Raadsvoorstel 202597210 (bijlage) Toelichting aanpassingen legesverordening 2026
Tekst van het document
Voorstel aanpassingen legesverordening Brunssum 2026
ALGEMEEN Voor zover geen landelijke vastgestelde tarieven gelden, is gerekend met een prijsindex van 2,6%. Waar mogelijk zijn de tarieven kostendekkend berekend. Alle geïndexeerde bedragen zijn afgerond op een veelvoud van € 5,-. Bij een rekenkundige tariefsverhoging tot € 2,50 is naar beneden afgerond, boven de € 2,50 is naar boven afgerond. Werken voor derden zijn met 5% geïndexeerd vanwege de stijgende kosten voor infra en bouw. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Diverse tarieven in hoofdstuk 1 zijn berekend op basis van de tijdsbesteding x het uurtarief om zo te komen tot meer kostendekkende tarieven. Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand 1.1.1
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Ter verbetering van de gemeentelijke dienstverlening zijn de tijden verruimd.
1.1.2
Renewal of the VOWS Ter verbetering van de gemeentelijke dienstverlening zijn de tijden verruimd.
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlands Identiteitskaart 1.9
Al deze producten zijn gelieerd aan maximumtarief vastgesteld door het rijk. Deze zijn voor 2026 momenteel nog niet bekend, maar worden wel voor maximaal overgenomen
1.10
Al deze producten zijn gelieerd aan maximumtarief vastgesteld door het rijk. Deze zijn voor 2026 momenteel nog niet bekend, maar worden wel voor maximaal overgenomen
1.11
Al deze producten zijn gelieerd aan maximumtarief vastgesteld door het rijk. Deze zijn voor 2025 momenteel nog niet bekend, maar worden wel voor maximaal overgenomen
1.12
Al deze producten zijn gelieerd aan maximumtarief vastgesteld door het rijk. Deze zijn voor 2026 momenteel nog niet bekend, maar worden wel voor maximaal overgenomen
1.13
Al deze producten zijn gelieerd aan maximumtarief vastgesteld door het rijk. Deze zijn voor 2026 momenteel nog niet bekend, maar worden wel voor maximaal overgenomen
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de BRP 1.15a Gelijkgesteld aan tarief legeskosten Burgerlijke stand. Regeling en tarieven 2026 nog niet bekend, maar wordt wel overgenomen 1
1.15c
Gelijkgesteld aan tarief legeskosten Burgerlijke stand. Regeling en tarieven 2026 nog niet bekend, maar wordt wel overgenomen
1.16.1 Gelijkgesteld aan tarief legeskosten Burgerlijke stand. Regeling en tarieven 2026 nog niet bekend, maar wordt wel overgenomen 1.17
Al deze producten zijn gelieerd aan maximumtarief vastgesteld door het rijk. Deze zijn voor 2026 momenteel nog niet bekend, maar worden wel voor maximaal overgenomen
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de Basisregistratie Personen 1.18.2 Geautomatiseerde verstrekking: deze dienst is als gevolg van huidige gedigitaliseerde gegevensuitwisseling niet meer noodzakelijk. Daarom kan dit artikel vervallen. Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.25, lid a Overige publiekszaken: Hier wordt niet langer meer een specifiek bedrag vermeld, maar wordt verwezen naar het ministerie van Veiligheid en Justitie vastgestelde bedrag. Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.31.5 Kindercentrum, gastouderbureau, gastouderopvang, peuterspeelzaal Dit tarief wordt verhoogd van € 130 naar € 200. De hoogte van de leges (€ 130 in 2025) staat niet meer in verhouding met de daadwerkelijke kosten die worden gemaakt bij elke aanvraag. Voor het daadwerkelijk kunnen starten van gastouderopvang, is een inspectie van de GGD nodig. De inspectiekosten van de GGD zijn voor een nieuwe aanvraag minimaal € 1.200 . Daarnaast zijn er kosten vanuit de gemeente (behandelen aanvraag, registratie Landelijk Register Kinderopvang, GGDinspectierapportages afhandelen, etc) Een kostendekkende prijs in rekening brengen werkt drempelverhogend om te starten als gastouder. Een in verhouding laag tarief werkt vrijblijvendheid in de hand. Gezien de hoogte van de kosten die door de gemeente gemaakt worden is een tariefsverhoging wel wenselijk.
2
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET ALGEMEEN Voor zover geen landelijke vastgestelde tarieven gelden, is gerekend met een prijsindex van 2,6% Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1., vierde lid: Toelichting: Opgave bouwkosten: Ter bepaling van de legesheffing dienen in de aanvraag om omgevingsvergunning de bouwkosten volgens de UAV 2012 te zijn vastgesteld, of indien deze ontbreekt een raming van de bouwkosten en bijkomende kosten volgens NEN 2699. Als deze ontbreken of als bij twijfel door de aanvrager niet kan wordt aangetoond dat de bouwkosten dienovereenkomstig zijn bepaald, worden ambtshalve de bouwkosten vastgesteld op basis van de m3-eenhedenprijzen zoals vermeld in paragraaf 2.16. Om de administratieve lasten terug te dringen wordt voorgesteld om de toevoeging “desgevraagd’ in deze bepaling te laten vervallen. Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5: Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Toelichting In het belang van een verdere kostendekkendheid van leges in dit hoofdstuk is het wenselijk het maximale legestarief te verhogen. (wordt 500.000, was 265.000).
Artikel 2.6: Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden óf gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Toelichting: eerste lid sub i: In het belang van een verdere kostendekkendheid van leges in dit hoofdstuk is het wenselijk het maximale legestarief te verhogen. (wordt 250.000, was 105.000).
3
Vierde lid, onder c: Toelichting: Het vermelde tarief is een basistarief, dat voor zover van toepassing vermeerderd wordt met de tarieven bedoeld in artikel 2.49. Het voorstel is om ter verduidelijking de navolgende passage aan dit artikel toe te voegen: ‘vermeerderd, voor zover van toepassing met de tarieven, bedoeld in artikel 2.49 (beoordeling onderzoeksrapporten)’. Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Een aantal tarieven is op voorstel van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL) overgenomen, zodat deze tarieven in het hele verzorgingsgebied van de ODZL gelijk zijn. Het gaat om Milieubelastende activiteiten, art. 2.12 t/m 2.20; en de tarieven uit artikel 2.36: Maatwerkvoorschriften bij milieuactiviteiten, lid 1 sub a, b en c en lid 2. Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Er is een nieuw lid bij dit artikel toegevoegd, vandaar een nieuw artikel 2.28.1 en 2.28.2
Artikel 2.28.1, lid a: Toelichting Er bestaat een differentiatie in het legestarief voor aanlegkosten lager dan € 10.000 en hoger dan € 10.000, indien sprake van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Gebleken is dat met name het deel voor de aanlegkosten hoger dan € 10.000 zelden of nooit voorkomt. In het belang van vereenvoudiging van de berekeningsmethodiek, mede ook omdat dit nauwelijks van invloed is voor de legesinkomsten, wordt voorgesteld om slechts een vast tarief te hanteren.
Artikel 2.28.1, lid b Toelichting Er bestaat een differentiatie in het legestarief voor aanlegkosten lager dan € 10.000 en hoger dan € 10.000, indien sprake van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Gebleken is dat met name het deel voor de aanlegkosten hoger dan € 10.000 zelden of nooit voorkomt. In het belang van vereenvoudiging van de berekeningsmethodiek, mede ook omdat dit nauwelijks van invloed is voor de legesinkomsten, wordt voorgesteld om slechts een vast tarief te hanteren.
Artikel 2.28.2 4
Er is een nieuw lid 2 aan dit artikel toegevoegd, omdat gebleken is dat bij de behandeling van deze omgevingsplanactiviteit ook vaak een archeologische advies noodzakelijk is. Het in artikel 2.28.1 genoemde tarief wordt in dat geval verhoogd met € 410,--
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Om innovatie in de bouw mogelijk te maken biedt artikel 4.7 van de Omgevingswet de mogelijkheid af te wijken van de gebruikelijke bouwmethodieken en/of installatie technische oplossingen. Er wordt dan een beroep op gelijkwaardigheid gedaan. Voor het beoordelen van deze gelijkwaardig voorgestelde oplossing is specialistische(externe) kennis vereist is. De hiermee gepaarde gaande kosten overstijgen vaak het hiervoor opgenomen tarief in artikel 2.38. Daarom is een nieuw tweede lid toegevoegd en is het bestaande tweede lid hernummerd naar het derde lid van dit artikel. Artikel 2.50 Advies De in het eerste lid onder b1, b2 en b3 genoemde omschrijvingen (klein, regulier en uitgebreid bouwinitiatief), zijn ter verduidelijk nader ingekaderd door hier een bouwsom aan te koppelen. Artikel 2.50.1.d. van € 70 naar € 280 Dit bedrag, dat is gebaseerd op nacalculatie, gaat veelal over het vooroverleg bij grote stedenbouwkundige inpassingen geïnitieerd, door externe partijen. Hiervoor is ambtelijke capaciteit is vereist. Naast de reguliere bezetting van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (Stadsbouwmeester, stedenbouwkundige, ambtelijk secretaris en ambtelijke ondersteuning) nemen ook andere disciplines deel aan dit overleg, denk hierbij aan de stedenbouwkundige, de verkeersdeskundige, de groendeskundige, volkshuisvesting, RO-jurist e.d.
Vaak duurt zo’n overleg 2 tot 3 uur, waarbij de deskundigen vaak in wisselende samenstelling deelnemen aan het overleg. Deze werkwijze bevordert de integrale aanpak, verhoogt de kwaliteit en is veel efficiënter dan dat de advisering parallel zou plaatsvinden. Paragraaf 2.15: Tarieven werken derden De tarieven zijn geïndexeerd met de specifiek voor deze werken geldende indexatie van 5% vanwege de stijgende kosten voor infra en bouw. om 5 % Paragraaf 2.16: Overzicht bouwkosten m3-m2 eenhedenprijzen De eenhedenprijzen zijn geïndexeerd op basis van de meeste recente “Ontwikkelingen Output prijsindex van het CBS-periode juli 2024/juni 2025”. HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Geen nieuwe ontwikkelingen.
5