Raadsvoorstel 202530830 (Bijlage) OAB 2025-2030
Tekst van het document
Deze activiteiten kunnen variëren van ouderbijeenkomsten en thematische onderwijsactiviteiten tot het verkennen van wijk- en buurtgerichte initiatieven. Vanuit het werkveld is er een duidelijke wens om de samenwerking te verbreden naar andere partners in de wijk, waarbij wordt aangesloten bij het gedachtegoed van de pedagogische basis: een sterke, gezamenlijke opvoed- en ontwikkelomgeving voor kinderen. Dit sluit nauw aan bij de bredere ambities van de Brunssumse Educatieve Agenda 2025–2030. Momenteel wordt de jaarplanning voor zowel de koppeloverleggen als de gezamenlijke activiteiten voorafgaand aan het schooljaar gezamenlijk vastgesteld. Het minimaal aantal koppeloverleggen per jaar
23
wordt aan het begin van het schooljaar, of eerder, door de partners overeengekomen. Tijdens het integrale koppeloverleg is afgesproken om te werken met een vast format voor het overleg. De projectgroep VVE evalueert en actualiseert hiertoe het bestaande format, dat vervolgens als structureel onderdeel wordt opgenomen in het onderwijsachterstandenbeleid. 4.1.5 Gezamenlijke thema’s koppels Binnen de eerdere regionale afspraken is vastgelegd dat gekoppelde peuter-/kinderopvang en basisschool per kalenderjaar minimaal twee gezamenlijke thema’s uitvoeren. Deze thematische samenwerking draagt bij aan een doorgaande ontwikkelingslijn, versterkt de verbinding tussen voor- en vroegschool en bevordert ouderbetrokkenheid en taalrijke leeromgevingen. In het koppeloverleg kiezen de partners aan het begin van het schooljaar gezamenlijk twee thema’s die zij gelijktijdig kunnen uitvoeren. Wanneer bestaande thema’s niet aansluiten op de praktijk van beide organisaties, ontwikkelen zij samen een nieuw, op maat gemaakt thema. Bij de uitvoering van de thema’s wordt gestreefd naar inhoudelijke samenhang, gedeeld pedagogisch handelen en versterking van ouderbetrokkenheid. Voorbeelden hiervan zijn een gezamenlijke start of afsluiting van het thema, uitwisseling van materialen, gezamenlijke ouderbijeenkomsten of wijkgerichte activiteiten.
Deze gezamenlijke aanpak bevordert herkenbaarheid, continuïteit en een rijke leeromgeving voor het kind, zowel thuis als binnen de opvang en op school. Over deze doelstelling wordt structureel teruggekoppeld binnen het VVE-netwerk. De gemeente rapporteert jaarlijks het percentage koppels dat de doelstelling heeft behaald. Deze gegevens maken onderdeel uit van de VVE-monitoring en geven inzicht in de mate van samenwerking en uitvoering op locatie. Daarnaast hanteert de gemeente de doelstelling om jaarlijks bij alle locaties van de peuteropvang een visitatie uit te voeren, in samenwerking met de leidinggevende van de betreffende locatie. Tijdens deze bezoeken wordt gezamenlijk gereflecteerd op de resultaten van het koppel, de werkprocessen, de onderlinge samenwerking, de samenwerking met externe partners en de ambities voor verdere ontwikkeling. In aanvulling hierop wil de gemeente Brunssum ook meer zicht krijgen op de investeringen die partners doen in de ontwikkeling van kinderen. Deze gesprekken dragen bij aan het versterken van de lokale samenwerking en het continu verbeteren van de kwaliteit van het VVE-aanbod.
4.2 Samenwerking, uitvoering en monitoring 4.2.1 Werkwijze en gezamenlijke uitvoering van VVE De uitvoering van het VVE-beleid in Brunssum is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van peuteropvang, kinderopvang, basisscholen, jeugdgezondheidszorg en andere zorg- en welzijnspartners. Alle VVE-locaties voeren een gecertificeerd VVE-programma uit dat voldoet aan de landelijke kwaliteitseisen en de afspraken uit dit beleidsplan en de lokale subsidieregeling. De programma’s worden ondersteund door observatiemethodieken die, hoewel verschillend in uitvoering, zijn gebaseerd op de landelijke ontwikkelingsdoelen van het SLO. Deze doelen beschrijven wat jonge kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling moeten leren om goed voorbereid te zijn op het basisonderwijs. De resultaatafspraken in dit beleidsplan zijn hierop afgestemd, zodat uitwisseling en vergelijking van ontwikkelresultaten mogelijk blijft, ongeacht het gebruikte systeem.
24
4.2.2 Monitoring en evaluatie van resultaten In Brunssum wordt gewerkt aan het versterken van opbrengstgericht werken binnen VVE. De gemeente streeft naar een werkwijze waarin VVE-aanbieders structureel ontwikkelgegevens vastleggen en geaggregeerd en geanonimiseerd delen. Deze informatie biedt inzicht in het bereik van het aanbod, de ontwikkeling van kinderen en de effectiviteit van de ingezette werkwijze. Pedagogisch medewerkers registreren deze gegevens met inachtneming van de AVG en de gemaakte afspraken, onder meer via verwerkersovereenkomsten. De gemeente onderzoekt daarnaast de mogelijkheid om in de toekomst ook ontwikkelgegevens uit groep 1/2 te betrekken bij de VVE-monitoring, op wijk- of locatieniveau. Hierdoor kan de overgang van peuter naar kleuter beter worden gevolgd en kan het kind centraler worden gesteld in de analyse en verbetering van het aanbod. De verzamelde gegevens vormen een basis voor de dialoog binnen het VVE-netwerk, het opstellen van gerichte verbeterplannen en het onderbouwen van beleidskeuzes. 4.2.3 Structurele kwaliteitsverbetering VVE-aanbod Het OAB- en VVE-beleid in Brunssum is dynamisch en wordt periodiek bijgesteld op basis van: • Realisatiecijfers; • Inbreng vanuit (koppel)overleggen; • Inspectierapporten (Onderwijs en GGD); • Signalen uit de praktijk, inclusief behoeften vanuit kindmaatwerk; • Beleidsdoelen uit de BEA.
Beleid kan worden aangepast op basis van bovenstaande, maar blijft daarbij wel in lijn met de koers van de herijking van het sociaal domein, de programma’s Noord en Oost, en het Koerskompas. In Brunssum zijn in de afgelopen jaren structurele maatregelen doorgevoerd om de kwaliteit van VVE duurzaam te versterken. Deze maatregelen omvatten onder andere: • Jaarlijkse visitaties op alle peuteropvanglocaties, uitgevoerd door de locatieleiding samen met de gemeente, gericht op samenwerking, proceskwaliteit en verdere ontwikkeling; • Uitgebreide logopedische screening: alle kinderen worden vóór hun vijfde verjaardag gescreend, VVEpeuters vóór 3,5 jaar, met opname van de resultaten in het peutervolgsysteem; • Verbreding van het VVE-aanbod bij meerdere aanbieders, waaronder PLUK en commerciële kinderopvang, ter versterking van spreiding en toegankelijkheid; • Verkenning van kindvolgende financiering, gericht op de structurele inbedding van VVE binnen de dagopvang.
25
4.2.4 Werken aan verbeterplannen Wanneer uit inspecties, monitoring of evaluaties blijkt dat verbetering nodig is, worden hierover afspraken gemaakt met en tussen de betrokken organisaties. Deze afspraken worden voorbereid in de projectgroep VVE (onderdeel van de BEA), geformaliseerd tijdens bestuurlijke overleggen en vastgelegd in notulen of afzonderlijke verbeterplannen. Bij complexere situaties kan worden besloten om een specifiek verbeterplan op te stellen, gericht op procesverbetering, professionalisering of afstemming in de samenwerking. Het VVE-netwerk Brunssum speelt hierin een centrale rol. In dit netwerk worden realisatiecijfers, evaluaties en signalen uit de praktijk besproken, en worden verbetervoorstellen voorbereid die teruggekoppeld worden naar het bestuurlijk overleg en de projectgroep VVE. Voor de komende beleidsperiode ligt de focus op: • Het verkleinen van de doelgroep door preventief in te zetten op versterking van de ontwikkeling en normalisering: wat is er nodig om te voorkomen dat kinderen tot de doelgroep gaan behoren? • Het ontwikkelen van passende ondersteuning voor kinderen die niet aan de VVE-criteria voldoen, maar zich wel in een kwetsbare ontwikkelpositie bevinden: hoe bieden we perspectief aan kinderen aan de rand van de doelgroep?
4.3 Gezamenlijk bewaken van de kwaliteit 4.3.1 Interne kwaliteitszorg bij voor- en vroegscholen Kwaliteitszorg binnen VVE betekent dat alle betrokken partijen samenwerken aan het realiseren en behouden van de gewenste onderwijskwaliteit. In Brunssum is het bewaken van de kwaliteit van VVE ingebed in de bredere ontwikkelambities zoals geformuleerd in de Brunssumse Educatieve Agenda. Interne kwaliteitszorg binnen VVE is een cyclisch proces van plan – do – check – act, waarin evaluatie, implementatie, borging en – indien nodig – bijstelling structureel plaatsvinden in samenwerking met betrokken partners. Belangrijke elementen binnen dit proces zijn: • Toetsen of de uitvoering van VVE plaatsvindt conform de geldende wet- en regelgeving én de lokale afspraken; • Signaleren van knelpunten in uitvoering, samenwerking of resultaten; • Onderzoeken waar kwaliteitsverbetering wenselijk of noodzakelijk is en deze verbeteringen daadwerkelijk implementeren; • Borgen van succesvolle werkwijzen binnen organisaties en het netwerk; • Regelmatig gezamenlijk evalueren binnen organisaties en in het VVE-netwerk; • Waar nodig kritisch durven zijn: ‘nee’ zeggen tegen initiatieven die onvoldoende bijdragen en stoppen met activiteiten die niet effectief zijn.
Zowel de voor- als vroegscholen hanteren hiervoor hun eigen kwaliteitszorgsystemen, waarin pedagogische, organisatorische en ontwikkelgerichte aspecten geïntegreerd zijn. De gemeente faciliteert deze ontwikkeling via overleg, ondersteuning en monitoring, stimuleert het delen van goede voorbeelden tussen partners en toetst of de ingezette kwaliteitsontwikkeling in lijn ligt met de eigen koers en ambities. 4.3.2 Externe toetsing door de GGD Naast de interne kwaliteitsborging vindt er externe toetsing plaats. De GGD Zuid-Limburg inspecteert jaarlijks of het VVE-aanbod op de kinderopvanglocaties voldoet aan de wettelijke eisen. Gastouderlocaties 26
worden eenmaal per twee jaar geïnspecteerd. Deze inspecties zijn gebaseerd op landelijke wet- en regelgeving en worden uitgevoerd in opdracht van de gemeente. De uitkomsten van de inspecties worden gepubliceerd via het Landelijk Register Kinderopvang en opgenomen in de jaarverantwoording van de betreffende organisaties. Als de GGD tijdens een inspectie een tekortkoming vaststelt, wordt – waar mogelijk – eerst een hersteltraject ingezet. Als herstel uitblijft, is het aan de gemeente om handhavend op te treden, conform het vastgestelde handhavingsbeleid. De gemeenten in Zuid-Limburg hanteren hierbij uniforme handhavingsafspraken, die per type overtreding vastleggen welke maatregel van toepassing is. In Brunssum geldt de ambitie om te komen tot een 100% score 'niet-handhaven' op VVE-locaties: een situatie waarin alle aanbieders structureel voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. In 2024 vonden op alle VVE-locaties onaangekondigde inspecties plaats, waarbij geen tekortkomingen werden geconstateerd Daarnaast sluit de GGD jaarlijks aan bij een inhoudelijk overleg met alle VVE-aanbieders in Brunssum. Dit overleg is ontstaan vanuit de behoefte om met elkaar in gesprek te gaan over de uitvoeringspraktijk, professionele uitdagingen (zoals personeelstekorten), en de afwegingen die organisaties maken binnen hun wettelijke kaders.
Door dit gesprek te voeren, ontstaat wederzijds begrip en wordt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veilige, verantwoorde en kwalitatief sterke opvang versterkt.
27
5. VVE aanbod in Brunssum Bij het bestrijden van onderwijsachterstanden zijn verschillende partijen betrokken. Centraal hierin staan de landelijke en lokale overheid, de jeugdgezondheidszorg, het onderwijs en de voorschoolse voorzieningen. De landelijke overheid geeft de wettelijke kaders en stelt aanvullende middelen beschikbaar voor de uitvoering van het onderwijsachterstanden-beleid door gemeenten en onderwijsorganisaties.
5.1 Achtergrond en Doelstelling De gemeente Brunssum kent vier organisaties die VVE aanbod aanbieden, te weten Humankind, FLOW Kinderopvang, PimPoemPoentje BV en Pluk (onderdeel van CMWW). De gemeente Brunssum kent in 2025 de volgende (VVE)-locaties: Peuteropvang - VVE PLUK Centrum PLUK Centrum-Noord PLUK Noord PLUK Oost PLUK Zuid PLUK West TOTAAL
Aanbieder PLUK / CMWW PLUK / CMWW PLUK / CMWW PLUK / CMWW PLUK / CMWW PLUK / CMWW
Buurt/wijk Centrum Centrum-N. Noord Oost Zuid West
Groepen 2 1,5 1 1 1 2 8,5
Naam gekoppelde basisschool VVE BS Trampoline & BS de Opstap BS Caleidoscoop BS Titus Brandsma BS Meander BS Langeberg BS Vlindertuin & BS St. Franciscus
Kinderdagverblijf - VVE KDV de Springplank AKC PimPamPoentje KDV Rollebol KDV Blitz TOTAAL
Aanbieder FLOW PimPamPoentje BV Humankind Humankind
Buurt/wijk Centrum Noord Oost Zuid
Groepen 1 1 1 1 4
Naam gekoppelde basisschool VVE BS Trampoline & BS de Opstap BS Titus Brandsma BS Meander BS Langeberg
Het aantal groepen van de peuteropvang: dit betreft verticale gemengde groepen van doelgroep- en nietdoelgroep kinderen. Alle kinderen volgen het VVE-programma. Een groep = 16 kinderen maximaal. Twee groepen betekent maximaal 32 kinderen per dagdeel. Om een indruk te krijgen hoeveel jonge kinderen we in Brunssum hebben, is hieronder een overzicht opgenomen per wijk van het aantal kinderen van 0-4 jaar. Aantal kinderen 0-4 jaar per wijk (1-1-2025)
Jongens
Meisjes
totaal
Brunssum Centrum Brunssum Noord Brunssum Oost Brunssum Zuid Brunssum West Totaal
94 117 111 63 147 532
107 113 104 64 150 538
201 230 215 127 297 1070
28
Leerlingenprognoses basisonderwijs Brunssum
(Pronexus, 2025, leerlingenprognose en Leerlingenprognose en ruimtebehoefte (speciaal) basisonderwijs 2025, p. 5).
De leerlingprognoses in de gemeente Brunssum blijven in de komende jaren redelijk stabiel, rond de 1900 kinderen. Dit wordt onder andere geconcludeerd uit de woningbouwprogrammering en het aantal geboorten in de gemeente. In de wijk West is op lange termijn een daling van 25 kinderen binnen de doelgroep terug te zien. Daarentegen groeien de wijken Noord en Oost licht.
5.2 Afspraken rond plaatsing en toewijzing VVE-plekken Op grond van het landelijk VVE-beleid (vanaf 1 augustus 2020) hebben alle peuters met een VVE-indicatie recht op 16 uur voorschoolse educatie per week. Deze uren mogen flexibel over meerdere schoolweken worden verdeeld, zolang het totaal van 960 uur binnen een jaar wordt behaald. In Brunssum wordt dit aanbod aangeboden in gemengde groepen, waarin doelgroep- en niet-doelgroeppeuters samen deelnemen. De gemeente Brunssum beschouwt peuteropvang als een laagdrempelige en ontwikkelingsgerichte voorziening voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar. Spelenderwijs leren, sociale interactie en een goede voorbereiding op de basisschool staan daarbij centraal. De kracht van de Brunssumse peuteropvang ligt in het grote bereik, de lokale verankering en de nauwe samenwerking met het onderwijs. Om gelijke onderwijskansen te waarborgen, geldt het uitgangspunt dat geen enkele doelgroeppeuter op een wachtlijst terechtkomt. Wanneer op een locatie geen plek beschikbaar is, wordt actief gezocht naar een 29
passend alternatief op een andere VVE-locatie. De gemeente monitort jaarlijks, in overleg met de VVEaanbieders, of het aanbod voldoende aansluit op de lokale vraag. Doelgroepkinderen krijgen voorrang bij plaatsing wanneer groepen vol zijn. De gemeente evalueert jaarlijks of de beschikbare capaciteit toereikend is voor de verwachte doelgroep. In sommige situaties kiezen ouders ervoor hun kind te plaatsen op een VVE-locatie buiten de eigen woonplaats, bijvoorbeeld wanneer oudere broers of zussen al op een basisschool in een buurgemeente zitten. In dat geval kan het praktisch zijn om onderwijs en opvang op één locatie te organiseren. Intergemeentelijke afspraken bepalen of kinderen uit andere gemeenten gebruik kunnen maken van VVEaanbod dat door de gemeente Brunssum wordt gesubsidieerd. Uitgangspunt is dat dit alleen mogelijk is bij een aantoonbaar duurzame schoolkeuze in Brunssum. Voor kinderen die buiten de gemeentegrens wonen en die géén recht hebben op gesubsidieerde peuteropvang in Brunssum, gelden de volgende voorwaarden: • Ouders betalen het volledige bruto-uurtarief; • Zij kunnen – indien van toepassing – gebruikmaken van kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst; • Er moet plek beschikbaar zijn in de betreffende groep. Deze situaties worden altijd individueel beoordeeld, in overleg tussen ouders, de VVE-aanbieder en de gemeente.
5.3 Gemeentelijke aanpak en uitvoering Gemeenten zijn wettelijk verplicht om peuters van 2,5 tot 4 jaar met een VVE-indicatie een aanbod van 16 uur per week te bieden. Daarnaast stimuleert het Rijk, via het akkoord ‘Aanpak tekort kinderopvangmedewerkers’, een toenemende inzet van hbo-geschoolde professionals in de VVE. Ook is de rol van gemeenten verder aangescherpt: zij blijven verantwoordelijk voor het VVE-aanbod én voor de bekostiging van peuteropvang voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. Voor ouders met toeslagrechten ligt de verantwoordelijkheid voor de financiering bij het Rijk. De inrichting en organisatie van het VVE-aanbod in Brunssum zijn vastgelegd in de Beleidsregeling VVE. Hierin zijn onder andere bepalingen opgenomen over toegankelijkheid, omvang van het aanbod, organisatievormen en ouderbijdragen. De uitvoering wordt jaarlijks geëvalueerd in overleg met de VVEaanbieders en de VVE-werkgroep. Waar nodig worden de beleidsuitgangspunten geactualiseerd, mede op basis van landelijke ontwikkelingen, beschikbare middelen en lokale behoeften.
30
6. Ondersteuning voor Nieuwkomers en NT2-Peuters Op grond van de Wet Primair Onderwijs (artikel 193 e.v.) is de gemeente verantwoordelijk voor het maken van afspraken over de organisatie van onderwijs aan nieuwkomers. Dit betreft onder andere: • Het voorzien in voldoende onderwijsplaatsen voor nieuwkomers; • Het verzekeren dat nieuwkomers tijdig worden ingeschreven op een school; • Het organiseren van een doorlopende leerlijn voor nieuwkomers, inclusief de benodigde ondersteuning. In Brunssum streven we naar kansengelijkheid voor alle kinderen. Nieuwkomers bieden we een krachtige start, met extra aandacht voor taalontwikkeling (NT2), zodat zij zich snel thuis, verbonden en taalvaardig voelen in hun eigen wijk en leefomgeving.
Aanpak NT2 in Brunssum Voorschoolse fase: Peuters van statushouders, arbeidsmigranten of uit Oekraïne kunnen deelnemen aan het VVE-aanbod bij de aangesloten peuteropvangorganisaties. De pedagogisch medewerkers hebben basiskennis van NT2begeleiding en hanteren thematisch en visueel ondersteund aanbod dat geschikt is voor meertalige kinderen. Er is aandacht voor oudercommunicatie en opbouw van een vertrouwensrelatie. Basisonderwijs / 4-12 jaar: Nieuwkomers en Oekraïense kinderen op de basisschool worden geplaatst op: • De Taalschool Werelddelen of de Taalklas van de Paulusschool, afhankelijk van leeftijd, startniveau en beschikbare capaciteit; • In sommige gevallen, bij voldoende taalvaardigheid, direct in een reguliere groep op een wijkbasisschool (bijvoorbeeld als het kind al geletterd is); Voortgezet onderwijs: Leerlingen vanaf 12 jaar stromen in bij de Internationale Schakelklassen (ISK) van LVO, locatie Emmacollege, waar zij gericht werken aan het behalen van minimaal taalniveau A2 en voorbereiding op vervolgonderwijs. Doelstelling regio Parkstad Minimaal 70% van de NT2 leerlingen stroomt na 1 jaar door naar regulier onderwijs. Iedere NT2-leerling wordt ingeschreven bij een ‘moederschool’ in de wijk. Indien het kind eerst start in een taalklas of taalschool, blijft deze school nauw in contact met de moederschool via het Knooppunt van Zorg.
De leerling maakt gedurende de plaatsing in de taalklas al kennis met de moederschool en de toekomstige klas. De warme overdracht wordt vormgegeven conform de regionale afspraken, met betrokkenheid van ouders, leerling, leerkracht en coördinator NT2. Indien een leerling langer dan één jaar onderwijs in een taalschool volgt, wordt in overleg tussen de betrokken school, ouders en de gemeente afgestemd wat het meest passende vervolgaanbod is. Hierbij
31
wordt rekening gehouden met de ontwikkelbehoefte, groepsgrootte op de reguliere school en sociale aspecten.
32
7. Aanvullende projecten en initiatieven Naast de gemeentelijke bekostiging van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) worden in Brunssum aanvullende projecten en initiatieven mogelijk gemaakt. Deze komen tot stand in afstemming met partners uit onderwijs, zorg en welzijn, en sluiten aan bij de ambities van de Brunssumse Educatieve Agenda (BEA). De initiatieven zijn gericht op het versterken van ontwikkelkansen, het ondersteunen van gezinnen en het voorkomen van onderwijsachterstanden. Omdat meebewegen met toekomstige ontwikkelingen essentieel is, worden projecten voortdurend afgestemd op de leidende kaders van de BEA, het Koerskompas, de herijking van het sociaal domein en de, met name voor het onderwijs voelbare, uitdagingen van inclusief onderwijs. Bestaande initiatieven kunnen hierdoor doorontwikkelen naar vernieuwde versies, of plaatsmaken voor nieuwe, passende projecten die inspelen op actuele opgaven.
7.1 Rupsjes: van vroegsignalering naar vroegaanpak Sinds 2018 biedt de gemeente Brunssum voor peuters en kleuters (2–5 jaar) met een ondersteunings- of zorgbehoefte een gespecialiseerde voorziening aan onder de naam ‘Rupsjes’. Deze groep is ontstaan vanuit de aanpak vroegsignalering op de voorscholen, waarbij coaches mogelijke ontwikkelingsachterstanden signaleren en direct doorpakken naar begeleiding en ondersteuning. De Rupsjes-groep biedt kinderen met bijvoorbeeld een spraak-taalachterstand, motorische achterstand of medische problematiek een veilige en vertrouwde plek dichtbij huis, in een zo regulier mogelijke setting. Hierdoor wordt zwaardere hulp – zoals plaatsing in een medisch kinderdagverblijf – vaak voorkomen. In de groep Rupsjes krijgen kinderen extra aandacht voor hun taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek. Deze vroegtijdige interventie helpt kinderen steviger aan hun reguliere basisschoolloopbaan te beginnen, zonder onnodige etiketten of zorgindicaties. De setting is kleinschalig, vertrouwd en goed ingebed in de bestaande structuren van peuteropvang en onderwijs. Ouders ervaren de nabijheid, laagdrempeligheid en afstemming met de reguliere kinderopvang als zeer positief. De groep Rupsjes sluit aan bij landelijke beleidslijnen zoals de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE), de Jeugdwet en de Wet Passend Onderwijs.
In plaats van individuele indicaties werkt Brunssum met groepsfinanciering, vergelijkbaar met het doelgroeparrangement op SBO Boemerang en de pilot Startklas. Deze werkwijze maakt het mogelijk om snel en flexibel ondersteuning in te zetten waar nodig, zonder bureaucratische drempels. Deze groepsfinanciering wordt bekostigd vanuit de Jeugdwet.
7.2 Startklas versus inclusieve instroomgroep Om jonge kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte een kansrijke start te bieden in het reguliere onderwijs, startte Brunssum in het schooljaar 2019–2020 met de Startklas op basisschool Meander in Brunssum-Oost. In deze kleinschalige klas, met een leerkracht, onderwijsassistent en een structureel aanwezige zorgprofessional, kregen leerlingen met een ontwikkelachterstand of zorgvraag gedurende maximaal één schooljaar intensieve begeleiding. Het doel was om te voorkomen dat kinderen onnodig uitstromen naar het speciaal (basis)onderwijs en hen in staat te stellen hun schoolloopbaan binnen het regulier onderwijs voort te zetten.
33
Deze aanpak is inmiddels doorontwikkeld binnen de landelijke experimenteerregeling Met elkaar voor alle kinderen en jongeren. In samenwerking met stichting MOVARE, SBO De Boemerang, zorgpartners (zoals Radar, Xonar, HumanKind en CMWW) én met ondersteuning van de gemeente, is een inclusieve instroomgroep opgezet binnen Kindcentrum Brunssum-Oost. Hier leren en ontwikkelen kinderen van 4–5 jaar met en zonder ondersteuningsbehoefte samen in een setting die gericht is op inclusie, maatwerk en samenwerking. Onderwijs, opvang en zorg worden er integraal georganiseerd binnen multidisciplinaire teams, met aandacht voor groepsverkleining, versterking van het onderwijsteam en het combineren van reguliere en zorgmiddelen in één bekostigingsmodel. De verdere doorontwikkeling van deze aanpak wordt mede gevoed door de resultaten van een participatief onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen, uitgevoerd in samenwerking met schoolbesturen in Zuid-Limburg. Dit onderzoek richt zich op de gewenste situatie rond inclusieve onderinstroom en de stappen die nodig zijn om die te realiseren. De pilot wordt nauw gemonitord en geldt als inspirerend voorbeeld voor het ontwikkelen van nieuwe initiatieven waarmee leerlingen binnen het regulier onderwijs passend kunnen worden ondersteund, in lijn met de uitgangspunten van inclusief onderwijs.
Met deze aanpak ondersteunt de gemeente, samen met haar partners, de ontwikkeling van een inclusieve leeromgeving waarin elk kind op een passende plek kan starten en doorgroeien. Om deze beweging verder te versterken, kunnen de voor- en vroegcoaches mogelijk een belangrijke rol spelen in de verbinding tussen de partners én bij de verdere ondersteuning van leerlingen binnen het reguliere onderwijs.
7.3 Voor- en Vroegcoaches Vanaf 2022 zijn pedagogisch coaches verplicht gesteld binnen het landelijk VVE-beleid voor locaties waar doelgroepkinderen worden opgevangen. Deze verplichting vloeit voort uit de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK). Kinderopvangorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het aanstellen en bekostigen van deze coaches. Zij begeleiden pedagogisch medewerkers in hun dagelijkse praktijk, ondersteunen bij het versterken van het pedagogisch klimaat en spelen een rol bij het vormgeven van ouderbetrokkenheid. Binnen de gemeente Brunssum vormen voor- en vroegcoaches een onmisbare schakel in het versterken van de doorgaande lijn tussen peuteropvang en basisonderwijs. De inzet van deze coaches sluit direct aan bij de ambities van de nieuwe BEA, waarin kansengelijkheid, inclusie en integrale samenwerking centraal staan. Zij ondersteunen kinderen, ouders en professionals met als doel ontwikkelingsachterstanden vroegtijdig te signaleren en gericht aan te pakken. In het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is er aanvullend geïnvesteerd in vroegcoaches, hoewel dit geen wettelijke verplichting is. Deze professionals werken nauw samen met leerkrachten, intern begeleiders (IB’ers) en het voorliggend veld (zoals jeugd-gezondheidszorg en maatschappelijk werk).
De vroegcoach is soms dezelfde persoon als de voorcoach op de gekoppelde locatie, wat de afstemming, overdracht en continuïteit in de begeleiding van jonge kinderen aanzienlijk versterkt. De voor- en vroegcoach: • signaleert vroegtijdig ontwikkelproblemen; • ondersteunt pedagogisch medewerkers en leerkrachten; • begeleidt de warme overdracht van peuter naar kleuter; • voert driehoeksgesprekken met ouders en professionals;
34
• verbindt onderwijs, opvang en het voorliggend veld. Scholen en opvanglocaties in Brunssum benoemen de meerwaarde van deze functie als cruciaal in de gezamenlijke aanpak van inclusie, preventie en kansengelijkheid. De coaches dragen bij aan het normaliseren van problematiek door tijdig te handelen met lichte ondersteuning, en voorkomen daarmee onnodige verwijzing naar geïndiceerde zorg. De coaches zijn ook vaste partners in de lokale Knooppunten, waarin casuïstiek en ontwikkelbehoeften van kinderen integraal besproken worden. Het voortzetten en structureel borgen van de inzet van voor- en vroegcoaches is essentieel voor de continuïteit van het brede onderwijsachterstandenbeleid in Brunssum.
7.4 Schoolmaatschappelijk Werk (SMW) Sinds 2021 wordt in Brunssum schoolmaatschappelijk werk (SMW) structureel ingezet in het basisonderwijs. Wat begon als een maatregel binnen het NPO om de sociaal-emotionele impact van Corona bij kinderen en gezinnen te verzachten, is uitgegroeid tot een waardevolle preventieve voorziening in het voorliggend veld. SMW wordt verzorgd door het CMWW en levert maatwerk per school, met ondersteuning aan groepen, individuele leerlingen en ouders. Het SMW is nauw verweven met het werk van de voor- en vroegcoaches, de IB’ers en het team Toegang Jeugd. De samenwerking tussen schoolmaatschappelijk werkers, scholen en ouders verloopt laagdrempelig, waardoor signalen snel worden opgepakt en ondersteuning preventief kan worden geboden. Deze aanpak sluit aan bij de uitgangspunten van de Brunssumse Educatieve Agenda (BEA): normaliseren waar mogelijk, integreren waar wenselijk, en versterken waar nodig. De SMW biedt: • Individuele ondersteuning aan leerlingen (o.a. weerbaarheid, faalangst, thuissituaties); • Deelname aan en ondersteuning van de Knooppunten op school; • Laagdrempelige spreekuren voor ouders; • Trainingen als Rots en Water of het Vriendenprogramma (voorheen ook onder schooltijd); • Versterking van de doorgaande lijn, ook richting VO (informele overdracht).
Scholen geven aan dat het SMW bijdraagt aan het opvangen van opvoedkundige en sociale vraagstukken die anders niet of pas veel later zichtbaar worden. De expertise van de SMW’er op het gebied van thuisproblematiek, oudercommunicatie en informele begeleiding is niet aanwezig binnen het regulier onderwijs. Zonder deze voorziening vallen juist kwetsbare gezinnen eerder buiten beeld. De inzet van SMW vormt een cruciale schakel in het creëren van een veilige, toegankelijke en ondersteunende leeromgeving waarin kinderen zich gezien, gehoord en gesteund voelen. Juist voor kinderen die tijdelijk extra ondersteuning nodig hebben, draagt SMW bij aan het behoud van perspectief en stabiliteit binnen hun schoolloopbaan. Het structureel behouden van deze functie wordt door scholen, ouders en samenwerkingspartners als essentieel ervaren.
7.5 Logopedische Screening en Taalstimulering in Brunssum Een sterke taalontwikkeling is een onmisbare basis voor de sociale, emotionele en cognitieve groei van kinderen. Het opent niet alleen de deur naar schoolsucces, maar ook naar volwaardige deelname aan de samenleving. Daarom zet Brunssum actief in op het vroegtijdig signaleren van spraak- en taalproblemen
35
bij jonge kinderen. Deze gerichte inzet ondersteunt de inclusieve ambitie van de gemeente: ieder kind moet vanaf het allereerste begin de kans krijgen om zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Peuters rond de leeftijd van 3,5 jaar worden binnen de kinderopvang en peuteropvanglocaties gescreend door logopedisten. Ouders geven hiervoor vooraf toestemming. Kinderen die geen gebruikmaken van voorschoolse voorzieningen worden in groep 1 of 2 van de basisschool gescreend. De uitkomsten worden gedeeld met ouders en – met hun toestemming – opgenomen in het peutervolgsysteem en benut bij de warme overdracht naar school. In samenwerking met BCO Onderwijsadvies wordt gewerkt aan taalstimulering binnen zowel voorscholen (voor peuters) als vroegscholen (voor kleuters). Logopedisten voeren groepsobservaties uit en screenen, indien nodig, aanvullend op individueel niveau. Pedagogisch medewerkers en leerkrachten ontvangen gerichte adviezen, en ouders worden ondersteund in het stimuleren van taal en communicatie thuis. Waar nodig wordt doorverwezen naar gespecialiseerde hulp zoals logopedie, de jeugdgezondheidszorg of een KNO-arts. Deze aanpak is ingebed in de lokale infrastructuur van brede voorzieningen en vindt plaats in een vertrouwde omgeving, dicht bij huis.
Samen met partners als PLUK, het basisonderwijs, jeugdgezondheidszorg en voor- en vroegcoaches wordt gewerkt aan een samenhangende aanpak rondom taalontwikkeling.
7.6 Project Dyslexie in Transitie Naast de inzet op logopedische screening en taalstimulering werkt de gemeente Brunssum met partners in onderwijs en zorg ook aan het project ‘Dyslexie in Transitie’. De doelstellingen van het project zijn: • Het betrouwbaar vaststellen van de ernst en hardnekkigheid bij (vermoedens van) dyslexie, ter voorkoming van onnodige verwijzingen (geen vals-positieven); • Het voorkomen van sociaal-emotionele problemen bij kinderen door vroegtijdige signalering en ondersteuning; • Ouders een gelijkwaardige positie geven in het proces van onderwijs en zorg; • Leerkrachten coachen in hun aanpak en handelingsverlegenheid verminderen; • Het realiseren van doelstellingen uit de Jeugdwet zoals preventie, ontschotting van beleid en het bevorderen van kansengelijkheid. Scholen hebben inmiddels waardevolle expertise opgebouwd, en het samenwerkingsnetwerk rond dyslexie functioneert goed. Toch blijft jaarlijkse afstemming met betrokken specialisten belangrijk om kennis te borgen, casuïstiek te bespreken en trends tijdig te signaleren. De betreffende partners voeren de dyslexieonderzoeken uit en zorgen daarbij voor advisering en terugkoppeling richting zowel ouders als scholen.
7.7 Dyscalculie: preventieve aanpak en pilot Analoog aan de succesvolle aanpak van dyslexie is in Brunssum een traject gestart rondom dyscalculie. Dyscalculie kent veel parallellen met dyslexie: het gaat om hardnekkige automatiseringsproblemen die een aanzienlijke impact hebben op het leerproces. In tegenstelling tot dyslexie is dyscalculie echter niet erkend binnen de Jeugdwet, waardoor er geen vergoeding beschikbaar is. Daardoor blijft passende ondersteuning vaak uit en krijgen kinderen met ernstige rekenproblemen niet de hulp die zij nodig hebben om zich volwaardig te ontwikkelen en hun zelfvertrouwen te versterken.
36
Om die reden is de gemeente Brunssum, in samenwerking met specialisten van RID, intern begeleiders van de basisscholen en onderwijsadviseurs, gestart met een preventieve en inclusieve aanpak van dyscalculie. Deze aanpak richt zich enerzijds op het versterken van de ondersteuning binnen scholen, en anderzijds op het verkleinen van ongelijkheid in toegang tot hulpverlening. In schooljaar 2023–2024 is gestart met een pilot op vier basisscholen. De aanpak was aanvankelijk gericht op groepsinterventies, maar is op basis van de eerste ervaringen bijgesteld naar meer individuele begeleiding. Bij de evaluatie worden niet alleen toetsresultaten betrokken, maar ook de ervaringen van ouders, leerkrachten en leerlingen. De uitkomsten worden gebruikt om de aanpak verder te verbeteren en uit te breiden naar andere scholen vanaf schooljaar 2025–2026.
7.8 Gezondheid en Bewegen Uit landelijke cijfers van onder meer het RIVM en de GGD blijkt dat kinderen met een lagere sociaaleconomische achtergrond vaker kampen met overgewicht en minder bewegen dan hun leeftijdsgenoten. Preventief gezondheidsbeleid binnen het onderwijs biedt juist voor deze groep belangrijke kansen. Door gezonde voeding en voldoende beweging structureel onderdeel te maken van het schoolklimaat, wordt gewerkt aan het doorbreken van intergenerationele achterstanden en aan het versterken van de weerbaarheid van kinderen voor de toekomst. De gemeente Brunssum zet stevig in op het vergroten van kansengelijkheid en het stimuleren van een gezonde ontwikkeling van haar jeugd, onder meer via het Koerskompas en de Herijking van het sociaal domein. In lijn met de ambities van de Brunssumse Educatieve Agenda (BEA) investeert de gemeente in preventieve maatregelen die bijdragen aan de fysieke, mentale en sociale veerkracht van kinderen en jongeren. Een belangrijk speerpunt is het stimuleren van gezonde voeding en een actieve leefstijl. Op alle Brunssumse basisscholen én het voortgezet onderwijs is inmiddels een gezonde pauze met fruit en groente gerealiseerd. Deze maatregel wordt structureel voortgezet. Ook sport en beweging blijven een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk beleid. De inzet van gemeentelijke sportconsulenten vormt hierin een onmisbare schakel.
Zij ondersteunen scholen bij het organiseren van bewegingsactiviteiten, stimuleren sportdeelname onder kinderen en dragen bij aan het bevorderen van een actieve leefstijl. De versterkte samenwerking tussen onderwijs en sportaanbieders sluit aan op het streven naar brede schoolontwikkeling binnen de BEA.
37
8. Afstemming, verantwoording en financiën Onderwijsachterstandenbeleid Met het vaststellen door de Gemeenteraad van de Brunssumse visie “Koerskompas” is het beleid bepaald om te investeren in onze kinderen (zie ook hoofdstuk 1). In het vastgestelde document “Herijking Sociaal Domein” krijgt het onderwijsbeleid een fundamentele basis om dit beleid te realiseren. Dit geldt ook voor de Hervormingsagenda Jeugd(wet). Om de doelen uit deze kadernota’s te kunnen realiseren, is de verbinding met het onderwijs noodzakelijk. Het is belangrijk om zaken in de context van het gezin op te pakken. Niet altijd is jeugdhulp (meteen) de meest passende hulp en veelal is dit ook net nodig. Dit betekent o.a. het versterken van de verbinding met het onderwijs. Geldzorgen, schulden, leven rondom de armoedegrens, scheidingen zorgen in gezinnen voor veel leed en stress. Hierdoor ontstaan ook achterstanden op andere gebieden, zoals mentale en fysieke gezondheid, werk, opvoeding, onderwijs en veiligheid. Bovendien wordt deze problematiek vaak doorgegeven aan de volgende generatie. Dit vraagt om ondersteuning van kind en gezin en investeren in o.a. het onderwijs, met name in de afstemming onderwijs en zorg. Met het investeren in onderwijs, kunnen we een vermindering van het beroep op jeugdhulp realiseren. De vastgestelde documenten m.b.t.
visie Brunssum (Koerskompas), Sociaal Domein, Hervormingsagenda Jeugd vragen om investeren in onze kinderen om kansen en ontwikkeling tot groei te brengen. De gemeente Brunssum heeft afgelopen jaren het onderwijs- en jeugdbeleid geïntensiveerd, als aanvulling op het wettelijk verplichte aanbod van voorschoolse educatie. Uit de praktijk bleek dat veel jonge kinderen instromen en een (dreigende) achterstand hebben in hun ontwikkeling. Dat blijkt onder andere uit de toename van het aantal doelgroepkinderen2 en het aantal kinderen dat gebruik maakt van vormen van zorg op basis van de Jeugdwet. Met een VVE-aanbod kunnen zij deze achterstand inlopen. Preventie en vroegsignalering zijn hierbij belangrijk. Hiertoe hebben wij het VVE-/onderwijsbeleid o.a. uitgebreid met coaches in voor- en vroegscholen en schoolmaatschappelijk werk. Om meerdere redenen vraagt de financiering van ons Onderwijsachterstandenbeleid om bestuurlijke besluiten. We zien namelijk een toename van het aantal kinderen met een achterstand rondom taal/spraakontwikkeling. Daarnaast zien we ook dat de Brunssumse kinderen en gezinnen complexere zorgvragen hebben. Daarnaast is er sprake van stijging van de loonkosten en het wegvallen van financiële middelen vanuit het Rijk en de verlaging van ons structurele Rijksbudget. Dit maakt dat de huidige uitgaven voor het onderwijsbeleid hoger zijn dan de beschikbare budgetten.
Het is belangrijk om ons te realiseren dat het financieren van de interventies en projecten uit dit Onderwijsachterstandenbeleid een investering is in de toekomst van onze kinderen. Door nú te investeren in kansengelijkheid/inclusie, bouwen we aan een rechtvaardige en sterke samenleving voor de toekomst van onze kinderen, in ons menselijk kapitaal. Investeren in kinderen is cruciaal om achterstanden in het onderwijs te voorkomen en een sterke basis te leggen voor de toekomst van onze kinderen. Preventief investeren is effectiever dan later remediëren. Investeren in sociale vaardigheden, emotionele ontwikkeling en zelfvertrouwen maakt kinderen weerbaarder voor uitdagingen later in het leven.
2 Doelgroepkinderen zijn peuters die door de Jeugdgezondheidszorg zijn geïndiceerd, omdat er sprake is van een
risico op ontwikkelingsachterstand.
38
Door vroeg en gericht te investeren in kinderen, bouwen we aan een samenleving waarin iedereen een eerlijke kans krijgt. In dit hoofdstuk is uitgewerkt welke budgetten er zijn en wat de kosten zijn van de voorstellen die zijn opgenomen in dit plan.
8.1 Budget Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) De gemeente ontvangt sinds diverse jaren van het Rijk een SPUK (specifieke uitkering) voor Onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Vanaf 2019 is dit budget OAB voor diverse gemeenten (waaronder de gemeente Brunssum) gestegen, vanwege toepassing van nieuwe CBS-criteria voor de berekening van achterstanden. Het budget OAB kan worden ingezet voor het voorkomen/aanpakken van onderwijsachterstanden voor kinderen tot en met 12 jaar (basisschoolleeftijd). Dit kan een breed palet aan maatregelen zijn, zoals we afgelopen jaren hebben gedaan. De stijging van het ontvangen OAB-budget, incl. de uitgaven, ziet er als volgt uit: Begrotingsjaar
Ontvangen OAB-budget Rijk3
Gemeentelijk budget
Toelichting
2019
€ 847.000,00 Plus aanvullend budget gemeente Brunssum ad. € 365.000 tbv peuterspeelzaalwerk
Hoger budget i.v.m. een nieuwe verdeling op basis nieuwe CBS-criteria
2020
€ 950.000,00
2021 2022 2023 2024
€ 963.585,00 € 990.500,00 € 977.088,00 € 990.402,00 (definitief budget)
Tot 2019 was er structureel een gemeentelijk budget van € 365.000,00 t.b.v. peuterspeelzaalwerk (het huidige VVE-beleid). Vanaf 2020 is er geen gemeentelijk budget meer voor onderwijsbeleid. -----
2025
€ 970.096,00 (voorlopig budget)
--
2026
€ 873.000,00
Korting vanaf 2026 van 10% op OAB door Min. OCW. Vanaf 2026 komt het OAB-budget mogelijk via het gemeentefonds
3 Bij de verantwoording/afrekening met het Ministerie van OCW, mag het restantbudget van het vorige jaar
overgeheveld worden naar het nieuwe begrotingsjaar. Vanaf 2019 was er sprake van een behoorlijke stijging van het OAB-budget. Vanaf 2020 is het budget redelijk stabiel. Op basis van data over achtergrondkenmerken van ouders berekent het CBS hoeveel risico op achterstand elke peuter en elke basisschoolleerling loopt. Het CBS telt de scores van afzonderlijke peuters en kinderen op per gemeente en school. Deze CBS-indicatoren zijn: opleidingsniveau van beide ouders, land van herkomst van de moeder, verblijfsduur van moeder in Nederland.
39
Nationaal Programma Onderwijs Wij hebben in 2022 incidenteel budget ontvangen (de tijdelijke SPUK Onderwijsvertragingen) in het kader van Corona; ook wel genoemd “Nationaal Programma Onderwijs”, NPO). Deze SPUK is in 2024 volledig besteed. Met dit budget hebben wij nieuwe projecten uitgevoerd (o.a. de coaches vroegscholen en examentraining op Compass). De hoogte van het NPO-budget was: € 358.940,00.
8.2 Budgetten 2025 en verder Vanaf 2025 ontvangen wij vanuit het Rijk alleen het OAB-budget voor gemeentelijk onderwijsbeleid. De gemeente Brunssum heeft geen “eigen” gemeentelijk budget voor onderwijs. Dit bedrag ad. € 365.000,00 is vanaf 2020 geschrapt in de gemeentelijke begroting. De gemeente is verplicht om voor- en vroegschoolse educatie (VVE) uit te (laten) voeren. Primair is het OAB-budget bestemd voor het financieren van VVE, incl. de pedagogisch coaches voorscholen. In Brunssum financieren wij het VVE-aanbod door Pluk/CMWW, Humankind, PimPamPoentje en Flow. De kosten van het VVE-aanbod van het CMWW (peuteropvang) zijn afgelopen jaren gestegen; met name vanwege de stijging van de personeelskosten. De hoogte van deze subsidie kunnen we nauwelijks terugbrengen. We zouden wel het aantal groepen c.q. het aantal dagdelen per locatie kunnen terugbrengen. Dit heeft echter als nadelige consequentie dat we minder peuters bereiken en/of dat de peuters minder dagdelen kunnen komen. Dit staat haaks op ons beleid: iedere peuter bezoekt een voorschool, bij voorkeur met 4 dagdelen4). Zie hieronder de financiën aanbod VVE. Investeren in voorschoolse educatie is cruciaal omdat het kinderen een betere start op de basisschool geeft en hun kansen op succes in het onderwijs en daarbuiten vergroot.
Vooral voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand, kan voorschoolse educatie een groot verschil maken. Heckman curve: ‘elke geïnvesteerde euro in het jonge (doelgroep)kind betaalt zich dubbel en dwars terug5.
4 Jepma, IJ. & Vander Heyden, K. (2022). De impact van voorschoolse educatie 5 Heckman, J. J. (2006). Skill Formation and the Economics of Investing in Disadvantaged Children, Science 312, 5782,
1900–1902.
40
Kortgezegd: Het aanbieden van VVE aan doelgroepkinderen is een wettelijke verplichting. Het aanbod aan de niet-doelgroepkinderen is autonoom beleid van de gemeente. In Brunssum kunnen alle peuters gebruik maken van de peuteropvang en een aanbod voorschoolse educatie volgen. Wij vinden het belangrijk dat zowel doelgroep- als niet-doelgroepkinderen gebruik kunnen maken van deze mogelijkheid en in gemengde groepen kunnen spelen. Dit heeft een lerend effect. Voor alle peuters is een voorschool een belangrijke start voor de taal- en motorische ontwikkeling en het samen spelen. Dit vormt een goed fundament voor de start op de basisschool. De inzet van de coaches in de voorscholen is sinds 2022 een wettelijke verplichting. Het aantal uren dat de coaches moeten worden ingezet, wordt bepaald aan de hand van het aantal doelgroepkinderen per 1 januari van het betreffende jaar. Met een stijgend aantal doelgroepkinderen, stijgt ook het aantal uren van de pedagogisch coach. Bij de aanbieders Humankind, Flow en PimPamPoentje is de pedagogisch coach meegenomen in de “plussubsidie” van de gemeente. Bij deze aanbieders financieren wij alleen het extra deel van VVE.
Als we kijken naar het VVE-aanbod voor peuters vanaf 2 jaar, kunnen we stellen (en dat is ook uit diverse onderzoeken gebleken) dat een VVE-aanbod de kans op latere problematieken (rond taalontwikkeling, gedragsproblemen, etc) verkleint. In het kader van preventie, is het advies: niet bezuinigen op VVE. Uitgaven 2025 VVE VVE subsidie Pluk Coaches voorscholen Pluk (wettelijke plicht) VVE subsidie Humankind
€ 630.000,00 € 80.000,00 € 50.000,00 (2 locaties; plussubsidie)
VVE subsidie PPP VVE subsidie Flow
€ 25.000,00 (1 locatie; plussubsidie) € 25.000,00 (1 locatie; plussubsidie)
Totale kosten VVE 2025
€ 810.000,00
Uit bovenstaande uitgaven blijkt dat het grootste deel van het budget OAB aan VVE wordt uitgegeven. Na aftrek van de VVE-kosten, blijft er van het OAB-budget een bedrag van ongeveer € 160.000,00 over. De afspraken over de doelen van ons VVE-beleid (bereik en aantal doelgroepkinderen) worden gemaakt in de Brunssumse Lokaal Educatieve Agenda (BEA).
8.3 Kosten Onderwijsachterstandenbeleid Met de beschikbare financiële middelen, kan het huidige Onderwijsachterstandenbeleid niet meer worden bekostigd. Maar willen we onze doelen realiseren vanuit Koerskompas, Hervormingsagenda Jeugd en Herijking sociaal domein, dan zullen we ook een stevig onderwijsachterstandenbeleid moeten voeren. Wij stellen u derhalve voor om ons huidige VVE-beleid voort te zetten met onze partners, evenals de ondersteuning/begeleiding rondom het jonge kind. Dit doen we o.a. door de inzet van coaches in voor- en vroegscholen, taalstimulering bij peuters en kleuters. Op de basisscholen blijven de schoolmaatschappelijk werkers beschikbaar. Schoolmaatschappelijk werk zetten we ook in op de scholen in het voortgezet onderwijs, maar dit is onderdeel van de basissubsidie van het CMWW. Daarnaast blijven we de preventieve aanpak rondom taal- en rekenproblemen stimuleren. Een gezonde pauze stimuleren we met fruit op de scholen en kinderopvang.
41
Uit de evaluatie is gebleken dat deze interventies een positieve werking hebben op de ontwikkeling van het jonge kind. Zie ook hoofdstuk 7. Voor 2025 zijn de kosten van de huidige startklas gehandhaafd. Hierover neemt het College een apart besluit. T.a.v. de preventieve aanpak Dyslexie kunnen de scholen diverse onderdelen zelf oppakken. Dit is een mooie ontwikkeling die we voortzetten. We zien in de cijfers dat de leesresultaten bij jonge kinderen verbeteren. Verder is het aantal Brunssumse kinderen dat een onderzoek Dyslexie heeft, onder het landelijk gemiddelde ligt. Op onderdelen blijven we de dyslexiespecialisten inzetten om de scholen, leerlingen en ouders te begeleiden. Tevens blijven we de resultaten monitoren. Voor de preventieve aanpak Dyscalculie hebben we subsidie ontvangen van het Ministerie van OCW, via de Gelijke Kansen Alliantie. Dit is een subsidie waarmee we 2 jaar onze aanpak verder kunnen opzetten en uitvoeren. Het project Meer Harmonie in de Samenleving (MHIDS), waarbij alle leerlingen op alle scholen 1 keer per week muziekles ontvangen, wordt voortgezet, maar niet meer vanuit het Onderwijsachterstandenbeleid. Dit zetten we voort vanuit Cultuur. Dit schrappen we derhalve uit deze begroting. Groente/fruit scholen: We vinden het belangrijk om alle kinderen dagelijks een gezonde pauze te bezorgen.
Diverse scholen kunnen gebruik maken van landelijke regelingen (Regeling Schoolmaaltijden of EU-fruit). Voor scholen die hiervan géén gebruik kunnen maken, verzorgt de gemeente groente/fruit. De achterstandsscore van de school bepaalt of een school wel/niet in aanmerking komt voor deelname aan de Regeling Schoolmaaltijden. Ook op de peuteropvang-locaties verzorgt de gemeente groente/fruit. Jaarlijks verkennen wij met de scholen of zij gebruik kunnen (blijven) maken van de Rijksregeling. Onduidelijk is of het Rijk dit beleid structureel voortzet.
8.4 Argumenten/overwegingen inzake uitbreiden budget onderwijsbeleid Hieronder is uitgewerkt waarom een strategisch onderwijsbeleid inclusief een aanvullend gemeentelijk onderwijsbudget nodig en wenselijk is t.b.v. het onderwijsachterstandenbeleid, in samenhang met de Toekomstvisie Brunssum (Koerskompas), de Herijking Sociaal Domein en de Hervormingsagenda Jeugd. Ons uitgangspunt is om het Onderwijsachterstandenbeleid zo effectief mogelijk in te zetten, waarbij de verantwoordelijkheid van ouders voorop staat. Het beleid is gericht op preventie, vroegsignalering, vroegaanpak en gelijke kansen. Het huidige beleid betreft derhalve geen losstaande onderdelen, maar zijn samenhangend en volgend op elkaar en leveren een belangrijke bijdrage aan het voorkomen van geïndiceerde zorg (Jeugdwet). Waarom een aanvullend budget voor ons Onderwijsachterstandenbeleid: •
•
Een goede ontwikkeling van het jonge kind is cruciaal voor levenslange kansen: de eerste levensjaren zijn bepalend voor de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van een kind. Investeren in deze fase leidt tot betere schoolprestaties, een hogere kans op werk en minder kans op psychische problemen op latere leeftijd. Hoge maatschappelijke en economische opbrengst: studies tonen aan dat elke Euro geïnvesteerd in vroege kindontwikkeling, geld bespaart op latere leeftijd: minder uitgaven aan jeugdzorg,
42
•
•
onderwijsachterstanden, werkloosheid, schuldhulpverlening, etc. Preventief beleid is goedkoper dan curatief beleid. (zie ook schema in paragraaf 8.2). We bevorderen kansengelijkheid: vroegtijdige interventie helpt om achterstanden bij kinderen te verkleinen. Bezuinigen op Onderwijsachterstandenbeleid (laagdrempelige ondersteuning op jonge leeftijd) draagt niet bij aan onze toekomstgerichte doelen. Kinderen zijn de toekomstige volwassenen, werknemers, burgers. Investeren in hun ontwikkeling, is investeren in de toekomst, incl. het doorbreken van de intergenerationele cirkel.
Conclusie: versoberen van het huidige onderwijsachterstandenbeleid (in combinatie met jeugdbeleid) kan resulteren in een groter beroep op geïndiceerde zorg. Uit onderzoek blijkt dat eenmaal opgelopen onderwijsachterstanden moeilijk hersteld kunnen worden en dat preventie op jonge leeftijd cruciaal is. Met alle samenwerkingspartners vanuit het onderwijs en de kinder-/peuteropvang is besproken welke interventies zij effectief vinden en graag willen behouden voor een goede ontwikkeling van het jonge kind.
43
Bovenstaand beleid leidt tot de volgende begroting: Begroting OAB 2026 UITGAVEN Thema/doel
Onderdeel
Uitvoering
Kosten Prijspeil 2025
Preventie
Voorschoolse educatie
div. partners
€ 810.000,00
Vroegsignalering
Taalontwikkeling/stimulering Sociaal-emotionele ontwikkeling (coaches vroegscholen) Schoolmaatschappelijk werk basisscholen
BCO
€ 35.000,00
Xonar/Radar
€ 115.000,00
CMWW
€ 100.000,00
Inclusie
Taal/dyslexie Rekenen/dyscalculie
RID/Amacura RID
Gezondheid
Fruit op scholen/peuteropvang
€ 25.000,00 € 0,00 Subsidie GKA € 95.000,00
Participatie/inclusie
KansKracht
Diverse partners
€ 50.000,00
Totale kosten
€ 1.230.000,00
INKOMSTEN OAB-budget Overheveling deel budget inspectie Kinderopvang naar OAB Inzet budget LEA t.b.v. OAB
€ 873.000,00 € 10.000,00 € 25.000,00
Totale inkomsten
€ 908.000,00
Tekort/bijramen vanaf 2026, structureel.
€ 322.000,00
8.5 Begroting 2025 onderwijs Na besluitvorming door de Gemeenteraad zal na de herfstvakantie 2025 zoveel mogelijk gekoerst worden naar het nieuwe beleid. Echter, afspraken/overeenkomsten etc. moeten met partners worden opgezegd c.q. omgezet.
44
Bovenstaand beleid betekent een strategische keuze, die in lijn ligt met het lange-termijn-beleid t.a.v. sociaal domein/jeugd/onderwijs. Hiermee kunnen we het toekomstgerichte inclusief onderwijs omarmen en met name in de preventieve sfeer werken. Met bovengenoemd beleid ontstaat er ook op het OAB-budget in 2025 een tekort, namelijk € 315.000,00. Dit budget zal bijgeraamd moeten worden. Begroting OAB 2025 (Incidenteel)
Bijramen € 315.000,00
Begroting OAB 2026 (structureel)
Bijramen € 322.000,00
Bovenstaande bijraming (structureel vanaf 2026 € 322.000,00) komt ongeveer overeen met het in 2020 geschrapte gemeentelijk budget VVE/OAB ad. € 365.000,00.
45
Bijlage: Toelichting op LEA en OAB
Wat is de LEA?
Wat is het OAB?
LEA staat voor Lokale Educatieve Agenda of ook wel Lokale Educatieve Alliantie.
OAB staat voor Onderwijsachterstandenbeleid en is onderdeel van de LEA.
• Het is een samenwerkingsverband, een
• Dit is een specifiek beleidskader én subsidieprogramma van de Rijksoverheid, uitgevoerd door gemeenten, gericht op het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden bij kinderen, met name in de voorschoolse en vroegschoolse fase (0-12 jaar).
overlegstructuur tussen de gemeente, onderwijsinstellingen (zoals schoolbesturen) en vaak ook kinderopvang, jeugdhulp, GGD en andere maatschappelijke organisaties.
• Onderdeel van OAB is o.a.: VVE (gericht op peuters met een risico op taalachterstand).
• Het doel is om gezamenlijk beleid en acties te ontwikkelen voor het verbeteren van de ontwikkelkansen van kinderen en jongeren binnen de gemeente.
• Voornamelijk bedoeld voor kinderen met risico op een onderwijsachterstand (vaak jonge kinderen).
• Bedoeld voor alle kinderen en jongeren in de gemeente.
• Wel aparte rijksmiddelen.
• Geen aparte middelen; hangt af van betrokken partijen.
• Gemeenten zijn verplicht om ieder jaar een overleg te organiseren met de houders van kinderopvangorganisaties en met schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs. Dit overleg is gericht op het maken van afspraken en het formuleren van meetbare doelen over de thema’s: - bestrijden van onderwijsachterstanden - voorkomen van segregatie - bevorderen van integratie - afstemming van toelatings- en inschrijvingsprocedures
46
• Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de uitvoering OAB. Voor VVE zijn ze o.a. verplicht om afspraken te maken over de onderwerpen: - Doelgroepdefinitie - Toeleiding - Doorgaande lijn - Resultaten van vroegschoolse educatie. Daarnaast moeten er in de gemeente voldoende voorschoolse voorzieningen zijn voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand.
Bijlage: Infographic doorgaande lijn OAB
47
Bijlage: Overige budgetten onderwijs (programma 5 gemeentebegroting) Naast de budgetten voor Onderwijsachterstandenbeleid en VVE, zijn er in de gemeentebegroting de volgende structurele budgetten opgenomen: Thema/opdracht
Budget 2024
Toelichting
Leerlingenvervoer
€ 380.370,00
Inspectie Kinderopvang
€ 10.000,00 € 50.000,00
Wettelijke taak. Uitvoering bij afd. Zorg. Incl. budget voor advisering voor medische onderbouwing. Wettelijke taak. Uitvoering door GGD. Deel budget ad. € 10.000,00 overhevelen naar OAB. Dit is mogelijk i.v.m. flexibel toezicht en de extra middelen inspectie gastouderopvang via gemeentefonds toevoegen aan budget. Wettelijke taak. Uitvoering door bureau Voortijdig Schoolverlaten (VSV) Wettelijke taak. VVE-monitor wordt bijgehouden door de VVE-aanbieders. Vanaf LEA afstemming tussen voor- en vroegscholen. Het hebben van een Lokaal Educatieve Agenda (LEA) is wettelijk verplicht. Het beschikbaar hebben van een budget hiervoor, is geen verplichting, maar wel wenselijk. Uit dit budget worden projecten vanuit de LEA gefinancierd. Een deel van dit budget (€ 25.000,00) wordt toegevoegd aan de begroting OAB 2026). Voor de periode januari t/m juli 2025 is het LEA-budget ingezet voor dekking cofinanciering GBT.
Leerplicht / Kwalificatieplicht VVE-monitor
€ 206.729,00
Lokaal Educatieve Agenda
€ 50.000,00
€ 11.000,00
48