ‘huisjesmelken’ tegengaan. Dit wordt onder andere gezien bij (uitwassen van ongecontroleerde) kamerverhuur en slechte huisvesting van arbeidsmigranten, met negatieve gevolgen voor de huurders en de buurt. Om te zorgen voor goede verhuur van woningen worden waar nodig lokaal instrumenten ingezet (zoals regulering van kamerverhuur of verhuur van particuliere huurwoningen). In deze aanpak is een sterke samenwerking nodig met het domein ‘veiligheid’. Op die manier wordt gezorgd voor betere omstandigheden voor huurders en hun buren. Met aandacht voor kwetsbare buurten en bewoners Om te zorgen dat de balans tussen meer en minderdraagkrachtige mensen in een buurt goed blijft worden afspraken gemaakt met woningcorporaties over de huisvesting en passende begeleiding van mensen in een kwetsbare situatie, zoals uitstroom uit de maatschappelijke opvang en GGZ. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar een geschikte woning, maar ook naar de draagkracht en de geschiktheid van de omgeving. Complexen en buurten waar de leefbaarheid al onder druk staat zijn veelal geen geschikte plek voor de huisvesting van deze doelgroep.
Hier is de balans tussen minder en meer draagkrachtige mensen verstoord, of zijn de voorzieningen onvoldoende om die balans te ondersteunen. Regionaal wordt afgesproken om complexen, straten of buurten waar de leefbaarheid onder druk staat tijdelijk te ontzien bij de huisvesting van meer bewoners in een kwetsbare situatie. Deze afspraak wordt samen met de woningcorporaties uitgewerkt. Variatie in huurwoningen Daarnaast worden voor deze balans ook afspraken met de woningcorporaties gemaakt over de verdeling van goedkope en betaalbare huurwoningen over de verschillende gebieden in de regio, voor zover dit kan binnen geldende wet- en regelgeving. Daarbij is het uitgangspunt dat in wijken en dorpen met beperkte veerkracht relatief meer mensen een woning krijgen met een inkomen boven het bijstandsniveau. En mensen met de laagste inkomens vaker een woning krijgen in gebieden met een betere veerkracht. Waar nodig wordt bijvoorbeeld lokaal de opkoopbescherming ingezet om in specifieke gebieden ervoor te zorgen dat huizen niet zomaar kunnen worden opgekocht voor de verhuur. Met deze uitgangspunten wordt de goede verhuur van woningen en de balans in wijken en dorpen verbeterd. Dat zorgt voor een betere situatie voor huurders en een meer leefbare en kansrijke woonomgeving voor iedereen.
Goede verhuur in Brunssum Met de wet goed verhuurderschap wordt getoetst op onevenredige benadeling, uitbuiting en welzijn van de huurders en gebruikers en aan leefbaarheid, strafbare feiten en slecht levensgedrag.
22
6 Nu en in de toekomst Maatregelen die we nemen in een Woonvisie van nu, hebben invloed op tientallen jaren voor ons. In de regio Parkstad ligt er een grote uitdaging om te zorgen dat alle woningen van voldoende kwaliteit zijn om nu en in de toekomst goed te kunnen wonen. Woningen die constructief goed zijn, met een gezond binnenklimaat, die geen vocht of schimmelproblematiek kennen en die betaalbaar verwarmd kunnen worden. Om te zorgen dat woningen ook in de toekomst lang meegaan moeten woningen zo aangepast en toegevoegd worden dat deze ook waardevol zijn. Met aandacht voor kwaliteit, duurzaamheid en waarde (6.1) wordt ervoor gezorgd dat woningen nu en in de toekomst comfortabel en duurzaam zijn om in te wonen. Deze Woonvisie is daarmee voor de bewoners van nu, maar ook voor die van de toekomst.
6.1
Kwalitatief en duurzaam
Woningen worden gebouwd voor de lange termijn, meerdere generaties zullen in dezelfde woningen wonen. Juist omdat woningen zo lang meegaan is het belangrijk om bij alles wat er gebouwd, getransformeerd of gerenoveerd wordt vooruit te denken over de kwaliteit waar in de toekomst vraag naar is. Kwaliteit die zorgt voor wooncomfort, energiebesparing en woningen die passen bij de woonvraag in de toekomst. Dit is belangrijk in de nieuwbouw (4.1Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) en de herstructurering en transformatie (4.2). Maar de meeste woningen in de regio staan er al. Juist voor de toekomstbestendigheid van die woningen wordt in de regio hard gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit en duurzaamheid van bestaande woningen. Ook als woningeigenaren niet direct zelf de middelen hebben om hun woning te verbeteren, iets wat niet zelden voorkomt. De inzet hierop gaat onverminderd door, omdat iedereen in een kwalitatief goede woning moet kunnen wonen. Naast de kwaliteit is verduurzaming een belangrijk thema in Parkstad, dat op het moment van het schrijven van de woonvisie nog urgenter is geworden vanwege de energiearmoede waar inwoners in Parkstad mee worden geconfronteerd. Verduurzaming van woningen is de beste manier om dit tegen te gaan. Het is de ambitie van de gemeenten in onze regio om in 2040 energieneutraal te zijn.
Dat vraagt om versnelling in de maatregelen om energie te besparen, duurzaam op te wekken en toe te werken naar circulariteit. Door een been bij te trekken op verduurzaming van woningen helpen we niet alleen de planeet maar zorgen we ook dat mensen comfortabel en betaalbaar kunnen wonen. Vanuit wonen komt wel het pleidooi om er aandacht voor te hebben dat iedereen moet kunnen meedoen met verduurzaming. Om de verduurzaming van woningen te versnellen zijn door het Rijk ook programma’s voor de financiering van verduurzaming gestart en zijn de eisen aan de duurzaamheid van huurwoningen aangescherpt. De visie op het wonen nu en in de toekomst is dat huidige en toekomstige bewoners in kwalitatief goede woningen moeten kunnen wonen. Die kwaliteit moet op orde gebracht worden, ook waar het woningen van kwetsbare particuliere eigenaren betreft. Daarbij wordt het belang van het klimaat, het wooncomfort en de betaalbaarheid van wonen gestreefd naar energieneutraliteit in 2040. Inzetten op energiezuinige woningen Om te zorgen dat inwoners nu en in de toekomst goed kunnen wonen, vraagt de kwaliteit en duurzaamheid van de woningen veel aandacht. Energie besparen heeft in de duurzaamheidsaanpak de hoogste prioriteit. Energie die niet gebruikt is, is het duurzaamst en goedkoopst. Eind 2019 hebben de gemeenten in Nederland ingestemd met het Klimaatakkoord.
Voor de gebouwde omgeving is afgesproken dat in 2050, 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Als eerste stap worden tot 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd. Ook in de regio moet een fors aantal woningen verduurzaamd worden naar de standaard voor woningisolatie, zodat deze geschikt zijn om van het aardgas af te gaan. Isolatie is extra belangrijk voor mensen met een laag inkomen, daarom is dit een
23
belangrijk aandachtspunt in de afspraken met woningcorporaties. Waar het huurwoningen betreft stelt de landelijke overheid duidelijke eisen aan de verduurzaming van deze woningen. Over een aantal jaar kunnen alleen nog energiezuinige woningen worden verhuurd. Woningcorporaties en particuliere verhuurders worden gevraagd om daarnaar te handelen. Voor een deel van de bewoners die in een eigen koophuis wonen is het financieren van de nodige kwaliteitsverbetering en verduurzaming moeilijker, maar zij kunnen niet achterblijven. Binnen de regio Parkstad wordt zoveel mogelijk samen opgetrokken door gemeenten om ook eigenaar-bewoners te helpen om de kwaliteit van hun woningen te verbeteren. Duurzame energie dichtbij Om te komen tot energieneutraliteit is het noodzakelijk dat dertig procent van alle woningen van zonne-energie wordt voorzien. Duurzame lokaal opgewekte energie is schoner, gezonder en betaalbaarder. Voor bewoners is eigen energieopwekking aan de woning met zonnepanelen voordelig en efficiënt. De afgelopen jaren heeft binnen de regio het zonnepanelenproject voor woningeigenaren gelopen. Daarnaast worden ook woningcorporaties gevraagd om zich in te zetten om dertig procent van hun bezit te voorzien van zonnepanelen. Circulair is duurzaam bouwen In de komende jaren worden nieuwe woningen gebouwd en worden woningen die niet meer mee kunnen, gesloopt.
Bij de bouw en sloop van woningen worden veel grondstoffen gebruikt en komt veel CO2 en afval vrij. De regio Parkstad streeft ernaar om in 2050 circulair te zijn. De eerste ervaring met circulair bouwen en slopen is opgedaan en de markt ontwikkelt zich steeds verder als het gaat om duurzaam bouwen met biobased materialen zoals hout. In dit licht is ook de flexibiliteit van de woningen essentieel. Kwaliteit, duurzaamheid en dierbaarheid in Brunssum De verduurzamingsopgave in Brunssum is groot en op onderdelen complex. Doordat een groot gedeelte van de woningen valt in beschermd stads- en dorpsgezicht is de uitdaging om met behoud van de beeldkwaliteit de verduurzamingsopgaven in te passen. Ook is een groot gedeelte van de woningen onvoldoende geïsoleerd en moeten de buurten klimaatadaptief worden ingericht, met oog voor natuur en biodiversiteit. Door deze opgaven met elkaar te verbinden worden buurten gezonder, leefbaarder en toekomstbestendig. Brunssum benut de fysieke opgaven in de buurt om sociaal maatschappelijke doelen te bereiken. Door te sturen op nieuwe waardenketens wil de gemeente de transitie naar een circulaire economie stimuleren. Zo versterken de fysieke de economische transitie elkaar en komen de baten ten goede aan de gemeenschap. De gemeente Brunssum ziet het verduurzamen van de buurten als kans om meerdere doelen te bereiken.
Alleen door het verbinden van de belangen van bewoners, eigenaren en de gemeenten kunnen de kwaliteiten in de buurt behouden worden en de verduurzamingsopgaven worden gerealiseerd. Zo dragen we samen met partners, bewoners en andere stakeholders bij aan toekomstbestendig, prettig en gezond wonen in Brunssum. De gemeente maakt beleid en heeft de regierol in het aardgasvrij maken van buurten. Doordat de opgave aardgasvrij als aanjager voor een integrale verduurzamingsaanpak wordt ingezet, is dat het momentum waarop de opgaven samen komen. Op dat moment is de bovenstaande visie leidend om tot verduurzamingsplannen te komen die de belangen van gemeente, bewoners en eigenaren in het gebied verbindt en bijdragen aan het gewenste eindbeeld voor Brunssum 2050. Bij nieuwbouw en herstructurering werken we klimaatbestendig. Daarbij is er voldoende aandacht voor het tegengaan van hittestress, maar ook voor slimmere waterkringlopen in de woning en het regenwater. We bouwen en verbouwen natuurinclusief, waarbij we toewerken naar 100% circulair in 2050.
24
6.2
Waardevol voor nu en in de toekomst
Woningen die belangrijk zijn voor de identiteit van onze regio, zijn waardevol. Op veel locaties in Parkstad zijn tastbare bewijzen te vinden, dat bouwwerken die de regio haar identiteit geven en voor mensen waardevol zijn, lang meegaan en in die zin duurzaam zijn. Denk aan historische bebouwing in dorpskernen, de mijnkoloniën, de kloosters en de kerken. Het is belangrijk om met de juiste bebouwing, de identiteit van Parkstad te behouden en te versterken, met aandacht voor zowel historisch erfgoed als de architectonische kwaliteit van nieuwbouw. Om die identiteit en aantrekkelijkheid voor de toekomst te versterken willen we in de regio Parkstad woningbouw stimuleren waarbij bovengemiddeld veel aandacht is voor architectonische kwaliteit en identiteit. Daarbij staat de regio ook expliciet open voor innovatieve projecten, zowel in de techniek als in woonvormen, die bijdragen aan doelstellingen die in deze Woonvisie vermeld staan. Stakeholders worden uitgenodigd om met innovatieve projecten te komen.
afbeelding
25
Bijlagen Primair geldt als uitgangspunt bouwen naar behoefte voor woonproduct en doelgroep. Dit betekent dat minimaal tweederde van de nieuwe woningen ‘betaalbaar’ moet zijn en dus moet bestaan uit sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot de middenhuurgrens ( € 1.000,- euro per maand) en/of koopwoningen tot € 355.000,- euro. In totaal moet minimaal 40% van de nieuwbouw middenhuurwoningen of betaalbare koopwoningen betreffen, die geschikt zijn voor starters en mensen met een middeninkomen. Bij het omzetten van bestaande commerciële panden naar woningen toetst Brunssum of de woningen de juiste kwaliteit hebben en een significante verbetering in uitstraling en gebruik van het pand wordt gerealiseerd. Kwaliteit woningen: Brunssum verstaat hieronder dat iedere nieuwe woning (transformatie en nieuwbouw) minimaal het volgende aanwezig heeft: •
Iedere woning heeft een goede, functionele en praktische indeling van alle voorzieningen en ruimten;
•
Iedere woning heeft een eigen buitenruimte zoals een balkon of tuin;
•
Iedere woning heeft een eigen (buiten)berging voor o.a. huisvuil, fietsen etc.
•
In geval van transformatie van o.a. bestaand (voormalig) commercieel complex/object:
De voorgevel van het complex/pand wordt zodanig aangepast dat de woning past binnen het straatbeeld en architectonisch meerwaarde biedt. Met andere woorden: van de buitenkant is niet meer zichtbaar dat het voorheen een commercieel object (winkel, café, kantoor etc.) was; •
Indien een woning levensloopbestendig is, dan moet deze bij voorkeur voldoen aan keurmerk ‘Woonkeur’. Het gaat dan om maatregelen die betrekking hebben op:
•
o
Toegankelijkheid (voor gebruikers rolstoel, rollator, andere loophulpmiddelen)
o
Veiligheid (ongevalpreventie, inbraak- en brandpreventie)
o
Gebruiksgemak (comfort-aspecten die verband houden met ouderdom)
o
Zorgverlening (aanpasbaarheid i.v.m. zorgverlening thuis)
Iedere woning krijgt rekening houdend met de actuele regelgeving, verduurzamingsmaatregelen voor zover deze niet aanwezig zijn, vb: zonnepanelen, warmtepomp, optimaal isolatiepakket.
•
Iedere nieuwe woning wordt klimaatbestendig gebouwd (hierbij ook inzetten op het voorkomen/beperken van hittestress).
•
Wonen-achter-wonen is niet toegestaan.
•
Voldoet minimaal aan bouwbestuit. Met o.a. edere woonkamer, keuken en slaapkamer is voorzien van voldoende daglichttoetreding en raam/ramen in de zijgevels. Woningen waarbij een van deze ruimtes alleen zijn voorzien van een dakraam en/of lichtkoepel , hebben niet de gewenste kwaliteit en voldoen derhalve niet.
•
Conceptuele bouwconcepten o.a. modulaire of flexibele bouwproducten, dienen eveneens te voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen.
Bij het toevoegen van wooneenheden dient tevens te worden voorzien van (extra) parkeergelegenheid op eigen terrein. Daarnaast dient te worden voldaan aan het vigerende parkeerbeleid.
Bijlagen
26
Bijlage 1: Begripsdefinities (PM) Bijlage 2: Veerkrachtkaart Parkstad Bijlage 3: Regionaal Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022 – 2032
27
Bijlage 1 begripsdefinities Aftoppingsgrens
De grens tot waar men 75% huurtoeslag ontvangt. (€ 647,19 voor 1- of 2-persoonshuishoudens en € 693,60 voor 3- of meerpersoonshuishoudens, de wettelijke grenzen in 2023).
Beleidsregel ‘Ruim baan voor
Om op basis van de beleidsregel in aanmerking te komen voor vrijstelling van compensatie
goede woningbouwplannen’
moet sprake zijn van een kwalitatief goed plan. Woningbouwplannen worden beschouwd als kwalitatief goede plannen als zij voldoen aan onderstaande criteria:
Betaalbaarheid
-
Criterium 1: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde.
-
Criterium 2: Het plan is planologisch aanvaardbaar.
-
Criterium 3: Het plan is (sub)regionaal afgestemd.
Onder het betaalbare segment vallen op basis van de landelijke definitie de sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een maximum van €1.000 per maand (prijspeil 2020) en koopwoningen onder de €355.000,-.
Bevolkingsdaling
De afname van het inwonersaantal in een bepaald gebied gedurende een bepaalde tijd.
Bevolkingsontwikkeling
Verandering van de omvang en de samenstelling van de bevolking.
Bewoners in een kwetsbare positie
Mensen die op enig moment niet in staat zijn om zonder zorg of ondersteuning zelfstandig te kunnen leven. Bewoners zijn kwetsbaar vanwege problemen op het gebied van participatie (geen werk/afhankelijk van uitkering), gezondheid (psychisch/fysiek) of door licht verstandelijke beperkingen. In onderliggend onderzoek zijn hiervoor de CBS definities gehanteerd.
Bijzondere doelgroepen
Onder de bijzondere doelgroepen worden de groepen verstaan die onder het landelijke programma ‘een thuis voor iedereen’ vallen. Dit betreft mensen met een sociale- of medische urgentie voor passende huisvesting. Waaronder mensen die dak- of thuisloos dreigen te worden, mensen met een beperking, en uitstroom uit intramurale zorg. Daarnaast worden ook statushouders, woonwagenbewoners, arbeidsmigranten en studenten gezien als bijzondere doelgroepen.
Circulariteit
Circulariteit gaat ervan uit dat producten van nu de grondstoffen zijn voor. Afval wordt gezien als grondstof voor nieuwe producten.
Domotica
Het toepassen van elektronica en huisnetwerken ten behoeve van de automatisering van processen in en om een woning, een kantoor of een klein bedrijf. De integratie van technologie en diensten, ten behoeve van een betere kwaliteit van wonen en leven. Bij domotica draait het niet alleen om integratie van techniek en bediening in de woning, maar ook om dienstverlening van buitenaf naar de woning.
Doorstromers
Mensen die na het verhuizen een zelfstandige woning achterlaten.
Duurzaam bouwen
Het ontwikkelen van woningen en de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu en daarmee onderdeel van de kwaliteit van de woning/woonomgeving.
Draagkrachtige en minder draagkrachtige bewoners
28
Zie ‘Bewoners in een kwetsbare positie’
E-health
Digitale toepassingen in de zorg: het gebruik van informatie- en communicatietechnologie ter ondersteuning of verbetering van de gezondheid en de gezondheidszorg.
Energielabel
Het energielabel voor woningen geeft met de klassen A (groen, zeer zuinig) tot en met G (rood, zeer onzuinig) aan hoe energiezuinig een huis is in vergelijking met soortgelijke huizen. Een energiezuinig huis heeft een goede isolatie, dubbel glas, energiezuinige verwarming en zonnepanelen. Het energielabel is een document waarin de duurzaamheidskenmerken zijn beschreven.
Energieneutraal
Een woning is bijna energieneutraal als die zelf de energie opwekt die nodig is voor het gebouw. Dat wil zeggen: voor verwarmen en koelen van de woning, ventilatie, warm water en verlichting, inclusief de energie die nodig is voor het verwarmings- en ventilatiesysteem (bijvoorbeeld de ventilatie-unit en de warmtepomp). Dit is het ‘gebouwgebonden’ energiegebruik. Een volledig energieneutraal huis wekt daarnaast ook de energie op voor alle apparaten in huis (oven, koelkast, wasmachine, tv, computer, enzovoort). Dit is het ‘gebruiksgebonden’ energieverbruik.
Flexibele woningen
Flexibele woonoplossingen die relatief snel en goedkoop kunnen worden gerealiseerd. Kenmerkend is het ‘tijdelijke karakter’ van de woning zelf, de bewoning of het gebruik van een locatie waarop de woning wordt geplaatst.
Herstructurering
Herontwikkeling en vernieuwing van een wijk waarbij de bestaande gebouwen, openbare ruimte en infrastructuur worden aangepast aan hedendaagse behoeften, veelal met sloop en nieuwbouw.
Huishouden
De bewoning van een woning door: -
één persoon;
-
twee of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
Huisvestingsverordening
Op grond van de Huisvestingswet kunnen gemeenten in geval van schaarste op de woningmarkt een huisvestingsverordening vaststellen. Een huisvestingsverordening wordt veel ingezet door gemeenten om de mate van urgentie van woningzoekenden te bepalen en huurwoningen tot een bepaalde huurprijsgrens toe te wijzen.
Housing
Housing Parkstad is het samenwerkingsverband van gemeenten, woningcorporaties en zorgpartijen bij het voorzien in zelfstandige huisvesting voor cliënten met binding aan de regio Parkstad Limburg die vanuit een opvangsituatie (bijvoorbeeld een intramurale setting of vanuit detentie) uitstromen naar een zelfstandige woonvorm. Woningcorporaties in alle Parkstadgemeenten stellen jaarlijks een vastgesteld aantal woningen beschikbaar voor de huisvesting van urgente doelgroepen. Daarbij wordt gewerkt met Housing First voor mensen die dak- en thuisloos zijn en met Housing Plus voor mensen die meer begeleiding en afspraken nodig hebben bij het wonen.
Inponden
Het aankopen van woningen die nu in particulier bezit zijn, meestal door woningcorporaties, waarvan de eigenaar-bewoner niet in staat of bereid is om het onderhoud van hun woning op peil te houden.
29
Jongere
Persoon van 18 tot 23 jaar.
Kamerverhuur
Het verhuren van onzelfstandige woonruimte. Dit houdt in dat de kamer geen eigen toegang heeft en dat wezenlijke voorzieningen zoals toilet, badkamer en/of keuken in de kamer ontbreken.
Laag inkomen
Een belastbaar jaarinkomen onder de grens waarbij men in aanmerking kan komen voor huurtoeslag. Een laag inkomen is een inkomen dat niet hoger is dan 120% van het sociaal minimum. Dit houdt in dat de maximale netto bedragen per huishouden als volgt zijn: -
Voor alleenstaanden of alleenstaande ouders van 21 jaar en ouder is het maximale nettobedrag € 1322,18 per maand (inclusief vakantietoeslag);
-
Voor gehuwden en samenwonenden van 21 jaar en ouder is het maximale nettobedrag € 1888,84 per maand (inclusief vakantietoeslag);
-
Voor alleenstaanden, vanaf de pensioengerechtigde leeftijd is het maximale nettobedrag €1470,80 per maand (inclusief vakantietoeslag);
-
Voor gehuwden en samenwonenden, vanaf de pensioengerechtigde leeftijd is het maximale nettobedrag €1992,43 per maand (inclusief vakantietoeslag)
Levensloopgeschikt/-bestendig
Woning waarbij woonkamer, keuken, toilet, badkamer/douche en tenminste 1 slaapkamer op dezelfde verdieping liggen.
Liberalisatiegrens
Woningen met een huur onder de liberalisatiegrens (€ 808,06 in 2023) behoren tot de sociale of gereguleerde huursector.
Limburgse Agenda Wonen 2020 –
Het beleid van de Provincie Limburg op het gebied van Wonen is vastgelegd in de Limburgse
2023
Agenda Wonen 2020 – 2023.
Middenhuur
Middenhuur is een term die gebruikt wordt voor huurwoningen in het middeldure huursegment. Het is voor de groep mensen die teveel verdienen voor een sociale huurwoning, maar die geen vrijesectorwoning of een koopwoning kunnen betalen.
Middenhuurgrens
Huurwoningen met een huur tot € 1.000 per maand (prijspeil 2020)
Nationale prestatieafspraken
In 2022 getekende afspraken tussen ministerie BZK, Aedes (koepel van woningcorporaties, Woonbond en Vereniging Nederlandse Gemeenten over de inzet op volkshuisvesting tot 2030. Waaronder ook de afspraken over de besteding van de vrijgekomen middelen door het afschaffen van de verhuurderheffing vallen.
NHG grens
Nationale Hypotheek Garantie grens. Dit is de maximale hypotheekgarantie die men kan krijgen en bedraagt in 2023 €405.000. Als de hypotheek of de waarde van een woning hoger is, dan heeft men geen recht op de NHG. Met de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) heeft men een vangnet als men door omstandigheden de hypotheek niet meer kan betalen of als een restschuld overblijft na de verkoop van een huis.
Een woning die intern en extern toegankelijk is. Intern toegankelijk betekent dat vanuit de Nultredenwoningen
woonkamer de keuken, het toilet, de badkamer en ten minste één slaapkamer zonder traplopen te bereiken zijn. Extern toegankelijk wil zeggen dat de woonkamer van de woning of woonruimte vanaf de straat te bereiken is zonder traplopen.
30
Omgevingsverordening Limburg
De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: •
Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale
•
instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven.
•
Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen.
Omgevingsvisie
De omgevingsvisie beschrijft de maatschappelijke opgave en de te beschermen kernkwaliteiten van een gemeente of provincie. In de omgevingsvisie worden talloze belangen afgewogen, van bodem tot lucht, en integraal benaderd.
Oudere
Zie senior
Plancapaciteit
Bekende locaties voor woningbouw en het aantal woningen dat naar verwachting daar gebouwd kan worden, ongeacht de procedurele status. Plancapaciteit leidt niet altijd tot realisatie.
Prestatieafspraken
Gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties maken op gelijkwaardige basis afspraken over de volkshuisvestelijke opgave in hun gebied. Deze afspraken leggen zij vast in zogenoemde prestatieafspraken. In de Woningwet is het proces vastgelegd rondom het maken van de prestatieafspraken.
Primaire doelgroep
Huishoudens die op basis van hun inkomen en vermogen in aanmerkingen komen voor huurtoeslag. Voor woningcorporaties vormen zij de belangrijkste doelgroep die aanspraak maakt op een sociale huurwoning.
Rijksprioriteiten Volkshuisvesting
Rijksprioriteiten met betrekking tot het terrein van de volkshuisvesting in de periode van 2021 tot 2025. Deze prioriteiten stimuleren dat in de lokale samenwerking tussen woningcorporaties, gemeenten en huurdersorganisaties aandacht wordt besteed aan met de corporatiesector vastgestelde thema’s.
Samenredzaamheid
Het collectieve vermogen om handelingen te kunnen doen, die mensen in het gewone leven zonder professionele inmenging verrichten.
Schuldhulpverlening
Een traject waarin een schuldenaar door een schuldhulpverlenende instantie wordt geholpen en begeleid in het aflossen van de financiële schulden.
Secundaire doelgroep
Huishoudens met een inkomen waarmee zij niet meer in aanmerking komen voor huurtoeslag (zie primaire doelgroep) maar wel onder de inkomensgrens voor sociale huur vallen ( en €44.035 in 2023). Zij zijn de tweede belangrijke doelgroep voor de woningcorporaties.
Senior
Een persoon die ouder is dan 65 jaar.
Skaeve Huse
Een bijzondere woonvorm bedoeld voor bewoners van de stad die zich niet aan een gewone woonomgeving aanpassen. Omdat ze dit niet kunnen of niet willen. Skaeve Huse is onder begeleiding wonen, in een rustige omgeving, met weinig prikkels van buitenaf.
31
Sociale huurwoning
Huurwoning (veelal van een woningcorporatie) die verhuurd wordt volgens de regels vanuit de Woningwet omtrent sociale verhuur aan huishoudens met een bescheiden inkomen (met een huur tot € 808,06 in 2023).
Sociaal incassobeleid
Bij sociaal incasseren wordt samen met de schuldenaar gezocht naar een oplossing waarbij er rekening wordt gehouden met de situatie van de schuldenaar.
Sociale stijgers
Sociale mobiliteit die een toename van sociale privileges inhoudt. Zoals een stijging in inkomen of opleiding.
Starter
Huishouden dat voor verhuizing niet zelfstandig woonde en daarna hoofdbewoner van een woning is.
Structuurvisie Wonen Zuid-
Een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de
Limburg
toenmalige 18 Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, GulpenWittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal, vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten.
Suburbane gebieden
Dorpen rond een stad die veel contact houden met die stad.
Transformatie
Het omvormen van vastgoed - zoals kantoren, cultureel of maatschappelijk vastgoed en zorginstellingen - naar een andere bestemming zoals wonen.
Urgentieverordening
Een verordening waarin kan worden vastgelegd in welke gevallen sprake is van een dringend noodzakelijke behoefte aan woonruimte die voorrang op andere woningzoekenden rechtvaardigt: de zogenaamde urgentiecategorieën.
Veerkrachtige wijken
In een veerkrachtige wijk is de samenredzaamheid van bewoners en instituties (scholen, gemeente, corporaties, welzijn, netwerken) voldoende om een verandering in de bewonerssamenstelling (een toenemende concentratie bewoners in een kwetsbare positie) op te vangen. Als die veerkracht ontbreekt, terwijl die wel nodig is, is een wijk kwetsbaar.
Vergrijzing
De demografische trend waarbij in de bevolkingssamenstelling het aandeel ouderen vanaf 65 jaar toeneemt. Soms spreken we over ‘dubbele vergrijzing’. Dan gaat het om de toename van het aandeel oudere ouderen vanaf 75 jaar.
VoorzieningenWijzer
Een praktisch instrument voor gemeenten, woningcorporaties en welzijnsorganisaties bij hun armoedebeleid. Het betreft een computerprogramma met daarin alle gemeentelijke regelingen, zorgverzekeringen, energieleveranciers en toeslagen.
32
Vrije toewijzingsruimte
Woningcorporaties moeten ten minste 85% van de vrijkomende sociale huurwoningen (met een huurprijs tot € 808,06, prijspeil 2023) toewijzen aan huishoudens met een inkomen beneden de inkomensgrens voor sociale huur. Voor eenpersoonshuishoudens is deze inkomensgrens € 44.035 (prijspeil 2023). Voor meerpersoonshuishoudens is de inkomensgrens vastgesteld op € 48.625 (prijspeil 2023). Daarnaast mogen corporaties 7,5% van de vrijkomende woningen vrij toewijzen, dus ook aan mensen met een inkomen boven de inkomensgrens. Lokaal bestaat de mogelijkheid om de vrije toewijzingsruimte te verruimen naar 15% indien woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeenten daar prestatieafspraken over hebben gemaakt.
Vroegsignalering
Vroegsignalering binnen de schuldhulpverlening is het in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van mensen met financiële problemen om vroegtijdige (schuld-)hulpverlening mogelijk te maken.
Woningcorporatie
Organisatie, toegelaten instelling onder de Woningwet, die zich zonder winstoogmerk richt op bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte (sociale woningbouw).
Woonbehoefteonderzoek
Een woningbehoefteonderzoek of woonbehoefteonderzoek is een onderzoek dat de overheid uitvoert naar de woonbehoeften onder de bevolking. Er wordt met name gekeken naar woningtekorten, de betaalbaarheid van woningen en de beleving van de woonomgeving.
Woondeal
In de Woondeal zijn Rijk, provincie, regio, gemeenten en corporaties onder meer met elkaar overeengekomen hoeveel tot 2030 gebouwd gaat worden en het aandeel in de sociale huur, de middenhuur en de betaalbare koop.
Woonmilieus
De sociale, culturele en fysieke kenmerken van de omgeving waarin gewoond wordt.
Woningsplitsing
Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van een woning in twee of meer wooneenheden ten behoeve van de vestiging van meer dan één huishouden. Hierdoor ontstaan in één gebouw minimaal twee zelfstandige wooneenheden, met ieder hun eigen voorzieningen, zoals een badkamer, keuken, toilet, slaapkamer(s) en woonkamer en een eigen afsluitbare toegang.
Met een Woonzorgvisie wordt de basis gelegd voor verdere prestatieafspraken en/of een Woonzorgvisie
toekomstbestendig uitvoeringsprogramma waarin concreet is vastgelegd welke plannen wanneer worden uitgevoerd om te voorzien in wonen, zorg en welzijn voor ouderen en andere kwetsbare doelgroepen.
33