Raadsvoorstel 31 (bijlage) Zienswijzennota en Nota van wijzigingen (ontwerp)bestemmingsplan Lindehof (geanonimiseerd)__202399291__
Tekst van het document
Zienswijzennota
en
Nota van
wijzigingen
Behorende bij (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’
Gemeente Brunssum
Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Vastgoed Datum 2 april 2024
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
Inhoud 1.
Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
2.
Gevolgde procedure . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
3.
Ingediende zienswijze . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
4.
Ontvankelijkheid zienswijzen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
5.
Weergave en reactie op ingediende zienswijzen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
6.
Conclusie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
7.
Bijlage zienswijzennota . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
8.
Nota van wijzigingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Pagina 2 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
1.
Algemeen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft betrekking op de herinrichting van een braakliggend terrein dat is gelegen aan het Lindeplein in Brunssum. Met het planvoornemen wordt voorzien in de realisatie van 43 appartementen alsmede een tweetal commerciële ruimten van 320m 2 op de begane grond. Het plangebied is gesitueerd in het centrum van Brunssum naast de nieuwe ‘Brikke Oave’, tussen het Lindeplein, de Lindestraat en de Mozartstraat.
2.
Gevolgde procedure
Op 9 mei 2023 is, op basis van de beoogde stedenbouwkundige invulling, een inloopbijeenkomst georganiseerd in de ‘Brikke Oave’. Tijdens deze bijeenkomst zijn omwonenden geïnformeerd over het nieuwbouwplan. Daarnaast was er ruimte voor het stellen van vragen alsmede het doen van suggesties. Voor een nadere uiteenzetting van het participatietraject wordt verwezen naar paragraaf 6. 3. 2 van de
plantoelichting. Over het onderhavige bestemmingsplan is in het kader van artikel 3. 1. 1 Besluit ruimtelijke ordening wettelijk vooroverleg gevoerd met de Provincie Limburg en het Waterschap Limburg. De ontvangen reacties hebben geen aanleiding gegeven het plan te wijzigen.
Conform artikel 3. 8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3. 4 van de Algemene wet bestuursrecht is op 27 december 2023 in het gemeenteblad (2023, 558863) en via de landelijke website www. overheid. nl bekend gemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan ‘Lindehof’ ter inzage ligt.1 Daarbij is aangegeven dat het ontwerpbestemmingsplan van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 ter inzage ligt. Een ieder kon gedurende de inzagetermijn schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze aanzien kenbaar maken ten van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan en de daarbij behorende stukken zijn gedurende de genoemde periode van terinzagelegging beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening www. ruimtelijkeplannen. nl.2 Daarnaast konden de stukken gedurende de openingstijden worden ingezien bij de Gemeentewinkel aan het Lindeplein 1 te Brunssum.
1 2
https://zoek. officielebekendmakingen. nl/gmb-2023-558863. html Planidentificatienummer: NL. IMRO. 0899. BPLINDEHOF-01 Pagina 3 van 18
|
Zienswijzennota, bestemmingsplan
Ingediende
3.
Gedurende
zienswijzen 1.
‘Lindehof’
zienswijze
de termijn van terinzagelegging kenbaar gemaakt door:
‘Lindehof’ zijn
het ontwerpbestemmingsplan
van
(geanonimiseerd) schriftelijke zienswijze ontvangen
op
2 februari
202382396/202382644,
2024, zaaknummer
reclamant 1;
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) mondelinge zienswijze daterend van 5 februari 2024 waarvan het ondertekende
op 7 februari 2024, zaaknummer
verslag is opvangen
202382703, reclamant 2*;
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) mondelinge verslag is opvangen
zienswijze daterend
op 7 februari
van
5 februari 2024
2024, zaaknummer
202382703,
waarvan
het ondertekende
reclamant 3*.
Ln
Reclamanten
genoemd onder 2 en 3 hebben gelijktijdig en gelijkluidend hun zienswijzen mondeling naar voren gebracht. Daarom zullen de betreffende zienswijzen in het vervolg van deze zienswijzenota gezamenlijk worden behandeld/beantwoord.
_ Ontvankelijkheid zienswijzen
4,
De zienswijzen
5.
De
van
reclamant({en}) 1, 2 en
Weergave zienswijze a.
van
en
3 zijn
tijdig ingediend
c.q. kenbaar
gemaakt.
ingediende zienswijzen
reactie op
reclamant 1 kan samengevat als
volgt worden
weergegeven:
door het niet
(langer) opnemen van een aantal begrippen in het bestemmingsplan ‘Lindehof’ belang zijn voor de exploitatie van de ‘Brikke Oave’ (in het bijzonder ‘cultureel centrum’, “cultuur en ontspanning’ en de concrete beschrijving van horeca categorie 1 en 2} kan onduidelijkheid ontstaan over welke activiteiten ter plaatse planologisch zijn toegestaan. Bovendien dient het perceel van de Brikke Oave’ en de woning aan de achterzijde buiten het plangebied te worden gelaten, enerzijds in het kader van de formulering van de bestemming in het bestaande huurcontact, anderzijds ter versterking van het belang van de Brikke Oave’. die
van
—
Reactie
van) de toelichting behorende bij het een deel (ontwerp)bestemmingsplan plangebied ontwikkelingsgericht (kadastrale percelen Brunssum, Sectie C, nummers 6708 en 6709) en een deel behoudend van aard (kadastrale percelen Brunssum, Sectie C, nummers 6019 en 6666 tot en met 6675). De perceelgedeelten alwaar de ‘Brikke Oave’ is gesitueerd, vallen onder de laatgenoemde categorie.
Zoals
omschreven
is
in
(paragraaf
1.2
‘Lindehof’
is
en
binnen
1.3
het
Pagina
4 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’ Een en ander houdt in dat een wijziging van de bouw- en/of gebruiksmogelijkheden ter plaatse niet is beoogd noch is doorgevoerd. Abusievelijk zijn evenwel de door reclamant genoemde begrippen (‘cultureel centrum’, ‘cultuur en ontspanning’ en de verbijzondering van de horeca – categorieën 1, 2 en 3) niet opgenomen in het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’. Hoewel dit niet tot gevolg heeft dat er een inhoudelijke wijziging heeft plaatsgevonden -de aanduiding ‘cultuur en ontspanning’ is nog steeds van kracht, waarbinnen nog altijd een cultureel centrum met horecavoorziening op de begane grond en eerste verdieping is toegestaan- kan reclamant 1 worden gevolgd in zijn stelling dat door het ontbreken van deze begrippen onduidelijkheid kan ontstaan aangaande de gebruiksmogelijkheden van
de betreffende gronden/opstallen. completering van het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ en ter voorkoming van onduidelijkheden aangaande de gebruiksmogelijkheden van de ‘Brikke Oave’ worden de begrippen ‘cultureel centrum’, ‘cultuur en ontspanning’ alsmede ‘horeca’ (inclusief de uitsplitsing met voorbeelden per categorie) en horecagerelateerde dienstverlening alsnog opgenomen c. q. gelijkluidend overgenomen uit de artikelen 1. 30, 1. 31, 1. 51 en 1. 52 uit het thans vigerende bestemmingsplan ‘Lindeplein e. o. ’. Ter
Binnen het zojuist reeds genoemde bestemmingsplan ‘Lindeplein e. o. ’ kent het plangebied zoals dat is opgenomen in het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ de bestemming ‘Gemengd’. Aan dit bestemmingsvlak uit het vigerende bestemmingsplan is in de bouwregels het maximum van 43 woningen gekoppeld. Om te voorkomen dat, naast de middels (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ mogelijk te maken 43 wooneenheden ook ter plaatse van overige perceelgedeelten een gelijk aantal woningen planologisch mogelijk is, hetgeen vanuit het oogpunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’ niet wenselijk is, heeft op dit punt een partiële herziening van (de regels volgend uit) het bestemmingsplan plaatsgevonden. De percelen waar reclamant 1 de ‘Brikke Oave’ exploiteert alsmede de daarachter gelegen woning aan de Mozartstraat 1 hebben de bestemming ‘Gemengd’ behouden. Echter, de planologische mogelijkheid om binnen deze bestemming 43 woningen te realiseren is komen te vervallen. Het realiseren van laatstgenoemde woningaantallen is daardoor enkel mogelijk ter plaatse
de ontwikkelingsgerichte gedeelten van de percelen waar het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ betrekking op heeft. van
Nu de bestemmingsplanherziening ter plaatse van de ‘Brikke Oave’ een behoudend karakter heeft, zijn er geen consequenties/wijzigen ten aanzien van de in artikel 2 van de (op 25 augustus 2020
ondertekende) huur- en exploitatieovereenkomst beschreven bestemming. De belangen
c. q. planologische rechten van de ‘Brikke Oave’ zijn, zeker na toevoeging van de ontbrekende begrippen zoals hierboven beschreven, ten opzichte van het thans geldende bestemmingsplan ‘Lindeplein e. o. ’ volledig gewaarborgd.
b.
De realisatie van uitsluitend koopappartementen, (groten)deels onder de NHG-grens en deels daarboven, is niet conform de beleidsnotities in het kader van het beleidsterrein wonen, waardoor een situatie ontstaat dat vraag en aanbod niet op elkaar aansluiten.
Reactie In het kader van provinciaal, regionaal en lokaal beleid op het gebied van wonen is het bestaan van een gezond evenwicht tussen vraag en aanbod, zowel kwalitatief als kwantitatief, van woningen op de juiste plek van groot belang. Om
te kunnen bezien of hieraan in casu kan worden voldaan, is onder meer het meest recente Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022-2032 (Stec, 28 januari 2022) bestudeerd. Hierin is geconcludeerd dat er een toenemende behoefte bestaat aan levensloopbestendige woningen in de vorm van huur- of koopappartementen.
Pagina 5 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’ Ter bestrijding van het door reclamant 1 en tevens uit het genoemde onderzoek blijkend groeiend gat tussen sociale huurwoningen en duurdere (grondgebonden) koopwoningen is er behoefte aan middenhuur woningen en koopappartementen om zo de doorstroming te stimuleren. Daarnaast
voldoet de realisatie van koopappartementen aan de ambitie volgend uit het ‘Uitvoeringsprogramma Centrum 2020 – 2026’ en het daarin opgenomen ‘Programma Balans’ om de verhouding tussen huur- en koopwoningen in en rond het centrumgebied ten faveure van laatstgenoemde categorie aan te passen. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de geprojecteerde ontwikkeling, welke overigens kwantitatief, op één woning na, niet afwijkt van hetgeen ter plaatse reeds planologisch mogelijk is op basis van het thans vigerende juridisch-planologisch kader, voorziet in aanbod dat aansluit bij de vraag naar woningen alsook als passend kan worden gekwalificeerd binnen gemeentelijke woningbouwprogrammering in en rond het centrum. c.
De (gedeeltelijke) verruiming van de bouwhoogte c. q. de bouwlagen ten opzichte van de/het voorgaande bestemmingsplan(nen) leidt vanuit stedenbouwkundig oogpunt tot ‘concurrentie’ met de karakteristieke architectuur en bouwmassa van de ‘Brikke Oave’, hetgeen een negatieve impact heeft op de herkenbaarheid en uitstraling van de ‘Brikke Oave’.
Reactie Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt de geprojecteerde afwijkende c. q. variërende bouwhoogte en -vorm op deze plek juist passend geacht. Een en ander leidt, samen met de karakteristieke bouwmassa van de ‘Brikke Oave’, tot meer beeldkwaliteit aan het Lindeplein. Door de onderlinge variatie en de afstemming op de bouwhoogte van het bestuurscentrum komt de architectuur c. q. karakteristieke waarde van bouwmassa/gevelbeelden goed tot hun recht. Met de herkenbaarheid en uitstraling van de ‘Brikke Oave’ is in het bijzonder rekening gehouden door geen hoge bouwmassa direct aangrenzend tegen het gebouw toe te staan, maar deze hogere bouwhoogte enkel toe te staan voor een smallere top van 50% van de gevelbreedte aan het Lindeplein. Van ‘concurrentie’ of aantasting van de herkenbaarheid en/of uitstraling van de ‘Brikke Oave’ in onaanvaardbare mate is dan ook geen sprake.
Bovendien is het standpunt van de gemeenteraad gebaseerd op een deskundigenadvies van de stedenbouwkundige. Nu reclamant geen stedenbouwkundige argumenten ten grondslag legt aan zijn stelling, bestaat voor de gemeenteraad geen aanleiding om het stedenbouwkundig advies, waar in beginsel op mag worden vertrouwd, niet aan zijn overwegingen ten grondslag te leggen. Ook wordt op deze plek nog vermeld dat het bouwplan waarvoor de bestemmingsplanwijziging wordt doorgevoerd op 11 maart 2024 is behandeld door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De betreffende commissie concludeert dat de planontwikkeling aan het Lindeplein, Mozartstraat en Lindestaat een enorme aanwinst is voor het Lindeplein en het centrum van de gemeente Brunssum. d.
Het realiseren van 43 woningen ter plaatse van het thans nog onbebouwde perceelgedeelte naast de ‘Brikke Oave’ is niet conform het woningbouwprogramma en stedenbouwkundig niet passend. Bovendien vormen de geprojecteerde commerciële ruimten een risico voor de
exploitatie van de ‘Brikke Oave’ (concurrentie) alsmede voor verdere leegstand.
Pagina 6 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
Reactie Ten aanzien van de zienswijzen betreffende het woningbouwprogramma en de stedenbouwkundige inpassing van het geprojecteerde bouwwerk wordt verwezen naar de reactie onder punt -b en -c. Ten aanzien van zienswijze betreffende de commerciële ruimten wordt het volgende opgemerkt. Het huidige bestemmingsplan ‘Lindeplein e. o. ’ laat ter plaatse op de begane grond reeds horeca van categorie 1 en 2 alsmede maatschappelijke voorzieningen toe (zie artikel 3. 1, aanhef onder c en d van bestemmingsplan ‘Lindehof e. o. ’. Het brutovloeroppervlak is thans bovendien niet gemaximeerd. Met voorliggend (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ vindt wel een nadere clausulering plaats tot maximaal 320m 2 brutovloeroppervlak. Kortom: qua gebruik wordt aangesloten bij hetgeen reeds rechtstreeks planologisch is toegestaan ter plaatse, qua omvang vindt er een beperking plaats van het
maximale brutovloeroppervlak. Deze beperking past in het regionale beleid om commerciële functies waar mogelijk te laten landen in de balans- en concentratiegebieden op grond van (onder meer) de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL), zonder afbreuk te doen aan een bereikbaar en compleet voorzieningenniveau. Hiermee wordt ook eventuele leegstand zoveel mogelijk voorkomen. e.
In de huidige situatie is reeds sprake van een tekort aan parkeerplaatsen, uitgaande van een standaardbezetting van de ‘Brikke Oave’. Door de realisatie van het geprojecteerde appartementencomplex zal de parkeerdruk aan het Lindeplein verder toenemen. De voorziene parkeerplaatsen aan de Vijverlaan, waarvoor groen zal moeten wijken, zullen als laatste worden benut zijn bovendien planologisch niet rechtstreeks toegestaan. Daarnaast zijn, anders dan benoemd in de toelichting behorende bij het bestemmingsplan ‘Lindehof’ niet 40, maar 38 ondergrondse parkeerplaatsen voorzien in de ontwerptekeningen. Temeer nu ook niet is voorzien in een fietsenstalling en opstelplaats voor containers ten behoeve van de commerciële ruimten, hetgeen ten koste zal gaan van parkeerplaatsen, is het aantal voorziene
parkeerplaatsen onvoldoende. Reactie Het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ voorziet in de realisatie van 43 appartementen/woningen en 320m 2 aan commerciële ruimten. Ter beoordeling van de vraag of de beoogde ontwikkeling in lijn met de ‘goede ruimtelijke ordening’ ter plaatse kan geschieden, is de parkeerbehoefte van het ontwikkelingsgerichte deel van het plan beschouwd. Deze bedraagt voor de appartementen/woningen 42 parkeerplaatsen en voor de commerciële ruimten, uitgaande van de toegestane gebruiksfunctie met de hoogste parkeerdruk (restaurant), 29 parkeerplaatsen. Voor zover de stelling dat bij de ontwerptekeningen van het geprojecteerde complex slechts 38 ondergrondse parkeerplaatsen zijn voorzien berust op de verbeelding zoals weergegeven in paragraaf 2. 3 van de toelichting behorende bij het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’, berust deze op een onjuiste telling. In deze verbeelding zijn immers een 40-tal parkeerplaatsen ingetekend.
Ook wordt, door middel van erfpacht, geborgd dat de bewoners van de drie geprojecteerde studio’s kunnen beschikken over een afgesloten parkeerplaats op het parkeerterrein naast het OPS – kantoor, gelegen aan de Raadhuisstraat. Conform artikel 6. 5 onder a en b van (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ dient te worden voldaan aan het thans geldende parkeerbeleid van de gemeente. Definitieve toetsing dienaangaande zal plaatsvinden in het kader van een formele vergunningaanvraag. Hierbij zal tevens worden beoordeeld of conform Bouwbesluit dan wel het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt voorzien in een stallingsruimte voor fietsen, een afsluitbare buitenberging en/of een naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders gelijkwaardige faciliteit. Pagina 7 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
Daarnaast is de geprojecteerde parkeerplaats aan de Vijverlaan, gelegen op kadastraal perceel Brunssum, Sectie B, nummer 6613, gesitueerd binnen het bestemmingsplan ‘Centrum, 1 e herziening’, alwaar het perceel(gedeelte) een verkeersbestemming heeft. Parkeervoorzieningen zijn binnen deze bestemming rechtstreeks toegestaan (zie art. 13. 1, aanhef en onder b van het laatstgenoemde
bestemmingsplan). Conform het gemeentelijk parkeerbeleid geldt tussen de parkeerfaciliteit en het bestemmingsadres een maximale werkelijke (loop)afstand ter waarborging dat de parkeerplaatsen ook daadwerkelijk worden gebruikt ten behoeve van de geprojecteerde ontwikkeling. Voor de categorie ‘winkelen’ alsmede ‘ontspanning’ geldt een maximale afstand van 600 meter. Nu de afstand tussen de commerciële ruimten enerzijds en de geprojecteerde parkeerplaats aan de Vijverlaan anderzijds (bij benadering) 275 meter bedraagt, is onaannemelijk dat deze parkeerplaatsen niet ten behoeve van de commerciële activiteiten gebruikt zullen worden. f.
De extra verkeersgeneratie in het kader van de geprojecteerde ontwikkeling alsmede het zoekverkeer ten gevolge van het onder punt -e genoemde tekort aan parkeerplaatsen, leidt tot gevaarlijke situaties, extra geluid en uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof, hetgeen de exploitatie van de ‘Brikke Oave’ niet ten goede komt.
Reactie Krachtens kengetallen van de CROW is de verkeersgeneratie in het kader van zowel de voorziene woningbouw als de commerciële ruimten berekend. Hieruit is naar voren gekomen dat de woningbouw leidt tot een toename van 28 verkeersbewegingen per uur respectievelijk 10 verkeersbewegingen voor de commerciële (gebruiks)functies. De verkeersafwikkeling van de verkeersbewegingen gemaakt door de bewoners van het geprojecteerde appartementencomplex verloopt niet via het Lindeplein, maar via de Lindestraat. Voor (gasten van) de ‘Brikke Oave’ leiden deze verkeersbewegingen, die overigens geen toename vertegenwoordigen ten opzichte van het thans reeds rechtstreeks toegestane gebruik, dan ook niet tot een aantasting van de
belangen van de ‘Brikke Oave’. De extra verkeersgeneratie ten gevolge van de commerciële ruimten is van dien aard en omvang dat deze niet tot een onaanvaardbare aantasting van de belangen van de ‘Brikke Oave’ zal leiden, zeker nu de ontsluiting van de parkeerterreinen ook deels via de Rumpenerstraat en de Vijverlaan plaatsvindt. De toegangswegen tot de parkeerterreinen ‘Lindeplein’ en ‘Vijverlaan’ zijn afdoende om deze extra verkeersgeneratie goed en veilig te verwerken. Gevaarlijke verkeerssituaties liggen, nog afgezien van het gegeven dat in voldoende parkeergelegenheid voor de geprojecteerde ontwikkeling is voorzien, niet in de lijn der verwachtingen. Ten aanzien van de sectorale aspecten geluid alsmede uitstoot van fijn- en stikstof heeft in het kader van de planvorming nader onderzoek plaatsgevonden. Hierbij is rekening gehouden met geluidgevoelige objecten. Het cultureel centrum en de daarbij behorende buitenruimte kan evenwel niet als een (ander) geluidgevoelig gebouw/terrein in de zin van de Wet- c. q. het Besluit geluidhinder worden gekwalificeerd. Onaannemelijk is echter dat een toename van 10 verkeersbewegingen per uur leidt tot een onaanvaardbare belangenaantasting op akoestisch vlak voor (de gasten van) de ‘Brikke Oave’. De (extra) verkeersbewegingen leiden bovendien niet tot een (toename van de) verslechtering van de luchtkwaliteit in betekenende mate.
Zeker gezien het feit dat de luchtkwaliteit ter plaatse, zowel op het vlak van fijnstof als stikstof, ruim binnen de geldende normen blijft, kan niet worden onderschreven dat de voorziene ontwikkeling op dit punt negatieve gevolgen heeft voor de exploitatie van de ‘Brikke Oave’. Pagina 8 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
g.
Gevreesd wordt voor aanscherping/aanpassing van de geldende normen (en in dat kader extra maatregelen) ten gevolge van klachten van de toekomstige bewoners inzake geluid- en geuroverlast. Bij de situering van de vetput voor de toekomstige commerciële ruimte zal qua situering bovendien rekening moeten worden gehouden met de belangen van de ‘Brikke Oave’ en de toekomstige bewoners om geurhinder zoveel mogelijk te voorkomen.
Reactie In de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) worden regels gesteld -met name- vanuit het oogmerk van openbare orde en veiligheid. Hoewel er ten aanzien van sluitingstijden in de zin van artikel 2:29 APV een ‘link’ bestaat met het woon- en leefklimaat, vormt dit artikel hierop geen uitzondering. Nu de genoemde sluitingstijden in beginsel gelden voor alle openbare inrichtingen binnen het grondgebied van de gemeente, is het onaannemelijk dat een aanpassing/verzwaring plaatsvindt ten gevolge van een hypothetische overlastsituatie bij één van deze openbare inrichtingen. Eenzelfde redenering heeft te gelden voor geluid- en geurnormen. Een en ander werd, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, genormeerd via algemene regels uit onder meer het Activiteitenbesluit milieubeheer. Thans staan deze normen in het gemeentelijk omgevingsplan. De gemeente heeft de mogelijkheid om middels regels in het omgevingsplan lokaal maatwerk toe te passen, echter enkel binnen de ruimte die instructieregels van de Rijk bieden. Op dit moment bestaat geen voornemen om op dit punt lokaal maatwerk c. q. wijzigingen door te voeren. Indien dit evenwel in de toekomst middels een wijziging van het omgevingsplan plaatsvindt, staan hiertegen rechtsmiddelen open.
Ten aanzien van opmerking over de (locatie van de) vetafscheider geldt dat een horecagelegenheid één van de mogelijke gebruiksfuncties is ter plaatse van de geprojecteerde commerciële ruimten. Of er in een dergelijk geval een vetafscheider vereist is, hangt onder meer af van de mate waarin vethoudend afvalwater vrijkomt c. q. vetten worden gebruikt bij de voedselbereiding. Daarnaast zijn ter plaatse ook maatschappelijke voorzieningen toegestaan, waarbij een vetafscheider veelal niet noodzakelijk zal zijn. Indien een vetafscheider, rekening houdend met de ter plaatse te ontplooien activiteiten noodzakelijk is, dient de geur door deze activiteiten -ter plaatse van geurgevoelige gebouwen- in ieder geval aanvaardbaar te zijn. Indien dit niet het geval is, kan het bevoegd gezag handhavend optreden.
h.
In het kader van het goed woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners dient rekening te worden gehouden met de toegestane evenementen op het Lindeplein en de al dan niet daarbij behorende maximale geluidbelasting. Het geprojecteerde appartementencomplex zal maatgevend zijn voor de metingen in het kader van de geluidproductie. Omdat de afstand ten opzichte van het huidige meetpunt (zijnde het appartementencomplex op de hoek Vijverlaan) afneemt, heeft dit gevolgen voor de toegestane geluidemissie en daarmee de beleving van
(muziek)evenementen. Reactie Conform het thans vigerende evenementenbeleid dient ten tijde van een evenement aan het Lindeplein het podium in beginsel op een zo ver mogelijke afstand van geluidgevoelige gebouwen te worden geplaatst. In de praktijk resulteert dit in het merendeel van de gevallen in de plaatsing van het podium nabij de trappen die toegang geven tot het Vijverpark. Zoals uiteengezet in de toelichting behorende bij het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ is gedurende evenementen (door de gevelwering) sprake van een binnen niveau van 43dB, hetgeen toelaatbaar en conform de ‘goede ruimtelijke ordening’ kan worden geacht.
Pagina 9 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’ Door de realisatie van de geprojecteerde geluidgevoelige bestemmingen vormen ook deze woningen een factor waarmee bij de locatie van het podium en de geluiduitstraling rekening mee dient te worden
gehouden. Echter, gezien het feit dat in de directe nabijheid ook reeds geluidgevoelige objecten zijn gelegen, de nieuwbouw voldoet aan de meest actuele eisen qua (geluids)isolatie en het gegeven dat gedurende evenementen de maximale binnenwaarde van 50dB tijdens evenementen nog niet is bereikt, zijn de gevolgen voor de evenementenlocatie aan de Lindeplein enerzijds en de akoestische gevolgen voor de toekomstige bewoners anderzijds niet van dien aard, dat van een onaanvaardbare belangenaantasting kan worden gesproken. Tot slot dient dienaangaande nog te worden opgemerkt dat het appartementencomplex op de hoek van de Vijverlaan vanwege praktische redenen veelal als meetpunt wordt gekozen, maar dit niet automatisch de maatgevende woning betreft voor de toetsing aan de geldende akoestische waarden. Een en ander is afhankelijk van de locatie van de geluidbron(nen). Voor alle woningen geldt dat ten tijde van evenementen voldaan zal moeten worden aan de geldende geluidnormen. Bij de plaatsing van het podium nabij de trappen die toegang geven tot het Vijverpark zal de geprojecteerde nieuwbouw niet leiden tot een (onaanvaardbare) beperking, nu thans ook reeds aan beide zijden van de ‘Brikke Oave’ sprake is gevoelige bestemmingen op de etage op een vergelijkbare afstand. i.
Ten behoeve van de commerciële ruimten is niet voorzien in adequate laad- en losvoorzieningen voor leveranciers. Anders dan in het huidige bestemmingsplan ‘Lindeplein e. o. ’, is dit ook niet nader genormeerd in het bestemmingsplan ‘Lindehof’. Dit leidt tot overlast voor (terras)gasten van de ‘Brikke Oave’ alsmede tot gevaarlijke verkeerssituaties.
Reactie Het betreffende bouwproject voorziet enkel in commerciële ruimten in de plint gelegen aan het Lindeplein. Gezien deze locatie en de ontwerpkeuzes van de overige geprojecteerde bebouwing behoort het voorzien in laad- en losfaciliteiten op eigen terrein niet tot de mogelijkheden. Bij de beoordeling van de betreffende ontwikkeling is uitgegaan van 2 vrachtwagenbewegingen per dag in het kader van laden en lossen. Uitgaande van een relatief kortdurende activiteit en de snelheidsbeperking ter plaatse tot 30 km/h is overmatige overlast voor (terras)gasten dan wel een gevaarlijke situatie niet te verwachten. Bovendien is laden en lossen ook in de huidige situatie in het kader van de verkeersregels rechtstreeks toegestaan, nu aan het Lindeplein enkel een parkeerverbod van kracht is. j.
Er is niet voorzien in een plaats voor het aanbieden van afval door de gebruikers van de commerciële ruimten alsmede de bewoners van het geprojecteerde complex. Indien een en ander in de openbare ruimte dient te geschieden, leidt dit tot overlast voor (gasten van) de
‘Brikke Oave’ en gevaarlijke verkeerssituaties. Reactie Het plaatsen van afvalcontainers voor huishoudelijk afval is conform artikel 2. 29, aanhef en onder lid p, sub 5 van het Bbl niet vergunningplichtig, mits aan de in dat artikel opgenomen voorwaarden is voldaan. De locatie van deze voorziening(en) is dan ook niet nader genormeerd in het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’. Volledigheidshalve kan daarover worden opgemerkt dat inzameling van huishoudelijk afval is geprojecteerd aan de zijde van de Mozartstraat. De afvalcontainers ten behoeve van de commerciële ruimten worden intern geplaatst. Pagina 10 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’ Een en ander wordt momenteel in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning verder uitgewerkt. Van overlast dan wel verkeersonveilige situaties zal dan ook geen sprake zijn.
k.
Indien het Lindeplein tijdens een evenement enkel toegankelijk is na controle of -bij grote drukte- tijdelijk gesloten wordt, is het geprojecteerde complex voor bewoners en gebruikers (deels) onbereikbaar.
Reactie Tijdens evenementen wordt het Lindeplein afgesloten voor doorgaand verkeer en worden inrijbeperkende maatregelen genomen. Indien dit betekent dat de hoofdingang van het geprojecteerde complex aan het Lindeplein tijdelijk niet bereikbaar is, kunnen bewoners en bezoekers het complex bereiken via de toegang aan de Lindestraat (parkeergarage) dan wel te voet via de binnentuin, welke middels een afsluitbare poort ook vanaf de Mozartstraat bereikbaar zal zijn. l.
Het (mede)gebruik door het nieuwbouwcomplex van het bestaande trafostation waar de ‘Brikke Oave’ op is aangesloten leidt tot een groot risico voor de exploitatie van (met name grootschalige muziekproducties. Bovendien leidt de verplaatsing van het trafostation tot slechter zicht voor gebruikers van de oprit/laad- en losplaats, hetgeen leidt tot gevaarlijke situaties.
Reactie De nieuwbouw sluit niet aan op het betreffende trafostation. De situatie qua stroomvoorziening van de ‘Brikke Oave’ blijft dan ook ongewijzigd. Daarnaast leidt de relatief geringe verplaatsing van dit trafostation, mede gezien de zeer ruime uitritconstructie c. q. het brede trottoir ter plaatse, niet tot gevaarlijke verkeerssituaties. m.
Gevreesd wordt voor overlast (geluid, trillingen, stof) en tijdelijk verlies van uitzicht voor gasten en dientengevolge exploitatiegemis.
Reactie De eventuele overlast die zou kunnen ontstaan ten gevolge van de bouwwerkzaamheden betreft een uitvoeringsaspect. Hoewel dienaangaande zoveel mogelijk rekening zal worden gehouden met de belangen van omwonenden en ondernemers, betreft dit geen aspect dat in het kader van de beoordeling van de ‘goede ruimtelijke ordening’ bij de vaststelling van een bestemmingsplan hoeft te worden betrokken (vgl. de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 december 2020, ECLI-nummer ECLI:NL:RVS:2020:3019). n.
Tot slot wordt aangegeven dat externe effecten op Natura2000 – gebieden ten gevolge van stikstofdepositie op voorhand niet zijn uit te sluiten en dat diengaande vervolgonderzoek vereist is.
Reactie In het kader van de voorbereiding van het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ is aandacht besteed aan gebiedsbescherming (van Natura2000-gebieden). De meest nabijgelegen Natura-2000 gebieden betreffen de Brunssummerheide en de Teverener Heide op respectievelijk 1. 4 en 3. 2 kilometer afstand. Om de eventuele toename van stikstofdepositie op gevoelige habitats binnen deze gebieden te kunnen vaststellen, heeft nader onderzoek op dit punt plaatsgevonden middels de meest actuele AERIUScalculator. Op basis hiervan is geconcludeerd dat de realisatie- en gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0. 00 mol/ha/jaar op de genoemde Natura-2000 gebieden, waardoor significante nadelige gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van (de gevoelige habitats binnen) deze gebieden kunnen worden uitgesloten. Nader (vervolg)onderzoek is dan ook niet vereist. Pagina 11 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
Afsluitende overweging ten aanzien van de zienswijzen van reclamant 1 Voor een aantal van de hierboven weergegeven zienswijzen geldt dat er aannames en of stellingen worden geponeerd, zonder dat deze zijn voorzien van een onderbouwing. Desondanks is bovenstaand per zienswijzepunt gemotiveerd toegelicht waarom de stellingen van reclamant niet correct zijn.
De zienswijzen van reclamant(en) 2 en 3 kunnen samengevat als volgt worden weergegeven: a.
Doordat de inritconstructie ten behoeve van de ondergrondse parkeerplaats wordt gesitueerd aan de kant van de Lindestraat, leidt dit voor reclamanten 2 en 3 tot (meer) overlast van fijnstof en strikstofuitstoot. Daarnaast zal door het aan- en afrijden van auto’s sprake zijn van geluidoverlast. Genoemde aspecten zouden door een overkapping (pergola/tunnel) kunnen worden beperkt.
Reactie Allereerst dient op dit vlak te worden opgemerkt dat het huidige planologisch kader, bestemmingsplan ‘Lindeplein e. o. ’, ter plaatse reeds 43 woningen rechtstreeks toestaat. Het voorliggende (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ leidt dan ook -op één woning na (de bestaande woning binnen het plangebied, gesitueerd aan de Mozartstraat 1)- niet tot een verruiming van het toegestane gebruik voor wat betreft het aantal woningen. Desalniettemin is in het kader van de voorbereiding van het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ tevens het aspect luchtkwaliteit beschouwd, waar ook de hoeveelheid fijnstof en stikstofdioxide onderdeel van uitmaken. Hierbij is gebleken dat dat de beoogde ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een eventuele verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. De toename van het gehalte fijnstof en stikstofdioxide in de lucht bedraagt 0. 05 respectievelijk 0. 21 µg/m.3 Nu de betreffende waardes van het gehalte fijnstof (PM 2. 5 en PM)10 met waardes van 8. 9 en 15. 1 µg/m 3 ruim onder de geldende 3 normen van 25 respectievelijk 40 µg/mblijven en ook het gehalte stikstofdioxide, waarvan de waarde 3 11. 5 µg/m betreft, onder de norm van 40 µg/m 3 ligt, vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Voor wat betreft de geluiduitstraling van de verkeersbewegingen van en naar de parkeergarage geldt dat het aantal verkeersbewegingen relatief gezien beperkt zal zijn en geluid ten gevolge van per auto arriverende of vertrekkende buren tevens als passend kunnen worden gekwalificeerd binnen een woonomgeving. Daarnaast is van belang dat ook het huidige bestemmingsplan zich niet verzet tegen de ontsluiting van het perceel via de Lindestraat.
Hoewel aan de geldende normen qua akoestische waarden en luchtkwaliteit wordt voldaan, neemt dit niet weg dat bestaande bewoners in meer of mindere mate gevolgen kunnen ondervinden in verband met de geprojecteerde woningbouw. Om deze gevolgen, voor zover deze negatief van aard zijn, zoveel mogelijk te beperken, is door de ontwikkelaar toegezegd dat een pergola met groen over de rijbaan zal worden geplaatst. De modaliteit en vormgeving van deze constructie zal in het vervolgproces worden bepaald, samen met de (landschapsarchitect), de gemeente en de bewoners van Amadeusstaete. Ter borging dat de betreffende constructie daadwerkelijk wordt gerealiseerd is in artikel 4. 4. 3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen en is er een definitie van en maximale bouwhoogte voor de pergola opgenomen in de planregels b.
Gevreesd wordt voor een vermindering van (zon)lichtinval, zowel door de geprojecteerde bebouwing aan de Lindestraat als de Mozartstraat. Een en ander leidt mogelijk ook tot een toename van de energiekosten. Pagina 12 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
Reclamanten zouden in dat kader graag een zonberekening zien. Bovendien zou het meer richting de Lindestraat projecteren van de bebouwing waar de studio’s zijn voorzien een oplossing zijn om de negatieve gevolgen qua lichtinval te beperken/voorkomen. Reactie Mede door de namens bewoners van de Amadeusstaete geuite zorg betreffende zonlichtwegneming is een bezonningsstudie uitgevoerd die de consequenties op dit punt ten gevolge van de geprojecteerde bebouwing aan de zijde Mozartstraat in beeld brengt, waarbij onderscheid is gemaakt tussen een gemiddelde dag (als de zon op ‘half’ staat) en de langste dag gedurende het jaar (als de zon het hoogst staat). Hieruit komt naar voren dat het geprojecteerde bouwplan met name vanaf het begin van de avond (18. 00u) schaduwwerking tot gevolg heeft (zie bijlage I bij deze zienswijzennota). Binnen de gemeente Brunssum geldt geen specifiek beleid op het vlak van bezonning. Ter beoordeling van dit aspect kan evenwel aansluiting worden gezocht bij de TNO-norm op dit punt. Deze norm kent een ‘lichte’ en een ‘strenge’ norm. De ‘lichte’ TNO-norm gaat uit van tenminste 2 of 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober (gedurende 8 maanden). De ‘strenge’ TNO-norm gaat uit van ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari - 22 november (gedurende 10 maanden).
Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels worden daarom niet betrokken in de beoordeling. Uit de bezonningsstudie komt naar voren dat in de periode dat de zon ‘half’ staat (tussen 22 december – 21 juni) in ieder geval tussen 09. 00-15. 00u geen significante nadelige gevolgen qua bezonning plaatsvinden. In de periode dat de zon het hoogst staat is er rond 09. 00u ietwat meer sprake van zonlichtwegneming, rond 18. 00u zijn de consequenties evenwel minder vergaand dan gedurende de periode dat de zon ‘half’ staat. In de periode 09. 00-18. 00u is echter gedurende elk uur in meer of mindere mate sprake van bezonning ter plaatse van de Amadeusstaete, voor zover grenzend aan de geprojecteerde bebouwing aan de Mozartstraat.
Conform de bezonningsstudie zal in elk jaargetijde sprake zijn van (minimaal) 3 bezonningsuren per dag. Hoewel de bouwplannen gevolgen hebben voor het aantal bezonningsuren c. q. de schaduwwerking zijn, conform de TNO-norm, geen onacceptabele gevolgen te verwachten voor wat betreft schaduwwerking en vermindering van lichtinval. Er is dan ook sprake van een acceptabel woonen leefklimaat. Voor wat betreft de locatie van de bebouwing aan de Lindestraat (alwaar de studio’s zijn geprojecteerd) en de gevolgen hiervan voor de lichtinval geldt dat ter plaatse sprake is van een gesloten galerij met beperkte gevelopeningen. Hierdoor is aan achterzijde van Amadeusstate thans reeds sprake van een beperktere lichtinval. Voor het overgrote deel wordt de betreffende bebouwing bovendien gerealiseerd tegen de blinde muur van Amadeusstaete. Waar de blinde muur eindigt c. q. de galerij van de Amadeusstaete begint, ligt de bestaande bebouwing op voldoende afstand om te voldoen aan geldende wet- en regelgeving (Bouwbesluit 2012 dan wel het Bbl). Dit gegeven, samen met het feit dat aansluiting bij de gevel van de Amadeusstaete vanuit stedenbouwkundig oogpunt de voorkeur heeft, maakt dat een andere situering van het betreffende bouwdeel niet noodzakelijk en/of wenselijk wordt geacht vanuit de belangenafweging in het kader van
de goede ruimtelijke ordening. c.
Reclamanten 2 en 3 zijn van mening dat er te dicht op de bestaande bebouwing wordt gebouwd met het verlies van privacy, uitzicht en woongenot tot gevolg. De bovenste laag van de geprojecteerde bebouwing aan de kant van de Mozartstraat zou moeten vervallen om deze consequenties te voorkomen. Pagina 13 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
Bovendien is volgens reclamanten in het kader van het participatietraject nimmer gecommuniceerd over de verruiming van de toegestane bouwhoogte/bouwlagen waar het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Lindehof’ in voorziet. De bebouwing zou nooit hoger worden dan de oude ‘Brikke Oave’ die op deze locatie heeft gestaan. Reactie Het voorziene bouwplan c. q. de stedenbouwkundige invulling is tijdens de inloopbijeenkomst van 9 mei 2023 toegelicht. Daarnaast hebben er in de periode maart 2023 – januari 2024 een viertal gesprekken plaatsgevonden tussen de projectontwikkelaar en de bewoners van de Amadeusstaete. Over de verruiming van de bouwhoogte/bouwlagen heeft in het voortraject dan ook meermaals communicatie plaatsgevonden. In dat kader zijn van de zijde van de projectontwikkelaar de volgende toezeggingen gedaan ter waarborging van het goed woon- en leefklimaat van reclamanten 2 en 3. • • • • •
De dakrand van het geprojecteerde gebouw aan de Mozartstraat wordt verlaagd om de hoogte zo veel mogelijk te beperken; De kopse kant van de hoekappartementen nabij de Amadeusstaete wordt naar achter verplaatst, om het uitzicht richting de Mozartstraat zo groot mogelijk te houden; Het bovenste balkon wordt verkort om het zicht op de Mozartstraat zoveel mogelijk te
behouden; Er worden balkonschermen geplaatst om privacy zo veel mogelijk te garanderen; Tevens zullen alle zich in de zijgevel bevindende ramen vervallen om privacy zo veel mogelijk te garanderen.
Bovendien wordt de vierde bouwlaag als ‘setback’ uitgevoerd, waardoor deze terug ligt ten opzichte van de voorgevellijn. Hierdoor is de privacy aantasting gering. De afstand tussen beide bouwmassa’s varieert hier van circa 3. 70 tot 4. 50 meter. Gezien
bovengenoemde uitvoering van de vierde bouwlaag als ‘setback’ en alle door de projectontwikkelaar gedane toezeggingen, welke tevens hebben geleid tot een inperking van de hoekpunten van het bouwvlak aan de Mozartstraat zoals dat is weergegeven op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Lindehof’, wordt de aantasting van de privacy en het uitzicht niet als onaanvaardbaar gekwalificeerd en kan, ook met de verruiming van het aantal bouwlagen ter plaatse van 3 naar 4, gesproken worden van een goed woon-en leefklimaat. d.
Als de bouw (toch) conform de (ontwerp)tekening wordt verricht, zal dit leiden tot een aanzienlijke waardedaling van de appartementen. Hierdoor zal een onroerende zaakbelasting dienen te worden bijgesteld.
Reactie De wijziging van een bestemmingsplan (onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro)) betreft een planschadeoorzaak in de zin van artikel 6. 1, lid 2, onder a van de Wro. Indien reclamanten 2 en 3 van mening zijn dat de beoogde ontwikkeling c. q. planologische wijziging leidt tot waardedaling van de appartementen kunnen zij, binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, een planschadeverzoek indienen bij het college van burgemeester en wethouders. In het kader van een dergelijk verzoek zal door een onafhankelijk deskundige worden beoordeeld of en zo ja, in hoeverre, sprake is van planschade die voor vergoeding in aanmerking komt.
Dienaangaande wordt op deze plaats evenwel nog opgemerkt dat eventuele planschade, gelet op de mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan reeds biedt en het te hanteren normaal maatschappelijk risico, naar verwachting niet in omvang zodanig zal zijn dat daardoor de uitvoerbaarheid van het plan in het geding is. Pagina 14 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
Anders dan bij de bepaling van de WOZ-waarde, waar de feitelijke situatie van belang is, worden in het kader van de planologische vergelijking bij een planschadeverzoek de mogelijkheden die een bestemmingsplan biedt maximaal ingevuld/uitgelegd. Verschillen tussen een waardebepaling in het kader van een planologische vergelijking enerzijds en een bepaling van de onroerende zaakbelasting anderzijds zijn dus niet ondenkbaar, omdat er sprake is van twee verschillende rechtsregimes met verschillende toetsingskaders. e.
Gevreesd wordt voor overlast en/of schade van/door (met name) vrachtverkeer tijdens de bouwfase. Reclamanten wensen te vernemen op welke wijze dit zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Zoals reeds is toegelicht in de reactie op de zienswijze onder -m van reclamant 1 is de eventuele overlast die zou kunnen ontstaan ten gevolge van de bouwwerkzaamheden een uitvoeringsaspect. Een dergelijk aspect behoeft in het kader van de beoordeling van de ‘goede ruimtelijke ordening’ niet bij de vaststelling van een bestemmingsplan te worden betrokken (vgl. de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 december 2020, ECLI-nummer ECLI:NL:RVS:2020:3019). de aanrijroute van het bouwverkeer geldt dat deze afhankelijk is van de bouwplaatsinrichting, de omvang van de materialen en vrachtwagens en materialen alsmede de hoogteverschillen in het terrein. Een en ander zal door de ontwikkelaar worden uitgewerkt in een BLVCplan (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie). Hierbij zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de belangen van omwonenden en ondernemers. Ten
aanzien
f.
van
Reclamanten 2 en 3 stellen zich op het standpunt dat de ontwikkeling de bestaande parkeerproblematiek ter plaatse zal vergroten, temeer nu niet is voorzien in ruimte voor bezoekersparkeren.
Reactie Op basis van de Parkeernota Brunssum 2022 betreft de parkeernorm in het centrumgebied 1 parkeerplaats per appartement. Hoewel het bezoekersparkeren in deze norm is geïncorporeerd, zal het parkeren door bezoekers in de praktijk ook gedeeltelijk in de openbare ruimte plaatsvinden, hetgeen vanuit beleidsmatig oogpunt ook het uitgangspunt betreft. Binnen het centrum heeft in 2022 onderzoek plaatsgevonden naar de parkeerdruk, zowel door de week als in het weekend. Hieruit is naar voren gekomen dat aan de Mozartstraat, Op de Vaard, de Ingenieur op de Kampstraat en/of het Doorvaartplein, afhankelijk van de dag en tijdstip, binnen 250 meter van het geprojecteerde appartementencomplex afdoende parkeerruimte beschikbaar is c. q. geen sprake is van een (te) hoge parkeerdruk om het bezoeksparkeren in hoofdzaak binnen de openbare ruimte te
laten landen. g.
Daarnaast verwachten reclamanten 2 en 3 dat de exploitatie van de ‘Brikke Oave’ zal leiden tot
overlast voor de bewoners van de geplande nieuwbouw. Reclamanten ervaren bij tijd en wijle zelf immers ook geluidoverlast ten gevolge van het gebruik van het terras dan wel het deponeren van afval. Naast de belangen van de toekomstige bewoners en de ontwikkelaar heeft de gemeente ook een zorgplicht voor (de belangen van) de bewoners van de bestaande appartementen.
Pagina 15 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
Reactie Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Lindeplein e. o. ’ alsmede in het kader van de vergunningverlening van de nieuwbouw van de ‘Brikke Oave’ heeft onderzoek plaatsgevonden naar de akoestische gevolgen voor de omliggende gevoelige (woon)bestemmingen. Hoewel niet aan de richtafstand van 10 meter tussen horecagelegenheid en woonbestemming wordt voldaan, wordt door centralisatie van de ruimten waar de grootste geluiduitstraling plaatsvindt, waardoor de omliggende ruimten een isolerend effect hebben, geluidoverlast beperkt. Daarnaast is op basis van de activiteiten in de ‘Brikke Oave’ een representatief geluidniveau vastgesteld waarmee bij de bouw de geluidwerende voorzieningen voor de ‘Brikke Oave’ zijn bepaald. De normstelling voor de ‘Brikke Oave’ is gebaseerd op het Activiteitenbesluit milieubeheer, thans opgenomen in het tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan (Bruidsschat), te weten 50 dB(A) in de dagperiode of 40 dB(A) in nachtperiode. De geluidvoorschriften gelden ook voor het deponeren van afval in een container alsmede voor terrassen, met uitzondering van het stemgeluid van gasten die zich op onoverdekte en onverwarmde terrassen bevinden (vgl. artikel 2. 18, lid 1 onder a van het Activiteitenbesluit milieubeheer respectievelijk artikel 22. 70, lid 1 onder b van het gemeentelijk omgevingsplan).
Deze normen dienen door de ‘Brikke Oave’ te worden gerespecteerd en hiermee wordt voldaan aan de ‘goede ruimtelijke ordening’ ter plaatse, zowel voor de bewoners van de
bestaande bebouwing als voor de toekomstige bewoners van de geprojecteerde nieuwbouwappartementen. Mocht er desondanks overlast ontstaan, dan kunnen de bewoners een verzoek tot handhaving indienen.
6.
Conclusie
In de voorgaande paragraaf zijn alle ingediende zienswijzen inhoudelijk behandeld. De zienswijze van relamant 1 wordt deels gegrond verklaard. De zienswijzen van reclamant(en) 2 en 3 worden ongegrond verklaard, met dien verstande dat middels de toevoeging van een voorwaardelijke verplichting en inperking van enkele hoekpunten van het bouwvlak aan de Mozartstraat de -door de projectontwikkelaar toegezegde- aanpassingen aan het bouwwerk en realisatie van de
overkapping/pergola daadwerkelijk plaatsvinden.
Pagina 16 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
7.
Bijlage zienswijzennota
Bezonningsstudie Mozartstraat
Pagina 17 van 18
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Lindehof’
8.
Nota van wijzigingen
Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn in de vast te stellen versie van bestemmingsplan ‘Lindehof’ de volgende wijzigingen aangebracht:
Regels •
•
Toevoeging van de begrippen ‘cultureel centrum’, ‘cultuur en ontspanning’ alsmede ‘horeca’ (inclusief categorisering) en ‘horecagerelateerde dienstverlening’ zoals opgenomen in het
voorgaande bestemmingsplan ‘Lindeplein e. o. ’; Toevoeging van een voorwaardelijke verplichting in artikel 4. 4. 3, strekkende tot het realiseren van een pergola over de rijbaan die toegang heeft tot de ondergrondse parkeergarage, waarvan de bouwhoogte in artikel 4. 2. 4, aanhef en onder a, ten zesde is gemaximeerd op 4 meter. Tevens dient conform de genoemde voorwaardelijke verplichting binnen drie jaar na ingebruikname van de stallingsgarage de pergola zodanig begroeid te zijn met beplanting, dat deze een geheel vormt en dient deze als zodanig in stand te worden gehouden.
Plantoelichting • In paragraaf 3. 3 (provinciaal beleid) is een passage toegevoegd aangaande de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening Limburg 2021 en uiteengezet dat de daarin opgenomen instructieregels qua strekking niet verschillen de gelijksoortige regels uit de Omgevingsverordening 2014; • In paragraaf 4. 9 (ecologie) is beschreven dat inmiddels de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is verkregen en dat de mitigerende maatregelen conform het bij de betreffende ontheffing behorende activiteitenplan zullen worden uitgevoerd; • In paragraaf 7. 3 (procedure) is het proces betreffende de terinzagelegging en de ontvangst en wijze van verwerking van de ingekomen zienswijzen kort beschreven. Verbeelding •
•
Er is een aanduidingsvlak opgenomen in het kader van de voorwaardelijke verplichting ten behoeve van de realisatie van een pergola over de rijbaan die toegang heeft tot de
ondergrondse parkeergarage; Conform de door de projectontwikkelaar aan omwonenden van de Amadeusstaete gedane toezeggingen zijn ter plaatse van enkele hoekpunten van het bouwvlak aan de Mozartstraat kleine aanpassingen verricht (inspinging van het bouwvlak) ter borging van de belangen van omwonenden.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 4 juni 2023.
De griffier,
De voorzitter,
Pagina 18 van 18