Raadsvoorstel 44 (bijlage 2) RvO raad 2023 en raadscommissies 2023 (met opmerkingen fracties en antwoorden)
Tekst van het document
CONCEPT Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2023 Reacties/voorstel wijzigingen door fracties januari 2023 Gezamenlijk overleg i.o.m. het presidium op 13 februari en 1 maart en 23 maart om 19.00 uur in de Burg. Quintzaal
1
1
Reglement 2018 raad met: Aanpassingen nav input en werksessies Vervallen nav input en werksessies Aanpassingen nav wijziging gemeentewet m.i.v. 1-1-2023 Aanpassingen nav wijziging gemeentewet m.i.v. 1-4-2023 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Voorstellen voor aanpassingen door fracties en opmerkingen college en MT
Artikel 1 Begripsomschrijvingen a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger op grond van artikel 77 lid 1 van de Gemeentewet; de vervanger/plaatsvervangend of 2e plaatsvervangend voorzitter is een door de raad aangewezen raadslid.. b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de raadsvergadering; f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel, door een raadslid of raadsleden ingebracht ter besluitvorming waarop B&W een zienswijze heeft kunnen afgeven. g. commissie: een raadscommissie zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; h. De notulen: de besluitenlijst en geluids- en/of video-opname van de betreffende vergadering; i. Presidium: ingesteld door de raad, bestaande uit de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, de fractievoorzitters en de griffier, handelt conform het door de raad vastgestelde reglement van orde voor vergaderingen van het presidium; j.
Informatieavond: openbare informerende avond over nieuwe en lopende onderwerpen; k. Discussieavond: besloten avond over onderwerpen met een opiniërende functie.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Lijst Borger: Punt g. artikel 82 commissie, commissieleden hebben dan formeel ook en geheimhoudingsplicht? Kunnen ze dan ook aan besloten (raads)vergadering of discussieavond deelnemen/toehoren? • Handleiding geheimhouding commissieleden opstellen. (zie artikel 87, 88 en 89)
N.a.v. overleg 13-2-2023
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
VVD: Punt f: In hoeverre is bij een initiatiefvoorstel een zienswijze van het college noodzakelijk, voorwaardelijk? Kijken of 48 uren niet korter kan zodat er nog het weekend aan gewerkt kan worden PAK: f. Zienswijze B&W? ?= art. 147a Gemeentewet; raad regelt in het RvO hoe; nu 48 uur; gevraagd wordt maandagochtend 09:00 uur= 36 uur i. presidium artikel 82 commissie maken? Kan niet; wel art. 83 commissie (bestuurscommissie) of 84 (andere commissie) of een seniorenconvent • Nieuwe versie presidium RvO 2023 maken Taken presidium uitwerken. Toevoegen dat er een toets op vorm & format raadsvoorstel is. Outputkalender Extra info momenten 1. Toevoegen aan taken Presidium 2. Seniorenconvent ad hoc. 3. Raadsleden bij elkaar roepen L. Discussieavond? Definitie? – ook openbaar met evt besloten gedeelte anderszins. Opinie burger is ook belangrijk. • Andere naam voor discussieavond. Toevoegen wie kan deelnemen en hoe zit het met de geheimhouding?
2
LBL artikel 1a daar hanteren we om partij politieke redenen niet de anciënniteit en daarmee ben je dus al ad hoc en politiek bezig en niet zuiver Zie tekst toelichting RvO
Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering van de raad, de vergadering van het presidium; b. het handhaven van de (vergader)orde; c. het doen naleven van het reglement van orde en hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem/haar verder opdraagt
Artikel 2 De voorzitter
Artikel 3 De griffier 1. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van de raad en het presidium aanwezig. 2. Hij/zij kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter/raadslid wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Artikel 3 De griffier LBL: Art 3 griffie Kan deelnemen aan beraadslaging?? Uitleg tekst vereist, griffie is ambtenaar en niet gekozen dus vreemde tekst
Artikel 4 De secretaris De raad kan al dan niet op verzoek van de voorzitter het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering van de raad aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
Artikel 4 De secretaris VVD: Past het laten deelnemen van de secrestaris wel in de geest van het dualisme? Is het niet aan het college om de ambtelijke organisatie te vertegenwoordigen en hiervoor ook verantwoording af te leggen? PAK: Voorzitter moet verzoek doen aan de raad 2
Artikel 5 Het presidium 1. De raad heeft een presidium. 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en indien deze ook fractievoorzitter is, is hij/zij in het presidium aanwezig als fractievoorzitter. Indien de voorzitter verhinderd is, dan vervangt de plaatsvervangend voorzitter en kan de plaatsvervangend fractievoorzitter in het presidium aanwezig zijn. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 3. De voorzitter of het presidium kan kunnen voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het presidium. 4. In geval een fractievoorzitter niet in de vergadering van het presidium aanwezig kan zijn wijst deze adhoc een lid van zijn raadsfractie als zijn plaatsvervanger aan. 5. Elke fractievoorzitter of zijn plaatsvervanger heeft één stem in het presidium. 6. Raads- en commissieleden en de leden van het college kunnen de vergaderingen van het presidium als toehoorder bijwonen. Overige belangstellenden kunnen alleen op uitnodiging van het presidium een vergadering van het presidium als toehoorder bijwonen. 7. Voor het presidium wordt door de raad een eigen reglement van orde opgesteld, waarin de bevoegdheden en positie van het presidium nader omschreven worden
Artikel 5 Het presidium Lijst Borger: Graag zouden wij het precieze verschil willen zien met een presidium en een seniorenconvent VVD: Waarom aanwezigheid griffier of diens plaatsvervanger laten vervallen? Strookt niet met artikel 3.1. en wie verzorgt anders de verslaglegging? Behalve de GS kunnen ook andere leden van het college worden uitgenodigd voor deelname aan het overleg. PAK: Presidium alleen agendacommissie? Zo ja, dan Seniorenconvent starten voor andere zaken raad gerelateerd. RvO presidium (2010) – Alleen agenda commissie, waar staat dat?(art 14 RvO commissies staat dat presidiumagenda’s vaststelt, en andere te bespreken zaken dan?) Verslaglegging presidium eerder verspreiden! • RvO presidium actualiseren na besluit wel of geen Seniorenconvent of fractievoorzittersoverleg! LBL: 5.6 presidium Dit is geen besluitvormend orgaan dat moet nog veel duidelijker verwoord Maak het openbaar is onze mening ook voor burgers of hebben we iets te verbergen? College: Art. 5, lid 2 Volgens mij is het cruciaal om bij het presidium de griffie aanwezig te hebben, dus dat zou ik laten staan. •
Artikelen 2 t/m 6 overhevelen naar nieuw rvo Presidium
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties
Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1. De raad stelt een Commissie Onderzoek Geloofsbrieven in bestaande uit drie van zijn leden die door de raad op voorstel van de voorzitter worden gekozen voor de duur van één raadsperiode. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuwe leden en de processenverbaal van de stembureaus. De commissie onderzoekt tevens de geloofsbrieven van kandidaat-wethouders conform de eisen van de Gemeentewet. Bij afwezigheid van een van de leden van deze commissie kan de raad ad hoc een raadslid ter tijdelijke vervanging aanwijzen. 2. Na de gemeenteraadsverkiezingen treedt de raad in oude samenstelling tegelijk af met ingang van de donderdag woensdag in de periode van 23 29 maart tot en met 4 april. 3. Deze commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen 7. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot raadslid of aanvaarding van een functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis
Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging VVD: Artikel 6 mist lid 1. • Nummering aanpassen
WETHOUDERS 8. De burgemeester geeft de opdracht voor een risicoanalyse integriteit voorafgaand aan de benoeming van een wethouder. De benoeming is niet eerder dan dat de uitslag bij de burgemeester bekend is. Indien de uitkomst van de risicoanalyse daar aanleiding toe geeft informeert de burgemeester de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven conform de procedure zoals omschreven in de notitie “Nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders en raadsleden in Brunssum na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018”. Kandidaat-wethouders dienen te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en registratie BKR ten behoeve van de risicoanalyse integriteit. Bij de benoeming is de beoogde wethouder in het bezit van een Verklaring Omtrent het Gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan drie maanden 9. De wethouder legt de eed of belofte af alvorens de functie te kunnen uitoefenen 10. Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming
3
Omschrijf wat nauwkeuriger wat onder Artikel 6.6 verstaan wordt onder “functies”. LBL: Art 6 Helaas verneemt de raad niets over integriteit van wethouders maar de commissie van geloofsbrieven wel en dat is jammer Gewoon publiek uitleggen en verantwoorden op vragen die opkomen zou de democratie meer ten goede komen Nu stelt de burgemeester dat zij erover gaat en de vragen die ik stelde aan het begin van deze 4 jaren blijven onbeantwoord Daarmee is de vraag of de burgemeester wel de enige is als het om integriteit gaat gezien haar afwijkende opvattingen inzake de procedure van de schorsing van de gemeentesecretaris en hierdoor krijgt het instituut burgemeester macht die persoonlijk ingevuld wordt en heeft de raad het nakijken LBL: Art 6.8 eis VOG is dat in lijn met wet of in strijd met zie zaak de Mos Bij 10 mis ik de openbaarmaking nevenfuncties en dergelijke van de burgemeester Publicatie is wettelijke verplicht Indien de risicoanalyse daar aanleiding toe geeft informeert de burgemeester de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven conform de procedure etc.
3
tot wethouder of aanvaarding van een nevenfunctie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis Artikel 7 Fractie 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. a. Indien: 1) één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; 2) twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; 3) één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan c.
De nieuwe fractie dient geregistreerd te zijn als nieuwe vereniging bij de KvK igv de nieuwe fractie burgercommissieleden inzet.
Artikel 7 Fractie VVD: Artikel 3 spreekt over het doorgeven van een plaatsvervanger van de fractievoorzitter, terwijl in artikel 5.4 gesproken wordt over het ad hoc aanwijzen van een plaatsvervanger bij afwezigheid fractievoorzitter in presidium. Wellicht inbouwen een vervanger van fractievoorzitter per fractie in te bouwen. PAK: punt 4. Dit geldt ook indien:…… Punt 5. Wettelijk bepaald? Toevoegen LBL: Art 7 fractie De lijst Brunssum Lokaal werd verplicht een notariële akte en dergelijke op te stellen maar waar blijkt wettelijk uit dat dit moet in ieder geval niet uit dit RvO en ik mag er op attenderen dat de lijst Wilders ook geen partij is in die zin. Dus is er nu sprake van willekeur of niet ik krijg dus geld voor de kosten gemaakt inzake lbl retour? Rijksoverheid: voor registratie van een politieke partij is nodig dat de partij een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid. Dat betekent dat u: • •
Hoofdstuk 3 Vergaderingen van de Raad
eerst een notariële akte moet opstellen waarin u de officiële oprichting vastlegt. In deze akte worden ook de statuten van de partij opgenomen. uw partij moet inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK)
4
Hoofdstuk 3 Vergaderingen van de Raad
4
Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen
Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen
Artikel 8 Vergaderfrequentie Raad 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 19.00 uur, eindigen om 22.30 uur, tenzij de raad incidenteel besluit tot voortzetting tot uiterlijk 23.00 uur en worden in de regel gehouden in het gemeentehuis. 2. Indien de agenda van de raadsvergadering niet om uiterlijk 23.00 uur afgehandeld is, wordt in de regel besloten de raadsvergadering te schorsen en voort te zetten op de volgende dag dan wel de vergadering te sluiten en de resterende niet aan tijd gebonden punten naar de eerstvolgende raadsvergadering te verschuiven. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij/zij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium. 4. Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt. In het laatst genoemde geval dient die vergadering binnen 14 dagen na indiening van het verzoek plaats te vinden. 5.
Ingeval er sprake is van voortzetting van de raadsvergadering, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, alsmede indien er sprake is van een extra raadsvergadering zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, vangen deze vergaderingen aan om 19.00 uur, eindigen wanneer de agenda is afgewerkt en worden in de regel gehouden in het gemeentehuis
Artikel 8 Vergaderfrequentie Raad Lijst Borger: Betekent dit dat er als een raadsvergadering na 22:30 uur wordt voortgezet en geen eindtijd meer is? VVD: Het genoemde 1/5 deel (‘4,2 personen’)van de gemeenteraad in lid 4 niet vervangen door een aantal raadsleden, bijvoorbeeld 5. in artikel 17 Gemeentewet staat vermeldt “Een vijfde deel van” PAK: Waarom 23.00 uur schrappen? Laat dit staan. College: Art. 8 Tijdstip van 23:00 zou ik wellicht veranderen naar 0:00, maar wel een eindtijd benoemen om aan vast te houden. Secretaris: Art. 8 Is er een mogelijkheid opgenomen om de vergaderingen digitaal te houden, is daarbij ook gedacht aan de wijze waarop de stemming dient te gebeuren? MT: Art. 8 Ik zie in het huidige reglement van Orde niets meer terug van het hybride vergaderen. Of zelf volledig digitaal vergaderen. De vergaderlocaties zijn hiervoor uitgerust en het zou weer van toepassing kunnen zijn zodra een raadslid/commissielid door omstandigheden niet kan deelnemen fysiek aan de beraadslagingen. Als ik de artikelen naloop zou je bij elk onderdeel de digitale of hybride variant kunnen benoemen. Of is er een apart reglement? Maar dan moet je dat vaststellen en van kracht laten zijn. 5
Artikel 9 Oproep 1. De voorzitter zendt ten minste 8 werkdagen voor een raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn zoals gesteld in dit artikel. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken met uitzondering van de informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep gepubliceerd. 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, derde lid van dit reglement, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering gepubliceerd
Artikel 9 Oproep PAK: Wat is spoedeisend? Onderbouwen Spoedeisend= waarbij haast is geboden; acuut; dringend; urgent LBL: Art 9 tweede lid geheimhouding daar moet wel bijstaan wie waarom en wanneer de stukken als geheim heeft verklaard anders kun je elk stuk geheim maken Nav overleg 1-3-2023
5
Artikel 10 Agenda 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, hebben de commissies geadviseerd over de te behandelen stukken op de raadsagenda. Hierop kan een uitzondering gemaakt worden, indien er sprake is van de situatie zoals bedoeld in art. 8 lid vier 4 van dit reglement. De raadsagenda zal op basis van deze adviezen in samenspraak tussen de voorzitter van de raad en de griffier opgesteld worden. 2. De agenda van de raad kent twee delen, waaraan op basis van het advies van haar commissies invulling gegeven wordt. Ten eerste zal er een lijst samengesteld worden van akkoordstukken (A-agenda). Deze stukken worden afzonderlijk in stemming gebracht zonder beraadslaging. Over een motie of amendement op een Akkoord-stuk wordt eveneens niet beraadslaagd. Een lid van de raad kan een stemverklaring afgeven. De tweede lijst bestaat uit Bespreekstukken (B-agenda). Deze stukken worden afzonderlijk, inhoudelijk behandeld en in stemming gebracht. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen. 4. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda definitief vast. 5.
Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda agendapunten aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren met uitzondering van de belegde vergadering conform artikel 8, lid 4 van dit reglement. 6. Wanneer de raad een agendapunt onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij/zij dit agendapunt terugverwijzen naar een commissie of het college. 7. Een eenmaal aan de raad toegezonden raadsvoorstel, kan enkel met toestemming van de gemeenteraad weer van de agenda afgevoerd worden. 8. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 10 Agenda PAK: Lid 6: inhoudelijk alleen in de raad, toch?
Artikel 11 De wethouder/burgemeester 1. De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. 2. Een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen. 3. Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn
Artikel 11 De wethouder/burgemeester
Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken 1. De vergaderstukken worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor eenieder gepubliceerd op de gemeentelijke website en op de griffie ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 13. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 87 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en commissie inzage. De inzage wordt schriftelijk bevestigd.
Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken PAK: Openbare kennisgeving? Waar? Zie artikel 13
Artikel 13 Openbare kennisgeving 1. De raadsvergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of huis aan huisbladen, alsmede door plaatsing op de website van de gemeente en via social media ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17, waarin het spreekrecht kort wordt toegelicht
Artikel 13 Openbare kennisgeving Lijst Borger: Ja, Korte toelichting wat “spreekrecht” in houd.
Paragraaf 2 Orde der vergadering
Paragraaf 2 Orde der vergadering
Artikel 14 Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 14 Presentielijst
•
Toevoegen lid 6: of het college
6
VVD: Social media kan wat mij betreft vervallen. Is een hulpmiddel Blijft staan PAK: Ja Lid 1: oorspronkelijke tekst blijft gehandhaafd (Navragen bij Voorlichting waar de eerstvolgende publicatie van de raadsvergadering vermeld wordt; wat staat er in “Hallo Brunssum” >> publicatie op facebook 2 a 3 dagen van tevoren; overzicht data commissie en raad is geplaats in “Hallo Brunssum” met vermelding waar agenda/stukken te raadplegen zijn.)
6
Artikel 15 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering van de raad zijn uitgenodigd.
Artikel 15 Zitplaatsen PAK: Niet er uit halen. Zitplaats altijd in overleg met het presidium
Artikel 16 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende raadsvergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. 3. Bij tussentijds ontbreken van het quorum sluit de voorzitter de raadsvergadering na zich van dit ontbreken te hebben overtuigd via hoofdelijke oproeping 4. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raad kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 16 Opening vergadering; quorum Lijst Borger: Punt 4, begrijp ik het goed: er kan bij heropenen van de vergadering niet ineens nieuwe agendapunten worden toegevoegd? Nee dat kan niet lid 4 Akkoord!
Artikel 17 Spreekrecht burgers De vergaderingen van de gemeenteraad zijn in beginsel openbaar en vinden plaats in de raadzaal van het gemeentehuis in Brunssum. De agenda en de bijbehorende raadsvoorstellen zijn minimaal 8 werkdagen voor de raadsvergadering te raadplegen via de vergaderkalender. 1. Na de opening van de raadsvergadering kunnen andere aanwezige burgers van Brunssum en daarbuiten gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde maatschappelijk relevante onderwerpen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. c. Wettelijk geschil over geagendeerd onderwerp 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk tot 4 uur voor de aanvang van de raadsvergadering aan de griffier. Hij/zij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp van de agenda waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn.
De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Er is voor de inspreker of raad geen ruimte om in debat te gaan.
Artikel 17 Spreekrecht burgers VVD: Artikel 3 spreekt over 48 uur voorafgaand aan vergadering. Gezien deze doorgaans dinsdag 19.00 uur is zou dit in het weekend vallen. Wellicht vervangen door bijv. de vrijdag voorafgaand aan de raadsvergadering. Of omschrijven als in artikel 40 lid 1. PAK: C . Uitleg!! Waar denken we aan? (als een burger nee te horen krijgt) PvdA: Waarom 48 uur? Kunnen we er geen 24 uur van maken, dat is wat burgervriendelijker. Ook omdat we altijd op dinsdag vergaderen, zou dat makkelijker zijn. Is het niet ook mogelijk om het voorbehoud dat het gekoppeld moet zijn aan een reeds geagendeerd agendapunt eraf te halen, zodat je niet de situatie krijgt zoals afgelopen jaar met de petitie inzake klimaatsysteem scholen.
7
LBL: Inspreekrecht burgers Dit is beperkt tot een onderwerp dat op de agenda staat waarom niet max een half uur voor de burgers met ieder max 10 minuten om aan te dragen wat zij willen We zitten er toch voor de burger en die weet best wat hij of zij aan ons kwijt wil Dan kun je met de info de volgende commissie ook aan de slag Dus ons voorstel verruim mogelijkheden
Akkoord lid 3= 4 uur voor aanvang van de raadsvergadering. lid 1= Verruiming van de mogelijkheid tot inspreken; • maatschappelijk relevant (kader opstellen) Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming Indien er een verzoek tot hoofdelijke stemming wordt gedaan, zal bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen worden; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming in volgorde van de presentielijst.
Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming
Artikel 19 Notulen 1. De besluitenlijst van de voorgaande raadsvergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. De concept besluitenlijst wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 2. Bij het begin van de raadsvergadering wordt, zoveel mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend 30 uur voorafgaand aan de raadsvergadering.
Artikel 19 Notulen VVD: Lid 3 mogelijk vervangen door uiterlijk 12.00 uur (bijv.) de dag voorafgaand aan betreffende raadsvergadering.
Via de volgorde van de presentielijst
Nee.
7
4. De notulen moeten inhouden: a. de besluitenlijst en b. een geluids- en/of video-opname van de betreffende vergadering 5. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een schriftelijke bondige weergave van hetgeen de raad heeft besloten; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming moeten onthouden; e. de tekst van de ter vergadering ingediende voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen. 6. De besluitenlijst alsmede de geluids- en/of video-opname worden opgesteld onder de zorg respectievelijk de verantwoordelijkheid van de griffier of diens plaatsvervanger. 7. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier of diens plaatsvervanger ondertekend. Artikel 20 Ingekomen stukken 1. Aan de raad gerichte brieven worden door de griffier op een lijst gezet, voorzien van een procedurevoorstel. 2. De griffier draagt direct zorg voor de afhandeling doorzending naar de vakafdeling alsmede een bericht aan de briefschrijver. 3. De opgestelde lijst wordt achteraf ter goedkeuring aan het presidium aangeboden. 4.
De door het presidium vastgestelde lijst wordt voor de raadsleden op het niet openbare gedeelte van de website gepubliceerd, waarbij de stand van zaken direct inzichtelijk is.
Artikel 20 Ingekomen stukken Lijst Borger: De ingekomen brieven mogen op openbaar gedeelte geplaats, zodat schrijver zien dat ze ontvangen zijn en wanneer in behandeling worden genomen. Antwoorden pas na beraadslaging openbaar zetten VVD: Brieven aan de raad mogen in de regel openbaar, tenzij aan openbaarheid aantoonbare en verdedigbare risico’s verbonden zijn. PAK: Kan openbaar mits… PvdA: Openbaar LBL: Art 20 ingekomen stukken Ter goedkleuring aan presidium? Het presidium kan niks afkeuren of goedkeuren het is geen instelling daartoe toch
8
College: Art. 20 Ingekomen stukken standaard openbaar maken, inclusief RIB’s. Lid 4 kan vervallen omdat na technische aanpassing brieven aan de raad openbaar worden geplaatst Met lijst wordt een overzicht bedoeld. Artikel 21 Spreekregels 1. De voorzitter geeft bij de start van de behandeling van een agendapunt kort aan wat het onderwerp is en welk besluit voorligt. 2. De leden van de raad en overige aanwezigen richten zich tot de voorzitter. 3. Tijdens de eerste termijn vinden er geen interrupties plaats,met uitzondering van korte verhelderende vragen via de voorzitter. 4. Sprekers voeren in principe het woord vanaf de voor hen bestemde spreekplaats het katheder (incl. microfoon). In de raadzaal is er één spreek katheder en één interruptiemicrofoon aanwezig. De voorzitter voert het woord via een microfoon op zijn/haar zitplaats. Voor interrupties wordt gebruik gemaakt van de interruptiemicrofoon. 5. De spreker die niet in staat is te spreken via de voor hem /haar bestemde spreekplaats kan het woord voeren via een microfoon op zijn of haar zitplaats. 6. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
Artikel 21 Spreekregels VVD: Lid 3 mag wat mij betreft eindigen achter ‘plaats’. Akkoord LBL: Spreekrecht en dergelijke Er zijn 21 raadsleden en dan mag het niet zo zijn dat er slechts beperkt gesproken kan worden Ja gebruikelijk is 1 spreker maar wat als er tegengestelde meningen in een partij zijn of gedeelde kennis dan geldt toch dat iedereen gekozen is en derhalve raadslid is en niet slechts de woordvoerder??? (zie artikel 23) Art21 lid 1 waarom de burgemeester, een wethouder kan dat vakinhoudelijk beter
8
Artikel 22 Volgorde sprekers 1. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers en kan wijzigt de volgorde per agendapunt wijzigen. 2. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem/haar verkregen te hebben. 3. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de raadsvergadering.
Artikel 22 Volgorde sprekers VVD: Het wijzigen van de volgorde van de sprekers hoeft niet per agendapunt te worden gewijzigd. LBL: Art 22 lid 1 waarom enkel de burgemeester volg een vast rooster of random maar baseer je niet op politieke belangen en dergelijke bij de verdeling van spreekbeurten Lid 1 aanpassen: en kan de volgorde per agendapunt wijzigen.
Artikel 23 Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een fractie mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. de fractie die een (sub)amendement, een motie (vreemd aan de orde van de dag) of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie (vreemd aan de orde van de dag) of dat initiatiefvoorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend interrupties en het spreken over een voorstel van orde. 6. Ter vergadering wordt een overzicht van woordvoerders per agendapunt verstrekt. 7. Er is één woordvoerder per fractie per termijn. Interrupties zijn mogelijk van meerdere fractieleden.
Artikel 23 Aantal spreektermijnen Lijst Borger: Interrupties door meerdere fractieleden, maar geen herhalingen VVD: Sterke voorkeur voor 1 spreker per fractie per onderwerp. PAK: Interrupties 2e termijn kan door meerdere fractieleden ter ondersteuning van woordvoerder! Er zijn raadsleden gekozen en geen fracties! PvdA: Een woordvoerder per termijn, mits dat ook strikt gehandhaafd wordt. LBL: Art 23 gaat over fracties maar als een partij verdeeld is of tegengestelde meningen heeft dan ben je wel nog altijd 1 van de 21 raadsleden waarom maken we die bij voorbaat al monddood College: Art. 23 Toevoegen: 1 spreker per fractie, niet meerdere. Van tevoren aangeven. 9 Lid 6 en 7 toevoegen
Artikel 24 Spreektijd 1. Als regel geldt per fractie is een spreektijd bij wijze van proef een totale spreektijd per van 15 minuten per agendapunt. Voor de gemeentelijke begroting en de Perspectiefnota geldt per fractie een spreektijd bij wijze van proef van 25 minuten en voor het college van B&W 90 minuten. 2. 3.
Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen, dat afwijkt van het bepaalde in lid 1 van dit artikel. Een lid van het college heeft, voor zover deze deelneemt aan de beraadslagingen van de raad, een spreektijd van maximaal 15 minuten in de eerste spreektermijn en maximaal 7,5 minuten in de tweede spreektermijn.
Artikel 24 Spreektijd VVD: Wellicht spreektijd bij gemeentelijke begroting iets verruimen. LBL: Spreektijd lijkt mij bij de begroting te kort Secretaris: Art. 24 Spreektijd lid college. Deze staat nu op 15 minuten. In de praktijk zal dit doorgaans ruim voldoende zijn maar ik kan mij voorstellen dat er ook onderwerpen tussen kunnen zitten die om een ruimere beantwoordingstijd vragen. Als elke fractie zijn 15 minuten gebruikt voor het stellen van vragen komt een collegelid met 15 minuten nooit gedraaid.
9
Artikel 25 Handhaving orde; schorsing 1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 2. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. 3. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 4. Indien een spreker naar mening van de voorzitter, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij/zij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de raadsvergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 5. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. 6.
De voorzitter kan aan de raad voorstellen aan een lid van de raad of het college dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 25 Handhaving orde; schorsing VVD: Hoe strookt lid 3 sub b met artikel 21 lid 3.
Artikel 26 Beraadslaging/schorsing 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is 3. Diegene die de schorsing aanvraagt, heeft bij hervatting van de vergadering als eerste het woord.
Artikel 26 Beraadslaging/schorsing
Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de raadsvergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen VVD: Bespreken of het wenselijk is dat de gemeentesecretaris (GS) op verzoek deelneemt aan de beraadslagingen. In het kader van het dualisme en de politieke verantwoordelijkheid van het college voor de ambtelijke organisatie is de deelname van de GS discutabel.
Artikel 28 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort en krachtig te motiveren.
Artikel 28 Stemverklaring VVD: Per definitie is de stemverklaring namens de fractie, tenzij dat binnen de fractie meerdere standpunten vertegenwoordigd zijn
Artikel 29 Beslissing 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij/zij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter indien noodzakelijk het voorstel over de het te nemen eindbeslissing besluit.
Artikel 29 Beslissing
Artikel 25. 6 i.p.v. doet”” moet worden “laat” Akkoord LBL: Art 25 handhaving en orde Verstoren is een ruim begrip en persoonlijk anders uitleg te geven dus waar vindt je een omschrijving die recht doet aan het gestelde
10
10
Paragraaf 3 Procedures bij stemming
Paragraaf 3 Procedures bij stemming
Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt, onder vermelding van het te nemen besluit, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming unaniem is aangenomen. 2. In de raadsvergadering aanwezige leden kunnen, ten behoeve van de geluids en/of video opname zoals bedoeld in artikel 19 van dit reglement, mededelen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben moeten onthouden. 3. De leden brengen de stem uit door middel van handopsteking. 4. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen; dit is niet van toepassing in geval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; en in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid van de Gemeentewet, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid van de Gemeentewet, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld. 5.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en het aantal onthoudingen van stemmen. Hij/zij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 6. Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming de beraadslaging en stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij/zij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij/zij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij/zij behoort. c. Op de beraadslaging en stemming, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing 7. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje. 8. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij/zij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Het voorgaande lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden
Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming VVD: Moet bij uitslag stemming als genoemd in lid 5 niet ook aangegeven worden het aantal leden dat zich van stemming (moeten) onthouden. Akkoord: en het aantal onthouding van stemmen PAK: Artikel 28???? Vaste stemcommissie ? Wat wordt verstaan onder ‘behoorlijk’ ingevuld? Uitleg??? Zie artikel 32 LBL: Art 30 6 c NIET staat er omdat? Een wet is toch altijd van toepassing? Art 30 de ozb gaat iedereen toch aan? En als je bestuurslid bent van een vereniging dan is het kies om niet mee te stemmen maar het mag wel volgens de uitleg die we gehad hebben dus wat staat er. Nu en wat gaan we dan precies doen in deze Artikel 30a Bijzondere bepalingen bij hoofdelijke stemming
Artikel 30a Bijzondere bepalingen bij hoofdelijke stemming 1. Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 2. De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 3. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter raadsvergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 4. De leden brengen bij hoofdelijke stemming hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 5. Heeft een lid zich bij hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij/zij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 6. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. 7.
11
Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het vierde zesde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.
Artikel 31 Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie
Overleg 22-3-2023 19:00 uur Artikel 31 Stemming over amendementen en moties VVD: In lid 3 moet sub- amendement ook nog vervallen. klopt
11
Artikel 32 Stemming over personen 1. Stemming over personen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim; stemming geschiedt middels een gesloten en ongetekend stembriefje; ook elektronisch stemmen behoort tot de mogelijkheden. 2. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, ontslag, een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 2 leden tot stembureau. 3. Ieder ter raadsvergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 4. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 6. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.
Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 7. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 8. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 32 Stemming over personen Lijst Borger: Wij zouden graag zien dat bij het ophalen van de briefjes dit in een bus of iets anders gedaan wordt, het is nu vaak te traceren wie wat gestemd heeft ivm de volgorde van het ophalen van de briefjes.
Artikel 33 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt in dezelfde vergadering tot een tweede stemming overgegaan.
Artikel 33 Herstemming over personen
2.
•
Bus aanschaffen (voor hoofdelijke stemming en ophalen stembriefjes)
Begrijpen wij nu goed, dat als je je wilt onthouden van stem dat je dan geen blanco briefje kunt inleveren? Onthouden kan niet, tenzij eigenbelang
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
12
3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 34 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen
Artikel 34 Beslissing door het lot
Hoofdstuk 4 Rechten van leden van de Raad
Hoofdstuk 4 Rechten van leden van de Raad
Artikel 35 Amendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen schriftelijk bij de voorzitter amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de raadsvergadering aanwezig zijn. 2. Ieder lid dat in de raadsvergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4. Over een amendement op een Akkoord-stuk wordt niet beraadslaagd, tenzij de raad anders beslist. 5. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, voordat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden
Artikel 35 Amendementen Lijst Borger: punt 4, dus er kan wel een amendement op een A stuk worden ingediend? Alleen kan er niet over beraadslaagd worden klopt zie lid 4
12
Artikel 36 Moties 1. Ieder lid van de raad kan voorafgaande aan en tijdens de raadsvergadering een motie indienen. 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (motie vreemd aan de orde van de dag) vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld tenzij de raad anders beslist 5. Over een motie op een Akkoord-stuk wordt niet beraadslaagd, tenzij de raad anders beslist. 6. De behandeling van een motie vreemd aan de orde van de dag vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders beslist. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 36 Moties Lijst Borger: Punt 5, dus er kan wel een motie op een A stuk worden ingediend? Maar er kan niet over worden beraadslaagd.
Artikel 37 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond of en hierover wordt enkel bij wijze van uitzondering kort niet beraadslaagd. 3. Het voorstel wordt direct in behandeling genomen of uitgevoerd
Artikel 37 Voorstellen van orde Lijst Borger: over een voorstel van orde beslist de raad terstond of wordt niet beraadslaagd -> deze zin vinden wij vreemd lopen
Artikel 38 Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college. 2. Het college kan binnen 48 uur nadat het ter in kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. Aan de raad kenbaar maken 3. Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4. De voorzitter zendt ten minste 8 werkdagen voor een raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn zoals gesteld in dit artikel
Artikel 38 Initiatiefvoorstel Lijst Borger: Punt 2 met betrekking weghalen
Artikel 39 Collegevoorstel Terugnemen raadsvoorstel 1. Een voorstel voor een verordening of een ander raadsvoorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken toestemming van de raad. Een eenmaal door het college aan de raad aangeboden raadsvoorstel kan niet zonder toestemming van de raad worden teruggenomen 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke raadsvergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 39 Terugnemen raadsvoorstel
Artikel 40 Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. Het verzoek dient te worden ingediend voor vrijdag 12.00 uur ingeval de termijn voor indiening van het verzoek eindigt op de zaterdag dan wel de zondag. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. 3. Tijdens de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek voor agendering van de interpellatie in stemming gebracht. De raad bepaalt indien de interpellatie geagendeerd wordt, op voorstel van de voorzitter, op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 4. Het college, of de burgemeester geeft bij aanvang van de behandeling door de raad antwoord op de door de interpellant gestelde vragen. 5. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en portefeuillehouders niet meer dan eenmaal tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 40 Interpellatie
Klopt zie lid 5
Publicatie agenda raadsvergadering, toevoegen als lid 4 (zie art. 9 lid 1)
13
13
Artikel 41 Startnotitie 1. De raad kan, voor zaken die tot de eigen bevoegdheden behoren, besluiten aan het college een startnotitie te geven. 2. De startnotitie wordt voorbereid onder directe verantwoordelijkheid van de griffier. 3. Een startnotitie wordt opgesteld middels toepassing van de 'checklist startnotitie, die als bijlage deel uitmaakt van onderhavig reglement. 4. Startnotitie voor zaken die tot de bevoegdheid van de raad behoren, wordt conform artikel 2 van de Verordening Raadscommissies voor advies voorgelegd aan de betreffende raadscommissie. 5. Startnotitie wordt vastgesteld door de raad dan wel het college.
Artikel 41 Startnotitie PAK: Blijft artikel 41 nu geheel blanco of schuiven de artikelen op? Startnotitie aanhouden als stuur mogelijkheid. LBL: 41 b ik ben benieuwd, tot nog toe geen lijst gezien in vele jaren Art 41 startnotitie vervalt omdat?
Artikel 42 Vragenuur 1. Aan het begin van iedere raadsvergadering is er een vragenuur voor urgente vragen van maximaal een half uur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt met inachtneming van het vorenstaande op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit schriftelijk onder aanduiding van het onderwerp en bijbehorende vragen en de onderbouwing van de urgentie tenminste 30 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. Per fractie kan schriftelijk per vergadering maximaal over één urgent onderwerp maximaal drie vragen gesteld worden. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij/de voorzitter het onderwerp niet voldoende nauwkeurig of niet urgent acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 5.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller gedurende maximaal 5 minuten het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Er is geen ruimte voor betoog. 6. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om korte aanvullende vragen te stellen. Er wordt geen debat gevoerd. 8. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Artikel 42 Vragenuur
Artikel 43 Inlichtingen 1. Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen verlangt van het college of de burgemeester, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij de griffier. Deze draagt er zorg voor dat het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en de burgemeester wordt gebracht. 2. De verlangde inlichtingen worden door het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester mondeling of schriftelijk zo spoedig mogelijk, echter binnen 30 kalenderdagen na indiening datum verzoek gegeven. De verlangde inlichtingen worden niet verstrekt indien dit in strijd is met het openbaar belang. 3. Indien de verlangde inlichtingen niet binnen de gestelde termijn, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, kan worden gegeven stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4. Het verzoek en de te geven inlichtingen vormen een agendapunt voor de raadsvergadering, waarin de inlichtingen zullen worden gegeven. Dit betreft tevens het laatste agendapunt van de agenda. Indien de gevraagde inlichtingen nog niet binnen de gestelde termijn van 30 kalenderdagen door het college of de burgemeester beantwoord zijn, wordt hier in de raad niet op ingegaan, met uitzondering van acute zaken. 5.