CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 29 (bijlage) Het Uitvoeringsprogramma Drank- en Horecawet 2021-2024 gemeente Brunssum.pdf

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Preventie- en handhavingsplan jeugd en alcohol ZL. 2021-2024; Gemeenteblad 2021/296.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

UITVOERINGSPROGRAMMA HANDHAVING DRANK- EN HORECAWET GEMEENTE BRUNSSUM

2021-2024

Op basis van het Preventie- en Handhavingsplan Jeugd, Alcohol & Omgeving

Team Veiligheid, Toezicht & Handhaving

1

1. Inleiding 1.1 Algemeen Op 1 januari 2013 is de Drank- en Horecawet in werking getreden. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor preventie en handhaving op het gebied van alcoholgebruik. De burgemeester is het bevoegd gezag voor toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet (hierna te noemen: DHW) in de gemeente. Deze taak komt naast de bevoegdheid voor het verlenen van DHW-vergunningen. Per 1 januari 2014 is de leeftijdsgrens voor het kopen en in bezit hebben op een openbare plek van zwak alcoholische of sterke drank verhoogd van 16 naar 18 jaar. Het verstrekken van alcohol aan jongeren is ook strafbaar. Met de komst van het toezicht op de DHW naar gemeenten, zijn we in staat om aan de voorkant (preventie) en achterkant (repressie) werk te maken van het terugdringen van alcoholgebruik met name onder jongeren. De wetgever erkent dit belang. Het doel van de wet is gezondheidsschade door alcohol bij jongeren voorkomen en verstoring van de openbare orde door alcoholmisbruik onder jongeren en anderen terug te dringen. Toezicht en handhaving zijn belangrijke instrumenten om de naleving te bevorderen. De Drank- en Horecawet maakt de burgemeester verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving hierop. De burgemeester wijst toezichthouders aan.

De beperkte toezichtcapaciteit zal leiden dat het toezicht en de handhaving gericht en aan de hand van een risicoanalyse zal worden ingezet. De ondernemer of paracommerciële rechtspersoon die de regels goed naleeft, wordt minder gecontroleerd. Dit uitvoeringsprogramma is gebaseerd op een integrale beleidsvisie en is opgesteld op basis van het Preventieen handhavingsplan jeugd en alcohol Zuid-Limburg 2021-2024. Er wordt inzichtelijk gemaakt welke handhavingstaak de gemeente heeft ten aanzien van de Drank- en Horecawet en de wijze waarop het bevoegd gezag van deze bevoegdheid gebruik maakt. Hieruit volgt op welke wijze bij overtredingen van de Drank- en Horecawet wordt opgetreden. Er wordt gewerkt met een stappenplan en een sanctiestrategie. Het uitvoeringsprogramma handhaving is van toepassing op verschillende domeinen: horeca, supermarkten, evenementen, slijterijen en paracommercie. 1.2 Integrale aanpak Als uitgangspunt voor integraal alcoholbeleid wordt het preventiemodel van Reynolds (2003) gehanteerd, dat ook de basis vormt voor de handreiking “gezonde gemeenten” van het RIVM. Het model kent 3 beleidspijlers: regelgeving, handhaving en educatie. De pijlers staan deels op zichzelf maar overlappen elkaar ook (figuur 6). Het model is gebaseerd op de systeemtheorie van Holder (1998) die duidelijk maakt dat alcoholgebruik altijd een resultaat is van een combinatie van factoren.

Zowel de persoon, zijn sociale omgeving, het aanbod van drank als het overheidsbeleid beïnvloeden het alcoholgebruik. Voor een succesvolle alcoholmatiging is het belangrijk vooral de omgeving van de jonge drinker te beïnvloeden, zoals het uitgaansleven (horeca, verenigingen, evenementen), de school en de ouders.

Regelgeving

Handhaving Preventie

Educatie

2

Figuur 6: Preventiemodel Reynolds

3

1.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen zijn afkomstig van het Preventie- en handhavingsplan jeugd en alcohol ZuidLimburg 2021-2024. Doel: Afname alcoholgebruik en de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik onder de 18 jaar. De uitgangspunten bij het nastreven van de doelstelling zijn als volgt geformuleerd: 1. In de eerste plaats wordt gestreefd naar bewustwording bij jongeren, hun opvoeders en verkoopkanalen van alcohol. 2. Wanneer de beschikbaarheid van alcohol voor jeugd onder de 18 afneemt, neemt ook hun alcoholgebruik af. 3. Handhavingsmaatregelen zijn aanvullend op preventiemaatregelen. 4. De gemeenten en haar bestuur dragen in haar communicatie naar buiten dezelfde boodschap uit, namelijk: o Beslist geen alcohol voor jeugd onder de 18 o Er zijn alternatieven voor alcohol o Te veel alcohol heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van jeugdigen. Dit streven is, net als 4 jaar geleden, vertaald in de volgende doelstellingen. De doelstellingen worden gemonitord door regionale onderzoeken (GGD, Mondriaan etc): 1. Jongeren en hun opvoeders zijn zich meer bewust van de gezondheidsrisico’s van het gebruik van alcohol op jonge leeftijd. 2. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren beginnen met het drinken van hun eerste glas alcohol is gestegen. 3. Het risicovol drankgebruik (binge drinken en coma zuipen) onder jongeren is afgenomen. 4.

De tolerantie bij ouders/verzorgers ten opzichte van alcoholgebruik door hun kinderen is afgenomen. 5. Schenkers houden zich aan de leeftijdsgrens van 18 jaar.

4

2. Handhavingsmodel Wanneer een overtreding van de Drank- en Horecawet wordt geconstateerd, zal in beginsel worden overgegaan tot handhaving. De gemeente heeft diverse handhavingsmiddelen die kunnen worden toegepast als de bepalingen van de Drank- en Horecawet worden overtreden. Het handhavingstraject dat de burgemeester start is afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding. Daarom stelt de burgemeester een handhavingsmodel op. Dit model is hieronder weergegeven. Waar mogelijk wordt eerst gewaarschuwd. Sancties zoals boetes, dwangsommen, tijdelijk verbod op het schenken van alcohol, en in het uiterste geval het afnemen van vergunningen, zijn mogelijke gevolgen van (herhaalde) overtredingen. Eén van de mogelijke sancties is het toepassen van een last onder dwangsom. Per overtreding is vastgesteld wat de hoogte van de boete is (zie bijlage). 2.1 Indeling in categorieën In dit uitvoeringsprogramma handhaving zijn de overtredingen die betrekking hebben op de vergunningplichtige domeinen (horeca, paracommercie en slijterijen) in vier categorieën verdeeld: -

CATEGORIE 1 CATEGORIE 2

-

CATEGOGIE 3

-

CATEGORIE 4

(met name het verstrekken van alcoholhoudende dranken zonder vergunning) (met name het verstrekken van alcoholhoudende dranken aan jongeren onder de 18 jaar) (met name overtredingen die van directe invloed zijn op de gezondheid van jongeren en/of openbare orde) (overige overtredingen)

Voor iedere categorie is een stappenplan opgesteld. Daarnaast worden in het arrangement de overtredingen die betrekking hebben op niet Drank- en Horecawet vergunningplichtige bedrijven (bijvoorbeeld supermarkten) en evenementen apart vermeld. De categorieën zijn uitgewerkt in hoofdstuk 4. 2.2 Periode waarin een overtreding blijft meetellen Voor het uitvoeringsprogramma handhaving geldt in algemene zin dat een volgende stap wordt gezet in het stappenplan wanneer binnen een jaar na een vorige constatering opnieuw een overtreding plaatsvindt. Een overtreding blijft drie jaar meetellen. Vindt een overtreding plaats binnen drie jaar na de vorige overtreding, maar is die vorige overtreding langer dan een jaar geleden, dan wordt de handhavingsstap die voor de betreffende ondernemer of paracommerciële rechtspersoon geldt, herhaald. 2.3 Niet-limitatieve opsomming Dit uitvoeringsprogramma handhaving kent een niet-limitatieve opsomming van verschillende overtredingen en het daarbij horende stappenplan van waarschuwingen en maatregelen. Dit houdt in dat niet alle overtredingen van de Drank- en Horecawet zijn opgenomen in het handhavingskader. Hierdoor kan de toezicht- en handhavingscapaciteit gericht worden ingezet.

Dit laat onverlet dat de bepalingen uit de Drank- en horecawet die niet zijn opgenomen in het handhavingsmodel de burgemeester te allen tijde de mogelijkheid bieden om handhavend op te treden. In dat geval wordt aansluiting gezocht bij de opgenomen categorisering. 2.4 Primair handhavingsproces Een verzoek aan de burgemeester tot het nemen van een boete maatregel kan worden ingediend door de toezichthoudende partij. Vervolgens worden, indien daar aanleiding toe is, belanghebbenden uitgenodigd voor een zienswijzengesprek of bestaat de mogelijkheid om schriftelijk een zienswijze in te dienen. Tijdens het zienswijzengesprek wordt de ondernemer of paracommerciële rechtspersoon (en/of raadsman) in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven over het voorliggende dossier. Na dit zienswijzengesprek worden alle feiten en omstandigheden afgewogen ten opzichte van wet- en regelgeving en het handhavingsmodel. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing. Het besluit wordt bekend gemaakt aan de ondernemer of paracommerciële rechtspersoon, eventuele andere belanghebbenden en de handhavingspartners. Indien de ondernemer of paracommerciële rechtspersoon van een inrichting of een andere belanghebbende zich niet kan verenigen met het besluit van de burgemeester kan hiertegen bezwaar worden gemaakt.

5

3. Uitgangspunten 3.1 Handhaving is onderdeel van de aanpak Toezicht en handhaving zijn een integraal onderdeel van de aanpak om het schadelijk alcoholgebruik onder jongeren terug te dringen en alcoholgerelateerde verstoringen van de openbare orde tegen te gaan. Een betere naleving van de wet en regelgeving kan op meerdere manieren worden bereikt dan met alleen toezicht en handhaving, zoals preventie. 3.2 Proportionaliteit en subsidiariteit Een bestuursrechtelijke handhavingsmaatregel moet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen. Dit houdt in dat de maatregel niet verder mag strekken dan noodzakelijk en dat bij de keuze uit verschillende bevoegdheden geen zwaardere bevoegdheid wordt gebruikt dan de concrete situatie vereist. De feiten en omstandigheden van de situatie spelen dan ook een rol bij de beoordeling of een maatregel nodig is, en zo ja, welke maatregel. De proportionaliteit en subsidiariteit zijn in het handhavingsmodel geïmplementeerd. De burgemeester toetst elke zaak op zijn merites, met als uitgangspunt dit handhavingsmodel. De burgemeester weegt in zijn besluitvorming over een bestuurlijke maatregel het belang van de ondernemer en paracommerciële rechtspersoon af tegen dat van de gezondheid van jongeren en de openbare orde. De gezondheid van jongeren en de openbare orde wegen daarbij zwaar.

3.3 Afwijkingsbevoegdheid De burgemeester heeft bij zijn besluitvorming over de te treffen maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid. De stappen in het handhavingskader gelden daarbij als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van deze uitgangspunten. Zo kan worden besloten om een stap over te slaan en niet eerst te waarschuwen maar direct tot een maatregel over te gaan, bijvoorbeeld als sprake is van ernstige gezondheidsschade als gevolg van de verstrekking van alcoholhoudende drank. Bij een dergelijk besluit wordt dit expliciet gemotiveerd. 3.4 Schorsing van de vergunning Onderdeel van het handhavingsmodel is de schorsing van de vergunning. In de sanctiestrategie wordt aangegeven wat de (maximale) schorsingsperiode is. De burgemeester hanteert deze periode als uitgangspunt. De burgemeester kan op basis van de omstandigheden van het geval, of op basis van de ernst van de overtreding, de schorsingsperiode verkorten. 3.5 Bestuursrecht en strafrecht Het kan zijn dat een incident of overtreding maakt dat zowel op basis van bestuursrecht als op basis van strafrecht een maatregel of sanctie wordt getroffen. Bestuursrecht en strafrecht kunnen naast elkaar worden toegepast. Het OM kan besluiten om degene die de overtreding heeft begaan te vervolgen.

De burgemeester kan daarnaast een bestuursrechtelijke maatregel nemen. 3.6 Erfelijke belasting Handhaving vindt plaats per ondernemer/paracommerciële rechtspersoon, per instelling en per locatie. Wanneer een nieuwe ondernemer/paracommerciële rechtspersoon het bedrijf overneemt, worden in beginsel de stappen in het handhavingsmodel ‘gereset’, dus teruggebracht naar de startsituatie. “Erfelijke belasting” geldt in ieder geval indien een ondernemer/paracommerciële rechtspersoon zijn ondernemingsvorm wijzigt, bijvoorbeeld wanneer er een vennoot in de zaak bij komt. De intredende ondernemer krijgt dan ook te maken met het verleden van zijn compagnon. Het stappenplan blijft in dit geval gewoon gelden, dus bij een volgende overtreding, ook al is er een nieuwe vennoot, volgt gewoon de volgende stap. Het stappenplan wordt niet ‘gereset’. Dit geldt ook als een ondernemer of paracommerciële rechtspersoon in de tussentijd zijn Drank- en Horecawetvergunning wijzigt of vernieuwt.

6

4. Categorieën en sanctiestrategie 4.1 Categorieën Categorie 1 (met name het verstrekken van alcoholhoudende dranken zonder vergunning) Toezichthouder

Gemeente (burgemeester)

1e constatering: waarschuwing (alcoholverstrekking dient onmiddellijk te worden gestaakt) 2e constatering en verdere constateringen (binnen jaar na vorige constatering): (alcoholverstrekking dient onmiddellijk te worden gestaakt)

----Sluiten (on)bepaalde tijd

Categorie 2 (met name het verstrekken van alcoholhoudende dranken aan jongeren onder de 18 jaar) Toezichthouder

Gemeente (burgemeester)

1e constatering: waarschuwing

-----

2e constatering last onder dwangsom (binnen een jaar na vorige constatering) 3e constatering (binnen jaar na vorige constatering)

-----

4e constatering (binnen jaar na vorige constatering)

Schorsen Drank- en horecavergunning voor (maximaal) 12 weken Intrekken Drank- en horecavergunning

Categorie 3 (met name overtredingen die van direct invloed zijn op de gezondheid van jongeren en/of openbare orde) Toezichthouder

Gemeente (burgemeester)

1e constatering: waarschuwing

-----

2e constatering: last onder dwangsom (binnen een jaar na vorige constatering) 3e constatering (binnen een jaar na eerste constatering): last onder dwangsom verhoogd met 50% 4e constatering (binnen jaar na vorige constatering)

-----

5e constatering (binnen jaar na vorige constatering)

----Schorsen Drank- en horecavergunning voor (maximaal) 12 weken Intrekken Drank- en horecavergunning

7

Categorie 4 (overige overtredingen) Deze overtredingen zijn in ernst geringer van aard. Daarbij valt te denken aan het niet ter plaatse kunnen tonen van een verstrekte vergunning, of een terras dat buiten de vergunde afmetingen is uitgestald. Toezichthouder

Gemeente (burgemeester)

1e constatering: waarschuwing

-----

2e constatering: last onder dwangsom

-----

3e constatering (binnen een jaar na eerste constatering): last onder dwangsom verhoogd met 50% 4e constatering (binnen jaar na vorige constatering

-----

5e constatering (binnen jaar na vorige constatering

6e constatering (binnen jaar na vorige constatering)

Schorsen Drank- en horecavergunning voor (maximaal) 12 weken Schorsen Drank- en horecavergunning voor (maximaal) 12 weken Intrekken Drank- en horecavergunning

4.2 Sanctiemogelijkheden De Drank- en horecawet kent de volgende sanctie-instrumenten. Bestuurlijke sancties Onderwerp

Artikel

Intrekken DHW-Vergunning

31 DHW

Schorsen DHW-Vergunning

32 DHW

Dwangsom/Bestuursdwang

125 Gemeentewet

Sluiting van een horeca-inrichting

174 Gemeentewet

Verwijderen van bezoekers

36 DHW

Bestuurlijke boete

44 DHW e.v.

Three strikes out

19a DHW

Algemene Plaatselijke Verordening Brunssum Onderwerp

Artikel

Sluitingstijd

2:29 APV

Regulering paracommerciële rechtspersonen

2:34b APV

Strafrechtelijke sancties Onderwerp

Artikel

Wet Economische Delicten jo diverse art. DHW

1 WED

Strafbaarstelling jongeren < 18 jaar

45 DHW

8

Sanctiestrategie bij evenementen Bij evenementen worden bovenstaande termijnen niet gehanteerd, vanwege de grote mogelijkheid dat hetzelfde evenement pas buiten de genoemde termijn van 1 jaar pas weer wordt georganiseerd. De overtredingen dienen binnen een termijn van 2 à 3 uren te worden geconstateerd. Tussen de 1e constatering en de nacontrole wordt de gelegenheid geboden om bijsturing en aanpassingen te doen in de leeftijdsgrenzencontrole, binnen een redelijke termijn. Indien er overtredingen worden geconstateerd bij een terugkerend evenement dan zullen extra voorwaarden worden gesteld in de evenementenvergunning. Bij herhaling van overtredingen door één en dezelfde vergunninghouder zullen wij bekijken of de mogelijkheid bestaat om dit evenement niet meer te vergunnen c.q. te laten plaatsvinden. Sanctiestrategie jongeren Bij iedere controleronde door de BOA wordt bepaald of, naast het handhaven op naleving de leeftijdsgrens door schenkers, er ook gehandhaafd wordt op artikel 45, lid 1 van de DHW.

 Het is degenen, die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, met uitzondering van personen van 16 tot 17 jaar die dienst doen in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waaronder begrepen het zijn van een barvrijwilliger in een inrichting in beheer bij een paracommerciële rechtspersoon, verboden op voor het publiek toegankelijke plaatsen alcoholhoudende drank aanwezig te hebben of voor consumptie gereed te hebben, met uitzondering van plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse wordt verstrekt. Inzet instrumenten Hierbij is het van belang om de doelgroep goed te kennen en in kaart te brengen. Waarom leeft de één de regels wel na en de ander niet? Wat zijn de motieven? Door dit duidelijk in kaart te brengen, kan ook beter worden gekozen welke instrumenten in te zetten.

9

5. Toezicht 5.1 Toezicht Bij het toezicht op de DHW worden twee vormen onderscheiden: 1. Basiscontroles Onder basiscontroles vallen de inrichtings- en evenementencontroles. Deze vorm van toezicht richt zich op DHW-regels voor de drankverstrekkende inrichtingen (horeca, paracommerciële horeca, slijterijen, supermarkten, evenementen) en verkooppunten die geen alcohol mogen verstrekken. Het gaat hierbij over de aanwezigheid en actualiteit van de vergunning of ontheffing, het voldoen aan de voorschriften bij de vergunning/ontheffing en andere bepalingen uit de DHW. Deze controles vinden vaak overdag plaats en er is direct contact met de drankverstrekker, waardoor ook voorlichtings- en bewustwordingsinstrumenten zijn in te zetten. Er zijn mogelijkheden om de controle te integreren met andere toezichttaken zoals die op het terrein van brandveiligheid en milieu. 2. Leeftijdsgrenzeninspecties bij drankverstrekkers en jongeren Leeftijdsgrenzeninspecties bij drankverstrekkers richten zich op het controleren van verstrekking van zwak alcoholhoudende drank aan een jongere onder de 18 jaar, of van sterk alcoholhoudende drank aan een jongere onder de 18 jaar. Het toezicht bestaat uit observaties op de plaatsen waar en tijdstippen waarop (’s avonds en in de weekenden) jongeren alcoholhoudende dranken kopen en gebruiken: supermarkten, evenementen e.d.

Tijdens de leeftijdsgrenzeninspectie kan ook de controle op het doorschenken aan dronken personen (artikel 20, lid 6) worden meegenomen. Leeftijdsgrenzeninspecties bij jongeren richten zich op het aanwezig hebben van alcoholhoudende drank door jongeren die jonger zijn dan 18 jaar en zich in de publieke ruimte bevinden. Het toezicht bestaat uit observaties op hotspots, plaatsen waar en tijdstippen waarop (’s avonds en in de weekenden) jongeren zich met alcoholhoudende dranken in de publiek toegankelijke ruimte begeven (art. 45 DHW). 5.2 Uitvoering van het toezicht Uitvoering van het toezicht op de DHW gebeurt door afdeling bestuurszaken, team VTH. Een van de belangrijke uitgangspunten bij toezicht en handhaving is het handhaven volgens de beleidscyclus en in het bijzonder het programmatisch handhaven. Dat houdt in dat toezicht en handhaving gebeuren op basis van prioriteitenstelling, die is gebaseerd op een risico-analyse: hoe groot is de kans op niet-naleving van de regel en hoe groot zijn de effecten daarvan, i.c. voor met name de gezondheid van jeugdigen en voor verstoring van de openbare orde. Aan de hand van de uitkomsten van deze analyse wordt de toezichtstrategie bepaald. De toezichtstrategie legt de vormen van toezicht vast, de wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd en bij welke doelgroepen het toezicht wordt ingezet.

De burgemeester is het bevoegd gezag om de gemeentelijke DHW-toezichthouder aan te wijzen. Om de toezichthouders goed uit te rusten voor hun taak moeten een aantal specifieke aspecten van het DHWtoezicht voor hun aanwijzing geregeld zijn. In een ministeriële regeling worden enkele eisen vastgelegd die worden gesteld aan de DHW-toezichthouder. De toezichthouder moet tevens Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) zijn en moet een examen over de DHW met goed gevolg hebben afgelegd. Binnen afdeling bestuurszaken, team VTH beschikken we op dit moment niet over BOA’s met de vereiste documenten ten behoeve van het toezicht en de handhaving. De afgelopen jaren hebben we gebruik gemaakt van een opgeleide BOA op dit gebied vanuit gemeente Voerendaal. Op dit moment werven we vanuit team VTH een nieuwe BOA die zich met de Drank- en Horecawetcontroles zal bezighouden, waardoor externe inhuur niet meer hoeft plaats te vinden.

10

6. Sluitingstijden 6.1 Stappenplan bestuurlijke handhaving sluitingstijden horecabedrijven gemeente Brunssum Inleiding

De burgemeester is bevoegd om beleid op te stellen voor de bestuursrechtelijke handhaving van sluitingstijden binnen de horeca. Door een stappenplan bestuurlijke handhaving sluitingstijden horecabedrijven op te stellen, komt er meer duidelijkheid over het traject van handhaving hierop. Aanleiding handhavingsbeleid sluitingstijden horeca Handhaving van de sluitingstijden vindt op dit moment plaats door de politie. De politie merkt op dat de opgelegde boetes vrij gering zijn en dat zij vaak niet serieus worden genomen bij de uitoefening van hun taak. De boete weegt vaak niet op tegen de opbrengst die gemaakt kan worden door de horecaondernemer als de horeca-inrichting langer geopend is en vaak wordt de boete dan gewoon op de koop toegenomen door de horeca-exploitant. De wijkagenten van de politie verzoeken dan ook om het bestuurlijk instrumentarium toe te passen door gemeentelijke aanschrijvingen. Erfelijke belasting Handhaving vindt plaats per ondernemer/paracommerciële rechtspersoon, per instelling en per locatie. Wanneer een nieuwe ondernemer/paracommerciële rechtspersoon het bedrijf overneemt, worden in beginsel de stappen in het handhavingsmodel ‘gereset’, dus teruggebracht naar de startsituatie.

“Erfelijke belasting” geldt in ieder geval indien een ondernemer/paracommerciële rechtspersoon zijn ondernemingsvorm wijzigt, bijvoorbeeld wanneer er een vennoot in de zaak bij komt. De intredende ondernemer krijgt dan ook te maken met het verleden van zijn compagnon. Het stappenplan blijft in dit geval gewoon gelden, dus bij een volgende overtreding, ook al is er een nieuwe vennoot, volgt gewoon de volgende stap. Het stappenplan wordt niet ‘gereset’. Dit geldt ook als een ondernemer of paracommerciële rechtspersoon in de tussentijd zijn Drank- en Horecawetvergunning wijzigt of vernieuwt. Overgangsregeling Voor horeca-inrichtingen die onder het oude beleid reeds overtredingen hebben begaan en waarop het stappenplan van het oude beleid is toegepast, geldt het overgangsrecht. Voor deze horeca-inrichtingen zal het nieuwe stappenplan van toepassing zijn, indien en voor zover er tussen de overtredingen niet meer dan 1 jaar is verstreken. Handhavingsschema Handhavingsschema met betrekking tot overtredingen van sluitingstijden voor horecabedrijven, alsmede ten aanzien van de naleving van aan ontheffingen sluitingsuur verbonden voorschriften en verbonden voorschriften sluitingstijden terrassen. Overtreding

Sanctie

1ste keer

Constatering en rapportering door politie en/of boa’s, gevolgd door schriftelijk bestuurlijke waarschuwing, waarin aankondiging van nadere maatregelen (in de vorm van het opstarten van een dwangsomprocedure) bij de eerstvolgende overtreding na deze overtreding.

2de keer binnen één jaar

Indien hierna wederom een overtreding binnen 1 jaar wordt geconstateerd door politie en/of boa’s, wordt een dwangsom opgelegd van ad € 1000,-.

3de keer binnen één jaar na 2de keer

Indien hierna binnen 1 jaar na 2de keer wederom een overtreding sluitingstijd wordt geconstateerd dan wordt de inrichting gesloten voor de duur van 2

11

4de keer binnen één jaar na 3 de keer

5de keer binnen één jaar na 4de keer

6de keer binnen één jaar na 5 de keer

weken. Indien hierna binnen 1 jaar na 3de keer wederom een overtreding sluitingstijd wordt geconstateerd dan wordt de inrichting gesloten voor de duur van 4 weken. Indien hierna binnen 1 jaar na 4de keer wederom een overtreding sluitingstijd wordt geconstateerd dan wordt de inrichting gesloten voor de duur van 8 weken. Intrekken exploitatievergunning

Voor de volledige tekst kan het vastgestelde ‘stappenplan bestuurlijke handhaving sluitingstijden horecabedrijven gemeente Brunssum’ worden geraadpleegd.

6.2 Regeling uitlooptijden

In de gemeente Brunssum gelden op grond van artikel 2:29 APV Brunssum de navolgende algemene sluitingsuren: 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandagavond (maandag op dinsdag), dinsdagavond (dinsdag op woensdag) woensdagavond (woensdag op donderdag) en donderdagavond (donderdag op vrijdag) tussen 02.00 uur en 07.00 uur, en vrijdagavond (vrijdag op zaterdag) zaterdagavond (zaterdag op zondag) en zondagavond (zondag op maandag) tussen 03.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd). 2. In afwijking van het eerste lid zijn openbare inrichtingen gesloten tussen 03.00 uur en 07.00 uur: a. in de nacht volgend op 31 december b. tijdens het traditionele Oud Wijvenbal c. in de nacht volgend op de maandag van carnaval d. in de nacht volgend op de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd e. in de nacht volgend op de dag waarop de bevrijding wordt gevierd f. in de nachten direct volgend op de Paradedagen g. in de nachten direct volgend op de dagen dat het oktoberfeest plaats vindt, indien deze nachten vallen op een maandagavond, dinsdagavond, woensdagavond of donderdagavond. 3. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tijdens sluitingstijd. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 5.

Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28a lid 7 onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 6. Het eerste, tweede en vierde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 7. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Uitlooptijd In de gehele gemeente Brunssum wordt een uitlooptijd van een half uur gehanteerd voor de ‘natte’-horeca op vrijdag, zaterdag en de genoemde dagen in artikel 2:29 lid 2 APV Brunssum. Brunssum wil een veilige gemeente zijn, waar het goed wonen, werken en recreëren is. De geleidelijke uitloop van bezoekers heeft een positief gevolg voor de woon- en leefsituatie, de ondernemer kan het gastheerschap beter uitvoeren en de uitlooptijd is goed handhaafbaar. Hiervoor zijn de reguliere sluitingstijden op vrijdag en zaterdag niet verruimd, maar wordt wel onder voorwaarden een uitlooptijd gehanteerd tot 3.30 uur. Op de dagen dat voor de ‘natte’-horeca de sluitingstijd op vrijdag, zaterdag en de genoemde dagen in artikel 2:29 lid 2 APV Brunssum aanvangt, geldt als voorwaarde dat in de inrichting vanaf 3.00 uur: het groot licht aan dient te zijn; er geen alcoholhoudende drank en ook niet-alcoholhoudende drank wordt geschonken; geen nieuwe bezoekers worden toegelaten;

12

-

de muziek uitgaat.

13

7. Risicogerichte inzet In gemeente Brunssum zijn alle lokaliteiten betrokken in de risicoanalyse. Dit zijn horeca, café’s, sportkantines, fritures, jeugdhonken, restaurants, slijterijen, supermarkten, gemeenschapshuizen, hotels, Bed&Breakfast en pensions. In de risicoanalyse zijn ook alle lokaliteiten betrokken die een DHW-vergunning hebben. De ondernemer, vereniging of stichting geniet in beginsel het vertrouwen dat wordt voldaan aan de regels en voorwaarden. Wie de regels goed naleeft, wordt minder gecontroleerd. Daar staat tegenover dat degenen die het niet nauw nemen met de regels meer toezicht krijgen. Dit is het uitgangspunt voor de wijze waarop het toezicht wordt vormgegeven. Daarnaast is er – zoals altijd in het handhavingsdomein – beperkte toezichtscapaciteit, reden temeer om de capaciteit slim en efficiënt in te zetten. De intensiteit van het toezicht wordt aan de hand van de volgende criteria bepaald: 1. Aard van de inrichting/verstrekker Bepaalde horecazaken/lokaliteiten/verstrekker vormen een hoger risico. Dit kan onder meer te maken hebben met de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid of het woon-en leefklimaat. Zo is er bij een lunchroom een minder groot risico op een ordeverstoring dan bij een discotheek. Op het moment dat de aard van de inrichting/verstrekker een hoger risico vormt, zal frequenter worden gecontroleerd. 2.

Gebied De omgeving waarin de horecazaak/lokaliteit/verstrekker is gelegen is medebepalend voor de intensiteit van het toezicht. Het ene gebied heeft steviger toezicht nodig dan het andere. Onder andere speelt mee of sprake is van een horecaconcentratiegebied, een woongebied, een industrieterrein of een buitengebied. Ook klachten, meldingen en ervaringen uit het verleden zijn van belang. Daarnaast kan het controlegebied bijvoorbeeld worden afgestemd op hotspots waar jongeren zich veelal ophouden. Zo kan nadrukkelijk toezicht worden gehouden op het aanwezig (of in het bezit) hebben van alcoholhoudende drank door jongeren op een voor het publiek toegankelijke plaats. 3. Gedrag Horecazaken/verstrekkers die regelmatig de regels overtreden of waar zich regelmatig incidenten voordoen worden vaker gecontroleerd. Goede nalevers worden minder vaak gecontroleerd. Wanneer een overtreding van de Drank- en Horecawet wordt geconstateerd, zal in beginsel worden overgegaan tot handhaving. Het handhavingstraject dat de burgemeester start, is afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding. Daarom heeft de burgemeester het handhavingsmodel opgesteld.

14

8. Handhavingsacties Handhavingsactie DHW Horeca-inrichtingen preventief bezoeken

Beschrijving Tijdens dit bezoek zal informatie worden verstrekt over de geldende regelgeving en mogelijke sancties m.b.t. het schenken van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar.

Verantwoordelijk IV*, BOA, politie taakveld horeca

Toezicht op (hinderlijk) drankgebruik in de openbare ruimte

Toezicht houden op en zo nodig handhaven bij overtredingen van het aanwezig hebben van alcoholhoudende drank door jongeren onder de 18 jaar in de openbare ruimte.

BOA

Leeftijdscontroles

Leeftijdsgrenscontrole gericht op artikel 45 (handelen van jongeren) en leeftijdsgrenscontrole gericht op artikel 20 (handelen van schenkers).

BOA

Integrale controle horeca

Tijdens een integrale controle worden zoveel mogelijk aspecten gecontroleerd. Daarbij kan gedacht worden aan bouw-, brand- en milieuvoorschriften alsmede bepalingen volgens de DHW, APV, Wet op de Kansspelen en andere bijzondere wetgeving. Een dergelijke controle vergt een goede voorbereiding en kosten relatief meer tijd en zal op beperkte schaal worden gehouden.

IV

Naleefgedrag bevorderen

Om het naleefgedrag te verhogen, moet meer ervaring worden opgedaan. Bijvoorbeeld door inzet van mystery guests bij een aantal horecazaken, verenigingen en winkels om meer inzicht te krijgen in het naleefgedrag.

IV

Toezicht bij evenementen

Tijdens evenementen zal door de BOA toezicht worden gehouden op het direct en indirect verstrekken van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar.

BOA

Voorbereidingscontrole

Er wordt gecontroleerd of de vergunning nog op orde is.

BOA, IV

Basiscontrole

Er wordt gecontroleerd of de algemene regels en voorwaarden van de afgegeven vergunning worden opgevolgd zoals aanwezigheid van een leidinggevende, eventueel toegangsbeleid, leeftijdsgrenzen aanduiding, aanwezigheid algemeen bestuursreglement (bij verenigingen) en inrichtingseisen.

BOA, IV

IV staat voor integrale veiligheid

15

Bijlage 1 HANDHAVINGSACTIES BIJ OVERTREDINGEN IN HET VERGUNNINGPLICHTIGE DOMEIN In het navolgende worden de handhavingsacties gekoppeld aan overtredingen voor wat betreft de inrichtingen die vergunningplichtig zijn, te weten horeca, paracommerciële rechtspersonen en slijterijen. Domein horeca Overtreding

Omschrijving

Categorie

Artikel 3 Verstrekken alcoholhoudende drank Artikel 8

Zonder (rechtsgeldige) vergunning

Categorie 1

Leidinggevende voldoet niet langer aan de aan hem gestelde vereisten Inrichting voldoet niet langer aan gestelde eisen

Categorie 1 (is verplicht op grond van artikel 31 DHW) Categorie 1 (is verplicht op grond van artikel 31 DHW) Categorie 2

Artikel 10

Artikel 20 lid 1

Artikel 20 lid 4

Artikel 20 lid 5

Artikel 20 lid 6

Artikel 24 lid 1 en 2

Artikel 24 lid 3 Artikel 29 lid 3

Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren onder de 18 jaar zonder daarbij de leeftijd vast te stellen. Onder verstrekken wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Leeftijdsgrens niet duidelijk aangegeven bij toegang horeca-/slijtlokaliteit (sticker) 5 Dronken personen of onder invloed van drugs toegelaten in horeca- en slijtersbedrijf Onder invloed (dronken of drugs) aan het werk zijn in horeca- en slijtersbedrijf Geen leidinggevende of vereiste persoon aanwezig in horeca- en slijtersbedrijf Verkoop alcohol/dienst door personen < 16 jaar Vergunning, aanhangsel e.d. niet aanwezig in inrichting

Categorie 4

Categorie 3

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 3 Categorie 4

16

Domein paracommercie Overtreding

Omschrijving

Categorie

Artikel 3 Verstrekken alcoholhoudende drank Artikel 8

Zonder (rechtsgeldige) vergunning

Categorie 1

Leidinggevende voldoet niet langer aan de aan hem gestelde vereisten Geen reglement vastgesteld, dan wel voldoet niet aan eisen lid 2 Geen registratie van barvrijwilligers die voorlichtingsinstructie hebben gehad Reglement/registratie niet in de inrichting aanwezig Inrichting voldoet niet langer aan gestelde eisen

Categorie 1 (is verplicht op grond van artikel 31 DHW) Categorie 4

Artikel 9 lid 1 en lid 2

Artikel 9 lid 3

Artikel 9 lid 3 en lid 4 Artikel 10

Artikel 20 lid 1

Artikel 20 lid 4

Artikel 20 lid 5

Artikel 20 lid 6

Artikel 24 lid 1 en 2

Artikel 24 lid 3 Artikel 29 lid 3

Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren onder de 18 jaar zonder daarbij de leeftijd vast te stellen. Onder verstrekken wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Leeftijdsgrens niet duidelijk aangegeven bij toegang horeca-/slijtlokaliteit (sticker) 5 Dronken personen of onder invloed van drugs toegelaten in horeca- en slijtersbedrijf Onder invloed (dronken of drugs) aan het werk zijn in horeca- en slijtersbedrijf Geen leidinggevende of vereiste persoon aanwezig in horeca- en slijtersbedrijf Verkoop alcohol/dienst door personen < 16 jaar Vergunning, aanhangsel e.d. niet aanwezig in inrichting

Categorie 4

Categorie 4 Categorie 1 (is verplicht op grond van artikel 31 DHW) Categorie 2

Categorie 4

Categorie 3

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 3 Categorie 4

17

Domein slijterijen

Overtreding

Omschrijving

Categorie

Artikel 3 Verstrekken alcoholhoudende drank Artikel 8

Zonder (rechtsgeldige) vergunning

Categorie 1

Leidinggevende voldoet niet langer aan de aan hem gestelde vereisten Inrichting voldoet niet langer aan gestelde eisen

Categorie 1 (is verplicht op grond van artikel 31 DHW) Categorie 1 (is verplicht op grond van artikel 31 DHW) Categorie 2

Artikel 10

Artikel 20 lid 1

Artikel 20 lid 2

Artikel 20 lid 4

Artikel 20 lid 5

Artikel 20 lid 6

Artikel 24 lid 1 en 2

Artikel 24 lid 3 Artikel 29 lid 3

Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren onder de 18 jaar zonder daarbij de leeftijd vast te stellen. Onder verstrekken wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Het is verboden in een slijtlokaliteit de aanwezigheid toe te laten van een bezoeker van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, anders dan onder toezicht van een persoon van 21 jaar of ouder. Leeftijdsgrens niet duidelijk aangegeven bij toegang horeca-/slijtlokaliteit (sticker) 5 Dronken personen of onder invloed van drugs toegelaten in horeca- en slijtersbedrijf Onder invloed (dronken of drugs) aan het werk zijn in horeca- en slijtersbedrijf Geen leidinggevende of vereiste persoon aanwezig in horeca- en slijtersbedrijf Verkoop alcohol/dienst door personen < 16 jaar Vergunning, aanhangsel e.d. niet aanwezig in inrichting

Categorie 2

Categorie 4

Categorie 3

Categorie 3

Categorie 3

Categorie 3 Categorie 4

18

Handhavingsacties bij niet drank- en horecawet vergunningplichtige bedrijven Het gaat hier om bijvoorbeeld supermarkten en snackbars. De handhavingsacties zijn met name gericht op de verkoop van alcoholhoudende dranken. Overtreding

Omschrijving

Categorie

Artikel 20 lid 1

Verkoop alcohol aan persoon < 18 jaar / leeftijd niet vastgesteld

Artikel 19a lid 1

Three Strikes out

1e constatering: Last onder dwangsom 2e constatering (binnen een jaar na eerste constatering): last onder dwangsom verhoogd met 50% Burgemeester: 3e constatering (binnen een jaar na eerste constatering): Ontzeggen bevoegdheid verkoop zwakalcoholhoudende drank voor 12 weken

19

Handhavingsacties bij overtredingen van artikel 2:34:1 en 2:34:2 van de APV; regulering paracommerciële rechtspersonen

Overtreding

Omschrijving

Categorie

4 DHW 2:34:1 APV

Paracommercieël horecabedrijf houdt zich niet aan de schenktijden voor alcoholhoudende drank

4 DHW 2:34:2 APV

Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij activiteiten van de rechtspersoon betrokken zijn.

1ste constatering: Waarschuwing 2de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): waarschuwing 3de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): last onder dwangsom 4de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): schorsen DHW vergunning voor 12 weken 5de constatering (binnen een jaar na vorige constatering: intrekken DHW vergunning 1ste constatering: Waarschuwing 2de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): waarschuwing 3de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): last onder dwangsom 4de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): Half jaar na constatering het aantal afgesproken bijeenkomsten halveren. 5de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): Eén jaar geen bijeenkomsten toestaan.

20

Handhavingsacties bij evenementen In de Drank – en Horecawet zijn vereisten opgesteld. Voor evenementen is het mogelijk om o.b.v. art. 35 een tijdelijke ontheffing te verkrijgen voor het verstrekken van zwak alcoholische dranken. Overtreding

Omschrijving

Categorie

Artikel 35, lid 1

Verstrekken alcoholhoudende drank zonder ontheffing of het verstrekken van sterke drank

Artikel 35, lid 2

Verstrekken alcoholhoudende drank zonder dat wordt voldaan aan de ontheffing verbonden voorschriften

1ste constatering: Waarschuwing 2de en verdere constateringen (binnen een jaar na vorige constatering): sluiting alcoholverkoop 1ste constatering: Waarschuwing 2de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): last onder dwangsom 3de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): last onder dwangsom verhoogd met 50% 4de constatering (binnen een jaar na vorige constatering): De houder van de ontheffing komt komende 16 maanden niet in aanmerking voor een ontheffing

21

Bijlage 2 Dwangsomtabel DHW Overtreding

Dwangsombedrag minimaal €

Dwangsombedrag maximaal €

Categorie A

€ 500,-

€ 5000,-

€ 1000,-

€ 7500,-

Artikel 3 Artikel 4, vijfde lid Artikel 9, derde lid Artikel 9, vierde lid Artikel 20, vierde lid Artikel 29, derde lid Artikel 35, vierde lid Categorie B Artikel 4, eerste lid Artikel 12, eerste lid Artikel 12, tweede lid Artikel 14, eerste lid Artikel 14, tweede lid Artikel 15, eerste lid Artikel 15, tweede lid Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18, derde lid Artikel 19, eerste lid Artikel 19, tweede lid Artikel 20, zesde lid Artikel 24, eerste lid Artikel 24, tweede lid Artikel 24, derde lid Artikel 25a, eerste lid Artikel 25b, eerste lid Artikel 25c, eerste lid Artikel 25d, eerste lid, onder a Artikel 25d, eerste lid, onder b Artikel 35, tweede lid

22

Categorie C

€ 1500,-

€ 10000,-

Artikel 2, tweede lid Artikel 3 Artikel 13, eerste lid Artikel 13, tweede lid Artikel 18, eerste lid Artikel 20, eerste lid Artikel 20, tweede lid Artikel 20, derde lid Artikel 22, eerste lid, onder a Artikel 22, eerste lid, onder b Artikel 22, eerste lid, onder c Artikel 22, tweede lid, onder a Artikel 22, tweede lid, onder b Artikel 25, eerste lid, onder a Artikel 25, eerste lid, onder b Artikel 25, tweede lid Artikel 25, derde lid Artikel 38

Toelichting dwangsomtabel DHW Afwijken dwangsomtabel Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden. Dwangsom en modaliteit De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken om de overtreding tegen te gaan of te (laten) beëindigen. De dwangsombedragen dienen in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belangen tot de beoogde werking van de dwangsom. Het opleggen van een last onder dwangsom geschiedt in verschillende wettelijk voorgeschreven vormen(modaliteiten). Deze modaliteiten zijn vastgelegd in artikel 5:32b, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht: een bedrag ineens; een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd dan wel per overtreding van de last. Het bestuursorgaan komt beleidsvrijheid toe bij de keuze voor een van deze modaliteiten. Begunstigingstermijn Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving kan uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt. Deze begunstigingstermijn mag niet wezenlijk langer worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen. Hoe urgenter de situatie hoe korter de termijn. Daarbij rekening houden met de technische en organisatorische realiseerbaarheid.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=4cb0cf25-16c0-4b5f-906e-da35af63dbf6