CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 31 (bijlage) Lindehof_vastgesteld_Toelichting__202399687__

Commissie Ruimte en Techniek 21 mei 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Vaststelling van het bestemmingsplan 'Lindehof', 2024/3122.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Aanduiding ligging Natura 2000-gebieden met plangebied zwart omcirkeld

Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied of een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn de Brunssummerheide en de Tevener Heide. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit daarom een extern effect. Externe effecten door licht, trilling en geluid als gevolg van het planvoornemen zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden Brunssummerheide (>1,4 km) en Teverener Heide (> 3,2 km) en het NNN (> 800m), redelijkerwijs niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie op voor stikfstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden zijn vanwege de omvang van de voorgenomen plannen en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Gezien het voorgaande is door middel van een berekening met de AERIUS-calculator inzichtelijk gemaakt of het plan bijdraagt in een toename van stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Uit de berekening - die als Bijlage 6 is bijgevoegd - volgt, dat de voorgenomen ontwikkeling in de zogenoemde

bestemmingsplan Lindehof

53

gebruiksfase (na ingebruikname woningen) niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Significant negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie kunnen voor wat betreft de gebruiksfase op basis van het voorgaande met zekerheid worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. 4.9.2 Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Kort gezegd is het verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplantings- en rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Verder is het verboden beschermde plantensoorten te vernielen. Onder voorwaarden is ontheffing van de verbodsbepalingen mogelijk. Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn gedeputeerde staten van de provincie. Het plangebied is momenteel een braakliggend terrein.

Deels bestaand uit een kortgrazige vegetatie, half verharde paden en enkele zitbankjes (zijde Lindeplein) en deels bestaand uit een talud met begroeiing (zijde Mozartstraat). Het smalle deel van het plangebied aan de zijde van de Lindestraat bestaat uit kortgrazige vegetatie en een klein deel verharding ten behoeve van vuilcontainers. Om te kunnen beoordelen of het planvoornemen gevolgen heeft voor beschermde soorten en hun verblijfplaatsen, is daarom onderzoek nodig. 4.9.2.1 Verkennend onderzoek Door Bureau Verbeek is een verkennend onderzoek uitgevoerd (d.d. 18 april 2023, nr NL BR-22.06.02). In dat onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: 1. 2.

3. 4. 5.

Tijdens het veldbezoek zijn in het onderzoeksgebied geen bijzondere natuurwaarden aangetroffen. Ten aanzien van wettelijk beschermde flora en fauna kan de aanwezigheid in het onderzoeksgebied van Gewone dwergvleermuis, een of enkele andere vleermuizen, Steenmarter en een of enkele algemene broedvogelsoorten niet met zekerheid worden uitgesloten. Wettelijk beschermde soorten mossen, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en 'overige soortgroepen' komen in het onderzoeksgebied niet voor. Jaarrond beschermde vogelnesten zijn in het onderzoeksgebied niet aanwezig. Ten aanzien van gebouw bewonende vleermuizen en vogelsoorten, met name Gierzwaluw en Huismus, verdient de mogelijke aanwezigheid in het direct aangrenzend gelegen pand Lindeplein 5 aandacht.

Vervolgens zijn in het rapport de gevolgen van die conclusies onderzocht:

Vleermuizen De voorgenomen nieuwbouw leidt mogelijk tot het verdwijnen van verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuissoorten. Op dat punt is aanvullend onderzoek nodig om te kunnen beoordelen of het planvoornemen leidt tot overtredingen van de Wet natuurbescherming. Als gevolg van het planvoornemen gaan geen essentieel foerageergebied of migratieroutes verloren. Op dat punt is geen sprake van overtredingen van de Wet natuurbescherming. Steenmarter De voorgenomen herinrichting van het gebied leidt niet tot negatieve effecten op het voorkomen van Steenmarter. Van essentieel leefgebied is namelijk geen sprake binnen het plangebied. Ook geldt op basis van de provinciale omgevingsverordening een vrijstelling voor het vernielen of beschadigen van rust- en

54

bestemmingsplan Lindehof

voortplantingsplaatsen van de Steenmarter voor de periode 15 augustus tot en met februari. Vogels Voor niet jaarrond beschermde nesten van vogels geldt dat geen overtredingen worden voorzien, zolang rekening wordt gehouden met het broedseizoen. Aangezien de aanpalende bebouwing (met name Lindeplein 5) geschikt is als nestlocatie voor de Huismus en/of Gierzwaluw, is een aanvullend onderzoek nodig om te kunnen beoordelen of het planvoornemen leidt tot overtredingen van de Wet natuurbescherming. 4.9.2.2 Aanvullend onderzoek Gedurende de relevante onderzoeksperiode(s) is door Bureau Verbeek nader onderzoek verricht naar de aanwezigheid van nesten van de Gierzwaluw en Huismus en verblijfplaatsen van vleermuizen. Dit onderzoek (d.d. 9 november 2023, kenmerk NL BR-22.06.02/03) is als Bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd. De resultaten zijn kort samengevat als volgt: er zijn in- of uitvliegende Gierzwaluwen waargenomen tijdens de drie afgelegde veldbezoeken. Op grond van deze bevindingen kan de aanwezigheid van broedende Gierzwaluwen (nesten) worden uitgesloten; er zijn tijdens de veldbezoeken geen aanwijzingen verkregen die wijzen op de aanwezigheid van nesten van de Huismus binnen het plangebied en de waarnemingen tijdens de veldbezoeken wijzen op een beperkte functionaliteit van het plangebied als foerageergebied voor de Huismus.

Daarbij gaat het overigens met name om het terras bij de Brikke Oave; in de noordgevel van de Brikke Oave is een paarverblijfplaats van de Gewone dwergvleermuis aanwezig, die mogelijk ook dient als klein winterverblijf; het plangebied maakt onderdeel uit van een vaste vliegroute van de Gewone vleermuis tussen de foerageerlocatie Vijverpark en ten westen van het plangebied aanwezige verblijfplaatsen van deze soort, maar het betreft geen essentiële vliegroute; het plangebied heeft een beperkte functie als foerageergebied voor de Gewone Dwergvleermuis, het betreft geen essentieel foerageergebied; rond het plangebied bevindt zich een paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis. Gelet op de aanwezigheid van de paar- en mogelijke winterverblijfplaats van de Gewone Dwergvleermuis is een ontheffing van de Wet natuurbescherming vereist. Voor het overige kunnen voor wat betreft vleermuizen, de Gierzwaluw en de Huismus overtredingen van de Wet natuurbescherming worden uitgesloten, mits - als altijd - rekening wordt gehouden met het broedseizoen van vogels. 4.9.2.3 Maatregelen en ontheffing Gezien de resultaten van het aanvullend onderzoek is een ontheffing aangevraagd bij Gedeputeerde Staten en vervolgens ook verkregen. Onderdeel van die aanvraag is een activiteitenplan, waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden voorgesteld.

Zo wordt voorzien in tijdelijke voorzieningen (4 vleermuiskasten) voor de periode tussen het ongeschikt worden van de bestaande verblijfplaats en het aanbrengen van 4 permanente inbouwkasten in de gevel van de nieuwbouw. Gelet op de voorschriften die aan de ontheffing zijn verbonden is ook geborgd dat de maatregelen als beschreven in het activiteitenplan ook worden uitgevoerd.

bestemmingsplan Lindehof

55

4.9.3 Conclusie Gelet op het voorgaande is afdoende onderzocht wat de gevolgen van het planvoornemen voor beschermde soorten en beschermde habitats zijn. Deze gevolgen worden door middel van maatregelen (mitigatie en compensatie) als beschreven in het activiteitenplan zoveel mogelijk beperkt. Gelet op deze resultaten kan worden gesteld dat afdoende is onderzocht of er belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen bestaan.

4.10

Archeologie

4.10.1 Wettelijk kader Bij de vaststelling van nieuwe bestemmingsplannen, of bij afwijkingen op bestaande plannen, dient de gemeente aan te geven welke archeologische waarden er in de bodem verwacht worden en hoe men met deze waarden om zal gaan. Op basis hiervan kunnen gemeenten bij de verlening van omgevingsvergunningen eisen stellen met betrekking tot het aspect archeologie. Om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Binnen het kader van de Erfgoedwet (juli 2016), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, is men verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren. 4.10.2 Bureau- en verkennend booronderzoek Binnen het plangebied is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd (Brunssum Masterplan centrum – een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, ADC ArcheoProjecten, september 2009, ADC Rapport 2001), waarna het plangebied is vrijgegeven. In het geldende bestemmingsplan is daarom ook niet voorzien in een archeologische dubbelbestemming. Kortgezegd blijkt uit voornoemd onderzoek dat binnen een groot deel van het plangebied het maaiveld in het verleden 4 tot 6 meter is verlaagd.

Voor andere delen van het plangebied geldt dat de oorspronkelijke bodem is vergraven en later is opgevuld. 4.10.3 Conclusie Gezien het voorgaande is afdoende rekening gehouden met archeologische (verwachtings)waarden, is het plangebied reeds vrijgegeven en is geen sprake van belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

4.11

Cultuurhistorie

4.11.1 Wettelijk kader Bij het opstellen van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen dient op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) te worden voorzien in een beschrijving van de (eventueel) in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en de wijze waarop daarmee rekening wordt gehouden in het plan.

56

bestemmingsplan Lindehof

4.11.2 Toetsing Voor onderhavig plangebied is de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Limburg geraadpleegd. Op die kaart zijn ten aanzien van de historische geografie de cultuurhistorische elementen en het cultuurlandschap weergegeven. Daaruit blijkt dat het plangebied is niet gelegen in een gebied waar sprake is van cultuurhistorische waarden. Het plangebied ligt ook buiten de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht "Mijnkoloniën Brunssum". Binnen het plangebied zijn verder geen Rijks- en/of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook worden er geen historische patronen of elementen verstoord door het planvoornemen. Met het planvoornemen komen derhalve geen cultuurhistorische waarden in het gedrang. 4.11.3 Conclusie Gelet op het voorgaande vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor het planvoornemen.

4.12

Verkeersaspecten

Binnen het plangebied worden maximaal 43 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Hoewel die woningen al zijn toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan, zijn ze niet feitelijk aanwezig. Daarom worden de effecten voor wat betreft verkeersgeneratie en parkeren opnieuw beschouwd. Hetzelfde geldt voor de circa 320 m2 aan commerciële ruimte. 4.12.1 Verkeersgeneratie Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande ontsluitingsstructuur. De stallingsgarage wordt ontsloten via de Lindestraat. Ingevolge de kencijfers van CROW, als opgenomen in de uitgave 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' van 2018, kan de gemeente Brunssum als een 'sterk stedelijke' gemeente worden aangemerkt en is het plangebied gelegen in het centrum. De kengetallen voor wat betreft verkeersgeneratie als opgenomen in navolgende tabel zijn afkomstig uit die uitgave. Voor de commerciële ruimtes wordt uitgegaan van invulling met een restaurant, aangezien dat de hoogste verkeersgeneratie met zich meebrengt (worst case scenario). Daarvoor geeft voornoemde uitgave echter geen kengetallen voor verkeersgeneratie, wel voor de parkeerbehoefte, namelijk 8 tot 10 parkeerplaatsen per 100 m2 . Brunssum hanteert 9 parkeerplaatsen per 100 m2 .

Rekeninghoudend met een bezetting waarbij de volledige capaciteit (tafels) maximaal 3 keer per dag bezet is (turnover), leidt dat tot een verkeersgeneratie per 100 m2 van 3 x 9 = 27 verkeersbewegingen per 100 m2

Kencijfers CROW

Functie Appartement, koop, duur Appartement, koop, goedkoop Totaal woningen

Aantal 40 3 43

Min. Max. 5,4 6,2 1,8 2,6 Afgerond

Restaurant

320m2 27

Per woning Per woning

Per 100 m2

Verkeersgeneratie (motorvoertuigbewegingen/ weekdagetmaal) Min. Max. 216 248 5,4 7,8 222 256 87

Uit voorgaande berekening volgt dat de beoogde planontwikkeling resulteert in een verkeersgeneratie van minimaal 222 tot maximaal 256 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal voor de woningen. Rekeninghoudend met een omrekenfactor van 1,11 voor het bepalen van het maatgevend werkdagetmaal gaat

bestemmingsplan Lindehof

57

het om circa 246 tot 284 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Uitgaande van een piekuur waarin 10% van het totale aantal verkeersbewegingen wordt afgehandeld, gaat het om circa 25 tot 28 verkeersbewegingen dat uur. Een 50 km/uur-weg als de Lindestraat kan dat goed en veilig verwerken, ook gelet op het feit dat het een eenrichtingsstraat is. Voor de commerciële ruimten gaat het om circa 87 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Rekeninghoudend met een omrekenfactor van 1,11 voor het bepalen van het maatgevend werkdagetmaal gaat het om circa 97 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal en uitgaande van een piekuur waarin 10% van het totale aantal verkeersbewegingen wordt afgehandeld, gaat het om circa 10 verkeersbewegingen dat uur. Parkeren voor deze ruimtes is voorzien in de openbare ruimte. Dat zal plaatsvinden aan de Vijverlaan of op de parkeerplaatsen op het Lindeplein. De wegen die naar deze (nieuwe) parkeerplaatsen leiden kunnen deze aantallen goed verwerken. Daarnaast kan levering van goederen met vrachtauto's plaatsvinden. Uitgaande van gemiddeld één levering per dag leidt dat ook niet tot een (onevenredige) verkeershinder of strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening. Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen niet resulteert in een onacceptabele verkeersbelasting.

4.12.2 Parkeren De parkeernormen van de gemeente Brunssum liggen vast in de Beleidsregel parkeren 2022. Daarin wordt voor het centrum - ongeacht het type/segment woning - uitgegaan van een parkeernorm van 1 parkeerplaats per woning. Dit overigens met uitzondering van onder meer kleine eengezinswoningen, waarvoor de parkeernorm 0,5 parkeerplaats per woning bedraagt. Uitgaande van het maximum aantal woningen dat binnen het plangebied mogelijk wordt gemaakt (43), bedraagt de parkeerbehoefte daarmee 40 parkeerplaatsen voor de beoogde woningen aan het Lindeplein en Mozartstraat en 1,5 voor de studio's aan de Lindestraat. De totale parkeerbehoefte bedraagt daarmee conform de beleidsregel 42 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied wordt voorzien in een ondergrondse stallingsgarage met ruimte voor maximaal 40 parkeerplaatsen, waarmee grotendeels in deze behoefte wordt voorzien. Daarnaast wordt voor de drie studio's aan de Lindestraat voorzien in drie parkeerplaatsen aan de overzijde van de weg. Daartoe wordt voorzien in een erfpachtconstructie, waarmee de beschikbaarheid van die parkeerplaatsen ook wordt geborgd. Voor de commerciële ruimtes geldt - uitgaande van een invulling met een restaurant (hoogste parkeerbehoefte van de toegelaten functies) - 9 parkeerplaatsen per 100 m2 brutovloeroppervlakte = 29 parkeerplaatsen.

In deze parkeerplaatsen zal worden voorzien aan de Vijverlaan, binnen de mogelijkheden die het ter plaatse geldende bestemmingsplan biedt.

58

bestemmingsplan Lindehof

Aanduiding beoogde locatie parkeerplaatsen tbv commerciële ruimtes

Gelet op het voorgaande kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en zijn er op dat punt geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. De definitieve invulling en toetsing vindt plaats bij vergunningverlening voor het beoogde bouwplan. Op dat moment kan op basis van het concreet te realiseren programma (o.a. definitieve aantal woningen, de concreet beoogde invulling van de commerciële ruimten) worden beoordeeld wat de parkeerbehoefte is en hoe die wordt opgevangen. Dat die toets plaatsvindt is geborgd met artikel 6.5 van de planregels.

4.13

Overige aspecten

Het plangebied is gelegen binnen een straalpad van defensie. In het geldende bestemmingsplan is de betreffende zone vastgelegd als beschermingszone en de daaraan verbonden regels zijn overgenomen uit het voorheen geldende bestemmingsplan “Centrum”. Die regels houden - ten onrechte - in dat niet hoger mag worden gebouwd dan 20 meter boven NAP. Dat moet zijn 20 meter boven maaiveld c.q. peil, zoals dat ook is hersteld in het bestemmingsplan Centrum, 1e herziening. De betreffende zone is ook in dit bestemmingsplan weer ingetekend en voorzien van de aanduiding vrijwaringszone - straalpad. Het bestemmingsplan maakt een bouwhoogte hoger dan 20 meter mogelijk. Defensie c.q. het Rijksvastgoedbedrijf is om meermaals om advies gevraagd, maar er is geen advies kenbaar gemaakt. Op basis daarvan wordt aangenomen dat er op dit punt geen belemmeringen bestaan voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

bestemmingsplan Lindehof

59

60

bestemmingsplan Lindehof

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Inleiding

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door voor de gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht.

5.2

Uitgangspunten

5.2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wettelijke regeling voor bestemmingsplannen is vervolgens verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). Het bestemmingsplan dient te voldoen aan de als bijlage bij de voornoemde Regeling opgenomen Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Dit betekent dat bestemmingsplannen kwalitatief gelijkwaardig zijn en uniform in aanpak, uitvoering, uitwisseling van gegevens en raadpleging daarvan. 5.2.2

Planonderdelen

Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Daarnaast gaat het bestemmingsplan vergezeld van een toelichting, die voorziet in de motivatie en onderbouwing van en de toelichting op de keuzes die zijn gemaakt om te komen tot de verbeelding en regels. Een bestemmingsplan kan ook bijlagen bevatten. Indien de bijlagen een relatie hebben met de regels worden ze opgenomen als bijlage bij de regels, zoals bijvoorbeeld een Staat van bedrijfsactiviteiten. Indien de bijlagen bijdragen aan de onderbouwing c.q. motivatie van het plan worden ze opgenomen als bijlage bij de toelichting, zoals rapporten van onderzoeken die ten behoeve van het plan zijn uitgevoerd. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de analoge verbeelding heeft geen juridische betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding.

Bij eventuele verschillen tussen de digitale en analoge verbeelding is de digitale verbeelding juridisch bindend. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de gebruiks- en bouwmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd conform de door het SVBP2012 voorgeschreven systematiek en gebaseerd op de regels uit het geldende aangrenzende bestemmingsplan. De regels omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en ten slotte de overgangs- en slotregels.

bestemmingsplan Lindehof

61

5.3

Toelichting op de planregels

5.3.1 Inhoud algemeen Bij het opstellen van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is voldaan aan het bepaalde in de Wro, Bro en de Rsro. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en plansystematiek. De structuur van het plan is zodanig dat de kaart de primaire informatie geeft over de van toepassing zijnde bestemming. In de regels kan vervolgens worden teruggelezen welke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de betreffende bestemming gelden. Behalve bestemmingen kan de verbeelding onder meer aanduidingen en maatvoeringsvlakken bevatten om binnen een bestemming te kunnen voorzien in maatwerk voor een bepaalde locatie. In dat geval zijn steeds ook regels verbonden aan deze aanduidingen en maatvoeringsvlakken. 5.3.2 Regels De regels zijn conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), welke als bijlage onderdeel uitmaakt van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) opgebouwd en bevatten allereerst begripsomschrijvingen en meetvoorschriften om respectievelijk interpretatie- en meetverschillen uit te sluiten (hoofdstuk 1). Vervolgens zijn in hoofdstuk 2 de regels voor de afzonderlijke bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen, waarbij voor elke bestemming is voorzien in een apart artikel.

Voor zover behoefte bestaat aan het opnemen van regels die niet zijn gebonden aan een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele dan wel een gedeelte van het plangebied, dan zijn de betreffende regels opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels. Indien de betreffende regels betrekking hebben op slechts een gedeelte van het plangebied, dan wordt dat op de verbeelding aangegeven door middel van een zogenoemde gebiedsaanduiding. Per bestemming, die op de verbeelding wordt gebruikt, worden gebruiks- en bouwregels opgenomen. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid. Hoe gronden met een bepaalde bestemming mogen worden gebruikt is primair beschreven in de bestemmingsomschrijving. Eventuele aanvullingen of uitzonderingen zijn opgenomen in de specifieke gebruiksregels. De bouwregels bevatten de regels ten aanzien van de mogelijkheden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten. Zowel ten aanzien van gebruik als bouwen geldt dat binnen een bepaalde marge kan worden voorzien in mogelijkheden om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels.

Deze mogelijkheden zijn opgenomen onder respectievelijk ‘Afwijken van de bouwregels’ en ‘Afwijken van de gebruiksregels’. Voor zover gewenst kan in de regels voor een bestemming worden voorzien in een vergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden. Deze vergunningstelsels dienen dan veelal ter bescherming van binnen de bestemming voorkomende waarden of ter bescherming van bijvoorbeeld ondergrondse leidingen. Indien gewenst kan ook worden voorzien in een bevoegdheid om een

62

bestemmingsplan Lindehof

bestemming geheel dan wel gedeeltelijk te wijzigingen in een andere bestemming. Dergelijke bevoegdheden worden opgenomen onder het kopje ‘Wijzigingsbevoegdheid’. Naast voornoemde veel voorkomende onderdelen van bestemmingsregels kan worden voorzien in een vergunningstelsel voor het slopen van bebouwing en specifieke procedureregels.

5.4

Artikelsgewijze toelichting

Hierna zijn de binnen het plangebied gelegen (dubbel)bestemmingen afzonderlijk opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de desbetreffende bestemming. 5.4.1 Bestemming Gemengd Deze bestemming is toegekend aan dat deel van het plangebied waarvoorgeen ontwikkelingen worden voorzien, namelijk de recent gerealiseerde Brikke Oave en de achter die voorziening gelegen bestaande woning. De gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn afgestemd op de bestaande planologische mogelijkheden op basis van het bestemmingsplan Lindeplein e.o. 5.4.2 Bestemming Gemengd - 1 Deze bestemming is toegekend aan dat deel van het plangebied waarvoor wel ontwikkelingen worden voorzien. Het toegelaten programma (gebruiks- en bouwmogelijkheden) is daarbij afgestemd op de ontwikkeling als beschreven in hoofdstuk 2 van deze toelichting.

bestemmingsplan Lindehof

63

64

bestemmingsplan Lindehof

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

In het kader van de goede ruimtelijke ordening en gezien het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient in een bestemmingsplantoelichting de uitvoerbaarheid van het betreffende planvoornemen te worden verantwoord, zowel in financieel-economisch opzicht als in maatschappelijk opzicht. In navolgende paragrafen wordt op deze uitvoerbaarheidsaspecten ingegaan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bij de onderbouwing van de financieel-economische uitvoerbaarheid zijn twee aspecten van belang. Er dient inzichtelijk te worden gemaakt of en zo ja, welke kosten aan het planvoornemen zijn verbonden voor de gemeente en tevens dient te worden aangetoond dat het planvoornemen zodanig realistisch is dat het daadwerkelijk kan worden gerealiseerd binnen de planperiode van het bestemmingsplan. De gemeente is in beginsel verplicht om op grond van artikel 6.12 eerste lid Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan echter besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. 2. 3.

het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins is verzekerd; het bepalen van een tijdvak voor de exploitatie of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen niet nodig is, en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onder b, c en d Wro niet noodzakelijk is.

Het planvoornemen is aan te merken als een bouwplan als bedoeld in 6.2.1 Bro, waardoor kostenverhaal aan de orde is. Het plangebied is vooralsnog in eigendom van de gemeente Brunssum. Een fasering zoals in punt 2 en de regels onder 3 worden niet noodzakelijk geacht. Het kostenverhaal is anderszins verzekerd, door een anterieure overeenkomst te sluiten met de betrokken ontwikkelaar en door de exploitatiekosten te verdisconteren in de verkoopprijs. Gezien het voorgaande kan dus worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1 Algemeen Het planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 43 woningen en circa 320 m2 aan commerciële ruimtes. Hiermee wordt - gezien eerdere hoofdstukken van deze toelichting - zowel kwantitatief als kwalitatief voorzien in de behoefte. Ook blijkt uit voorgaande hoofdstukken blijkt dat het plan ter plaatse goed inpasbaar is. Door vroegtijdig het gesprek aan te gaan met de omgeving (zie hierna) en gezien de waarborgen die de wettelijk voorgeschreven procedure biedt (o.a. mogelijkheid tot het kenbaar maken van een zienswijze en het instellen van beroep) wordt ook voorzien in een zorgvuldig proces.

bestemmingsplan Lindehof

65

6.3.2 Inloopbijeenkomst voor omwonenden Op basis van de beoogde stedenbouwkundige invulling is op 9 mei 2023 een inloopbijeenkomst georganiseerd in de Brikke Oave, waarvoor omwonenden vooraf zijn uitgenodigd. De insteek van deze avond was om omwonenden te informeren over het nieuwbouwplan. Bovendien was er de mogelijkheid tot het stellen van vragen alsmede het doen van suggesties. Op deze avond waren ontwikkelaar RO groep, architect Architectenzaak en aannemer Dethier aanwezig om vragen te beantwoorden. Op verschillende tafels zijn folders gelegd waarin de informatie over het project vermeld stond, in combinatie met enkele grote foamborden met impressies en plattegronden van het plan. Voorafgaand aan deze informatieavond hebben er individuele gesprekken plaatsgevonden met direct omwonenden van Lindehof. Daarbij was ook een ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeente aanwezig. Er is gesproken met een afvaardiging van de Amadeusstaete, de bewoners van Mozartstraat 1 en 2 en de exploitant van de Brikke Oave. Doel van dit overleg was om de bewoners te informeren over het plan en eventuele zorgen over het nieuwbouwplan boven tafel te krijgen. Op basis van deze gesprekken is vervolgens met de architect bekeken welke oplossingsrichtingen er mogelijk zijn om het ontwerp aan te passen om binnen de gestelde kaders te blijven.

De belangrijkste zorgen betreffen het behoud van privacy en zon op de balkons en tuinen. Er is een beknopte zonnestudie opgesteld en in het ontwerp is bekeken hoe wij de privacy middels zichtlijnen zo veel als mogelijk kunnen behouden. Dit alles binnen de gestelde kaders die gelden vanuit het Bouwbesluit 2012 en gemeente Brunssum. De gesprekken met deze bewoners worden nog steeds voortgezet.

66

bestemmingsplan Lindehof

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

De te volgen procedure

Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure, te weten: a. b. c.

d. e.

Voorontwerp: vooroverleg met gemeentelijke vooroverlegpartners conform artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en de Wet ruimtelijke ordening. Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad; Vaststelling: vaststelling door de gemeenteraad; 1. mogelijkheid reactieve aanwijzing; 2. publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn; Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan); Beroep: beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In het kader van deze procedure kunnen gedurende de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan (fase b) zienswijzen worden ingediend en kan na vaststelling beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (fase e). Van elke terinzagelegging en de op dat moment openstaande mogelijkheden om te reageren vindt vooraf kennisgeving plaats via het elektronisch Gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl).

7.2

Vooroverleg

Van het onderhavige bestemmingsplan is in het kader van artikel 3.1.1 Bro om advies gevraagd van de Provincie Limburg, het Waterschap Limburg en het Rijksvastgoedbedrijf/Defensie. Er is alleen een reactie van de provincie en het waterschap ontvangen. Zij laten weten geen inhoudelijke opmerkingen te hebben ten aanzien van het plan(voornemen).

7.3

Ontwerp en vaststelling

Conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is op 27 december 2023 in het gemeenteblad (2023, 558863) en via de landelijke website www.overheid.nl bekendgemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt. Daarbij is aangegeven dat het ontwerpbestemmingsplan van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 ter inzage ligt. Een ieder kon gedurende de inzagetermijn schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze kenbaar maken ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan en de daarbij behorende stukken zijn gedurende de genoemde periode van terinzagelegging beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast konden de stukken gedurende de openingstijden worden ingezien bij de Gemeentewinkel aan het Lindeplein 1 te Brunssum. Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn drie zienswijzen kenbaar gemaakt. Die zienswijzen zijn samengevat en van commentaar voorzien in een zienswijzennota die als bijlage bij het vaststellingsbesluit is gevoegd. Het bestemmingsplan is naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Deze wijzigingen zijn beschreven in de zienswijzennota.

bestemmingsplan Lindehof

67

68

bestemmingsplan Lindehof

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=ef83206b-cabc-4c86-b63d-6a0ace40bff1