CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 4 (bijlage) Trichterweg ong. Brunssum_Ruimtelijke onderbouwing__202366929__

Commissie Ruimte en Techniek 16 januari 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen inzake ontwikkeling appartementencomplexen hoek AlleeTrichterweg, 2024/411.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Met de maatregelen worden het liefst meerdere problemen tegelijk opgelost: een integrale aanpak. 6.4.2 Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Sinds de nieuwe keur van april 2019 dienen alle plannen te worden voorgelegd aan het waterschap Limburg. Het waterschap geeft haar advies over de plannen. De hele oppervlakte van de nieuwe bebouwing dient te worden gezien als nieuw verhard oppervlakte en daarom dient het hemelwater te worden verwerkt in het plangebied. Van gemeentes wordt verwacht dat zowel de kwaliteitstrits als de kwantiteitstrits gehanteerd wordt.

38

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

6.4.3 Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het projectgebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavig project zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Brunssum. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein. Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terrein delen binnen de locatie zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar de naastgelegen tuin, alwaar het hemelwater rechtstreeks kan infiltreren in de bodem. Er dient bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak te worden afgekoppeld van de gemeentelijke riolering. Daarbij is het streven om alles zoveel mogelijk klimaat adaptief aan te leggen. Het opgevangen hemelwater dient binnen de eigen perceelsgrenzen te worden afgehandeld. Zo kan het hemelwater worden benut voor hergebruik, bijvoorbeeld middels een grijswatercircuit.

Overtollig hemelwater dient op eigen terrein te kunnen worden gebufferd om vervolgens in de bodem te infiltreren. De gemeente Brunssum hanteert daarbij de volgende uitgangspunten: a.

b.

Het regenwater van de nieuw te bouwen bouwwerken in bouwplannen dient te worden opgevangen en hergberuikt, of in de bodem te worden geïnfiltreerd. Een infiltratievoorziening dient een bergende capaciteit te hebben van 50 mm van het aangesloten verhard oppervlak (5 m³ per 100 m²). De overloop van de infiltratievoorziening mag aangesloten worden op het gemeentelijke riool en de leeglooptijd van de voorziening bedraagt 24 uur. Indien de ondergrond niet geschikt is voor infiltratie dient het regenwaterriool (RWA-riool) te zijn aangesloten op een open of gesloten bergingsvoorziening met een bergende capaciteit van 50 mm van het aangesloten verhard oppervlak (5 m³ per 100 m²). De leeglooptijd van de voorziening bedraagt maximaal 24 uur.

Capaciteit hemelwatervoorziening Momenteel is een groot gedeelte van het projectgebied onverhard of halfverhard. In de nieuwe situatie wordt twee nieuwe woon gebouwen gerealiseerd met een dakoppervlak van circa 714 m² . Het beleid van de gemeente Brunssum betreffende de inhoud van de bergings-/infiltratievoorziening voor dergelijke planvoornemens is een minimale inhoud van 50 mm van het aangesloten verhard oppervlak voor dit plan betekent dit 714x50mm= 36 m³. Bij de aanvraag omgevingsvergunning bouwen wordt verder ingegaan hoe het hemelwater ter plekke wordt opgevangen. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening mag enkel schoon hemelwater worden opgevangen waaraan geen verontreinigde stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie kan worden voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem. Door het gebruik van niet-uitlogende materialen in de bouw wordt verontreiniging van het hemelwater voorkomen. Voorkomen van wateroverlast Bij het bepalen van het bouwpeil en afschot wordt rekening gehouden dat geen water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. Gelet op het overwegend vlakke terrein is wateroverlast voor derden niet aan de orde. Verdere uitwerking met betrekking tot de waterhuishoudkundige voorzieningen ter plekke zijn verwerkt in de

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

39

bouwtekeningen bij de vergunningaanvraag. 6.4.4 Conclusie waterhuishouding Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

6.5

Natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. 6.5.1 Natuurnetwerk Blijkens de kaart 'Natuur' van het OvL2021 is onderhavig projectgebied niet gelegen binnen een onderdeel van het 'Natuurnetwerk' (NNN). Tevens is geen sprake van de ligging binnen het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Derhalve is geen sprake van aantasting van het Limburgs buitengebied.

Uitsnede kaart 'Natuur' OVL2021 met aanduiding projectgebied 6.5.2 Natura 2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onderhavig projectgebied is op een afstand van ruim 2 kilometer gelegen van het meest nabijgelegen Natura2000 gebied 'Geleenbeekdal'. In mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstof toename ter plekke van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen welke een toename van de stikstofdepositie

40

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

tot gevolg hebben. Het PAS mag immers niet meer gebruikt worden als basis voor toestemming verlening voor activiteiten en plannen die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Effecten kunnen optreden door zogenaamde externe werking, waarbij veranderingen en activiteiten binnen het projectgebied kunnen leiden tot veranderingen van de milieusituatie in de natuurgebieden; in onderhavig project betreft dit de uitstoot van stikstof als gevolg van het project. Voor projecten, zoals onderhavig bouwplan, betekent dit dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist als gevolg van de uitstoot van stikstof tijdens zowel de bouw- als gebruiksfase. Blijkt uit bovenstaande beoordeling dat geen natuurvergunning is vereist, dan kan volstaan worden met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Het aspect natuur vormt dan geen belemmering voor de uitvoering van het project. Uit de berekeningen met AERIUS (zie Bijlage 13) blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op, voor stikstof gevoelige, natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. De uitkomsten van de AERIUS berekening geven geen aanleiding een Wnb-vergunning aan te vragen of een verklaring van geen bedenkingen te vragen vanwege mogelijke effecten op N2000-gebieden. Tevens is ten behoeve van onderhavig project de effectenindicator geraadpleegd.

De locatie is momenteel in gebruik als gedeeltelijk grasland en tuin. Het voornemen is om ter plekke twee woongebouwen ter realiseren.

Onderstaand is per storingseffect beschreven of dit effect aan de orde is als gevolg van de activiteiten van de initiatiefnemer in het plangebied:

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

41

Oppervlakteverlies en versnippering: Het projectgebied ligt buiten een Natura 2000-gebied of natuurnetwerk. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten zijn er geen effecten op deze gebieden. Er is geen sprake van oppervlakteverlies of versnippering van habitat- of foerageergebied. Verontreiniging: Verontreiniging kan plaatsvinden via bodem, water of lucht. In paragraaf 6.5.2 wordt middels een stikstofberekening aangetoond dat onderhavige ontwikkeling geen invloed heeft op het Natura2000-gebied 'Geleenbeekdal'. Verstoring door geluid: Ter plaatse van onderhavig projectgebied is momenteel de bestemming 'Wonen 1' van toepassing. Voorts kan het gebied gekenmerkt worden als een overwegend woon- en leefklimaat en gelegen nabij een ringweg (N300). Gelet hierop leidt deze ontwikkeling niet tot een significante toename van verstoring door geluid ter plekke. Verstoring door licht: Gelet op het beoogde gebruik van onderhavige locatie en de ligging in een overwegend stedelijk gebied hebben de activiteiten geen extra verstoring door licht tot gevolg. Optische storing: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem.

Gelet op het beoogde gebruik van de locatie als woongebouw, waarbij de activiteiten in hoofdzaak binnen de bebouwing wordt uitgevoerd, is geen sprake van een optische verstoring. Verstoring door mechanische effecten: Er is geen sprake van mechanische effecten in de vorm van golfslag, luchtwerveling etc. 6.5.3 Flora en fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In verband met onderhavige ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage van deze quickscan is bijgevoegd als Bijlage 14.

Op grond van de quickscan zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: Op de onderzoekslocatie zijn geen (al of niet jaarrond beschermde nesten van) broedvogels aanwezig en/of te verwachten. Nader onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. De locatie vormt geen optimaal ontwikkeld vast leefgebied voor marterachtigen zoals steenmarter, hermelijn en wezel. Effecten op deze soorten zijn dan ook geheel uit te sluiten. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Effecten op vleermuizen zijn in het geheel uit te sluiten, daar er geen bebouwing gesloopt wordt en er geen aantasting is van essentieel jachtgebied en/of vliegroutes (aangezien deze niet ontwikkeld zijn). Er komen mogelijk enkele algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren voor die het gebied gebruiken als foerageergebied/leefgebied. Hierbij valt te denken aan diverse muizensoorten, bruine rat, egel en mogelijk konijn. Echter kan geconcludeerd worden dat hier sprake is van werken onder voorwaarden van de Algemene Zorgplicht (zorgvuldig werken vanuit een richting). Overtredingen van verbodsbepalingen op zwaarder beschermde soorten (zoals das) treden niet op. Beschermde soorten vaatplanten, reptielen, vissen, dagvlinders, nachtvlinders, libellen, amfibieën en overige ongewervelden zijn binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie geheel niet te verwachten.

Dit komt omdat er geen optimale habitats aanwezig zijn voor deze soort(groep)en. De meest verstorende werkzaamheden (kap van de thuja haag en de nieuwbouw) dient gestart te worden buiten de kwetsbare periode van broedvogels. Dus buiten de periode half maart-half juli. In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen verdere vervolgonderzoeken

42

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

en/of een ontheffingsprocedure noodzakelijk zijn, omdat er geen effecten optreden ten aanzien van beschermde planten en dieren. Uit bovenstaande blijkt dat ten behoeve van voorliggend project geen nader onderzoek te worden verricht. Wel dient bij eventuele bouwwerkzaamheden rekening te worden gehouden met de algemene zorplicht (zorgvuldig werken vanuit een richting). 6.5.4 Groeninrichtingsplan Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 is ten behoeve van de beoogde ontwikkeling een groeninrichtingsplan opgesteld. De groene inrichting bestaat voornamelijk uit nieuwe aanplant van bomen, bodembedekkers en een lage haag. De groene inrichting is nader geconcretiseerd in bijgevoegd als Bijlage 15 bij voorliggend plan.

Uitsnede groeninrichtingsplan 6.5.5 Conclusie natuurbescherming Het aspect natuurbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

6.6

Duurzaamheid

Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig).

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

43

Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. In onderhavig bouwproject zullen de volgende duurzaamheidsmaatregelen worden doorgevoerd: Het voornemen is om elke woning apart aan te sluiten op een warmtepomp. Op het dak worden 72 zonnepanelen geïnstalleerd. De woningen zijn gasloos en worden voorzien van ventilatie met wamteterugwonning. Appartementen voldoen aan bouwbesluit met alle bijbehorende BENG-eisen.

44

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van het project dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

7.1

Grondexploitatie

7.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 7.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).

Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel. De gemeente Brunssum sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. Het verhaal van kosten is dan ook anderszins verzekerd.

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

45

7.2

Planschade

Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt die voor vergoeding in aanmerking komt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Tussen de gemeente Brunssum en de initiatiefnemer van voorliggend project is een overeenkomst gesloten waardoor eventueel voor vergoeding in aanmerking komend planologisch nadeel voor rekening komt van de initiatiefnemer.

46

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

Hoofdstuk 8 conclusies

Afweging van belangen en

Initiatiefnemer is voornemens om ter plekke van de hoek Allée - Trichterweg twee woongebouwen te realiseren ten behoeve van 22 appartementen. Het realiseren van de twee woongebouwen is op grond van de geldende beheersverordening 'Buitengebied', 'Woongebied 2e herziening' en inpassingsplan 'Buitenring Parkstad Limburg 2012' niet toegestaan. Er zijn geen binnenplanse afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden om het voornemen alsnog te faciliteren. Er dient zodoende buitenplans te worden afgeweken van het juridisch-planologisch kader middels een projectafwijkingsprocedure. Ten behoeve van de afwijkingsprocedure dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld waarin wordt aangetoond dat het project in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening is. Tegen het project bestaat vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaar aangezien aan de volgende uitgangspunten c.q.

randvoorwaarden wordt voldaan: het project is niet strijdig met het Rijks-, provinciale en regionale beleid; het project past binnen het gemeentelijke beleid en voldoet aan de door de gemeente gestelde randvoorwaarden; als gevolg van de realisatie van het project treden geen conflicterende belangen op ten aanzien van bedrijven en woningen in de omgeving; de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid vormen geen beletsel voor de realisatie van het project; het project heeft geen negatieve invloed op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, en natuur en landschap; de financiële consequenties van het project worden volledig gedragen door de initiatiefnemer. Op grond van vorenstaande overwegingen kan worden geconcludeerd dat bij onderhavig project, ondanks strijdigheid met het geldende juridisch-planologisch kader, sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

omgevingsvergunningTrichterweg ong. Brunssum

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=818cdec5-22e4-4b85-a437-7e8e38f7888a