Raadsvoorstel 25 (bijlage) WBO Entree Dorpstraat_vastgesteld_Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -
Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat Gemeente Brunssum
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -
Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat Gemeente Brunssum
IDN-nummer:
NL.IMRO.0899.BpEntreeDorpstraat-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
31 maart 2023
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Notitie vormvrije mer-beoordeling
6
Bijlage 2
Actualiserend verkennend bodemonderzoek
15
Bijlage 3
Aanvullend bodemonderzoek
86
Bijlage 4
Instemming provincie Limburg deelsanering
142
Bijlage 5
Tussenevaluatie deelsanering
147
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
234
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek warmtepompen
297
Bijlage 8
Infiltratieonderzoek
354
Bijlage 9
Aanvullend infiltratieonderzoek
367
Bijlage 10
Notitie beoordeling stikstof
375
Bijlage 11
Quicscan flora en fauna
407
Bijlage 12
Bezonningsstudie
452
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat
3
4
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat
5
Bijlage 1
6
Notitie vormvrije mer-beoordeling
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat
Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat 15 juli 2022
1. Inleiding Om milieueffecten vroegtijdig en volwaardig te betrekken in besluitvorming omtrent nieuwe initiatieven vindt milieueffectrapportage plaats. In welke gevallen milieueffectrapportage verplicht is en in welke gevallen moet worden beoordeeld of een dergelijke rapportageprocedure moet plaatsvinden, volgt uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Milieueffectrapportage kan ook verplicht zijn voor plannen op initiatief van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (C-lijst) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (D-lijst). In die lijst is per categorie een drempelwaarde opgenomen. Deze drempelwaarden hebben een indicatief karakter, hetgeen inhoudt dat ook wanneer de drempelwaarden niet worden oversc hreden een beoordeling dient plaats te vinden of het planvoornemen kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen.
Deze beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. De hiervoor kort beschreven systematiek is nog eens schematisch weergegeven in het stroomschema op de volgende pagina. In deze notitie wordt beoordeeld of voor het bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat een merplicht of (vormvrije) mer-beoordelingsplicht van toepassing is, en wordt vervolgens beoordeeld of het uitgesloten is dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Daarbij wordt gebruik gemaakt van c.q. aansluiting gezocht bij het conceptontwerp van het bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat d d.d. 15 juli 2022 en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeksrapporten.
2
2. Plangebied Het plangebied is gelegen binnen het bestaand bebouwd gebied van de kern Brunssum. Het plangebied is gelegen in het uiterst noordelijke gedeelte van het centrumgebied van Brunssum, en i s ingesloten door bestaande woningen aan de Dorpstraat, Prins Hendriklaan, en Grachtstraat. Ten zuiden van het plangebied is aangrenzend een garagebedrijf gevestigd.
Ligging plangebied in wijdere omgeving
Globale begrenzing plangebied
3. Planvoornemen Het plangebied betreft een locatie waar voorheen een garagebedrijf en enkele woningen aanwezig waren. Die bebouwing is vanaf 2006 in delen gesloopt. Momenteel ligt het terrein braak en is het begroeid met vegetatie. Het planvoornemen bestaat uit te realiseren van een complex bestaande uit 39 sociale huurwoningen. Ten behoeve van die woningen wordt binnen het plangebied voorzien in 48 parkeerplaatsen. De openbare ruimte wordt ingericht met veel groen en een tweetal wadi’s voor de opvang en infiltratie van hemelwater.
3
Situatie in 1999
Situatie in 2022
4
Stedenbouwkundige verkenning planvoornemen
5
4. Mer(beoordelings)plicht? Gezien de woningbouwontwikkeling die het bestemmingsplan “Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat” mogelijk maakt en de activiteiten die worden genoemd in de C-lijst in de bijlage bij het Besluit m.e.r., is geen sprake van een merplicht. Wel is in de D-lijst de volgende categorie (D11.2) opgenomen: Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
In dit geval is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r., aangezien het bestemmingsplan ruimte biedt voor het realiseren van 39 nieuwe woningen. Hoewel de drempelwaarden als genoemd in kolom 2 niet worden overschreden, wordt het bestemmingsplan wel genoemd in kolom 4, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Aangezien in dit geval de gemeente Brunssum zelf (mede) initiatiefnemer is tot het opstellen van het bestemmingsplan, is er geen aanmeldnotitie van een initi atiefnemer beschikbaar als bedoeld in artikel 7.16 van de Wet milieubeheer. De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders dient in dit geval op grond van artikel 7.19 Wet milieubeheer ambtshalve te besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Deze notitie vormt daarvoor de basis. Deze m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd aan de hand van de volgende criteria uit bijlage III bij de EEG-richtlijn (2011/92/EU) milieueffectbeoordeling. 1) kenmerken van het project: a. omvang van het project; b. cumulatie met andere projecten; c. gebruik van natuurlijke grondstoffen; d. productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën. 2) plaats van het project: a. het bestaande grondgebruik; b.
relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; c. het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit al worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang; 3) kenmerken van het potentiële effect: a. bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); b. grensoverschrijdend karakter van het effect; c. de orde van grootte en de complexiteit van het effect; d. de waarschijnlijkheid van het effect; e. duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.
6
5. De beoordeling 1) Kenmerken van het project Zoals blijkt uit paragrafen 2 en 3 van deze notitie en het ontwerpbestemmingsplan “Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat” is sprake van bestaand stedelijk gebied dat in het verleden in gebruik is geweest voor een tankstation en woningen. Het huidige bestemmingsplan biedt nog steeds ruime planologische mogelijkheden voor wat betreft bouw- en gebruiksmogelijkheden voor in intensief gebruik van het plangebied. De bouwmassa’s nemen als gevolg van het nieuwe planvoornemen juist aanzienlijk af ten opzichte van hetgeen het huidige bestemmingsplan mogelijk maakt en hetgeen in het verleden aanwezig is geweest. Bovendien wordt voorzien in een duurzaam ruimtegebruik door het opnieuw invullen van een braakliggend terrein binnen bestaand stedelijk gebied. Daarnaast zal de openbare ruimte opnieuw worden ingericht, met meer aandacht voor groen, waterhuishouding, duurzaamheid en uitnodigen tot bewegen en ontmoeten, e.d. Er is geen sprake van cumulatie van effecten in relatie tot eventuele andere projecten in de omgeving. Wat betreft het gebruik van natuurlijke grondstoffen en de productie van afvalstoffen zijn er voor dit plan geen bijzonderheden. Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt waarbij sprake is van een aanzienlijk gebruik van natuurlijke grondstoffen.
Het nieuwe bestemmingsplan voorziet ook niet in zodanige wijzigingen dat daardoor een aanzienlijke toename in het gebruik van natuurlijke grondstoffen mogelijk wordt ten opzichte van de huidige (referentie)situatie. Hetzelfde geldt voor de productie van afvalstoffen en het risico op ongevallen. Voor wat betreft risico’s op ongevallen is het aspect externe veiligheid beschouwd in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Op dat punt worden geen belemmeringen gezien. In de milieuparagraaf van de toelichting op het bestemmingsplan zijn ook andere aspecten zoals verontreiniging en hinder beoordeeld en getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Gezien de conclusies in de milieuparagraaf en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeken wordt voldaan aan de toepasselijke wettelijke normen. Voor wat betreft geluid is sprake van een beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde in delen van het plangebied. De maximale ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Ook de te realiseren warmtepompen leiden niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gezien de resultaten op de diverse deelaspecten en het feit dat – anders dan geluid als hiervoor bedoeld – geen sprake is van overschrijdingen van normen of streefwaarden is ook geen sprake van een samenloop van verschillende hinderaspecten.
Ook volgt daaruit dat geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij is ook van belang dat de stikstofdepositie vanuit het gebied op beschermde Natura2000-gebieden niet (significant) toeneemt. 2) Plaats van het project Het plangebied betreft een locatie waar voorheen een garagebedrijf en enkele woningen aanwezig waren. Die bebouwing is vanaf 2006 in delen gesloopt. Momenteel ligt het terrein braak en is het begroeid met vegetatie. Het planvoornemen bestaat uit te realiseren van een complex bestaande uit 39 sociale huurwoningen. Ten behoeve van die woningen wordt binnen het plangebied voorzien in 48 parkeerplaatsen. De openbare ruimte wordt ingericht met veel groen en een tweetal wadi’s voor de opvang en infiltratie van hemelwater. Deze ontwikkeling past bij de ‘maat en schaal’ van dit deel van (het centrum van) Brunssum. Er worden redelijkerwijs geen dusdanige effecten verwacht voor het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen of het (opnamevermogen van) omliggende gevoelige (natuur)gebieden dat daardoor belangrijke nadelige gevolgen te verwachten zijn voor het milieu. Het plan leidt ook niet tot (significant) negatieve effecten op omliggende Natura2000-gebieden, zo blijkt uit het op dat punt verrichte onderzoek dat als bijlage aan de toelich ting op het bestemmingsplan is gevoegd.
In de toelichting op het bestemmingsplan zijn ook de onderwerpen archeologie en cultuurhistorie beschouwd en ook dat punt zijn er geen belemmeringen.
7
3) Kenmerken van het potentiële effect Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, het voorgaande en de onderbouwing van de ruimtelijk aanvaardbaarheid van het plan in de bestemmingsplantoelichting, is een verdere beschouwing van potentiële effecten niet aan de orde. Er zijn immers geen (significante) effecten te verwachten.
6. Conclusie Gezien voorgaande beoordeling zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten als gevolg van het planvoornemen en kan worden afgezien van het opstellen van een milieu effectrapport en het doorlopen van de formele milieueffectrapportageprocedure.
8
Bijlage 2 Actualiserend verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Entree Dorpstraat
15
Actualiserend nader bodemonderzoek Prins Hendriklaan 2 te Brunssum
Opdrachtnummer:
MA150165.R01
Versie:
V1.0
Datum rapport:
10 september 2015
Opdrachtgever:
Gemeente Brunssum, Dienst Projecten Postbus 250 6440 AG Brunssum
Contactpersonen:
De heer D. Florentinus De heer S. van Mulken
Functie:
Naam:
Projectleider:
Ing. R. Lieverdink
Collegiale toets:
Ing. B.H.A. Scheepers
Geonius Milieu B.V. Postbus 118 6400 AC Heerlen
Gezien en akkoord:
Tel.: 088-1300600 Fax: 088-1300669 Email: info@geonius.nl Website: www.geonius.nl
INHOUDSOPGAVE: 1
INLEIDING ............................................................................................................ 1
2
ACHTERGRONDINFORMATIE ................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
Situering onderzoekslocatie ....................................................................................... 2 Resultaten voorgaand bodemonderzoek ...................................................................... 2 Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................ 2 (Financieel-)juridische aspecten ................................................................................. 3 Conceptueel model (NTA 5755).................................................................................. 3 VELDWERK EN INTERPRETATIE VAN DE VELDGEGEVENS ...................................... 5
3.1 3.2 3.3 4
Uitgevoerd veldwerk ................................................................................................. 5 Het aangetroffen bodemprofiel................................................................................... 5 Watermonstername .................................................................................................. 6 ANALYSES ............................................................................................................. 7
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 5
Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters .................................................. 7 Toetsingskader ........................................................................................................ 7 Toetsing van de analyseresultaten.............................................................................. 7 Verontreinigingsituatie .............................................................................................. 9 Toetsing conceptueel model...................................................................................... 10 Bepaling ernst en spoed ........................................................................................... 10 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 12
5.1
Conclusies .............................................................................................................. 12
Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Topografische overzichtskaart Situatietekening en foto’s Boorstaten Analysecertificaten Toetsing Wet bodembescherming Rapportage Sanscrit
Referentienummer : MA150165.R01
1
INLEIDING
Op 29 mei 2015 is door Gemeente Brunssum aan Geonius Milieu B.V. te Schinnen opdracht verleend voor het uitvoeren van een actualiserend nader bodemonderzoek ter plaatse van de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum. Aanleiding voor dit nader bodemonderzoek wordt gevormd door de geplande herontwikkeling van de locatie alsmede de resultaten van eerder uitgevoerd verkennend en nader bodemonderzoek en de sterk verhoogde gehalten met vluchtige aromaten en minerale olie in de grond en grondwater op een gedeelte van de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is: het vaststellen van de aard, omvang en concentratie van de verontreinigende stoffen in de grond en het grondwater; het vaststellen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en daarmee mogelijk de noodzaak tot saneren; het vaststellen van de spoedeisendheid van de sanering en hiermee het tijdstip waarop feitelijk saneringsmaatregelen moeten worden genomen. Onderhavig nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de werkwijze volgens de NTA 5755 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, juli 2010). Geonius is gecertificeerd voor SIKB VKB-protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL-SIKB 2000).
Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Milieu B.V. is, als onderdeel van de Geonius Groep B.V., gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 9001:2000 en VCA*. Geonius Milieu B.V. streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd middels het uitvoeren van een beperkt aantal boringen en het laten analyseren van enkele grond(meng)monsters op een beperkt analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport wordt ingegaan de reeds bekende gegevens, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en het chemisch onderzoek. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies geformuleerd.
Pagina 1 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
2
ACHTERGRONDINFORMATIE
2.1
Situering onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie wordt gevormd door het terrein nabij de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum (inclusief openbare weg). Op de topografische kaart (blad 68G, 1:25.000) is deze locatie terug te vinden ter plaatse van de rijksdriehoekcoördinaten: x = 196.313 / y = 329.422 (zie bijlage 1). De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in de bijlage 2. 2.2
Resultaten voorgaand bodemonderzoek
Op voornoemde locatie zijn in het verleden een aantal onderzoeken uitgevoerd te weten: 1) Basisdocument inventariserend bodemonderzoek Prins Hendriklaan 2 te Brunssum, rapport TAUW R01/3715825/ESS/D01/S uit 1999; 2) Inventariserend bodemonderzoek Prins Hendriklaan 2 te Brunssum, rapport TAUW R02/3715825/BBR/D01/S d.d. 1 november 1999; 3) Nader bodemonderzoek op de locatie Prins Hendriklaan 2 te Brunssum, rapport UDM 04.03.0259 d.d. 6 juli 2005; 4) Verificatie olieverontreiniging locatie Prins Hendriklaan 2 in de gemeente Brunssum, rapport Geoconsult Milieutechniek B.V. kenmerk MA-60216 d.d. 20 juli 2006; 5) Nader onderzoek Prins Hendriklaan 2 in de gemeente Brunssum, rapport Geoconsult Milieutechniek B.V. kenmerk MB-60216-concept d.d. 15 november 2006; 6) Nader onderzoek Prins Hendriklaan 2 in de gemeente Brunssum, rapport Geoconsult Milieutechniek B.V. kenmerk MC-60216-R1, d.d. 27 juni 2007; 7) Verkennend bodemonderzoek Dorpstraat/Prins Hendriklaan te Brunssum, rapport Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV, kenmerk MT.14256, d.d. 13 januari 2015. Op basis van deze rapportages kan worden geconcludeerd dat er zowel in de grond als in het grondwater verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten worden aangetroffen. De concentraties overschrijden plaatselijk de interventiewaarde. Zowel de verontreiniging in de grond als in het grondwater zijn nog niet geheel ingekaderd.
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie
De maaiveldhoogte op de onderzoekslocatie bedraagt ca. 71 m+NAP. Het freatisch grondwater wordt op basis van de geohydrologische kaarten van de dienst grondwaterverkenning van TNO globaal aangetroffen op ca. 65 m+NAP. Op basis van detailinformatie uit dezelfde bron kan verder worden geconcludeerd dat het eerste watervoerende pakket zich bevindt in de formatie van Heksenberg. Op basis van voornoemde informatie kan derhalve worden geconcludeerd dat het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie zich op ca. 6 m-maaiveld bevindt. De grondwaterstromingsrichting is globaal noordelijk gericht. Door het aanwezige breukensysteem kan deze stromingsrichting echter afwijken. Op basis van de Bodemkaart en Grondwaterkaart Nederland is een schematische weergave van de regionale bodemopbouw en geohydrologie opgesteld, zie tabel 2.3.1. tabel 2.3.1 : regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte in m-mv
Omschrijving
Opmerkingen
0- 10
Formatie van Boxtel
Leem
Matig doorlatende laag
10-70
Formatie van Heksenberg
Grove zanden en grinden
1e watervoerende pakket
70-140
Gulpen, Maastricht en Houthem
Kalksteen
2e watervoerende pakket
>140
Carboon
Schlierijke afzettingen
Ondoorlatende basis
Overige geohydrologische relevante informatie is weergegeven in onderstaande tabel.
Pagina 2 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
tabel 2.3.2 : Overige geohydrologische informatie Geohydrologisch relevante informatie
Omschrijving
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Nee
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Nee
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Nee
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
2.4
(Financieel-)juridische aspecten
De NAW gegevens van de belanghebbende rechtspersonen en de opdrachtgever, de kadastrale gegevens alsmede het overzicht van de wettelijke aansprakelijkheid en verhaalbaarheid zijn opgenomen in onderstaande tabel. tabel 2.4.1 : Financieel- juridische aspecten Kadastrale gemeente
Brunssum
Brunssum
Brunssum
Kadastrale sectie
A
E
E
Kadastrale nummering van (delen van) de percelen
5644
883
655
Omschrijving
Bedrijvigheid (industrie)
Wegen
Wegen
Oppervlakte kadastrale percelen (m2)
453
2258
5460
Eigenaar
Gemeente Brunssum Lindeplein 1 6444 RT Brunssum Adres
Locatie in eigendom sinds
2007
onbekend
2005
Informatie wetgeving en aansprakelijkheid In eigendom voor 1 januari 1975
Eventuele saneringskosten zijn niet meer verhaalbaar, tenzij kan worden aangetoond dat van ernstige nalatigheid sprake is.
In eigendom na 1 januari 1975
Eventuele saneringskosten van bodemverontreiniging, na deze datum ontstaan, zijn verhaalbaar op de veroorzaker(s).
In eigendom na 1 januari 1987
Inwerkingtreding Wet Bodembescherming. In het zorgplichtartikel van deze wet wordt gesteld, dat eenieder die handelingen verricht die leiden tot bodemverontreiniging, verplicht is sanerende maatregelen te treffen met als doel verdere aantasting of negatieve gevolgen op te heffen of te beperken.
In eigendom na 5 mei 1994
Eerste fase inwerkingtreding Saneringsregeling Wet Bodembescherming. Hierin is het zorgplichtartikel geconcretiseerd en is er een meldingsplicht aan verbonden, waardoor de mogelijkheden tot aansprakelijkheidsstelling groter zijn geworden.
2.5
Conceptueel model (NTA 5755)
2.5.1 Aanleiding Naar aanleiding van de analyseresultaten van grond uit boring 301 (kern verontreiniging) is nader bodemonderzoek noodzakelijk dat in het verleden reeds in fase is uitgevoerd. Omdat het onderzoek ruim 9 jaar geleden is uitgevoerd is gezien de toekomstige ontwikkeling op de locatie, vraag naar een actualisatie van de omvang van de verontreiniging. 2.5.2 Conceptueel model Middels het nader bodemonderzoek wordt de omvang van de verontreiniging met vluchtige aromaten en minerale olie vastgesteld. Het nader onderzoek wordt uitgevoerd volgens de NTA 5755 (Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek, Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, juli 2010). In eerste instantie wordt een conceptueel model opgesteld. Hierin worden de verwachte verspreiding(sroutes) beschreven. Vervolgens worden bij het conceptueel model de onderzoeksvragen verwoord en wordt aangegeven welke informatie ontbreekt. Op basis van de onderzoeksvragen wordt het nader onderzoek uitgevoerd. Na uitvoering van het nader onderzoek wordt beoordeeld of de onderzoeksvragen voldoende zijn beantwoord, zo niet wordt het conceptueel model zo nodig bijgesteld.
Pagina 3 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
In tabel 2.3.1 is het conceptueel schematisch weergegeven.
tabel 2.3.1 : Conceptueel model mobiele verontreiniging voorkomen verontreinigde laag met minerale olie en vluchtige aromaten:
Op basis van voorgaande onderzoeken blijkt dat op de locatie de bodem sterk verontreinigd is met minerale olie en/of vluchtige aromaten. De bodem is op een diepte van 7,0 m-mv niet meer verontreinigd. De sterke verontreiniging is in horizontale richting ingekaderd. Hierbij is een worst-case omvang benaderd van circa 2.200m3, waarbij de i-contour van de grond overeenkomt met die van het grondwater.
grondwaterkwaliteit en huishouding:
Het grondwater is binnen 5,0 m-maaiveld aanwezig. Gezien het mobiele karakter van de verontreiniging vormt deze waarschijnlijk een bedreiging voor het grondwater. Dit is echter nog niet afdoende onderzocht.
verwerkingsmogelijkheden:
Thermische reiniging van de verontreiniging, eventueel thermisch in situ in combinatie met bodemluchtextractie
belemmeringen bij onderzoek en sanering:
Plaatselijk is een pand gelegen nabij de verontreiniging, die mogelijk een belemmering vormt.
risico's bij werken met verontreinigde grond:
Minerale olie en vluchtige aromaten aanwezig in gehalten boven de interventiewaarden. Letten op stofvorming, uitdamping en mogelijk explosiegevaar.
toestemmingsprocedure sanering:
Indien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging kan deze middels een BUS-melding worden afgehandeld. Indien de verontreiniging thermisch in-situ in combinatie met bodemlichtextractie wordt gesaneerd dient dit middels een saneringsplan te geschieden.
2.5.3 Onderzoeksopzet en onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek Naar aanleiding van het conceptueel model is de onderzoeksstrategie geformuleerd die in tabel 2.3.2 is weergegeven. Fase 2 is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van fase 1, waarbij boring B04 nog sterk verontreinigd bleek. tabel 2.3.2: Overzicht van de uit te voeren boringen en te verrichten analyses Aantal boringen / peilbuis
Te analyseren monsters
dieptetraject monsters in m-mv2)
analysepakket
5*5,0 m- mv1)
13 (grond) 1 (grond)
2,5-5,03)
Minerale olie + BTEXN Vluchtige olie
1*5,0 m-mv
1 (grondwater)
Filter: 4,0-5,0
Bestaande peilbuis 201
1 (grondwater)
Grondwater BTEXN+minerale olie+ Vluchtige olie
1*5,0 m-mv
Geen, vaststellen drijflaag
Snijdend filter: 2,0-5,0
-
9 (grond)
3,0-3,2 5,0-5,2 6,0-6,2
Grond (BTEXN)
1 (grondwater)
Filter 5,0-6,0 m-mv
Grondwater BTEXN+minerale olie
Fase 1 (nummer B1 t/m B6+pb B
Fase 2 (nummers B7 t/m B9) 2*6,0 m-mv 4*6,0 m-mv (peilbuis)
1) Indien zintuiglijk een verontreiniging wordt waargenomen dient de boring doorgezet te worden tot 0,50 meter in de zintuiglijk schone laag en wordt contact opgenomen met gemeente Heerlen. Bij de uitvoering dienen de boringen te allen tijde doorgezet te worden tot de aangegeven diepte; 2) Afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen kan afgeweken worden van de voorgestelde te analyseren dieptetrajecten en te nemen steekbussen na overleg met gemeente Heerlen; 3) Steekbus i.v.m. vluchtige componenten.
Pagina 4 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
3 3.1
VELDWERK EN INTERPRETATIE VAN DE VELDGEGEVENS Uitgevoerd veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn gefaseerd uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend VKB-protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De coördinerend veldmedewerkers, zijn in dit kader geregistreerd bij het ministerie voor Infrastructuur en Milieu. Voor een situatieoverzicht van de boringen wordt verwezen naar bijlage 2. Het veldwerk is uitgevoerd door: Fase 1; 5 juni 2015: J.P.A. van den Bogaert, T.P.E. Pansters en H.H. Vanderheijden. Fase 2; 7 augustus 2015: P. Engbers. Het mechanisch veldwerk is conform BRL SIKB 2100 en de daarbij behorend VKB-protocol 2101 (Mechanisch boren) uitgevoerd. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn de in tabel 3.1.1 vermelde afwijkingen geconstateerd ten aanzien van het beoogde boorplan. tabel 3.1.1 : Afwijkingen ten opzichte van boorplan Boornummer
diepte
afwijking
pbA
nvt
Boring en peilbuis is niet geplaatst omdat peilbuis 210 reeds aanwezig was.
Ondanks de afwijkingen is de bodemkwaliteit afdoende in beeld gebracht. 3.2
Het aangetroffen bodemprofiel
Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal zowel lithologisch als zintuiglijk onderzocht. Bij het lithologische onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd. Bij het zintuiglijk onderzoek worden bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen ten aanzien van kleur en geur van het bodemmateriaal beschreven. Voor de boorprofielen wordt verwezen naar de boorstaten die als bijlage 3 zijn toegevoegd. Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld deels verhard is met klinkers. De straat is verhard met asfalt en de groenstrook is onverhard. De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Vanaf het maaiveld wordt leem aangetroffen, maar plaatselijk ook grind en zand. Deze komen ook in de ondergrond voor. Het grondwater is aangetroffen op een diepte van circa 3,5 m-mv. Er is zintuiglijk verontreiniging aangetroffen bij: Fase 1 • • • Fase 2 •
boring B02 (2,5-5,0 m-mv) zwakke oliewaterreactie; boring B03 (2,4-4,0 m-mv) zwakke oliewaterreactie; boring B06 (1,8-5,0 m-mv) zwakke oliewaterreactie; boring B07 (2,0-5,4 m-mv) zwakke brandstofgeur, vethoogde PID van 4,2-5,0 m-mv.
Er zijn verder geen afwijkende geuren en/of kleuren waargenomen.
Pagina 5 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
3.3
Watermonstername
Op 15 juni 2015 (fase 1) en 17 augustus 2015 (fase 2) is het grondwater bemonsterd conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend VKB-protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters). De monsternemers, de heer J.H.M. Geurts (fase 1) en J.P.A. van den Boagaert (fase 2), zijn in dit kader geregistreerd bij het ministerie voor Infrastructuur en Milieu. Voor de watermonstername is de grondwaterstand, zuurgraad, turbuditeit en geleidbaarheid bepaald. Deze zijn weergegeven in tabel 4.3.2. De grondwaterstanden zijn locatie- en seizoensgebonden en kunnen derhalve variëren.
Pagina 6 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
4 4.1
ANALYSES Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters
De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn conform AS3000 uitgevoerd door ALcontrol Laboratories B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (certificaatnummer L28) en AS3000-erkend. Naar aanleiding van het zintuiglijk onderzoek zijn conform de onderzoeksopzet een aantal grondmonsters uit de opgeboorde grond samengesteld. De grond(meng)monsters zijn onderzocht op vluchtige aromaten en minerale olie. In tabel 4.3.1 is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters zijn samengesteld. Tevens zijn van elk grond(meng)monster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. De grondwatermonsters zijn conform de onderzoeksopzet onderzocht op vluchtige aromaten en minerale olie. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. 4.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan de interventiewaarde voor grond en de streefwaarde voor grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). Er worden drie toetsingsniveaus onderscheiden: de achtergrondwaarde (AW) voor grond, streefwaarde (S) voor grondwater en de interventiewaarde (I) voor grond en grondwater. In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingsituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: Licht verhoogd: betreft gehalten/concentraties tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde voor grondwater en de tussenwaarde (gemiddelde van achtergrond-/streef- en interventiewaarde); Matig verhoogd: betreft gehalten/concentraties tussen de tussen- en interventiewaarde; Sterk verhoogd: betreft gehalten/concentraties welke de interventiewaarden overschrijden. 4.3
Toetsing van de analyseresultaten
Voor zware metalen en organische verbindingen dient een correctie plaats te vinden op basis van het gemeten lutum- en organisch stofgehalte in de bodem. Op basis van de gemeten gehalten aan lutum en organische stof worden de gerapporteerde gehalten omgerekende naar standaard bodem (10 % organisch stof en 25 % lutum). In tabel 4.3.1 (grondmonsters) en tabel 4.3.2 (watermonsters) zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten, dan wel concentraties de achtergrondwaarden (grondmonsters) c.q. streefwaarden (grondwater) overschrijden. De toetsing van alle parameters is opgenomen als bijlage 5.
Pagina 7 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
tabel 4.3.1 : Getoetste analyseresultaten voor de grond(meng)monsters in mg/kgds nr.
boring
diepte (cm-mv)
bodem-beschrijving
analyseparameter
parameters >AW
conc.
toets
Fase 1 b01-8
b01
350 - 370
Leem
olie/arom
Xylenen Minerale olie
0,485 200
* *
b01-9
b01
480 - 500
Leem
olie/arom Organisch
Xylenen Minerale olie
1,335 40
* *
b02-9
b02
250 - 270
Leem, zwakke OW-reactie
olie/arom
Minerale olie
390
*
b02-12
b02
480 - 500
Leem, zwakke OW-reactie
olie/arom.
-
b03-14
b03
310 - 330
Zand, zwakke OW-reactie
olie/arom.
-
b03-15
b03
450 - 470
Zand
olie/arom.
-
b04-11
b04
350 - 370
Leem
olie/arom.
Xylenen
1,235
*
b04-12
b04
480 - 500
Leem
olie/arom.
Xylenen Minerale olie
1,035 2.200
* ***
b05-12
b05
300 - 320
Leem, zwak grindhoudend
olie/arom.
-
b05-13
b05
400 - 420
Leem, zwak grindhoudend
olie/arom.
-
b06-6
b06
180 - 200
Leem, zwakke OW-reactie
olie/arom. Minerale olie vluchtige olie
-
b06-13
b06
480 - 500
Zand, zwakke OW-reactie Zwakke brandstofgeur
olie/arom.
Ethylbenzeen Xylenen
0,34 2,235
* **
pbb-8
pbB
280 - 300
Leem
olie/arom.
-
Fase 2 B07-9
B07
300 - 320
Leem, zwakke brandstofgeur
olie/arom
-
B07-14
B07
500 - 520
Zand, zwakke brandstofgeur
olie/arom
Ethylbenzeen
0,05
*
Xylenen
3,635
**
1,015
*
B07-18
B07
600 - 620
Zand
olie/arom
Xylenen
B08-7
B08
300 - 320
Zand
olie/arom
-
B08-12
B08
500 - 520
Zand
olie/arom
-
B08-16
B08
600 - 620
Klei, laagjes zand
olie/arom
-
B09-8
B09
300 - 320
Leem
olie/arom
-
B09-13
B09
500 - 520
Zand, resten planten
olie/arom
-
B09-17
B09
600 - 620
Klei, laagjes zand
olie/arom
-
Pagina 8 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
tabel 4.3.2 : Getoetste analyseresultaten voor de grondwatermonsters in µg/l peilbuisnr.
waterstand (cm-mv)
zuurgraad (pH)
geleidbaarheid (µS/cm)
analyseparameter
parameters >S
conc.
toets
210
312
6,6
6,6
olie/arom +vluchtige olie
Naftaleen
0,03
*
pbB
351
6,7
888
olie/arom +vluchtige olie
Xylenen
2,57
*
Naftaleen
0,03
*
Naftaleen Xylenen
0,060 0,21
* *
Fase 1
Fase 2 B09
370
6,8
346
olie/arom
Verklaring gebruikte afkortingen: AW T I S Conc.
: achtergrondwaarde 2000 : tussenwaarde : interventiewaarde : streefwaarde : gemeten concentratie
4.4
Verontreinigingsituatie
Verklaring der tekens * ** ***
: groter dan AW en kleiner of gelijk aan de T : groter dan T en kleiner of gelijk aan de I : groter dan I
4.4.1 Grond Uit de resultaten van onderhavig onderzoek blijkt dat ter plaatse van boringen B01, B02, B04, B06 en B07overschrijdingen van de achtergondwaarde zijn aangetoond voor ethylbenzeen, xylenen en minerale olie. Bij boringen B06 en B07 wordt de “tussenwaarde” overschreden door de parameter xylenen. Bij boring B04 is in de laag 4,8-5,0 m-mv een overschrijding van de interventiewaarde aangetoond voor het gehalte aan minerale olie. Bij de overige boringen zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetoond. Vluchtige olie is niet aangetroffen De interventiewaardecontour concentreert zich tot de boring 205, 212 en 301 uit voorgaand onderzoek en boring B04 en wordt rondom begrensd door de boringen B01 t/m B03 en B05 t/m B09. In verticale richting wordt de verontreiniging begrensd op ca. 7 m-maaiveld (reeds in voorgaand onderzoek vastgesteld. De interventiewaardecontour staat weergegeven in bijlage 2. Voorts is op basis van de beschikbare onderzoeksresultaten de verontreiniging met vluchtige aromaten en minerale olie in de grond, gerelateerd aan het voormalig gebruik als tankstation. Binnen de perceelsgrenzen is de verontreiniging in horizontale en verticale richting voldoende afgeperkt, 4.4.2 Asbest in grond Er is geen sprake van het voorkomen van asbestverdachte materialen in de bodem of op het maaiveld.
4.4.3 Grondwater Op de onderzoekslocatie is één peilbuis geplaatst met een snijdend filter ter vaststelling van een drijflaag. Een drijflaag is niet aangetroffen. In het grondwater zijn ten opzichte van de streefwaarden verhoogde concentraties van naftaleen en xylenen aangetoond. Gezien de resultaten van het onderzoek van Rouwmaat uit 2015, waarbij in peilbuizen 205, 212 en 301 overschrijdingen van de interventiewaarde is aangetoond voor de parameters benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en minerale olie. Deze grondwaterverontreiniging is begrenst door peilbuis 04, 203, 204, 208 (uit voorgaand onderzoek) en peilbuizen B09, pbB en 210, waarin geen tot marginale overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetroffen.
Pagina 9 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
4.5
Toetsing conceptueel model
Na uitvoering van het nader bodemonderzoek is gebleken dat het oppervlak waarover de bodem sterk verhoogde gehalten met minerale olie en vluchtige aromaten bevat bedraagt circa 190 m2. De sterk verhoogde gehalten worden aangetroffen in de laag van 2,5 tot 7,0 m-mv. Op basis hiervan wordt het volume sterk verontreinigde grond berekend op 855 m3. Het oppervlakte van de totale verontreiniging in de grond met gehalte boven de achtergrondwaarden wordt ingeschat op circa 460 m2. De totale omvang wordt daarmee ingeschat op circa 2.100 m3. De omvang van de grondwaterverontreiniging met gehalte >interventiewaarde komt overeen met die van de grond, dus circa 855 m3. De totale omvang van de grondwaterverontreiniging met gehalten groter dan de streefwaarde bedraagt circa 1.800 m2 / 8.000 m3. Op de locatie is conform de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
4.6
Bepaling ernst en spoed
Indien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging dient het saneringscriterium er toe om vast te stellen of de sanering van het geval met spoed moet worden aangepakt. Wanneer sprake is van spoed, is het nemen van maatregelen verplicht. Wanneer sanering niet met spoed hoeft plaats te vinden kan voor de aanpak van de verontreiniging worden aangesloten bij maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Deze saneringen vinden plaats op initiatief van de eigenaar of andere belanghebbende met het oog op gewenst gebruik van de bodem. Uiteindelijk moet het resultaat van de sanering zijn dat de locatie geschikt is voor het (toekomstig) gebruik. Het criterium maakt het mogelijk om de aanpak toe te kunnen spitsen op risico’s van het verontreinigde gebied. Bij vaststellen van het moment van volledige sanering wordt nadrukkelijk met economische en ruimtelijke overwegingen rekening te houden. Sanering (de meest vergaande vorm van beheer) wordt hierbij alleen opgelegd als sprake is van een ontoelaatbaar risico. Indien de risico’s op een effectieve manier tijdelijk weg zijn te nemen, ontstaat meer ruimte voor uitstel van de volledige sanering. Het saneringscriterium omvat een systematiek waarmee kan worden bepaald of de verontreiniging van de bodem zorgt voor een zodanig risico voor mens, plant en dier, dat er spoedig moet worden gesaneerd.
De toepassing van deze systematiek leidt bij gelijke omstandigheden tot dezelfde uitkomst. Hierbij speelt niet alleen de functie maar bijvoorbeeld ook de bodemgesteldheid een rol. Het uitgangspunt is dat de systematiek leidt tot een zorgvuldige vaststelling van risico’s Het saneringscriterium bestaat uit drie stappen. Stap 1 (vaststellen of sprake is van een geval van ernstige verontreiniging) is reeds uitgevoerd. In stap 2 wordt door middel van een standaard risicobeoordeling vastgesteld of er bij het huidige en/of toekomstige gebruik sprake is van onaanvaardbare risico’s voor de mens (humaan), voor het ecosysteem (ecologisch) of uit het oogpunt van verspreiding van verontreiniging. Indien de uitkomst is dat sprake is van onaanvaardbare risico’s, dient de sanering met spoed uitgevoerd te worden. In dit geval kan stap 3 een locatiespecifieke risicobeoordeling worden uitgevoerd. Stap 3 is niet verplicht, maar kan worden uitgevoerd als de initiatiefnemer of het bevoegd gezag dit wenselijk achten. Pagina 10 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
Indien uit stap 2 blijkt dat geen sprake is van onaanvaardbare risico’s is spoedeisende sanering van de locatie niet noodzakelijk. In dit geval kan het echter wel noodzakelijk zijn sanerende maatregelen te treffen (ontgraven van sterk verontreinigde grond) in verband met de herinrichting van de locatie. De standaard risicobeoordeling is uitgevoerd met behulp van het programma Sanscrit (ontwikkeld door het ministerie van VROM en Van Hall Larenstein). Opgemerkt wordt dat het resultaat van deze spoedeisendheidsbepaling als advies naar het bevoegd gezag moet worden gezien. Een definitief oordeel omtrent het wel of niet spoedeisend zijn van een sanering dient door het bevoegd gezag in een beschikking ernst en spoed te worden vastgesteld. Bij de uitvoering van de risicobeoordeling zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Aangenomen mag worden dat de verontreiniging voor 1987 ontstaan is als gevolg van het gebruik als tankstation met ondergrondse tanks. Hieruit kan opgemaakt worden dat geen sprake is van zorgplicht; De resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken worden als correct en volledig beschouwd; Uit de kadastrale gegevens blijkt dat voor de gehele locatie diverse kadastrale omschrijvingen gelden namelijk bedrijvigheid (industrie) en wegen; De locatie valt binnen het bestemmingsplan Centrum.
In dit bestemmingsplan is de gehele locatie aangeduid als bedrijf; Geconcludeerd wordt dat sprake is van een ecologisch relatief ongevoelig gebruik. 4.6.1 Humane risico’s De standaard risicobeoordeling infrastructuur en industrie".
is
uitgevoerd
voor
de
functie
"ander
groen,
bebouwing,
Bij de bepaling van de humane risico’s is in eerste instantie uitgegaan van de worst-case-situatie. Hierbij is het hoogst gemeten gehalte uit de bekende bodemonderzoeken gehanteerd voor de bepaling van de humane risico’s. Voor de functie is geen sprake van onaanvaardbare humane risico’s. 4.6.2 Ecologische risico’s Het bepalen van de ecologische risico’s is afhankelijk van de functie van de locatie (natuurgebied, wonen met tuin, landbouwgrond of industrie). Gezien de huidige, en naar verwachting ook de toekomstige functie is getoetst aan een ongevoelig niveau. De verontreiniging bevindt zich NIET geheel of ten dele in de bovenste meter van de onbedekte bodem. Er is geen sprake van gewassen wortelend in verontreinigde bodem dieper dan één meter. Dit betekent dat een ecologische risicobeoordeling niet vereist is.
4.6.3 Verspreiding Aangezien sprake is van een mobiele verontreiniging is kan sprake zijn risico’s voor verspreiding van de verontreiniging in de grond. Op grond van de standaardbeoordeling verspreidingsrisico’s is er geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor verspreiding.
Op basis van de uitgevoerde risicobeoordeling kan gesteld worden dat meest kritische functie ‘plaatsen waar kinderen spelen’ en een matig ecologisch toetsniveau er géén sprake is van onaanvaardbare risico’s. Voor de meest kritische functie wonen met tuin en een matig ecologisch toetsniveau is eveneens géén sprake is van onaanvaardbare risico’s. Een kopie van de uitgevoerde risicobeoordeling is toegevoegd als bijlage 3.
Pagina 11 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Gemeente Brunssum heeft Geonius Milieu B.V. een nader bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Prins Hendriklaan 2 te Brunssum. Aanleiding voor het uitvoeren van dit nader bodemonderzoek vormde de aangetroffen verhoogde gehalten vluchtige aromaten en minerale olie in de grond en het grondwater. Aanleiding voor dit nader bodemonderzoek wordt gevormd door de geplande herontwikkeling van de locatie alsmede de resultaten van eerder uitgevoerd verkennend en nader bodemonderzoek en de sterk verhoogde gehalten met vluchtige aromaten en minerale olie in de grond en grondwater op een gedeelte van de onderzoekslocatie
5.1
Conclusies
Op basis van de historische gegevens, de zintuiglijke waarnemingen en het chemisch-analytisch onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd en aanbevolen. De bodem (grond en grondwater) is verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten in gehalte die de interventiewaarden overschrijden. Op basis van de mate en omvang van deze verontreiniging is op de locatie, conform de Wet bodembescherming, sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van de risicoberekening is geen sprake van spoedeisenheid. Het geval is als volgt van omvang: Resultaat NO Typering verontreiniging
matrix
>
oppervlakte (m2)
Diepte verontreiniging (..-.. m-mv)
omvang (m3)
Omvang >I (m3)
Spoedeisendheid (san.tijdstip)
vluchtige aromaten en minerale olie
grond
Interventiewaarde achtergrondwaarde
190 460
2,5-7,0 2,5-7,0
2.100
855 -
Geen spoed
grondwater
Interventiewaarde streefwaarde
190 1.800
2,5-7,0 2,5-7,0
8.000
855 -
Alvorens kan worden overgegaan tot het (her)inrichten van de locatie/ nieuwbouw , dient de verontreinigde grond / het verontreinigde grondwater gesaneerd te worden. Op grond van de saneringsparagraaf in de Wet bodembescherming dient, bij een geval van ernstige bodemverontreiniging, een saneringstraject doorlopen te worden. Concreet houdt dit het volgende in: Eventueel het uitvoeren van een saneringsonderzoek; Het opstellen van een saneringsplan of BUS-melding en indienen van dit plan bij het bevoegd gezag (i.c. de provincie Limburg); Verkrijgen van een beschikking op het saneringsplan Na goedkeuring (3 maanden) van het saneringsplan kan, met of zonder een bestek gestart worden met de saneringswerkzaamheden; Na beëindiging van de saneringswerkzaamheden dient een evaluatieverslag van de sanering ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegd gezag (i.c. de provincie Limburg).
Pagina 12 van 12
Referentienummer : MA150165.R01
Bijlage 1:
Topografische overzichtskaart
Referentienummer : MA150165.R01
Bijlage 2:
Situatietekening en foto’s
Referentienummer : MA150165.R01
Bijlage 3:
Boorstaten
opdrachtnummer : MA150165 projectomschrijving : N.O. aan de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum.
Boring:
b01
Boring:
b02
Datum:
05-06-2015
Datum:
05-06-2015
0
0
klinker
0
0
-8
1
klinker
-8
Leem, sterk zandig, zwak grindig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
50
Grind, matig grof, siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs 1
50
2
2
-100
100
Leem, zwak zandig, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor
-100
100
3
Leem, sterk zandig, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, grijsgroen 3
-150
150
Leem, zwak zandig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
-150
150
4
Leem, sterk zandig, matig baksteenhoudend, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, grijszwart, Edelmanboor
4
200
-200
200
5
Leem, zwak zandig, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
5
250
-250
250
Leem, zwak zandig, zwakke olie-water reactie, grijsgroen, Edelmanboor
9 6
6
-300
300
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, grijsgroen, Edelmanboor
300
7
7
350
350 8 10
8
400
400
11
10
450
450
12
11 9
500
12 -500
500
-500
pagina 1/5 verticale schaal 1: 30
opdrachtnummer : MA150165 projectomschrijving : N.O. aan de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum.
Boring:
b03
Boring:
b04
Datum:
05-06-2015
Datum:
05-06-2015
0 -3
0
tegel
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelwit
1
gras Leem, zwak zandig, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
1
-30
Geen olie-water reactie, geen gemengde geur, Edelmanboor
2 -50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, zwak baksteenhoudend, zwak slakhoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
3
-100
100
Leem, sterk zandig, sporen veen, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
-50
50
Leem, sterk zandig, zwak grindig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin 2
100
4
3
150
150
5
4
200
200
6
5 -240
Zand, matig fijn, matig siltig, zwakke olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
250
7
300
-250
250
Leem, sterk zandig, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerblauw, Edelmanboor 6
300
8
-310
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, zwakke olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
14
7
9 350
-350
350
Leem, zwak zandig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
11 8
10 -400
400
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
400
11
9
450
450 12
15 -470
Grind, matig grof, siltig, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
13 500
-500
10 12 500
-500
pagina 2/5 verticale schaal 1: 30
opdrachtnummer : MA150165 projectomschrijving : N.O. aan de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum.
Boring:
b05
Boring:
b06
Datum:
05-06-2015
Datum:
05-06-2015
0
0
gras Grind, matig grof, siltig, geen olie-water reactie, bruingeel, Edelmanboor
0 -3
0
1
Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelwit, Edelmanboor
1
50
-50
50
2
tegel
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, bruingeel, Edelmanboor 2
100
-100
100
3
Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, bruingeel, Edelmanboor
3
-150
150
Leem, zwak zandig, matig grindig, geen olie-water reactie, bruinoranje, Edelmanboor
150 4
4
-180
Leem, sterk zandig, zwak grindig, zwakke olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, grijsgroen, Edelmanboor
6 -200
200
Leem, zwak zandig, sterk baksteenhoudend, geen olie-water reactie, bruinoranje, Edelmanboor
5
200
5
-230
250
Leem, zwak zandig, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor 6
7 -250
250
Zand, matig fijn, matig siltig, zwakke olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, donkergrijs, Edelmanboor
8 7 300
300 12 8
9
350
350
9
10
400
400 13 10
11
450
450
11
12 14
500
13 -500
500
-500
pagina 3/5 verticale schaal 1: 30
opdrachtnummer : MA150165 projectomschrijving : N.O. aan de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum.
Boring:
B07
Boring:
B08
Datum:
07-08-2015
Datum:
07-08-2015
0
0 1
gras Leem, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, geen olie-water reactie, lichtbruin, Schep, Pid 0,0
1
-30
50
2 -60
3 -80
100
4 -110
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig grindig, sporen stenen, antropogeen, geen olie-water reactie, lichtbruin, River, Pid 0,0 Volledig baksteen, antropogeen, geen olie-water reactie, bruinrood, Avegaar, Pid 0,0 Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, sporen roest, antropogeen, geen olie-water reactie, lichtbruin, Avegaar, Pid 0,0
150
Leem, sterk zandig, zwak humeus, matig grindig, laagjes zand, antropogeen, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Avegaar, Pid 0,0
2
-100
100
Leem, sterk zandig, zwak humeus, matig grindig, laagjes zand, antropogeen, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Avegaar, Pid 0,0
3
-150
150
Leem, sterk zandig, zwak grindig, sporen roest, antropogeen, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Avegaar, Pid 0,0
-160
Leem, sterk zandig, sporen baksteen, antropogeen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Avegaar, Pid 0,0
6 -200
200
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0
7
-250
250
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0
8
-300
300 9
-320
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, donkergrijs, Steekbus, Pid 0,0 Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, neutraal blauwgrijs, Avegaar, Pid 0,0
10 350
4
-200
200
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Avegaar, Pid 0,0 5
-250
250
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Avegaar, Pid 0,0 6
-300
300 7
-320
350 -370
Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, neutraal blauwgrijs, Avegaar, Pid 0,0
11
Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0 400
9
-420
450
-420
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten planten, gebiedseigen, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, neutraal bruingrijs, Avegaar, Pid 25
12
Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0 450
10
-470
13 -500
500 14
-520
15 -540
550
16
-470
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, donker bruingrijs, Avegaar, Pid 121 Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, donkergrijs, Steekbus, Pid 0,0 Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, lichtgrijs, Avegaar, Pid 0,0
-500
500 12
-520
13
550
-600
600 18
-620
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Steekbus, Pid 0,0
-530
14
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0
11
-560
17
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Steekbus, Pid 0,0 Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0
8
-370
400
gras Leem, sterk zandig, zwak humeus, matig grindig, laagjes zand, antropogeen, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Avegaar, Pid 0,0
-50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen roest, antropogeen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Avegaar, Pid 0,0
5
0
0
-580
15 -600
600 16
-620
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Steekbus, Pid 0,0 Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, sporen stenen, gebiedseigen, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0 Klei, zwak zandig, laagjes zand, gebiedseigen, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0 Klei, zwak zandig, laagjes zand, gebiedseigen, geen olie-water reactie, donkergrijs, Avegaar, Pid 0,0 Klei, zwak zandig, laagjes zand, gebiedseigen, geen olie-water reactie, donkergrijs, Steekbus, Pid 0,0
pagina 4/5 verticale schaal 1: 30
opdrachtnummer : MA150165 projectomschrijving : N.O. aan de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum.
Boring:
B09
Boring:
pbB
Datum:
07-08-2015
Datum:
05-06-2015
0
0
gras Leem, sterk zandig, sporen grind, antropogeen, geen olie-water reactie, lichtbruin, Schep, pid 0,0
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak grindhoudend, gebiedseigen, geen olie-water reactie, lichtbruin, River, PID 0,0
2
-100
100
gras Leem, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin
1
-50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, lichtbruin, River, Pid 0,0
-50
50
Leem, sterk zandig, sterk grindig, zwak roesthoudend, neutraalbruin
2 -80
100
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, grijsblauw, Edelmanboor 3
3
-150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, lichtbruin, River, Pid 0,0
4
150
4
-180
200
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor, Pid 0,0 5
200
5
-230
250
-230
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, donker bruingrijs, Avegaar, Pid 0,0 6
250
Leem, sterk zandig, zwak grindig, geen olie-water reactie, grijsblauw, Edelmanboor 6
-280
7 -300
300 8
-320
-280
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, donker bruingrijs, Avegaar, Pid 0,0 Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, donker bruingrijs, Steekbus, Pid 0,0
-350
Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraal grijsblauw, Avegaar, Pid 0,0
9
350
10
10
-400
400
Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Avegaar, Pid 0,0
-400
400
11
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor 11
-450
450
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, grijsblauw, Edelmanboor
8
300
Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraal grijsblauw, Avegaar, Pid 0,0
9 350
7
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Avegaar, Pid 0,0
-450
450 12
Grind, matig grof, siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
13
12 14 -500
500 13
-520
14
550
-530
500
-500
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig grindig, resten planten, gebiedseigen, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Avegaar, Pid 0,0
15
-580
16 -600
600
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig grindig, resten planten, gebiedseigen, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Steekbus, Pid 0,0
17 -620
Klei, zwak zandig, laagjes zand, gebiedseigen, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Avegaar, Pid 0,0 Klei, zwak zandig, laagjes zand, gebiedseigen, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Avegaar, Pid 0,0 Klei, zwak zandig, laagjes zand, gebiedseigen, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Steekbus, Pid 0,0
pagina 5/5 verticale schaal 1: 30
Referentienummer : MA150165.R01
Bijlage 4:
Analysecertificaten
ALcontrol B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.alcontrol.nl
Analyserapport
GEONIUS MILIEU BV (Heerlen) R Lieverdink Breinderveld 15 6365 CM SCHINNEN
Uw projectnaam Uw projectnummer ALcontrol rapportnummer
Blad 1 van 4
: N.O. aan de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum. : MA150165 : 12176228, versienummer: 1
Rotterdam, 20-08-2015
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project MA150165. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel door derden uitgevoerd onderzoek, uitgevoerd door ALcontrol B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 4 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
R. van Duin Laboratory Manager
ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
GEONIUS MILIEU BV (Heerlen) R Lieverdink Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 4
Analyserapport
N.O. aan de Prins Hendriklaan 2 te Brunssum. MA150165 12176228
- 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Grondwater (AS3000)
B09-1 B09
Analyse
Eenheid
Q
001
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) totaal BTEX (0.7 factor)
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
S S S S S S
<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 1) 0.21 1) 0.63
Orderdatum 17-08-2015 Startdatum 17-08-2015 Rapportagedatum 20-08-2015
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen µg/l S 0.06 MINERALE OLIE fractie C10 - C12 fractie C12 - C22 fractie C22 - C30 fractie C30 - C40 totaal olie C10 - C40