Raadsvoorstel 25 (bijlage) WBO Entree Dorpstraat_vastgesteld_Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
b
or br
bt)
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). Origineel resultaat Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 13: lutum 25% humus 1.8% 1: lutum 25% humus 0.5% 15: lutum 25% humus 4.4%
Referentienummer : MA150165.R01
Projectnaam Projectcode
N.O. aan de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum. MA150165
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
B09-81 16 or
br
79,3 <1 Geen
---
----
1,9
--
--
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) totaal BTEX (0.7 factor) naftaleen
<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 0,07 0,18 <0,05
0,175 0,175 0,175 ----0,35 -----
MINERALE OLIE fractie C10 - C12 fractie C12 - C22 fractie C22 - C30 fractie C30 - C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 <20
----70
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
-----
Monstercode en monstertraject 1 12174174-009 B09-8 B09 (300-320) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). * ** *** -# a
b
or br
bt)
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). Origineel resultaat Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 16: lutum 25% humus 1.9%
Referentienummer : MA150165.R01
Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden1)
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
1)
AW 1/2(AW+I) I RBK
AW
0,20 0,20 0,20 0,45
190
1/2(AW+I)
0,65 16 55 8,7
2595
I
RBK eis
1,1 32 110 17
0,050 0,050 0,050 0,10
5000
35
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.
Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000) Toetsingswaarden1)
S
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor)
0,20 7,0 4,0 0,20
1/2(S+I)
I
15 504 77 35
30 1000 150 70
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0,01 35 70 polycyclische aromatische 1 koolwaterstoffen MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
1)
S 1/2(S+I) I RBK
50
325
600
RBK
0,20 0,20 0,20 0,21
0,020
50
streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).
Referentienummer : MA150165.R01
Bijlage 6:
Rapportage Sanscrit
Rapportage Sanscrit.nl Instrument ter bepaling van spoedeisendheid van saneren
V. Sanscrit 2.4.4 V. rapport
2.14
Algemeen
Naam dossier: Code: Beoordelaar: Datum rapport: Type bodemgebruik:
Pr. Hendriklaan 2 Brunssum r.lieverdink@geonius.eu donderdag 3 september 2015 huidig
Uitgevoerde beoordelingen: Stap1: Ernst van de verontreiniging: Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging als gevolg van: - Ernstige bodemverontreiniging - Ernstige grondwaterverontreiniging
Stap2: Standaardbeoordeling
Humaan Ecologisch Verspreiding = voltooid
= niet uitgevoerd
Stap 3: Uitgebreide beoordeling
= niet relevant op basis van uitkomst stap 2
Opmerkingen bij dossier:
Over Sanscrit
Sanscrit 2.0 is een geautomatiseerde versie van het Saneringscriterium. Het Saneringscriterium is beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2009 welke op 1 april 2009 in werking is getreden. De applicatie Sanscrit is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van I&M. Met het Saneringscriterium wordt bepaald of sprake is van onaanvaardbare risico’s van bodemverontreiniging voor mens, ecosysteem of van verspreiding van verontreiniging in het grondwater. Op basis van de bepaalde risico’s wordt vastgesteld of een sanering met spoed dient te worden uitgevoerd. Uitgangspunten De sanering dient met spoed te worden uitgevoerd, tenzij op basis van de risicobeoordeling is aangetoond dat de sanering niet met spoed hoeft te worden uitgevoerd. De werkwijze van het Saneringscriterium geldt voor: · een geval van ernstige bodemverontreiniging; · een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing; · huidig en voorgenomen gebruik; · grond en grondwater. Voor waterbodem is een separate systematiek ontwikkeld, met uitzondering van asbest; · alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest.
Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld hetgeen ook van toepassing is voor waterbodems. Asbest is dan ook niet opgenomen in het programma Sanscrit.
Eindconclusie
(Een deel van) de locatie dient met spoed gesaneerd te worden als gevolg van: - onaanvaardbare risico's voor de mens (gebaseerd op stap 2)
Humane risicobeoordeling - Toetsresultaten Per stof
Stof
Dosis [mg/kg lg/d]
MTR [mg/kg lg/d]
Risico-Index
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Benzeen Tolueen Naftaleen Ethylbenzeen o-Xyleen m-Xyleen p-Xyleen
2,55e-4 2,97e-2 5,90e-5 6,85e-3 6,13e-2 4,90e-2 2,83e-2
3,30e-3 2,23e-1 4,00e-2 1,00e-1 1,50e-1 1,50e-1 1,50e-1
0,08 0,13 0,00 0,07 0,41 0,33 0,19
Combinatietoxicologie
Stofgroep Risico-index Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Niet-carcinogene PAKs 0,00 TEX 1,13
Vluchtige organische stoffen
0,08
Hinder - toetsing aan geurdrempel
Stof Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Benzeen Tolueen Naftaleen Ethylbenzeen o-Xyleen m-Xyleen p-Xyleen
Concentratie binnenlucht [ug/m3]
Geurdrempel [ug/m3]
5,70 2,07e2 5,12e-1 1,75e2 1,17e3 9,59e2 5,60e2
8,00e4 2,00e4 8,00e2 9,00e4 8,00e3 8,00e3 8,00e3
Hinder - huidcontact
Functie
Sprake van huidcontact?
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Nee
Toelichting:
Toetsing TCL's
Stof Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Benzeen Tolueen Ethylbenzeen o-Xyleen m-Xyleen p-Xyleen
Concentratie binnenlucht [ug/m3]
5,70 2,07e2 1,75e2 1,17e3 9,59e2 5,60e2
TCL [ug/m3]
2,00e1 4,00e2 7,70e2 8,70e2 8,70e2 8,70e2
Uitgebreid overzicht blootstelling
Blootstellingsroute Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Benzeen Consumptie van gewassen uit eigen tuin
Dermale opname binnen Dermale opname buiten Dermale opname tijdens baden Ingestie grond Inhalatie dampen tijdens douchen Inhalatie van binnenlucht Inhalatie van buitenlucht Inhalatie van gronddeeltjes Permeatie drinkwater Ethylbenzeen Consumptie van gewassen uit eigen tuin
Dermale opname binnen Dermale opname buiten Dermale opname tijdens baden Ingestie grond Inhalatie dampen tijdens douchen Inhalatie van binnenlucht Inhalatie van buitenlucht Inhalatie van gronddeeltjes Permeatie drinkwater m-Xyleen Consumptie van gewassen uit eigen tuin
Dermale opname binnen Dermale opname buiten Dermale opname tijdens baden Ingestie grond Inhalatie dampen tijdens douchen Inhalatie van binnenlucht Inhalatie van buitenlucht Inhalatie van gronddeeltjes Permeatie drinkwater Naftaleen Consumptie van gewassen uit eigen tuin
Dermale opname binnen Dermale opname buiten Dermale opname tijdens baden Ingestie grond Inhalatie dampen tijdens douchen Inhalatie van binnenlucht Inhalatie van buitenlucht Inhalatie van gronddeeltjes Permeatie drinkwater o-Xyleen Consumptie van gewassen uit eigen tuin
Dermale opname binnen Dermale opname buiten Dermale opname tijdens baden Ingestie grond Inhalatie dampen tijdens douchen
Relatieve bijdrage [%]
0.00 0.00 0.00 0.85 0.00 0.76 95.22 0.03 0.00 3.14
0.00 0.00 0.00 4.94 0.01 0.57 91.73 0.02 0.00 2.72
0.00 0.00 0.00 6.07 0.01 0.62 90.28 0.02 0.00 2.99
0.00 0.01 0.13 21.13 0.41 1.43 66.02 0.02 0.00 10.86
0.00 0.00 0.00 6.63 0.01 0.80
Inhalatie van binnenlucht Inhalatie van buitenlucht Inhalatie van gronddeeltjes Permeatie drinkwater
88.65 0.02 0.00 3.89
p-Xyleen Consumptie van gewassen uit eigen tuin
0.00 0.00 0.01 5.47 0.02 0.62 90.84 0.02 0.00 3.01
Dermale opname binnen Dermale opname buiten Dermale opname tijdens baden Ingestie grond Inhalatie dampen tijdens douchen Inhalatie van binnenlucht Inhalatie van buitenlucht Inhalatie van gronddeeltjes Permeatie drinkwater Tolueen Consumptie van gewassen uit eigen tuin
0.00 0.00 0.00 1.98 0.01 0.51 95.20 0.03 0.00 2.28
Dermale opname binnen Dermale opname buiten Dermale opname tijdens baden Ingestie grond Inhalatie dampen tijdens douchen Inhalatie van binnenlucht Inhalatie van buitenlucht Inhalatie van gronddeeltjes Permeatie drinkwater
Humane risico's - invoergegevens
Stof
C-totaal [mg/kg] Geheel Bebouwd
Onbebouwd
C-grondwater [ug/l] Bebouwd Onbebouwd
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Naftaleen 1,00e0. o-Xyleen 3,40e1 m-Xyleen 3,40e1 p-Xyleen 3,40e1 Benzeen 8,00e-2 Tolueen 3,70 Ethylbenzeen 5,50 Parameters
Berekening Functie blootstelling lood: Als kind Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Diepte verontreiniging [m] OS [%] t.o.v. kruipruimte t.o.v. maaiveld 2,00 0,75 2,50
Ecologische risicobeoordeling - standaard
De verontreiniging bevindt zich NIET geheel of ten dele in de bovenste meter van de onbedekte bodem. Er is GEEN sprake van gewassen wortelend in verontreinigde bodem dieper dan één meter. Dit betekent dat een ecologische risicobeoordeling niet vereist is. Risicobeoordeling verspreiding - standaard
Onderdeel
Uitkomst
Liggen er kwetsbare objecten binnen het bodemvolume dat wordt ingesloten door het interventiewaarden-contour en/of zal dit binnen enkele jaren het geval zijn?
Nee
Is er een drijflaag aanwezig die door activiteiten en processen in de bodem kan worden verplaatst en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden?
Nee
Is er een zaklaag aanwezig die door activiteiten en processen in de bodem kan worden verplaatst en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden?
Nee
Is er sprake van een bodemvolume groter dan 6.000 m3 dat wordt ingesloten door het interventiewaarden-contour in het grondwater?
Nee
Toelichting:
Bijlage 3
86
Aanvullend bodemonderzoek
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat
Aanvullend bodemonderzoek Prins Hendriklaan 2 en omgeving te Brunssum
Opdrachtnummer:
MC150165.R01
Versie:
1.1
Datum rapport:
22 februari 2016
Opdrachtgever:
Gemeente Brunssum, Dienst Projecten Postbus 250 6440 AG Brunssum
Contactpersonen:
De heer D. Florentinus De heer S. van Mulken
Functie:
Naam:
Auteur
ir. J.C.D. de Maat
Projectleider:
ing. B.H.A. Scheepers
Geonius Milieu B.V. Postbus 118 6400 AC Heerlen
Gezien en akkoord:
Tel.: 088-1300600 Fax: 088-1300669 Email: info@geonius.nl Website: www.geonius.nl
INHOUDSOPGAVE: 1
INLEIDING ............................................................................................................ 1
2
ACHTERGRONDINFORMATIE ................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
VELDWERK EN INTERPRETATIE VAN DE VELDGEGEVENS ...................................... 5 3.1 3.2 3.3
4
Uitgevoerd veldwerk ................................................................................................5 Het aangetroffen bodemprofiel ..................................................................................5 Asbest in bodem .....................................................................................................5 ANALYSES ............................................................................................................. 7
4.1 4.2 4.3 5
Situering onderzoekslocatie ......................................................................................2 Resultaten voorgaand bodemonderzoek ......................................................................2 Bodemopbouw en geohydrologie ...............................................................................2 (Financieel-)juridische aspecten ................................................................................3 Onderzoekshypothese vooronderzoek .........................................................................4
Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters ..................................................7 Toetsingskader .......................................................................................................7 Toetsing van de analyseresultaten .............................................................................8 CONCLUSIES ....................................................................................................... 10
Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Topografische overzichtskaart Situatietekening en foto’s Boorstaten Analysecertificaten Toetsing Wet bodembescherming
Referentienummer : MC150165.R01
1
INLEIDING
Op 13 januari 2016 is door de gemeente Brunssum aan Geonius Milieu B.V. te Schinnen opdracht verleend voor het uitvoeren van een aanvullend verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de locatie Prins Hendriklaan 2 te Brunssum. Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de resultaten van het door Roumaat uitgevoerde bodemonderzoek. De resultaten geven aanleiding tot: Het uitvoeren van asbestonderzoek conform NEN 5707 (bodem) en/of NEN 5897 (granulaten); Vaststellen omvang van minerale olieverontreiniging ter hoogte van de werkplaats gelegen aan de Prins Hendriklaan 34; Vaststellen of ter hoogte van de werkplaats aan de Prins Hendriklaan een (vml.) ondergrondse tank is gesitueerd.
Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd conform de werkwijze volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, januari 2009), de NEN 5707 (Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, mei 2003) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009). Geonius is gecertificeerd voor SIKB VKB-protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Milieu B.V. is, als onderdeel van de Geonius Groep B.V., gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 9001:2008 en VCA*. Geonius Milieu B.V. streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een beperkt aantal boringen en het laten analyseren van enkele grond(meng)monsters op een beperkt analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Geonius Milieu B.V.
verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het chemisch onderzoek beschreven. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies en, indien noodzakelijk, aanbevelingen geformuleerd.
Pagina 1 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
2
ACHTERGRONDINFORMATIE
2.1
Situering onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie wordt gevormd door het terrein nabij de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum (inclusief openbare weg). Op de topografische kaart (blad 68G, 1:25.000) is deze locatie terug te vinden ter plaatse van de rijksdriehoekcoördinaten: x = 196.313 / y = 329.422 (zie bijlage 1). De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in de bijlage 2. 2.2
Resultaten voorgaand bodemonderzoek
Op voornoemde locatie zijn in het verleden een aantal onderzoeken uitgevoerd te weten: 1) Basisdocument inventariserend bodemonderzoek Prins Hendriklaan 2 te Brunssum, rapport TAUW R01/3715825/ESS/D01/S uit 1999; 2) Inventariserend bodemonderzoek Prins Hendriklaan 2 te Brunssum, rapport TAUW R02/3715825/BBR/D01/S d.d. 1 november 1999; 3) Nader bodemonderzoek op de locatie Prins Hendriklaan 2 te Brunssum, rapport UDM 04.03.0259 d.d. 6 juli 2005; 4) Verificatie olieverontreiniging locatie Prins Hendriklaan 2 in de gemeente Brunssum, rapport Geoconsult Milieutechniek B.V. kenmerk MA-60216 d.d. 20 juli 2006; 5) Nader onderzoek Prins Hendriklaan 2 in de gemeente Brunssum, rapport Geoconsult Milieutechniek B.V. kenmerk MB-60216-concept d.d. 15 november 2006; 6) Nader onderzoek Prins Hendriklaan 2 in de gemeente Brunssum, rapport Geoconsult Milieutechniek B.V. kenmerk MC-60216-R1, d.d. 27 juni 2007; 7) Verkennend bodemonderzoek Dorpstraat/Prins Hendriklaan te Brunssum, rapport Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV, kenmerk MT.14256, d.d. 13 januari 2015 en 8) Actualiserend nader bodemonderzoek Prins Hendriklaan 2 te Brunssum, Geonius Milieu B.V., kenmerk MA150165.R01, versie V1.0, d.d. 3 september 2015. Op basis van deze rapportages kan worden geconcludeerd dat er zowel in de grond als in het grondwater verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten worden aangetroffen.
De concentraties overschrijden plaatselijk de interventiewaarde. Op basis van het actualiserend nader bodemonderzoek is vastgesteld dat het volume grond dat gehalten boven de achtergrondwaarde bevat geschat is op ca. 2.100 m3. Hiervan is het volume gemiddeld sterk verontreinigde grond geraamd op 855 m3. Het bodemvolume grondwater waarin vluchtige aromaten en minerale olie worden aangetroffen in concentraties boven de streefwaarde is berekend op 8.000 m3, hiervan is ca. 855 m3 bodemvolume grondwater sterk verontreinigd (concentraties boven de interventiewaarde). Op de locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van een uitgevoerde risicobeoordeling blijkt geen sprake te zijn van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging. Uit het in januari 2015 gerapporteerde onderzoek is gebleken dat asbestverdacht puin is aangetroffen. Dit heeft aanleiding tot het uitvoeren van een onderzoek naar asbest in bodem/puin. 2.3
Bodemopbouw en geohydrologie
De maaiveldhoogte op de onderzoekslocatie bedraagt ca. 71 m+NAP. Het freatisch grondwater wordt op basis van de geohydrologische kaarten van de dienst grondwaterverkenning van TNO globaal aangetroffen op ca. 65 m+NAP. Op basis van detailinformatie uit dezelfde bron kan verder worden geconcludeerd dat het eerste watervoerende pakket zich bevindt in de formatie van Heksenberg. Op basis van voornoemde informatie kan derhalve worden geconcludeerd dat het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie zich op ca. 6 m-maaiveld bevindt. De
Pagina 2 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
grondwaterstromingsrichting is globaal noordelijk gericht. Door het aanwezige breukensysteem kan deze stromingsrichting echter afwijken. Op basis van de Bodemkaart en Grondwaterkaart Nederland is een schematische weergave van de regionale bodemopbouw en geohydrologie opgesteld, zie tabel 2.3.1. tabel 2.3.1 : regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte in m-mv
Omschrijving
Opmerkingen
0- 10
Formatie van Boxtel
Leem
Matig doorlatende laag
10-70
Formatie van Heksenberg
Grove zanden en grinden
1e watervoerende pakket
70-140
Gulpen, Maastricht en Houthem
Kalksteen
2e watervoerende pakket
>140
Carboon
Schlierijke afzettingen
Ondoorlatende basis
Overige geohydrologische relevante informatie is weergegeven in onderstaande tabel. tabel 2.3.2 : Overige geohydrologische informatie Geohydrologisch relevante informatie
Omschrijving
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Nee
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Nee
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Nee
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
2.4
(Financieel-)juridische aspecten
De NAW gegevens van de belanghebbende rechtspersonen en de opdrachtgever, de kadastrale gegevens alsmede het overzicht van de wettelijke aansprakelijkheid en verhaalbaarheid zijn opgenomen in onderstaande tabel. tabel 2.4.1 : Financieel- juridische aspecten Kadastrale gemeente
Brunssum
Brunssum
Brunssum
Kadastrale sectie
A
E
E
Kadastrale nummering van (delen van) de percelen
5644
883
655
Omschrijving
Bedrijvigheid (industrie)
Wegen
Wegen
Oppervlakte kadastrale percelen (m2)
453
2258
5460
Eigenaar
Gemeente Brunssum Lindeplein 1 6444 RT Brunssum
Locatie in eigendom sinds
2007
onbekend
2005
Informatie wetgeving en aansprakelijkheid In eigendom voor 1 januari 1975
Eventuele saneringskosten zijn niet meer verhaalbaar, tenzij kan worden aangetoond dat van ernstige nalatigheid sprake is.
In eigendom na 1 januari 1975
Eventuele saneringskosten van bodemverontreiniging, na deze datum ontstaan, zijn verhaalbaar op de veroorzaker(s).
In eigendom na 1 januari 1987
Inwerkingtreding Wet Bodembescherming. In het zorgplichtartikel van deze wet wordt gesteld, dat eenieder die handelingen verricht die leiden tot bodemverontreiniging, verplicht is sanerende maatregelen te treffen met als doel verdere aantasting of negatieve gevolgen op te heffen of te beperken.
In eigendom na 5 mei 1994
Eerste fase inwerkingtreding Saneringsregeling Wet Bodembescherming. Hierin is het zorgplichtartikel geconcretiseerd en is er een meldingsplicht aan verbonden, waardoor de mogelijkheden tot aansprakelijkheidsstelling groter zijn geworden.
Pagina 3 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
2.5
Onderzoekshypothese vooronderzoek
2.5.1 Bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie de hypothese voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE) van toepassing is. In tabel 2.5.1 is de onderzoeksstrategie voor de locatie uitgewerkt. tabel 2.5.1 : Onderzoeksstrategie (deel)locatie en strategie
Oppervlakte
Aantal boringen tot
Aantal te onderzoeken (meng)monsters3)
3,0 m -mv1)
En met peilbuis2
bovengrond
ondergrond
grondwater
Aanvullend onderzoek naar minerale olie
circa 10 m2
1x
-
1 x minerale olie
-
-
Ontluchtingspunt
circa 10 m2
1x
-
-
-
-
1) 2) 3)
Indien visueel schoon dan boren tot opgegeven einddiepte, anders boren tot 0,5 meter minus verdachte bodemlaag Op basis van het reeds uitgevoerde onderzoek is aanvullend grondwateronderzoek niet noodzakelijk. Naar aanleiding van een visuele beoordeling van de uitkomende grond, c.q. materiaal van de geplaatste boringen kan door het inzetten van separate analyses meer informatie worden verkregen omtrent mogelijke verontreinigingen binnen het onderzoeksterrein. Indien deze situatie zich voordoet, worden in overleg met de opdrachtgever extra werkzaamheden uitgevoerd.
2.5.2 Asbest in bodem Op de locatie is sprake van een potentieel asbestverdachte locatie. Het betreft een “verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld” (VED-HE). In tabel 2.5.2 is de onderzoeksstrategie uitgewerkt. tabel 2.5.2 : onderzoeksstrategie uit te voeren boringen, proefgaten Locatie
Minimaal aantal visueel inspecteren punten van maaiveld
willekeurig
15
te het
Aantal te inspecteren gaten in de actuele contactzone (maximaal 0,5 m diep)
Aantal te inspecteren boringen in de ondergrond (maximaal 2,0 m diep)
15
3
Pagina 4 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
3 3.1
VELDWERK EN INTERPRETATIE VAN DE VELDGEGEVENS Uitgevoerd veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 12 januari 2016 conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend VKB-protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De veldmedewerkers, de heer T.P.E. Pansters en de heer P. Engbers, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Voor een situatieoverzicht van de boringen wordt verwezen naar bijlage 2. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden. veldwerkzaamheden zijn conform de opgestelde onderzoeksstrategie uitgevoerd.
De
Ter hoogte van de werkplaats is boring 001 geplaatst. Vanwege het feit dat enkel op gemeentegrond geboord kon worden is dit het dichtstbijzijnde punt van de waargenomen verhoogd olie gehalte (Roumaat, januari 2015). Er is, gelet op de visuele waarneming geen analyse uitgevoerd. Ter plaatse van boring 014 is een olie/water reactie waargenomen.
3.2
Het aangetroffen bodemprofiel
Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal zowel lithologisch als zintuiglijk onderzocht. Bij het lithologische onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd. Bij het zintuiglijk onderzoek worden bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen ten aanzien van kleur en geur van het bodemmateriaal beschreven. Voor de boorprofielen wordt verwezen naar de boorstaten die als bijlage 3 zijn toegevoegd. De onverharde toplaag is opgebouwd uit sterk zandige leem danwel zwak siltig zand en bevat plaatselijk sporen (<1%) of zwakke (1-5%) bijmengingen met baksteen, beton en keramiek. De ondergrond is afwissend opgebouwd uit sterk zandig leem danwel zwak siltig zand. Plaatselijk is sprake van een halfverharding bestaande uit menggranulaat (korrelmix). Ter plaatse van boring 014 vertoond de bodem van 0,4 tot minimaal 3,0 m-mv een oliewaterreactie en bevat een brandstofgeur. 3.3
Asbest in bodem
Tijdens het veldwerk waren de omstandigheden als volgt; Droog (neerslag <10 mm); Helder (zicht >50 m); Bedekking maaiveld > 75 %; Toplaag: plaatselijk verhard, vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie. Vermeld wordt dat de maaiveldinspectie niet conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende VKB-protocol 2018 (locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem) heeft kunnen plaatsvinden. Dit vanwege het feit dat meer dan 75% van het maaiveld bedekt was en hier derhalve geen inspectie van het maaiveld heeft kunnen plaatsvinden. De maaiveldinspectie kan derhalve ook niet dienen om de onderzoekstrategie (eventueel) bij te stellen. Op basis van de opgestelde strategie zijn er proefgaten gemaakt en boringen uitgevoerd tot in de ongeroerde ondergrond (maximaal tot 2,0 m-maaiveld). In tabel 3.3.1 is een beschrijving gegeven van de verschillende gegraven proefgaten.
Pagina 5 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
tabel 3.3.1 : resultaten veldwerk proefgaten en bijzonderheden verrichte boringen Proefgat
diepte
Bodemomschrijving
bijzonderheden
Afmetingen
Puingehalte %
Boring tot max. 2,0 m-mv
Asbest aangetroffen
002
0 - 50
Zand, matig fijn, zwak siltig
34 X 37
<5%
nee
nee
003
0 - 50
Leem, sterk zandig
zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen grind, sporen keramiek zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen
30 X 33
<10 %
nee
asbestplaatje gevonden (68 g) op maaiveld
004
0 - 50
Zand, matig fijn, zwak siltig,
30 x 30
nee
nee
005
0 - 50
brokken leem, matig betonhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak keramiekhoudend, korrelmix
ja
nee
006
0 - 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus
30 x 30
nee
nee
007
0 - 50
30 x 30
<1%
nee
nee
008
0 - 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, zwak humeus Leem, sterk zandig
zwak baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak huisvuilhoudend sporen worteS
33 X 34
10%
nee
nee
009
0 - 50
zwak wortelhoudend, zwak grindhoudend, matig baksteenhoudend zwak wortelhoudend, sporen baksteen
30 x 30
<1%
nee
nee
010
0 - 50
30 X 35
1%
nee
nee
011
8 - 50
30 x 30
<1%
nee
nee
30 x 30
0
ja
nee
30 x 30
0
nee
nee
50 - 60 012
8 - 10 10 - 40
013
0 - 50
014
8 - 10 10 - 40
015
0 - 50
016
0 - 50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, matig humeus Leem, sterk zandig
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig Zand, zeer fijn, sterk siltig Zand, matig fijn, zwak siltig Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig Zand, matig fijn, zwak siltig Zand, matig fijn, zwak siltig Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig
sporen baksteeN, sporen kool, zwak grindhoudend, zwak wortelhoudend brokken leem, sporen beton
sporen grind
30 X 34
100
30 x 30 sporen baksteen matig wortelhoudend, sterk baksteenhoudend, zwak grindhoudend
nee <1%
ja
30 x 30
40 %
nee
nee
30 x 30
0%
nee
nee
Tijdens de visuele inspectie zijn enkele foto’s gemaakt, die zijn toegevoegd in bijlage 2. Op basis van de visuele inspectie kan worden geconcludeerd dat zintuiglijk geen onderverdeling (wel/ geen asbestverdacht materiaal) van de locatie kan worden gemaakt. Wel is sprake van plaatselijk voorkomende puinhoudende lagen. Ten behoeve van de monsterneming is de uitgegraven grond naast de proefgaten uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De uit het proefgat uitgekomen grond is gezeefd (maaswijdte zeef 16 mm). Er zijn geen asbestverdachte materialen met een diameter groter dan 16 mm aangetroffen. Met uitzondering van 1 stuk asbestverdachte golfplaat op het maaiveld ter plaatse van proefsleuf 003. In de fractie <16 mm zijn asbestverdachte materialen visueel niet waarneembaar en derhalve is van deze fractie per proefgat een mengmonster samengesteld van de contactzone (0,0-0,5 m-mv). De mengmonsters hebben een gewicht van ca. 11 kg indien sprake was van grond (minder dan 50 % bijmengingen met bodemvreemd materiaal) en ca. 25 kg indien sprake was van een puinhoudende laag (>50% bodemvreemd materiaal).
Pagina 6 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
4 4.1
ANALYSES Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters
De chemische analyses van de grond(meng)monsters zijn conform AS3000 uitgevoerd door ALcontrol Laboratories B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (certificaatnummer L28) en AS3000-erkend. Naar aanleiding van het zintuiglijk onderzoek zijn aanvullend op de onderzoeksopzet 3 grondmonsters uit de opgeboorde grond samengesteld. De monsters zijn onderzocht op minerale olie en organische stof. In tabel 4.3.1 is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters zijn samengesteld. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. Daarnaast is van het stuk asbestverdacht plaatmateriaal of dit materiaal asbest bevat en zijn 4 asbest in grond- en 2 asbest puinanalyses uitgevoerd. 4.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan de streefwaarden (S) voor grondwater, de interventiewaarden (I) voor grond en grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden (AW) voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingbronnen. De streefwaarden voor grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof (in NEN5740 als tussenwaarde aangeduid) (T) fungeert als triggerwaarde waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd omdat het vermoeden van een geval van ernstige verontreiniging bestaat.
In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingsituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: Licht verhoogd: betreft gehalten/concentraties tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde voor grondwater en de tussenwaarde (gemiddelde van achtergrond-/streef- en interventiewaarde); Matig verhoogd: betreft gehalten/concentraties tussen de tussen- en interventiewaarde; Sterk verhoogd: betreft gehalten/concentraties welke de interventiewaarden overschrijden. De resultaten van het asbestonderzoek zijn getoetst aan het referentiekader van de Circulaire bodemsanering 2013 (versie 1 juli 2013). In de Circulaire wordt als interventiewaarde een gehalte van 100 mg/kgds asbest gehanteerd. Het gehalte asbest wordt berekend uit het gewogen serpentijnasbestgehalte vermeerderd met 10 maal het amfiboolgehalte.
Pagina 7 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
4.3
Toetsing van de analyseresultaten
4.3.1 Bodem Voor zware metalen en organische verbindingen dient een correctie plaats te vinden op basis van het gemeten lutum- en organisch stofgehalte in de bodem. Op basis van de gemeten gehalten aan lutum en organische stof worden de gerapporteerde gehalten omgerekende naar standaard bodem (10 % organisch stof en 25 % lutum). In tabel 4.3.1 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten, dan wel concentraties de achtergrondwaarden overschrijden. De toetsing van alle parameters is opgenomen als bijlage 5. tabel 4.3.1 : Getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters in mg/kgds nr.
boring
014-3
014
diepte (cm-mv) 40 - 60
014-6
014
014-8
014
1
bodembeschrijving
parameters >AW
Geh.
Zand, sterke olie-waterreactie, sterke brandstofgeur
analyseparameter Minerale olie, organische stof
Minerale olie (totaal)
3200
Toets Wbb ***
150 - 200
Leem, sporen baksteen, sterke oliewaterreactie, sterke brandstofgeur
Minerale olie, organische stof
Minerale olie (totaal)
59001
***
250 - 300
Leem, sporen baksteen, zwakke brandstofgeur
Minerale olie, organische stof
Minerale olie (totaal)
15001
***
op het certificaat is vermeld dat tevens componenten zijn aangetroffen kleiner dan C10 en groter dan C40 Verklaring gebruikte afkortingen:
AW T I
: achtergrondwaarde 2000 : tussenwaarde : interventiewaarde
geh.
: gemeten gehalte
Verklaring der tekens * ** ***
: groter dan AW en kleiner of gelijk aan T : groter dan T en kleiner of gelijk aan I : groter dan I
Op basis van boring 014 en de analyseresultaten van de opgeboorde grond kan geconcludeerd worden dat het volume gemiddeld sterk verontreinigde grond iets groter is dan op basis van voorgaand onderzoek (Verkennend bodemonderzoek Dorpstraat/Prins Hendriklaan te Brunssum, rapport Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV, kenmerk MT.14256, d.d. 13 januari 2015) werd verwacht. 4.3.2 Asbest Het asbestverdacht plaatmateriaal dat is aangetroffen op het maaiveld ter plaatse proefgat 003 (67,2183 gram) bevat 10 tot 15 % chrysotiel, 0,1 tot 2 % actinoliet en 2 tot 5 % crocidoliet. In tabel 4.3.2 zijn de resultaten van de analysemonsters van de fijne fractie en daarmee het totale gehalte aan asbest in het monster weergegeven. tabel 3.4.1 : Overzicht van het resultaat voor de monsters van de fijne fractie in mg/kgds Gehalte aan respirable vezels
Gehalte hechtgebonden asbest
Gehalte niethechtgebonden asbest
Gehalte serpentijn
Gehalte amfibool
10,56
-
-
<2
<2
<2
<2
0 - 50 0 - 50
27,376
-
-
<2
<2
<2
<2
005
0 - 50
25,557
-
-
<2
<2
<2
<2
mmASB3
002 004 006 007
0 - 50 0 - 50 0 - 50 0 - 50
12,27
-
-
<2
<2
<2
<2
mmASB4
008 009
0 - 50 0 - 50
10,97
-
-
<2
<2
<2
<2
Monster
Sleuf
Diepte (cm-mv)
Monstergewicht (kg)
003-2
003
0 - 50
mmASB1
015 015
mmASB2
Totaal gehalte asbest
Pagina 8 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
Monster
mmASB6
Sleuf
Diepte (cm-mv)
010 011
0 - 50 8 - 50
012 013 014 016
10 - 40 0 - 50 10 - 40 0 - 50
Monstergewicht (kg)
12,17
Gehalte aan respirable vezels
Gehalte hechtgebonden asbest
Gehalte niethechtgebonden asbest
Gehalte serpentijn
Gehalte amfibool
-
-
<2
<2
<2
Totaal gehalte asbest
<2
Met uitzondering van asbest in de vorm van plaatmateriaal op het maaiveld ter plaatse van proefgat 003 wordt geen asbest aangetoond. De bodem is asbestvrij.
Pagina 9 van 10
Referentienummer : MC150165.R01
5
CONCLUSIES
In opdracht van de gemeente Brunssum heeft Geonius Milieu B.V. de bodemkwaliteit vastgesteld ter plaatse van de locatie Prins Hendriklaan 2 te Brunssum. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning, de resultaten van recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek en de mogelijke aanwezigheid van een ondergrondse brandstoftank op de locatie. Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Ter plaatse van boring 001, die zo dicht als mogelijk bij de werkplaats is geplaatst is visueel geen olie aangetoond. De in het Roumaat onderzoek aangetoonde olieverontreiniging in de werkplaats betreft dan hoogstwaarschijnlijk een kleine lokale spot. Ter plaatse van boring 012, naast het ontluchtingspunt op de gevel, is geen olieverontreiniging aangetoond en verder ook geen olietank aangetroffen. De kans dat daadwerkelijk een tank aanwezig is wordt zeer klein geacht. Op basis van boring 014 blijkt dat de interventiecontour van het reeds bekende geval van bodemverontreiniging iets groter (circa 5 m2) dan vooraf is ingeschat. De totaalhoeveelheid niet toepasbare grond blijft hetzelfde alsmede de hiermee gepaarde kosten. Ter plaatse van proefgat 003 is op het maaiveld een stukje asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Het asbest is hechtgebonden.
In de actuele contactzone (0-0,5 m-mv) is visueel en analytisch geen asbest aangetoond.
Pagina 10 van 10