CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 202575220 (Bijlage) Advies commissie (bezwaar Nelissen)_ondertekend_secr_vz

Raadsvergadering 28 oktober 2025, gemeente BrunssumBij agendapunt: Raadsvoorstel Beslissing op het bezwaarschrift d.d. 18 juli 2025 tegen het besluit van de raad d.d. 1 juli tot vaststelling van de agenda van de raadsvergadering van 1 juli 2025 waarbij, bij voorstel van orde, een aantal geagendeerde voorstellen niet als bespreekstuk maar als akkoordstuk zijn geagendeerd1.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE BRUNSSUM COMMISSIE VOOR DE BEZ

IF'TEN.

Brunssum, 3l juli2025

Onderwerp: Advies n.a.v. het bezwaarschrift van de heer B. Nelissen (verder: reclamant) Onderw erp v an bezw aar'.

Hetbezwaarschrift is gericht tegen het besluit van de raad d.d. 1 juli 2025 tot vaststelling van de agenda van die raadsvergadering als gevolg waarvan, bij voorstel van orde, een aantal geagendeerde voorstellen niet als bespreekstuk maar als akkoordstukzlin geagendeerd. Standpunt van reclamant:

Reclamant is het niet eens met de gang van zaken. Samengevat is reclamant van mening dat raadsleden door deze handelwijze hun recht als volksvertegenwoordigers niet kunnen uitoefenen zoals in de Gemeentewet is bedoeld. Immers bij hamerstukken mag enkel een korte stemverklaring worden afgelegd. Het betreft diverse agendapunten waarbij een beoordeling van het gevoerde beleid door het college van B&W aan de orde is. Reclamant acht dezehandelwijze van de raad in strijd met de wet alsook met het Reglement van Orde. Uit de toelichting op de gegeven handelwijze valt op te maken dat deze handelwijze een repeterend karakter zal hebben hetgeen volgens reclamant niet is toegestaan. Ter voorkoming van deze repeterende handelwij ze dient reclamant als belanghebbende dit bezwaar in.

Volledigheidshalve zij verwezenîaar het bezwaarschrift d.d. 18 juli 2025 dat hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Wettelijke reeeline:

Artikel 16 Gemeentewet: De raad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.

Artikel 19 Gemeentewet:

1. De burgemeester roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.

2. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de burgemeester dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid, bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

Artikel 10 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum2023: 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, hebben de commissies geadviseerd over de te behandelen stukken op de raadsagenda. Hierop kan een uitzondering gemaakt worden, indien er sprake is van de situatie zoals bedoeld in art. 8 lid 4 van dit reglement. De raadsagetdazal op basis van deze adviezen in samenspraak tussen de

voorzitter van de raad en de griffier opgesteld worden; 2. De agenda van de raad kent twee delen, waaraan op basis van het advies vanhaar commissies invulling gegoven wordt. Ten eerste zal er een lijst samengesteld worden 1

van akkoord-stukken (A-agenda).Deze stukken worden afzonderlijk in stemming gebracht zonder beraadslaging. Over een motie of amendement op een Akkoord-stuk wordt eveneens niet beraadslaagd. Een lid van de raad kan een stemverklaring afgeven. De tweede lijst bestaat uit Bespreekstukken (B-agenda).Deze stukken worden afzonderlijk, inhoudelijk behandeld en in stemming gebracht; J.

4. 5.

(.. )

Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda definitief vast.

(. )

7.

(...) (...)

8.

(. .)

6.

Artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb)

1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2 J

4

(...) (.. )

(. )

Ontvankelijkheid: Ingevolge de artikelen 7:I en 8:t van de Awb kan tegen een besluit bezwaar gemaakt worden. Het bezwaar is gericht tegen het besluit van de raad d.d. I juli 2025 waarbij bij aanvang van de raadsvergadering de agenda door de raad definitief is vastgesteld. Ter beoordeling ligt enkel de vraagvoor of dat besluit, te weten het vaststellen van de agenda bij aanvang van de raadsvergadering, kan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Awb.

Artikel 1:3, eerste lid van de Awb bepaalt dat onder besluit verstaan wordt een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Dienaangaande overweegt de commissie het navolgende. Nog afgezien van het feit dat op het moment van het uitbrengen van dit advies, de raad de besluitenlijst van de raadsvergadering d.d. I juli 2025 nogniet heeft vastgesteld en er dus nog geen sprake is van een schriftelijk besluit, overweegt de commissie het navolgende'

Met het begrip rechtshandeling in artikel 1:3, eerste lid van de Awb wordt bedoeld een handeling gericht op rechtsgevolg. Het rechtsgevolg moet extern gericht zijn. Daarmee is bedoeld dat de beslissing gericht moet zijn op rechtsgevolgen die ontstaan in de verhouding van het bestuursorgaan tot een of meerdere anderen. Uit de Memorie van Toelichting volgt dat beslissingen van het bestuursorgaan die een zuivq intem karakter hebben, zoals de bepaling van de prioriteit van de te behandelen zaken, aanwijzingen ovsr op te stellen stukken en dergelijke dus niet als besluiten in de zinder wet zijn aante merken (MvT II, Parl. Gesch. Awb I, p.155). Een besluit van de raad tot vaststelling van de agenda en in dit geval om bepaalde 2

onderwerpen als akkoordstuk te behandelen en niet als bespreekstuk, is naar mening van de commissiè een besluit van orde dat niet is gericht op enig (extern) rechtsgevolg. Het betreft immers een interne aangelegenheid van de raad die ziet op de wljze van vergaderen van de raad zelf. Dit besluit vaã deiaad kan daarom niet gekwalificeerd worden als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Awb en is daarmee, gelet op het bepaalde in de artikelen 7:I en 8:1 van de Awb, niet vatbaar voor bezwaar en beroep' Omdat het in deze zaakgaat om een besluit van de gemeenteraad is de gemeenteraad het bevoegde gezag c.q. bestuursorgaan dat op hetbezwaar dient te beslissen. De commissie adviseert de gemeenteraad om, gezien het vorenstaande, hetbezwaatschrift niet-ontvankelijk te verklaren.

Artikel 7:3, onder a,varLde Awb bepaalt, dat van het horen van belanghebbenden kan worden afgezienindien hetbezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarom is reclamant niet in de gelegenheid gesteld een mondelinge toelichting te geven'

Advies: Op grond van het vorenstaande adviseert de commissie voor debezwaarschriften het door de heer B. Nelissen ingediende bezwaarschrift d.d. 18 juli 2025 niet-ontvankeliik te verklaren'

De Commissie voor de Bezwaarschriften,

mr. M.C. Siecker, voorzitter

.L.M. Meijers, secretans.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=b19d6950-06bc-443a-adc3-965b16c384f4