Raadsvoorstel 202558658 (Bijlage) aanvullende gronden bezwaar tegen mondeling genomen raadsbesluit 1 juli 2025
Tekst van het document
co
I
T
«
o rc
Cn Cn Oï Oï
3
Brunssum, 13 augustus 2025
AAN: Gemeenteraad van Brunssum Postbus 250 6440 AM Brunssum
Betreft: Aanvullende gronden voor bezwaar tegen het mondeling genomen raadsbesluiten d.d. 01 juli 2025 tot gewijzigde behandeling en besluitvorming gericht met extern rechtsgevolg.
Geachte Raad,
In vervolg op zijn bezwaar licht ondergetekende J.M.H. Palmen, de aangevoerde gronden nader toe en vult deze voor zover nodig aan en deelt mede dat voor zover nodig zijn inhoudelijk bezwaar gericht is tegen een onlosmakelijk met elkaar verbonden besluiten dan wel 2 separate besluiten . Duidelijk is dat de raad de raadsagenda kan vaststellen. Dat betekent dat de raad de conform het Regelement van Orde van de aan raad gestuurde agenda voor de raadsvergadering kan aanvullen met agendapunten dan wel kan afvoeren van agendapunten. (RvO )
• Het afwijken van het beleid ten aanzien van de voorgestelde en toegepaste behandelingswijze door de Raad staat niet in het RvO en/of de wet vermeld. Dit handelen van de Raad zoals in deze casus is dan enkel toegestaan als dit naar aard niet strijdig is met het binnen de wet en of anderszins vastgelegd beleid en/ of bij een unaniem besluit is genomen. Het (binnen wettelijk) beleid is in deze casus bepaald in de Gemeentewet. Individuele raadsleden, zijnde volksvertegenwoordigers, mogen derhalve geen toegekende rechten worden ontzegt, dit ook omdat ze de burgers vertegenwoordigen.
co
I
T o rc
Cn Cn Oï Oï
3
Het omzetten van een Bespreekstuk ( B) naar Akkoordstuk (A) of synoniem (H) stuk is niet unaniem genomen en afwijkend van het binnen wettelijk beleid.
Zou een meerderheid van de gemeenteraad, afwijkend aan het behandelingsbeleid, een initiatiefvoorstel van B stuk naar A stuk willen wijzigen, dan dient wel tenminste het daaraan gekoppelde rechtsgevolg te worden nageleefd om rechtskracht te hebben. Te weten akkoord met het voorgestelde initiatief besluit. Dat is in de bestreden casus niet het geval en derhalve strijdig met het binnen wettelijk beleid van de eigenregels en de wet. Er is in deze casus namelijk sprake van een onlosmakelijke koppeling van 2 besluiten in een rechtsgevolg. Waarbij het ene besluit niet los gezien kan worden aan het andere. Het dient derhalve te worden gezien als een totaal besluit althans als zodanig opgevat te moeten worden. Zou dit anders zijn, quod non, dan zou het bezwaar opgevat en behandeld moeten worden als zijnde ingediend tegen al de (beide) besluiten.
• Zou de gemeenteraad een (gerechtvaardigd) besluit willen nemen op andere dan wettelijke grondslag, dus afwijkend van het binnen wettelijk (proces)beleid, dan vraagt dit een ander toetsingskader namelijk het buitenwettelijk beleid. Dit geldt ook voor de in deze casus genomen maar bestreden besluitvorming. Ook al zou zoals in dit geval sprake zijn van een 2 traps of gemengd besluit, echter deze zijn in de onderhavige casus onlosmakelijk aan en met elkaar verbonden. Buitenwettelijk beleid biedt een grondslag voor besluiten waarvoor geen wettelijke basis bestaat zoals in de bestreden casus. Maar dergelijk beleid kan en mag naar zijn aard alleen begunstigend zijn. Met andere woorden in het voordeel van de indiener. Dat is in deze casus zeker niet geschied het geval en derhalve is deze beleidsbehandeling niet geoorloofd. Zou zijn bezwaar door de bezwarencommissie mogelijk worden opgevat als zijnde enkel gericht tegen de behandelingswijze van B naar A stuk dan is dit te beperkt omdat het ene besluit onlosmakelijk formeel en in werking met elkaar verbonden zijn. Het is binnen wettelijk beleid niet toegestaan een B voorstel te wijzigen in een A stuk. Zeker niet als daarbij niet het binnen wettelijk rechtsgevolg aan wordt gekoppeld.
co I
T *
»
o rc
Cn
cn Oï Oï
3
In dat geval breidt ondergetekende zijn gronden van en het bezwaar expliciet uit, ook gericht tegen het besluit om afwijkend van het binnen wettelijk beleid te beslissen. Te weten het niet overnemen van het voorgestelde besluit zoals dat bij een A dan wel H stuk binnen wettelijk is bepaald.
Eveneens geldt dit voor het toepassen van het buitenwettelijk beleid. Hier wordt dit beleid ten nadele van de initiatiefnemer(s) gebruikt in plaats van begunstigend en in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Afwijken van het buitenwettelijke behandelingsbeleid is daardoor onjuist. Ook dient het de democratie en hun bestuursorganen niet als een samenspannende coalitiemeerderheid verbiedt de andere raadsleden hun wettelijk toegekende rechten te gebruiken en dit met toestemming van dat de burgemeester als voorzitter van de raad. Het handelen van zowel de coalitieraadsleden alsook de burgemeester zijn in strijd met de afgelegde eed en/of gelofte (art. 14 Gem.wet.)
Geen betoog behoeft het dat het een zeer belangrijke taak van elk raadslid is om te controleren of het college van B & W dan wel de burgemeester als bestuursorgaan hun feitelijke werkzaamheden wel correct en in het algemeen belang uitvoeren. Zie (artikel 169 resp. 180 Gem.wet. en de toelichting hierbij in T & C)) Door de toegepaste behandelingswijze wordt dit volledig voorkomen. Zowel het "gemengde" dan wel gekoppelde en/of 2 traps besluit alsook het afwijzend besluit op het initiatiefvoorstel is een besluit is in de zin van de 1:3 Awb. Er sprake van een besluit door een bestuursorgaan, de gemeenteraad genomen: Het bestuursorgaan is direct tijdens de raadsvergadering verzocht dit besluit schriftelijk verzoeker te laten toekomen. Toegezegd is dat dit via de besluitenlijst/notulen zou geschieden. Tot op heden is nog geen schriftelijk besluit ontvangen. Er is de Raad verzocht ondergetekende het besluit met enige spoed alsnog schriftelijk te laten toekomen. Immers het besluit behoeft geen goedkeuring meer van welk orgaan dan ook. Er is sprake van een publiekrechtelijke rechtshandeling gericht op rechtsgevolg: namelijk het in strijd met de wet ontnemen van rechten aan raadsleden ; het
co
I
T o rc
Cn Cn Oï Oï
3
voorkomen dat de bestuursorganen B & W en/of burgemeester als bestuursorgaan worden gecontroleerd op de uitoefening van hun werkzaamheden met alle mogelijke consequenties van dien, die door de bestreden besluit(en) beoogd worden te voorkomen.
Tevens merkt ondergetekende nog op dat een advies commissie bij bezwaren weliswaar als een bestuursorgaan is aangewezen. Maar dat betekent niet dat het een rechtsprekend bestuursorgaan is. Deze commissie adviseert het bestuur en geeft aanwijzingen en adviezen hoe formeel het beste ook in onderhavige casussen het bestuur zou dienen te handelen. Het bestuursorgaan behoeft dit commissie advies niet te volgen, maar zal dan wel op een inhoudelijke wijze hun afwijkende besluitvorming dienen te motiveren.
Bij een mondelinge behandeling / hoorzitting zal hij door middel van aanvullende gronden en toelichting zijn bezwaarschrift(en) nader toelichten.
Hoogachtend,
C ( J' y
PaFmen. /
r
•1