CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 202598459 Wbmgp Parkstadwet

Raadsvergadering 9 december 2025, gemeente BrunssumBij agendapunt: Raadsvoorstel WBMGP/Parkstadwet8.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Zaaknummer Afdeling opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum Motivatie datum

: 21 oktober 2025 : 202598459 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : daphne.ulaga@brunssum.nl; evelien.meijerink@brunssum.nl : Jaimy van Dijk : 9 december 2025 : 9 december 2025 : Er is met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ontwikkeling afgesproken dat de aanvraag in december wordt ingediend bij de minister VRO, indien de gemeenteraad

instemt. Aan de raad, 1. Onderwerp Aanvraag Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek - gemeente Brunssum 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Middels een raadsinformatiebrief (augustus 2025) heeft het college van burgemeester en wethouders u reeds geïnformeerd over hun voornemen om een raadsvoorstel aan u voor te leggen met het verzoek in te stemmen met de aanvraag tot gebiedsaanwijzing op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (hierna: Wbmgp). Dit in navolging van gemeente Heerlen wiens raad in september 2025 heeft ingestemd met een Wbmgp-aanvraag. De voorbereiding van hun aanvraag is intensief afgestemd met de regio en ook met gemeente Brunssum. Tijdens deze voorbereiding bleek dat Brunssum (evenals Kerkrade) met vergelijkbare opgaven kampt (zie ook b. Huidige situatie/probleemstelling) en op grond van de criteria die door Heerlen gehanteerd worden, mogelijk ook in aanmerking komt om haar zes kwetsbaarste buurten aan te wijzen als Wbmgp-gebieden en daar selectieve woningtoewijzing toe te passen. Op basis van de Veerkrachtanalyse zijn twee typen gebieden geselecteerd: • •

Buurten waar minstens 25% van het gebied kampt met (zeer) ernstige overlast, veiligheidsproblemen en een hoge concentratie kwetsbare bewoners; Complexen/straten buiten deze buurten die op sub-buurt niveau zelfstandig (donker)rood scoren in de analyse vanwege vergelijkbare problematiek.

Deze geselecteerde buurten zijn: Rozengaard, de Lemmender, de Streek, de Eggen, Kleikoelen en Treebeek-Zuid. De Wbmgp biedt de mogelijkheid om middels selectieve woningtoewijzing tijdelijk sturend op te treden bij wie zich in de meest kwetsbare buurten vestigt binnen het huursegment. Deze tijdelijke ‘pauzeknop’ helpt de noodzakelijke rust en stabiliteit te creëren zodat bestaande interventies en flankerend beleid daadwerkelijk resultaat kunnen opleveren. De selectieve woningtoewijzing kan middels de toepassing van 3 artikelen uit de Wbmgp: •

• •

Artikel 8 biedt de mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan het inkomen van woningzoekenden – door het hebben van werk, pensioen of een opleiding – voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning binnen een Wbmgp-gebied. Artikel 9 maakt het aanvullend mogelijk om voorrang te verlenen aan woningzoekenden die bijdragen aan de sociaaleconomische draagkracht van de buurt. Artikel 10 van de Wbmgp biedt gemeenten de mogelijkheid om huisvestingsvergunningen te weigeren aan woningzoekenden als blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat hun huisvesting zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit.

Indien alleen gemeente Heerlen (en/of Kerkrade die ook een aanvraag voorbereidt) reguleert, dreigt de kwetsbaarheid in Brunssumse buurten waar vergelijkbare opgaven reeds spelen, toe te nemen terwijl het effect van flankerend beleid en interventies verminderd dreigt te worden. Hierin zit een volordelijkheid aan de hand van het aantal woningen: Heerlen trekt nu de meeste inwoners van buiten de regio, daarna volgt Kerkrade en dan pas Brunssum. Dit wordt met name bepaald door het aantal woningen dat jaarlijks beschikbaar wordt voor de verhuur. We verwachten dat het waterbedeffect een vergelijkbaar beeld laat zien. Door de invoering in Heerlen zal de druk in Kerkrade als eerste oplopen en dan in Brunssum. Hierdoor is regionaal afgesproken dat Kerkrade en Brunssum samen oplopen direct na invoering in Heerlen. Bij de vaststelling van het Programma Noord-Oost heeft uw raad zich gecommitteerd aan een langdurige investering in de meest kwetsbare gebieden van Brunssum. Om die investering te laten renderen is het verstandig voorlopig te sturen op de instroom. Parkstad kent een woningmarkt die op alle fronten met elkaar te vergelijken is. Instroom van buiten Parkstad komt in alle gebieden voor en zal bij regulering vanuit Heerlen (en in tweede instantie Kerkrade) in Brunssum doen toenemen.

Koppeling met de investeringen vanuit het programma is in deze essentieel om het rendement zo groot mogelijk te maken. De Wbmgp alleen is niet genoeg, maar als inspanning binnen het Programma Noord-Oost kan het een effectief puzzelstuk zijn in het geheel. b. Huidige situatie/probleemstelling Zoals u bekend is vanuit het Koerskompas Brunssum en het bijbehorende analysedocument dat u in juni 2025 jl. heeft vastgesteld, kampt Brunssum met een complexe en samenhangende combinatie van demografische, sociaaleconomische en gezondheidsuitdagingen. Die cummuleren in bepaalde gebieden zoals Noord en Oost. De zes buurten die zijn opgenomen in de Wbmgp-aanvraag zijn nóg kwetsbaarder dan Brunssum in zijn algemeenheid: uit de analyse (Zie bijlage 1. Aanvraag gemeente Brunssum – Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, met name paragraaf 1.2 Situatieschets geselecteerde buurten en 2.1 Noodzakelijkheid) blijkt dat daar sprake is van forse achterstanden op het gebied van werk, inkomen en onderwijs. Ook is de leefbaarheid aantoonbaar onder druk komen te staan door overlast en onveiligheid in combinatie met kwetsbaarheid van inwoners. Dit geldt niet alleen voor de huidige situatie: ook de ontwikkeling door de tijd heen laat een verslechtering zien. De problematiek is dus hardnekkig, verdiept zich en dreigt zich verder uit te breiden naar omliggende buurten.

Met steun van Rijksmiddelen wordt gewerkt aan herstructurering, verduurzaming en het versterken van de veerkrachtige mix in deze buurten. Daarnaast zet de gemeente zich in voor het verbeteren van de sociaaleconomische positie van bewoners en het terugdringen van onveiligheid en overlast. Desondanks blijft de noodzaak groot om structurele maatregelen te treffen om de neerwaartse spiraal te doorbreken en de leefbaarheid en veerkracht van Brunssum duurzaam te verbeteren. Brunssum heeft – analoog aan de aanpak in Heerlen – een selectie gemaakt van buurten die het meest gebaat zijn bij toepassing van de Wbmgp. Hierbij is gebruikgemaakt van de Veerkrachtanalyse Parkstad 2022 en andere relevante data zoals de Leefbaarometer en CBS-data. Geselecteerd zijn buurten met zeer hoge concentraties multi-problematiek waar sprake is van een hoge mate van overlast en onveiligheid en waar veel kwetsbare inwoners wonen. Het betreft gebieden waarbinnen minimaal 25 procent van de huishoudens tot een (donker)roodgekleurd gebied behoort zoals blijkt uit de Veerkrachtanalyse (zie bijlage 2. Analyse Veerkrachtkaarten Stadsregio Parkstad Limburg, Circusvis, februari 2025). Dit heeft geresulteerd in een focus op 4 buurten in Brunssum-Noord en -Oost en één buurt in Brunssum-West, te weten Treebeek-Zuid. Daaraan voegen we nog één buurt toe, De Streek.

Deze buurt springt er namelijk in de Veerkrachtanalyse uit omdat het merendeel van de huishoudens met veel problemen kampt, namelijk 64%. In totaliteit gaat het hier om 2.190 huurwoningen verdeeld over 6 buurten, waarbij het zwaartepunt in de wijken Noord- en Oost ligt met respectievelijk 925 en 675 woningen. Deze goedkope woningvoorraad heeft een aanzuigende werking op kwetsbare mensen. Zij vinden relatief eenvoudig huisvesting, zowel binnen de sociale huursector als in het goedkopere particuliere segment. Tegelijkertijd is er een tekort aan betaalbare woningen in andere delen van het land, waardoor mensen met een dringende woonvraag vaker in Parkstad en dus ook in gemeente Brunssum terechtkomen,

simpelweg omdat ze hier sneller en goedkoper aan huisvesting kunnen komen. Daar komt bij dat het imago van bepaalde buurten in Brunssum niet bijdraagt aan het aantrekken van sociaaleconomisch sterkere woningzoekenden, wat de instroom van meer kansrijke huishoudens belemmert.

3. Gewenste situatie (WAT?) a. Wat willen we bereiken? Het doel van dit voorstel is om de raad te verzoeken in te stemmen met de aanvraag tot gebiedsaanwijzing op grond van de Wbmgp voor zes buurten in Brunssum. De gebiedsaanwijzing stelt de gemeente in staat om, onder voorwaarden, nadere eisen te stellen aan woningzoekenden in kwetsbare buurten. Hiermee kan de instroom van kwetsbare huishoudens beter worden gespreid. Tegelijkertijd biedt het ook de mogelijkheid om een positieve impuls aan de buurten toe te voegen door middels artikel 9 voorrang te verlenen aan cruciale beroepsgroepen in deze buurten. Hierdoor wordt de kans vergroot dat deze buurten zich positief ontwikkelen en waardoor reeds ingezette sociale en fysieke maatregelen effectiever worden. Het uiteindelijke doel is om de leefbaarheid en veiligheid duurzaam te verbeteren, zodat deze buurten op termijn zonder uitzonderingsmaatregelen vooruit kunnen. b.

Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) • BBV Aanvraag Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek Wbmgp – Brunssum: zaaknummer 202598459. • BBV Reflectie Position Paper Volkshuisvestelijke sturing op leefbaarheid in Parkstad: zaaknummer 202524582. • BBV Raadsinformatiebrief invoering Wbmgp Heerlen 202587654 • Raadsvoorstel 202291484 Toekomstvisie wonen welzijn en zorg parkstadgemeenten. • Raadsvoorstel 202283848 Koerskompas Brunssum 2050. • Raadsvoorstel 202495215 Programma Noord Oost.

2. traject tot dusverre Vanuit de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering wordt er sinds begin dit jaar gewerkt aan een regionale beleidsmatige aanpak om te sturen op het verbeteren van de leefbaarheid, door inzet van volkshuisvestelijke instrumenten. Op 15 april jl. heeft het college van B en W gereflecteerd op het Position Paper Volkshuisvestelijke sturing op leefbaarheid in Parkstad, afkomstig van de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van Stadsregio Parkstad Limburg. In dit Position Paper is onder andere de inzet van de Wbmgp voorgesteld. Parallel aan dit regionale traject, zijn wij ambtelijk en bestuurlijk meegenomen in de Wbmgp-aanvraag van gemeente Heerlen. Daaruit bleek dat ook Brunssum kampt met vergelijkbare problematiek en op basis daarvan is Brunssum ook de mogelijkheden tot het doen van een Wbmgp-aanvraag gaan verkennen. Heerlen is als grootste gemeente binnen Parkstad in staat om als eerste Parkstadgemeente een aanvraag te doen, mede door de structurele ondersteuning vanuit het Nationaal Programma en het strategische belang dat het Rijk hecht aan in gebieden met een Nationaal Programma substantiële verbeteringen in de leefbaarheid tot stand te brengen.

Gemeente Heerlen maakt door het Nationaal Programma Heerlen Noord de weg vrij voor Brunssum om aan te haken bij hun aanvraag, iets wat zonder gemeente Heerlen en het nationaal programma niet mogelijk was. De SecretarisGeneraal heeft na zijn werkbezoek in augustus jl. aangegeven dat hij de Wbmgp-aanvraag van Brunssum (en die van Kerkrade) nog beschouwt als aanhaking op die van Heerlen indien die uiterlijk in december 2025 aan de minister wordt voorgelegd. Het ministerie steunt de regionale benadering van Heerlen, Brunssum en Kerkrade, mits de aanvragen inhoudelijk goed zijn onderbouwd. Na dit positieve geluid vanuit het ministerie, hebben wij u op 26 augustus 2025 een raadsinformatiebrief gestuurd om u mee te nemen in deze ontwikkelingen.

Er is met het ministerie afgesproken dat de aanvraag in december wordt ingediend bij de minister VRO, indien de gemeenteraad instemt. Het ministerie heeft aanvullend op 14 oktober jl. aangeboden de Brunssumse aanvraag in detail door te nemen en van feedback te voorzien om daarmee de kwaliteit en de kansrijkheid van de aanvraag te borgen. Gelet op het voorgaande en de afspraak met het ministerie om de aanvraag in december door de raad te laten behandelen, bestaat er de mogelijkheid dat er tijdens de commissievergadering een toelichting plus nieuwe versie ten aanzien van (1) conceptaanvraag gemeente Brunssum - Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, (2) conceptbrief aan minister VRO: aanvraag artikel 8, 9 en 10 Wbmgp – gemeente Brunssum en (3) het concept-raadsvoorstel Aanvraag Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek – gemeente Brunssum wordt aangeboden, ofwel een addendum tijdens de raadsvergadering wordt aangeboden.

3. rol/ bevoegdheden college van B en W Het college heeft de aanvraag voorbereid en biedt het ter besluitvorming aan uw raad aan. Na besluitvorming en in geval van toekenning door de minister, zal het college toezien op de implementatie en uitvoering van de Wbmgp. De implementatie is voorzien in het derde kwartaal van 2026, mits gemeente Heerlen de werkprocessen gereed heeft zodat Brunssum deze kan overnemen. Dit tijdstip is bewust gekozen om voldoende ruimte te bieden voor het inrichten en optimaliseren van de werkprocessen, mede op basis van de ervaringen en inzichten die de gemeente Heerlen naar verwachting medio 2026 zal hebben opgedaan. Zij voorzien namelijk een optimalisatieslag in de zomer van 2026. 4.

algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) • Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek • Koerskompas Brunssum 2050 (zie ook 3b.5) • Programmaplan Brunssum Noord-Oost: investeren in de wortels van de wijk • Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2023-2028: Lokale woonvisie gemeente Brunssum • Toekomstvisie Wonen, Welzijn en Zorg Parkstad • Regionale Prestatieafspraken Parkstad Limburg 2024-2028 • Prestatieafspraken gemeente Brunssum 2026-2027

5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Ja, de Wbmgp kan een belangrijk aanvullend instrument zijn binnen de bredere strategische koers die is uitgezet in het Koerskompas Brunssum voor de komende 25 jaar. Het Koerskompas verbindt alles wat er speelt op sociaal, ruimtelijk en economisch gebied en vormt de basis voor onze beslissingen. De Wbmgp kent zo’n zelfde integrale blik en draagt binnen deze langetermijnvisie specifiek bij aan de realisatie van doel 1. Bevolking in balans, doel 5. Gezond samenleven in veerkrachtige wijken en doel 7. Aantrekkelijk wonen in het groen, en is ondersteunend aan de overige doelen en bijbehorende interventies. Samengevat zetten de voorgenoemde doelen koers naar een gemeenschap die elkaar draagt, waar mensen deelnemen aan de arbeidsmarkt en bijdragen aan de samenleving. Waar inwoners zich veilig en thuis voelen in veerkrachtige buurten en we gericht stappen zetten naar een gezonde en evenwichtige bevolkingssamenstelling en een evenwichtige samenstelling van huishoudens in de regio.

Ook erkennen we dat kwetsbare wijken zoals Brunssum Noord en Oost – waar 5 van de 6 buurten opgenomen in de Wbmgp-aanvraag deel van uitmaken – extra aandacht nodig hebben voor veiligheid en sociale samenhang en gezondheid waarbij we samenwerken met regiopartners die voor vergelijkbare opgaven staan, zoals in dit geval gemeente Heerlen en Kerkrade. De Wbmgp dient als een gericht beleidsinstrument dat de mogelijkheid biedt om de instroom van sociaaleconomisch kwetsbare huishoudens tijdelijk te beperken en tegelijkertijd draagkrachtigere schouders toe te voegen aan de kwetsbaarste buurten. Daarnaast maakt de Wbmgp het mogelijk om huisvestingsvergunningen te weigeren aan woningzoekenden als blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat hun huisvesting zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit. Hiermee drukken we tijdelijk op de ‘pauzeknop’ zodat de gemeente en samenwerkingspartners

effectiever kunnen investeren in het versterken van de positie van de huidige bewoners. Deze rustperiode maakt het mogelijk om gerichter in te zetten op ondersteuning, zorg, participatiebevordering en veiligheid, en daarmee het fundament te leggen voor stabielere en veerkrachtigere buurten. De relatie tussen inzet van de Wbmgp en de doelen uit het Koerskompas Brunssum is nader uitgewerkt in paragraaf 1.1.1 Context en 2.2 Geschiktheid van de aanvraag (Zie bijlage 1. Aanvraag gemeente Brunssum – Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek). Ook de uitvoeringsagenda spreekt meermaals over het bijdragen aan een aangenaam woon- en leefklimaat. De Wbmgp draagt hieraan bij en ondersteunt andere initiatieven die dit als doel hebben, zoals het programmaplan Brunssum Noord-Oost: investeren in de wortels van de wijk.

6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen In de hiermee gemoeide kosten is niet voorzien in de programmabegroting van 2026 e.v., ook krijgt Brunssum geen aanvullende rijksmiddelen. Om te komen tot een reële inschatting van de kosten moet de invoering nader uitgewerkt worden. Een deel van de taken kunnen wellicht regionaal worden opgepakt of opgepakt worden via outsourcing. Daarnaast registreren we momenteel te weinig gegevens van inwoners die van buiten de regio komen en is onduidelijk wat de omvang van het waterbedeffect zal zijn. Duidelijk is wel dat het grote gevolgen voor Brunssum zal hebben als zij als derde in de rij (na Heerlen en Kerkrade) niets onderneemt om de instroom in te dammen. Stel dit heeft procentueel vergelijkbare gevolgen als in Heerlen dan betekent dat, dat 57 % van onze nieuwe instroom van buiten de regio komt en dat daarvan 34 % een uitkering bij vestiging heeft, nog los van alle andere voorzieningen binnen het sociaal domein waar in Heerlen een beroep op wordt gedaan door de nieuwe instroom. We nemen in 2026 en 2027 de tijd om onze cijfers aan te scherpen met onderzoek en ervaringen na de invoering. Dit houdt tevens in dat de inschatting van de structurele kosten na 2027 momenteel nog moeilijk te maken zijn. Een eerste screening levert op dat we rekening moeten houden met € 100.000,- tot € 150.000,- structureel op jaarbasis.

Maar zoals boven reeds aangegeven betekend de invoering van deze wet ook minder instroom van buiten de regio van mensen die, vanaf de huisvesting, een beroep moeten doen op het sociaal domein. We hebben wel zicht op de initiële kosten voor 2026 en 2027. 2026 en 2027 moet er een inspanningsleider worden aangesteld. Daarbij gaat de voorkeur uit naar een verbinding met het proces in Heerlen. In 2026 zal de opdracht voor de inspanningsleider vooral bestaan uit het opzetten van een systeem om de Parkstadwet toe te kunnen passen in de Brunssumse organisatie. In 2027 heeft de opdracht meer betrekking op de verbinding die aangebracht moet worden tussen de inspanningen die we gaan doen in het kader van de Parkstadwet en de andere inspanningen die we reeds binnen het programma, het sociaal domein en het fysieke domein aan het doen zijn. De Parkstadwet is immers een van de bouwstenen die alleen in verbinding met andere inspanningen voldoende resultaat oplevert. Daarnaast gaan we over op invoering 2 kwartalen na Heerlen. Dit is een bewuste keuze, samen ontwikkelen we de processtappen en Heerlen kan op deze wijze het proces beter inzichtelijk maken en eventuele kinderziektes worden door Heerlen opgelost alvorens Brunssum over gaat tot invoering. Structurele kosten voor de screening van nieuwe inwoners van buiten de regio starten daarmee dan ook op zijn vroegst vanaf 1 oktober 2026.

In eerste instantie lossen we dit ook op met inhuur om ook via de praktijkervaringen te komen tot meer inzicht in het aantal uren en het aantal functionarissen die we nodig hebben. Het reguliere proces zal naar schatting 3 uur in beslag nemen waarvan een deel wellicht door andere partijen gedaan kan worden en de bezwaar en beroepzaken zullen zo'n 8 uur in beslag nemen. Gezien het tempo waarmee een vergunning afgegeven moet worden (4-5 dagen) moeten taken verdeeld worden over meerdere medewerkers om te komen tot dekking over het hele jaar. De kosten die gepaard gaan met de invoering van de Parkstadwet zijn onder te verdelen in incidentele kosten en structurele kosten. De structurele kosten zullen meegenomen worden in de begroting 2028 dit omdat de onzekerheden rondom de invoer nog groot zijn. Incidentele kosten:

We zien 2026 en 2027 als opstartjaren waarin we de kosten voorlopig als incidenteel zien, dit omdat het vergunningenproces nog verder ontwikkeld moet worden. 2026 en 2027 moet er een inspanningsleider worden aangesteld voor 16 uur per week. Daarbij gaat de voorkeur uit naar een verbinding met het proces in Heerlen. In 2026 zal de opdracht voor de inspanningsleider vooral bestaan uit het opzetten van een systeem om de Parkstadwet toe te kunnen passen in de Brunssumse organisatie. In 2027 heeft de opdracht meer betrekking op de verbinding die aangebracht moet worden tussen de inspanningen die we gaan doen in het kader van de Parkstadwet en de andere inspanningen die we reeds binnen het programma, het sociaal domein en het fysieke domein aan het doen zijn. De Parkstadwet is immers een van de bouwstenen die alleen in verbinding met andere inspanningen voldoende resultaat oplevert. Daarnaast moet de ICT worden opgestart en moet de toekomstige huisvestingsverordening worden aangevuld met bepalingen inzake de Wbmgp.

Inspanningsleider:

€ 200.000,- op inhuur basis Opstartkosten ict:

€ 50.000,-

Vervolgens starten we in oktober 2026 met het vergunningen traject daarvoor moeten personen van buiten de regio gescreend worden. Hierin zitten getalsmatig en uitvoeringsmatig nog veel onzekerheden. Screenen van personen en gezinnen van buiten Parkstad (berekening heeft betrekking op woningcorporatiebezit): De verwachte tijdsinvestering is 3,1 uur voor het vergunningenproces en 8 uur bij bezwaar en beroep, daarbij gaan we ervan uit dat dit om een percentage van 25 % gaat. Welke stappen we hiervan zelf moeten zetten en welke stappen gezet gaan worden in de samenwerking in de regio en met de woningcorporaties is nog onduidelijk. Maar ook bij outsourcing hebben we te maken met kosten. Geschatte kosten op jaarbasis voor het vergunningenproces: Voor het basisproces bij 343 personen zijn we dan maximaal 1063 uur kwijt Indien van de verwachte 137 nieuwe inwoners (alleenstaanden en gezinnen) 25 % in bezwaar gaat komen daar nog eens 274 uur bij. Daarbij komt het totaal neer op minimaal 1 fte aan ureninzet. Echter gezien de snelheid waarmee we hierin moeten handelen (4-5 dagen) vraagt dit om een verdeling van die inzet over meerdere personen. Alleen dan is een jaardekking mogelijk.

Geschatte kosten op jaarbasis: we in 2026, bij opstarten in oktober, slechts Ict onderhoud, veiligheid, kcc en communicatie:

€ 100.000,- vergunningen waarbij € 50.000,- nodig hebben € ntb

Initieel hebben we voor 2026 en 2027 naar verwachting de volgende middelen nodig:

€ 200.000,- voor een inspanningsleider € 50.000,- voor inrichting van het geautomatiseerde systeem

€ 150.000,- opstarten van de vergunningenstraat (inschatting waarbij een deel van de kosten nog ntb zijn) € 400.000,- totaal Een beter inzicht in de werkelijke structurele kosten zal worden opgenomen in de begroting van 2028. Naar verwachting gaat het dan om een structurele post van € 100.000,- tot 150.000,- op jaarbasis. Bij de Regiodeal 3.0 is reeds rekening gehouden met verschillende investeringen in het woondossier voor de gehele regio waarbij de Partstadwet een belangrijk onderdeel vormt. De daarmee gemoeide € 1.100.000,- moet nog verdeeld worden over de verschillende onderwerpen en gemeenten. De portefeuillehouder wonen van Brunssum wil zich hard maken voor een investeringsbudget voor Brunssum dat een groot deel van de initiële kosten gaat dekken. Daarnaast moet er in de regio nog gekeken worden naar een verdeling van de totale kosten over alle partijen, gemeenten en woningcorporaties. Heerlen ontvangt Rijksmiddelen voor haar woondossier die Brunssum niet ontvangt en ook woningcorporaties hebben een voordeel van deze maatregelen. Huurders met een vast inkomen en minder vraag naar zorg en ondersteuning zijn ook voor woningcorporaties huurders die mee kunnen dragen in de veerkracht van een wooncomplex. De discussie omtrent verdeling van kosten, opbrengsten en middelen wordt momenteel nog gevoerd.

In deze fase verzoeken we de raad echter in te stemmen met een begrotingswijziging van € 150.000,- dit omdat we nog onvoldoende zicht hebben op de werkelijke kosten en mogelijke middelen. Voor de financiën stellen we dan ook het volgende voor: • • •

Via een begrotingswijziging voor deze fase € 150.000,- vrij te maken. Deze middelen te koppelen aan de middelen voor het programma Noord-Oost. De portefeuillehouder wonen te verzoeken in de regio zoveel mogelijk middelen vrij te spelen voor de initiële fase van 2026 en 2027 (€ 400.000,-).

•

Meer inzicht te verkrijgen in de kosten gedurende 2026 en deze in een doorkijk naar 2027 e.v. alvast op te nemen in de begroting van 2027 met doorkijk naar de daaropvolgende jaren.

c. Argumenten en overwegingen In artikel 6 van de Wbmgp is bepaald dat de gemeenteraad in de aanvraag tot gebiedsaanwijzing voldoende aannemelijk moet maken dat aan de criteria van noodzakelijkheid, geschiktheid, subsidiariteit en proportionaliteit wordt voldaan. Deze criteria onderstrepen de nut en noodzaak van deze gebiedsaanwijzing op grond van de Wbmgp en worden hieronder puntsgewijs uitgewerkt, evenals het proces van aanvraag naar uitvoering. Noodzakelijkheid De zes buurten (Treebeek-Zuid, Rozengaard, Lemmender, De Streek, De Eggen en Kleikoelen) vormen de kern van de stedelijke problematiek in Brunssum. Zij worden gekenmerkt door een uitzonderlijke concentratie van sociaaleconomische achterstand, een eenzijdige woningvoorraad en hoge niveaus van overlast en onveiligheid. In deze buurten lijden grote aantallen bewoners onder een accumulatie van problemen – zoals werkloosheid, schulden, lage opleiding en gezondheidsproblemen – terwijl tegelijk nieuwe instroom van kwetsbare huishoudens plaatsvindt die elders geen onderdak vinden. Tegelijkertijd verlaten bewoners met werk, opleiding of een stabiel inkomen de wijk zodra ze daartoe in staat zijn, wat leidt tot sociale ontwrichting en instabiliteit.

Zonder gerichte ingrepen versterken deze mechanismen elkaar: de problemen reproduceren en vergroten zichzelf zolang de dynamiek van uitstroom van draagkrachtigen en instroom van kwetsbaren doorzet. Recente cijfers tonen bovendien aan dat de situatie in deze buurten niet alleen zorgwekkend is, maar ook verder verslechtert. Alle zes gebieden lopen aantoonbaar “uit de pas” ten opzichte van het Brunssumse en landelijke gemiddelde. Zo scoren zij fors lager dan gemiddeld op de Leefbaarometer en de SES (sociaaleconomische status)-index: bijvoorbeeld Lemmender en Kleikoelen behoren met SES-scores van respectievelijk –0,65 en –0,71 tot de laagste van de regio. Het gemiddeld inkomen per inwoner blijft er ver achter (bijv. Kleikoelen €19.300, De Eggen €20.400 tegenover €23.000+ elders) en het aandeel inwoners met een laag inkomen is

extreem hoog (54% in De Eggen, 61% in Kleikoelen) – ruim boven het toch al hoge Brunssumse gemiddelde van ~44%. Evenzo is de arbeidsparticipatie er schrikbarend laag (slechts 42% van de inwoners in Lemmender heeft betaald werk). Het aandeel sociale huurwoningen is in alle buurten fors hoger dan gemiddeld (tot ~80–100% corporatiebezit in De Eggen en Kleikoelen), wat bijdraagt aan een eenzijdige bewonerssamenstelling zonder voldoende “draagkrachtige” huishoudens. Daarnaast is de leefbaarheid en veiligheid onder zware druk komen te staan. Uit zowel objectieve registraties als subjectieve beleving blijkt dat deze buurten kampen met bovengemiddelde overlast en criminaliteit. Zo heeft TreebeekZuid de afgelopen jaren conséquente de hoogste aantallen overlastmeldingen van alle 45 Brunssumse buurten laten zien. In 2025 (t/m oktober) registreerde Treebeek-Zuid opnieuw de meeste overlastincidenten, en ook De Eggen, Rozengaard en Lemmender behoren tot de buurten met de meeste overlastmeldingen. Vrijwel alle aangewezen buurten vertonen bovendien een stijging in overlastcijfers in 2025 ten opzichte van 2024 (waarbij opgemerkt dat de cijfers over 2025 slechts tot oktober beschikbaar zijn, zodat het jaarcijfer waarschijnlijk nóg hoger uitvalt).

De politiestatistieken betreffende misdrijven schetsen een even zorgelijk beeld: in 2025 heeft De Eggen het hoogste aantal misdrijfregistraties van alle Brunssumse buurten en staat Treebeek-Zuid op de tweede plaats. Ook Lemmender en Rozengaard noteren structureel hoge aantallen delicten, waarbij Lemmender in 2022 zelfs tijdelijk koploper was in gecombineerde overlast- en misdrijfcijfers. Deze objectieve cijfers worden bevestigd door de ervaren onveiligheid onder bewoners. Uit het burgeronderzoek Parkstad inZicht blijkt dat in Brunssum-Noord (waartoe o.a. Lemmender, De Eggen, Rozengaard en Kleikoelen behoren) 37% van de inwoners zich weleens onveilig voelt in de eigen buurt, en in Brunssum-West (Treebeek) is dat 35% – beduidend hoger dan in andere wijken (27–31%). Met name Kleikoelen en Lemmender springen er negatief uit qua veiligheidsscore: zij hebben de laagst gemeten veiligheidsindex van de hele regio (slechts 1 op een schaal van 1–9 t.o.v. het NL-gemiddelde), hetgeen inhoudt dat bewoners er bovengemiddeld veel hinder van overlast en onveiligheid ondervinden. In Kleikoelen is de situatie ronduit schrijnend: 100% van de huishoudens aldaar valt in een risicocategorie (roze of rood in de Veerkrachtanalyse), het gros van de bewoners kampt met meerdere zware problemen en de algemene leefbaarheidsscore is er “zwak”.

Samenvattend kan gesteld worden dat de leefomstandigheden in deze buurten alarmerend slecht zijn en dat een trendmatige verslechtering gaande is. De noodzaak om in te grijpen is dan ook zeer urgent: zonder extra maatregelen dreigen deze kwetsbare buurten verder af te glijden, met alle maatschappelijke kosten van dien. Uit de analyse van de veerkrachtkaarten blijkt dat in Brunssum zowel de foto – de huidige situatie – als de film – de ontwikkeling gemeten over een periode van negen jaar – verslechtert. De buurten geselecteerd in deze aanvraag kampen met (zeer) ernstige overlast, veiligheidsproblemen en een hoge concentratie kwetsbare bewoners. Hoewel Brunssum al intensief investeert in de wijken en buurten, blijven de kernproblemen bestaan en dreigen zij zich te verdiepen én uit te breiden naar omliggende buurten. Toepassing van de Wbmgp in de zes geselecteerde buurten is zowel in het belang van de huidige bewoners én kwetsbare bewoners die een woning zoeken - die allen recht hebben op een leefbare en veilige buurt - als van de stad als geheel om verdere segregatie en achteruitgang tegen te gaan. De betreffende buurten vertonen op sociaaleconomisch vlak een aantal zorgelijke patronen. Deze buurten scoren laag op de SES-WOA-indicatoren van het CBS, en wijken in negatieve zin sterk af van het landelijk gemiddelde in de Leefbaarometer 2.0.

Daarnaast is het aandeel inwoners met een laag inkomen relatief hoog, ligt de arbeidsparticipatie juist beduidend lager dan gemiddeld en is het percentage arbeidsongeschiktheid significant hoger dan gemiddeld in Nederland. Het is dan ook niet verrassend dat het percentage inwoners met een uitkering (AOW, arbeidsongeschiktheidsuitkering, bijstandsuitkering, werkeloosheidsuitkering) fors hoger ligt dan het Nederlands gemiddelde van 31%: de percentages in deze zes buurten variëren van 37% in de Streek tot 62% in de Lemmender. Voor een uitgebreidere1 onderbouwing inclusief cijfers verwijzen wij naar in paragraaf 1.2 Situatieschets geselecteerde buurten en paragraaf 2.1 Noodzakelijkheid uit de aanvraag.

1 In paragraaf 2.1 Noodzakelijkheid, alsmede paragraaf 1.2 Situatieschets geselecteerde buurten uit de Wbmgp-aanvraag, zijn de volgende indicatoren besproken die wijzen

op een sociaaleconomisch kwetsbare bevolkingssamenstelling: Totaalscore leefbaarometerklasse, SES-WOA score inclusief spreiding, arbeidsongeschiktheidspercentage, netto arbeidsparticipatie, aandeel inwoners met een laag inkomen, gemiddeld inkomen per inwoner, percentage huishoudens met een laag inkomen, percentage huishoudens onder/rond het sociaal minimum, percentage inwoners met een uitkering (werkeloosheidsuitkering/ bijstandsuitkering/ arbeidsongeschiktheidsuitkering/ AOW-uitkering), percentage bijstandsgerechtigden per buurt ten opzichte van het Nederlands gemiddelde, percentage bijstandsgerechtigden per buurt ten opzichte van het gemiddelde van Parkstad Limburg, basis opleidingsniveau, aandeel laagopgeleiden, jongeren met jeugdzorg, aantal NEET’s jongeren per 10.000 inwoners en gerealiseerde jeugdzorgkosten per 1000 inwoners.

Waterbedeffect Naast de hierboven geschetste problematiek, speelt nog een aanvullende overweging een belangrijke rol: het dreigende waterbedeffect. Hoewel dit op zichzelf geen doorslaggevende reden vormt om de Wbmgp in te voeren, versterkt het in Brunssum de noodzaak om de Wbmgp juist in de meest kwetsbare buurten van Brunssum in te zetten. Dit omdat de buurten die het meest onder druk staan in Brunssum, ook de meest goedkope woningvoorraad hebben en andere gebieden in deze regio een relatief kleine sociale woningvoorraad hebben. Brunssum dreigt daardoor het waterbed te worden omdat een deel van de huishoudens die in Heerlen en/of Kerkrade als gevolg van toepassing van de Wbmgp geen huisvestingsvergunning ontvangen, zich tot Brunssum zal wenden. Naast dat onze buurten al onder druk staan, komen deze kwetsbare mensen dan in een omgeving terecht die hun welzijn niet ten goede komt, namelijk in buurten met vergelijkbare problematiek als die waarop de weigering in Heerlen en/of Kerkrade was gebaseerd. Ook zal de extra instroom van kwetsbare mensen leiden tot extra druk op onze (sociale) voorzieningen zoals schuldhulpverlening, (bijstands)uitkeringen, maatschappelijke opvang en jeugdzorg.

Onze professionals in de wijk en de ambtelijke organisatie - met name in het sociale domein – krijgen dus te kampen met meer casuïstiek en hogere kosten terwijl de effectiviteit van bestaande interventies onder druk komt te staan. Daarnaast valt een toename in veiligheidsen leefbaarheidsproblematiek te verwachten, die ook aanvullende maatregelen of handhaving vergt. Het is dan ook van belang om er middels de Wbmgp voor te zorgen dat dit waterbed beperkt blijft en sowieso niet landt in de kwetsbaarste buurten van Brunssum. In sectie 3b. 5 van dit raadsvoorstel is uiteengezet hoe de toepassing van de Wbmgp bijdraagt aan onze strategische koers zoals deze bepaald is in het Koerskompas. Het omgekeerde is ook waar: als de Wbmgp niet wordt ingevoerd, dreigen we van deze koers af te raken en kost het ons achteraf meer om bij te sturen. Ter illustratie van de regionale opgave verwijzen wij naar onderstaande Veerkrachtkaart die de meest kwetsbare gebieden in Parkstad weergeeft. De meeste (donker)rode gebieden in Heerlen en Kerkrade zullen worden opgenomen in hun aanvragen. Het betreft dus een omvangrijk gebied, wiens potentiële kwetsbare inwoners dreigen uit te wijken naar huisvesting in de meest kwetsbare gebieden van Brunssum.

Geschiktheid De inzet van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) draagt direct bij aan de bredere strategische koers die is uitgezet in het Koerskompas voor de komende 25 jaar (zie ook 3b. 5) en het doel van het Programmaplan Brunssum Noord-Oost, waar de Wbmgp bij instemming en toekenningonderdeel van uit gaat maken. De inzet van de Wbmgp is dan ook niet op zichzelf staand, maar onderdeel van een bredere, samenhangende en langdurige aanpak vanuit verschillende domeinen en organisaties. Artikel 8 en 9 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) zijn gericht op het bevorderen van een evenwichtige en veerkrachtige bevolkingssamenstelling in wijken die langdurig kampen met structurele leefbaarheidsproblematiek. Artikel 8 stelt voorwaarden aan het inkomen van woningzoekenden: zij hebben inkomen uit arbeid, pensioen of studiefinanciering nodig. Artikel 9 maakt het aanvullend mogelijk om voorrang te verlenen aan woningzoekenden die bijdragen aan de sociaaleconomische draagkracht van de wijk, zoals mensen die werkzaam zijn in cruciale sectoren zoals zorgverleners, politie en medewerkers in groeisectoren zoals medische logistiek. Inherent hieraan is dat zij middels hun arbeid bijdragen aan belangrijke facetten van veerkrachtige gemeenschappen.

Met deze twee artikelen dragen we niet alleen bij aan een gezonde en evenwichtige bevolkingssamenstelling in Brunssum maar ook aan een evenwichtige samenstelling van huishoudens in de regio (Doel 1. Bevolking in balans uit het Koerskompas). Uiteraard draagt de inzet van deze artikelen ook bij aan doel 5. Gezond samenleven in veerkrachtige wijken doordat het aantal kwetsbare inwoners zal afnemen en het aantal draagkrachtigere inwoners zal toenemen. Dat is in lijn met de regionale strategie ‘Mengen zonder te verdringen’ waar u in maart 2025 reeds mee heeft ingestemd toen u de Toekomstvisie Wonen, Welzijn, Zorg vaststelde. Overkoepelend dragen deze verbeteringen bij aan doel 7. Aantrekkelijk wonen in het groen. Gegeven de hierboven geschetste problematiek acht de gemeente Brunssum het absoluut noodzakelijk om aanvullende maatregelen te treffen die verdere achteruitgang keren en de buurten weer perspectief bieden. Artikel 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek wordt daarbij gezien als een onmisbaar instrument. Artikel 10 Wbmgp biedt de mogelijkheid om woningzoekenden te screenen op antecedenten en een huisvestingsvergunning te weigeren als uit politiegegevens blijkt dat betrokkene een verleden heeft van ernstige (woon)overlast of crimineel gedrag.

Hiermee wordt beoogd grip te houden op de instroom van nieuwe bewoners (vanaf 16 jaar) die een negatieve invloed zouden hebben op de leefbaarheid en veiligheid in deze gebieden. Enerzijds wordt zo de verdere concentratie van overlastgevend en crimineel gedrag tegengegaan, anderzijds beschermt deze maatregel de huidige – veelal kwetsbare – bewoners tegen bekende veelplegers die voor extra overlast en intimidatie zouden zorgen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld artikel 8 Wbmgp (het inkomens-/werkcriterium), geldt artikel 10 voor alle woningzoekenden, óók uit de eigen regio. Dat wil zeggen: iedere nieuwe huurder die in een aangewezen buurt wil komen wonen wordt getoetst op overlast en criminaliteit, ongeacht of hij/zij van buiten Brunssum komt of reeds binnen Parkstad woont. Hierdoor ontstaat een sluitend screeningsmechanisme zonder regionale “lekken”. De gemeente heeft voor de uitvoering reeds afspraken gemaakt met de politie: men zal de benodigde gegevens aanleveren en samen zorgen dat bekende overlastgevers goed in beeld zijn. De politie onderschrijft dat de inzet van artikel 10 in deze buurten kan bijdragen aan het vergroten van de veiligheid ter plaatse.

Artikel 10 is een passende en effectieve maatregel, omdat het rechtstreeks aangrijpt op een van de grootste knelpunten in deze wijken: de aanhoudende instroom van huishoudens die voor ernstige overlast en onveiligheid zorgen. In de huidige situatie kan een persoon met een omvangrijk overlastverleden of criminele achtergrond zich nog vrij vestigen in deze kwetsbare buurten, om pas na talloze incidenten via overlastprocedures of strafrecht achteraf te worden aangepakt. Die reactieve benadering schiet tekort in wijken die nu al op omvallen staan. Met artikel 10 kan de gemeente preventief sturen: problematische verhuizingen naar deze buurten worden aan de voorkant tegengehouden, nog vóórdat er opnieuw slachtoffers in de buurt gemaakt worden. De maatregel is daarbij zorgvuldig begrensd. Op grond van artikel 10a Wbmgp wordt uitsluitend gekeken naar concrete, relevante gedragingen in de politiegegevens, zoals ernstige woonoverlast, druggerelateerde delicten, geweld, wapen- of mensenhandel e.d.. Het gaat dus nadrukkelijk niet om willekeurige of discriminerende selectie, maar om objectieve indicaties van ontoelaatbaar gedrag. Bovendien geldt een terugkijktermijn (vier jaar, voor 16-17-jarigen twee jaar) zodat alleen recente en daarmee prognostisch relevante incidenten worden meegewogen.

Deze brede, gerichte aanpak is noodzakelijk: veel overlastgevende incidenten leiden immers niet tot een formele veroordeling, en zouden bij een reguliere VOGscreening onopgemerkt blijven. Door gebruik te maken van politie-informatie (waaronder ook herhaalde incidenten zonder strafrechtelijke afdoening) kunnen we potentiële veelplegers identificeren die anders ongestoord naar deze buurten zouden kunnen verhuizen. Daarmee vullen we een leemte in het instrumentarium op het gebied van woonoverlastbestrijding. De geschiktheid van artikel 10 blijkt ook uit de beoogde impact op de leefbaarheid. Uit ervaringen elders blijkt dat het weren van notoire overlastplegers een merkbare verbetering kan geven in de buurtveiligheid en het woonklimaat. Hoewel naar verwachting slechts incidenteel een huisvestingsvergunning daadwerkelijk zal worden geweigerd op grond van artikel 10, is het effect per geweerde persoon zeer groot: één actieve overlastgever minder **kan voor een hele straat het verschil maken】. Bovendien geeft het de zittende bewoners rust om te weten dat bekende veelplegers niet zomaar naast hen kunnen komen wonen. We voorzien dan ook dat door toepassing van artikel 10 (in samenhang met de andere artikelen) het aantal overlastmeldingen in de buurten zal afnemen en het veiligheidsgevoel onder bewoners zal toenemen.

Nieuwe buren zullen immers vaker een werkend en stabiel profiel hebben en minder negatieve prikkels veroorzaken in de woonomgeving. Dit draagt bij aan een omslag in de dynamiek van de buurt, waarbij normen en

sociale controle kunnen herstellen. Artikel 10 is daarmee een necessair en effectief instrument om de neerwaartse spiraal te doorbreken op het vlak van (on)veiligheid, in aanvulling op de sociaaleconomische instroomselectie (artikel 8) en het aantrekken van draagkrachtige huishoudens (artikel 9). Juist die integrale benadering – tegelijk sturen op zowel sociaaleconomische als veiligheidsaspecten – is nodig om deze buurten weer leefbaar en veerkrachtig te maken voor een brede groep inwoners. Subsidiariteit De inzet van artikel 10 Wbmgp is niet alleen doeltreffend, maar ook noodzakelijk omdat lichtere of reguliere middelen onvoldoende soelaas bieden. De problemen in Brunssum-Noord en -Oost worden al geruime tijd met een integrale wijkaanpak bestreden. Onder de vlag van het Programmaplan Brunssum Noord en Oost investeert de gemeente 25 jaar lang intensief in deze gebieden, met maatregelen op het gebied van wonen, leefbaarheid, onderwijs, werk, inkomen, zorg en veiligheid. Die langjarige inzet – gedragen door bewoners en ketenpartners – blijft onverminderd van kracht, maar heeft tot op heden nog niet tot de gewenste ommekeer geleid. Belangrijker: zelfs als lokale initiatieven effect sorteren, dreigt hun resultaat teniet te worden gedaan door de continue toestroom van nieuwe probleemgevallen van buitenaf.

Zoals vaak gezegd wordt, is het zonder instroombeperking als water naar de zee dragen. De gemeente Brunssum heeft binnen de huidige wettelijke kaders al geprobeerd hierop te sturen – bijvoorbeeld via regionale prestatieafspraken met corporaties om kwetsbare buurten tijdelijk te “ontzien” en via een eigen beleidskader Maatwerktoewijzen om selectiever toe te wijzen. Echter, deze instrumenten missen bindende kracht en wettelijke grondslag om truly effectief te zijn. Vooral belangrijk: bij gebrek aan Wbmgp mag een woningzoekende niet op overlastof crimineel gedrag worden getoetst. De gemeente kan dus nu niet voorkomen dat een bekende veeloverlastgever een huurwoning betrekt, zolang hij aan de formele inschrijfvoorwaarden voldoet. Pas ná daadwerkelijke escalatie kan men ingrijpen (bijv. via een civiel huisverbod of strafrecht), maar dan is het kwaad in de buurt al geschied. Alternatieven zoals een reguliere Verklaring Omtrent Gedrag volstaan evenmin, omdat deze alleen onherroepelijke strafbare feiten toont en geen informatie geeft over frequente ordeverstoringen zonder veroordeling. Het rijk heeft bovendien duidelijk aangegeven dat de problematiek in deze buurten structureel van aard is en een robuuste aanpak vergt, waar toepassing van de Wbmgp expliciet onderdeel van kan zijn.

Gezien het vorenstaande is het subsidiariteitsbeginsel ruimschoots vervuld: de gemeente heeft eerst alle beschikbare reguliere middelen ingezet, maar deze schieten tekort om de neerwaartse trend te keren. Uitsluitend via de Wbmgp kan de noodzakelijke drempel opgeworpen worden om instroom te reguleren en zo de andere investeringen hun vruchten te laten afwerpen. Immers, het reguliere beleid – hoe omvangrijk ook – heeft pas echt kans van slagen wanneer de voortdurende aanvoer van nieuwe sociaaleconomische kwetsbaarheid en overlastgevers wordt beperkt. De Wbmgp biedt het juridische instrumentarium om die instroom te reguleren (artikel 8 voor inkomenseis, artikel 10 voor screening op overlast), hetgeen met geen enkel ander middel bereikt kan worden. Ook op regionaal niveau zijn geen lichtere alternatieven voorhanden die hetzelfde bewerkstelligen. Parkstad-gemeenten en woningcorporaties hebben weliswaar gezamenlijke urgentiecriteria aangescherpt om “verdringing” op de woningmarkt te voorkomen, maar niet alle kwetsbare huishoudens vallen onder urgentie. Evenmin kan van omliggende gemeenten worden verwacht dat zij eenzijdig de toestroom overnemen. Om die reden is er regionaal voor gekozen gezamenlijk op te trekken bij dit soort woningmarktinterventies.

Brunssum heeft zijn voornemen tot Wbmgp-aanvraag nauw afgestemd met buurgemeenten Heerlen en Kerkrade, zodat er een consistente uitvoering ontstaat en geen waterbedeffect binnen de stadsregio optreedt. Dankzij deze regionale solidariteit draagt iedere gemeente een deel van de verantwoordelijkheid voor het huisvesten van kwetsbare groepen, en kunnen bepaalde buurten tijdelijk worden ontzien zonder dat één gemeente onevenredig wordt belast. Kortom, alle betrokken partijen erkennen dat zwaardere middelen nodig zijn voor deze uitzonderlijke situatie. Artikel 10, in combinatie met de andere Wbmgp-bepalingen, is het aangewezen instrument om dat in goede banen te leiden. Proportionaliteit De proportionaliteit van de maatregelen wordt gewaarborgd door: • Uniforme selectiecriteria voor gebieden waardoor het toepassingsgebied niet onnodig groot is. • Artikel 8 geldt enkel voor nieuwe woningzoekenden van buiten de regio of die minder dan 6 jaar onafgebroken in de regio Parkstad hebben gewoond. Dit artikel geldt dus niet voor de mensen die er al wonen of voldoen aan de regionale binding.

• • •

• • •

Binnen artikel 8 worden geen eisen aan het inkomensniveau gesteld, enkel aan de aard van het inkomen. Bij het controleren van politiegegevens voor toetsing van artikel 10, geldt een terugkijktermijn tot de afgelopen 4 jaar en voor jongeren van 16 en 17 jaar is deze verlaagd tot 2 jaar. De mensen die op basis van artikel 8 en/of 10 geen huisvestingsvergunning ontvangen, worden niet geweerd uit woningen in de overige draagkrachtigere buurten van Brunssum. Ook zijn er voldoende huisvestingsmogelijkheden binnen maar vooral ook buiten Parkstad. Woningzoekenden wiens huisvestingsvergunning wordt geweigerd, ontvangen een gemotiveerde beschikking en kunnen op basis van de Awb bezwaar en beroep instellen. Door middel van een hardheidsclausule in de Huisvestingsverordening borgen we daarnaast dat maatwerk voor schrijnende gevallen mogelijk blijven. De Wbmgp is een tijdelijke maatregel en wordt in beginsel ingesteld voor een periode van 4 jaar. Indien evaluatie uitwijst dat de maatregelen niet langer nodig zijn of onvoldoende werken, zal Brunssum geen verzoek doen tot verlenging en de maatregelen beëindigen. Ook kunnen we de maatregelen tussentijds (gedeeltelijk) beëindigen.

Hoewel de inzet van artikel 10 een ingrijpende maatregel is, acht de gemeente Brunssum deze passend en proportioneel gezien de ernst van de problematiek. De maatschappelijke belangen die hier in het geding zijn – het herstel van leefbaarheid en veiligheid in de meest kwetsbare wijken – rechtvaardigen een tijdelijke beperking van de vestigingsvrijheid in deze specifieke gevallen. Tegenover de beperkte inbreuk op individuele keuzemogelijkheden staat een groot maatschappelijk voordeel: de leefbaarheid in zeer kwetsbare buurten kan herstellen, wat opweegt tegen de tijdelijke begrenzing van vestiging. Bovendien is de maatregel zo vormgegeven dat de rechten van betrokkenen maximaal worden geborgd en niet onevenredig worden geschaad. Ten eerste is de reikwijdte precies afgebakend tot wat strikt noodzakelijk is. De aanwijzing betreft uitsluitend die zes buurten die aantoonbaar het zwaarst getroffen zijn en waar de cumulatie van problemen uitzonderlijk hoog is (geselecteerd op basis van objectieve criteria). We kiezen daarbij heel bewust voor volledige buurten, om te voorkomen dat er binnen één wijk een lappendeken van wel/niet aangewezen straten ontstaat en de problematiek zich verplaatst naar direct aangrenzende straten.

Het aantal woningen dat onder de regeling valt is beperkt – in totaal een fractie van de woningvoorraad van Brunssum, laat staan van de regio Parkstad of provincie Limburg. Er blijven dus voldoende alternatieve huisvestingsmogelijkheden over voor woningzoekenden die niet (meteen) in deze buurten terecht kunnen. Deze alternatieven bevinden zich zowel binnen de gemeente (andere, veerkrachtiger wijken) als in omliggende gemeenten; regionale afspraken zorgen ervoor dat kwetsbare huishoudens in meer stabiele gebieden kunnen worden opgevangen. In die zin dient de maatregel ook het belang van deze woningzoekenden zelf: zij worden behoed voor vestiging in een omgeving die hun welzijn en perspectief niet ten goede zou komen, en kunnen in plaats daarvan in een meer draagkrachtige buurt wonen. Ten tweede is de duur van de aanwijzing beperkt. Er wordt vergunningweigering op grond van artikel 10 (evenals 8 en 9) gevraagd voor maximaal vier jaar. Conform de Wbmgp zal na die termijn een expliciet besluit nodig zijn om de aanwijzing al dan niet te verlengen, waarbij opnieuw de noodzaak en proportionaliteit moeten worden gewogen. De tijdelijkheid waarborgt dat de maatregel niet langer duurt dan nodig om de beoogde ommekeer te bewerkstelligen. Parallel hieraan is voorzien in verplichte monitoring en evaluatie: de gemeente zal jaarlijks de effecten volgen (o.a.

aantal geweigerde vergunningen, ontwikkeling leefbaarheid en veiligheid) en na afloop evalueren of voortzetting nog gerechtvaardigd is. Ten derde worden hardheids- en rechtsbeschermingsclausules in acht genomen. De gemeente past artikel 10 alleen toe binnen het kader van de Huisvestingsverordening, waarin een hardheidsclausule wordt opgenomen om in onvoorziene, schrijnende individuele situaties maatwerk te kunnen leveren. Zo behoudt het college de bevoegdheid om, indien strikte handhaving tot evident onbillijke uitkomsten zou leiden, alsnog van weigering af te zien. Tevens staat voor elke geweigerde woningzoekende de mogelijkheid open om bezwaar en beroep aan te tekenen, zodat onafhankelijke toetsing door de rechter gewaarborgd is. Deze juridische controlemechanismen verzekeren een zorgvuldige toepassing en voorkomen willekeur.

Alles afwegende is de voorgestelde inzet van artikel 10, in samenhang met de artikelen 8 en 9, proportioneel te noemen. De maatregelen staan in redelijke verhouding tot de aard en ernst van de problemen – die zijn immers uitzonderlijk, zie paragraaf 2.1 – en zijn precies en tijdelijk begrensd naar gebied, doelgroep en duur. Er is voorzien in voldoende uitwijkmogelijkheden voor de betrokken doelgroep, zodat niemand tussen wal en schip raakt. De inkomenseis (art.8) is gematigd vormgegeven (aansluitend bij de bijstandsnorm) om lage inkomens niet onnodig uit te sluiten, en de toepassing van artikel 10 richt zich uitsluitend op personen met een relevant negatief verleden, niet op brede categorieën. Daarnaast verzachten de tijdelijkheid, evaluatieplicht, hardheidsclausule en bezwaar/beroep de impact op individuele rechten. Gelet op het grote maatschappelijke belang van de maatregel en de voorziene positieve effecten op leefbaarheid en veiligheid, acht de gemeente Brunssum de inzet van artikel 10 Wbmgp gerechtvaardigd en proportioneel. Deze maatregel is uiteindelijk erop gericht om de buurten weer een toekomstperspectief te geven waarin zowel huidige bewoners als nieuwe instromers kunnen floreren in een veilige, stabiele omgeving.

Conclusie: Op grond van bovenstaande motivering is de gemeente Brunssum van oordeel dat toepassing van artikel 10 Wbmgp in de aangewezen buurten onontbeerlijk is. De maatregel is noodzakelijk om de vicieuze cirkel van kwetsbare instroom en toenemende overlast te doorbreken, geschikt om de beoogde verbetering in veiligheid en leefbaarheid te bereiken, subsidiar omdat mildere alternatieven ontbreken, en proportioneel in het licht van de geboden waarborgen en het zwaarwegende algemene belang. Wij verzoeken dan ook de minister om artikel 10 (evenals 8 en 9) van de Wbmgp toe te staan voor de zes genoemde buurten. Dit geeft de gemeente en haar partners de kans om op verantwoorde wijze de ‘pauzeknop’ in te drukken voor deze kwetsbare wijken: de instroom van problematische gevallen wordt tijdelijk beperkt, terwijl volop wordt doorgewerkt aan het versterken van de buurt en haar bewoners. Hiermee creëren we de noodzakelijke ademruimte om de negatieve spiraal om te buigen naar een positief perspectief voor Brunssum-Noord, -Oost en Treebeek. Uiteindelijk is dit zowel in het belang van de huidige inwoners – zij krijgen een veiligere, stabielere leefomgeving – als van kwetsbare woningzoekenden zelf, die niet langer in een omgeving terechtkomen die hun problemen vergroot maar in plaats daarvan kansrijker worden gehuisvest.

De inzet van artikel 10 Wbmgp is daarmee een passende, noodzakelijke en proportionele maatregel om de hardnekkige grootstedelijke problematiek in Brunssum effectief aan te pakken. Van aanvraag naar uitvoering Zoals hierboven genoemd, maakt gemeente Heerlen de weg vrij voor Brunssum en Kerkrade om ook een Wbmgp aanvraag te kunnen doen. Er is in regionaal verband afgesproken dat alle gemeenten niet alleen dezelfde selectiecriteria hanteren en elkaars aanvragen met elkaar afstemmen, maar ook om de implementatie zo veel mogelijk op uniforme wijze vorm te geven. Dit in verband met de uitvoerbaarheid van de maatregelen voor alle betrokkenen en de helderheid naar (toekomstige) inwoners. Eerdere evaluaties van de Wbmgp in Tilburg en Rotterdam hebben uitgewezen dat het succes van de maatregel sterk samenhangt met regionale afstemming en de gezamenlijke toepassing in vergelijkbare omstandigheden, ook in relatie tot het waterbedeffect. De aanvraag is breed afgestemd met betrokken partijen, zoals de Parkstad-gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties, de politie en het ministerie van VRO. Dit heeft veelal plaatsgevonden in de Stuurgroep Wbmgp, de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van Stadsregio Parkstad Limburg maar ook in gesprekken in het kader van de (regionale) prestatieafspraken.

Ook heeft het ministerie ambtelijk met onze aanvraag meegekeken en deze van feedback voorzien. Provincie Limburg heeft een steunverklaring voor onze aanvraag afgegeven, evenals voor de aanvragen van gemeente Heerlen en Kerkrade. Ook hebben op moment van schrijven van dit raadsvoorstel twee van de vier huurdersorganisaties al aangegeven een steunverklaring te willen afgeven. We vinden het ook heel belangrijk om eventuele zorgen en vragen van onze eigen (en potentiële) inwoners te bespreken en indien u als raad en de minister VRO beide instemmen met de Brunssumse aanvraag, zullen we dit uiteraard proactief oppakken. In geval van vaststelling van dit raadsvoorstel en de brief aan de minister VRO, verwachten wij in maart het besluit van de minister dat bepaalt of Brunssum wel of niet de Wbmgp mag invoeren. Bij positieve besluitvorming beogen we in het derde kwartaal van 2026 de implementatie van de Wbmgp, mits gemeente Heerlen de werkprocessen gereed heeft zodat Brunssum deze kan overnemen.

Ten aanzien van de implementatie hebben we het voordeel dat gemeente Heerlen – indien de minister instemt – de Wbmgp al vanaf 1 januari 2026 invoert. Zij voorzien in de zomerperiode van 2026 een optimalisatieslag ten aanzien van de werkprocessen. Mede op basis van de ervaringen en inzichten die de gemeente Heerlen naar verwachting medio 2026 zal hebben opgedaan, kunnen we de werkprocessen in Q1 en Q2 2026 in Brunssum ook optimaliseren, nog voordat de wet wordt geïmplementeerd. Dit alles uiteraard onder voorbehoud van besluitvorming door u als raad en de minister VRO. Monitoring en evaluatie De Wbmgp zal een nieuwe inspanning worden en dus deel uit gaan maken van het Programmaplan Brunssum Noord en Oost: investeren in de wortels van de wijk. We haken dan ook aan op de monitoringssystematiek die is opgesteld in het kader van het programma Brunssum Noord en Oost. Vanuit het programma wordt een dashboard ontwikkelt dat wordt opgebouwd in de Arrangementenmonitor van gemeente Brunssum. Dit behelst de kwantitatieve monitoring. Daarnaast zet het programma ook in op kwalitatieve monitoring via de bewonersraad en een 2-jaarlijkse evaluatie die breder wordt uitgevraagd bij bewoners in de wijk. Daarnaast zijn er middelen bij ZONMW aangevraagd voor een participatief onderzoek om te analyseren welk effect het programma in de leefwereld van bewoners heeft en wat haar meerwaarde is.

We analyseren de ervaringen en perspectieven van bewoners, beleidsmakers en andere betrokkenen en analyseren de sociale en economische meerwaarde van de aanpak. Zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve monitoringssystematiek leent zich uitstekend voor het monitoren van het effect van de Wbmgp. Uiteraard wordt deze systematiek aangevuld door andere databronnen. De aanvraag is namelijk onder andere gestoeld op een breed scala aan indicatoren van het CBS. Door de data van vóór de invoering van de Wbmgp te vergelijken met de data na invoering, kunnen we het effect van de maatregelen op de buurten meten. d. Opties en keuze U kunt instemmen met het voorstel om de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening te verzoeken de genoemde buurten aan te wijzen als gebied waar selectieve woningtoewijzing op grond van de Wbmgp wordt toegepast. U kunt er ook voor kiezen om niet met dit voorstel in te stemmen, en dus geen verzoek in te dienen bij de minister van VRO om de buurten aan te merken als Wbmgp-gebied waar selectieve woningtoewijzing geldt.

4. Bijlagen: 1. Aanvraag gemeente Brunssum – Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek 2. Brief aan minister VRO: aanvraag artikel 8, 9 en 10 Wbmgp – gemeente Brunssum 3. Analyse Veerkrachtkaarten Stadsregio Parkstad Limburg, Circusvis, februari 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Afdeling Registratiekenmerk

: Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : 202598459

De raad van de gemeente Brunssum,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 oktober 2025, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed; Besluit: 1. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening conform bijgevoegde brief (documentnummer: 202601293) te verzoeken de in de Aanvraag gemeente Brunssum - Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek genoemde buurten aan te wijzen als gebied waar woningzoekenden: a. Op grond van artikel 8 Wbmgp kunnen worden gereguleerd indien zij niet beschikken over inkomen uit arbeid, zelfstandig beroep, pensioen of studie; b. Op grond van artikel 9 Wbmgp voorrang kunnen krijgen indien zij behoren tot de in de huisvestingsverordening nader aan te wijzen (maatschappelijke) beroepsgroepen; c. Op grond van artikel 10 en 10a Wbmgp kunnen worden gescreend op basis van politiegegevens en bij gegrond vermoeden van overlast of criminaliteit een huisvestingsvergunning kan worden geweigerd. 2. Te bepalen dat deze aanwijzing geldt voor een periode van maximaal vier jaar. 3. Met betrekking tot de financiën het volgende besluit te nemen: • Via een begrotingswijziging voor deze fase € 150.000,- vrij te maken. • Deze middelen te koppelen aan de middelen voor het programma Noord-Oost. • De portefeuillehouder wonen te verzoeken in de regio zoveel mogelijk middelen vrij te spelen voor de initiële fase van 2026 en 2027 (€ 400.000,-). •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=958cb887-fa28-4b7b-8f77-dbee3356cb18