Raadsvoorstel 202329950 (bijlage) Schriftelijke vragenronde gemeenteraad def
Tekst van het document
Schriftelijke vragenronde gemeenteraad Conceptbeleid ‘Ruimtelijk kader voor het verduurzamen van bestaande woningen in Brunssum’ Het college werkt aan een verdieping van het welstandsbeleid, specifiek gericht op de verduurzaming van grondgebonden woningen en gestapelde woningen (appartementen). Andere gebouwtypen vallen buiten de scope van dit kader. Inmiddels is een concept van dit Ruimtelijk kader opgesteld en een beleidsregel gericht op de uitvoering daarvan. Beide documenten worden conform de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegd. Dit document richt zich primair op het Ruimtelijk kader, de beleidsregel is de verdere vertaling daarvan. Tegelijkertijd willen wij u, als gemeenteraad, uitnodigen om schriftelijk te reageren op het concept beleid. Uw input is van grote waarde om te komen tot een gedragen en effectief beleid dat bijdraagt aan de duurzame toekomst van onze gemeente. Wat houdt het concept in? In het concept worden per welstandsgebied de voorwaarden beschreven waaronder duurzaamheidsmaatregelen aan woningen mogelijk zijn. Het doel is om duidelijkheid te bieden aan bewoners over wat er ruimtelijk wel en niet kan, en tegelijkertijd uitvoering te geven aan de gemeentelijke opgaven. Uw rol als gemeenteraad Wij vragen u om uw reactie op het concept Ruimtelijk kader aan de hand van een aantal thema’s.
Bij elk thema zijn enkele voorbeeldvragen geformuleerd, bedoeld ter inspiratie. Uw opmerkingen, wensen of zorgen zijn uiteraard ook op andere punten welkom. De reacties van de gemeenteraad worden samen met de binnengekomen zienswijzen en het advies van de Adviesraad Duurzaam Brunssum verwerkt in de definitieve versie van het Ruimtelijk kader. U krijgt vervolgens de mogelijkheid om dit beleid formeel vast te stellen. Vervolg: koppeling aan andere instrumenten Keuzes over de juridische borging in het omgevingsplan worden op een later moment gemaakt, bij de uitwerking van de zogenoemde 'bruidsschat'. U kunt in deze fase echter al aandachtspunten of wensen meegeven die in dat proces worden meegenomen.
Wanneer het Ruimtelijk kader definitief is vastgesteld, zal het worden opgenomen in de welstandsnota als toetsingskader bij vergunningsprocedures. Op basis van de beleidsregel kan de aanpassing op het omgevingsplan worden doorgevoerd. Verduurzamingsgids voor woningeigenaren Na vaststelling wordt het Ruimtelijk kader vertaald naar een praktische verduurzamingsgids voor inwoners. Deze gids helpt woningeigenaren om te zien welke mogelijkheden er zijn om hun woning duurzaam aan te passen, passend binnen het ruimtelijk beleid. Doel is om deze na de definitieve vaststelling te kunnen gaan inzetten. Reactie indienen Samen met u willen we werken aan een toekomstbestendige, duurzame leefomgeving, waarin duurzaamheidsmaatregelen en ruimtelijke kwaliteit hand in hand gaan. Wij nodigen u daarom uit om namens uw fractiereactie uiterlijk 17 oktober 2025 één gebundelde per reactie in te dienen bij de griffie.
Inhoud 1
Algemene uitgangspunten .......................................................................................................4 1.1
2
3
4
Perspectieven gemeente Brunssum ...............................................................................4
1.1.1
Perspectief Publieksdiensten .....................................................................................4
1.1.2
Perspectief afdeling bestuurszaken - toezicht en handhaving...................................4
1.1.3
Perspectief afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Vastgoed .....................................5
1.2
Perspectieven eigenaar-bewoners woningen ................................................................5
1.3
Perspectief overige stakeholders ...................................................................................5
1.4
Beschermd stads- en dorpsgezicht .................................................................................6
1.5
Procedures – duurzaamheidsmaatregelen ....................................................................7
1.6
Leges – duurzaamheidsmaatregelen ..............................................................................7
Inhoudelijke vragen Ruimtelijk kader ......................................................................................8 2.1
Differentiatie naar welstandsgebied ..............................................................................8
2.2
Bloksgewijze benadering in beschermde gebieden .......................................................8
2.3
Specifieke duurzame maatregelen .................................................................................8
2.4
Handelingsperspectief, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.....................................9
2.5
Overige punten...............................................................................................................9
Verkenning gerelateerde zaken .............................................................................................10 3.1
Borging omgevingsplan ................................................................................................10
3.2
Leges en betaalbaarheid: .............................................................................................10
3.3
Rol van de gemeente: faciliterend & stimulerend .......................................................11
Bijlagen ..................................................................................................................................13 4.1
Opgehaalde informatie bewonersparticipatie (losse bijlagen) ....................................13
4.1.1 Presentatie en resultaten informatieavond 4 juni (beschermd stads- en dorspgezicht) .........................................................................................................................13 4.1.2
Presentatie en resultaten informatieavond 5 juni (overige gebieden) ....................13
4.2
Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit .........................................................................14
4.3
Advies Publieksdiensten ...............................................................................................20
1
Algemene uitgangspunten
Het Ruimtelijk kader raakt aan de perspectieven van verschillende stakeholders. Deze worden hieronder toegelicht. SatijnPlus Architecten heeft gedurende het proces opstellen Ruimtelijk Kader afwegingen moeten maken tussen verschillende belangen en perspectieven. Hoe zij daar mee om zijn gegaan ligt vast een notitie. Deze is toegevoegd als aparte bijlage.
1.1
Perspectieven gemeente Brunssum
De gemeente heeft verschillende rollen en belangen. Deze worden hieronder beschreven. 1.1.1
Perspectief Publieksdiensten
De afdeling Publieksdiensten is verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen en het borgen van ruimtelijke kwaliteit op basis van de welstandsnota (en stedenbouwkundig advies indien van toepassing) en relevante wet- en regelgeving. Het nieuwe Ruimtelijk kader zal na vaststelling dienen als toetsingskader bij vergunningaanvragen voor specifieke duurzame maatregelen aan woningen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft een advies uitgebracht op het concept, dat als bijlage is toegevoegd. Hierin wordt met name gewezen op zorgen rondom de individuele aanpak en de praktische uitvoering. Er is vrees dat aanvragen formeel aan de kaders kunnen voldoen, maar dat de feitelijke uitvoering – bijvoorbeeld door afwijkingen tijdens de bouw – leidt tot een ongewenst straatbeeld. Die zorg is gebaseerd op eerdere ervaringen in beschermde dorps- en stadsgezichten, waar bijvoorbeeld standaard getekende dakkapellen anders zijn gerealiseerd dan vergund. Het perspectief van Publieksdiensten vraagt daarom om duidelijke, toetsbare en uitvoerbare kaders die ook de uitvoeringspraktijk helpen borgen. Advies van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit en de afdeling publieksdiensten is toegevoegd in bijlage 4.2 en 4.3. 1.1.2
Perspectief afdeling bestuurszaken - toezicht en handhaving
De afdeling Toezicht en Handhaving heeft in toenemende mate te maken met meldingen van overlast door verduurzamingsmaatregelen, zoals de plaatsing van airco’s en warmtepompen. In veel gevallen voldoen deze aan formele geluidseisen, maar veroorzaken deze in de praktijk toch overlast bij omwonenden. Het vaststellen van duidelijke kaders en randvoorwaarden is essentieel om gericht en rechtvaardig te kunnen handhaven. Voor deze afdeling is het belangrijk dat er helderheid is over
hoe om te gaan met situaties waar verduurzamingsmaatregelen voldoen aan wet- en regelgeving (op papier), maar in de praktijk toch overlast veroorzaken bij omwonenden. 1.1.3
Perspectief afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Vastgoed
Deze afdeling ontwikkelt beleid en voert ruimtelijke projecten uit, waaronder de opgave om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De gemeente heeft hierin een regierol, met specifieke focus op het verduurzamen van particuliere woningen. Conform de Transitievisie Warmte wordt dit opgepakt in twee sporen: buurtgericht en gemeentebreed. Het Ruimtelijk kader ondersteunt deze uitvoering door vooraf duidelijkheid te geven over de ruimtelijke mogelijkheden. Zo wordt voorkomen dat de gemeente in buurten plannen maakt met bewoners, die vervolgens geen ruimtelijke medewerking blijken te kunnen krijgen. Gelet op de beperkte capaciteit en middelen binnen het projectteam duurzaamheid is het van groot belang dat zelfredzame woningeigenaren zelfstandig kunnen verduurzamen. Dit biedt ruimte voor ondersteuning van huishoudens die dat niet op eigen kracht kunnen.
1.2
Perspectieven eigenaar-bewoners woningen
Voor particuliere woningeigenaren zijn de belangrijkste drijfveren voor verduurzaming de verlaging van energiekosten, waardebehoud van de woning, toekomstbestendigheid en het verkleinen van de afhankelijkheid van energieleveranciers. Tegelijkertijd ervaren zij de verduurzamingsopgave vaak als complex en ingrijpend. Vragen als ‘wat mag?’, ‘wat kost het?’ en ‘wat levert het op?’ staan centraal. Zij wensen duidelijke en begrijpelijke informatie over wat er mogelijk is aan hun woning. Hoewel bewoners waarde hechten aan een verzorgd straatbeeld, geven zij ook aan dat dit enigszins mag veranderen als de samenhang maar behouden blijft. Belangrijk is dat zij de regie over hun eigen woning willen houden en zelfstandig maatregelen willen kunnen treffen binnen heldere kaders. De participatieavonden van 4 en 5 juni 2024 bevestigen deze uitgangspunten, de resultaten zijn als bijlage 4.1 toegevoegd.
1.3
Perspectief overige stakeholders
Bij het opstellen van het Ruimtelijk kader zijn ook woningcorporaties, Energiek Brunssum, WoonWijzerWinkel en de Adviesraad Duurzaam Brunssum betrokken. Deze partners zijn positief over het feit dat er een helder kader wordt ontwikkeld dat richting geeft aan hoe de gemeente meewerkt aan ruimtelijke aspecten van verduurzaming.
Zij zien dit als een noodzakelijke stap om uitvoering en vergunningverlening beter op elkaar af te stemmen en om inwoners en uitvoerende partijen beter te ondersteunen met heldere uitgangspunten.
1.4
Beschermd stads- en dorpsgezicht
Een Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Het gaat niet alleen om de bescherming van individuele monumenten, maar juist om het samenhangende geheel van bebouwing, straten, pleinen, groenstructuren en openbare ruimte. De bescherming is vastgelegd op basis van de Erfgoedwet en richt zich op het behouden van het historische ruimtelijke karakter van het gebied. In Brunssum zijn de voormalige mijnkoloniën aangewezen als Rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. Deze wijken zijn van nationale betekenis vanwege hun unieke stedenbouwkundige opzet en architectuur, die een directe relatie hebben met het Nederlandse mijnbouwverleden. De mijnkoloniën zijn begin tot halverwege de 20e eeuw planmatig ontworpen als woonwijken voor mijnwerkers en hun gezinnen. Zij weerspiegelen de toenmalige sociale en ruimtelijke idealen. Wat in deze bescherming centraal staat, is het karakteristieke ensemble: • • • •
De planmatige opzet en structuur van de woonwijken. De herkenbare architectuur van de mijnwerkerswoningen. De wegen- en groenstructuur van de openbare ruimte. De sociale voorzieningen die samen een samenhangend beeld geven van een historische leefgemeenschap rondom de mijnindustrie.
De bescherming betekent niet dat alles ongewijzigd moet blijven. Wel is het uitgangspunt dat nieuwe ontwikkelingen en aanpassingen bijdragen aan het behoud van de historische identiteit en ruimtelijke samenhang van de koloniën. Zo blijft het verhaal van de mijnbouw én de daaruit voortgekomen leefgemeenschappen zichtbaar en beleefbaar voor toekomstige generaties. Tegelijkertijd vraagt deze bescherming om maatwerk bij opgaven als verduurzaming. Aanpassingen zoals isolatie, zonnepanelen of technische installaties zijn mogelijk, maar moeten zorgvuldig worden ingepast in het bestaande beeld. Het Ruimtelijk kader biedt daarbij richting en duidelijkheid over wat wel en niet passend is, zodat verduurzaming hand in hand kan gaan met het behoud van het bijzondere karakter van de mijnkoloniën.
1.5
Procedures – duurzaamheidsmaatregelen
Veel duurzaamheidsmaatregelen aan woningen, zoals het vervangen van beglazing of het isoleren van daken en gevels aan de binnenzijde, kunnen vergunningsvrij worden uitgevoerd. Voor bewoners is dit een laagdrempelige manier om hun woning te verduurzamen. Voor bepaalde duurzame maatregelen geldt echter een vergunningsplicht. Deze zijn opgenomen in het Ruimtelijk kader en hebben vaak betrekking op ingrepen die het straatbeeld of de ruimtelijke kwaliteit zichtbaar beïnvloeden, zoals het wijzigen van gevelmaterialen. Bij vergunningsplichtige maatregelen zijn er twee behandelroutes mogelijk: 1. Reguliere procedure met toetsing door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit De aanvraag wordt getoetst aan het Ruimtelijk kader en ter advisering voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Deze procedure wordt toegepast bij maatregelen die complex zijn of een duidelijke impact hebben op het straatbeeld of op cultuurhistorisch waardevolle gebieden. 2. Ambtelijke toets op ruimtelijke kwaliteit In minder complexe gevallen kan de aanvraag ambtelijk worden getoetst aan het Ruimtelijk kader, zonder tussenkomst van de commissie. Dit kan soms de procedure versnellen, mits er voldoende duidelijkheid is over de ruimtelijke kaders. Dit mogelijke tijdsvoordeel is echter zeer beperkt en weinig van invloed op de totale doorlooptijd van de procedure.
1.6
Leges – duurzaamheidsmaatregelen
Voor ruimtelijke procedures, zoals het aanvragen van een omgevingsvergunning, worden legeskosten in rekening gebracht. De legeskosten zijn bedoeld om de kosten van de gemeentelijke dienstverlening te dekken en zijn opgenomen in de gemeentelijke legesverordening. Op dit moment wordt er geen onderscheid gemaakt tussen individuele en collectieve aanvragen. Dit betekent dat een individuele woningeigenaar dezelfde legeskosten betaalt als een woningcorporatie die namens meerdere woningen een aanvraag doet voor een gelijksoortige maatregel. De individuele aanvrager dient daarbij een plan en onderbouwing in voor één woning, terwijl bij collectieve aanvragen vaak sprake is van schaalvoordelen en hergebruik van plannen en details. In beschermde stads- of dorpsgezichten gelden aanvullende eisen voor het behoud van het historische karakter. Dit betekent dat bewoners daar minder mogelijkheden hebben om
vergunningsvrij te verduurzamen dan in reguliere wijken. Om hieraan tegemoet te komen, brengt de gemeente géén legeskosten in rekening voor vergunningsplichtige maatregelen die in reguliere wijken wél vergunningsvrij zijn. Op deze manier wordt voorkomen dat bewoners in beschermde gebieden financieel worden benadeeld door strengere regels die voortkomen uit erfgoedbescherming.
2
Inhoudelijke vragen Ruimtelijk kader
2.1
Differentiatie naar welstandsgebied • •
2.2
Wat vindt u van het onderscheid tussen reguliere gebieden en beschermde gebieden zoals opgenomen in het Ruimtelijk kader? Vindt u dit onderscheid voldoende duidelijk en werkbaar in de praktijk
Bloksgewijze benadering in beschermde gebieden
• • • •
2.3
Wat vindt u van de voorgestelde aanpak waarin in woningen in beschermd stads- en dorpsgezicht alleen bloksgewijs kunnen verduurzamen bij de gestelde maatregelen? Welke voordelen ziet u in deze aanpak? Welke nadelen voorziet u? Welke voorwaarden zouden volgens u deze benadering beter uitvoerbaar maken?
Specifieke duurzame maatregelen
Ten aanzien van de duurzaamheidsmaatregelen die in het Ruimtelijk kader zijn opgenomen zijn, zijn er regels opgesteld. Hieronder een overzicht van de duurzame maatregelen die zijn voorzien in het Ruimtelijk kader: • • • • • •
Buitengevelisolatie Vervanging of aanpassing van gevelopeningen (zoals kozijnen) Dakisolatie aan de buitenzijde (verhoging dak) Plaatsing van warmtepompen en airco’s Groene daken en gevels Nestkasten
Kunt u per maatregel hierop reflecteren, rekening houdend met de verschillende welstandsgebieden? Beschermd stads- en dorpsgezicht:
• • • •
Vindt u deze maatregelen acceptabel binnen dit gebied onder de voorgestelde voorwaarden?? Vindt u de voorgestelde voorwaarden proportioneel en in verhouding tot het belang en opgaven vanuit verschillende perspectieven? Zijn er situaties waarin u ruimte ziet voor meer of minder mogelijkheden? Welke kansen ziet u voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit én de verduurzamingsopgave?
Overige gebieden: • • •
2.4
Is er volgens u voldoende ruimte voor bewoners om te verduurzamen met behoud van een kwalitatief straatbeeld? Ziet u risico’s op afname van een samenhangend en kwalitatief straatbeeld? Zijn er specifieke maatregelen die extra aandacht verdienen?
Handelingsperspectief, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid • • • • • •
2.5 •
Biedt het beleid volgens u voldoende handelingsperspectief voor woningeigenaren? Draagt het beleid bij aan het behalen van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen? In hoeverre draagt het beleid bij aan het behoud of zelfs de versterking van ruimtelijke kwaliteit? Is het beleid duidelijk en werkbaar voor bewoners, architecten en aannemers? Welke knelpunten voorziet u in de uitvoering of handhaving op dit beleid? In welke mate bent u bereid actief te handhaven waar beleid niet wordt nageleefd?
Overige punten
Wat is uw mening over de uitgewerkte beleidsregel “Afwijken van regels uit het omgevingsplan in het geval van het isoleren van gevels & daken aan de buitenzijde van een gebouw in de gemeente Brunssum”? • Zijn er aanvullende punten of zorgen die u onder de aandacht wilt brengen in het kader van dit beleid? • Wat heeft u nodig om straks te kunnen instemmen met het beleid?
3
Verkenning gerelateerde zaken
Hieronder staan een aantal thema’s waarop het college graag de mening van de gemeenteraad wil verkennen.
3.1
Borging omgevingsplan
Bij het opstellen van het omgevingsplan heeft de gemeente de mogelijkheid om bepaalde zaken anders te regelen dan nu voorzien in het Ruimtelijk kader. Hoe wilt u daarin worden meegenomen om later gewogen keuzes te kunnen mogen ten aanzien van de zaken die in het omgevingsplan geborgd kunnen worden.
3.2
Leges en betaalbaarheid:
Voor bepaalde duurzame maatregelen is een omgevingsvergunning vereist. Dit brengt voor bewoners legeskosten met zich mee. Deze kosten kunnen voor sommige doelgroepen of situaties een drempel vormen om daadwerkelijk te verduurzamen. 1. Vindt u het gerechtvaardigd dat bewoners leges moeten betalen voor verduurzamingsmaatregelen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is? 2. Zou u een gereduceerd tarief of een vrijstelling passend vinden in de volgende gevallen: • •
•
Collectieve aanvragen: bijv. meerdere bewoners in een straat of buurt dienen gezamenlijk dezelfde aanvraag in. Maatregelen met aantoonbare meerwaarde voor de omgeving, bijvoorbeeld als duurzaamheidsmaatregelen gepaard gaan met beeldherstel of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Deze verbetering is ter beoordeling aan de commissie ruimtelijke kwaliteit (zie p.28 van het Ruimtelijk kader) Voor maatregelen die expliciet zijn opgenomen in het Ruimtelijk kader én aantoonbaar voldoen aan de daarin opgenomen randvoorwaarden? • Zo ja, zou dit moeten gelden voor alle opgenomen maatregelen of slechts voor bepaalde maatregelen? • Indien slechts voor bepaalde maatregelen: welke zouden dat volgens u moeten zijn, en waarom? • Indien de isolatiewaarde minimaal voldaat wordt aan Streefwaarde ‘goed’ (zie p. 56 van het Ruimtelijk Kader)
3. Moet de gemeente actief beleid ontwikkelen rond legesvrijstelling of -verlaging voor verduurzamingsmaatregelen?
•
3.3
Zo ja, wat zou volgens u de insteek van dat beleid moeten zijn (bijv. doelgroepenbeleid, gebiedsgericht, gekoppeld aan gemeentelijke programma’s zoals het Isolatieproject Parkstad of de buurtgerichte aanpak)?
Rol van de gemeente: faciliterend & stimulerend
Hoewel het formeel vaststellen van het Ruimtelijk kader een belangrijke stap is, biedt dit op zichzelf nog onvoldoende handelingsperspectief voor alle bewoners. Om verduurzaming breed mogelijk te maken en te versnellen, wordt het Ruimtelijk kader daarom ondersteund door aanvullende informatie, communicatie en dienstverlening. De gemeente voorziet – of is voornemens te voorzien – in de volgende ondersteuning: • • • •
•
• •
• •
Verduurzamingsgids: Een praktische gids met uitleg over maatregelen, keuzes, subsidies en regelingen gericht op het verduurzamen van woningen. Gemeentelijke website: Centrale plek voor actuele informatie over verduurzaming en relevante links. Nieuwsbrief Duurzaamheid: Periodieke digitale nieuwsbrief met praktische tips, financiële regelingen en projecten in uitvoering. Voorbeeld- tekeningen en details: Technische tekeningen die bewoners en professionals helpen bij het maken van hun plan en het doen van een vergunningsaanvraag. Deze komen online beschikbaar. Informatieavonden: Themagericht en praktisch ingericht, bijvoorbeeld over het Isolatieproject Parkstad, het Ruimtelijk kader of algemene informatie over het verduurzamen van de woning. Ondersteuningsaanbod zoals het Isolatieproject Parkstad: Een ontzorgingsaanpak voor woningeigenaren, inclusief begeleiding, collectieve inkoop en maatwerkadvies. Buurtgerichte aanpak verduurzaming: In lijn met de Transitievisie Warmte, een buurtgericht proces gericht op het opstellen en uitvoeren van een plan voor energiebesparing en aardgasvrij wonen. Ondersteuning bij vergunningaanvragen: Via het loket vergunningen. Energieloket gemeente (WoonWijzerWinkel): Gemeentelijk energieloket voor energieadvies, informatie over technische maatregelen en mogelijkheid tot ontzorging.
De gemeente is eigenaar van dit loket en kan het aanbod daarop gericht uitbreiden.
Mogelijke uitbreiding van het ondersteuningsaanbod Er is al een divers ondersteuningsaanbod, maar aanvullingen kunnen gewenst zijn. Daarom worden onderstaande vragen ter reflectie en suggestie aan u als gemeenteraad voorgelegd:
• • •
• •
•
•
•
•
•
•
Welke aanvullende activiteiten acht u wenselijk vanuit de gemeente om woningeigenaren (of andere doelgroepen) beter te ondersteunen bij verduurzaming? Voor welke maatregelen of situaties zou volgens u gemeentelijke subsidie of financiering beschikbaar moeten zijn? Vindt u dat subsidie/financiering altijd gekoppeld moet zijn aan zowel duurzaamheid als ruimtelijke kwaliteit en/of beeldherstel – bijvoorbeeld in beschermde stads- en dorpsgezichten? Zou u voor beschermde stads- en dorpsgezichten een specifieke regeling willen ontwikkelen gericht op beeldherstel, eventueel gecombineerd met verduurzaming? Hoe ziet u de rol van de gemeente bij woningen met achterstallig onderhoud waar werk met werk gemaakt kan worden? Verdient dat gemeentelijke inzet – bijvoorbeeld in beschermde stads- en dorpsgezichten en zo ja, in welke vorm? Hoe ziet u de rol van de gemeente in het stimuleren van de aanleg van geveltuintjes of groene voortuinen bijvoorbeeld in de vorm van een stimuleringsregeling zoals deze nu ook beschikbaar is voor groene daken en groene gevels? Welke doelgroepen (bijvoorbeeld lage inkomens, ouderen, verenigingen van eigenaars, particuliere verhuurders) zouden volgens u prioriteit moeten krijgen in het ondersteuningsaanbod? Welke typen maatregelen, zoals energiebesparing, duurzame warmte- en elektriciteitsoplossingen, of natuurmaatregelen (bijvoorbeeld nestkasten), vragen volgens
u extra ondersteuning vanuit de gemeente, en in welke vorm zou die ondersteuning moeten plaatsvinden? Wat vindt u een passende inzet van gemeentelijke middelen (capaciteit en financieel) voor ondersteuning? Waar ligt volgens u de grens, en onder welke voorwaarden zou u extra inzet willen overwegen? Zou u het passend vinden om structureel te sparen voor stimuleringsregelingen/ ondersteuningsaanbod gericht op verduurzaming? De bestemmingsreserve PALET kan als spaarpot functioneren om regelingen te kunnen financieren. Dekking hiervoor zou kunnen zijn de jaarlijkse dividenduitkering van Enexis alsook een percentage van het jaarlijks positief resultaat van de jaarrekening. Welke rol ziet u voor uzelf als raadslid in het stimuleren en mogelijk maken van verduurzaming bij diverse doelgroepen?
Mogelijke uitbreiding van het Ruimtelijk kader •
Zou verkend moeten worden of er voor andere type functies en/of gebouwen ook een Ruimtelijk kader opgesteld moet worden.
4
Bijlagen
4.1
Opgehaalde informatie bewonersparticipatie (losse bijlagen)
4.1.1
Presentatie en resultaten informatieavond 4 juni (beschermd stads- en dorspgezicht)
Dit document is separaat bijgevoegd. 4.1.2
Presentatie en resultaten informatieavond 5 juni (overige gebieden)
Dit document is separaat bijgevoegd.
4.2
Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Adviescommissie voor cultuurhistorie & ruimtelijke inrichting en vormgeving
Datum vergadering 18 april 2025 Aanwezig, leden De heer G. Extra
- stadsbouwmeester
Aanwezig, secretariaat & adviseurs De heer R. Vijgen - consulent omgevingsloket De heer J. Hacking - ambtelijke secretaris Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit
Beoordelingskader: Bij raadsbesluit d.d. 14 april 2015, gemeenteblad 2015, nr. 11, is de "Welstandsnota Brunssum 2015", ingevolge artikel 12a, eerste lid van de Woningwet vastgesteld, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De "Welstandsnota Brunssum 2015" is op 14 mei 2015 in werking getreden en bevat beleidsregels waarin criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen bij hun beoordeling van het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk. De nieuwe welstandsnota bestaat uit twee delen: een algemeen welstandskader (deel A) en de uitwerkingen voor de 8 verschillende deelgebieden (deel B). In het welstandskader wordt het welstandsbeleid op hoofdlijnen weergegeven. Verder wordt aangegeven hoe de welstand in Brunssum georganiseerd is: wat is welstand, hoe verloopt de welstandsprocedure, wat zijn de wettelijke taken, hoe wordt gerapporteerd, etc. Een ander deel van het welstandskader wordt gevormd door een excessenregeling en een hardheidsclausule. In de uitwerking worden per deelgebied criteria opgesteld waarin wordt aangegeven binnen welk kader nieuwe ontwikkelingen, aanpassingen of uitbreidingen mogelijk zijn. Tevens zijn algemene criteria opgesteld voor ongebruikelijke projecten en de sneltoetscriteria voor kleine plannen die ambtelijk getoetst kunnen worden.
De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (commissie) zal met inachtneming van de algemene criteria, de gestelde sneltoetscriteria en de algemene welstandscriteria beoordelen of het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.
1.
Bespreken Nota verduurzaming gebouwen in Brunssum Informeel overleg Aanwezig:
mevrouw M. van Horrik de heer H. Janssen
- Satijn Architecten - Satijn Architecten
Toetsingskader welstandsgebied: Woongebieden Oordeel op basis van het geldend toetsingskader: ter kennisgeving aangenomen Toelichting: In het kader van de verduurzamingsopgave is in opdracht van de gemeente Brunssum door Satijn Architecten een ruimtelijk beleidskader ontwikkeld, waarmee beoogd is om het verduurzamen van de woningen te vereenvoudigen. Het kader omvat aanvullingen op het huidige welstandsbeleid. Voor de verschillende welstandsgebieden in Brunssum zijn voor de verduurzamingsmaatregelen welstandsregels opgesteld, waarmee de inwoners worden ondersteund, de kwaliteit van de leefomgeving wordt geborgd en de energietransitie wordt versneld. Het voorstel was om onder voorwaarden bepaalde verduurzamingsmaatregelen vergunningsvrij te maken. Omdat dit op een goede wijze juridisch geborgd dient te worden en hiervoor het omgevingsplan dient te worden aangepast/opgesteld, is dit voorlopig nog niet mogelijk. Beoordeling: De stadsbouwmeester dankt mevrouw Van Horrik voor het geven van de toelichting op het beleidskader. De stadsbouwmeester geeft aan dat het zeer positief is dat de gemeente Brunssum een voortrekkersrol neemt bij het verduurzamen van de woningvoorraad en dit terdege aanpakt door het opstellen van deze verduurzamingsnota.
Het verduurzamen van woningen en zeker karakteristieke panden en de woningen in de mijnwijken is complex en vraagt voor zorgvuldigheid en om extra aandacht voor het behouden van de beeldkwaliteit.
De zorgvuldig vormgegeven woningen uit de tijd dat bouwmateriaal duurder was dan de te leveren arbeid, voldoen niet meer aan de hedendaagse energetische eisen die we stellen. Juist deze historische en karakteristieke panden waar het vakmanschap aan af te lezen is geven sfeer en identiteit aan een straat, wijk of stad. Iets waar we zuinig op moeten zijn! Met respect voor het voorliggende stuk en met begrip voor de complexiteit om dit soort beleid goed op papier en verwoord te krijgen, zijn de navolgende opmerkingen te maken. -
-
-
-
In de huidige situatie is het in de gemeente Brunssum mogelijk om zonder een plan in overleg te treden met de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit over een mogelijke planontwikkeling. De stadsbouwmeester is hier zeer positief over. Ook bij de verduurzaming van de woningen kan dit ook positief worden ingezet. Het opstellen van standaardtekeningen met detailleringen van de duurzaamheidsmaatregelen voor de burgers is een kans. Hier kunnen de reeds aanwezige standaardbouwtekeningen voor de mijnwijken voor worden gebruikt. Wel dienen deze tekeningen op het duurzaamheidsbeleid te worden aangepast of op basis daarvan te worden uitgebreid en toegankelijk te worden gemaakt voor de burgers. De stadsbouwmeester heeft ernstige bedenkingen bij maatregel 1C uit de nota ten aanzien van het aanbrengen van buitengevelisolatie bij de woningen gelegen in het beschermd stads- en dorpsgezicht. De bestaande gevelafwerking dient te worden gedemonteerd, waarna de isolatielaag wordt aangebracht en de originele buitenafwerking opnieuw weer wordt aangebracht. Afgezien van de financiële aspecten is deze maatregel uitvoeringstechnisch niet realistisch en waarschijnlijk onwerkbaar. Ook worden zorgen geuit bij de versnipperde aanpak van de duurzaamheidsmaatregelen 1B (buitengevelisolatie) en 5B (na-isolatie van het dak aan de buitenzijde).
Woningen in een samenhangend woningblok, die later aansluiten dienen bij het aanbrengen van het isolatiepakket bij de versnipperde aanpak aan te sluiten op de woningen, waar de maatregelen al zijn aangebracht. Nieuwe initiatiefnemers weten niet wat er is aangebracht, waardoor er afwijkingen in het gevelbeeld ontstaan ten aanzien van materiaaldikte, maar ook in kleur, materiaal en detaillering. Bij een individuele toepassing binnen één samenhangend blok, ensemble of architectuureenheid zullen ook de doorgaande dak- en gootlijnen wijzigen, waardoor het pand als bindend element in de architectuureenheid niet meer blijft functioneren. Het versnipperd aanbrengen van deze duurzaamheidsmaatregelen wordt dan ook ten stelligste ontraden.
-
Ook voor de gemeente is de vergunningverlening en het toezicht moeilijk uitvoerbaar en handhaafbaar. Het gevolg is op den duur aantasting en verrommeling van het gevel- en straatbeeld. In de nota wordt aangegeven dat indien uit de ambtelijke toets blijkt dat een plan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand, het plan als een nieuw plan aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit dient te worden voorgelegd en getoetst dient te worden aan de uitgangspunten in de Welstandsnota. Dat is vreemd, omdat enerzijds eerder is geconstateerd dat het plan niet voldoet aan de criteria en anderzijds in de Welstandsnota de criteria ontbreken voor verduurzamingsmaatregelen. Aangegeven wordt dat er een nieuw aangepast plan aan de commissie dient te worden voorgelegd, waarbij het plan getoetst dient te worden aan de algemene welstandscriteria. De stadsbouwmeester geeft aan dat in dat geval steeds zeer goed en uitgebreid gemotiveerd moet worden waarom een plan wel of niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. De algemene welstandscriteria dienen alleen in uitzonderlijke gevallen te worden gehanteerd en niet als regel.
De stadsbouwmeester wil zijn zorg uitspreken over de ruimtelijke kwaliteit die daarmee in het gedrang kan komen. In de sessies die hierover reeds zijn geweest blijft hij kritisch naar de voorgestelde beleidswijzigingen die een behoorlijke impact kunnen en zullen hebben op de ruimtelijke kwaliteit. Juist het gegeven dat de gemeente Brunssum haar focus hierop legt en dat vanuit het rijk ook gelden beschikbaar komen voor verduurzaming, maakt het misschien wel beter mogelijk om de ruimtelijke kwaliteit daarin te integreren en te bewaken. In de gesprekken is aangegeven dat er haast is geboden om dit duurzaamheidsbeleid uit te rollen en dat het daarbij voor de burger gemakkelijk moet worden gemaakt (zonder ingewikkelde procedures en toetsing door een Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit). De stadsbouwmeester pleit, zoals bij andere ontwikkelingen of initiatieven ook hier voor collectieve oplossingen. Juist in dat kader zouden collectieve oplossingen, die door de gemeente worden geïnitieerd, mits goed voorbereid en daardoor daarna snel uitgevoerd kunnen worden, tot goede kwalitatieve en prijsgunstige oplossingen kunnen leiden, die tevens de ruimtelijke kwaliteit behouden dan wel bevorderen. Van belang is dat hiervoor goede standaard duurzaamheidsdetails op basis van de standaardbouwtekeningen voor worden opgesteld.
De stadsbouwmeester geeft aan dat verduurzaming niet alleen een energetisch en technisch vraagstuk is, maar vooral ook een ontwerpvraagstuk! Hierbij gaat het er niet om de woning te restaureren, maar om het vinden van een goede balans tussen schoonheid, energetische kwaliteit en betaalbaarheid. Niet alle onderdelen hebben immers dezelfde waarde. Het is van belang om dat wat de woning of buurt ‘eigen’
maakt goed met elkaar (vooraf) in kaart te brengen en zo een gedragen plan te maken. Betrek hierin ook de bewoners als ervaringsdeskundige. Uit welke waardevolle elementen bestaat de woning? Welke elementen willen we behouden en misschien wel versterken? Welke ‘verminkingen’ uit het verleden kunnen we in ere herstellen? Waar zien we ruimte om moderne kwaliteit op een slimme en zorgvuldige manier toe te voegen? Deze beoordeling van de aanwezige kwaliteiten dient bij iedere opgave opnieuw te worden gemaakt. Voor het ene project zijn het de karakteristieke gemetselde gevels vol ornamenten die we willen behouden en bij het andere project is het juist het dak landschap wat zorgt voor eenheid en herkenbaarheid in de wijk. Conclusie en advies: De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit neemt kennis van de duurzaamheidsopgave voor de gemeente Brunssum. De stadsbouwmeester geeft aan dat het zeer positief is dat de gemeente Brunssum een voortrekkersrol neemt bij het verduurzamen van de woningvoorraad en dit terdege aanpakt door het opstellen van deze verduurzamingsnota. Geadviseerd wordt om het beleidskader na vaststelling goed af te stemmen met de medewerkers van de verschillende afdelingen. In het kader van de buurtgerichte aanpak dient het kader vooraf te worden meegegeven.
Om de taken goed te kunnen uitvoeren dient ervoor zorggedragen te worden dat er voldoende expertise en formatie bij de ambtenaren aanwezig is, zowel voor de vergunningsvergunning, de uitvoering maar vooral ook het toezicht hierop. De stadsbouwmeester pleit voor collectieve oplossingen in plaats van gesnipperde aanpak bij samenhangende woningblokken. Bij het isoleren van de buitengevels en hellende daken vanaf de buitenzijde verandert het uiterlijk van de woning, hetgeen van grote invloed is op het straatbeeld. Bij een collectieve toepassing wordt de gehele gevelwand in één keer aangepakt waarbij de gevelwand opnieuw wordt vormgegeven. Bij panden met een individuele parcellering en architectuur is meer keuzevrijheid in de toe te passen gevel- en/of dakafwerking, waarbij na-isolatie kan worden ingezet voor een totale renovatie van het gebouw en een verrijking van het straatbeeld. Verduurzaming van de woning komt in veel gevallen niet van de grond vanwege financiële redenen of vanwege de complexiteit van het proces. Sloop/verbouw realiseren is complex en daarom is adequate ondersteuning van de gemeente belangrijk voor de slagingskans. De gemeente Brunssum heeft er zelf ook baat bij om dit proces te initiëren en te ondersteunen, omdat zij de aanpak van de verduurzaming wil stimuleren en versnellen en verloedering van straten, buurten of hele wijken tegen wil gaan.
Betekent dit dan dat we al deze woningen helemaal van binnenuit moeten isoleren, met veel overlast voor de bewoners en een verdere afname van het vaak toch al kleine woonoppervlak tot gevolg? Zeker niet! Met zorg en aandacht zijn er goede én betaalbare oplossingen in te zetten die zonder veel overlast gerealiseerd kunnen worden. Aan de hand van het op te stellen beleidskader en in samenspraak met de afdeling Duurzaamheid dient de dialoog plaats te vinden. Op basis van ervaringen is namelijk gebleken dat het bieden van ruimte en het aangaan van de dialoog tot betere resultaten leidt. Een goed ontwerp is immers niet altijd te vatten in regels maar zal eerder tot stand komen door het gesprek aan te gaan.
4.3
Advies Publieksdiensten
Notitie
Afdeling
: Publieksdiensten
Advisering inzake: Ruimtelijk kader voor het verduurzamen van bestaande woningen in Brunssum Datum
: 29 april 2025
Behandeld door : J. Hacking In verband met het door de gemeente Brunssum op te stellen ruimtelijk beleidskader voor het verduurzamen van bestaande woningen in de gemeente Brunssum is door Satijn Architecten een beleidsnota opgesteld, welke na de opmerkingen van 26 februari 2025 is aangepast. Naar aanleiding van deze aangepaste nota wordt het volgende opgemerkt. Zoals al eerder is aangegeven zijn team Vergunningen en Handhaving tegen de versnipperde aanpak van de duurzaamheidsmaatregelen 1B en 5B. Woningen in een samenhangend woningblok, die later aansluiten dienen bij het aanbrengen van buitengevelisolatie, alsmede na-isolatie van het dak aan de buitenzijde bij de versnipperde aanpak aan te sluiten op de isolatiepakketten van de reeds uitgevoerde woningen. Initiatiefnemers weten niet wat is aangebracht, waardoor er afwijkingen in het gevelbeeld ontstaan ten aanzien van dikte, materiaal en kleur. Daarnaast kan bij een versnipperde aanpak ook het risico ontstaan op koudebruggen met de bijkomende problemen. Het gevolg is op den duur een enorme aantasting en verrommeling van het gevel- en straatbeeld. Uit onderzoek is gebleken dat gemeenten deze wijze van versnipperde aanpak veelal niet toestaan.
Een ander hoofdaandachtspunt betreft de verwijzing van een plan naar de Adviescommissie indien dat plan niet aan de in deze nota genoemde criteria voldoet. De commissie dient toetst dan aan criteria uit deze nota en de Welstandsnota. Behalve de algemene welstandscriteria staan er in de welstandsnota geen criteria voor de beoordeling van plannen met verduurzamingsmaatregelen. Dat betekent dat de commissie steeds uitgebreid dient te motiveren waarom iets wel of niet mogelijk is. Het toepassen van de algemene welstandscriteria moet onzes inziens alleen gehanteerd worden bij bijzondere en uitzonderlijke bouwplannen. Het overlaten van de toetsing aan de commissie op deze wijze met toetsing aan algemene welstandscriteria wordt dan ook ten zeerste ontraden. Overige opmerkingen: 1. Onder aan pagina 5 wordt aangegeven dat “Bij de verduurzamingsmaatregelen beschreven in deel 1 welk beoordelingsniveau (1 t/m 3)” van toepassing is. Dat dient te zijn 1 t/m 4. 2. Het onderscheid in gebouwen (Wonen boven commerciële plint en Gestapeld wonen) in de Centrumgebieden en Linten is vervallen, terwijl deze type gebouwen wel aanwezig zijn, zie ook op pagina 12 onder 4. Daar wordt aangegeven dat een versnipperde aanpak niet is toegestaan. Betekent dit dat een gezamenlijke aanpak wel mogelijk is? In dat geval dient dit onderscheid in gebouwen te worden meenemen voor de gebieden Centrum en Linten. 3.
Is het niet beter om groen op hellende daken niet toe te staan. Enerzijds zijn de gestelde criteria erg subjectief, anderzijds is de door de gemeenteraad vastgestelde subsidieregeling voor groene daken niet van toepassing voor hellende daken. Daarmee kan het groen item geheel uit de nota vervallen, omdat voor groen op plat dak geen criteria gelden. 4. Pagina 10. Graag een afbeelding opnemen ter verduidelijking inzake de uitleg van punt 5. 5. Pagina 12. “Als er niet voldaan wordt aan bovenstaande welstandscriteria 1 t/m 4 criteria…”. Hierbij dient te worden meegenomen de voorwaarden onder maatregel 1A, zoals boven op de pagina is aangegeven dat deze voorwaarden van maatregel 1A van toepassing zijn. Dat is echter niet aangegeven en derhalve niet volledig. 6. Eerder is aangegeven dat ten aanzien van de haalbaarheid van de maatregelen op pagina 14 en 25 aan alle criteria dient te worden voldaan. Door Satijn wordt aangegeven dat dit een politieke keuze is. Dat is niet juist. Afgezien dat deze afweging nog onduidelijk is hoe dat dient te geschieden, is het niet aan de
politiek om deze afweging te maken. De raad stelt vast, maar dan dienen de verschillende keuzes aan de raad te worden voorgelegd. 7. Pagina 15. Ook hier zijn niet alle criteria meegenomen en waar dient de commissie nog aan te toetsen als er niet wordt voldaan aan de welstandscriteria. In feite moet dan geconcludeerd worden dat het plan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. 8. Pagina 18 en 20. De benamingen in de titel “Maatregel 4” en “Maatregel 5” ontbreken. 9. De voorwaarde dat een installatie vergunningsplichtig is indien het maximale geluidsniveau van een airco of warmtepomp op de perceelgrens of ter plaatse van een te openen raam of deur de 40 dB overschrijdt, is mij niet bekend. 10. Op pagina 12 en 23 wordt gesteld dat als niet wordt voldaan aan de bovenstaande welstandscriteria, het plan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Dat betekent in feite een weigering van de aanvraag om omgevingsvergunning. Het plan wordt dan behandeld als een reguliere omgevingsvergunning. Deze werkwijze en gedachtegang is vreemd en onduidelijk (zie hiervoor ook de eerder gemaakte hoofdopmerking). Conclusie en advies Wij zijn positief over de voortrekkersrol die de gemeente Brunssum neemt bij het verduurzamen van de woningvoorraad en dit aanpakt door het opstellen van deze verduurzamingsnota.
Het verduurzamen van woningen en zeker de karakteristieke panden en de woningen in de mijnwijken is complex en vraagt voor zorgvuldigheid en extra aandacht voor het behouden van de beeldkwaliteit. Wij zien voor veel woningen mogelijkheden om duurzaamheidsmaatregelen uit te voeren. Dat geldt zeker voor de solitaire woningen, maar ook voor ensembles waarbij in een gezamenlijke aanpak de maatregelen worden uitgevoerd. Negatief adviseren wij over het aanbrengen van duurzaamheidsmaatregelen bij buitengevelisolatie en/of dakisolatie aan de buitenzijde van woningblokken bij een versnipperde aanpak.