Raadsvoorstel 29 (bijlage) KBL Jaarstukken 2022.pdf
Tekst van het document
2021 484 214 698
505 253 758
2020 494 336 830
Uit het overzicht blijkt dat de saneringskredieten steeds vaker worden ingezet als instrument van schuldhulpverlening. Door KBL zijn over 2022 de volgende bedragen gerealiseerd: SCHULDEN AANPAK
Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Niet GR Klanten Totaal
Realisatie 2022 54.800 447.700 343.500 174.000 803.000 687.500 453.600 211.672 3.175.772
Realisatie 2021 75.715 687.895 266.000 111.055 679.440 634.030 465.840 271.244 3.191.219
Verschil 20.915240.19577.500 62.945 123.560 53.470 12.24059.57315.448-
_____________________________________________________________________________________________ 26
Jaarstukken 2022
WSNP-verklaringen Zoals bij het onderdeel Schuldenaanpak al is opgemerkt, spant KBL zich in om zoveel als mogelijk minnelijk tot een akkoord met de schuldeisers van een klant te komen, mits dit de duurzame oplossing voor de schuldenproblematiek van de klant dient. Het stemt tot tevredenheid dat dit in steeds meer gevallen slaagt. Mocht echter geen akkoord met de schuldeisers worden bereikt, dan mag een verzoek voor toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) bij de Rechtbank worden ingediend. Bij toelating tot de WSNP wordt voor de klant een bewindvoerder WSNP aangewezen. Deze WSNP-trajecten vinden buiten KBL plaats waarbij in sommige gevallen wel het inkomensbeheer bij KBL plaatsvindt. In het vorige verslag merkte wij al op dat een WSNP-zitting bij de Rechtbank spannend is voor de meeste klanten en voor de nodige stress bij mensen zorgt. Gebleken is dat de pilot “verduurzaming Wsnp” van vorig jaar door zowel klanten, de rechtbank als de bewindvoerders Wsnp positief werkt. In samenwerking met de beleidsmedewerkers van de GR-gemeenten is daarom besloten de pilot “verduurzaming Wsnp” tot reguliere werkwijze om te buigen. Ook blijft de casemanager van de Kredietbank gedurende het gehele Wsnp traject een steun voor de klant mits de klant hiervoor toestemming geeft.
Nadrukkelijk dient te worden opgemerkt dat een aanvraag voor toelating tot de WSNP geen “mislukt” minnelijk traject is. Zonder een gedegen poging om minnelijk tot een akkoord met schuldeisers te komen kan er in beginsel geen toelating tot de WSNP worden aangevraagd. Ook zijn er situaties waarbij er geen overzicht te krijgen is in alle schuldeisers van de klant en is het risico dat een nieuwe schuldeisers zich, met het recht om 100% te innen, in een minnelijk traject meldt te groot. Het voordeel van een WSNP is dat in die gevallen alle schulden die ontstaan zijn voor de zitting van het WSNP-verzoek in het traject vallen, ook als deze schuldeisers op de dag van de zitting nog niet bekend waren bij de schuldhulpverlening. Onderstaand een overzicht van de afgifte WSNP-verklaringen in 2022: Afgifte Wsnp-verklaringen GR 2022 Totaal
Niet GR 2022 104 104
19 19
Totaal 2022 123 123
Totaal 2021 192 192
In 2022 zijn 123 WSNP-verzoekschriften door de KBL afgegeven.
_____________________________________________________________________________________________ 27
Jaarstukken 2022
Kerngegevens
Inwoners aantal Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal
per 1 jan 2022 27.674 86.845 45.324 37.023 121.151 91.719 409.736
per 1 jan 2021 27.670 86.936 45.442 37.262 120.227 91.743 409.280
_____________________________________________________________________________________________ 28
Jaarstukken 2022
Jaarrekening 2022 Kredietbank Limburg
_____________________________________________________________________________________________ 29
Jaarstukken 2022
Balans per 31 december 2022 (na resultaatbestemming)
2021
2022
ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Gebouwen Machines, apparaten en installaties Totaal materiële vaste activa met economisch nut
0 215.983 215.983
0 156.078 156.078
Totaal vaste activa
156.078
215.983
5.037.580
4.214.087
Financiële vaste activa Kredieten Vlottende activa Uitzettingen Liquide Middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa
1.499.817 7.004.801 90.336
588.375 6.748.647 111.626
Totaal
7.448.648
8.594.954
12.642.306
13.025.023
Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Resultaat vóór verliesverrekening Bijdrage GR-gem. in exploitatieres. Eigen vermogen ult. verslagperiode Voorzieningen Vaste schulden
0 -78.141 78.141 0 43.000 615.611
0 17.057 0 17.057 222.000 615.611
658.611
854.668
Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal
12.036.939 329.473
11.254.173 533.465 11.787.638
12.366.412
12.642.306
13.025.023
_____________________________________________________________________________________________ 30
Jaarstukken 2022
Overzicht van baten en lasten 2022
Realisatie 2022
Begroting Begroting 2022 primair 2022 na wijziging
Realisatie 2021
729.396 729.396
731.000 731.000
375.000 50.000 425.000
416.076 55.676 471.752
1.413.306
1.413.000
1.715.000
1.438.313
231.024
222.000
251.000
212.500
Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal
1.375.827 565.781 1.872.705 3.814.312
1.420.000 561.000 1.832.000 3.813.000
1.520.000 509.000 2.374.000 4.403.000
1.317.219 445.002 1.840.595 3.602.817
Schuldenaanpak
3.750.220
3.985.000
4.685.000
4.007.723
Nazorg
9.204
9.000
-
-
Overige bedrijfsopbrengsten
42.964
15.000
30.000
175.833
346.432 4.526 350.958
316.000 25.000291.000
266.000 1.000265.000
270.904 21.152249.751
611.988
612.000
-
78.141
8.880
25.000
75.000
8.315
Totale baten
10.962.251
11.116.000
11.849.000
10.245.145
Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Mutatie voorziening bovenwettelijke vak. dagen Onvoorzien
8.256.401 14.265381.349 86.508 89.811 280.284 1.155.709 487.517 8.880 213.000 -
8.881.000 40.000 239.000 63.000 90.000 250.000 1.124.000 404.000 25.000 -
9.403.000 75.000 253.000 70.000 94.000 255.000 1.140.000 403.000 75.000 81.000
8.203.421 24.960 221.491 47.772 82.908 247.290 1.079.921 329.067 8.315 -
Totale lasten
10.945.194
11.116.000
11.849.000
10.245.145
Saldo van baten en lasten
17.057
0
0
0
Mutaties reserves
-17.057
0
0
0
0
0
0
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Instroom en diagnose Sociale kredietverstrekking (intake)
Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres. Deelname GR-gem. in voorz. kredport.
Gerealiseerd resultaat
_____________________________________________________________________________________________ 31
Jaarstukken 2022
Toelichtingen: Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de balans en in de staat van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie het inzicht voor de gebruikers in de jaarrekening van KBL ten goede komt omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van KBL op het gebied van schuldhulpverlening, budgetbeheer, beschermingsbewind en sociale kredietverlening. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegelden verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Met ingang van 1 januari 2016 is KBL belastingplichtig in het kader van de wet Vennootschapsbelasting. Ultimo 2016 is met de Belastingdienst overleg geweest over de fiscale status van de activiteiten van KBL.
Dit zal naar verwachting ertoe leiden dat geen van de activiteiten van KBL belast zullen worden in het kader van de vennootschapsbelasting. Algemeen Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022. Alle bedragen luiden in euro’s, tenzij anders vermeld. Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het boekjaar volgend op ingebruikneming lineair afgeschreven _____________________________________________________________________________________________ 32
Jaarstukken 2022
in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven (niet van toepassing). Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Verbouwing: Automatisering: Hardware en software Mobiele telefoons Inventaris en inrichting:
15 jaar 3-4 jaar 2 jaar 4-10 jaar
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Kredieten Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde, waarbij v.w.b. de integrale kredietportefeuille een voorziening is gevormd voor verwachte oninbaarheid van de kredieten. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande kredieten. Hieronder zijn begrepen de vorderingen op klanten. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande vorderingen. De spaartegoeden van klanten die onder bewindvoering staan, worden in de jaarrekening onder de vlottende activa opgenomen. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen. Terugbetaling vindt plaats op het moment dat bewindvoering is komen te vervallen. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen In 2020 is een voorziening WW-verplichting gevormd.
KBL is eigenrisicodrager voor WWuitkeringen van voormalige medewerkers. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. In 2022 is een voorziening bovenwettelijke vakantiedagen gevormd. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. Vaste schulden Onder de vaste schulden zijn begrepen de achtergestelde leningen die, in overeenstemming met de bepalingen bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), door aan de GR deelnemende gemeenten gestort zijn. Deze achtergestelde leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
_____________________________________________________________________________________________ 33
Jaarstukken 2022
Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de netto vlottende schulden is de post ‘crediteuren klanten’ opgenomen. Deze schulden worden tegen de nominale waarde opgenomen en hebben betrekking op verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Verantwoording van deze schulden vindt deels plaats bij ontvangst van de factuur en deels op basis van onderliggende budgetplannen. Onder de liquide middelen zijn bankrekeningen opgenomen waarop de gelden van de klanten ontvangen worden. Deze bankrekening wordt gebruikt voor de betaling van de verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Ook zijn opgenomen de schulden aan leveranciers en handelskredieten en het banksaldo van de eigen middelen van KBL. Overlopende passiva De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld conform de indirecte methode. Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten. Gebruik van schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient de directie, in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
COVID-19 Het COVID-19 (Corona) virus heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2022, maar naar verwachting wel voor veel beleidsterreinen van onze begroting 2022 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.
_____________________________________________________________________________________________ 34
Jaarstukken 2022
Toelichting op de balans Materiële vaste activa met economisch nut
2022 156.078 €
€
2021 215.983
Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven: Verbouwingen
Automatisering (incl. telefonie)
Inventaris
2.043.677 2.043.677
3.212.440 3.006.067
1.020.207 1.010.597
6.276.324 6.060.341
-
206.373
9.610
215.983
-
29.906 82.628 52.722-
7.183 7.183-
29.906 89.811 59.905-
3.242.346 3.088.695-
1.020.207 1.017.780-
6.306.231 6.150.152-
153.651
2.427
156.078
Stand per 1 januari 2022 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde Mutaties in 2021 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Stand per 31 december 2022 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde
2.043.677 2.043.677-
Totaal
In 2022 hebben investeringen plaatsgevonden v.w.b. automatisering. Dit betreft hardware en telefonie. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het boekjaar van investering. Verbouwingen worden afgeschreven in 15 jaar. Inventaris en inrichting wordt afgeschreven in 4 of 10 jaar. Automatisering (Hardware en implementaties) wordt afgeschreven in 3 of 4 jaar. Mobiele telefoons in 2 jaar.
Kredieten €
2022 5.037.580
€
2021 4.214.087
De samenstelling van de kredieten is als volgt: Persoonlijke leningen Doorlopende kredieten Voorziening oninbare kredieten
5.066.687 1.863 5.068.550 -30.970 5.037.580
4.242.500 22.332 4.264.832 -50.746 4.214.087
Het verloop van de kredietportefeuille in 2022 blijkt uit onderstaande opstelling:
Boekwaarde per 31-12-2021 Verstrekkingen -/- aflossingen -/- afboekingen Boekwaarde per 31-12-2022
4.264.830 3.972.655 -3.140.281 -28.655 5.068.550
Onderstaand is het verloop van de doorlopende kredieten en persoonlijke leningen van 2020 tot en met 2022 weergegeven: _____________________________________________________________________________________________ 35
Jaarstukken 2022
Persoonlijke leningen (PL) 3.406.740 4.242.500 5.066.687
2020 2021 2022
Doorlopende Totale kredieten (DK) kredietportefeuille 75.278 3.482.018 22.332 4.264.832 1.863 5.068.550
Er is bewust ingezet op de daling van de Doorlopende Kredieten, o.a. door oversluiting. De informatie uit de tabel is vertaald naar de volgende grafiek:
Ontwikkeling kredietportefeuille 6.000.000 5.000.000 4.000.000
DK
3.000.000
PL
2.000.000
Totaal
1.000.000 2022
2021
2020
0
De verdeling van de leningportefeuille is als volgt: PL aantal
Maastricht Sittard Geleen Heerlen Kerkrade Landgraaf Brunssum Totaal GR
bedrag
731 401 558 293 156 127 2.266
1.271.102 690.245 939.873 554.599 251.895 203.583 3.911.298
Niet-GR
648
TOTAAL
2.914
TOTAAL
DK aantal
bedrag
-
3
440 61 543 1.044
1.271.102 690.686 939.934 555.142 251.895 203.583 3.912.342
1.155.389
1
818
1.156.208
5.066.687
4
1.863
5.068.550
1 1 1 -
De verdeling van de lening portefeuille over de GR-deelnemers is in de volgende grafiek inzichtelijk gemaakt.
_____________________________________________________________________________________________ 36
Jaarstukken 2022
Saldi PL & DK per 31-12-2022 Maastricht; 25%
Niet-GR; 40%
Sittard Geleen; 14% Brunssum; 4% Landgraaf; 5%
Heerlen; 2% Kerkrade; 11%
Voorziening oninbare kredieten: Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Op basis van een integrale beoordeling van de kredietportefeuille is gebleken dat een voorziening ter grootte van € 30.970 nodig is. Dit bedrag bestaat uit een gedeelte betreffende verstrekte kredieten vóór 2005 (€ 18.087) en een gedeelte betreffende kredieten vanaf 2005 (€ 12.883). Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vóór 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2021 Dotaties Aanwendingen Vrijval Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2022
35.375 2.900 -17.824 -2.364 18.087
Bovengenoemde aanwendingen betreffen het afboeken van leningen. Deze afboekingen zijn te verdelen in grofweg vier categorieën: 1. De WSNP is na drie jaar afgelopen waardoor klant schuldenvrij is; 2. Klant komt te overlijden en de eventuele erfgenamen verwerpen de erfenis of de boedel is leeg; 3. Afgewikkelde schuldregelingen (ASR); 4. Klanten zijn vertrokken en onbekend is waarheen, de zogenaamde VOW-klanten; 5. Dossiers van klanten die terugkomen van de deurwaarder als gevolg van geen verhaal. In het volgend overzicht staat per gemeente aangegeven wat het bedrag van de afboekingen is geweest van haar inwoners, inclusief de vermelding van de categorie waarin de afboeking te plaatsen is. Dit betreft de afboekingen van leningen welke zijn verstrekt vóór 2005:
_____________________________________________________________________________________________ 37
Jaarstukken 2022
Gemeente
WSNP
Overlijden
VOW/Geen verhaal
ASR
Deurwaarder kost/rente/geen verhaal
Totaal
Brunssum
€ 14.823
€ 14.823
Heerlen
€ 3.001
€ 3.001
Landgraaf
€0
Sittard-Geleen
€0
Overige
€0
Totaal 2022
€ 17.824
€0
€0
€0
€0
€ 17.824
In procenten
100%
0,0%
0%
0%
0%
100%
Totaal 2021
€0
€0
€ 34.316
€ 5.119
€ 7.475
€ 46.910
In procenten
0%
0,0%
73%
11%
16%
100%
Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vanaf 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2021 Dotaties Aanwendingen Vrijval Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2022
15.370 11.325 -10.831 -2.981 12.883
De kredietportefeuille m.b.t. leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent in het algemeen een veel positiever verloop. De verdeling van de categorieën afboekingen 2022 over de gemeenten is als volgt: Gemeente
WSNP
Overlijden
Brunssum
€ 246
Heerlen
€ 951
VOW/Geen verhaal
ASR
Deurwaarder kost/rente/geen verhaal
Totaal
€ 246 € 589
€ 1.540
Kerkrade
€0
Landgraaf
€0
Maastricht
€ 5.100
Sittard-Geleen
€ 1.131
€ 1.131
Overig
€ 2.066
€ 2.066
Totaal 2022
€
-
In procenten
€
1.196,40
€
8.886,78
€ 748
€
-
€
748,09
€ 5.848
€
10.831,27
0%
11%
82%
0%
7%
100%
Totaal 2021
€0
€ 7.676
€ 7.129
€ 2.586
€ 1.038
€ 18.429
In procenten
0%
41,7%
39%
14%
6%
100%
Uitzettingen €
2022 588.375
€
2021 1.499.817
De uitzettingen bestaan uit: Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Totaal
2022 481.879 106.496 588.375
2021 892.697 607.120 1.499.817
_____________________________________________________________________________________________ 38
Jaarstukken 2022
Vorderingen op openbare lichamen €
2022 481.879 €
2021 892.697
2022 59.626 0 35.189 387.065 481.879
2021 116.085 78.141 360.352 338.120 892.697
Het vorderingensaldo per 31 december 2022 bestaat uit: Omschrijving Deelname GR gemeenten in voorziening kredietport. Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat Diensten GR-gemeenten Diensten Niet-GR gemeenten Totaal
De totale deelname van GR gemeenten in de voorziening kredietportefeuille bedraagt per 31 december 2022 € 59.626 en kan worden verdeeld over verstrekte kredieten van vóór 2005 € 35.912 en vanaf 2005 € 23.714.
Overige vorderingen €
2022 106.496 €
2021 607.120
Dit betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert in het kader van bewindvoering. Onder de kortlopende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden).
Liquide middelen €
2022 6.748.647
€
2021 7.004.801
De liquide middelen per 31 december bestaan uit: Kasmiddelen Bankrekeningen Totaal
2022 1.328 6.747.319 6.748.647
2021 1.296 7.003.505 7.004.801
De liquide middelen zijn direct opeisbaar. Onder de liquide middelen zijn 2 bankrekeningen (inzake schuldhulpverlening en beschermingsbewind) bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) opgenomen waarop de gelden van klanten worden ontvangen. Deze bankrekeningen worden gebruikt ten behoeve van de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten en aan klanten. Met BNG is een kredietovereenkomst gesloten die voorziet in rentecompensatie van alle betaalrekeningen van KBL. De kredietfaciliteit bij BNG is medio 2022 beëindigd. Er zijn geen zekerheden afgegeven. Schatkistbankieren De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige eigen middelen van de KBL. De gelden van klanten zijn hiervan uitgezonderd. Het drempelbedrag voor het afstorten van overtollige middelen bedraagt tot 1 juli 2022 € 250.000. Vanaf 1 juli 2022 is het drempelbedrag verhoogd naar € 1.000.000. De eigen middelen van KBL zijn het gehele jaar onder genoemd drempelbedrag gebleven zodat er geen verplichting tot afstorten was in 2022. Zie onderstaande berekening per kwartaal: _____________________________________________________________________________________________ 39
Jaarstukken 2022
Verslagjaar 2022 (bedragen x € 1.000) Drempelbedrag
250 250 1.000 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
-5.989 6.239
-3.410 3.660
-3.431 4.431
-2.733 3.733
0
0
0
0
Overlopende activa €
2022 111.626
€
2021 90.336
De overlopende activa kunnen als volgt worden weergegeven: 2022 Nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanc. op uitkeringen met spec. bestedingsdoel Overige nog te ontv. en vooruitbetaalde bedragen Totaal
€ € €
111.626 111.626
2021 € € €
90.336 90.336
De specificaties zijn opgenomen in onderstaande tabel: Omschrijving Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal
2022 25.889 85.737 111.626
2021 14.912 75.424 90.336
2022 0 25.889 25.889
2021 0 14.912 14.912
Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Nog te ontvangen rente Overige nog te ontvangen bedragen Totaal
De overige nog te ontvangen bedragen betreft hoofdzakelijk de nog te vorderen BTW over het boekjaar 2022 ad € 13.000. Vooruitbetaalde bedragen De vooruitbetaalde bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Vooruitbetaalde huur Vooruitbetaald onderhoud Vooruitbetaalde verzekeringen Overige vooruitbetaalde bedragen Totaal
2022 0 54.989 12.034 18.713 85.737
2021 0 51.189 13.281 10.955 75.424
_____________________________________________________________________________________________ 40
Jaarstukken 2022
Eigen vermogen en resultaat € Het eigen vermogen per 1 januari Resultaat boekjaar vóór verliesverrekening Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat Het eigen vermogen per 31 december Af te dragen aan GR-gemeenten Eigen vermogen per saldo
2022 17.057
2021 -
€
17.057 0 17.057 17.057
78.14178.141 -
Conform artikel 30 lid 4 wordt een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank, voor zover het niet van het eigen vermogen kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed. Het per saldo positieve exploitatieresultaat ad € 17.057 is toegevoegd aan het eigen vermogen per 31 december 2022. Tijdens de bestuursvergadering van 19 januari 2012 is besloten dat het weerstandsvermogen is bepaald op 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). De berekening van het weerstandsvermogen ultimo 2022 blijkt uit onderstaande opstelling: Weerstandsvermogen Lasten excl. mutatie voorziening Weerstandsvermogen 6% Eigen vermogen na winstbestemming Af te dragen aan GR-gemeenten
10.723.314
10.245.145
643.399 17.057 0
614.709 0
Aangezien het eigen vermogen na winstbestemming per ultimo boekjaar lager is dan het weerstandsvermogen, is er geen terugbetalingsverplichting op grond van artikel 30 lid 3 van de GR verschuldigd.
Voorzieningen €
2022 222.000
€
2021 43.000
De voorzieningen betreffen: Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening WW-verplichting Voorziening bovenwettelijke verlofuren
2022 9.000 213.000 222.000
2021 43.000 0 43.000
Met ingang van het boekjaar 2020 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2022 is bepaald op basis van geschatte WW-uitkeringen inzake voormalige medewerkers wiens dienstverband vóór 31 december 2022 is beëindigd. Het verloopoverzicht van de voorziening WW-verplichting is als volgt: Boekwaarde begin boekjaar Toevoeging Vrijval Aanwending Boekwaarde einde boekjaar
2022 43.000 12.211 -26.373 -19.838 9.000
2021 54.000 24.960 0 -35.960 43.000
_____________________________________________________________________________________________ 41
Jaarstukken 2022
Met ingang van het boekjaar 2022 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de bovenwettelijke verlofuren opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2022 is bepaald op basis van het saldo van de bovenwettelijke verlofuren per 31 december 2022. Het verloopoverzicht van de voorziening bovenwettelijke verlofuren is als volgt: 2022 0 213.000 0 0 213.000
Boekwaarde begin boekjaar Toevoeging Vrijval Aanwending Boekwaarde einde boekjaar
Vaste schulden
2021 0 0 0 0 0
€
2022 615.611 €
2021 615.611
€
2022 615.611 €
2021 615.611
De vaste schulden betreffen: Onderhandse leningen openbare lichamen
Het verloopoverzicht is als volgt: Saldo 31-12-2021 Vermeerderingen Aflossingen Saldo 31-12-2022
615.611 0 0 615.611
De onderhandse leningen per 31 december betreffen “Achtergestelde leningen”. Diverse gemeenten hebben de achtergestelde leningen gestort, in overeenstemming met de bepaling bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling. Onderstaand volgt een overzicht met hierin gespecificeerd de saldi per gemeente: Achtergestelde leningen deelnemers GR Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal
2022 59.674 121.890 91.104 60.430 154.720 127.793 615.611
2021 59.674 121.890 91.104 60.430 154.720 127.793 615.611
Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen deelnemers GR Wanneer de geaccumuleerde batige saldi, vermeerderd met de achtergestelde leningen van de deelnemers op enig moment de nagestreefde solvabiliteit (10%) overschrijden, dan wordt het meerdere deel pro rata in mindering gebracht op de achtergestelde leningen. Gelet op het exploitatieresultaat en de balansposities vindt over 2022 geen gedeeltelijke terugbetaling plaats van de achtergestelde leningen aan de deelnemers van de GR. De leningen zijn renteloos.
_____________________________________________________________________________________________ 42
Jaarstukken 2022
Netto vlottende schulden €
2022 11.254.173
€
2021 12.036.939
De netto vlottende schulden bestaan uit: Overige schulden Bank Totaal
2022 8.520.945 2.733.227 11.254.173
2021 9.131.561 2.905.378 12.036.939
2022 6.747.839 106.496 1.666.610 8.520.945
2021 7.003.711 607.120 1.520.730 9.131.561
De overige schulden kunnen als volgt worden weergegeven: Crediteuren klanten Verplichtingen liquide middelen klanten Schulden aan leveranciers en handelskredieten Totaal
Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten die vanaf januari 2023 tot uitbetaling leiden. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. De sterke afname wordt veroorzaakt door het overzetten van de bankrekeningen naar beheer- en leefgeldrekeningen van de Rabobank. Schulden aan leveranciers en handelskredieten Het crediteurensaldo per 31 december 2022 laat een saldo zien van € 1.653.591. Het saldo wordt grotendeels bepaald door de nog te betalen salariskosten over december 2022 aan de gemeente Maastricht ad € 1.485.712. De gemeente Maastricht voert de salarisadministratie uit ten behoeve van KBL. De openstaande schulden zijn per medio februari 2022 afgelopen.
Bank €
2022 2.733.227
€
2021 2.905.378
Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de 2 bankrekeningen van de BNG t.b.v. klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel. Overlopende passiva € Omschrijving Vooruitontvangen bedragen Overige schulden Totaal
2022 533.465 €
2021 329.473
2022 391.090 142.376 533.465
2021 54.813 274.660 329.473
De overlopende passiva kunnen als volgt worden weergegeven: _____________________________________________________________________________________________ 43
Jaarstukken 2022
Verplichtingen welke in het lopend begrotingsjaar zijn opgebouwd en volgend begrotingsjaar worden betaald Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
2022
2021
142.376
274.660
391.090 533.465
54.813 329.473
Verplichtingen De verplichtingen ultimo 2022 bestaan uit: • Advieskosten € 20.000 • Energie- en servicekosten € 35.000 • Huur Maastricht (wordt doorberekend) € 12.000 • Overige nog te betalen kosten en nog te ontvangen facturen € 74.000 Vooruitontvangen bedragen Het bedrag ultimo 2022 betreft de projecten Schulden afkoop jongeren Maastricht en de Kinderopvangtoeslagaffaire (KOT).
_____________________________________________________________________________________________ 44
Jaarstukken 2022
Niet uit de balans blijkende verplichtingen De jaarlijkse verplichting betreffende met derden aangegane huurverplichtingen onroerend goed bedraagt in totaal € 152.000. De looptijd van het huurcontract is 10 jaar, met een looptijd tot 30 juni 2025. Hierdoor is de totale contractwaarde voor de resterende periode € 380.000. Het huurcontract kan opgezegd worden met een opzegtermijn van 6 maanden, maar KBL is niet voornemens hiervan gebruik te maken. De overige verplichtingen betreffen voornamelijk onderhoudscontracten betreffende gebouwen ad € 66.000 (contractwaarde resterende periode € 165.000), automatisering ad € 376.000 (contractwaarde € 438.000), telefonie ad € 57.000 (contractwaarde € 66.000) en printers € 14.000 (contractwaarde € 14.000). Daarnaast is er nog een verplichting betreffende de postbezorging ad € 134.000 (contractwaarde € 402.000). De resterende looptijd van de contracten varieert van 1 tot 3 jaar.
_____________________________________________________________________________________________ 45
Jaarstukken 2022
Toelichting op het overzicht van baten en lasten BATEN: Algemeen Door het Bestuur is besloten dat de in rekening gebrachte voorschotten niet behoeven te worden verrekend met de daadwerkelijke aantallen. Overuitputting van de voorschotten wordt in rekening gebracht. De hier getoonde baten 2022 inzake de GR-gemeenten v.w.b. schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking, beschermingsbewind/budgetbeheer maatwerk, budgetbeheer en het aandeel van rente van gemeenten en betreffen de voorschotten inclusief de facturatie van de overuitputting. In het hoofdstuk COVID-19 virus worden de verschillen tussen voorschotten en realisatie toegelicht per GR-gemeente.
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten
€ € €
2022 729.396 729.396
€ € €
2021 416.076 55.676 471.752
De totale opbrengsten over 2022 zijn € 258.000 hoger dan de realisatie 2021 en € 2.000 lager dan de begroting over 2022.
Instroom en diagnose €
2022 1.413.306
€
2022 1.213.752 199.554 1.413.306
GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Instroom en diagnose
2021 1.438.313
2021 1.280.098 158.215 1.438.313
De totale opbrengsten over 2022 zijn € 25.000 lager dan de realisatie 2021 en gelijk aan de begroting over 2022.
Sociale kredietverstrekking (intake)
€
2022 231.024
€
2021 212.500
De intake voor een sociaal krediet heeft tot doel te beoordelen of het mogelijk is om op een sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze krediet te verstrekken aan inwoners van de GR- en overige gemeenten in het werkgebied van KBL. De totale opbrengsten over 2022 zijn € 19.000 hoger dan de realisatie 2021 en € 9.000 hoger dan de begroting over 2022.
Budgetbeheerrekening €
2022 1.375.827
€
2021 1.317.219
2022 2021 GR-gemeenten 1.022.697 945.342 Niet-GR-gemeenten 95.048 85.350 Betaald door klanten 258.082 286.527 Budgetbeheerrekening 1.375.827 1.317.219 _____________________________________________________________________________________________ 46
Jaarstukken 2022
Het aantal bugetbeheerrekeningen is in 2022 toegenomen tot 1.743 (2021: 1.715). De totale opbrengsten over 2022 zijn € 59.000 hoger dan de realisatie 2021 en € 44.000 lager dan de begroting over 2022.
Budgetbeheer maatwerk €
2022 565.781
€
2021 445.002
Het aantal dossiers Budgetbeheer Maatwerk is van 161 dossiers in 2021 gestegen naar 211 dossiers in 2022. De totale opbrengsten over 2022 zijn € 121.000 hoger dan de realisatie 2021 en € 5.000 hoger dan de begroting over 2022.
Bewindvoering €
2022 1.872.705
€
2021 1.840.595
Het aantal zaken bewindvoering is in 2022 gedaald van 879 dossiers naar 852 dossiers. Daarnaast is dit geen statisch aantal. Er vindt instroom, doorstroom en uitstroom in plaats. Met name nieuwe bewindvoeringszaken zijn arbeidsintensief bij het opstarten ervan. Voor het bedrijfsonderdeel beschermingsbewind worden de tarieven jaarlijks wettelijk vastgesteld en is de extra bijdrage beperkt tot de compensatie voor het hogere uurtarief. Deze compensatie boven de normbedragen wordt bij de gemeenten in rekening gebracht. De totale opbrengsten over 2022 zijn € 32.000 hoger dan de realisatie 2021 en € 41.000 hoger dan de begroting over 2022.
Schuldenaanpak €
2022 3.750.220
€
2022 3.084.948 453.456 211.672 3.750.076
GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Betaald door klanten Schuldenaanpak
2021 4.007.723
2021 3.270.639 465.840 271.244 4.007.723
De totale opbrengsten over 2022 zijn € 258.000 lager dan de realisatie 2021 en € 235.000 lager dan de begroting over 2022.
Nazorg €
2022 9.204 €
2021 -
De totale opbrengst is € 9.000 hoger dan in 2021 en gelijk aan de begroting over 2022.
_____________________________________________________________________________________________ 47
Jaarstukken 2022
Overige bedrijfsopbrengsten €
2022 42.964
€
2021 175.833
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit de facturatie van het effectueren van de 90% clausule bij de niet-GR gemeenten conform DVO. Daarnaast zijn hier de nagekomen baten van deurwaarder inzake afgewikkelde dossiers opgenomen en is hier de BTW teruggaaf over 2022 verantwoord ter grootte van € 13.000. De totale opbrengsten over 2022 zijn € 133.000 lager dan de realisatie 2021 en € 28.000 hoger dan de begroting over 2022.
Rentemarge €
2022 350.958
€
2022 346.432 4.526 350.958
Rentebaten kredieten Overige rentelasten minus -baten Rentemarge
2021 249.751
2021 270.904 21.152249.751
KBL voorziet in haar financieringsbehoefte door eventueel gebruik te maken van debet faciliteiten in rekening-courant. Dit is in 2022 en eerder niet aan de orde geweest. De rentemarge is ca. € 101.000 toegenomen in vergelijking met 2021. De stijging van de rente baten wordt veroorzaakt door de gestegen kredietportefeuille ondanks de gemiddeld lagere rente van verstrekte kredieten. Verschillen in de rentebaten zijn bovendien ontstaan door correcties op de achterstandsrente bij afboekingen van leningen. De rentebaten betreffen de daadwerkelijk ontvangen rente van klanten en gefactureerde rente bij gemeenten. De kredietportefeuille is over 2022 per saldo ca. € 800.000 gestegen als gevolg van de inzet van meer saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening. De totale rentemarge over 2022 is ca. € 60.000 hoger dan de begroting.
Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat €
2022 611.988
€
2021 78.141
De bijdrage van de GR-gemeenten in het exploitatieresultaat in 2022 is ca. € 534.000 hoger dan in 2021 en gelijk aan de begroting over 2022, door het niet verrekenen van de voorschotten.
Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille
€
2022 8.880
€
2021 8.315
Het bestuur heeft in 2008 besloten om een voorziening te treffen voor de oninbaarheid van de uitstaande kredieten, die voor 2005 verstrekt zijn. Jaarlijks zal worden bepaald hoe hoog de stand van deze voorziening dient te zijn. Daar staat tegenover dat toekomstige afboekingen dan aan deze voorziening kunnen worden onttrokken, waardoor de druk op toekomstige resultaten zal afnemen. De kredietportefeuille met betrekking tot de leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent een veel positiever verloop. De afboekingen op verstrekte leningen vanaf 1 januari 2005 zijn tot nu toe minimaal en ook de achterstanden zijn acceptabel. Desondanks is besloten _____________________________________________________________________________________________ 48
Jaarstukken 2022
om ook ten aanzien van deze kredietportefeuille een voorziening voor oninbaarheid op te nemen. De deelname over 2022 is € 1.000 hoger dan de realisatie 2021 en € 16.000 lager dan de begroting over 2022.
KBL kent in haar begroting en jaarrekening geen post onvoorzien, daardoor wordt hiervoor geen verloopoverzicht conform het BBV opgesteld.
_____________________________________________________________________________________________ 49
Jaarstukken 2022
LASTEN:
Salarissen €
2022 8.256.401
€
2021 8.203.421
De post salarissen bestaat uit: 2022 6.453.113 -117.651 961.519 959.420 8.256.401
Brutolonen Af: Ziekengeld Sociale lasten Pensioenpremies Totaal salarissen
2021 6.367.168 -116.255 950.529 1.001.980 8.203.421
De salariskosten zijn in 2022 hoger als gevolg van de indexering conform CAO, de jaarlijkse anciënniteit en promoties naar de eindschaal. De salariskosten zijn in 2022 ca. € 53.000 hoger dan in 2021. De begroting 2022 is gebaseerd op een personeelsbestand van gemiddeld 127 fte. In 2021 bedroeg het daadwerkelijk gemiddeld aantal ca. 121 fte. Per saldo zijn de salariskosten in 2022 ca. € 625.000 lager dan de begroting. De kosten van de medewerkers in het kader van de KOT zijn niet verdisconteerd in de kosten salarissen. De baten en lasten van de KOT medewerkers worden niet verwerkt in de exploitatie maar op de balans.
WW-uitkeringen €
2022 14.265-
€
2021 24.960
De kosten WW-uitkeringen 2022 bestaan uit:
Uitbetaalde WW-uitkeringen Dotatie voorziening WW-verplichting WW-uitkeringen
2022 -14.265 -14.265
2021 0 24.960 24.960
Als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke contracten zijn WW-uitkeringen door het UWV doorbelast aan KBL. Op het gebied van werkloosheid is KBL eigenrisicodrager. De uitbetaalde uitkeringen zijn in 2022 ca. € 39.000 lager dan in 2021. Een aantal voormalige medewerkers heeft minder of korter aanspraak gemaakt op een uitkering. KBL werkt samen met een re-integratiebureau dat voormalige medewerkers begeleidt van werk naar werk. Conform de richtlijnen van het BBV wordt er met ingang van 2020 een voorziening WWverplichting opgenomen in de jaarrekening. Ultimo 2022 bedroeg de voorziening € 9.000 tegenover € 43.000 ultimo 2021. In de begroting 2022 zijn de kosten WW-uitkeringen geraamd op € 40.000 en de realisatie is derhalve € 54.000 lager dan begroot.
_____________________________________________________________________________________________ 50
Jaarstukken 2022
Inhuur medewerkers €
2022 381.349
€
2021 221.491
De kosten van inhuur zijn in 2022 € 160.000 hoger dan in 2021. De hogere kosten in 2022 waren het gevolg van het tijdelijk inhuren van een projectleider, ICT-, P&C- en Privacy ondersteuning en medewerkers ten behoeve van de uitvoering. De kosten volgens de begroting waren € 239.000.
Overige personeelslasten €
2022 86.508
€
2021 47.772
De lasten in 2022 zijn € 39.000 hoger dan in 2021. Als gevolg van corona waren er in 2021 minder personeelsactiviteiten mogelijk gebleken. Daarnaast zijn hier de thuiswerkvergoedingen verantwoord. In de begroting 2022 zijn de overige personeelslasten geraamd op € 63.000.
Afschrijvingen €
2022 89.811
€
2021 82.908
Per saldo zijn de afschrijvingen t.o.v. 2021 gestegen met ca. € 7.000. De stijging is het gevolg van het feit dat in 2021 in totaliteit ca. € 62.000 aan uitgaven is geactiveerd i.v.m. automatisering en telefonie. Voor een detailweergave van de afschrijvingslasten verwijzen wij naar de toelichting bij de materiële vaste activa. In de begroting 2022 zijn de afschrijvingen geraamd op € 90.000.
Huisvestingslasten €
2022 280.284
€
2021 247.290
De huisvestingslasten 2022 bestaan uit:
2022 155.945 51.781 14.006 58.552 280.284
Huur Service Energie Overige huisvestingslasten Totaal huisvestingslasten
2021 151.210 51.783 14.008 30.288 247.290
De huisvestingslasten zijn in 2022 € 33.000 hoger dan in 2021. De stijging komt met name door de huur van vergaderruimtes in de Hanenhof. In de begroting 2022 zijn de huisvestingslasten geraamd op € 250.000. De realisatie is derhalve € 30.000 hoger dan de begroting, met name het gevolg van het huren van vergaderruimtes.
Bureau/administratielasten €
2022 1.155.709
€
2021 1.079.921
De bureau- en administratielasten 2022 bestaan uit: _____________________________________________________________________________________________ 51
Jaarstukken 2022
2022 733.424 36.724 248.419 30.455 106.687 1.155.709
Inventaris en automatisering Kantoorbenodigdheden en drukwerk Telefoon en porti Lidmaatschappen en abonnementen Overige bureau/administratielasten Totaal bureau/administratielasten
2021 650.230 36.479 227.806 27.248 138.159 1.079.921
De bureau- en administratielasten zijn in 2022 ca. € 76.000 hoger ten opzichte van 2021. De kosten van automatisering en telefoon/porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie. Met name kosten van ICT zijn aanzienlijk gestegen. In de begroting 2022 zijn de bureau- en administratielasten geraamd op € 1.124.000. De realisatie is derhalve € 32.000 hoger dan begroot. Met name de hogere kosten van automatisering veroorzaken de verschillen tussen de realisatie en de begroting.
Beheerslasten €
2022 487.517
€
2021 329.067
De beheerslasten 2022 bestaan uit:
2022 39.651 79.897 52.822 119.700 166.367 652 28.428 487.517
Reis en verblijf Studie Accountantskosten Administratieve dienstverlening Advisering Incasso Overige beheerslasten Totaal beheerslasten
2021 13.465 36.421 50.979 130.991 75.413 903 20.894 329.067
De beheerslasten zijn in 2022 € 158.000 hoger dan in 2021. Dit is met name het gevolg van hogere reis- en verblijfkosten, studiekosten en advieskosten. De beheerslasten in 2022 zijn € 84.000 hoger dan de begroting.
Mutatie voorziening kredietport. €
2022 8.880
€
2021 8.315
De mutatie voorziening heeft betrekking op de gehele kredietportefeuille en is het resultaat van de beoordeling op oninbaarheid ultimo boekjaar en de afboekingen in 2022.
_____________________________________________________________________________________________ 52
Jaarstukken 2022
Analyse afwijkingen t.o.v. de begroting In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) is bepaald dat organisaties per programma verantwoording dienen af te leggen over hun uitgaven in relatie tot de begroting. Aangezien KBL één programma uitvoert, beperkt deze verantwoording zich tot de totale exploitatielasten. De werkelijke lasten in het boekjaar 2022 bedragen € 10.945.000. De lasten conform de begroting 2022 bedragen € 11.116.000. De begroting is hiermee onderschreden met een bedrag van € 171.000. De grootste verschillen worden onderstaand toegelicht: •
De personele lasten zijn € 514.000 lager dan de begroting. De onderschrijding van de salariskosten ad € 625.000 wordt veroorzaakt door de lagere formatie. Verder zijn de WW-uitkeringen € 54.000 lager als gevolg van de aanzienlijk lagere voorziening per ultimo 2022. De kosten van externe inhuur zijn € 142.000 hoger dan de begroting. Dit betreft inhuur van een projectmanager, projectleider, ICT-, P&C- en Privacy ondersteuning en medewerkers ten behoeve van de uitvoering. De overige personeelslasten zijn € 24.000 hoger dan begroot.
•
De afschrijvingslasten zijn gelijk aan de begroting.
•
De huisvestingslasten zijn € 30.000 hoger dan de begroting als gevolg van het huren van de vergaderruimtes.
•
De bureau- en administratielasten zijn € 32.000 hoger dan de begroting. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere kosten van automatisering en telefonie.
•
De beheerslasten zijn € 84.000 hoger dan de begroting. Dit is met name het gevolg van hogere reis- en verblijfkosten, studiekosten en advieskosten.
•
De mutatie voorziening m.b.t. de kredietportefeuille is € 16.000 lager dan begroot. Hier staat de Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille tegenover voor hetzelfde bedrag.
•
Met ingang van het boekjaar 2022 is een voorziening bovenwettelijke verlofuren gevormd, conform de richtlijnen van het BBV. Deze voorziening was niet begroot. De dotatie in 2022 bedraagt € 213.000.
_____________________________________________________________________________________________ 53
Jaarstukken 2022
Begrotingsrechtmatigheid KBL kent maar 1 programma (schuldhulpverlening). Onderstaand wordt het verschil tussen de vastgestelde begroting 2022 (1 juli 2021 vastgesteld) en de realisatie over 2022 weergegeven:
Begrotingsafwijking
-171.000
Conclusie: Conclusie onrechtmatig maar telt niet mee voor oordeel -171.000 akkoord
Motivering van de conclusie: De lasten volgens de realisatie over 2022 zijn per saldo € 171.000 lager dan de begroting over 2022. De verschillen, ontstaan in navolging van het door het Bestuur goedgekeurd, bestaand beleid en waren niet te voorzien in de maand van vaststelling. Het Bestuur is tijdens de bestuursvergaderingen en op de afgesproken informatiemomenten via de voor- en najaarsmarap tijdig en correct op de hoogte gesteld van de verwachte kostenonderschrijding. Het Algemeen Bestuur heeft in dit kader aangegeven dat de kostenonderschrijding derhalve niet behoeft te worden meegewogen bij de beoordeling van de jaarrekening 2022.
_____________________________________________________________________________________________ 54
Jaarstukken 2022
Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead Conform de richtlijnen van het BBV (Notitie Overhead) is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven:
2022
2021
Salarissen
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
6.274.865 1.981.536 8.256.401
€ € €
6.234.600 1.968.821 8.203.421
Overige personeelslasten
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
355.572 112.286 467.857
€ € €
204.640 64.623 269.263
WW-uitkeringen
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
€ 14.265- € 14.265- €
24.960 24.960
Afschrijvingen
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
89.811 89.811
€ € €
82.908 82.908
Huisvestingslasten
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
280.284 280.284
€ € €
247.290 247.290
Bureau- en administratielasten
Directe kosten Overhead (deels) Totaal
€ € €
217.522 61.352 278.874
€ € €
201.492 53.561 255.053
Overhead (geheel)
€ €
876.835 1.155.709
€ €
824.868 1.079.921
Beheerslasten
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
487.517 487.517
€ € €
329.067 329.067
Mutatie voorziening kredietportefeuille
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
8.880 8.880
€ € €
8.315 8.315
Mutatie voorziening bovenw. verlofuren Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
213.000 213.000
€ € €
-
Totale directe kosten Totale overhead Totale lasten
€ € €
6.847.958 4.097.236 10.945.194
€ € €
6.640.732 3.604.412 10.245.145
De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van fte per functie, beloningen per functie en schattingen.
_____________________________________________________________________________________________ 55
Jaarstukken 2022
Overzicht van structurele en incidentele baten en lasten Realisatie 2022
waarvan structureel
waarvan incidenteel
729.396 729.396
729.396 729.396
-
1.413.306
1.413.306
-
231.024
231.024
-
Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal
1.375.827 565.781 1.872.705 3.814.312
1.375.827 565.781 1.872.705 3.814.312
-
Schuldenaanpak
3.750.220
3.750.220
-
9.204
9.204
-
42.964
42.964
-
Rentemarge
346.432 4.526 350.958
346.432 4.526 350.958
-
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres.
611.988
611.988
-
8.880
8.880
-
10.962.251
10.962.251
8.256.401 14.265381.349 86.508 89.811 280.284 1.155.709 487.517 8.880 213.000
8.256.401 14.265381.349 86.508 89.811 280.284 1.155.709 487.517 8.880 213.000
10.945.194
10.945.194
0
17.057
17.057
0
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Instroom en diagnose Sociale kredietverstrekking (intake)
Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten
Deelname GR-gem. in voorz. kredport. Totale baten Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Mutatie voorziening bovenw. verlofuren Totale lasten Gerealiseerd resultaat
0
-
_____________________________________________________________________________________________ 56
Jaarstukken 2022
Kasstroomoverzicht Kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode
2022
2021
€
€
Bedrijfsresultaat vóór verliesverrekening Afschrijvingen (en overige waarde veranderingen) Mutatie voorzieningen
17.057
-78.141
89.811 179.000
82.908 -11.000
Vorderingen op openbare lichamen
410.818
-235.088
Overige Vorderingen
500.624
137.208
Overlopende activa
-21.289
-3.256
Overige Schulden
-610.615
-2.399.746
Overlopende passiva
203.992
194.082
Veranderingen in werkkapitaal:
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat
-
Kasstroom uit bedrijfsoperaties Financiële baten
-
Financiële lasten
-
78.141 752.340
-2.156.752
769.397
-2.234.892 -
-
Kasstroom uit operationele activiteiten
-
769.397
-2.234.892
Investeringen in immateriële en materiële vaste activa
-29.906
-62.158
Desinvesteringen materiële vaste activa Mutaties financiële vaste activa
-823.493
-839.838
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Aflossing van langlopende schulden Mutatie achtergestelde leningen
-853.399
-
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
-901.996
-
Mutatie liquide middelen
-
-84.002
-3.136.889
Stand liquide middelen 1/1
4.099.422
7.236.311
Stand liquide middelen 31/12
4.015.420
4.099.422
Mutatie liquide middelen
-84.002
-3.136.889
Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten.
_____________________________________________________________________________________________ 57
Jaarstukken 2022
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) beschrijft de publicatieplicht en toetsing aan de maximale bezoldigingsnorm van salarissen van topfunctionarissen. Hierna zijn van de topfunctionarissen (directeur, voormalig directeur en waarnemend directeur) van KBL weergegeven hoe de bezoldiging over 2022 zich verhoudt tot de maximum bezoldigingsnorm van de WNT ad € 209.000 op jaarbasis. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Bedragen x € 1
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte Bezoldiging Bezoldiging
dhr. R.C.H. van den Tillaar Algemeen directeur 1/1 - 31/12 1,0 134.388
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
216.000
-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag
-
Bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2021 Bedragen x € 1
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021 Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte Bezoldiging Bezoldiging
134.388 N.v.t. N.v.t. dhr. R.C.H. van den Tillaar Algemeen directeur 1/1 - 31/12 1,0 129.111
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag
-
Bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
129.111 N.v.t. N.v.t.
De inschaling is conform het functiehuis van KBL.
De bestuursleden van KBL worden op basis van de wet aangemerkt als topfunctionarissen. Zij ontvangen echter geen bezoldiging, ook niet in 2022. Onderstaand volgt een overzicht van de bestuursleden in 2022:
_____________________________________________________________________________________________ 58
Jaarstukken 2022
Naam topfunctionaris Functie Dhr. P. van Zutphen Voorzitter bestuur tot 6 oktober 2022 Mevr. J. Bühler Voorzitter bestuur m.i.v. 7 oktober 2022 Dhr. J. Roland Bestuurslid Dhr. A. Meij Bestuurslid Dhr. I. Tillie Bestuurslid Dhr. J. Paas Bestuurslid Mevr. M. Fokke Bestuurslid Dhr. F. Bastiaens Bestuurslid Dhr. C. Wilbach Bestuurslid Mevr. M. van Leusden Bestuurslid Dhr. A. Houtakkers Bestuurslid Dhr. J. Clemens Bestuurslid Dhr. Geilen Bestuurslid Dhr. S. L'Espoir Bestuurslid Dhr. Wiermans Bestuurslid
_____________________________________________________________________________________________ 59
Jaarstukken 2022
Bijlage taakvelden
Taakvelden
Primaire Begroting
Begroting(swijziging)
Verschil tussen startprognose en realisatie
Realisatie
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
0.1
Bestuur
-
51
(51)
-
53
(53)
-
53
(53)
-
0.4
Overhead
4.043
3.992
51
4.161
4.108
53
4.104
4.044
59
(58)
(64)
0.8
Incidentele baten/lasten
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
7.806
7.806
-
6.955
6.848
107
6.859
6.848
(96)
-
(96)
0.11 Resultaat exploitatie 6.71 Maatwerk dienstverlening
-
11
Lasten
Saldo
0
(0) 6
KBL kent 1 programma. Alle taakvelden worden binnen dit programma verantwoord.
_____________________________________________________________________________________________ 60
Jaarstukken 2022
Ondertekening jaarrekening
De jaarrekening is door de directeur en het Algemeen Bestuur opgemaakt te Geleen op 30 maart 2023.
Dhr. R. van den Tillaar
Mevr. J. Bühler
Directeur
Voorzitter AB
Vaststelling van de jaarrekening Geleen, 30 maart 2023 De jaarrekening is door het Algemeen Bestuur vastgesteld te Geleen op 30 maart 2023.
Mevr. J. Bühler Voorzitter AB
_____________________________________________________________________________________________ 61
Jaarstukken 2022
Overige gegevens Statutaire bepalingen betreffende resultaatbestemming Als gevolg van artikel 30 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling is het volgende bepaald ten aanzien van het exploitatieresultaat: Artikel 1: Het batig saldo van de verlies- en winstrekening van de bank wordt ten gunste van het risicofonds geboekt Artikel 2: Bedraagt het saldo van de rekening ‘risicofonds’ voor de in lid 1 bedoelde bijboeking meer dan een door het algemeen bestuur vast te stellen percentage van het uitstaand kapitaal, dan wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld geboekt op een afzonderlijke reserverekening Artikel 3: Indien en voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5 Artikel 4: Een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank wordt, voor zover het niet van de in lid 2 bedoelde reserverekening kan worden afgeschreven door de gemeenten vergoed. Artikel 5: Door de gemeenten wordt in de vergoeding in het vorige lid bedoeld, bijgedragen als volgt: a. In de helft van het totaal te vergoeden bedrag naar verhouding van het bevolkingscijfer van elke gemeente tot het totale bevolkingscijfer van alle deelnemende gemeenten.
b. In de overige helft naar verhouding van het totaalbedrag van de aan de inwoners van elke gemeenten in het jaar, waarop de vergoeding betrekking heeft, uitstaande kredieten, tot het totaalbedrag van de aan de inwoners van alle gemeenten gedurende hetzelfde jaar uitstaand kredieten beide per 1 januari van dat jaar.
_____________________________________________________________________________________________ 62
Jaarstukken 2022
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg VERKLARING OVER DE IN DE JAARSTUKKEN OPGENOMEN JAARREKENING 2022 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2022 van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg te Geleen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2022 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg op 31 december 2022 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. De jaarrekening bestaat uit: • Het overzicht van baten en lasten over 2022. • De balans per 31 december 2022. • De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. • De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur en het Controleprotocol WNT 2022. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2022 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben _____________________________________________________________________________________________ 63
Jaarstukken 2022
gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 102.000, waarbij de bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves bedraagt, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 BADO en het controleprotocol vastgesteld met het besluit d.d. 7 oktober 2022. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2022. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve of WNT-redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 102.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.