Raadsvoorstel 38 (bijlage) KBL_Jaarstukken_2021.pdf
Tekst van het document
Mocht KBL noch via een schuldbemiddeling, noch via een saneringskrediet een akkoord met de schuldeisers weten te bereiken voor de klant, dan kan een verzoek voor toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) worden ingediend. Door de inzet van het saneringskrediet is dit echter steeds minder noodzakelijk. Daarnaast hebben wij in samenwerking met gemeente Sittard-Geleen als pilot het aantal gespreksmomenten met de klant tijdens de schuldregeling geïntensiveerd. Doel van deze pilot “Verduurzaming” is door meer tijd en aandacht voor klanten te hebben, te werken aan de stressreductie van klanten en mede daarmee de uitval van klanten tijdens een traject verminderen en hen beter voor te bereiden op een mogelijke gang naar de WSNP.
27
In 2021 zijn 952 trajecten schuldregeling gestart en 1.310 beëindigd. Een aantal trajecten gestart in 2021 zijn nog in behandeling. Aanvragen schuldregeling Aantal aanvragen Aantal beëindigingen
2021
2020
2019
952
1.088
1.014
1.310
1.233
1.009
In 2021 zijn er in totaal 758 minnelijke voorstellen geaccepteerd waarvan in 505 gevallen een akkoord via een saneringskrediet is bereikt. In 253 gevallen is een akkoord via een schuldbemiddeling bereikt. Geaccepteerde schuldregelingen
2021
2020
2019
Saneringskrediet
505
494
151
Schuldbemiddeling
253
336
493
Totalen
758
830
644
Uit het overzicht blijkt dat de saneringskredieten steeds vaker worden ingezet als instrument van schuldhulpverlening. Door KBL zijn over 2021 de volgende bedragen gerealiseerd: Schuldenaanpak
Realisatie
Realisatie
Verschil
2021
2020
Brunssum
75.715
81.840
6.125-
Heerlen
687.895
486.111
201.784
Kerkrade
266.000
400.179
134.179-
Landgraaf
111.055
125.085
14.030-
Maastricht
679.440
940.881
261.441-
Sittard-Geleen
634.030
581.715
52.315
Niet GR
465.840
540.289
74.449-
Klanten
271.244
306.776
35.531-
Totaal
3.191.219
3.462.876
271.656-
WSNP-VERKLARINGEN Zoals bij het onderdeel Schuldenaanpak al is opgemerkt spant KBL zich in om zoveel als mogelijk minnelijk tot een akkoord met de schuldeisers van een klant te komen, mits dit de duurzame oplossing voor de schuldenproblematiek van de klant dient. Het stemt tot tevredenheid dat dit in steeds meer gevallen slaagt. Mocht echter geen akkoord met de schuldeisers worden bereikt, dan mag een verzoek voor toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) bij de Rechtbank worden ingediend. Bij toelating tot de WSNP wordt voor de klant een bewindvoerder WSNP aangewezen. Deze WSNP-trajecten vinden buiten KBL plaats waarbij in sommige gevallen wel het inkomensbeheer bij KBL plaatsvindt. Een WSNP-zitting bij de Rechtbank is spannend en brengt de nodige stress mee voor klanten. Het is daarom dat KBL klanten zoveel als mogelijk tijdens de WSNP-zitting wil bijstaan. Ook zijn we met speciale voorlichtingen klanten aan het voorbereiden op deze zittingen. Ter zitting kunnen vragen worden beantwoord over het minnelijk voorstel en de ervaringen met de klant gedurende de periode om tot een minnelijk akkoord te komen. Nadrukkelijk dient te worden opgemerkt dat een aanvraag voor toelating tot de WSNP geen “mislukt” minnelijk traject is. Zonder een gedegen poging om minnelijk tot een akkoord met schuldeisers te komen kan er in beginsel geen toelating tot de WSNP worden aangevraagd.
Ook zijn er situaties waarbij er geen overzicht te krijgen is in alle schuldeisers en is het risico dat een nieuwe schuldeisers zich met het recht om 100% te innen in een minnelijk traject meldt te groot.
28
Jaarrekening | 2021
Het voordeel van een WSNP is dat in die gevallen alle schulden die ontstaan zijn voor de zitting van het WSNP-verzoek in het traject vallen, ook als deze schuldeisers op de dag van de zitting nog niet bekend waren bij de schuldhulpverlening. In dit kader verwijzen we naar de pilot “Verduurzaming” die in 2021 in samenwerking met gemeente Sittard-Geleen heeft plaatsgevonden. Naast de extra tijd en aandacht gedurende de schuldregeling wordt ook de gang naar de WSNP intensiever begeleid. Zo vindt vóór de WSNP-zitting al een gesprek plaats met een bewindvoerder WSNP en wordt de WSNP-zitting bij de Rechtbank intensief voorbesproken en middels videofragmenten toegelicht. Tijdens de zitting is een medewerker van KBL aanwezig om de klant te begeleiden. Na toelating tot de WSNP blijft een medewerker van KBL-aanspreekpunt voor de klant zodat ook daar ondersteuning plaatsvindt. Hiermee beogen we zorgen en stress bij de klant te reduceren en uitval tijdens een WSNP-traject te reduceren. Onderstaand een overzicht van de afgifte WSNP-verklaringen in 2021: Afgifte Wsnp-verklaringen Met minnelijk traject Zonder minnelijk traject Totaal
GR
Niet GR
Totaal
Totaal
2021
2021
2021
2020
161
30
191
116
1
0
1
7
162
30
192
123
In 2021 zijn 192 WSNP-verzoekschriften door de KBL afgegeven. In 1 geval is dat gebeurd zonder een minnelijk traject via KBL.
29
KERNGEGEVENS Inwoners
per 1 jan
per 1 jan
aantal
2021
2020
Brunssum
27.670
27.821
Heerlen
86.936
87.086
Kerkrade
45.442
45.749
Landgraaf
37.262
37.445
Maastricht
120.227
121.575
Sittard-Geleen
92.429
92.429
409.966
412.105
Totaal
30
Jaarrekening | 2021
Jaarrekening 2021 BALANS PER 31 DECEMBER 2021 (NA RESULTAATBESTEMMING) 2021
2020
ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut 0
0
Machines, apparaten en installaties
Gebouwen
215.983
236.733
Totaal materiële vaste activa met economisch nut
215.983
236.732
Totaal vaste activa
215.983
236.732
4.214.087
3.374.249
Financiële vaste activa Kredieten Vlottende activa Uitzettingen
1.499.817
1.401.937
Liquide Middelen
7.004.801
9.376.763
Overlopende activa
90.336
87.081
Totaal vlottende activa
8.594.954
10.865.780
Totaal
13.025.023
14.476.761
PASSIVA Vaste Passiva 0
0
Resultaat vóór verliesverrekening
Eigen vermogen
-78.141
-130.495
Bijdrage GR-gem. in exploitatieres.
78.141
130.495
Eigen vermogen ult. verslagperiode
0
0
Voorzieningen
43.000
54.000
Vaste schulden
615.611
615.611
Totaal vaste passiva
658.611
669.611
Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva
13.671.759
12.036.939 329.473
135.391
Totaal vlottende passiva
12.366.412
13.807.150
Totaal
13.025.023
14.476.761
31
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2021 Realisatie 2021
Begroting 2021 na wijziging
Begroting primair 2021
Realisatie 2020
416.076 55.676 471.752
326.000 100.000 426.000
329.000 50.000 379.000
337.608 68.598 406.206
1.438.313
1.487.000
1.339.000
1.243.305
212.500
217.000
220.000
216.396
1.317.219 445.002 1.840.595 3.602.817
1.336.000 376.000 2.123.000 3.835.000
1.443.000 456.000 2.347.000 4.246.000
1.409.181 230.167 1.961.044 3.600.392
4.007.723
4.064.000
4.099.000
3.918.336
-
-
-
-
175.833
30.000
30.000
20.154
270.904 21.152249.751
252.000 1.000251.000
259.000 1.000258.000
249.358 297249.061
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres.
78.141
-
-
130.495
Deelname GR-gem. in voorz. kredport.
8.315
75.000
75.000
24.438-
10.245.145
10.385.000
10.646.000
9.759.907
8.203.421 24.960 221.491 47.772 82.908 247.290 1.079.921 329.067 8.315 -
8.021.000 51.000 250.000 63.000 83.000 252.000 1.129.000 385.000 75.000 76.000
8.423.000 51.000 56.000 63.000 94.000 262.000 1.049.000 419.000 75.000 154.000
7.647.566 79.491 347.990 62.835 52.343 247.297 1.031.985 314.839 24.438-
10.245.145
10.385.000
10.646.000
9.759.907
0
0
0
0
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Instroom en diagnose Sociale kredietverstrekking (intake) Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal Schuldenaanpak Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge
Totale baten Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Onvoorzien Totale lasten Gerealiseerd resultaat
32
Jaarrekening | 2021
TOELICHTINGEN: GRONDSLAGEN VOOR DE WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA EN DE RESULTAATBEPALING INLEIDING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de balans en in de staat van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie het inzicht voor de gebruikers in de jaarrekening van KBL ten goede komt omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van KBL op het gebied van schuldhulpverlening, budgetbeheer, beschermingsbewind en sociale kredietverlening. ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Met ingang van 1 januari 2016 is KBL belastingplichtig in het kader van de wet Vennootschapsbelasting. Ultimo 2016 is met de Belastingdienst overleg geweest over de fiscale status van de activiteiten van KBL.
Dit zal naar verwachting ertoe leiden dat geen van de activiteiten van KBL belast zullen worden in het kader van de vennootschapsbelasting. ALGEMEEN Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Alle bedragen luiden in euro’s, tenzij anders vermeld. MATERIËLE VASTE ACTIVA MET ECONOMISCH NUT Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het boekjaar volgend op ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven (niet van toepassing). Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Verbouwing Automatisering: Hardware en software Mobiele telefoons Inventaris en inrichting
15 jaar 3-4 jaar 2 jaar 4-10 jaar
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen.
33
KREDIETEN Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde, waarbij v.w.b. de integrale kredietportefeuille een voorziening is gevormd voor verwachte oninbaarheid van de kredieten. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande kredieten. Hieronder zijn begrepen de vorderingen op klanten. UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN 1 JAAR Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande vorderingen. De spaartegoeden van klanten die onder bewindvoering staan, worden in de jaarrekening onder de vlottende activa opgenomen. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen. Terugbetaling vindt plaats op het moment dat bewindvoering is komen te vervallen. LIQUIDE MIDDELEN De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. OVERLOPENDE ACTIVA De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. VOORZIENINGEN In 2021 is een voorziening WW-verplichting gevormd. KBL is eigenrisicodrager voor WW-uitkeringen van voormalige medewerkers.
Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. VASTE SCHULDEN Onder de vaste schulden zijn begrepen de achtergestelde leningen die, in overeenstemming met de bepalingen bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), door zowel de aan de GR deelnemende gemeenten als de uittredende GO-gemeenten gestort zijn. Deze achtergestelde leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. NETTO VLOTTENDE SCHULDEN De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de netto vlottende schulden is de post ‘crediteuren klanten’ opgenomen. Deze schulden worden tegen de nominale waarde opgenomen en hebben betrekking op verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Verantwoording van deze schulden vindt deels plaats bij ontvangst van de factuur en deels op basis van onderliggende budgetplannen. Onder de liquide middelen zijn bankrekeningen opgenomen waarop de gelden van de klanten ontvangen worden. Deze bankrekening wordt gebruikt voor de betaling van de verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Ook zijn opgenomen de schulden aan leveranciers en handelskredieten en het banksaldo van de eigen middelen van KBL. OVERLOPENDE PASSIVA De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. KASSTROOMOVERZICHT Het kasstroomoverzicht is opgesteld conform de indirecte methode.
Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten. GEBRUIK VAN SCHATTINGEN Bij het opstellen van de jaarrekening dient de directie, in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken. COVID-19 Het COVID-19 (Corona) virus heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2021, maar naar verwachting wel voor veel beleidsterreinen van onze begroting 2022 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.
34
Jaarrekening | 2021
TOELICHTING OP DE BALANS Materiële vaste activa met economisch nut
2021
2020
€ 215.983
€ 236.732
Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven: Verbouwingen
Automatisering
Inventaris
Totaal
(incl. telefonie) Stand per 1 januari 2021 Aanschafwaarde
2.043.677
3.150.282
1.020.207
6.214.166
Cumulatieve afschrijvingen
2.043.677
2.930.347
1.003.409
5.977.433
-
219.935
16.798
236.733
Investeringen
-
62.158
-
62.158
Desinvesteringen
-
-
-
-
Afschrijvingen
-
75.720
7.188
82.908
-
13.562 -
7.188 -
20.750 -
Boekwaarde Mutaties in 2021
Stand per 31 december 2021 Aanschafwaarde
2.043.677
3.212.440
1.020.207
6.276.325
Cumulatieve afschrijvingen
2.043.677 -
3.006.067 -
1.010.597 -
6.060.341 -
206.373
9.610
215.983
Boekwaarde
-
In 2021 hebben investeringen plaatsgevonden v.w.b. automatisering. Dit betreft hardware en telefonie. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het boekjaar van investering. Verbouwingen worden afgeschreven in 15 jaar. Inventaris en inrichting wordt afgeschreven in 4 of 10 jaar. Automatisering (Hardware en implementaties) wordt afgeschreven in 3 of 4 jaar. Mobiele telefoons in 2 jaar. Kredieten
2021
2020
€ 4.214.087
€ 3.374.249
Persoonlijke leningen
4.242.500
3.406.740
Doorlopende kredieten
22.332
75.278
4.264.832
3.482.018
-50.746
-107.769
4.214.087
3.374.249
De samenstelling van de kredieten is als volgt:
Voorziening oninbare kredieten
35
Het verloop van de kredietportefeuille in 2021 blijkt uit onderstaande opstelling: Boekwaarde per 31-12-2020
3.482.018
Verstrekkingen
3.677.511
-/- aflossingen
-2.832.214
-/- afboekingen
-65.339
Correctie rente
2.856
Boekwaarde per 31-12-2021
4.264.832
Onderstaand is het verloop van de doorlopende kredieten en persoonlijke leningen van 2019 tot en met 2021 weergegeven: Persoonlijke
Doorlopende
Totale
leningen (PL)
kredieten (DK)
kredietportefeuille
2019
2.772.557
104.905
2.877.461
2020
3.406.740
75.278
3.482.018
2021
4.242.500
22.332
4.264.832
Er is bewust ingezet op de daling van de Doorlopende Kredieten, o.a. door oversluiting. De informatie uit de tabel is vertaald naar de volgende grafiek:
Ontwikkeling kredietportefeuille 5.000.000 4.500.000 4.000.000 3.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0
2020
2019 DK
PL
2021 Totaal
36
Jaarrekening | 2021
De verdeling van de leningportefeuille is als volgt: PL
DK
TOTAAL
aantal
bedrag
aantal
bedrag
Maastricht
644
1.163.965
-
-
1.163.965
Sittard Geleen
361
687.721
2
1.588
689.308
Heerlen
458
784.016
1
1.070
785.086
Kerkrade
247
470.019
1
4.769
474.787
Landgraaf
135
213.094
-
-
213.094
Brunssum
87
134.833
1
13.418
148.251
Totaal GR
1.932
3.453.648
5
20.845
3.474.492
Niet-GR
530
788.852
1
1.488
790.340
TOTAAL
2.462
4.242.500
6
22.332
4.264.832
De verdeling van de lening portefeuille over de GR-deelnemers is in de volgende grafiek inzichtelijk gemaakt.
Saldi PL & DK per 31-12-2021
Niet-GR, 19%
Maastricht, 27% Brunssum, 3%
Landgraaf, 5%
Kerkrade, 11% Sittard-Geleen, 16%
Heerlen, 18% Voorziening oninbare kredieten: Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Op basis van een integrale beoordeling van de kredietportefeuille is gebleken dat een voorziening ter grootte van € 107.769 nodig is. Dit bedrag bestaat uit een gedeelte betreffende verstrekte kredieten vóór 2005 (€ 76.515) en een gedeelte betreffende kredieten vanaf 2005 (€ 31.254).
37
Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vóór 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2020
76.515
Dotaties
7.445
Aanwendingen
-46.910
Vrijval
-1.676
Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2021
35.375
Bovengenoemde aanwendingen betreffen het afboeken van leningen. Deze afboekingen zijn te verdelen in grofweg vier categorieën: 1. De WSNP is na drie jaar afgelopen waardoor klant schuldenvrij is; 2. Klant komt te overlijden en de eventuele erfgenamen verwerpen de erfenis of de boedel is leeg; 3. Afgewikkelde schuldregelingen (ASR); 4. Klanten zijn vertrokken en onbekend is waarheen, de zogenaamde VOW-klanten; 5. Dossiers van klanten die terugkomen van de deurwaarder als gevolg van geen verhaal. In het volgend overzicht staat per gemeente aangegeven wat het bedrag van de afboekingen is geweest van haar inwoners, inclusief de vermelding van de categorie waarin de afboeking te plaatsen is. Dit betreft de afboekingen van leningen welke zijn verstrekt vóór 2005:
Gemeente
WSNP
Overlijden
ASR
Brunssum
VOW/Geen verhaal
Deurwaarder kost/rente/ geen verhaal
€ 5.119
Heerlen
€ 33.559
Landgraaf Sittard-Geleen
Totaal € 5.119
€ 1.003
€ 34.562
€ 4.384
€ 4.384
€ 756
€ 756
Overige
€ 2.089
€ 2.089
Totaal 2021
€0
€0
€ 34.316
€ 5.119
€ 7.475
€ 46.910
In procenten
0%
0,0%
73%
11%
16%
100%
Totaal 2020
€ 7.194
€ 3.977
€ 2.679
€ 20.126
€ 19.047
€ 53.022
In procenten
14%
7,5%
5%
38%
36%
100%
Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vanaf 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2020 Dotaties
31.254 4.222
Aanwendingen
-18.429
Vrijval
-1.676
Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2021
15.370
De kredietportefeuille m.b.t. leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent in het algemeen een veel positiever verloop.
38
Jaarrekening | 2021
De verdeling van de categorieën afboekingen 2021 over de gemeenten is als volgt:
Gemeente
WSNP
Overlijden
Brunssum
€ 388
Heerlen
€ 3.506
ASR
VOW/Geen verhaal
Deurwaarder kost/rente/ geen verhaal
Totaal € 388
€ 1.038
€ 4.544
Kerkrade
€ 1.396
€ 1.396
Landgraaf
€ 2.163
€ 2.163
Maastricht
€ 980
Roermond Sittard-Geleen
€ 2.586
€ 3.566
€ 2.137
€ 2.137
€ 3.782
€ 452
€ 4.234
Totaal 2021
€-
€ 7.675,83
€ 7.129,20
€ 2.585,52
€ 1.038,12
€ 18.428,67
In procenten
0%
42%
39%
14%
6%
100%
Totaal 2020
€ 3.464
€ 6.398
€ 4.646
€ 31.044
€0
€ 45.553
In procenten
8%
14,0%
10%
68%
0%
100%
Uitzettingen
2021
2020
€ 1.499.817
€ 1.401.937
2021
2020
Vorderingen op openbare lichamen
892.697
657.609
Overige vorderingen
607.120
744.328
1.499.817
1.401.937
De uitzettingen bestaan uit:
Totaal Vorderingen op openbare lichamen
2021
2020
€ 892.697
€ 657.609
2021
2020
Deelname GR gemeenten in voorziening kredietport.
116.085
206.344
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat
78.141
130.495
Diensten GR-gemeenten
360.352
241.940
Diensten Niet-GR gemeenten
338.120
78.830
Totaal
892.697
657.609
Het vorderingensaldo per 31 december 2021 bestaat uit: Omschrijving
De totale deelname van GR gemeenten in de voorziening kredietportefeuille bedraagt per 31 december 2021 € 116.085 en kan worden verdeeld over verstrekte kredieten van vóór 2005 € 82.285 en vanaf 2005 € 33.800.
39
Overige vorderingen
2021
2020
€ 607.120
€ 744.328
Dit betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert in het kader van bewindvoering. Onder de kortlopende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden). Liquide middelen
2021
2020
€ 7.004.801
€ 9.376.763
De liquide middelen per 31 december bestaan uit:
Kasmiddelen
2021
2020
1.296
1.856
Bankrekeningen
7.003.505
9.374.907
Totaal
7.004.801
9.376.763
De liquide middelen zijn direct opeisbaar. Onder de liquide middelen zijn 2 bankrekeningen (inzake schuldhulpverlening en beschermingsbewind) bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) opgenomen waarop de gelden van klanten worden ontvangen. Deze bankrekeningen worden gebruikt ten behoeve van de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten en aan klanten. Met BNG is een kredietovereenkomst gesloten die voorziet in rentecompensatie van alle betaalrekeningen van KBL. De kredietfaciliteit bij BNG bedraagt maximaal € 1 miljoen. Er zijn geen zekerheden afgegeven. Schatkistbankieren De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige eigen middelen van de KBL. De gelden van klanten zijn hiervan uitgezonderd. Het drempelbedrag voor het afstorten van overtollige middelen bedraagt tot 1 juli 2022 € 250.000. Vanaf 1 juli 2022 is het drempelbedrag verhoogd naar € 1.000.000. De eigen middelen van KBL zijn het gehele jaar onder genoemd drempelbedrag gebleven zodat er geen verplichting tot afstorten was in 2021. Zie onderstaande berekening per kwartaal: Verslagjaar 2021 (bedragen x € 1.000) Drempelbedrag
250
250
1.000
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
-3.100
-2.623
-2.792
-2.943
Ruimte onder het drempelbedrag
3.350
2.873
3.792
3.943
0
0
0
0
Overschrijding van het drempelbedrag
Overlopende activa
2021
2020
€ 90.336
€ 87.081
40
Jaarrekening | 2021
De overlopende activa kunnen als volgt worden weergegeven: 2021
2020
€-
€-
Overige nog te ontv. en vooruitbetaalde bedragen
€ 90.336
€ 87.081
Totaal
€ 90.336
€ 87.081
Nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanc. op uitkeringen met spec. bestedingsdoel
De specificaties zijn opgenomen in onderstaande tabel: Omschrijving
2021
2020
Nog te ontvangen bedragen
14.912
19.447
Vooruitbetaalde bedragen
75.424
67.634
Totaal
90.336
87.081
2021
2020
Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Nog te ontvangen rente
0
0
Overige nog te ontvangen bedragen
14.912
19.447
Totaal
14.912
19.447
De overige nog te ontvangen bedragen betreft hoofdzakelijk de nog te vorderen BTW over het boekjaar 2021 ad € 8.000. Vooruitbetaalde bedragen De vooruitbetaalde bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Vooruitbetaalde huur
2021
2020
0
0
Vooruitbetaald onderhoud
51.189
49.987
Vooruitbetaalde verzekeringen
13.281
9.574
Overige vooruitbetaalde bedragen
10.955
8.073
Totaal
75.424
67.634
2021
2020
€0
€0
-
-
Eigen vermogen en resultaat
Het eigen vermogen per 1 januari Resultaat boekjaar vóór verliesverrekening
78.141 -
130.495 -
Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat
78.141
130.495
Het eigen vermogen per 31 december
-
-
Af te dragen aan GR-gemeenten
-
-
Eigen vermogen per saldo
-
-
41
Conform artikel 30 lid 4 wordt een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank, voor zover het niet van het eigen vermogen kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed. Door de bijdrage van de gemeenten in het exploitatieresultaat ad € 78.141 is het eigen vermogen per 31 december 2021 nihil. Tijdens de bestuursvergadering van 19 januari 2012 is besloten dat het weerstands-vermogen is bepaald op 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). De berekening van het weerstandsvermogen ultimo 2021 blijkt uit onderstaande opstelling: Weerstandsvermogen Lasten excl. mutatie voorziening
10.245.145
9.784.346
614.709
587.061
Eigen vermogen na winstbestemming
-
-
Af te dragen aan GR-gemeenten
0
0
Weerstandsvermogen 6%
Aangezien het eigen vermogen na winstbestemming per ultimo boekjaar nihil is, is er geen terugbetalingsverplichting op grond van artikel 30 lid 3 van de GR verschuldigd. Over het boekjaar 2020 is het negatieve exploitatieresultaat (€ 130.495) bij de GR-gemeenten in rekening gebracht. Voorzieningen
2021
2020
€ 43.000
€ 54.000
De voorziening betreft: Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's
2021
2020
€ 43.000
€ 54.000
Met ingang van het boekjaar 2020 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2021 betreft de dotatie aan de voorziening op basis van geschatte WW-uitkeringen inzake voormalige medewerkers wiens dienstverband vóór 31 december 2021 is beëindigd. Het verloopoverzicht van de voorziening WW-verplichting is als volgt: 2021
2020
Boekwaarde begin boekjaar
54.000
0
Toevoeging
24.960
54.000
0
0
Vrijval Aanwending
-35.960
0
Boekwaarde einde boekjaar
43.000
54.000
2021
2020
€ 615.611
€ 615.611
Vaste schulden
De vaste schulden betreffen: Onderhandse leningen openbare lichamen
2021
2020
€ 615.611
€ 615.611
42
Jaarrekening | 2021
Het verloopoverzicht is als volgt: Saldo 31-12-2020
615.611
Vermeerderingen
0
Aflossingen
0
Saldo 31-12-2021
615.611
De onderhandse leningen per 31 december betreffen “Achtergestelde leningen”. Diverse gemeenten hebben de achtergestelde leningen gestort, in overeenstemming met de bepaling bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling. Onderstaand volgt een overzicht met hierin gespecificeerd de saldi per gemeente: Achtergestelde leningen deelnemers GR
2021
2020
Brunssum
59.674
59.674
Heerlen
121.890
121.890
Kerkrade
91.104
91.104
Landgraaf
60.430
60.430
Maastricht
154.720
154.720
Sittard-Geleen
127.793
127.793
Totaal
615.611
615.611
Voor wat betreft de terugbetaling van deze achtergestelde leningen dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de door de uittredende GO-leden gestorte achtergestelde leningen en de door de deelnemers aan GR gestorte leningen. Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen deelnemers GR Wanneer de geaccumuleerde batige saldi, vermeerderd met de achtergestelde leningen van de deelnemers op enig moment de nagestreefde solvabiliteit (10%) overschrijden, dan wordt het meerdere deel pro rata in mindering gebracht op de achtergestelde leningen. Gelet op het exploitatieresultaat en de balansposities vindt over 2021 geen gedeeltelijke terugbetaling plaats van de achtergestelde leningen aan de deelnemers van de GR. De leningen zijn renteloos. Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen uittredende GO-leden De achtergestelde leningen uittredende GO-leden zijn ultimo 2020 geheel afgelopen. Netto vlottende schulden
2021
2020
€ 12.036.939
€ 13.671.759
De netto vlottende schulden bestaan uit:
Overige schulden
2021
2020
9.131.561
11.531.307
Bank
2.905.378
2.140.452
Totaal
12.036.939
13.671.759
43
De overige schulden kunnen als volgt worden weergegeven: 2021
2020
7.003.711
9.369.426
607.120
744.328
Schulden aan leveranciers en handelskredieten
1.520.730
1.417.553
Totaal
9.131.561
11.531.307
Crediteuren klanten Verplichtingen liquide middelen klanten
Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten die vanaf januari 2021 tot uitbetaling leiden. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. Schulden aan leveranciers en handelskredieten Het crediteurensaldo per 31 december 2021 laat een saldo zien van € 1.520.730. Het saldo wordt grotendeels bepaald door de nog te betalen salariskosten over december 2021 aan de gemeente Maastricht ad € 1.306.881. De gemeente Maastricht voert de salarisadministratie uit ten behoeve van KBL. De openstaande schulden zijn per medio februari 2022 afgelopen. Bank
2021
2020
€ 2.905.378
€ 2.140.452
Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de 2 bankrekeningen van de BNG t.b.v. klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel. Overlopende passiva
2021
2020
€ 329.473
€ 135.391
2021
2020
274.660
56.406
54.813
78.985
329.473
135.391
De overlopende passiva kunnen als volgt worden weergegeven: Verplichtingen welke in het lopend begrotingsjaar zijn opgebouwd en volgend begrotingsjaar worden betaald Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Verplichtingen De verplichtingen ultimo 2021 bestaan uit: • De CAO-indexatie € 12.000 en de eenmalige CAO-uitkering € 180.000 • Inhuur personeel € 24.000 • Huur Maastricht (wordt doorberekend) € 11.000 • Overige nog te betalen kosten en nog te ontvangen facturen € 48.000 Vooruitontvangen bedragen Het bedrag ultimo 2021 betreft de projecten Schulden afkoop jongeren Maastricht en de Kinderopvangtoeslagaffaire (KOT).
44
Jaarrekening | 2021
NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN De jaarlijkse verplichting betreffende met derden aangegane huurverplichtingen onroerend goed bedraagt in totaal € 150.000. De looptijd van het huurcontract is 10 jaar, met een looptijd tot 30 juni 2025. Hierdoor is de totale contractwaarde voor de resterende periode € 525.000. Het huurcontract kan opgezegd worden met een opzegtermijn van 6 maanden, maar KBL is niet voornemens hiervan gebruik te maken. De overige verplichtingen betreffen voornamelijk onderhoudscontracten betreffende gebouwen ad € 66.000 (contractwaarde resterende periode € 231.000), automatisering ad € 338.000 (contractwaarde € 394.000), telefonie ad € 25.000 (contractwaarde € 25.000) en printers € 14.000 (contractwaarde € 27.000). Daarnaast is er nog een verplichting betreffende de postbezorging ad € 134.000 (contractwaarde € 134.000). De resterende looptijd van de contracten varieert van 0 tot 3,5 jaar.
45
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN BATEN: ALGEMEEN Door het Bestuur is besloten dat de in rekening gebrachte voorschotten niet behoeven te worden verrekend met de daadwerkelijke aantallen. Overuitputting van de voorschotten wordt in rekening gebracht. De hier getoonde baten 2021 inzake de GR-gemeenten v.w.b. schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking en budgetbeheer betreffen de voorschotten inclusief de facturatie van de overuitputting. In het hoofdstuk COVID-19 virus worden de verschillen tussen voorschotten en realisatie toegelicht per GR-gemeente. 2021
2020
Preventie, vroegsignalering en educatie
€ 416.076
€ 337.608
Preventieprojecten
€ 55.676
€ 68.598
€ 471.752
€ 406.206
In de afgelopen jaren heeft KBL extra gelden ontvangen voor de uitvoering van Preventieprojecten. De baten 2021 kunnen als volgt worden gespecificeerd: Opbrengst SHV zelfstandigen
€ 20.000
Project verduurzaming SHV Sittard-Geleen
€ 35.676 € 55.676
Kosten
Saldo 2021
Overloop 2021
€ 20.000
-
-
€ 35.676
-
€-
€ 55.676
€-
Kosten zijn de direct toewijsbare kosten, niet zijnde de kosten van eigen personeel. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 66.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 46.000 hoger dan de begroting over 2021. Instroom en diagnose
GR-gemeenten
2021
2020
€ 1.438.313
€ 1.243.305
2021
2020
1.280.098
1.122.990
Niet-GR-gemeenten
158.215
120.315
Instroom en diagnose
1.438.313
1.409.181
De totale opbrengsten over 2021 zijn € 195.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 49.000 lager dan de begroting over 2021. Sociale kredietverstrekking (intake)
2021
2020
€ 212.500
€ 216.396
De intake voor een sociaal krediet heeft tot doel te beoordelen of het mogelijk is om op een sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze krediet te verstrekken aan inwoners van de GR- en overige gemeenten in het werkgebied van KBL. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 4.000 lager dan de realisatie 2020 en € 5.000 lager dan de begroting over 2021. Budgetbeheerrekening
2021
2020
€ 1.317.219
€ 1.409.181
46
Jaarrekening | 2021
2021
2020
945.342
1.004.028
Niet-GR-gemeenten
85.350
116.972
Betaald door klanten
286.527
288.181
1.317.219
1.409.181
GR-gemeenten
Budgetbeheerrekening
Het aantal bugetbeheerrekeningen is in 2021 afgenomen tot 1.715 (2020: 1.743). De totale opbrengsten over 2021 zijn € 92.000 lager dan de realisatie 2020 en € 19.000 lager dan de begroting over 2021. Budgetbeheer maatwerk
2021
2020
€ 445.002
€ 230.167
Het aantal dossiers Budgetbeheer Maatwerk is van 99 dossiers in 2020 gestegen naar 161 dossiers in 2021. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 215.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 69.000 hoger dan de begroting over 2021. Bewindvoering
2021
2020
€ 1.840.595
€ 1.961.044
Het aantal zaken bewindvoering is in 2021 gedaald van 956 dossiers naar 879 dossiers. Daarnaast is dit geen statisch aantal. Er vindt instroom, doorstroom en uitstroom in plaats. Met name nieuwe bewindvoeringszaken zijn arbeidsintensief bij het opstarten ervan. Voor het bedrijfsonderdeel beschermingsbewind worden de tarieven jaarlijks wettelijk vastgesteld en is de extra bijdrage beperkt tot de compensatie voor het hogere uurtarief. Deze compensatie boven de normbedragen wordt bij de gemeenten in rekening gebracht. De totale opbrengsten over 2021 zijn € 120.000 lager dan de realisatie 2020 en € 282.000 lager dan de begroting over 2021. Schuldenaanpak
2021
2020
€ 4.007.723
€ 3.918.336
2021
2020
3.270.639
3.069.981
Niet-GR-gemeenten
465.840
541.579
Betaald door klanten
271.244
306.776
4.007.723
3.918.336
GR-gemeenten
Schuldenaanpak
De totale opbrengsten over 2021 zijn € 89.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 56.000 lager dan de begroting over 2021. Nazorg
2021
2020
€-
€-
Er zijn in 2021 geen reguliere nazorg activiteiten uitgevoerd. Overige bedrijfsopbrengsten
2021
2020
€ 175.833
€ 20.154
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit de facturatie van het effectueren van de 90% clausule bij de niet-GR gemeenten conform DVO. Daarnaast zijn hier de nagekomen baten van deurwaarder inzake afgewikkelde dossiers opgenomen en is hier de BTW teruggaaf over 2021 verantwoord ter grootte van € 8.000.
47
De totale opbrengsten over 2021 zijn € 156.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 146.000 hoger dan de begroting over 2021. Rentemarge
2021
2020
€ 249.751
€ 249.062
2021
2020
Rentebaten kredieten
270.904
Overige rentelasten minus -baten
21.152
Rentemarge
249.358 -
249.751
297
-
249.062
KBL voorziet in haar financieringsbehoefte door eventueel gebruik te maken van debet faciliteiten in rekening-courant. Dit is in 2021 en eerder niet aan de orde geweest. De rentemarge is vrijwel gelijk gebleven bij stijgende rentebaten van kredieten en rentelasten. De stijging van de rente baten wordt veroorzaakt door de gestegen kredietportefeuille ondanks de gemiddeld lagere rente van verstrekte kredieten. Verschillen in de rentebaten zijn bovendien ontstaan door correcties op de achterstandsrente bij afboekingen van leningen. De rentebaten betreffen de daadwerkelijk ontvangen rente van klanten en gefactureerde rente bij gemeenten. De kredietportefeuille is over 2021 per saldo ca. € 800.000 gestegen als gevolg van de inzet van meer saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening. De rentelasten zijn gestegen omdat de BNG met ingang van 1 juli 2021 negatieve rente in rekening brengt over het (per saldo) positieve banksaldo. De totale rentemarge over 2021 is vrijwel gelijk aan de realisatie 2020 en aan de begroting over 2021. Bijdragen gemeenten in exploitatieresultaat
2021
2020
€ 78.141
€ 130.495
De bijdrage van de GR-gemeenten in het exploitatieresultaat in 2021 is ca. € 52.000 lager dan in 2020 en € 78.000 hoger dan de begroting over 2021. Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille
2021
2020
€ 8.315
€ 24.438 -
Het bestuur heeft in 2008 besloten om een voorziening te treffen voor de oninbaarheid van de uitstaande kredieten, die voor 2005 verstrekt zijn. Jaarlijks zal worden bepaald hoe hoog de stand van deze voorziening dient te zijn. Daar staat tegenover dat toekomstige afboekingen dan aan deze voorziening kunnen worden onttrokken, waardoor de druk op toekomstige resultaten zal afnemen. De kredietportefeuille met betrekking tot de leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent een veel positiever verloop. De afboekingen op verstrekte leningen vanaf 1 januari 2005 zijn tot nu toe minimaal en ook de achterstanden zijn acceptabel. Desondanks is besloten om ook ten aanzien van deze kredietportefeuille een voorziening voor oninbaarheid op te nemen. De deelname over 2021 is € 33.000 hoger dan de realisatie 2020 en € 67.000 lager dan de begroting over 2021. KBL kent in haar begroting en jaarrekening geen post onvoorzien, daardoor wordt hiervoor geen verloopoverzicht conform het BBV opgesteld.
48
Jaarrekening | 2021
LASTEN: Salarissen
2021
2020
€ 8.203.421
€ 7.647.566
De post salarissen bestaat uit: 2021
2020
Brutolonen
6.367.168
5.916.169
Af: Ziekengeld
-116.255
-25.967
Sociale lasten
950.529
862.200
Pensioenpremies
1.001.980
895.165
Totaal salarissen
8.203.421
7.647.566
De salariskosten zijn in 2021, naast de hogere formatie, hoger als gevolg van de indexering conform CAO, de jaarlijkse anciënniteit en promoties naar de eindschaal, hogere premies sociale lasten en pensioenen. De begroting 2021 is gebaseerd op een personeelsbestand van gemiddeld 118 fte. Het daadwerkelijk gemiddeld aantal fte is 121. Per saldo zijn de salariskosten in 2021 ca. € 182.000 hoger dan de begroting. In de begroting was nog geen rekening gehouden met de indexatie conform CAO (€ 12.000) en een eenmalige uitkering ad € 180.000. De kosten van de medewerkers in het kader van de KOT zijn niet verdisconteerd in de kosten salarissen. De baten en lasten van de KOT medewerkers worden niet verwerkt in de exploitatie maar op de balans. WW-uitkeringen
2021
2020
€ 24.960
€ 79.491
De kosten WW-uitkeringen 2021 bestaan uit:
Uitbetaalde WW-uitkeringen
2021
2020
-
25.491
Dotatie voorziening WW-verplichting
24.960
54.000
WW-uitkeringen
24.960
79.491
Als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke contracten zijn WW-uitkeringen door het UWV doorbelast aan KBL. Op het gebied van werkloosheid is KBL eigenrisicodrager. De uitbetaalde uitkeringen zijn in 2021 ca. € 10.000 hoger dan in 2020. Een aantal voormalige medewerkers heeft meer of langer aanspraak gemaakt op een uitkering. KBL werkt samen met een re-integratiebureau dat voormalige medewerkers begeleidt van werk naar werk. Conform de richtlijnen van het BBV wordt er met ingang van 2020 een voorziening WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Ultimo 2021 bedroeg de (mutatie) voorziening € 43.000. In de begroting 2021 zijn de kosten WW-uitkeringen geraamd op € 51.000 en de realisatie is derhalve € 26.000 lager dan begroot. Inhuur medewerkers
2021
2020
€ 221.491
€ 347.990
De kosten van inhuur zijn in 2021 € 126.000 lager dan in 2020. De hogere kosten in 2020 waren het gevolg van het tijdelijk inhuren van een manager, ICT- en facilitaire ondersteuning en medewerkers ten behoeve van projecten. De kosten volgens de begroting waren € 250.000.
49
Overige personeelslasten
2021
2020
€ 47.772
€ 62.835
De lasten in 2021 zijn € 15.000 lager dan in 2020. Als gevolg van corona zijn er minder personeelsactiviteiten mogelijk gebleken. In de begroting 2021 zijn de overige personeelslasten geraamd op € 63.000. Afschrijvingen
2021
2020
€ 82.908
€ 52.343
Per saldo zijn de afschrijvingen t.o.v. 2020 gestegen met ca. € 31.000. De stijging is het gevolg van het feit dat in 2020 in totaliteit ca. € 106.000 aan uitgaven is geactiveerd i.v.m. automatisering en telefonie. Voor een detailweergave van de afschrijvingslasten verwijzen wij naar de toelichting bij de materiële vaste activa. In de begroting 2021 zijn de afschrijvingen geraamd op € 83.000. Huisvestingslasten
2021
2020
€ 247.290
€ 247.297
2021
2020
Huur
151.210
151.824
Service
51.783
52.108
Energie
14.008
14.008
De huisvestingslasten 2021 bestaan uit:
Overige huisvestingslasten
30.288
29.357
Totaal huisvestingslasten
247.290
247.297
De huisvestingslasten zijn vrijwel gelijk aan 2020. In de begroting 2021 zijn de huisvestingslasten geraamd op € 252.000. De realisatie is derhalve € 5.000 lager dan de begroting. Bureau/administratielasten
2021
2020
€ 1.079.921
€ 1.031.985
De bureau- en administratielasten 2021 bestaan uit:
Inventaris en automatisering
2021
2020
650.230
601.026
Kantoorbenodigdheden en drukwerk
36.479
36.306
Telefoon en porti
227.806
240.036
Lidmaatschappen en abonnementen
27.248
25.548
Overige bureau/administratielasten
138.159
129.069
Totaal bureau/administratielasten
1.079.921
1.031.985
De bureau- en administratielasten zijn in 2021 ca. € 48.000 hoger ten opzichte van 2020. De kosten van automatisering en telefoon/ porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie.
50
Jaarrekening | 2021
In de begroting 2021 zijn de bureau- en administratielasten geraamd op € 1.129.000. De realisatie is derhalve € 49.000 lager dan begroot. Met name de lagere kosten van automatisering en telefonie veroorzaken de verschillen tussen de realisatie en de begroting. Beheerslasten
2021
2020
€ 329.067
€ 314.839
2021
2020
Reis en verblijf
13.465
20.394
Studie
36.421
52.528
Accountantskosten
50.979
47.870
Administratieve dienstverlening
130.991
108.460
Advisering
75.413
40.298
De beheerslasten 2021 bestaan uit:
Incasso
903
3.013
Overige beheerslasten
20.894
42.277
Totaal beheerslasten
329.067
314.839
De beheerslasten zijn in 2021 € 14.000 hoger dan in 2020. Dit is met name het gevolg van hogere kosten van administratieve dienstverlening en advieskosten. Daartegenover staan lagere kosten reis-, verblijf- en studiekosten. De beheerslasten in 2021 zijn € 56.000 lager dan de begroting. Mutatie voorziening kredietport.
2021
2020
€ 8.315
€ 24.438-
De mutatie voorziening heeft betrekking op de gehele kredietportefeuille en is het resultaat van de beoordeling op oninbaarheid ultimo boekjaar en de afboekingen in 2021.
51
ANALYSE AFWIJKINGEN T.O.V. DE BEGROTING In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) is bepaald dat organisaties per programma verantwoording dienen af te leggen over hun uitgaven in relatie tot de begroting. Aangezien KBL één programma uitvoert, beperkt deze verantwoording zich tot de totale exploitatielasten. De werkelijke lasten in het boekjaar 2021 bedragen € 10.245.000. De lasten conform de begroting 2021 bedragen € 10.385.000. De begroting is hiermee onderschreden met een bedrag van € 140.000. De grootste verschillen worden onderstaand toegelicht: • De personele lasten zijn € 113.000 hoger dan de begroting. De overschrijding van de salariskosten (€ 182.000) wordt veroorzaakt door de licht hogere formatie en de hogere cao-indexatie. Verder zijn de WW-uitkeringen € 26.000 lager als gevolg van de gedeeltelijke vrijval van de voorziening WW. De kosten van externe inhuur zijn € 28.000 lager dan de begroting. Dit betreft inhuur van een projectmanager, facilitaire ondersteuning en medewerkers t.b.v. projecten. De overige personeelslasten zijn € 15.000 lager dan begroot. • De afschrijvingslasten zijn gelijk aan de begroting. • De huisvestingslasten zijn € 5.000 lager dan de begroting als gevolg van minder incidentele posten. • De bureau- en administratielasten zijn € 49.000 lager dan de begroting.
Dit wordt met name veroorzaakt door lagere kosten van automatisering en telefonie. • De beheerslasten zijn € 56.000 lager dan de begroting. Dit wordt met name veroorzaakt door o.a. lagere studiekosten, kosten van advisering en reis- en verblijfkosten. De kosten van administratieve dienstverlening zijn daarentegen hoger dan begroot. • De mutatie voorziening m.b.t. de kredietportefeuille is € 76.000 lager dan begroot. Hier staat de Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille tegenover voor hetzelfde bedrag.
52
Jaarrekening | 2021
BEGROTINGSRECHTMATIGHEID KBL kent maar 1 programma (schuldhulpverlening). Onderstaand wordt het verschil tussen de vastgestelde begroting 2021 (2 juli 2020 vastgesteld) en de realisatie over 2021 weergegeven:
Begrotingsafwijking
Conclusie onrechtmatig maar telt niet mee voor oordeel
Conclusie
-140.000
-140.000
akkoord
Motivering van de conclusie: De lasten volgens de realisatie over 2021 zijn per saldo € 140.000 lager dan de begroting over 2021. De verschillen, ontstaan in navolging van het door het Bestuur goedgekeurd, bestaand beleid en waren niet te voorzien in de maand van vaststelling. Het Bestuur is tijdens de bestuursvergaderingen en op de afgesproken informatiemomenten via de voor- en najaarsmarap tijdig en correct op de hoogte gesteld van de verwachte kostenoverschrijding. Het Algemeen Bestuur heeft in dit kader aangegeven dat de kostenonderschrijding derhalve niet behoeft te worden meegewogen bij de beoordeling van de jaarrekening 2021.
53
VERDELING VAN DE LASTEN IN DIRECTE KOSTEN EN OVERHEAD Conform de richtlijnen van het BBV (Notitie Overhead) is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven:
Salarissen
Overige personeelslasten
WW-uitkeringen
Afschrijvingen
Huisvestingslasten
Bureau- en administratielasten
Beheerslasten
Mutatie voorziening oninbare kredieten
2021
2020
Directe kosten
€ 6.234.600
€ 5.965.101
Overhead
€ 1.968.821
€ 1.682.464
Totaal
€ 8.203.421
€ 7.647.566
€ 204.640
€ 320.444
Directe kosten Overhead
€ 64.623
€ 90.382
Totaal
€ 269.263
€ 410.825
Directe kosten
€-
€-
Overhead
€ 24.960
€ 79.491
Totaal
€ 24.960
€ 79.491
€-
€-
Overhead
€ 82.908
€ 52.343
Totaal
€ 82.908
€ 52.343
Directe kosten
Directe kosten
€-
€-
Overhead
€ 247.290
€ 247.297
Totaal
€ 247.290
€ 247.297
Directe kosten
€ 201.492
€ 215.123
Overhead (deels)
€ 53.561
€ 50.461
Totaal
€ 255.053
€ 265.584
Overhead (geheel)
€ 824.868
€ 766.400
€ 1.079.921
€ 1.031.985
€-
€-
Overhead
€ 329.067
€ 314.839
Totaal
€ 329.067
€ 314.839
Directe kosten
€-
€-
Overhead
€ 8.315
€ 24.438-
Totaal
€ 8.315
€ 24.438-
€ 6.640.732
€ 6.500.668
Totale overhead
€ 3.604.412
€ 3.259.240
Totale lasten
€ 10.245.145
€ 9.759.908
Totale directe kosten
Directe kosten
De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van fte per functie, beloningen per functie en schattingen.
54
Jaarrekening | 2021
OVERZICHT VAN STRUCTURELE EN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Instroom en diagnose Sociale kredietverstrekking (intake) Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal Schuldenaanpak Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge
Realisatie 2021
waarvan structureel
waarvan incidenteel
416.076 55.676 471.752
416.076 55.676 471.752
-
1.438.313
1.438.313
-
212.500
212.500
-
1.317.219 445.002 1.840.595 3.602.817
1.317.219 445.002 1.840.595 3.602.817
-
4.007.723
4.007.723
-
-
-
-
175.833
175.833
-
270.904 21.152 249.751
270.904 21.152 249.751
-
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres.
78.141
-
78.141
Deelname GR-gem. in voorz. kredport.
8.315
8.315
-
10.245.145
10.167.004
78.141
8.203.421 24.960 221.491 47.772 82.908 247.290 1.079.921 329.067 8.315 -
8.203.421 24.960 175.126 47.772 82.908 247.290 1.037.687 289.733 8.315 -
46.366 42.234 39.333 -
10.245.145
10.117.212
127.933
0
49.792
-49.792
Totale baten Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Onvoorzien Totale lasten Gerealiseerd resultaat
55
Onderstaand volgt een beknopte toelichting op de incidentele lasten per kostensoort: De kosten van externe inhuur betreffen eenmalige kosten van procesontwikkeling en -begeleiding door een externe projectmanager. De bureau- en administratielasten betreffen lasten inzake ICT-ondersteuning. Het gaat hierbij om eenmalige implementatiekosten van o.a. beveiligd mailen, digitale handtekening en vernieuwing website. Daarnaast betreft dit het onderzoek naar de ICT-organisatie in het kader van de aanbesteding van ICT-werkplekken. De beheerslasten betreffen eenmalige advieskosten inzake procesbeschrijvingen en voorbereiding op de rechtmatigheidsverantwoording in het kader van de jaarrekening. En verder de advieskosten in het kader van de mogelijke vrijstelling van Btw-heffing op beschermingsbewind.
56
Jaarrekening | 2021
KASSTROOMOVERZICHT Kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode
2021
2020 €
Bedrijfsresultaat vóór verliesverrekening
€ -78.141
-130.495
Afschrijvingen (en overige waarde veranderingen)
82.908
52.343
Mutatie voorziening WW-verplichting
-11.000
54.000
Vorderingen op openbare lichamen
-235.088
830.269
Overige Vorderingen
137.208
36.262
Veranderingen in werkkapitaal:
Overlopende activa Overige Schulden
-3.256
-46.518
-2.399.746
152.071
Overlopende passiva
194.082
55.954
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat
78.141
130.495
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
-2.156.752
1.264.876
-2.234.892
1.134.381
Financiële baten
-
-
Financiële lasten
-
-
Kasstroom uit operationele activiteiten
Investeringen in immateriële en materiële vaste activa Desinvesteringen materiële vaste activa Mutaties financiële vaste activa
-
-
-2.234.892
1.134.381
-62.158
-106.307
-
-
-839.838
-727.569
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
-901.996
-833.877
Aflossing van langlopende schulden
-
-
Mutatie achtergestelde leningen
-
-1.679
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Mutatie liquide middelen
-
-1.679
-3.136.889
298.825
Stand liquide middelen 1/1
7.236.311
6.937.486
Stand liquide middelen 31/12
4.099.422
7.236.311
Mutatie liquide middelen
-3.136.889
Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten.
298.825
57
WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) beschrijft de publicatieplicht en toetsing aan de maximale bezoldigingsnorm van salarissen van topfunctionarissen. Hierna zijn van de topfunctionarissen (directeur, voormalig directeur en waarnemend directeur) van KBL weergegeven hoe de bezoldiging over 2021 zich verhoudt tot de maximum bezoldigingsnorm van de WNT ad € 209.000 op jaarbasis. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021
DHR. R.C.H. VAN DEN TILLAAR Algemeen directeur 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloningen plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
108.737 20.375
Subtotaal
129.111
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag Totale bezoldiging
129.111
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2020 Bedragen x € 1
dhr. R.C.H. van den Tillaar
Functiegegevens
Algemeen directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2020
1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloningen plus belastbare onkostenvergoedingen
107.698
Beloningen betaalbaar op termijn
19.230
Subtotaal
126.928
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
201.000
-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag Totale bezoldiging
126.928
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
De inschaling is conform het functiehuis van KBL.
58
Jaarrekening | 2021
De bestuursleden van KBL worden op basis van de wet aangemerkt als topfunctionarissen. Zij ontvangen echter geen bezoldiging, ook niet in 2021. Onderstaand volgt een overzicht van de bestuursleden in 2021: Naam topfunctionaris
Functie
Dhr. P. van Zutphen
Voorzitter bestuur
Dhr. F. Bastiaens
Bestuurslid
Mevr. A. Bastiaans
Bestuurslid
Mevr. K. Schmitz
Bestuurslid
Dhr. L. Geilen
Bestuurslid
Dhr. J. Janssen
Bestuurslid
Dhr. C. Wilbach
Bestuurslid
Dhr. H. Wiermans
Bestuurslid
Dhr. S. L'Espoir
Bestuurslid
59
BIJLAGE TAAKVELDEN Taakvelden
Primaire Begroting Baten
0.1 Bestuur
Begroting(swijziging)
Lasten
Saldo
Baten
Realisatie
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Verschil tussen startprognose en realisatie Saldo
Baten
Lasten
Saldo
-
47
(47)
-
50
(50)
-
51
(51)
-
1
(1)
4.028
3.981
47
3.654
3.604
50
3.604
3.425
180
(49)
(179)
130
0.8 Incidentele baten/lasten
-
-
-
-
-
-
-
128
(128)
-
128
(128)
0.11 Resultaat exploitatie
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
6.618
6.618
-
6.731
6.641
91
6.641
6.641
-
(91)
-
(91)
0.4 Overhead
6.71 Maatwerk dinstverlening
KBL kent 1 programma. Alle taakvelden worden binnen dit programma verantwoord.
60
Jaarrekening | 2021
ONDERTEKENING JAARREKENING
De jaarrekening is door de directeur en het Dagelijks Bestuur opgemaakt te Geleen op 30 maart 2022.
Dhr. R. van den Tillaar
Dhr. P. van Zutphen
Directeur Voorzitter DB
VASTSTELLING VAN DE JAARREKENING Geleen, 30 maart 2022 De jaarrekening is door het Algemeen Bestuur vastgesteld te Geleen op 30 maart 2022.
Dhr. P. van Zutphen Voorzitter AB
61
Overige gegevens 1. STATUTAIRE BEPALINGEN BETREFFENDE RESULTAATBESTEMMING Als gevolg van artikel 30 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling is het volgende bepaald ten aanzien van het exploitatieresultaat: Artikel 1:
Het batig saldo van de verlies- en winstrekening van de bank wordt ten gunste van het risicofonds geboekt
Artikel 2: Bedraagt het saldo van de rekening ‘risicofonds’ voor de in lid 1 bedoelde bijboeking meer dan een door het algemeen bestuur vast te stellen percentage van het uitstaand kapitaal, dan wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld geboekt op een afzonderlijke reserverekening Artikel 3: Indien en voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5 Artikel 4: Een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank wordt, voor zover het niet van de in lid 2 bedoelde reserverekening kan worden afgeschreven door de gemeenten vergoed. Artikel 5: Door de gemeenten wordt in de vergoeding in het vorige lid bedoeld, bijgedragen als volgt: a. In de helft van het totaal te vergoeden bedrag naar verhouding van het bevolkingscijfer van elke gemeente tot het totale bevolkingscijfer van alle deelnemende gemeenten
b. In de overige helft naar verhouding van het totaalbedrag van de aan de inwoners van elke gemeenten in het jaar, waarop de vergoeding betrekking heeft, uitstaande kredieten, tot het totaalbedrag van de aan de inwoners van alle gemeenten gedurende hetzelfde jaar uitstaand kredieten beide per 1 januari van dat jaar.
2. CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Hiervoor wordt verwezen naar de hierna opgenomen verklaring.
62
Jaarrekening | 2021
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg VERKLARING OVER DE IN DE JAARSTUKKEN OPGENOMEN JAARREKENING 2021 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2021 van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg te Geleen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg op 31 december 2021 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. De jaarrekening bestaat uit: • Het overzicht van baten en lasten over 2021. • De balans per 31 december 2021. • De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. • De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur en het Controleprotocol WNT 2021. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 102.000, waarbij de bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves bedraagt, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 BADO en het controleprotocol vastgesteld met het besluit d.d. 7 oktober 2021. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2021. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve of WNT-redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 102.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.
63
VERKLARING OVER DE IN DE JAARSTUKKEN OPGENOMEN ANDERE INFORMATIE Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • Jaarverslag • Overige gegevens Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. BESCHRIJVING VAN VERANTWOORDELIJKHEDEN MET BETREKKING TOT DE JAARREKENING Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV.