CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 40 Regionale Energiestrategie (RES) Zuid-Limburg vaststelling definitieve RES 1.0 gemeente Brunssum.docx

Raadsvergadering 8 juni 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Regionale Energie Strategie Zl. (RES); Gemeenteblad 2021/404.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder

: : : :

6 april 2021 1064741 2021/40 Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed

: D. Fokkinga : dennis.fokkinga@brunssum.nl Behandelvoorstelnr. : 1064741 Portefeuillehouder : P.M.J. Houben Raadsverg. d.d. : 8 juni 2021 Uiterlijke datum : (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging) Aan de raad, 1. Onderwerp Regionale Energiestrategie (RES) Zuid-Limburg vaststelling definitieve RES 1.0 gemeente Brunssum 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) Samenvatting: Nederland heeft de internationale klimaatafspraken van Parijs uit 2015 in 2019 vertaald in een Nederlands Klimaatakkoord. Het doel van de klimaatafspraken is om de opwarming van de aarde te beperken tot onder de 2 graden Celsius. Eén van de afspraken uit het Nationaal Klimaatakkoord is dat 30 energieregio's in Nederland in kaart brengen waar en hoe het beste duurzame elektriciteit door middel van zonne- en windenergie op land opgewekt kan worden en onderzoeken hoe we wijken en buurten van het aardgas af kunnen schakelen. Met voorliggend bod draagt de RES ZuidLimburg 1,3 TWh bij aan de nationale opgave van 35 TWh hernieuwbare elektriciteit in 2030. Dit bod is bepaald aan de hand van bestaand vermogen, projecten die reeds in ontwikkeling zijn en aanvullende beleidsambities in de regio. a. Aanleiding Energietransitie en klimaatverandering zijn belangrijke en actuele maatschappelijke thema's. De energieambitie van de RES Zuid-Limburg maakt deel uit van een (inter)nationale context.

Om de negatieve effecten van klimaatverandering beheersbaar te houden maar bovenal om onze kwaliteit van leven te behouden, hebben 195 landen in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Het streven is om de temperatuurstijging wereldwijd beneden de1,5 - 2°C te houden. Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken. Hierin is afgesproken dat we de CO2-uitstoot met elkaar sterk gaan verminderen: in 2030 met 49% ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%. Het akkoord kent vijf thema's: gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. Over elk van deze thema's zijn aan de zogeheten 'klimaattafels' afspraken gemaakt b. Huidige situatie/probleemstelling Voor de thematafels 'elektriciteit' en 'gebouwde omgeving' is door IPO, VNG en UvW afgesproken om deze onderdelen uit te werken in 30 energieregio's in Nederland. Het gaat daarbij om het produceren van elektriciteit uit grootschalige zonne- en windenergie op land (35 TWh in 2030) en de overgang van aardgas naar duurzame vormen van verwarming voor de gebouwde omgeving (de zogenaamde Regionale Structuur Warmte). Naast de opwek van zonne- en winenergie op land zijn er ook afspraken gemaakt over de opwek van windenergie op zee. De doelstelling vanuit het klimaatakkoord is om in 2030 49 TWh aan windenergie op zee op te wekken.

Gezamenlijk zorgen de opwek van hernieuwbare elektriciteit op op zee én op land ervoor dat in 2030 70% van alle elektriciteit in Nederland afkomstig is van duurzame bronnen. Zuid-Limburg is één van deze RES-regio's. Hierin werken de 16 Zuid-Limburgse gemeenten in drie sub-regio's nauw samen met Provincie Limburg, Waterschap Limburg en netbeheerder Enexis om in beeld te brengen hoeveel energie zij denken op te kunnen wekken uit wind-op-land en zonnepanelen in 2030 en welke (potentiële) regionale warmtebronnen beschikbaar zijn.

1 van 11

3. Gewenste situatie (WAT?) a. Wat willen we bereiken? Inhoudelijke toelichting Voor u ligt het bod van de RES Zuid-Limburg. In de afgelopen maanden hebben het programmateam van de RES ZuidLimburg samen met de aangesloten gemeenten en met geworven externe deskundigen hard gewerkt om te komen tot het voorliggende resultaat. Dit bod is via de Stadsregio Parkstad Limburg en in nauwe afstemming met uw (ambtelijke) organisatie tot stand gekomen. RES Zuid-Limburg Conform de Startnotitie (mei 2019) is de RES Zuid-Limburg opgedeeld in drie sub-regio's: Parkstad Limburg, Westelijke Mijnstreek en Maastricht-Heuvelland, die volgens gemeenschappelijke aannames en uitgangspunten een afgewogen en afgestemd bod voor hernieuwbare elektriciteit formuleren. Hierbij is afgesproken dat iedere sub-regio naar vermogen bijdraagt aan het totale bod. Bij elkaar opgeteld vormen deze bijdragen één bod voor de RES Zuid-Limburg ter hoogte van 1,3 TWh. Hierbij is een afweging gemaakt tussen vier onderdelen: - De kwantiteit van het regionale bod en de bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh; - Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; - Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak; - De impact op het energiesysteem en energie-infrastructuur.

Het kwantitatieve bod voor hernieuwbare elektriciteitsproductie (in TWh) is opgebouwd volgens de door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gehanteerde methodiek zoals voorgeschreven door het Nationaal Programma RES, waarbij drie onderdelen worden onderscheiden: 1.

Gerealiseerd vermogen: Het bestaand en producerend vermogen, gebaseerd op o.a. CBS-statistieken, de Klimaatmonitor en/of bij Enexis bekende gegevens (peildatum: 2017); 2. Vermogen in de pijplijn: Het vermogen van installaties die op de planning staan en waarvoor door RVO een SDE+ beschikking is afgegeven (t/m najaar 2020); 3. Nog te realiseren vermogen: Het toekomstig vermogen, dat als beleidsvoornemen wordt gezien. Verdeeld over de drie sub-regio's ziet het bod van Zuid-Limburg er als volgt uit: Tabel 1: Opbouw bod RES 1.0 Zuid-Limburg Huidige elektriciteitsproductie (TWh) Parkstad Limburg Westelijke Mijnstreek Maastricht-Heuvelland Totaal (TWh)

0.026 0.007 0.020 0.053

Elektriciteitsproductie in de planning (pijplijn) (TWh) 0.053 0.145 0.068 0.266

Nog te realiseren elektriciteitsproductie (TWh)

Totaal (TWh)

0.425 0.316 0.262 1.00

0.504 0.468 0.35 1.322

Regionale Structuur Warmte De Regionale Structuur Warmte (RSW 1.0) geeft inzicht in de huidige en (verwachte) toekomstige warmtevraag en het aanbod van bovenregionale warmtebronnen. Ook geeft de RSW inzicht in de bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. Er bestaat een nauw verband met de Transitievisie Warmte, een apart traject naast de RES. Op basis van de Klimaatatlas, nationaal beschikbare informatie en aanvullend lokaal onderzoek is het potentiële bovenregionale warmteaanbod geïnventariseerd. De voorlopige conclusie is dat er minder duurzame (rest)warmtebronnen in de regio aanwezig zijn dan aan de voorkant veronderstelt, bijvoorbeeld omdat bronnen kleiner zijn dan oorspronkelijk aangenomen of beschikbare restwarmte opnieuw ingezet wordt in het eigen productieproces. De RSW 1.0 vormt een eerste verkenning van de opgave (warmtevraag) en mogelijkheden (warmteaanbod) en kent nog veel onzekerheden. Derhalve worden in deze fase ook nog geen afspraken gemaakt over de inzet van bovengemeentelijke warmtebronnen en warmte-infrastructuur. In de Transitievisie Warmte (TVW) onderzoeken gemeenten welke alternatieven er voor aardgas zijn, en welke buurten tot 2030 kansrijk zijn voor de inpassing van alternatieve, duurzame warmtebronnen. Zodra de TVW's gereed zijn (eind 2021) krijgen wij een beter beeld van de toekomstige regionale warmtevraag. In de RES 2.0

2 van 11

(2023) zal dit onderdeel dan ook verder worden uitgewerkt. Parkstad Limburg Het voorliggende bod voor Parkstad Limburg is uitgewerkt onder regie en coördinatie van de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid van de Stadsregio en de zogenaamde PALET-Broedkamer, bestaande uit de energie- en duurzaamheidscoördinatoren van de samenwerkende Parkstad-gemeenten en een ambtelijke vertegenwoordiging van de Stadsregio Parkstad. Het concept-bod voor Parkstad Limburg is op 13 mei 2020 vastgesteld door de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid. Deze is vervolgens ingebracht als onderdeel van de RES Zuid-Limburg. Op 1 oktober 2020 is de conceptRES van Zuid-Limburg formeel aangeboden aan het Rijk. Hierin was sprake van globale zoekgebieden en een conceptbod. In de afgelopen maanden is het concept-bod verder uitgewerkt tot een definitief bod voor de grootschalige opwek van elektriciteit afkomstig uit zonne- en windenergie. Hierin zijn de zoekgebieden voor grootschalige opwek nader uitgewerkt, waarbij er een verfijning van de ruimtelijke onderbouwing heeft plaatsgevonden. Het voorlopige bod is geactualiseerd naar een definitief bod voor Parkstad Limburg, waarbij nieuwe inzichten zijn verwerkt. De zoekgebieden zijn hieronder weergegeven op kaart:

Het definitieve bod voor Parkstad Limburg is verdeeld over drie onderdelen: · Windenergie; · Grootschalig zon-op-dak (op daken groter dan 285m2, uitgangspunt NP-RES); · Grootschalig zon-op-land (onbenutte terreinen in bebouwd gebied; gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur; gronden in gebruik voor landbouw). Verdeeld over de drie onderdelen ziet het bod van Parkstad Limburg (0,5 TWh) er als volgt uit

3 van 11

Tabel 2: Opbouw bod sub-regio Parkstad Limburg Bestaande elektriciteitsproductie (TWh) Windenergie Grootschalig zon-op-dak Grootschalig zon-op-land Totaal (TWh)

0,002 0,018 0.006 0,026

Elektriciteitsproducite in de planning (pijplijn) (TWh) 0 0,027 0.026 0,053

Nog te realiseren elektriciteitsproductie (TWh)

Totaal (TWh)

0,128 0,139 0.158 0,425

0,130 0,184 0.190 0,504

Aandeel gemeente Brunssum in bod RES Zuid-Limburg De gemeente Brunssum heeft als onderdeel van de het bod van Parkstad Limburg vier zoekgebieden voor zonne-energie en één zoekgebied voor windenergie ingebracht. Deze zoekgebieden in combinatie met zon-op-dak vormen de ambitie van de gemeente. Voor zonne-energie zijn dit de volgende gebieden: 1. Locatie afvalzorg Waubacherweg op terrein Ora et Labora (5,5 hectare); 2. Oostflank Brunssum (Groeve Mourik) (24 hectare) 3. Nieuw parkeerterrein oostkant Schutterspark, (0,5 hectare); 4. Voormalig Terca-terrein (4 hectare). Voor windenergie is het zoekgebied Oostflank opgenomen. Voor dit zoekgebied is een aanname gedaan dat hier mogelijk 4 windturbines met 3 MW vermogen kunnen worden gerealiseerd. De haalbaarheid hiervan wordt momenteel onderzocht. Onderstaande kaart visualiseert de zoekgebieden van zonne- en windenergie en geeft ook de potentie voor zon-op-dak weer. Het gaat hierbij om daken met een oppervlak groter dan 285 m2.

4 van 11

Bovenstaande zoekgebieden resulteren in een totaal voor de gemeenten Brunssum van 0.075 TWh. Dit is 15% van het bod van de sub-regio Parkstad Limburg. Onderstaande tabel 3 beschrijft hoe dit totaal is opgebouwd. Tabel 3: Opbouw bod gemeente Brunssum Bestaande elektriciteitsproductie (TWh) Windenergie Grootschalig zon-op-dak Grootschalig zon-op-land Totaal (TWh)

0 0.001 0

0.001

Elektriciteitsproducite in de planning (pijplijn) (TWh) 0 0 0 0

Nog te realiseren elektriciteitsproductie (TWh)

Totaal (TWh)

0.029 0.013 0.032 0.074

0.029 0.014 0.032 0.075

b. Kaders Onder regie en coördinatie van de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid van de Stadsregio Parkstad Limburg is in de periode 2013-2015 kaderstellend energietransitiebeleid opgesteld, genaamd 'Parkstad Limburg EnergieTransitie' (PALET). Dit beleid - bestaande uit een regionaal ambitiedocument PALET 1.0 en acht gemeentelijke potentiestudies PALET 2.0 - is medio 2015 unaniem vastgesteld door de gemeenteraden van Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal. In 2015-2016 is de lange termijn doelstelling om in 2040 als regio energieneutraal te zijn, vertaald in een regionaal uitvoeringsprogramma PALET 3.0 voor de korte termijn i.c. de periode 2016-2020. In de Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG op 29 november 2019 is -onder voorwaarden- door de gemeenten ingestemd met het ondertekenen van het Klimaatakkoord. Het Rijk heeft vanuit het Klimaatakkoord i.o.m. de koepel VNG, IPO en VNW bepaald dat overheden de krachten moeten bundelen om van de energietransitie een succes te maken. Hiervoor is besloten tot een meerjarige programmatische nationale aanpak met landsdekkend integrale regionale energie strategieën (RES).

In een Handreiking voor de regio's stelt het Rijk de landelijke spelregels voor wat betreft de producten, planning en het proces, zodat RES-regio's op een gelijksoortige manier energiestrategieën maken die landelijk optelbaar en vergelijkbaar zijn.

5 van 11

De RES 1.0 Zuid-Limburg is een strategisch visiedocument. De doelstellingen uit de RES zullen worden meegenomen in een nieuw regionaal uitvoeringsprogramma PALET 3.1 voor de komende periode (2022-2025). Gemeenten beslissen hierbij over eigen grondgebied. Bevoegdheid De RES 1.0 met hierin het aanbod ten aanzien van elektriciteit en een Regionale Structuur Warmte, wordt conform de afspraken met het Nationaal Programma RES geaccordeerd door Gedeputeerde Staten, de colleges van B&W en de Waterschapsbesturen. De bevoegdheid tot het formeel vaststellen ligt bij gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen. Daarmee is de RES 1.0 bestuurlijk bindend en heeft het de status van een beleidsstuk. Bestuurlijk bindend betekent dat het bindend is voor de instantie zelf. Een ander kan er geen juridische rechten/plichten aan ontlenen. De RES zal juridische status gaan krijgen in de verankering in het instrumentarium van de omgevingswet. Kosten en dekking Voor het opstellen van de RES 1.0 zijn landelijk middelen beschikbaar gesteld door een bijdrage vanuit het Nationaal Programma RES. De middelen voor de ondersteuning van de definiëring van de RES'en zijn toegekend in de septembercirculaire 2019. Voor Zuid-Limburg komt dit neer op een rijksbijdrage van €1.359.428,- voor de kalenderjaren 2019 t/m 2021.

Vanuit de Provincie is hierop aanvullend €75.000- ter beschikking gesteld voor de kosten van een projectsecretaris. Van de deelnemende gemeenten is geen aanvullende bijdrage gevraagd. Met het vaststellen van de RES 1.0 Zuid-Limburg wordt het fundament gelegd op basis waarvan overheden (inclusief uw raad), semi-overheden, bedrijven, woningcorporaties, inwoners etc. in gezamenlijkheid tot concrete uitvoeringsmaatregelen komen om de energietransitie in de regio en uw gemeente in gang te zetten. Voor dit proces zullen vanuit het Rijk opnieuw middelen beschikbaar worden gesteld. De hoogte hiervan is op dit moment nog onduidelijk. NB: Eén van de randvoorwaarden die de gemeenten gesteld hebben aan de instemming met het Klimaatakkoord (zie ook onder 'Kaders') is het krijgen van een vergoeding voor de uitvoeringslasten. Waarbij ook is aangegeven: 'Als op termijn onvoldoende aan deze randvoorwaarde(n) wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren. De randvoorwaarden van gemeenten blijven in volgende fases in het traject dan ook volledig van kracht'. Het VNG-bestuur heeft de opdracht gekregen te werken aan de invulling hiervan.

De VNG zegt in haar bijlage bij ledenbrief van 15 januari 2021, "Uitnodiging BALV 12 februari 2021", hierover het volgende: in 2020 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een onderzoek verricht naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord bij decentrale overheden voor de periode 2022-2030. In het onderzoek wordt gekeken naar de hoogte van de uitvoeringslasten, de verdeling van het budget tussen gemeenten en de organisatie van de uitvoering. De uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord voor gemeenten zijn door Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van de ROB geraamd op € 450 miljoen in 2022, € 540 miljoen in 2023 en € 599 miljoen in 2024. Dit bedrag is opgebouwd uit uitvoeringslasten in de sector gebouwde omgeving voor 60%, elektriciteit 15%, mobiliteit 10% en landbouw 5% en overige kosten 10%. De hoogte van de uitvoeringslasten neemt jaarlijks toe doordat ook het aantal plannen dat gemeenten moeten uitvoeren toeneemt. Investeringskosten (voor bijvoorbeeld de bouw van een zonnepark) maken geen onderdeel uit van het onderzoek. Met het rapport dat er nu ligt wordt géén uitspraak gedaan over de daadwerkelijke toekenning van middelen: dit is onderwerp van gesprek tussen koepels en het kabinet. Op 25 januari jl. is het rapport gepubliceerd onder de titel 'Van Parijs naar praktijk. Er is hiermee een eerste stap gezet, maar de middelen zijn hiermee nog niet geregeld.

Prioriteit voor gemeenten is dan ook dat in overleg met het kabinet ervoor wordt gezorgd dat de middelen nu ook daadwerkelijk voor gemeenten beschikbaar komen. Tevens zal de VNG benoemen dat het nodig is dat de uitvoering wordt ondersteund door nationale programma's voor in ieder geval de sectoren elektriciteit (RES) en gebouwde omgeving. Tot slot realiseert de VNG zich dat afspraken voor het jaar 2022 snel nodig zijn en voor een deel niet kunnen wachten tot het moment dat er structurele meerjarige afspraken zijn vastgelegd. Hierover blijven zij in gesprek met het kabinet. Vooralsnog zal voor de uitwerking van de RES in een Uitvoeringsprogramma (gecombineerd met een nieuw uitvoeringsprogramma voor PALET) en het uitvoeren hiervan gebruik worden gemaakt van bestaande middelen en met bestaande capaciteit.

6 van 11

Personele consequenties Zoals onder het vorige punt aangegeven leidt de RES als uitvloeisel van het Klimaatakkoord tot extra (uitvoerings)taken en -lasten voor gemeenten. Totdat er tussen de VNG en het Rijk afspraken zijn gemaakt over aanvullende financiering hiervoor, kan slechts de aanwezige capaciteit worden ingezet. Zie ook de tekst onder 'Kosten en Dekking'. Communicatie/Participatie De besluitvorming in uw raad is zorgvuldig en op maat voorbereid, in samenspraak met uw gemeente. Zo heeft onder andere op 21 april 2020 een informerende raadsinformatiebijeenkomst plaatsgevonden, waarvoor u als raadslid bent uitgenodigd. Voorts heeft op 17 november 2020 een tweede, consulterende raadsinformatieavond plaatsgevonden. De bijdrage van gemeente Brunssum in het totale bod van Zuid-Limburg is hierin aan u voorgelegd. Maatschappelijke partners zoals natuur- en milieufederaties, woningcorporaties, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en het MKB zijn middels een zogenaamde Klankbordgroep periodiek betrokken en gevraagd mee te denken in het proces. Inwoners zijn in januari 2021 door middel van een Parkstad-brede Duurzaamheidskrant gezamenlijk geïnformeerd over de RES en Transitievisie Warmte (TVW). Hiermee is het participatieproces voor deze trajecten gestart. De RES is een doorlopend en langjarig proces. Het participatieproces is een blijvend onderdeel van deze aanpak.

Externe communicatie, bijvoorbeeld via een persconferentie en/of persbericht, vindt pas plaats nadat alle gremia positief hebben besloten over het voorliggende bod. Evaluatie Het nationale RES traject kent een doorlooptijd tot 2030. De RES wordt in een cyclus van minimaal 2 jaar geüpdatet. Twee jaar na de RES 1.0 volgt een RES 2.0; en zo verder. Deze tweejaarlijkse cyclus borgt mede dat de RES aansluit bij de wettelijk vereiste investeringsplannen van de netbeheerders en dat nieuwe inzichten en ontwikkelingen ten aanzien van grootschalige opwek en warmte kunnen worden meegenomen. Voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid van de regionale bijdrage heeft het PBL een landelijke (kwantitatieve) analyse-, monitoring en rekensystematiek ontwikkeld. Daarop aanvullend zal er ook op het niveau van de Parkstad-gemeenten een kwalitatieve monitoring/evaluatie van de voortgang van afspraken en prestaties plaatsvinden. Planning, procedure en uitvoering Besluitvorming vindt gelijktijdig plaats in de 16 gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg. Nadat alle gremia de RES 1.0 voor Zuid-Limburg hebben vastgesteld zal deze aan het Rijk worden aangeboden, doch uiterlijk 1 juli 2021.

Om de in de RES 1.0 gestelde ambitie in de praktijk om te zetten in concrete maatregelen en prestaties, zal in de vervolgfase onder de ambtelijke regie van Parkstad Limburg worden overgegaan tot het voorbereiden van een nieuw regionaal uitvoeringsprogramma PALET i.c. op het schaalniveau van Parkstad Limburg. Besluitvorming over dit nieuwe uitvoeringsprogramma PALET-RES 3.1 (2022-2025) is aan de gemeenteraad. Het traject van de RES heeft consequenties voor PALET. De RES-methodiek wijkt op een viertal belangrijke punten af van de aanpak in PALET. 1.

Primair / Secundair energiegebruik. In PALET is uitgegaan van het primaire energiegebruik (vanuit de bron), terwijl de RES uitgaat van secundair energiegebruik (uiteindelijk energiegebruik door afnemer). Om de samenhang met de RES te bewaren zullen wij in de toekomst dus ook in Parkstad uitgaan van het secundair energieverbruik.

2.

Basisjaar gegevens. In PALET is uitgegaan van basisjaar 2011, terwijl de RES 2017 als basisjaar hanteert. In de RES heeft er dus een actualisatie van PALET op deze fronten plaatsgevonden.

3.

Reikwijdte van sectoren. De RES is beperkt tot de Klimaattafels 'Elektriciteit' en 'Gebouwde omgeving'. De sectoren 'industrie', 'verkeer en vervoer' en 'landbouw en landgebruik' worden door de overige Klimaattafels opgepakt. In PALET wordt echter uitgegaan van een integrale aanpak, waarbij alle sectoren worden meegenomen. De opgave vanuit de RES betreft dan ook niet de gehele opgave die wij ons in PALET hebben gesteld. In het uitvoeringsprogramma voor Parkstad blijven wij uitgaan van een integrale aanpak voor alle sectoren.

4.

Het uiteindelijke doel. Tot slot geeft de RES invulling aan de nationale doelstelling om met elkaar de CO2-uitstoot sterk te verminderen:

7 van 11

in 2030 met 49% ten opzichte van 1990. De ambitie van PALET is om in 2040 als regio energieneutraal te zijn. In aanloop naar het nieuw op te stellen Uitvoeringsprogramma zal PALET geëvalueerd worden, waar een aanvang wordt gemaakt de het verschil in uitgangspunten en doelstellingen tussen de RES en PALET zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen In de aankomende periode zal PALET "RES-proof" gemaakt moeten worden, vooral om goed en efficiënt aangehaakt te blijven binnen de RES Zuid-Limburg en het Klimaatakkoord. Dit om de kwaliteit, de dynamiek en de effectiviteit van de regionale samenwerking via de GR Parkstad Limburg en op het gebied van energietransitie niet kwijt te raken. Alleen al de resultaten rondom de formulering van gemeenschappelijk regionaal beleid van PALET, het Zonnepanelenproject, de warmtetransitie, de windprojecten en de Woonwijzerwinkel tonen die meerwaarde aan. Het binnen de RES te maken uitvoeringsprogramma voor Parkstad Limburg wordt na PALET 3.0 (2016-2020) nu PALET-RES 3.1 (2022-2025). De monitoring volgt vanuit het Nationaal Programma RES.

c. Argumenten en overwegingen Argumenten - Het RES 1.0-bod is een weloverwogen bod en tot stand gekomen in een zorgvuldig proces met de ambtelijke organisatie, volksvertegenwoordigers en maatschappelijke partijen. U bent op verschillende momenten in dit proces betrokken in de totstandkoming van het voorliggende bod (zie communicatie/participatie). - De regionale energie strategie is gericht op samenwerking en wijzigt niets aan de bevoegdheidsverdeling bij ruimtelijke initiatieven. De gemeente(raad) besluit zelf over initiatieven voor zonneweides en windmolens. Met het vaststellen van de RES 1.0 wordt niet besloten tot het realiseren van concrete initiatieven of projecten m.b.t. wind-op-land en/of zon-PV. Hiervoor dienen de reguliere planologische procedures te worden doorlopen, met de daarbij behorende participatie-, inspraak-, bezwaar- en beroepsmogelijkheden. - Binnen het Nationaal Programma RES is afgesproken dat alle RES regio's uiterlijk 1 juli 2021 een definitieve RES 1.0 aan het Rijk dienen aan te bieden. Het Rijk heeft aangegeven dat deze datum, ondanks de situatie rondom Covid19, ongewijzigd blijft. Uiterlijk vanaf 1 juli 2021 starten alle regio's met de voorbereiding van de verankering van de RES in het eigen omgevingsbeleid via de instrumenten van de Omgevingswet en/of de wet ruimtelijke ordening.

Omgevingsvergunningen dienen tijdig verleend te zijn om in 2030 landelijk de 35 TWh gerealiseerd te hebben. Risico's - Het is niet duidelijk of de bijdrage van de RES Zuid-Limburg voldoet om de landelijke doelstelling van 35 TWh hernieuwbare opwek uit wind-op-land en/of zonne-energie te realiseren. Indien blijkt dat de 30 RES'en samen niet optellen tot 35 TWh, zal het Nationaal Programma samen met de RES-regio's zoeken naar mogelijkheden om dit alsnog te realiseren. Mocht ook dit niet haalbaar blijken, zullen de landelijke koepels (IPO, VNG en UvW) de landelijke restopgave verdelen over de RES-regio's. De verdeelsleutel hiervoor is niet bekend, omdat het proces vanuit de decentrale overheden centraal staat. - Op dit moment is nog onduidelijk of alle grootschalige opwek die in het bod geprojecteerd is ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Mogelijke belemmeringen zijn bijvoorbeeld hoogtebeperkingen rondom vliegbasis Geilenkirchen (windenergie) en (geldende) beleidsrestricties rondom de opwek van wind- en zonne-energie binnen het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De RES 1.0 is een tussenproduct in een langjarig proces. Nieuw kennis en inzichten zullen in de RES 2.0 en verder, in het bod worden verwerkt. - Om de beoogde opwek daadwerkelijk te kunnen realiseren, zijn ook inspanningen en aanpassingen nodig vanuit het Rijk.

Belangrijke randvoorwaarden zijn bijvoorbeeld stimuleringsregelingen of het door gemeenten afdwingbaar maken voor zon-op-dak bij bestaande en/of nieuwbouw, financiële instrumenten voor inwoners (bijv. gebouw-gebonden financiering) en voldoende budget voor uitvoeringscapaciteit. Indien het Rijk de randvoorwaarden niet invult, heeft dat gevolgen voor het kunnen realiseren van de in het bod geformuleerde ambitie.

8 van 11

d. Opties en keuze 1. stemt in met de RES Zuid-Limburg (RESZL) 1.0 het bod van 1.3 TWh vast en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind. 2. stemt in om de RESZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RESZL van de andere gemeenten in ZuidLimburg voor kennisgeving aannemen. 4. Bijlagen Bijlage 1: Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 Zuid-Limburg (verseonnummer 1064764); Bijlage 2: Zoekgebieden RES gemeente Brunssum (verseonnummer 1065260); Bijlage 3: Zoekgebieden RES Parkstad (verseonnummer 1065264).

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

9 van 11

Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/40 Afdeling : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Registratiekenmerk : 1064741

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/40; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 06 april 2021, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed gelet op het bepaalde in (aanduiding van de relevante wetten / verordeningen / beleidsregels); Besluit: 1. stemt in met de RES Zuid-Limburg (RESZL) 1.0 het bod van 1.3 TWh vast en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind. 2. stemt in om de RESZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RESZL van de andere gemeenten in ZuidLimburg voor kennisgeving aannemen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd,

Voorzitter

griffier

10 van 11

Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/40 Afdeling : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Registratiekenmerk : 1064741

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/40; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 06 april 2021, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed gelet op het bepaalde in (aanduiding van de relevante wetten / verordeningen / beleidsregels); Besluit: 1. stemt in met de RES Zuid-Limburg (RESZL) 1.0 het bod van 1.3 TWh vast en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind. 2. stemt in om de RESZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RESZL van de andere gemeenten in ZuidLimburg voor kennisgeving aannemen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd,

Voorzitter

griffier

11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=78ec0e1f-c1d6-443b-947b-b201fcb1d3c0