CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 202639267 (bijlage) Was-Wordt Tabel Verordening Rechtspositie Gemeente Brunssum

Commissie Middelen 19 mei 2026, gemeente BrunssumBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Rechtspositie Raads- en Commissieleden Gemeente Brunssum 20262.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT TABEL VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE BRUNSSUM Bij bepalingen die niet terugkomen in de nieuwe verordening wordt de reden hiervan kort toegelicht. Alle wijzigingen zijn geel gearceerd. Verordening 2019 Artikel 1. Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad.

Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 495,- per maand met een maximum van 6 maanden per onderzoek, per jaar.

Verordening 2026 Artikel 1. Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bijzondere commissie: de werkgeverscommissie. b. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet ook raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. c. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. d. raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden Van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt 80% standaard uitgekeerd en wordt 20% uitgekeerd op basis van aanwezigheid. Een raadslid wordt als spookraadslid aangeduid als deze 3 maanden (excl. recesperiodes) niet heeft deelgenomen aan stemmingen in de raadsvergadering. Indien men als spookraadslid is aangeduid, ontvangt deze niet de 20% vergoeding als bedoeld in dit artikel. Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage gelijk aan de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, met een maximale

2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van € 120,- per maand. 3. De commissie Integriteit en de Werkgeverscommissie zijn bijzondere commissies, zoals bedoeld in het tweede lid. Toelichting: Hoewel dit in Brunssum vooralsnog niet voorkomt, is conform de modelverordening een passage opgenomen inzake spooklidmaatschap. Daarnaast is enkel de werkgeverscommissie in de definitiebepalingen in artikel 1 aangewezen als bijzondere commissie waar een extra vergoeding voor geldt, gezien de relatief lage frequentie waarmee de commissie integriteit vergadert.

Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt . 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed;

jaarlijkse vergoeding van driemaal dit bedrag. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. 3. Een raadslid dat voorzitter is van een commissie, als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. 4. Raadsleden die roulerend voorzitter zijn in één commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangen ieder een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, gedeeld door het aantal roulerende voorzitters voor die commissie, per persoon, zolang de commissie actief is. Vervallen Toelichting: Dit staat al opgenomen in Artikel 3.1.7. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel 4. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het is de eigen verantwoordelijkheid van het raadslid dit bedrag aan een dergelijke voorziening te besteden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.

Vervallen

Artikel 5. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Raads- of commissieleden die aan scholing -als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers- willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt

Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale

Toelichting: Door de wijziging van artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is de lokale keuzemogelijkheid komen te vervallen. Er is gekozen voor een centrale, voor alle betrokken volksvertegenwoordigers geldende regeling, met dien verstande dat degenen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, hierop geen aanspraak meer kunnen maken. Iedere raadslid heeft hiermee recht op deze voorziening. Dit hoeft dus niet meer expliciet in de verordening te worden geregeld.

aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. 4. De kosten van niet onder lid 3 georganiseerde scholing kunnen gedeeltelijk voor rekening van de gemeente komen als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap, c.q. de invulling van het commissie-lidmaatschap; De kosten van deze scholing komen dan voor 50% voor vergoeding in aanmerking door de gemeente met een maximum van € 500,per raadslid/per jaar en met een maximum van € 250,- per commissielid /per jaar. 5. Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking 6. In voorkomende gevallen beslist de vergadering van fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen.

politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij de griffier. 2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijskwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. 3. Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komen altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. 4. De kosten die niet onder de in het derde lid genoemde scholing vallen komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap c.q. de invulling van het commissielidmaatschap. De maximale vergoeding voor deze scholing bedraagt: € 500,- per jaar per raadslid; € 250,- per jaar per commissielid. 5. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. In geval van twijfel overlegt de griffier met het presidium.

Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen 1. Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatieen communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

2. Een raads- of commissielid levert binnen 2 weken na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 7. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Vervallen

Artikel 8. Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers half jaarlijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 6. Betaling vaste vergoedingen De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt een maal per half jaar plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

Artikel 9. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze

Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze

Toelichting: Reeds opgenomen in rechtspositiebesluit landelijk en overbodig in de verordening.

verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen [termijn] na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 10. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Gemeente Brunssum 2016 wordt ingetrokken.

Artikel 11. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2019. Artikel 12. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Brunssum 2019.

verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; b. betaling vooruit uit eigen middelen; of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 1 maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 8. Titel en inwerkingtreding 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gemeente Brunssum 2026 en treedt in werking met ingang van [de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst]. 2. De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2019 wordt ingetrokken. Zie artikel 8.

Zie artikel 8.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=53d83224-c31f-4be3-8e33-0185a76a850d