Raadsvoorstel 24 (bijlage) Zienswijzennota, BP Raadhuisstraat, anoniem.docx
Tekst van het document
Pagina 17 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’ h.
Reclamant ziet geen uitvoerbaarheid voor het plan omdat de hoogteverschillen in het plan enorm zijn, het verschil in peil van de woningen aan de Dorpstraat met de woningen aan de Schinkelstraat bedraagt ongeveer 12 meter. Ook de ondergrond bestaat vooral uit losse bodem, namelijk zand. Dit zal tot problemen en mogelijk schade leiden. Daarnaast is onduidelijk welke invloed de werkzaamheden op grondwater hebben.
Reactie: Het is inderdaad juist dat in het plangebied sprake is van hoogteverschillen. De hoogteverschillen in het gebied zijn goed in kaart gebracht en op een hoogtekaart opgenomen. In de ten behoeve van het plan opgestelde civieltechnische tekeningen wordt dan ook rekening gehouden met deze hoogtes. Dit vergt bij de daadwerkelijke realisatie van het plan onder meer het treffen van voorzieningen waaronder keerconstructies. Niet is gebleken dat de woningen niet gerealiseerd kunnen worden gezien de hoogteverschillen. Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan dient vanuit milieuhygiënisch oogpunt gekeken te worden naar de geschiktheid van de ondergrond. Ten aanzien van de geschiktheid van de bodem voor bebouwing kunnen wij opmerken dat hier goed naar is gekeken. In 2016 is binnen het plangebied een verkennend bodemonderzoek (Royal HaskoningDHV, kenmerk T&PBE5002-101-100R002F01, d.d. 7 maart 2016) uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Vervolgens is in 2021 een actualiserend bodemonderzoek (Royal HaskoningDHV, kenmerk BI2204101100MIRP001F01, d.d. 8 oktober 2021) uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Binnen het plangebied hebben in het kader van het bodemonderzoek verschillende boringen plaatsgevonden. Van de opgeboorde bodem zijn in het laboratorium mengmonsters samengesteld.
Bij de samenstelling van deze mengmonsters is rekening gehouden met het maximaal op te mengen aantal deelmonsters, de ligging van de boringen, het aanwezige bodemmateriaal en de aard en hoeveelheid aan bodemvreemde bijmengingen. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat geen aanleiding om over te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen belemmeringen voor de beoogde herinrichting van het terrein en het gebruik van onderhavig plangebied ten behoeve van woondoeleinden Er heeft reeds een geotechnisch onderzoek (Aelmans, 19 oktober 2022, E222705.006/RKR) plaatsgevonden, waarbij grondonderzoek (sonderingen én boringen) heeft plaatsgevonden. In het onderzoek is aangegeven dat vanuit geotechnisch oogpunt ingestemd kan worden met de keuze om te bouwen op palen. Op het moment dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt aangevraagd dient een funderingsonderzoek te worden toegevoegd aan de aanvraag. Dit onderzoek zal te zijner tijd adequaat door deskundigen beoordeeld worden. Zoals aangegeven is reeds bekend dat gewerkt dient te worden met funderingen op palen, hierdoor is het realiseren van de woningen vanuit technisch oogpunt uitvoerbaar. Bij de uitvoering zal op een wijze worden gewerkt waardoor zo min mogelijk schade zal ontstaan.
i.
Reclamant verwijst naar infiltratieonderzoeken die ten grondslag liggen aan het plan. In een van de onderzoeken is aangegeven dat bij drie van de vijf wadi’s de ledigingstijd te lang is. Volgens Kragten is dat een probleem dat niet zonder meer op te lossen is. Na dit onderzoek zijn geen conclusies getrokken of heeft nader onderzoek plaatsgevonden. Reclamant is van oordeel dat ook aan de Schinkelstraat moet worden gekeken naar de doorlating van water in de bodem.
Reactie: In paragraaf 4.8 van de plantoelichting is ingegaan op het onderwerp water. Daarbij is aangegeven dat ten behoeve van het onderhavige plan diverse onderzoeken zijn uitgevoerd. Door Aelmans is de waterdoorlatendheid van de ondergrond binnen het plangebied onderzocht (d.d. 18 februari 2022, kenmerk E221558.004/RKR). Daaruit blijkt dat infiltratie van hemelwater binnen het plangebied tot de mogelijkheden behoort. Het infiltreren zou direct in de ondiepe ondergrond (omstreeks maaiveld -3 meter) moeten kunnen plaatsvinden. Een geoptimaliseerde én gereguleerde voeding / afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en / of
Pagina 18 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’ grindkoffers in combinatie met grindpalen (tot beneden NAP +71 meter op het noordelijk terreindeel) is echter aanbevelenswaardig. Naderhand zijn voor de verdere civieltechnische uitwerking van de openbare ruimte en de daarin mogelijk te realiseren wadi's nog infiltratieputten gegraven, om zo de inzijgsnelheid te meten (Notitie Kragten, d.d. 13 april 2022, kenmerk BRU000-0076). Uit de rapportage blijkt dat de inzijgsnelheid ter plaatse van wadi's A en C redelijk is. Voor wadi B is de inzijgsnelheid zeer laag. De indicatieve ledigingsduur die daaruit voortvloeit is voor wadi's A en C acceptabel, voor wadi B is die eigenlijk te laag. Het plangebied beschikt over circa 7.000 m² aan openbaar gebied, waarvan circa 1.300 m² gereserveerd is voor waterhuishoudkundige voorzieningen (dit bedraagt circa 10%). Het hemelwater wordt zo binnen het plangebied opgevangen en zoveel mogelijk in de bodem geïnfiltreerd. Zoals uit de beschrijving van de resultaten van de infiltratieproeven blijkt, zijn de mogelijkheden daarvoor binnen het plangebied niet optimaal. De waterhuishoudkundige voorzieningen dienen voor wat betreft dimensionering conform het gemeentelijk beleid te worden afgestemd op een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 1:25 (T=25), gemiddeld klimaatscenario 2050, wat wil zeggen 50 mm, bij een bui-duur van twee uur.
Dat komt neer op 5 m³ per 100 m². Uitgaande van de eerder genoemde bebouwde en verharde oppervlakte komt dat neer op 6.500 m² / 100 * 5 = 325 m³. Gelet op de voor water gereserveerde oppervlakte en de voorziene drie wadi's met een gezamenlijke capaciteit van circa 365 m³ kan daarin binnen het plangebied worden voorzien. Daarbij wordt opgemerkt dat de bergingseis centraal staat. Bij de verdere uitwerking is ook een combinatie van wadi's en een krattensysteem of een andere oplossing mogelijk, mits aan de bergingseis wordt voldaan. Dat aan deze eis wordt voldaan is geborgd in artikel 8.6 van de planregels. Aangezien de infiltratie van met name wadi B eigenlijk te laag is, zal aanvullend ook worden voorzien in een leegloopconstructie die een geknepen afvoer richting het gemeentelijk riool mogelijk maak. Deze voorziening is in het civieltechnisch plan, dat ten behoeve van het woningbouwproject is opgesteld, opgenomen. Op deze plaats wordt ook verwezen naar de reactie op zienswijze f van reclamant 3.
j.
In het plangebied zijn geen duidelijke plekken aangewezen voor wadi’s. De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn aangewezen voor water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Uit het vervolgonderzoek blijkt dat de waterhuishouding niet in orde is. De maatregelen zijn niet opgenomen in het ontwerpplan. Wadi B aan de Raadhuisstraat is gesitueerd ter hoogte van de functieaanduiding ‘Ontsluiting’ op de betreffende groen bestemming.
Reactie: Zoals in de reactie onder ad. i reeds is weergegeven zijn wij van oordeel dat adequaat onderzoek heeft plaatsgevonden. Gelet op de te treffen voorzieningen in het plangebied op het gebied van water wordt onevenredige wateroverlast voorkomen. De gronden die op de verbeelding van het plan zijn aangeduid als ‘Groen’ zijn bestemd voor groenvoorzieningen en beplanting, parken en plantsoenen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Water en voorzieningen voor de waterhuishouding zijn echter ook mogelijk binnen de bestemmingen ‘Verkeer’ en ‘Wonen’. Hiermee is geborgd dat overal in het plangebied dergelijke voorzieningen kunnen worden gerealiseerd. De nadere uitwerking hiervan vindt plaats in het civieltechnisch plan dat voor het onderhavige project is opgesteld. Voor de voorliggende bestemmingsplan procedure is de uitvoerbaarheid op dit onderdeel relevant. Wij concluderen dat afdoende is geborgd dat voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding kunnen worden gerealiseerd. Daarmee is de uitvoerbaarheid op dit onderdeel aangetoond. Ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’ binnen de bestemming ‘Groen’ zijn de gronden tevens bedoeld voor voorzieningen voor de bereikbaarheid van aanliggende woongebouwen, zoals trappartijen en hellingbanen. Wadi b is niet gelegen binnen het gebied dat is voorzien van deze aanduiding. De betreffende wadi is gesitueerd
Pagina 19 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’ in de gronden noordwestelijk gelegen ten opzichte van het gebied voorzien van de aanduiding 'ontsluiting'. De conclusie van reclamant onderschrijven wij dan ook niet.
5.
De zienswijze van reclamant 5 kan samengevat als volgt worden weergegeven:
Algemeen Reclamant heeft op 30 september 2022 een petitie aangeboden tegen de geplande woningbouw. Daarbij is aangegeven dat in de directe omgeving geen enkel draagvlak bestaat voor de plannen. Verzocht wordt om de plannen te staken of om op korte termijn in gesprek te treden over mogelijke aanpassingen in het plan.
Reactie: Per schrijven d.d. 13 oktober 2022 is gereageerd op de ingediende petitie. Daarbij is aangegeven dat binnen de termijn van terinzagelegging een zienswijze kan worden ingediend. Dit is gebeurd en de betreffende zienswijze wordt hieronder inhoudelijk weergegeven en van een reactie voorzien. Ten aanzien van het verzoek om geen woningbouw te realiseren kunnen wij aangeven dat wij dat verzoek niet kunnen honoreren. In 2008 is het Masterplan Brunssum Centrum vastgesteld. In dat plan is de voorliggende locatie opgenomen als locatie waar woningbouw is voorzien. Vervolgens is in 2015 ter plaatse een nieuw bestemmingsplan, ‘Veegplan Centrum’, vastgesteld. In dat bestemmingsplan is een wijziging naar een woonbestemming opgenomen op de onderhavige locatie. Het bestemmingsplan voorziet in een in de plantoelichting opgenomen en gemotiveerde noodzaak tot woningbouw. Daarbij is inbreiding, zoals ook op onderhavige locatie het geval is, het uitgangspunt. Door het plan ontstaan geen onevenredige nadelige gevolgen voor reclamant, er is sprake van een goede ruimtelijke ordening en derhalve zijn er geen beletselen om woningbouw in het plangebied te realiseren. Naar aanleiding van de ingediende petitie heeft over de geplande woningbouw op 9 november 2022 een gesprek plaatsgevonden met een vertegenwoordiging van de contactpersonen genoemd in de ingediende petitie.
Tijdens dat gesprek is de geschiedenis van het plan(gebied) besproken en is reclamant in de gelegenheid gebracht tot het stellen van vragen of maken van opmerkingen. Van het gesprek is een besprekingsverslag opgesteld.
a.
De Schinkelstraat is niet geschikt voor tweerichtingsverkeer, een verhoogde verkeersintensiteit zal de leefbaarheid aantasten en leiden tot gevaarlijke situaties.
Reactie: In hoofdstuk 11, paragraaf 11.2, van het ASVV 2021 wordt een wegbreedte van 4,8 meter als minimum vermeld voor de situatie "tweerichtingsverkeer auto" en een wegbreedte van 5,80 meter als ideaal profiel. Het gedeelte weg gelegen tussen de woningen aan de Schinkelstraat 12 en 14 zal als woonerf worden ingericht en over een wegbreedte van 6 meter beschikken en is daarmee geschikt voor tweerichtingsverkeer en voldoet zowel aan de minimale eis maar ook aan de ideale eis. In het bestemmingsplan is aan dit gedeelte een bestemming ‘Verkeer’ toegekend. Op het verdere verloop van deze ontsluiting richting Schinkelstraat geldt het bestemmingsplan ‘Centrum’, inclusief eerste herziening. Deze ontsluiting is gesitueerd op gronden met de bestemming ‘Verkeer’ en biedt meer dan voldoende ruimte aan een weg met een breedte van 6 meter. Door de inrichting van de voorziene ontsluitingsweg als woonerf zal sprake zijn van een maximale snelheid van 15 km/uur. Ter plaatse van de aansluiting van de ontsluitingsweg op de Schinkelstraat zal een inritconstructie wordt gerealiseerd om de verkeersveiligheid te waarborgen. Aan de Schinkelstraat geldt een maximum snelheid
Pagina 20 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’ van 30 km/uur. Wij zijn van oordeel dat dit niet leidt tot een verkeersonveilige situatie en dat de leefbaarheid hierdoor niet wordt aangetast. Ingevolge de kencijfers van CROW, als opgenomen in de uitgave 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' van 2018, kan de gemeente Brunssum als een 'sterk stedelijke' gemeente worden aangemerkt en is het plangebied gelegen in de 'schil rondom het centrum'. De beoogde planontwikkeling resulteert in een verkeersgeneratie van minimaal 170 tot maximaal 211 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Rekening houdend met een omrekenfactor van 1,11 voor het bepalen van het maatgevend werkdagetmaal gaat het om circa 189 tot 234 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Het plangebied zal ontsloten worden door de bestaande ontsluitingsstructuur via een tweetal toegangswegen aan de Schinkelstraat en de Raadhuisstraat. Het huidig aantal verkeersbewegingen over de Schinkelstraat bedraagt blijkens de tellingen als ook gehanteerd voor het akoestisch onderzoek circa 100 per etmaal. Na realisatie van het planvoornemen en uitgaande van de theoretische situatie dat alle verkeersbewegingen via één van beide wegen worden afgehandeld, dan komt dat uit op circa 100 + 234 = 334 verkeersbewegingen per etmaal voor de Schinkelstraat.
Aangezien een 30 km-weg als de Schinkelstraat maximaal 5.000 tot 6.000 verkeersbewegingen kan verwerken vanuit het oogpunt van leefbaarheid en veiligheid, levert voornoemd aantal van 334 bewegingen geen belemmeringen op. Uitgaande van een piekuur waarin 10% van het totale aantal verkeersbewegingen wordt afgehandeld, gaat het om circa 268 verkeersbewegingen. Hetgeen gezien voornoemde maximum capaciteit geen belemmeringen oplevert. Bij voornoemde aantallen is uitgaan van 2x de volledige afhandeling van alle verkeersbewegingen voor beide wegen. Het plangebied wordt echter ontsloten door twee toegangswegen, aan de Raadhuisstraat en aan de Schinkelstraat. Hierdoor concentreert de verkeersdruk zich niet op slechts één toegangsweg. Gelet op de situering van de parkeervoorzieningen en de verdeling van de woningen over het plangebied ligt het meer voor de hand dat circa 30% van de verkeersbewegingen via de ontsluiting Schinkelstraat zullen verlopen en circa 70% via de ontsluiting aan de Raadhuisstraat. Hiervan uitgaande kan geconcludeerd worden dat aan de Schinkelstraat 71 verkeersbewegingen per etmaal extra worden afgewikkeld, op piekmomenten bedraagt dit aantal 80 verkeersbewegingen. Wij zijn van oordeel dat dit niet tot een verkeersonveilige situatie aan de Schinkelstraat zal leiden.
Dit betreft een weg waar maximaal 30 kilometer per uur gereden mag worden, daarnaast is de wegbreedte van dien aard dat hierop veilig tweerichtingsverkeer kan worden afgehandeld. Tevens dient men bij het verlaten van het plangebied aan de zijde van de Schinkelstraat voorrang te verlenen aan het verkeer op de Raadhuisstraat. Dit levert verder geen verkeersonveilige situatie op. Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen niet resulteert in een onacceptabele verkeersbelasting dan wel verkeersonveilige situatie.
b.
De geplande parkeergelegenheden zijn onvoldoende voor bewoners en bezoek, ook al wordt voldaan aan de parkeernorm. Het aantal van 65 parkeerplaatsen is niet haalbaar/reëel. Verwacht wordt dat bewoners en bezoekers aan de Schinkelstraat zullen parkeren. Dit leidt tot aantasting van de leefbaarheid en het woongenot.
Reactie: Door de gemeente Brunssum zijn parkeernormen gesteld waarbij zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeerkencijfers zoals die gesteld zijn in de publicaties van het CROW. Ten behoeve van de berekening van de te realiseren parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen in de bestaande omgeving worden de parkeernormen gehanteerd zoals die zijn opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan 'Veegplan Centrum'. Op basis hiervan dient per grondgebonden gezinswoning 1,3 parkeerplaats en per gestapelde woning meerpersoonshuishouden 1,2 parkeerplaats te worden gerealiseerd. Dit betekent voor onderhavig planvoornemen dat voor de realisatie van 22 grondgebonden woningen 29 parkeerplaatsen nodig zijn (22 x 1,3 = 29) en voor de realisatie van 30 appartementen zijn 36 parkeerplaatsen nodig (30 x 1,2 = 36). Door in totaal 65
Pagina 21 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’ parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren wordt de parkeerbehoefte opgevangen op eigen terrein. Wij voorzien dan ook geen aantasting van de leefbaarheid en het woongenot.
c.
Door het afbreken van de Brunahal is schade ontstaan aan omliggende woningen. Reclamant acht het aannemelijk dat dat door de bouwwerkzaamheden nieuwe schade zal ontstaan. Het bouwverkeer zal voor gevaarlijke situaties zorgen, bijvoorbeeld voor de kinderen.
Reactie: De toe leidende wegen achten wij geschikt om bouwverkeer af te wikkelen. Uiteraard zullen wij daarbij de veiligheid in acht nemen. Voor de start van de bouwwerkzaamheden zullen hierover nadere afspraken worden gemaakt. Mogelijke schade door bouw- en of sloopwerkzaamheden maar ook overlast door bouwverkeer en bouwwerkzaamheden hebben geen betrekking op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten hoeven in deze procedure niet in acht genomen te worden. Desalniettemin zijn deze aspecten wel besproken in het d.d. 9 november 2022 plaatsgevonden overleg.
d.
Reclamant vindt het opvallend dat in tijden van klimaatverandering de bestaande groenvoorziening wordt weggehaald en vervangen voor bestrating.
Reactie: De planlocatie is in het geldende bestemmingsplan ‘Veegplan Centrum’ bestemd tot ‘Gemengd’. De locatie was daarmee niet volledig voor groen bestemd maar de aanwezigheid van groen behoorde wel tot de mogelijkheden. Tot 2017 is er op de betreffende locatie ook sprake geweest van bebouwing. In het voorliggende plan wordt een deel van het plangebied bestemd tot ‘Groen’. Op deze gronden kunnen onder meer groenvoorzieningen, beplanting, plantsoenen en watervoorzieningen worden opgericht. Het plan omvat daarmee niet alleen woningbouw maar voorziet ook in bestaand en nieuw groen.
e.
Er is geen maatschappelijk draagvlak voor de ontwikkeling van de bouwplannen. Reclamant pleit voor behoud van de huidige groenvoorziening en het aanleggen van een park.
Reactie: Onderhavig planvoornemen betreft de realisatie van maximaal 52 woningen, waarvan 22 levensloopbestendige grondgebonden woningen en 30 appartementen in de vorm van een appartementencomplex. Het betreffen huurwoningen in het segment 'middenhuur'. In de huidige situatie is sprake van een braakliggend terrein en daarvoor was de bebouwing van een voormalige sporthal en basisschool aanwezig. Deze bebouwing is in 2017 gefaseerd gesloopt. Er wordt daarom voorzien in hergebruik van een braakliggend terrein binnen het bestaand stedelijk gebied (inbreiding / herstructurering). Uit de op 21 maart 2019 vastgestelde Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 2019-2022, zoals die luidt na actualisatie van de plannenlijst in 2020, is af te leiden dat in Brunssum Centrum/Noord sprake is van een stabiele vraag naar dan wel een extra behoefte is aan huurwoningen. Dit betreft kortgezegd de wat grotere appartementen (80 m²) in alle prijsklassen, zeker wanneer de appartementen levensloopbestendig (c.q. geschikt) zijn. Ook voor grondgebonden huurwoningen is sprake van een stabiele vraag. Gelet op de op 21 december 2021 vastgestelde Centrumvisie Brunssum 2020-2026 en het bijbehorende uitvoeringsprogramma 2020 - 2026 blijkt dat met name de leeftijdscategorie 20 - 44 jaar binnen Brunssum ondervertegenwoordigd is en dat expats zich met name buiten Brunssum vestigen.
Het in die visie opgenomen woningbouwprogramma zet in op de thema's Verjonging, Internationalisering en Verduurzaming. In, maar ook rond het centrumgebied, wordt ingezet op een groter en breder woningpalet waar voor iedereen iets
Pagina 22 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’ aangeboden wordt. Daaronder valt bouwen voor de eerder genoemde en ondervertegenwoordigde doelgroep van 20-44 jaar, maar ook voor mensen die dicht bij de voorzieningen in het centrum willen wonen en huisvesting voor expats. Dat betekent dat er woningen gerealiseerd moeten worden die aansluiten bij wensen van die groepen. In voornoemd woningbouwprogramma is voor de locatie Raadhuisstraat voorzien in de realisatie van 38 middeldure en dure grondgebonden woningen. Het nu voorliggende plan voorziet in een daarvan afwijkend programma bestaande uit 22 grondgebonden, levensloopbestendige woningen en 30 levensloopbestendige appartementen (huur, segment middenhuur). Er worden dus minder grondgebonden woningen gerealiseerd en huurappartementen toegevoegd. Voorliggend plan voorziet in een maatschappelijke behoefte om woningbouw te realiseren op de voorliggende locatie, een inbreidingslocatie. Wij onderschrijven dan ook niet dat er geen sprake is van maatschappelijk draagvlak voor de onderhavige ontwikkeling.
f.
Het grootste deel van de bouwgrond bestaat uit zand en drassig terrein en is ongeschikt voor het bouwen.
Reactie: Ten behoeve van de bestemmingsplan procedure is de grondopbouw relevant en de vraag of gezien dat aspect gebouwd mag worden. In 2016 is voorafgaande aan de sloop van de toen aanwezige bebouwing binnen het plangebied een verkennend bodemonderzoek (Royal HaskoningDHV, kenmerk T&PBE5002-101-100R002F01, d.d. 7 maart 2016) uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Vervolgens is in 2021 een actualiserend bodemonderzoek (Royal HaskoningDHV, kenmerk BI2204101100MIRP001F01, d.d. 8 oktober 2021) uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Uit deze bodemonderzoeken blijkt dat de bovenlaag van het noordelijk gedeelte van het plangebied bestaat uit sterk zandig leem, waarin puin en kool in zwakke gradatie of sporen voorkomen. Richting de randen van dit gedeelte bestaat de bovenlaag uit matig grof zand met bodemvreemde bijmengingen van puin, kool en/of baksteen in een matige gradatie of als sporen. De ondergrond (tot 1,0 m-mv) van dit noordelijke gedeelte bestaat uit leem of zand. De bovenlaag van het zuidelijke gedeelte van het plangebied bestaat volgens de bodemonderzoeken uit matig fijn zand. Hierin kunnen kool-, en/of puinhoudend materiaal voorkomen in een zwakke gradatie of als sporen. De ondergrond (tot 1,0 m-mv) van dit zuidelijke gedeelte van het plangebied bestaat ook uit leem of zand.
Hieruit blijkt dat de ondergrond (tot 1,0 m-mv) van het noordelijke gedeelte bestaat uit leem of zand. De ondergrond (tot 1,0 m-mv) van het zuidelijke gedeelte van het plangebied bestaat ook uit leem of zand. Ondanks aangetroffen verhoogde concentraties in de boven- en ondergrond en het grondwater deze vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen vormen voor de beoogde herinrichting van het terrein en het gebruik van onderhavig plangebied ten behoeve van woondoeleinden. Dwars door het plangebied loopt de zogenoemde Feldbissbreuk, een geologische breuk. Het plangebied is gelegen binnen het potentiële invloedsgebied. In het verleden heeft onder het gehele plangebied mijnbouw plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande leidt de voormalige steenkolenwinning en de ligging van het plangebied binnen het potentiële invloedsgebied langs de Feldbissbreuk niet tot belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan. Wel vormt deze informatie over de ondergrond een aandachtspunt bij de uitvoering van de constructie van gebouwen. Er heeft reeds een geotechnisch onderzoek (Aelmans, 19 oktober 2022, E222705.006/RKR) plaatsgevonden, waarbij grondonderzoek (sonderingen én boringen) heeft plaatsgevonden. In het onderzoek is aangegeven dat vanuit geotechnisch oogpunt ingestemd kan worden met de keuze voor het bouwen op palen.
Op het moment dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt aangevraagd dient een funderingsonderzoek te worden toegevoegd aan de aanvraag. Dit onderzoek zal te zijner tijd adequaat door deskundigen beoordeeld worden. Zoals aangegeven is fundering op
Pagina 23 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’ de aanwezige ondergrond mogelijk is maar er dient gewerkt te worden met een fundering op palen, hierdoor is het realiseren van de woningen vanuit technisch oogpunt uitvoerbaar. Bij de uitvoering zal op een wijze worden gewerkt waardoor zo min mogelijk schade zal ontstaan. Bij de toetsing die zal plaatsvinden bij het afgeven van de benodigde omgevingsvergunning voor het bouwen zal dit aspect in de beoordeling worden meegenomen. Alsdan zal ook een funderingsonderzoek moeten worden overhandigd door de aanvrager van een omgevingsvergunning. Deze zal op dat moment inhoudelijk beoordeeld worden. Wij komen tot de conclusie dat de bodemkwaliteit geschikt is om te bouwen en dat een fundering van de woningen mogelijk is en het plan daardoor technisch uitvoerbaar.
g.
Reclamant wilt de resultaten van het bodemonderzoek ter inzage krijgen.
Reactie: Het bestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen voor een ieder. Daarbij kon het bestemmingsplan zowel digitaal als analoog ingezien worden. Gezien het feit dat reclamant een zienswijze heeft ingediend mogen wij aannemen dat reclamant op de hoogte is van dit gegeven. Het ontwerpbestemmingsplan is voorzien van diverse uitgevoerde onderzoeken. Deze zijn als bijlage bij de plantoelichting gevoegd en kunnen derhalve door een ieder geraadpleegd worden.
h.
Volgens reclamant is het niet juist dat de genoemde ontsluitingsweg eerder ook als weg werd gebruikt. Het ontsluitingspunt werd in het verleden alleen gebruikt als voorraadterrein van de gemeente.
Reactie: Aan de Schinkelstraat tussen de woningen nummers 12 en 14 is reeds een weg met een breedte van ruim 5 meter aanwezig. Deze weg fungeerde als toegangsweg tot de daarachter gelegen sporthal. De sporthal had in het bestemmingsplan ‘Veegplan Centrum’ de bestemming ‘Gemengd’. Binnen deze bestemming waren ook wegen en paden en parkeervoorzieningen mogelijk. De toegangsweg heeft in het bestemmingsplan ‘Centrum’, vastgesteld op 1 juli 2010 de bestemming ‘Verkeer’ gekregen. Derhalve mag worden aangenomen dat deze weg voor verkeersdoeleinden gebruikt kon worden.
i.
Het voorgenomen ontsluitingspunt is niet geschikt voor tweerichtingsverkeer omdat dit te smal is. Voorgesteld wordt om de weg te laten zoals deze nu is, zonder de mogelijkheid tot in/uitrijdend verkeer.
Reactie: De belangenafweging om te komen tot een goede ontsluiting van het plangebied heeft reeds plaatsgevonden. Het plangebied wordt op een goede manier ontsloten, waarbij een bewuste keuze is gemaakt om het plangebied via twee ontsluitingswegen te ontsluiten. De verwachting is dat circa 30% van alle verkeersbewegingen via de ontsluiting aan de Schinkelstraat zullen verlopen. Dit leidt niet tot evenredig nadelige gevolgen voor reclamant omdat de Schinkelstraat deze aantallen volgende de geldende normen aankan. Ten aanzien van de opmerking over het tweerichtingsverkeer verwijzen wij naar de reactie onder ad a.
6.
Conclusie
Pagina 24 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’ In de voorgaande paragraaf zijn alle ingediende zienswijzen inhoudelijk behandeld. De zienswijzen van reclamant 1, 2, 3 en 5 worden ongegrond verklaard. Onderdeel c van de zienswijze van reclamant 4 wordt deels gegrond verklaard voor zover de zienswijze betrekking heeft op de maximaal toegestane hoogte van 9 meter voor lichtmasten. Deze hoogte zal in de planregels worden terug gebracht tot 4 meter. De zienswijze leidt dan ook tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Alle overige door reclamant 4 ingebrachte zienswijzen worden ongegrond verklaard.
7.
Nota van wijzigingen
In het bestemmingsplan zijn ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan de volgende wijzigingen aangebracht: Planregels • • • • • • • •
In artikel 9 van de plan regels is een sloopvergunningplicht is opgenomen Binnen de bestemming ‘Groen’, artikel 3.2.1, is de maximale toegestane bouwhoogte van lichtmasten terug gebracht van 9 meter naar 4 meter In artikel 3.3.1 is toegevoegd dat parkeren wel is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ Binnen de bestemming ‘Wonen’, is aan artikel 5.2.4 een lid toegevoegd waarin is opgenomen dat de maximale toegestane bouwhoogte van lichtmasten maximaal 4 meter bedraagt In artikel 5.3.1 is de verwijzing naar ‘onder e’ gewijzigd in ‘onder f’ gelet op de toevoeging van een lid aan artikel 5.2.4 Artikel 6 ‘Waarde – Archeologie zeer hoog’ is vervallen omdat deze niet meer nodig is Gelet op het vervallen van artikel 6 zijn de opvolgende artikelen vernummerd In hoofdstuk 3 is een nieuw artikel 9 ‘Algemene aanduidingsregels’ toegevoegd, daarin is een sloopverguningsplicht opgenomen voor het slopen van gebouwen / bouwwerken
Plantoelichting • • • • • • • • • • • •
Paragraaf 3.2.1 is verwijderd In paragraaf 3.3.3 zijn tekstdelen toegevoegd, de nieuwe Omgevingsverordening Limburg 2021 is vastgesteld, de daarin opgenomen relevante artikelen zijn benoemd In paragraaf 4.4.3 is toegevoegd dat aanvullend akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten aanzien van warmtepompen en wat de bevindingen daarvan zijn In paragraaf 4.9.1 is toegevoegd dat aanvullend stikstofonderzoek is uitgevoerd en wat de bevindingen zijn In paragraaf 4.9.2 is toegevoegd dat aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden op de quickscan flora en fauna Paragraaf 4.9.3 zijn de conclusies van de nader uitgevoerde onderzoeken en veldbezoeken t.a.v.
flora en fauna opgenomen Paragraaf 4.9.4 is gewijzigd, daarin wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan op het gebied van flora en fauna, aangegeven is dat nader vleermuizenonderzoek uitgevoerd dient te worden en wat de consequenties daarvan zijn (opnemen sloopvergunningsplicht) Paragraaf 4.10.3 is aangevuld, proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden en het gebied kan worden vrijgegeven voor verdere ontwikkeling Paragraaf 4.10.4 is aangevuld, het gebied kan volledig worden vrijgegeven waardoor een dubbelbestemming archeologie op de noordelijke percelen niet meer nodig is Paragraaf 4.10.5 is gelet op hetgeen in aangepast in 4.10.3 en 4.10.4 aangepast In paragraaf 5.4.1 is toegevoegd dat parkeren wel mogelijk is daar waar een aanduiding ‘parkeerterrein’ is opgenomen Paragraaf 7.3 is aangevuld met informatie over de gevoerde procedure
Pagina 25 van 26
Zienswijzennota, bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat’
Bijlagen toelichting De volgende onderzoeken zijn aangevuld/ toegevoegd: • proefsleuvenonderzoek, Transect, d.d. 23-02-2023, projectnummer 22090033 • aanvullend onderzoek flora en fauna, NIPA, 01-08-2022, N210502 001 • akoestisch onderzoek K+, d.d. 24 maart 2022, rapportnummer Rm210895aaA1 • akoestisch onderzoek warmtepompen en wegverkeerslawaai, K+, d.d. 24-03-2023, projectnummer m210895ab • notitie beoordeling stikstof Raadhuisstraat, d.d. maart 2023, projectnummer J210863 Verbeelding • • •
De aanduiding ‘parkeerterrein’ is opgenomen op een deel van de bestemming ‘groen’ teneinde parkeren in het groen mogelijk te maken De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie zeer hoog’ in het noordelijke deel van het terrein is verwijderd Op een perceel in het zuidwesten is een ‘Wetgevingszone – Vergunningsplicht slopen’ toegevoegd t.b.v. de schuurtjes waar mogelijk vleermuizen verblijven
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 12 juni 2023.
De griffier,
De voorzitter,
Pagina 26 van 26