CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 202586833 (bijlage) IHP_gemeente_Brunssum_vastgesteld_rev_begroting_afgestemd_college

Commissie Ruimte en Techniek 25 november 2025, gemeente BrunssumBij agendapunt: Raadsvoorstel Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Gemeente Brunssum 202510.580 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN ONDERWIJS GEMEENTE BRUNSSUM 2025

Inhoudsopgave

Afkortingenlijst..............................................................................................................................................3 Voorwoord ....................................................................................................................................................4 Leeswijzer......................................................................................................................................................5 Hoofdstuk 1

Inleiding .............................................................................................................................7

1.1

Doel en reikwijdte van het IHP.........................................................................................................7

1.2

Terugblik IHP 2021 ...........................................................................................................................8

1.3

Ontwikkeling Basisgeneratie ............................................................................................................9

1.4

Wettelijke en financiële kaders..................................................................................................... 10

Hoofdstuk 2

Ambitie & Doelstellingen ............................................................................................... 15

Hoofdstuk 3

Kernopgave .................................................................................................................... 18

3.1

De herschikkings- en uitbreidingsopgave ..................................................................................... 18

3.2

Prioritering voorzieningen in de onderwijshuisvesting ................................................................ 18

3.3

Toekomstige verwachte ontwikkelingen ...................................................................................... 20

Hoofdstuk 4

Duurzame & toekomstbestendige gebouwen ............................................................... 22

4.1

Uitdagingen in de toekomst .......................................................................................................... 22

4.2

Sectorale Routekaart (Onderwijs) ................................................................................................. 23

4.3

Duurzaamheidsambitie ................................................................................................................. 23

4.4

Frisse scholen ................................................................................................................................ 24

Hoofdstuk 5 Een bredere scope................................................................................................................. 26 5.1 Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), kinderopvang (KOV/BSO) – doorgaande leerlijnhuisvesting ................................................................................................................................................. 26 5.2

Beleid om achterstanden te ondervangen ................................................................................... 26

5.3

Kindontwikkeling en inclusie op school ........................................................................................ 27

5.4

Van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs ............................................................................ 28

5.5

Internationalisering ....................................................................................................................... 28

5.6

Resumerend .................................................................................................................................. 28

Hoofdstuk 6 6.1

Financiële doorrekening IHP .......................................................................................... 30

Kosten met betrekking tot de wettelijke onderwijshuisvesting taken ......................................... 30 6.1.1. Doorrekening varianten kernopgave ....................................................................................... 31

6.2

Kosten in verband met het de exploiteren van onderwijsgebouwen........................................... 33

Bronvermelding ......................................................................................................................................... 35 Bijlage 1 – Beschrijving onderwijs in de gemeente Brunssum .................................................................. 37 Bijlage 2 – Totaaloverzicht schoolgebouwen basisonderwijs .................................................................... 41 Bijlage 3 – Overzicht voedselbosjes en Tiny Forests basisscholen gemeente Brunssum .......................... 42

Afkortingenlijst BMV BS BVO CMWW DUO ENG IHP IKC LVO MJOP NEN2767 PO PO Raad SBO SO TCO RK VVE VNG VO VO Raad WMO WPO WVO

Brede Maatschappelijke Voorziening Basisschool Bruto Vloer Oppervlakte Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijn Dienst Uitvoering Onderwijs Energie Neutraal Gebouw Integraal HuisvestingsPlan Integraal KindCentrum / Inclusief KindCentrum Limburgs Voortgezet Onderwijs MeerJarenOnderhoudsPlanning Norm voor de conditiemeting van gebouwen Primair Onderwijs Primair Onderwijs Raad Speciaal BasisOnderwijs Speciaal Onderwijs Total Cost of Ownership (totale eigendomskosten) Rooms-katholiek Voor- en Vroegschoolse Educatie Vereniging van Nederlandse Gemeenten Voortgezet Onderwijs Voortgezet Onderwijs Raad Wet Maatschappelijke Ondersteuning Wet op het Primair Onderwijs Wet op het Voortgezet Onderwijs

-3-

Voorwoord Een functioneel en inspirerend onderwijsgebouw is essentieel voor het welbevinden en de ontwikkeling van kinderen. Het draagt bij aan het onderwijsklimaat op school. Een onderwijsgebouw is voor veel kinderen bijna een tweede thuis, waar ze veel tijd doorbrengen om onderwijs te genieten, zich te ontplooien, te spelen en in contact zijn met andere kinderen. De bekostiging van onderwijsgebouwen kent al vele decennia wijzigingen, waarin zelfs onderscheidt is aangebracht naar onderwijssectoren. Tot 1997 was huisvesting van het primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) centraal aangestuurd: alle aanvragen tot huisvesting werden door schoolbesturen en gemeenten gericht aan het ministerie. Politieke invloeden vanuit de Tweede Kamer speelden nog een rol daar onderwijs sterk verzuild was (en is). De periode tot aan 1997 kenmerkt zich met goedkope eenvormige nieuwbouw. Na 1997 zette getrapt en uiteindelijk de gedeelde doordecentralisatie in. Gemeenten kregen de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting voor het PO, Speciaal basisonderwijs onderwijs (SBO), Speciaal Onderwijs (SO) en VO. De vergoeding voor huisvesting van het PO ging naar het gemeentefonds, maar zonder oormerk. Klein onderhoud als onderdeel van materiele kosten ging als onderdeel naar de scholen. Voor het PO was niet duidelijk wat nu klein onderhoud was en weer kwamen er nieuwe normen.

Voor het VO ging het onderhoud naar de scholen zelf. In 2006 werd voor het onderwijs de bekostiging anders ingeregeld. Zij kregen als PO en VO een lumpsum-bekostiging: ofwel een budget voor materiele (15%) en personele kosten (85%). Uiteraard viel het onderhoud van de huisvestiging onder de 15%, maar ook de aanschaf van meubilair, boeken en lesmaterialen, digitale middelen etc. Na 2015 is er opnieuw een wijziging ingevoerd. Het groot onderhoud valt vanaf dan onder de verantwoordelijkheid van het PO. Deze overgang kwam plotseling, scholen hebben daarvoor niet de mogelijkheid gehad om zich erop voor te bereiden. Een integraal Huisvestingsplan (IHP) is een sturingsinstrument dat houvast geeft naar de toekomst. Je maakt een planning van maximaal vier jaar en houd zicht op de toekomst. Bedragen kunnen richting geven, maar zijn afhankelijk van mondiale ontwikkelingen. Het IHP gaat niet alleen over welke gebouwen de gemeente wilt gaan vernieuwen of renoveren. Het gaat ook om visie en strategie in huisvesting om doelen in de toekomstvisie; een programmatische aanpak in wijken, onderwijsbeleid en anders te doen slagen. Een basisschool in iedere wijk is een must, zodat kinderen thuisnabij naar school kunnen. Die wijk is hun leefomgeving, met hun thuis en hun school, waar hun toekomst wordt bepaald!

Met vriendelijke groet,

Vérénice Hermans Wethouder Gemeente Brunssum

-4-

Leeswijzer Dit IHP bestaat uit een aantal hoofdstukken. In dit eerste hoofdstuk wordt beschreven waarom de gemeente Brunssum een nieuw IHP heeft opgesteld, worden ontwikkelingen geduid en algemene kaders aangeven. In het tweede hoofdstuk zijn de ambities beschreven die de gemeente, schoolbesturen en kindpartners hebben ten aanzien van de huisvesting van de scholen. Deze ambities zijn vervolgens uitgewerkt in het derde hoofdstuk. In hoofdstuk vier is aangegeven hoe de gemeente wil inzetten op duurzame en toekomstbestendige gebouwen. In hoofdstuk vijf is relevant maatschappelijk beleid toegelicht. Ten slotte is in hoofdstuk zes de uitwerking van de huisvestigingsopgave, zoals in hoofdstuk drie aangegeven, financieel doorgerekend. Het onderdeel huisvesting Voortgezet Onderwijs is in dit IHP niet opgenomen in verband met de businesscase die van dit gebouw is opgesteld en uitgewerkt wordt. De uitkomst van deze businesscase zal eind 2025 aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

-5-

Hoofdstuk 1 Inleiding

-6-

Hoofdstuk 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt allereerst het doel en de reikwijdte van het IHP toegelicht. Vervolgens wordt er teruggekeken naar het IHP dat in 2021 is vastgesteld. Ten slotte worden relevante ontwikkelingen van de basisgeneratie beschreven en de wettelijke en financiële kaders aangegeven.

1.1

Doel en reikwijdte van het IHP

Een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de gemeente Brunssum is een plan voor onderwijshuisvesting, met als doel inzicht te krijgen in de (wettelijke en financiële) opgave voor de aankomende jaren. Periodiek stelt de gemeente daarom een IHP vast. Dit geeft schoolbesturen en de gemeente handvatten voor de korte, midden en lange termijn. Onderwijshuisvesting laat zich niet altijd plannen. In de loop van de tijd komen er leerlingen bij of neemt het aantal juist af. Ouders hebben een vrije schoolkeuze en zijn daarin door verzuiling minder aan een school gebonden dan vroeger het geval was. Er wordt steeds meer gekeken naar de ligging van de school, de kwaliteit van het onderwijs, aandacht voor onderwijsbehoeften en activiteiten die op school plaatsvinden. De reikwijdte van het IHP betreft niet alleen het onderwijs. Ook onze kindpartners maken onderdeel uit van het IHP, doordat ze veelal zijn gehuisvest in scholen met kinderopvang (KOV), buitenschoolse opvang (BSO) of voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in brede scholen. De wettelijke grondslag voor VVE ligt in de Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE, 2020). Het doel van deze wet is om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteit van de kinderopvang/peuteropvang te verbeteren.

De wet wijzigt drie wetten: de 'Wet Kinderopvang', de 'Wet op het onderwijstoezicht' en de 'Wet op het primair onderwijs'. Daarnaast bestaat de wet IKK (Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, 2018), bedoeld om de kwaliteit van de kinderopvang te verbeteren. De wettelijke grondslag van voor- en vroegschoolse educatie en het onderwijsachterstandenbeleid is verder vastgelegd in de Wet Primair Onderwijs, namelijk in artikel 1 (definities) en artikel 159 t/m 161. Dit betreft een wettelijke verplichting voor de gemeente (aanbod voorschoolse educatie) en een wettelijke verplichting voor het onderwijs (voorzien in aanbod vroegschoolse educatie). Op dit moment heeft het IHP geen wettelijke status, echter is wetgeving in ontwikkeling om het IHP één keer in de vier jaar door gemeentes vast te laten stellen. In aanvang zou deze wetgeving mogelijk per 1 augustus 2025 van kracht gaan, maar is wederom uitgesteld. Het besluit van de raad over het nieuwe IHP gaat over de voorgenomen investeringsplannen, waaruit de jaarlijks toe te kennen investeringen voortvloeien. In het geval een investering gedaan moet worden zal deze separaat aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Naast zaken die betrekking hebben op onderwijshuisvesting is er ook sprake van niet-wettelijke zaken of beleidsmatige doelen. Dergelijke niet-wettelijke zaken of wensen zijn in dit plan beschreven in hoofdstuk 5.

-7-

1.2

Terugblik IHP 2021

Ten behoeve van het in 2021 vastgestelde IHP hebben partijen van april 2020 tot en met december 2020 in gezamenlijkheid gewerkt aan een integraal huisvestingsplan voor de gemeente Brunssum (IHP Brunssum), geformuleerd voor een periode tot 2035. In december 2023 is de Verordening Huisvesting Onderwijs 2023 Gemeente Brunssum vastgesteld door uw raad. Bijkomend zijn nieuwe leerlingenprognoses opgesteld die een sterke afwijking laten zien ten opzichte van de prognoses die ten grondslag liggen aan het IHP dat in 2021 is vastgesteld. Hierop is besloten een nieuw Integraal Huisvestingsplan op te stellen en aan het college en de gemeenteraad voor te leggen waarbij de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Brunssum versie 2023 als basis wordt gebruikt en de meest recente leerlingenprognoses worden gehanteerd. Het nieuwe Integraal Huisvestingsplan Onderwijs is tot stand gekomen in overleg met de schoolbesturen gereformeerde Basisschool Benjamin, Innovo, Limburgs Voortgezet Onderwijs, Movare en de in de scholen gehuisveste kindpartners CMWW (Pluk Peuteropvang), Humankind, Flow Kinderopvang.

-8-

1.3

Ontwikkeling Basisgeneratie

Demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de woningmarkt hebben een aanzienlijke invloed op de zogenaamde basisgeneratie. Voor het (speciaal)basisonderwijs bestaat de basisgeneratie uit 4 tot en met 12-jarigen kinderen. Voor het voorgezet onderwijs bestaat deze generatie uit de 12-jarigen die vanuit het basisonderwijs doorstromen plus de kinderen in de leeftijd van 13 tot en met 16 (VMBO) respectievelijk 18 jaar (Havo, VWO). In onderstaande figuur zijn de resultaten te zien van de prognose van de basisgeneratie (speciaal)basisonderwijs voor de verschillende wijken in Brunssum.

De prognose in de gemeente Brunssum blijft de komende jaren vrijwel stabiel, zijnde rond de 1900 kinderen. Dit wordt komt onder andere door de woningbouwprogrammering en het aantal geboorten in onze gemeente. In de wijk West is op lange termijn mogelijk een daling van +/- 25 kinderen te zien. In de wijken Noord en Oost zien we een lichte stijging. (Pronexus, 2025, leerlingenprognose en ruimtebehoefte (speciaal) basisonderwijs 2025, p. 5).

-9-

1.4

Wettelijke en financiële kaders

De gemeente heeft diverse wettelijke taken op het gebied van onderwijs, zoals het handhaven van de Leerplichtwet, het inzetten van leerlingenvervoer en het uitvoeren van onderwijsachterstandenbeleid met onder andere Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en een lokale educatieve Agenda. Zo ook moet de gemeenteraad voldoende algemeen toegankelijk openbaar onderwijs borgen. Daarnaast heeft de gemeente de wettelijke zorgplicht voor goede onderwijshuisvesting in het funderend onderwijs, welke ten grondslag ligt aan dit IHP. Om de wettelijke en financiële context verder uit te diepen worden achtereenvolgens de onderwijshuisvesting, verduurzaming van scholen en het juridisch kader beschreven. Onderwijshuisvesting In grote lijnen kan gesteld worden dat de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van een schoolgebouw en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de feitelijke onderwijshuisvesting, zaken zoals nieuwbouw en uitbreiding. Bij wet wordt bepaald dat een gemeente een Verordening Voorzieningen Onderwijs Huisvesting moet hebben. Daarin staan kaders, begripsbepalingen en op welke wijze de bekostiging van activiteiten door de gemeente Brunssum dient te geschieden. Ook staat er per aanwezig schoolsoort gedetailleerde regels, procedures, getalscriteria en normbedragen beschreven die het recht van scholen op voorzieningen garanderen.

De bepalingen in de verordening hebben voor scholen een garantie- en vangnetfunctie. De eenduidigheid, gedetailleerdheid en gelijkheid, alsmede de procedurele waarborgen die de verordening kenmerken, maken de verordening tot een bruikbaar wettelijk toetsingskader. De beleidsruimte die nodig is om naast de formele regels praktisch en doelgericht maatregelen te treffen, kan gevonden worden door - in op consensus gericht overleg - keuzes te maken en hiervoor budget ter beschikking te stellen. Daarbij kan eventueel in overeenstemming afgeweken worden van hetgeen is omschreven in de Verordening. De gemeente ontvangt voor haar taken ten aanzien van onderwijs van de rijksoverheid een ongeoormerkte vergoeding binnen het gemeentefonds. Van deze vergoeding moeten de sociale voorzieningen, lopende kapitaallasten en de onderwijshuisvesting gefinancierd worden. Het is aan de gemeenteraad om budget voor deze onderdelen beschikbaar te stellen. De taakverdeling tussen gemeente en schoolbesturen voor adequate huisvesting maakt dat er verschillende belangen zijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de nieuwbouw en uitbreidingen van schoolgebouwen. In het nieuwe wetsvoorstel ‘Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting’ dat voorligt komt hier ook renovatie bij. Schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid de huisvesting goed te beheren en te exploiteren.

Zij dragen de kosten voor de exploitatie van het gebouw (o.a. energie, water en schoonmaak) en voor het klein- en groot onderhoud van het gebouw en het schoolplein gedurende de gebruikstermijn van het gebouw. Voor deze taken ontvangen de scholen/ schoolbesturen een vergoeding vanuit het ministerie. De scholengebouwen waar de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de instandhouding, worden door de schoolbesturen ter hand genomen. De gemeente heeft een controlerende taak op gebied van veiligheid en bruikbaarheid. De gemeente heeft er baat bij als het schoolbestuur een gebouw goed exploiteert en lang actief onderhoud, liefst tot na einde van de theoretische gebruiksduur. Een schoolbestuur ziet graag dat een - 10 -

gemeente proactief (vroeg) investeert in nieuwbouw of renovatie om efficiënt een gebouw te kunnen exploiteren dat daarbij ook bruikbaar, functioneel en technisch in orde is. De taakverdeling is terug te vinden in de financiering door het Rijk. Verduurzaming van schoolgebouwen De huidige taakverdeling tussen de gemeente en schoolbesturen zorgt ervoor dat de prikkel ontbreekt om kosten en baten over de gehele levensduur in ogenschouw te nemen, want de verantwoordelijkheid voor nieuwbouw en renovatie ligt bij de gemeente en de verantwoordelijkheid voor onderhoud tijdens de exploitatie bij het schoolbestuur. Dit vergt bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen nauwe afstemming tussen de gemeente en schoolbesturen. Op Rijksniveau wordt momenteel gekeken naar wettelijke aanpassingen, om hierin meer duidelijkheid te geven (prognosedatum wettelijke aanpassing is begin 2026). Een voorgestelde aanpassing betreft het periodiek opstellen van een Integraal Huisvestingsplan (1x per 4 jaar), waarbij schoolbesturen verplicht worden om een meerjarenonderhoudsplan (mjop) op te stellen en ook om renovatie mogelijk een onderdeel van het voorzieningenpakket te laten worden. Er kan dan vanuit de ‘Total Cost of Ownership’ een verband worden gelegd tussen investeringen vanuit wettelijke zorgplicht en onderhoudsplannen van schoolbesturen op de middellange en lange termijn.

Om dit te verbinden kan het helpen als schoolbesturen in de voorgestelde wetwijziging de ruimte krijgen om mee te investeren in huisvesting vanuit hun vergoeding die zij mede hiervoor vanuit het Rijk ontvangen. Tot nu is dat ingewikkeld en slechts beperkt toegestaan voor het voortgezet onderwijs en enkel voor het co-investeren in maatregelen die in exploitatie terugverdiend kunnen worden. Voor het primair onderwijs zijn de beperkingen stringenter en uitbreiding van de mogelijkheden behoort tot de aan het Rijk aangereikte- voorstellen voor een wetsaanpassing van PO Raad, VO Raad en VNG. Een heldere (en in de toekomst wellicht bindende) planning op de middellange en lange termijn (tot 20 jaar) lijkt noodzakelijk. Het is daarom waarschijnlijk dat het instrument IHP een werkbare wettelijke verankering krijgt en voor elke gemeente een verplichting wordt. Zo lijkt het ook waarschijnlijk dat in dat kader ook een verplichting (voor de schoolbesturen) komt op het hebben en uitvoeren van een meerjarenonderhoudsplan voor de schoolgebouwen. Ook de procedures ten aanzien van jaarlijkse aanvragen en eisen welke van toepassing zijn op onderwijshuisvesting dienen daarbij aangepast te worden aan de nieuwe werkelijkheid.

Juridisch eigendom In Brunssum is sprake van een tweetal “soorten” schoolgebouwen: scholen die in juridisch eigendom zijn van een schoolbestuur of scholen die eigendom van de gemeente of woningcorporatie zijn. Zie onderstaande tabel van de verschillende scholen en de eigendomssituaties.

- 11 -

Naam School: RK basisschool Titus Brandsma RK basisschool de Caleidoscoop Basisschool Meander (onderdeel van BMV Bronsheim) RK basisschool St. Franciscus (onderdeel Brede School Treebeek) Basisschool de Vlindertuin bovenbouw (onderdeel Brede School Treebeek) Basisschool de Vlindertuin onderbouw Gereformeerde basisschool Benjamin RK basisschool De Opstap (onderdeel van Brede School Centrum) Basisschool De Trampoline (onderdeel van Brede School Centrum) RK Basisschool de Langeberg (onderdeel van Brede school Langeberg) RK school voor speciaal basisonderwijs de Boemerang

Verantwoordelijk schoolbestuur Onderwijsstichting Movare Onderwijsstichting Movare

Juridisch eigendom conform opgave Kadaster Onderwijsstichting Movare Onderwijsstichting Movare

Onderwijsstichting Movare

Gemeente Brunssum

Onderwijsstichting Innovo

Gemeente Brunssum

Onderwijsstichting Movare

Gemeente Brunssum

Onderwijsstichting Movare

Onderwijsstichting Movare

Stichting Gereformeerde Basisschool Benjamin Onderwijsstichting Movare

Stichting Gereformeerde Basisschool Benjamin Stichting Weller Wonen

Onderwijsstichting Movare

Stichting Weller Wonen

Onderwijsstichting Movare

Schoolgebouw is van Onderwijsstichting Movare. De aanbouw uit 2011 is van de Gemeente Brunssum Onderwijsstichting Movare

Onderwijsstichting Movare

De eerste situatie impliceert dat er sprake is van een schoolgebouw of schoolgebouwdeel dat is gerealiseerd en bekostigd uit onderwijsmiddelen (en wordt geëxploiteerd door een schoolbestuur). Een dergelijk gebouw wordt als een vast gegeven voor onderwijs gehanteerd en heeft in zijn geheel een onderwijsbestemming. Het schoolgebouw is gerealiseerd met een bepaalde omvang ten tijde van de besluitvorming en blijft ook (zonder additionele acties) deze onderwijsbestemming houden. Mocht er op enig moment leegstand zijn in een gebouw dan kan die ruimte door een andere partij worden gebruikt als medegebruiker. De procedure ten aanzien van het medegebruik staat uitgebreid omschreven in de Verordening Onderwijshuisvesting en hiervoor is afstemming met het college van B&W nodig. Omdat de gemeente het gebouw en de ondergrond bekostigt, heeft zij het economisch claimrecht als het schoolbestuur het gebouw, of een gebouwdeel niet langer gebruikt. In die situatie krijgt de gemeente ook het juridisch eigendom van het betreffende gebouw (of gebouwdeel). Een gemeente of schoolbestuur kan tevens het initiatief nemen om delen van het schoolgebouw aan de onderwijsbestemming te onttrekken. In dat geval gaat voor dit gebouwdeel het eigendom over naar de gemeente.

- 12 -

De tweede situatie betreft een gebouw als een brede school of Brede Maatschappelijke Voorziening. Deze gebouwen zijn voor verschillende gebruikers gerealiseerd en door verschillende bekostigingsstromen bekostigd. In het centrum is de Brede School eigendom van woningcorporatie Weller Wonen, waarbij de onderwijs gerelateerde ruimtes voor veertig jaar worden gehuurd door de gemeente. De gemeente verhuurt de ruimtes vervolgens aan de scholen. Het verschil met de eerste situatie is, dat als de school extra ruimte nodig heeft, deze niet van de andere gebruikers ingenomen kan worden. Die ruimte is immers van een andere partij met een andere bestemming en is geen medegebruik of huur van onderwijs.

- 13 -

Hoofdstuk 2 Ambitie & Doelstellingen

- 14 -

Hoofdstuk 2 Ambitie & Doelstellingen De centrale ambitie van de onderwijshuisvesting in Brunssum is het realiseren van passende, kwalitatieve en toekomstbestendige onderwijsgebouwen, waarbij aandacht uitgaat naar aspecten die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen binnen in de scholen en buiten op de schoolpleinen. Daarbij is in iedere wijk een basisschool aanwezig1. Om deze ambitie waar te maken zijn onderstaande doelen naar relevantie opgesteld: 1)

Er is kwalitatieve onderwijshuisvesting in Brunssum: - deze bezit voldoende capaciteit om de leerlingen te huisvesten; - sluit aan op beleidsontwikkeling van de gemeente als het gaat om programmatische aanpak; - is bouwkundig en installatietechnisch in orde.

2) Er is een evenwichtig onderwijsaanbod: - In iedere wijk in Brunssum bevindt zich een school voor primair basisonderwijs. 3) Schoolgebouwen worden toekomstbestendig. 4) Schoolgebouwen worden voorzien van aspecten die bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen binnen en buitenom de school. Bij nieuwbouw van schoolgebouwen worden groene schoolpleinen aangelegd. De doelen zijn hieronder verder beschreven en ingekaderd: 1) Er is kwalitatieve en passende onderwijshuisvesting in Brunssum Om te borgen dat scholen voldoende ruimte beschikbaar hebben voor de leerlingen wordt de vastgestelde Verordening Huisvesting Onderwijs gemeente Brunssum gehanteerd. Dit staat ook beschreven in paragraaf 1.4 onderdeel Onderwijshuisvesting. Op basis van jaarlijks vastgestelde leerlingenprognoses wordt gemonitord of de scholen nog voldoende ruimte (op korte en lange termijn) hebben om de leerlingen te kunnen huisvesten. Door het hanteren van de Verordening zijn de spelregels voor alle scholen hetzelfde en wordt hiermee gezorgd dat de leerlingen voldoende ruimte hebben voor het volgen van onderwijs. Daarnaast dient de school technisch in orde te zijn. Voor de panden in bezit van de gemeente wordt conform de opgestelde Meerjarenonderhoudsplannen (MJOP) onderhoud uitgevoerd. Hiermee worden de panden op peil gehouden.

Verder wordt de staat van een pand op peil gehouden door periodiek NEN2767-inspecties uit te voeren en jaarlijkse visuele inspecties. Op basis daarvan worden, indien nodig, vernieuwbouw of een levensduur verlengende ingreep uitgevoerd. Voor panden die geen eigendom zijn van de gemeente verzoekt deze de schoolbesturen jaarlijks een visuele inspectie te laten uitvoeren en toekomstig deze gegevens aan te leven. Dit ook in lijn met de voorgenomen wetwijziging die scholen verplicht een MJOP aan te leveren. Voor wat betreft de veiligheid en onderhoudsstatus van de locatie is het verzoek van de gemeente jaarlijks met de schoolbesturen inspecties uit te voeren.

1

In iedere wijk om de door de gemeenteraad aangenomen beleidsplannen te borgen en de ontwikkeling van Brunssum naar de toekomst te realiseren. - 15 -

2) Er is een evenwichtig onderwijsaanbod Een (basis)school is een belangrijke plek voor kinderen om zich te kunnen ontwikkelen. Daarnaast speelt een school ook grote rol in de wijk als levendig centrum en als ontmoetingsplek voor ouder(s)/verzorger(s), docenten, omwonenden en samenwerkingspartners. Wij vinden het daarom belangrijk dat in iedere wijk een school voor primair basisonderwijs is inclusief een locatie voor kinderopvang/VVE zoals ook in de door de gemeenteraad vastgestelde beleidsplannen zijn opgenomen. Hiermee wordt het voorzieningenniveau in Brunssum op peil gehouden en hebben ouders keuze waar zij hun kind naar een voorschool en basisschool inschrijven. Zie bijlage 1 voor een overzicht de ligging van de scholen per wijk. 3) Schoolgebouwen worden toekomstbestendig De komende jaren wordt van de gemeente, onderwijsinstellingen en andere partners inspanning gevraagd voor het toewerken naar inclusief onderwijs als opmaat voor een sterke, duurzame, inclusieve samenleving. Dit vraagt om na te denken over de binnenzijde van schoolgebouwen. We weten inmiddels vanuit onderzoeken dat o.a. bepaalde verlichting, kleur- en vormgebruik bijdraagt aan ontwikkeling van kinderen, maar ook inzet van juiste elementen in gangen kan ontwikkeling bevorderen, afleiding voorkomen en het gebruik veelzijdiger ervan maken.

Ook worden inspanningen gevraagd, om voorzieningen toekomstbestendig te houden middels inzet van verduurzaming. Scholen in Brunssum zijn in verschillende bouwperioden gerealiseerd of zijn aangepast in de tijd, dit vraagt om een project specifieke aanpak per locatie. De gemeente heeft de ambitie om binnen de financiële, wettelijke en beleidsmatige mogelijkheden met de betrokken partners de samenwerking op te zoeken om verduurzaming mogelijk te maken. De gemeente heeft ook de ambitie om per specifieke businesscase binnen de gestelde mogelijkheden én in gezamenlijk overleg met de gebruikers, af te stemmen in hoeverre er gebruik kan worden gemaakt van (een deel van) het ‘Kwaliteitskader Huisvesting’ dat door Ruimte-OK is opgesteld. Ten slotte is de gemeente zich bewust van de voorbeeldfunctie die zij heeft als het gaat om de verduurzaming van gebouwen. Zeker als het gaat om scholen die toekomstige generaties bewust maken van het thema duurzaamheid. Het schoolgebouw kan in deze bijdrage aan bewustwording en educatie. Ook heeft de gemeente de ambitie om met de betrokken partners de samenwerking op te zoeken om verduurzaming mogelijk te maken. 4) Schoolgebouwen worden voorzien van groene schoolpleinen De ontwikkeling van groene schoolpleinen draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen en is om die reden opgenomen in het coalitieakkoord 2022-2026 en in juni 2025 verankerd in o.a.

de Toekomstvisie van gemeente Brunssum. Dit onderwerp is nader beschreven en uitgewerkt in hoofdstuk 5. IHP Bovenstaande ambitie en doelstellingen worden nader uitgewerkt in hoofdstuk 3. Het doel van dit IHP is om tijdig en voor zover mogelijk een compleet zicht te geven in de te verwachten toekomstige ontwikkelingen om hierop te kunnen anticiperen.

- 16 -

Hoofdstuk 3 Kernopgave

- 17 -

Hoofdstuk 3 Kernopgave In dit hoofdstuk worden de ambitie en doelstellingen uit het vorige hoofdstuk omgezet naar de kernopgave op wijkniveau. Dit is vormgegeven door eerst de herschikkings- en uitbreidingsopgave te beschrijven, vervolgens de prioritering aan te gegeven en tot slot worden de toekomstige verwachtingen aangegeven. Voor de beschrijving van de actuele huisvestingssituatie van de scholen wordt naar bijlage 1 verwezen.

3.1 De herschikkings- en uitbreidingsopgave Naar aanleiding van de feitelijke teldatumgegevens in combinatie met de wettelijke normeringen ontstaat een ruimtebehoefte van een school. De laatste prognose dateert van februari 2025. Zie bijlage 1 voor de prognoses per onderwijsinstelling met bijbehorende ruimtebehoefte. Op basis van deze leerlingenprognose is duidelijk geworden dat er sprake is van een andere situatie dan gehanteerd in het op 21 april 2021 vastgestelde IHP. Bij twee scholen is er sprake van een duidelijk ruimtetekort (voor korte of lange termijn). Dat leidt tot extra ruimtebehoefte en een andere (noodzakelijke) keuze dan in eerste instantie was opgenomen. Een ruimtetekort bij een school over een langere termijn (>14 jaar) dient conform wetgeving zo snel mogelijk opgelost te worden. Dit houdt in dat er een hogere noodzaak is voor actie dan wensen die buiten het wettelijk kader vallen. Als we dit vanuit het vorige IHP bekijken, houdt dat in feite in dat de realisatie van IKC Oost een lagere prioriteit kan worden toebedeeld dan onderwijsgebouwen waar een ruimte tekort aanwezig is.

3.2

Prioritering voorzieningen in de onderwijshuisvesting

In de bijlage 1 is een overzicht gegeven van de verdeling van de diverse scholen en hun ligging. De verdeling die hierbij naar voren komt, is dat in elke wijk minstens één basisschool aanwezig is. Dit sluit aan bij in de lijn van diverse aangenomen beleidsstukken o.a. de Toekomstvisie, Onderwijsachterstandenbeleid, Noord en Oost en de Herijking van het Sociaal Domein door uw gemeenteraad. Het schoolgebouwenbestand binnen de gemeente is nogal divers. Enkele schoolgebouwen dateren van ruim 50 tot 70 jaar terug, of zijn tussentijds aangepast. Andere schoolgebouwen zijn jonger en kennen een range van 10 tot 20 jaar oud. In bijlage 2 treft u een overzicht hiervan. Het grootste probleem is dat een tweetal scholen te klein zijn voor hun populatie. Op grond van wet- en regelgeving is de primaire opdracht van de gemeente Brunssum om te zorgen voor het voorkomen of opheffen van een capaciteitstekort. Voor de Brunssumse situatie als geheel Uitgaande van de aanwezige schoolgebouwen, de wettelijke regels en de functionele aspecten van deze gebouwen, zoals deze zijn weergegeven in de bijlagen bij dit IHP, zijn de volgende conclusies te trekken en plannen op te stellen voor de toekomstige onderwijshuisvesting. Voor de jaren 2026 tot en met 2030.

1 Verplichting uit vorige IHP voorbereiding reeds gestart Onderzoek IKC-Oost: In het IHP dat door raad is aangenomen in 2021, is de uitwerking van IKC Oost benoemd en opgevolgd. Het doel is om de scholen SBO de Boemerang en basisschool Meander samen te voegen in BMV Bronsheim. Ondanks dat het IKC geen wettelijke verplichting is, kan dit wel een meerwaarde zijn voor de leerlingen, ouders, scholen en de wijk en sluit goed aan bij de Programmatische aanpak van Noord en Oost. De uitwerking van IKC -Oost was al in gang gezet op basis van eerder gemaakte afspraken (intentieovereenkomst) en de uitwerking zal worden voorgelegd aan het college en de gemeenteraad. - 18 -

2

wettelijke verplichting voor opheffen capaciteitsprobleem voorbereiding reeds gestart Dit is aan de orde bij de gereformeerde basisschool Benjamin. Dit oude schoolgebouw (1930 en uitgebreid met een speellokaal in 1984) heeft een tekort van circa 98 m2 BVO en aanpassing/ uitbreiding is noodzakelijk. De school heeft in december 2024 een aanvraag met spoedeisend karakter ingediend om het capaciteitstekort bij de school op te heffen. Het college heeft het capaciteitsprobleem vastgesteld en voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld om de huisvestingsscenario’s renovatie/verduurzaming met uitbreiding, verbouw of nieuwbouw uit te werken. De uitwerking van de verschillende huisvesting scenario’s worden voorgelegd aan het college en u als gemeenteraad. Het meest geschikte scenario zal door de ambtelijke organisatie wordt aangegeven. Na goedkeuring hiervan vindt een verdere uitwerking plaats tot en met de aanbestedingsprocedure. Nadat de aanbestedingsprocedure is afgerond wordt het uitgewerkte totaalplan voorgelegd aan het college en de gemeenteraad, zodat er een besluit genomen kan worden om de benodigde financiële middelen ter beschikking te stellen om vervolgens over te gaan tot een definitieve realisatiefase. NB: Er is bij basisschool De Opstap sprake van een tekort van 26 m2 BVO over een periode van >14 jaar.

Dit tekort is minder dan 55 m2 BVO en komt op grond hiervan niet in aanmerking voor een voorziening in de huisvesting (Bijlage III, C.1.2. onderdeel 1.a.1.).

3

Verplichting uit vorige IHP Start voorbereiding nog nader te bepalen BS Langeberg: deze opdracht uit het vorige IHP is tot nu toe “on hold” gezet in afwachting van de businesscase IKC-Oost. Het schoolgebouw betreft echter een heel oud gebouw (1952 en 1962 en is wat uitgebreid in 2005) dat niet meer als voldoende passend voor onderwijs wordt gezien. Ondanks dat er periodiek onderhoud is uitgevoerd door het bestuur lijkt vervanging gezien de huidige staat op termijn noodzakelijk. Bij de opstelling van het vorige IHP is door alle betrokken partijen en het schoolbestuur de vervanging van dit gebouw als prioriteit aangemerkt.

Na de uitvoering van de huisvestingssituaties zoals hierboven vermeld volgt de gemeente in dit IHP de lijn dat er voor de overige schoolgebouwen die meer dan 30 jaar oud zijn, de gemeente de schoolbesturen verzoekt NEN 2767 bouwkundige rapportages te laten opstellen. Eventueel noodzakelijke voorzieningen in de huisvesting kunnen dan in een volgend IHP een gefundeerde plek krijgen en zodoende wordt ook invulling gegeven aan een gefundeerde langcyclische doorkijk. 4

Overige huisvestingssituaties Start uitvoering nog nader te bepalen Geen wettelijke verplichting, op basis van de nog op te stellen NEN 2767 bouwkundige rapportages te prioriteren. Indien een voorziening in de huisvesting nodig blijkt wordt deze in het volgende IHP opgenomen: Brunssum-Noord: Titus Brandsma Brunssum-Centrum: Caleidoscoop Brunssum-West: Dislocatie Vlindertuin

De hoofdlocatie van basisschool de Vlindertuin en basisschool Sint Franciscus (Brede School Treebeek), de locatie van basisschool de Opstap en de Trampoline (Brede School Centrum) en basisschool Meander (onderdeel van BMV Bronsheim) dateren van respectievelijk 2015, 2016 en 2004. Ten aanzien van deze gebouwen zijn voorshands geen bouwkundige zaken. De financiële doorvertaling van bovenstaande prioritering is verder uitgewerkt in hoofdstuk 5.

- 19 -

Het Rombouts wordt in dit IHP niet meegenomen, daar er een afzonderlijke businesscase over wordt uitgewerkt op vraag van u als gemeenteraad.

3.3

Toekomstige verwachte ontwikkelingen

Momenteel is er een wetsvoorstel in ontwikkeling waardoor gemeenten verplicht worden een IHP op te stellen en de gebouweigenaren verplicht worden meerjarenonderhoudsplanningen per schoolgebouw op te stellen. Of en wanneer dit wetvoorstel uiteindelijk wordt ingevoerd is momenteel nog niet duidelijk. Desondanks verzoekt de gemeente de schoolbesturen NEN 2767 bouwkundige rapportages te laten opstellen om op basis hiervan eventuele toekomstige opgaven inzichtelijk te maken. Uitgaande van de verwachting dat vanaf 2026/2027 bouwkundige rapportages van de schoolgebouwen beschikbaar komen, zal met de schoolbesturen nader overleg worden gevoerd op basis van deze rapportages en de (meer-jaren) onderhoudsplannen. Vervolgens kan er een fasering van noodzakelijke voorzieningen in de huisvesting worden opgesteld, welke een goede basis zal vormen voor een volgend IHP. Deze voorstellen zullen dan ook specifiek bekeken moeten worden binnen de kaders van de dan mogelijk aangepaste regelgeving of vooruitlopend daarop op basis van de dan bekende verwachtingen of de dan van kracht zijnde wensen en besluiten van de gemeenteraad. De gebouwen in eigendom van de gemeente (betreft 3 scholen: Brede school Treebeek, BMV Bronsheim, waarin Basisschool Meander is gehuisvest en gedeeltelijk de Brede school Langeberg) zijn inmiddels al geïnventariseerd volgens de conditiemeting NEN 2767.

De instandhoudingsonderdelen (bouwkundig- en installatieonderdelen) zijn vertaald in een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) per school/gebouw en passen dus al in deze toekomstige ontwikkeling.

- 20 -

Hoofdstuk 4 Duurzame en toekomstbestendige gebouwen

- 21 -

Hoofdstuk 4 Duurzame & toekomstbestendige gebouwen Duurzaamheid is een breed en belangrijk onderwerp in onze samenleving. Duurzaamheid vraagt ons om na te denken over de impact van onze keuzes voor toekomstige generaties. Zo ook om innovatieve oplossingen te vinden voor de uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd, zoals klimaatverandering, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en sociale ongelijkheid. Hieronder wordt alvorens de ambitie van de gemeente Brunssum wordt aangeven, eerst de context van enkele duurzaamheidsaspecten toegelicht en wordt beschreven hoe de PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk op het klimaat vraagstuk hebben gereageerd met een opgestelde Sectorale Routekaart. Voor de duidelijkheid wordt hierbij expliciet gemeld dat deze routekaart nog op géén enkele wijze wordt ondersteund door de vigerende wet- en regelgeving inzake onderwijs en de bekostiging hiervan door het ministerie van Onderwijs.

4.1

Uitdagingen in de toekomst

Hieronder worden beknopt twee relevante duurzaamheidsaspecten beschreven, waarover op internationaal, landelijk en gemeentelijk niveau afspraken zijn gemaakt en die van invloed zijn op de gebouwde omgeving. Klimaatverandering Als de uitstoot van broeikasgassen in hetzelfde tempo doorgaat, wordt het steeds warmer op aarde. Dit zorgt er onder andere voor dat het klimaat verandert, leefgebieden van flora en fauna veranderen en de samenleving steeds vaker wordt geconfronteerd met extreem weer. Om deze opwarming van de aarde tegen te gaan is in het Klimaatakkoord afgesproken om in 2050 uitstoot van het broeikasgas CO2 met 95% te verminderen ten opzichte van 1990. Het jaar 2030 is een tussenstap naar het einddoel, waarin naar een reductie van de CO2 uitstoot van 49% wordt gestreefd. De Nationale overheid heeft dit akkoord in het Klimaatbeleid uiteengezet en in hun coalitieakkoord in 2021 aangescherpt. Met daarin het doel om in 2030 de CO2-uitstoot met 55% te verminderen, beleidsmatig wordt zelfs op 60% gekoerst. Ook is landelijk afgesproken dat alle gebouwen in 2050 aardgasvrij moeten zijn. Dit houdt in dat we over moeten schakelen op duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie (Bronnen: Rijksoverheid, 2024, Wat is het Klimaatakkoord). Natuurlijke grondstoffen Onze huidige manier van consumeren put de aarde uit.

De aanwezige natuurlijke bronnen kunnen de huidige vraag niet aan en dit leidt tot ontbossing, afname van de biodiversiteit, watertekort, luchtvervuiling, klimaatverandering, etc. De landelijke overheid zet daarom in op de overstap naar een circulaire economie in 2050. Het doel is dat zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, producten en grondstoffen worden hergebruikt en er nauwelijks afval meer bestaat. (Rijksoverheid, 2024, Nederland circulair in 2050)

- 22 -

4.2

Sectorale Routekaart (Onderwijs)

De PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben gezamenlijk een Sectorale routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen opgesteld als reactie op de klimaatdoelstellingen. In de routekaart is een scenario doorgerekend dat voldoet aan de klimaatdoelstellingen gecombineerd met een integrale kwaliteitsverbetering van de huisvestingsvoorraad. Uitgangspunten bij dit scenario zijn: - Het tempo van vervangen of transformeren moet met gemiddeld 2,5% omhoog. Hierdoor wordt de hele huisvestingsvoorraad binnen 40 jaar aangepakt. - Bij nieuwbouw worden gebouwen gerealiseerd die aan de ENG-eisen, Frisse scholen klasse B voldoen en aardgasvrij zijn. - Bij renovaties en planmatig onderhoud wordt er gestreefd om deze nieuwbouweisen zo veel mogelijk te behalen. Hierbij wordt in de routekaart een duurzaam schoolgebouw beschreven als een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, een gezond binnenklimaat heeft, past bij het aantal leerlingen, passend, inclusief, toegankelijk en toekomstbestendig is. Het hierboven beschreven scenario is financieel ingeschat. Om het scenario te realiseren blijkt dat er over een periode van 30 jaar, 42 miljard euro geïnvesteerd moet worden (21 miljard meer ten opzichte van ongewijzigd beleid, dus een verdubbeling van de kosten voor huisvesting ten opzichte van de actuele vergoedingsbedragen).

Daarbij wordt aangegeven dat de financiële haalbaarheid erg onduidelijk is. Dit is te wijten aan de huidige financieringsmethodiek en daarmee samenhangende wettelijke gesplitste verantwoordelijkheden van scholen en gemeentes, lopende verplichtingen en de nader te onderzoeken exploitatiekosten. Wel is te concluderen dat -het landelijk- bezien met de huidige stand van de techniek mogelijk is om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen maar dat dit een grote investering vergt die momenteel nog niet beschikbaar is. (Bronnen: VNG, 2024, Routekaarten onderwijs, sport en monumenten en PO-raad, 2024, Sectorale routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen).

4.3

Duurzaamheidsambitie

Binnen dit IHP streeft de gemeente Brunssum naar onderwijsgebouwen die ten minste voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid. Omdat de diverse scholen in Brunssum in verschillende bouwperioden zijn gerealiseerd en aangepast in de tijd, vergen deze afzonderlijk een project specifieke aanpak. Daarom zal de gemeente telkens nieuw- en verbouw projecten zorgvuldig plannen op basis van de benodigde (leerlingen)capaciteit en deze toetsen aan de actuele beleidskaders en de wet- en regelgeving. Zie voor een overzicht van de bouwjaren en aanpassingen van de verschillende scholen bijlage 2. Zoals in paragraaf 1.4 beschreven ontvangen zowel de gemeente als de schoolbesturen een vergoeding voor de verduurzaming en is er sprake van verschillende belangen en financieringsstromen. Desondanks is de gemeente bereid om binnen de actuele beleidskaders, zoals het nog vast te stellen vastgoed-/accommodatie beleid met uitvoeringsprogramma, financiële en wettelijke mogelijkheden met de betrokken partners de samenwerking op te zoeken om verduurzaming mogelijk te maken. De gemeente wil middels het inzichtelijk maken van de Total Cost of Ownership (TCO) de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk houden.

Dit houdt concreet in dat de totale kosten van het bezitten en gebruiken van een schoolgebouw binnen de levenscyclus van de investering inzichtelijk worden gemaakt. - 23 -

Ten slotte is de gemeente zich bewust van de voorbeeldfunctie die zij heeft als het gaat om de verduurzaming van gebouwen. Zeker als het gaat om scholen die toekomstige generaties bewust maken over het thema duurzaamheid. Het schoolgebouw kan in deze bijdrage aan de bewustwording en educatie. Ook hierin is de gemeente bereid om met de betrokken partners de samenwerking op te zoeken om verduurzaming mogelijk te maken.

4.4

Frisse scholen

Een Frisse School is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat. In een Frisse School is aandacht voor energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. Voor deze thema’s is een ambitieniveau vast te stellen: Ambitieniveau Frisse Scholen A B C

Toelichting Uitmuntend Goed Voldoende

Aan deze klassen zijn vervolgens (prestatie)eisen gekoppeld. Klasse C is het basisniveau; gebaseerd op geldende wet- en regelgeving aangevuld met relevante basisuitgangspunten voor een gezond en comfortabel binnenklimaat. Klasse B en C stellen aanvullende eisen boven op de voorafgaande klasse. (RVO, 2021 Programma van Eisen Frisse Scholen 2021) Omdat het concept Frisse scholen een overlap kent met de verduurzamingsopgave zal de gemeente bij ieder project dat geïnitieerd wordt onderzoeken in hoeverre er voldaan kan worden aan Frisse Scholen Klasse B op het gebied van ventilatie. Daarbij worden recente onderzoeken benut, waaruit blijkbaar dat natuurlijke ventilatie met behulp van ramen/ roosters bijdraagt aan een fijner klassenklimaat. De gemeente zal binnen de financiële, wettelijke en beleidsmatige mogelijkheden wederom de samenwerking met de betrokken schoolbesturen en kindpartners opzoeken om dit mogelijk te maken. De gemeente wil ook binnen dit onderwerp middels het inzichtelijk maken van de Total Cost of Ownership (TCO) de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk houden.

- 24 -

Hoofdstuk 5 Een bredere scope

- 25 -

Hoofdstuk 5 Een bredere scope Met het aannemen van het Visiedocument ‘Koerskompas’ zijn onder andere kansengelijkheid, talentontwikkeling en verbondenheid met de samenleving onze kernopgaven in Brunssum. Ze vinden bedding in de Programmatische aanpak Noord en Oost en de Herijking van het Sociaal Domein en raken aan meerdere beleidsterreinen, zoals jeugd- en onderwijsbeleid. Het IHP gaat over onderwijshuisvesting en is onlosmakelijk verbonden aan onderwijsbeleid en de kernopgaven die op hoger niveau liggen. En ondanks die verbondenheid is het geen gemeengoed voor gemeenten, noch voor onze overheid, om die verbinding met het oog op de toekomst te maken. Dat zijn gemiste kansen als het gaat om de ontwikkeling van kinderen en dat is dé reden dat in dit IHP deze bredere scope wordt meegenomen. Wettelijk zijn er voldoende onderbouwingen en heeft de gemeenteraad in het verleden keuzes gemaakt die toekomstgericht gericht zijn en juist vragen om die verbondenheid. We zullen ze onderstaand belichten.

5.1

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), kinderopvang (KOV/BSO) – doorgaande leerlijnhuisvesting

Voor- en vroegschoolse educatie ligt in de Wet Primair Onderwijs verankerd met een verplichting naar de gemeente toe (aanbod voorschoolse educatie) en een verplichting voor het onderwijs (voorzien in aanbod vroegschoolse educatie). Bij een vorm van kinderopvang in het schoolgebouw, zijn aanvullend de kwaliteitseisen kinderopvang (Wet Innovatie en kwaliteit Kinderopvang (IKK) van toepassing. Vertalen we dit naar Brunssum en keuzes die recent voor onderwijsbeleid zijn gemaakt door de raad, dan zijn dit doorgaande leerlijnen in het belang voor de ontwikkeling van kinderen. Investeren in de ontwikkeling van het jonge kind is cruciaal. In deze vroege levensfase wordt de basis gelegd voor taalontwikkeling, nieuwsgierigheid, motorische vaardigheden en zelfvertrouwen. De vooren vroegschoolse educatie (VVE), kinderopvang (KOV/BSO) en de Jeugdgezondheidszorg zijn hierin belangrijke partners. In Brunssum is de intensieve samenwerking voor kinderen van 0 tot 6 jaar een fundament voor hun verdere ontwikkeling. De gemeente investeert aanzienlijk in dit beleidsterrein: ruim 80% van het budget voor Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) wordt besteed aan voorschoolse educatie. Daarmee vormt het VVE-beleid een pijler onder het lokale onderwijsbeleid.

Vanuit huisvestingsperspectief vraagt deze samenwerking om voorzieningen, waarin peuters (VVE) en kleuters (basisonderwijs) samen kunnen leren, ontdekken en spelen — zowel binnen als buiten. Ook vraagt dit om afgestemde ruimten en gezamenlijke werkstructuren voor professionals die samenwerken aan een doorgaande lijn in ontwikkeling, inclusief een warme overdracht van voor- naar vroegschool. Inmiddels zijn er op vrijwel alle basisscholenvormen van kinderopvang, peuteropvang of buitenschoolse opvang aanwezig, juist om de doorgaande leerlijn te borgen.

5.2

Beleid om achterstanden te ondervangen

Onderwijsachterstandenbeleid In de wet Primair Onderwijs worden ook de basisvoorzieningen voor onderwijs en de rol van de gemeente in het onderwijsachterstandenbeleid geregeld. Onderwijsachterstandenbeleid wordt in Brunssum voor een groot deel ingezet op het zeer jonge kind en daarnaast op projecten als: dyslexie; dyscalculie; logopedie, etc. Dit vraagt om kleine aanvullende ruimte om met individuele leerlingen aan de slag te gaan.

- 26 -

5.3

Kindontwikkeling en inclusie op school

Inrichting gebouw Onderwijsonderzoek laat zien dat aandacht voor de directe onderwijsomgeving, zoals vormgeving van een gebouw, kleuren, belichting, en elementen om beweging of verwondering te prikkelen, een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kinderen. Dit is belangrijk in het kader van inclusie, waarbij kinderen zoveel mogelijk in de reguliere onderwijsroute kunnen blijven. Schoolpleinen Ook het schoolplein is ondersteunend aan de ontwikkeling van kinderen. Een speelplein met enkel stenen biedt zonder elementen weinig uitdaging. Groene schoolpleinen zijn goed voor de gezondheid, beweging, concentratie en leerprestaties van kinderen. Het maakt kinderen socialer, zelfverzekerder en creatiever. Spelen op een groen schoolplein is uitdagend, kinderen kunnen op onderzoek uitgaan en leren van alles over de natuur. Een groen plein is geschikt voor het geven van natuurlessen, maar het biedt ook kansen voor buitenlessen in alle vakken. Scholen kunnen op educatief gebied kinderen laten leren over de natuur en de band met de natuur versterken. Door het vervangen van beton door groen en door het plaatsen van bomen die schaduw bieden, kan hittestress op schoolpleinen ook aangepakt worden. Daarnaast draagt het bij aan de biodiversiteit en wateropvang op de scholen en de naaste omgeving.

Door de voordelen voor het kind, maar ook de investering in natuurontwikkeling, is het goed om dit te borgen in het IHP. Immers, bij nieuwbouw ligt de verantwoordelijkheid voor het aanleggen van een (groen) schoolplein bij de gemeente. Bij verbouw kan deze afweging eveneens (gezamenlijk) gemaakt worden. In Brunssum zijn op diverse locaties voedselbosjes en Tiny Forests aangelegd of in ontwikkeling. Zie bijlage 3 voor dit overzicht. Bieb op school Vanaf het schooljaar 2023-2024 is gestart met het realiseren van de bibliotheek op school. Vanuit de scholen komen nu al positieve berichten dat het bijdraagt aan leesbevordering, leesontwikkeling en leesplezier. Op 8 basisscholen is inmiddels een bieb op school gerealiseerd. De 2 scholen in het Centrum gaan lopend naar de bibliotheek, totdat er een passende oplossing is gevonden in de school. Daarnaast is op 5 locaties van de peuteropvang het programma “Boekstart” geïmplementeerd. Een goed functionerende schoolbibliotheek is de basis voor leesbevordering van onze jonge kinderen. De collectie moet actueel zijn en blijven en afgestemd worden op de taal- en leesontwikkeling van de leerlingen op school. De boeken moeten passen bij de kinderen van school en de visie van de school op lezen en taal.

Het beschikbaar hebben van ruimte in een schoolgebouw voor een schoolbibliotheek is wenselijk voor een goede leer-/taal-/spraakontwikkeling van onze kinderen. Kind in de wijk Een (basis)school in iedere wijk is een must en een belangrijke plek voor kinderen om zich te kunnen ontwikkelen. De wijk is hun leefwereld en leefomgeving. Het komt tegemoet aan de behoeften van ouders en hun kinderen. Daarnaast speelt een school ook een grote rol in de wijk als ontmoetingsplek voor ouder(s)/verzorger(s), docenten, omwonenden en samenwerkingspartners.

- 27 -

5.4

Van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs

Het hebben van een VO-school in Brunssum is van groot belang voor de ontwikkeling van kinderen in Brunssum. Ze kunnen in hun eigen stad naar een school voor voortgezet onderwijs. Voor ouders is het bepalend of zij in Brunssum komen wonen of blijven wonen en dat hangt samen met de verdere ontwikkeling van Brunssum als geheel. Door de nabijheid van het voortgezet onderwijs verloopt een warme overdracht tussen basisscholen en Compass voorspoedig en draagt daarmee bij aan een goede doorgaande leerlijn. Compass is de school voor voortgezet onderwijs in Brunssum en biedt vmbo-tl volledig aan. Daarnaast biedt het havo en vwo aan tot leerjaar 3. Daarna volgen leerlingen de verdere leerjaren op locatie in Heerlen. De laatste jaren is er veel gewerkt aan de verbinding tussen het basisonderwijs en Compass. Het schoolmaatschappelijk werk en het knooppunt in VO werken vanuit Compass aan het ondervangen van jongerenproblematieken Achter de schermen wordt hard gewerkt aan een breder onderwijsconcept; zijn er waardevolle gesprekken over de afstemming businesscase Rombouts.

5.5

Internationalisering

Soms zorgen behoeftevragen voor een groter ontwikkelpotentieel. Afnorth international school is een school van 4 landen met 4 curricula. Er is een tekort aan ruimte en er is een wachtlijst voor kinderen voor deze 4 scholen. Ook kinderen van andere Nato- landen kunnen maar beperkt terecht op het United World College in Maastricht. Vele maanden van verkennen en verdiepen hebben geleid tot een haalbaarheidsonderzoek naar een nieuw concept/ school in Brunssum in samenwerking met NATO, Stichting LVO, Movare en gemeente Brunssum. Dit biedt kansen voor kinderen van NATO en voor kinderen in Brunssum en omgeving om dit onderwijs te benutten.

5.6

Resumerend

Kinderen verdienen alle kansen om hun toekomst mooier te doen kleuren. Door beleidsvelden (onderwijshuisvesting, onderwijs-, jeugd-, welzijn en gezondheidsbeleid) en krachten te bundelen met alle partners (ouders, basisonderwijs, voortgezet onderwijs, opvang, gezondheidszorg, jeugdzorg en welzijn) wordt er gewerkt aan gelijke kansen voor onze Brunssumse kinderen van 0-18 jaar. Gericht nadenken over onderwijshuisvesting in relatie tot deze ontwikkelingen draagt bij aan kansengelijkheid, talentontwikkeling en verbondenheid met de samenleving. Een onderwijsgebouw is niet alleen het leggen van stenen, maar is voor veel kinderen bijna een tweede thuis. Ze zijn er voor een groot deel van de dag aanwezig, om onderwijs te genieten, te groeien in hun ontwikkeling en relaties op te bouwen voor hun toekomst.

- 28 -

Hoofdstuk 6 Financiële doorrekening IHP

- 29 -

Hoofdstuk 6 Financiële doorrekening IHP De gemeente Brunssum heeft te maken met de volgende tweeledige financiële lasten ten aanzien van de voorzieningen in de huisvesting: 1. Kosten in verband met de wettelijke taken op het voorzieningen in de huisvesting van onderwijs 2. Kosten in verband zelf te exploiteren onderwijsgebouwen (m.n. brede scholen of BMV) Beide financiële lasten zijn in de volgende paragrafen nader uitgewerkt.

6.1

Kosten met betrekking tot de wettelijke onderwijshuisvesting taken

Tot de wettelijke taken die een gemeente in het kader van de wetgeving heeft, is het zorgen voor voldoende voorzieningen voor huisvesting van scholen zoals ook beschreven in paragraaf 1.4. Op basis van dit kader zijn de financiële consequenties voortkomend uit kernopgave (hoofdstuk 3) hieronder opgesomd: Nr.

Beschrijving

Afschrijvingster mijn in jaren

Project gerealiseerd

1a

IKC Brunssum-Oost - variant 1 verbindingsgang* IKC Brunssum-Oost - variant 2 “de SBO De Boemerang voor een deel slopen, overige deel renoveren en enkele aanpassingen aan BMV Bronsheim”* IKC Brunssum-Oost – variant 3 “de SBO De Boemerang in zijn geheel slopen, deel nieuwbouw aan BMV Bronsheim, intensieve verbouw, kleinschalige verbouw, verduurzamingsmaatregelen en opwaardering in het kader van frisse scholen en groene speelpleinen en verschillende vervroegde planmatige vervangingen”* Vernieuwen Benjamin uitbreiding/renovatie Nieuwbouw BS Benjamin Brunssum-Zuid / Basisschool Langeberg**

25

2027/2028

Geschatte kosten in miljoen prijspeil 2024 incl. BTW. 1,82

25

2027/2028

4,5

25

2027/2028

8,5

25

2027

3,2

40 25

2027 2028

4,1 aanname 4 mln.***

1b

1c

2a 2b 3

*geen wettelijke verplichting. De gemeenteraad heeft een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld (raadsbesluit 202334597 d.d. 30 januari 2024) op basis van het raadsvoorstel waarin drie uitwerkingsvarianten worden uitgewerkt. Tijdens de uitwerking van de varianten hebben wij moeten constateren dat de genoemde bedragen in het raadbesluit dientengevolge wellicht lager uitvallen. In - 30 -

het nog aan te bieden raadsvoorstel wordt dit nader uitgewerkt en toegelicht. Dit is ook tijdens de raadsinformatieavond van 20 augustus 2024 medegedeeld. ** geen wettelijke verplichting. *** Ontwikkelen uitwerking IKC staat ‘on hold’ deel IKC staat al, maar rekening houden vernieuwen schoolgebouw Movare. In deze berekening wordt uitgegaan van de volgende termijnen: - nieuwbouw 40 jaar - verbouw en renovatie 25 jaar - Installaties 15 jaar. Daarnaast is een verdeling van 55% bouwkosten en 45 % installaties aangenomen. Alle (in het IHP) vermelde bedragen zijn ramingen, gebaseerd op prijsindexeringen van bekende eenheidsprijzen of doorgerekende bekende kosten, maar dit impliceert tevens dat de ontwikkeling van dergelijke prijzen nog maar moet blijken op termijn. Het risico dat de geschatte indexeringen/prijsstijgingen afwijken is uiteraard als groot aan te merken. Ontwikkelingen op mondiaal niveau kunnen, zo is gebleken, significante afwijkingen veroorzaken. Daarbij is het afhankelijk van de uitvoering van het project mogelijk dat leerlingen tijdens realisatie elders gehuisvest moeten worden. Aangezien dit nog niet inzichtelijk is per project zijn hier nog geen extra kosten voor ingerekend.

6.1.1. Doorrekening varianten kernopgave In de onderstaande berekening wordt uitgegaan van de duurste variant per school en in het geval van IKC Oost van variant twee omdat hierop in de planuitwerking wordt gekoerst, om na te gaan of de verschillende opgaven financieel te dragen zijn door de gemeente Brunssum. 1. 2. 3. -

IKC Brunssum Oost – variant 2 investering van € 4,5 miljoen gesplitst in Gebouw (afschrijving 25 jaar) € 2.475.000,-; Installaties (afschrijving 15 jaar) € 2.025.000,-. Nieuwbouw basisschool Benjamin – variant 2b investering van € 4,1 miljoen gesplitst in Gebouw (40 jaar afschrijving) € 2.255.000,-; Installaties (afschrijving 15 jaar) € 1.845.000,-. IKC Brunssum Zuid bedrag investering € 4,0 miljoen gesplitst in Gebouw (afschrijving 25 jaar) € 2.200.000,-; Installaties (afschrijving 15 jaar) € 1.800.000,-.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=3e832888-4824-4ac2-9542-6560a5843134