CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 202607890 Actualisering APV - vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2026 VERSIE 2

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente BrunssumBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisering APV/vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 20264.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Zaaknummer Afdeling opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum

: 20 januari 2026 : 202607890 : Bestuurszaken - VTH : +31628555660, constance.van.amersfoort@brunssum.nl : Wilma van der Rijt : 10 maart 2026 :/

Aan de raad, 1. Onderwerp Actualisering APV/vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2026 2.

Uitgangssituatie (WAAROM?)

a.

Aanleiding

De vigerende Algemene Plaatselijke Verordening (APV) dateert van 28 januari 2025. Een actualisering en aanvulling is op bepaalde punten gewenst. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen betreffen: 1. Vervallen van artikel 2:29, tweede lid onder b Sluitingstijd; 2. Toevoeging van artikel 2:73a Carbidschieten; 3. Toevoeging van twee sub-onderdelen in artikel 5:5, eerste lid Voertuigwrakken; 4. Tekstuele wijziging van artikel 5:6, eerste lid onder a Kampeermiddelen en andere voertuigen; 5. Tekstuele toevoeging van een nieuw artikel 5:6, tweede lid Kampeermiddelen en andere voertuigen; 6. Tekstuele wijziging van artikel 5:8, tweede lid Grote voertuigen; 7. Toevoeging van artikel 5:8, derde lid Grote voertuigen. Jaarlijks ontvangen we van de VNG een of meer updates van de model-APV, waarin nieuwe wetgeving, jurisprudentie en tips van gemeenten verwerkt zijn. Deze updates zijn ook voor de APV van Brunssum relevant. Bovendien vloeien enkele wijzigingen voort uit de input vanuit de organisatie. Het vast te stellen beleid is bijgevoegd als bijlage 1 (Ontwerp Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2026). Alle voorgestelde wijzigingen zijn als opmerking in de oorspronkelijke c.q. huidige context te zien in bijlage 2 (Algemene plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2025, met voorgestelde wijzigingen na ABA commissievergadering 3-3-26).

Ten slotte is in bijlage 3 een was-wordt-tabel opgenomen waarin de wijzigingen overzichtelijk worden weergegeven (Was-wordt-tabel APV 2025/2026). b. Huidige situatie/probleemstelling Op een aantal punten blijkt de huidige APV niet in overeenstemming te zijn met de actuele (hogere) wet- en regelgeving en jurisprudentie. Ook komen we in de (handhavings)praktijk situaties tegen waarin het wenselijk zou zijn tekstuele wijzigingen aan te brengen en/of een aanvullende bepaling op te nemen in de APV. Het betreft de volgende wijzigingen (in artikelsgewijze volgorde): 1.

Vervallen van artikel 2:29, tweede lid onder b Sluitingstijd;

Naar aanleiding van de ABA commissievergadering van 3 maart 2026 is gebleken dat dit sub-onderdeel dient te vervallen.

2.

Toevoeging van artikel 2:73a Carbidschieten;

Momenteel wordt in de gemeente Brunssum carbidschieten niet verboden. Het is wenselijk om bij de komende jaarwisseling in aanvulling op het landelijk vuurwerkverbod een verbod op carbidschieten te hebben. Carbid wordt niet als vuurwerk aangemerkt en het schieten ermee valt dan ook niet onder dit landelijk verbod. Door deze bepaling opnieuw in de APV op te nemen, kan er zowel door de politie als door de boa's in onze gemeente worden gehandhaafd op carbidschieten. In omliggende gemeenten wordt carbidschieten wél verboden, terwijl dit nu in Brunssum dus niet het geval is. 3.

Toevoeging van twee sub-onderdelen in artikel 5:5, eerste lid Voertuigwrakken;

Momenteel wordt enkel het parkeren op de weg van een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert verboden. In de (handhavings)praktijk komen we echter vaker situaties tegen waarbij in de gemeente voertuigen worden geplaatst of gehouden met de kennelijke bedoeling er als houder afstand van te doen. Deze voertuigwrakken hebben vaak geen wettelijk verplicht kenteken. De boa’s in onze gemeente zien regelmatig voertuigwrakken die worden geplaatst of gehouden waarbij het wettelijk verplichte kenteken door de daartoe bevoegde instantie is ingetrokken dan wel waarvan de wettelijke kentekenplaten ontbreken. Door het eerste lid van deze bepaling onder te verdelen in twee sub-onderdelen, kan er worden gehandhaafd op het parkeren van (a) een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk verwaarloosde toestand verkeert en (b) een voertuig te plaatsen of te hebben met de kennelijke bedoeling er als houder afstand van te doen, hetgeen blijkt uit het feit dat het wettelijk verplichte kenteken door de daartoe bevoegde instantie is ingetrokken dan wel waarvan de wettelijke kentekenplaten ontbreken. 4.

Tekstuele wijziging van artikel 5:6, eerste lid onder a Kampeermiddelen en andere voertuigen;

Momenteel geldt er volgens het eerste lid onder a van deze bepaling een verbod om een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. In de huidige (handhavings)praktijk is het op grond van deze bepaling niet mogelijk om handhavend op te treden tegen voertuigen die langer dan drie achtereenvolgende dagen worden geplaatst of gehouden op de weg en voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt, omdat er door het college geen wegen zijn aangewezen. Door de bepaling te wijzigen kan er worden gehandhaafd op voertuigen die voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt en die langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg worden geplaatst of gehouden. 5.

Tekstuele toevoeging van een nieuw artikel 5:6, tweede lid Kampeermiddelen en andere voertuigen;

In de huidige APV is er geen verbod opgenomen omtrent het plaatsen of houden van aanhangwagens op de weg. Voor de handhaving op het plaatsen of houden van aanhangwagens op de weg is zowel artikel 5:6, eerste lid als artikel 5:8, eerste lid van de huidige APV ontoereikend. 6.

Tekstuele wijziging van artikel 5:8, tweede lid Grote voertuigen;

Momenteel wordt het verbod voor het parkeren van grote voertuigen op de openbare weg binnen de bebouwde kom in het tweede lid niet van toepassing verklaard op het openbaar parkeerterrein gelegen aan de Molenvaart 3. Door enkel het openbaar parkeerterrein gelegen aan de Molenvaart 3 op te nemen, is het niet mogelijk om andere plaatsen aan te wijzen, waar het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt.

Ook is het door het tweede lid, tweede volzin niet mogelijk om te handhaven op grote voertuigen die op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 uur tot 18.00 uur parkeren op de openbare weg binnen de bebouwde kom. Het schrappen van de tijdsbepaling is van belang, omdat deze bepaling ervoor zorgt dat niet handhavend kan worden opgetreden tegen het parkeren van grote voertuigen op de openbare weg binnen de bebouwde kom op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 uur tot 18.00 uur. 7.

Toevoeging van artikel 5:8, derde lid Grote voertuigen.

Het derde lid ontbreekt in de huidige bepaling, dit doet af aan de leesbaarheid van het artikel. Ook geldt er nu geen uitzondering voor het verbod in het eerste lid van bovengenoemde bepaling voor het noodzakelijk ter plaatse aanwezig zijn van grote voertuien, gedurende de tijd die nodig is voor, en gebruikt wordt voor, het uitvoeren van werkzaamheden.

3.

Gewenste situatie (WAT?)

a.

Wat willen we bereiken?

1.

We willen de raad voorstellen om in te stemmen met een aantal wijzigingen in de geldende APV en de herziene APV Brunssum 2026 vast te stellen.

2. a.

We willen beschikken over: Een actuele APV, die voldoet aan hogere wet- en regelgeving; een APV die in overeenstemming is met de actuele jurisprudentie; Een APV die goed leesbaar is en voorschriften bevat die in voorkomend geval een rechterlijke toets kunnen doorstaan; Een APV die het geschikte instrumentarium biedt voor de realisering van het gemeentelijk beleid op gebied van leefbaarheid en veiligheid.

b. c.

De voorstellen betreffen (genoemd in artikelsgewijze volgorde): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Vervallen van artikel 2:29, tweede lid onder b Sluitingstijd; Toevoeging van artikel 2:73a Carbidschieten; Toevoeging van twee sub-onderdelen in artikel 5:5, eerste lid Voertuigwrakken; Tekstuele wijziging van artikel 5:6, eerste lid onder a Kampeermiddelen en andere voertuigen; Tekstuele toevoeging van een nieuw artikel 5:6, tweede lid Kampeermiddelen en andere voertuigen; Tekstuele wijziging van artikel 5:8, tweede lid Grote voertuigen; Toevoeging van artikel 5:8, derde lid Grote voertuigen.

b. Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Op 28 januari 2025 is de huidige, te wijzigen versie van de APV vastgesteld, zie BBV Raadsvoorstel – 202472587. 2. traject tot dusverre De vigerende Algemene Plaatselijke Verordening (APV) dateert van januari 2025. Een actualisering en aanvulling is op bepaalde punten gewenst, gezien de ontwikkelingen in de jurisprudentie en in de (handhavings)praktijk. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W De gemeenteraad stelt de APV vast, volgens artikel 149 Gemeentewet. De verdere uitvoering van de APV doet de gemeente (m.n. Team VTH en Team Vergunningen) onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders en in sommige gevallen van de burgemeester.

4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Gemeentelijk beleid op het gebied van leefbaarheid en veiligheid: de APV is een van de instrumenten om het gemeentelijk beleid op het gebied van leefbaarheid en veiligheid te realiseren. Voor deze wijzigingen is met name van belang: de model-APV verstrekt door de VNG. Verder zijn de wijzigingen gebaseerd op regionaal onderzoek naar de Algemene Plaatselijke Verordeningen van omliggende gemeenten. 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Ja, er zijn geen tegenstrijdigheden bekend. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen Er zijn geen extra kosten met de invoering van de wijzigingen in de APV gemoeid. Evenmin zijn er aanwijsbare risico’s. De uitvoering van de regelingen gebeurt door politie en gemeentelijke organisatie, met name door Vergunningen en VTH. Dat gebeurt met de bestaande middelen en menskracht. c.

Argumenten en overwegingen

1.

Vervallen van artikel 2:29, tweede lid onder b Sluitingstijd;

Naar aanleiding van de ABA-commissievergadering van 3 maart 2026 is gebleken dat dit sub-onderdeel dient te vervallen, omdat het traditionele Oud Wijvenbal al verschillende jaren niet meer in Brunssum heeft plaatsgevonden. De situatie waarin door een horeca-inrichting een Oud Wijvenbal wordt georganiseerd, valt namelijk niet onder de reikwijdte van deze bepaling. Een uitzondering op de sluitingstijden die worden genoemd in artikel 2:29, eerste lid van de APV is daarbij aldus niet noodzakelijk. Het schrappen van artikel 2:29, tweede lid onder b draagt bij aan een actuele Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Brunssum. 2.

Toevoeging van artikel 2:73a Carbidschieten;

Ingevolge het bovengenoemde artikel is het verbod op carbidschieten vervallen. Uit regionaal onderzoek is gebleken dat in omliggende gemeenten carbidschieten wordt verboden. Zo heeft de gemeente Landgraaf in artikel 2:73a het volgende opgenomen: '1. Het is verboden in de openlucht met carbid te schieten. 2. Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben enig voorwerp, waarvan gelet op zijn aard of de omstandigheden waaronder dat wordt aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit is bestemd voor carbidschieten. 3. Het verbod als bedoeld in lid 2 is niet van toepassing op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf. 4. De verboden in het eerste en tweede lid gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.' Verder heeft de gemeente Beekdaelen in artikel 2:73a het volgende opgenomen: '1. Carbidschieten is verboden. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in eerste lid gestelde verbod, welke ontheffing kan worden geweigerd op grond van de in artikel 1:8 genoemde weigeringsgronden. 3.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.' Ook in de gemeente Heerlen wordt carbidschieten verboden, namelijk in artikel 2:73b: '1. Carbidschieten is zowel binnen als buiten de bebouwde kom verboden. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

3. Het college kan bij het verlenen van ontheffing nadere voorwaarden stellen. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.' Tenslotte worden door de VNG een aantal voorbeelden beschreven, op welke manieren gemeenten carbidschieten kunnen verbieden. Zo is in artikel 2:73a van de modelverordening opgenomen: '1. Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Behoudens het bepaalde in het derde lid is carbidschieten verboden. 3. Voor het carbidschieten gelden de volgende regels: a. Het gebruik vindt plaats tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. b. Carbidschieten vindt enkel plaats buiten de bebouwde kom. c. Er wordt niet geschoten met harde materialen, zoals metalen busdeksels. d. Bij het carbidschieten dienen maatregelen te worden genomen, zodat op de schietlocatie geen reëel gevaar of schade kan optreden voor mens of milieu. 4.

Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.' Voor de juridische correctheid van de bepaling dient in het eerste lid een definitie van carbidschieten te worden gegeven, zodat duidelijk is welke gedragingen verboden zijn. Vervolgens is het van belang in het tweede lid het verbod op te nemen en een uitzondering op dat verbod in het derde lid vast te stellen. De uitzondering zal ervoor zorgen dat het verbod niet van toepassing is op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf. Ook dient er volgens de modelverordening een uitzondering te worden toegevoegd, waaruit blijkt dat het artikel niet van toepassing is op situaties waarin reeds wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van strafrecht. Het is wenselijk om bij de komende jaarwisseling in aanvulling op het landelijk vuurwerkverbod een verbod op carbidschieten te hebben. Carbid wordt niet als vuurwerk aangemerkt en het schieten ermee valt dan ook niet onder dit landelijk verbod. Door deze bepaling opnieuw in de APV op te nemen, kan er zowel door de politie als door de boa's in onze gemeente worden gehandhaafd op carbidschieten. Door toevoeging van het verbod op carbidschieten, wordt het mogelijk om hierop te kunnen handhaven.

Het is wenselijk om het verbod op carbidschieten toe te voegen in de APV van Brunssum, omdat het in omliggende gemeenten óók verboden is. Op die manier wordt er een duidelijk signaal afgegeven dat het verbod ook geldt in de gemeente Brunssum en wordt de APV in lijn gebracht met de modelverordening. Het voorstel is dan ook om in de APV van Brunssum op te nemen dat onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. Ook dient carbidschieten verboden te worden, maar dient te worden opgenomen dat het verbod niet van toepassing is op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf of op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. 3.

Toevoeging van twee sub-onderdelen in artikel 5:5, eerste lid Voertuigwrakken;

Ingevolge het bovengenoemde artikel is ‘Het verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.’ Uit regionaal onderzoek is gebleken dat in omliggende gemeenten het verbod geldt voor zowel (a) voertuigen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk verwaarloosde toestand verkeren als (b) voertuigen die worden geplaatst of gehouden met de kennelijke bedoeling er als houder afstand van te doen, hetgeen blijkt uit het feit dat het wettelijk verplichte kenteken door de daartoe bevoegde instantie is ingetrokken dan wel waarvan de wettelijke kentekenplaten ontbreken. Zo heeft de gemeente Landgraaf in artikel 5:5, eerste lid het volgende opgenomen:

‘Lid 1. Het is verboden op de weg: a. een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, te plaatsen of te hebben; b. een voertuig te plaatsen of te hebben met de kennelijke bedoeling er als houder afstand van te doen, hetgeen blijkt uit het feit dat het wettelijk verplichte kenteken door de daartoe bevoegde instantie is ingetrokken dan wel waarvan de wettelijke kentekenplaten ontbreken.’ Voor de leesbaarheid van deze bepaling is het wenselijk om het eerste lid onder te verdelen in twee sub-onderdelen. In sub a is het wenselijk om het verbod op te nemen waarbij het plaatsen of hebben op de weg van een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeerd, wordt verboden. Het plaatsen of hebben op de weg van een voertuigwrak draagt bij aan de verloedering van de stad en het verbod heeft als doel verloedering tegen te gaan. In sub b dient vervolgens het plaatsen of hebben van een voertuig met de kennelijke bedoeling er als houder afstand van te doen, hetgeen blijkt uit het feit dat het wettelijk verplichte kenteken door de daartoe bevoegde instantie is ingetrokken dan wel waarvan de wettelijke kentekenplaten ontbreken te worden verboden.

Toevoeging van sub b is van belang, omdat uit de huidige (handhavings)praktijk blijkt dat er geregeld voertuigwrakken op de weg worden geplaatst of gehouden zonder dat deze voertuigen beschikken over een wettelijk verplicht kenteken. Het is wenselijk om deze twee sub-onderdelen toe te voegen, zodat duidelijk beschreven staat dat het verbod óók voertuigwrakken zonder wettelijk verplicht kenteken betreft. Zo wordt het mogelijk om te handhaven op voertuigwrakken die geen wettelijk verplicht kenteken hebben, ook dit verbod heeft als doel verloedering van de stad tegen te gaan. Het voorstel is dan ook om in de APV van Brunssum op te nemen dat het verboden is op de weg (a) een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, te plaatsen of te hebben en het ook verboden is op de weg (b) een voertuig te plaatsen of te hebben met de kennelijke bedoeling er als houder afstand van te doen, hetgeen blijkt uit het feit dat het wettelijk verplichte kenteken door de daartoe bevoegde instantie is ingetrokken dan wel waarvan de wettelijke kentekenplaten ontbreken. 4.

Tekstuele wijziging van artikel 5:6, eerste lid onder a Kampeermiddelen en andere voertuigen;

Ingevolge het bovengenoemde artikel is ‘Lid 1: Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;’ In het eerste lid onder sub a van deze bepaling is het wenselijk om de tekst 'te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;' te vervangen door 'binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;’. Door de 'aangewezen wegen' te vervangen door 'de bebouwde kom', wordt een duidelijk signaal afgegeven dat het verboden is om langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom van de gemeente voertuigen die voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt te plaatsen of te hebben.

Door deze wijziging is het niet langer noodzakelijk voor het college om gebieden aan te wijzen, omdat duidelijk blijkt dat het verboden is om binnen de bebouwde kom voertuigen die voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeerdoeleinden worden gebruikt te plaatsen of te hebben. Ook wordt er door deze wijziging een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het (a) langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben en (b) het parkeren op een door het college aangewezen plaats. Zo wordt het mogelijk te kunnen handhaven bij problematiek die ontstaat binnen de bebouwde kom door voertuigen die voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt en langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg worden geplaatst of gehouden.

5.

Tekstuele toevoeging van een nieuw artikel 5:6, tweede lid Kampeermiddelen en andere voertuigen;

Ingevolge het bovengenoemde artikel kan het college ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. Dit artikellid dient te worden doorgenummerd, omdat het wenselijk is een nieuw tweede lid toe te voegen. In het nieuwe tweede lid dient een verbod te worden opgenomen om aanhangwagens (a) langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben en (b) op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Door toevoeging van dit tweede lid wordt een duidelijk signaal afgegeven dat het verbod óók geldt voor aanhangwagens. Uit regionaal onderzoek is gebleken dat in omliggende gemeenten er een apart artikellid is toegevoegd, omtrent het verbod een aanhangwagen (a) langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben en (b) op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Zo heeft de gemeente Landgraaf in artikel 5:6, tweede lid het volgende opgenomen: ‘Lid 2: Onverminderd het bepaalde in artikel 5:9, is het verboden een aanhangwagen: a. langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b.

op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.’ Verder heeft de gemeente Kerkrade in artikel 5:8, eerste lid het volgende opgenomen: ‘Lid 1: Het is verboden een voertuig dat en/of een aanhangwagen die, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte heeft van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg elders dan op een door het college aangewezen plaats.’ Het voorstel is dan ook om in de APV van Brunssum op te nemen dat het verboden is een aanhangwagen (a) langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben en (b) op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Ook wordt voorgesteld de bestaande leden 2 t/m 4 door te nummeren naar leden 3 t/m 5, zodat er geen dubbele artikelleden bestaan na toevoeging van het nieuwe tweede lid. 6.

Tekstuele wijziging van artikel 5:8, tweede lid Grote voertuigen;

Ingevolge het bovengenoemde artikel is het verbod in artikel 5:8, eerste lid niet van toepassing op het openbaar parkeerterrein gelegen aan de Molenvaart 3. Het is wenselijk om de tekst 'het openbaar parkeerterrein gelegen aan de Molenvaart 3.’ te vervangen door 'door het college aangewezen plaatsen.' Op deze manier wordt er een uitzondering gemaakt door de plaatsen die worden aangewezen door het college en wordt er niet specifiek in een uitzondering voorzien in de APV. Deze wijziging is van belang, omdat het college op deze manier plaatsen kan aanwijzen zonder dat er reeds een beperking tot enkel één plaats is opgenomen in de APV. Uit regionaal onderzoek is gebleken dat omliggende gemeenten géén specifieke beperkingen tot slechts één parkeerterrein in de APV hebben vastgelegd, maar dat telkens verwezen wordt naar de plaatsen die door het college worden aangewezen. Zo heeft de gemeente Landgraaf in artikel 5:8, tweede lid het volgende opgenomen: ‘Lid 2: Het College wijst plaatsen aan, waar het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt.’ Verder heeft de gemeente Kerkrade in artikel 5:8, eerste lid het volgende opgenomen:

‘Lid 1: Het is verboden een voertuig dat en/of een aanhangwagen die, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte heeft van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg elders dan op een door het college aangewezen plaats.’ Ook heeft de gemeente Beekdaelen in artikel 5:8, eerste lid het volgende opgenomen: ‘Lid 1: Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op alle openbare wegen, met uitzondering van de door het college aangewezen parkeerplaatsen.’ Het voorstel is dan ook om in de APV van Brunssum op te nemen dat het verbod in het eerste lid niet van toepassing is op door het college aangewezen plaatsen. 7.

Toevoeging van artikel 5:8, derde lid Grote voertuigen.

In het huidige artikel 5:8 wordt geen derde lid genoemd, maar wordt er na het tweede lid doorgenummerd naar het vierde lid. Voor de leesbaarheid van het artikel is het wenselijk om de uitzondering van artikel 5:8, tweede lid tweede volzin toe te voegen in een nieuw derde lid van de bepaling. De in het tweede lid tweede volzin genoemde tekst ‘Het verbod in het eerste lid is verder niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 uur tot 18.00 uur.’ dient te worden geschrapt uit dit artikellid. Om de uitzondering te laten terugkomen, dient er een nieuw derde lid in artikel 5:8 te worden toegevoegd, met daarin genoemd dat het verbod in het eerst lid niet geldt gedurende de tijd die nodig is voor, en gebruikt wordt voor, het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Uit regionaal onderzoek is gebleken dat omliggende gemeenten géén specifieke tijdsbepaling noemen, maar dat er wél voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is een uitzondering wordt gemaakt op het verbod van het eerste lid.

Zo heeft de gemeente Kerkrade in artikel 5:8, tweede lid het volgende opgenomen: 'Lid 2: Het verbod in het eerste lid geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor, en gebruikt wordt voor, het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig en/of de aanhangwagen ter plaatse noodzakelijk is.' Ook gemeente Landgraaf heeft in artikel 5:8, derde lid het volgende opgenomen: 'Lid 3: Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.' Verder heeft de gemeente Heerlen in artikel 5:8, derde lid het volgende opgenomen: 'Lid 3: Het verbod in het eerste lid geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor, en gebruikt wordt voor, het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig en/of aanhangwagen ter plaatse noodzakelijk is.' Door de specifieke tijdsbepaling uit het tweede lid, tweede volzin te schrappen en een nieuwe uitzondering op te nemen in het nieuwe derde lid, wordt gewaarborgd dat werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd waarvoor de aanwezigheid van het grote voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Het parkeren van een groot voertuig op de openbare weg binnen de bebouwde kom wordt aldus verboden, met uitzondering van het parkeren van grote voertuigen gedurende de tijd die nodig is voor, en gebruikt wordt voor, het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Het voorstel is dan ook om de tijdsbepaling en beperking van het verbod in het tweede lid, tweede volzin te schrappen en een nieuwe uitzondering voor het verbod uit het eerste lid op te nemen in een nieuw derde lid. d. Opties en keuze Het is uiteindelijk aan de raad om te beoordelen over de voorstellen voor wijzigen van de APV. In de voorafgaande paragrafen zijn motivering en overwegingen beschreven.

Voorgesteld wordt in te stemmen met de voorgestelde wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brunssum 2025, en de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brunssum 2026 integraal vast te stellen. 4.

Bijlagen:

1. 2.

Ontwerp Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2026 (202632233); Algemene plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2025, met voorgestelde wijzigingen na ABA commissievergadering 3-3-26 (202649633); Was-wordt-tabel APV 2025/2026 (202631319);

3.

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Afdeling Registratiekenmerk

: Bestuurszaken - VTH : 202607890

De raad van de gemeente Brunssum, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 januari 2026, afdeling Bestuurszaken - VTH; Besluit: 1. In te stemmen met de voorgestelde wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2025 en de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2026 vast te stellen. 2. De voorgestelde wijzigingen niet voor inspraak vrij te geven, omdat het niet de voorbereiding van nieuw beleid betreft; met de invoering van de wijzigingen wordt juist beoogd een bijdrage te leveren aan de realisering van het geldende beleid op gebied van veiligheid en leefbaarheid. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 maart 2026.

De Raad voornoemd,

Voorzitter

Griffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=1772c64a-04c0-4227-8572-b4bd578ee042