CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 3 (bijlage) Beleidsregels Schuldhulpverlening.docx

Raadsvergadering 8 juni 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Plan van aanpak Schuldhulpverlening ( SHV); Gemeenteblad 2021/31.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregels Wet gemeentelijke schuldhulp gemeente Brunssum Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum;

Gelezen het voorstel aan het college van 6 april 2021; Gelet op de Verordening Schuldhulpverlening van de gemeente Brunssum; overwegende dat deze beleidsregels zijn opgesteld om schuldhulpverlening op een eenduidige manier te kunnen uitvoeren. Besluit vast te stellen: Beleidsregels Wet gemeentelijke schuldhulp gemeente Brunssum.

Artikel 1 – Begripsbepalingen 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. wet: de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; b. college: het college van burgemeester en wethouders van Brunssum; c. inwoner: de inwoner zoals bedoeld in artikel 1 van de wet; d. bedreigende situatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van energie of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering; e. cliënt: de cliënt zoals bedoeld in artikel 1 van de wet; f. plan van aanpak: een in een beschikking opgenomen trajectomschrijving van producten en diensten; g. schuldhulpverleningstraject: het totaal van dienstverlening vanaf aanvraag schuldhulpverlening tot en met de afronding van de minnelijke schuldregeling, hierbij inbegrepen het opstellen van een aanvraag voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen en nazorg. 2. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Algemene wet bestuursrecht dan wel de Gemeentewet. Artikel 2 – Doelgroep De doelgroep van de wet zijn alle inwoners van Brunssum van 18 jaar die ingezetene zijn en die rechtmatig in Nederland verblijf houden.

Artikel 3 – Aanbod schuldhulpverlening 1. Het eerste gesprek over de hulpvraag vindt plaats binnen 4 weken nadat: a. een inwoner zich tot het college wendt voor schuldhulpverlening; of b. een inwoner het aanbod van het college tot schuldhulpverlening aanvaardt na een door het college ontvangen signaal van een schuldeiser als bedoeld in artikel 3, lid 1 onderdeel b van de wet.

2. Indien er sprake is van een bedreigende situatie vindt binnen drie werkdagen het eerste gesprek plaats, waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. 3. Na het eerste gesprek, bedoeld in lid 1 wordt binnen acht weken door het college een beschikking afgegeven, inhoudende een toekenning schuldhulpverlening op basis van een plan van aanpak of een weigering tot schuldhulpverlening. 4. Het college verleent aan cliënt schuldhulpverlening, indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Dit wordt gebaseerd op de uitgangspunten zoals neergelegd in het beleidsplan Gemeentelijke schuldhulpverlening Gemeente Brunssum 2021-2024. 5. Indien schuldhulpverlening noodzakelijk wordt geacht, kan het college schuldhulp verlenen in de vorm van: a. hulpverlenende en voorlichtende werkzaamheden ten aanzien van de financieel technische hulpverlening (inventarisatie schulden, inkomsten, uitgaven, dossieropbouw e.d.); b. hulpverlenende werkzaamheden in het kader van het stabiliseren van de problematische schuldensituatie; c. hulpverlenende werkzaamheden gericht op de motivatie van de cliënt; d. nazorg. 6. De vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt is van meerdere factoren afhankelijk. De factoren die in ieder geval een rol kunnen spelen zijn: a. aard, zwaarte en omvang van de schulden; b. psychosociale situatie; c. houding en gedrag van cliënt; d.

een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening; e. inkomsten, uitgaven en woonsituatie. 7. Het college kan voorwaarden stellen bij het doen van een aanbod aan cliënt. Voorwaarden die in ieder geval gesteld kunnen worden zijn: a. aanvaarden van aanpalende hulpverlening die door het college noodzakelijk wordt geacht voor een duurzaam resultaat van de schuldhulpverlening; b. indien cliënt niet de beschikking heeft over een betaalrekening op eigen naam en zonder debetstand bij een reguliere bank, kan het college cliënt de verplichting opleggen om een basisbankrekening te openen als voorwaarde voor de inzet van stabilisatie, budgetbeheer, betalingsregelingen en/of een schuldregeling. 8. De vorm, wijze van invulling, doorlooptijden en voorwaarden van het schuldhulpverleningstraject worden vastgelegd in het plan van aanpak schuldhulpverlening. 9. Het college is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taak als bedoeld in artikel 3 lid 1 onderdeel a en b. Onder noodzakelijke gegevens wordt verstaan de gegevens uit de basisregistratie personen en gegevens die noodzakelijk zijn om de signalen bedoeld in artikel 3 lid 1 onderdeel b te verwerken. 10.

Het college gebruikt het burgerservicenummer van een inwoner bij het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 3 lid 9 met het doel te waarborgen dat de in het kader van de uitvoering van de schuldhulpverlening te verwerken persoonsgegevens op die inwoner betrekking hebben. 11. Het college is bevoegd persoonsgegevens van de inwoner, die het college heeft verkregen voor de uitvoering van de taken die bij of krachtens de Jeugdwet, Participatiewet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan het college zijn opgedragen, ook te verwerken als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening.

Artikel 4 - Verplichtingen 1. Client doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schuldhulpverleningstraject, voor zover gegevens over deze feiten en omstandigheden niet door het college kunnen worden verkregen. 2. Cliënt is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schuldhulpverleningstraject. De medewerking bestaat onder andere uit: - het voldoen aan de identificatieplicht; - het nakomen van afspraken; - geen nieuwe schulden aangaan; - het zich houden aan de bepalingen van de overeenkomsten die cliënt in het kader van het schuldhulpverleningstraject sluit; - het zich houden aan aanvullende verplichtingen en voorwaarden, die tijdens het schuldhulpverleningstraject worden opgelegd en vastgelegd. Artikel 5 – Weigeringsgronden 1. Schuldhulpverlening kan worden geweigerd indien: a. cliënt niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2; b. onvoldoende aannemelijk is dat de schulden te goeder trouw zijn ontstaan dan wel onbetaald gelaten zijn; c.

cliënt in staat van faillissement verkeert of de Wet schuldsanering natuurlijke personen op cliënt van toepassing is verklaard; d. er bij cliënt sprake is van recidive zoals beschreven in artikel 6; e. cliënt fraude heeft gepleegd, die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en cliënt in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd. 2. Alvorens ingevolge lid 1 onderdeel a te besluiten tot weigering wordt cliënt eenmaal een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. Artikel 6 – Weigeren bij recidive 1. Schuldhulpverlening kan worden geweigerd indien: a. minder dan 3 maanden voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend een eerste schuldhulpverleningstraject op grond van artikel 5 lid 1 is beëindigd of geweigerd; b. minder dan 12 maanden voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend een tweede of volgend schuldhulpverleningstraject op grond van artikel 5 lid 1 is beëindigd of geweigerd; c. minder dan 12 maanden voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend door cliënt een wettelijk schuldsaneringstraject als bedoeld in de Wet schuldsanering natuurlijke personen tussentijds is beëindigd;

d. minder dan 12 maanden voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend door cliënt een wettelijk schuldsaneringstraject als bedoeld in de Wet schuldsanering natuurlijke personen succesvol is doorlopen. 2. Een eventueel eerder gebruik van de producten informatie, advies, een doorverwijzing en/of nazorg gelden niet als een eerder schuldhulpverleningstraject. 3. Weigering van schuldhulpverlening op grond van onderdelen a t/m d van het eerste lid sluiten het geven van informatie en advies en/of een doorverwijzing naar ketenpartners niet uit.

Artikel 7 - Beëindigingsgronden 1. Een schuldhulpverleningstraject kan worden beëindigd indien: a. cliënt niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2; b. de cliënt niet langer behoort tot de doelgroep als genoemd in artikel 2; c. het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; d. de cliënt zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden; e. later blijkt dat schuldhulpverlening op grond van onjuiste gegevens of informatie aan cliënt is toegekend, terwijl schuldhulpverlening zou zijn geweigerd indien het college ten tijde van de besluitvorming bekend zou zijn geweest met de juiste gegevens of informatie; f. de cliënt zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; g. de cliënt in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; h. de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de cliënt, niet (langer) passend is; i. de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht; j. de cliënt niet voldoet aan de bepalingen van de overeenkomsten die in het kader van het schuldhulpverleningstraject met hem gesloten zijn; k.

cliënt fraude heeft gepleegd, die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en cliënt in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd. 2. Alvorens ingevolge lid 1 onderdeel a te besluiten tot beëindiging wordt cliënt eenmaal een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. Artikel 8 – Inherente afwijkingsbevoegdheid en onvoorziene omstandigheden 1. Het college handelt overeenkomstig dit beleid, tenzij dit in een voorkomend geval tot gevolgen zou leiden, die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het doel van deze beleidsregels. 2. In alle gevallen waarin dit beleid niet voorziet, respectievelijk in alle andere onvoorziene situaties, wordt beslist door het college.

Artikel 9 – Bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking de dag na de op gebruikelijke wijze gedane bekendmaking. Gelijktijdig worden de ‘Beleidsregels Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gemeente Brunssum’, zoals vastgesteld door het college van de gemeente Brunssum op 30 oktober 2012 ingetrokken. 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels schuldhulpverlening 2021 gemeente Brunssum’.

Aldus vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders te Brunssum d.d. 25 mei 2021,

De burgemeester,

De secretaris,

…………………….

…………………..

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=b10e5d36-e7b2-4011-95d4-3246ea835b65