Raadsvoorstel 202291484 (bijlage) Advies over iedereen een thuis, toekomstvisie wonen welzijn en zorg Parkstad Limburg
Tekst van het document
Advies van de Stichting Seniorenraad Brunssum over de “Toekomstvisie op Wonen, Welzijn en Zorg Parkstad Limburg” Inleiding Het verheugt de Stichting Seniorenraad Brunssum dat de Toekomstvisie op Wonen, Welzijn en Zorg Parkstad Limburg op een aantal punten op basis van ons preadvies is bijgesteld. Da laat onverlet dat de voorliggende notitie een sterk: ”Work in Progress” gehalte heeft, met een te zwaar accent op de huisvestingscomponent. Het “Work in Progress” gehalte billijkt niet alleen het plaatsen van kritische kanttekeningen, maar ook het aanvullen van de tekst met uitwerkingen, suggesties en praktische invullingen. • Allereerst geven wij commentaar op de visie in de notitie en in algemene zin; • Vervolgens worden tekstfragmenten opgenomen, becommentarieerd en voorzien van concrete aanbevelingen. • Als laatste worden enkele conclusies getrokken. • De reacties van de seniorenraad zijn cursief weergegeven. Visie Pagina 8; Een visie hoeft niet tot een achter de komma uitgewerkte verdeling van doelgroepen over de regio te behelzen. Echter; wil een visie niet verworden tot een luchtspiegeling, dan is het noodzakelijk deze te onderbouwen met: 1. Omgevingsfactoren; positieve en negatieve factoren van invloed op de realisering en/of nuancering ervan.
Enkele voorbeelden: • Het rijksbeleid; komt geen geld bij, eerder ervan af • Investering woningcorporaties (afschaCing verhuurdersheCing) • Stagnering woningbouw • De krapte aan personeel en toenemende zorgbehoefte van ouderen • Toename belasting mantelzorgers • Aantasting zorgverlening • Verwaarlozing zorgbehoevende • Toenemende vergrijzing • De lage Sociaal Economische Status van de bevolking van de Parkstad gemeenten en bijgevolg een groter beroep op de zorg en ondersteuning • Maatschappelijk onbehagen onder een groot deel van de bevolking • Weinig vertrouwen in de politiek • Polarisatie in de samenleving • Het “ravijnjaar” van de gemeentes en de na-ijleCecten ervan …? • Je bent geen onbeschreven blad. Door de jaren heen hebben gemeenten beleid gemaakt en omgezet in strategieën en projecten. Wat heeft daarvan wel of niet gewerkt? En wat is de moeite waard om erbij te betrekken? • Niet alleen vanuit de zorg-, maar ook vanuit de emancipatorische invalshoek visie, doelen en middelen inzetten 2. Mankracht en middelen; 1
De beschikbaarheid of het gebrek hieraan is uiteraard van invloed op de haalbaarheid 3. Maatschappelijk draagvlak; Zonder voldoende steun van het maatschappelijk middenveld verwordt de realisering ervan tot een gevecht tegen de spreekwoordelijke windmolens 4. Visie, doelen, mankracht en middelen; Deze dienen in onderlinge samenhang -strategie- aangepakt te worden. Als één van deze bouwstenen “aan slijtage onderhevig is”, dan gaat dit ten koste van de samenhang en is realisering ver te zoeken. Resumerend; Er is dus nog een hoop werk aan de winkel …. “Visie zonder strategie is een dagdroom, strategie zonder visie is een nachtmerrie” Zoals gezegd; veel werk aan de winkel; nu heeft de notitie een hoog wenselijkheidsgehalte. Een uitgebalanceerde strategie bestaat uit een visie, doelen en activiteiten/programma’s, inzet van mankracht en middelen, per onderdeel een sterkte en zwakte analyse. Die analyse /strategie ontbreekt. Prestatieafspraken met zorg- welzijnspartijen en woningcorporaties over diensten en projecten dienen gemonitord te worden. De gemeente voert hierover de regie. Last but not Least; de ervaring leert dat prestatieafspraken -eigenlijk een middel-het eCect hebben een doel op zichzelf te worden. Temeer als hieraan een zgn. “inspanningsverplichting” aan ten grondslag ligt.
De monitoring van de prestatieafspraken dient dan ook te gebeuren vanuit een “resultaatverplichting” Pagina 9; “Deze visie richt zich niet primair op personeelsvraagstukken, maar op huisvestingsvraagstukken”, o.i. te kort door de bocht. Met name m.b.t. de doelgroep ouderen is het zaak dat dienstverlening t.a.v. wonen, welzijn en zorg integraal ter hand wordt genomen. Immers zo luidt ook de titel van deze notitie. Als een van deze componenten verwaarloosd wordt, stort het kaartenhuis in elkaar. De realiteit is dat alle drie de componenten aan erosie onderhevig zijn. En dat brengt ons toch weer bij de voorgaande opmerkingen t.a.v. de visie; als de bouwstenen onder de visie ontbreken, dan is een visie sec gebakken lucht. Geïllustreerd: • De landelijke overheid vraagt aan de gemeenten een forse financiële bijdrage voor de realisatie van nieuwbouwprojecten. Gedacht wordt aan cofinanciering van nieuwbouwprojecten. En dan heb je het nog niet over de kosten die gemoeid zijn met de inrichting van dc woon- en leefomgeving met o.a. voorzieningen.
Gezien de forse bezuinigingen waar gemeenten al voor staan als gevolg van het ravijn in 2026 en de jaren erna, stellen de gemeenten als voorwaarde aan de uitvoering van de afspraken: “Alleen als er een substantiële verbetering komt van de financiële positie van gemeenten, kunnen wij de gevraagde inzet leveren” • De bezuinigingen als gevolg van het ravijn in 2026 hebben gevolgen voor de inrichting van de woon- en leefomgeving en het overeind houden van de voorzieningen en dus ook het welzijnswerk en de thuiszorg.
2
•
De arbeidstekorten met name in de wijkverpleging, nu al fors, dreigen de komende jaren alleen maar groter te worden. Veelzeggend in dit verband is dat het zorginstituut elk jaar het budget van de wijkverpleging niet opmaakt. Er is een onderbesteding van 700 miljoen in de wijkverpleging o.a. door het niet kunnen opvullen van vacatures. We zijn met zijn allen veel te ver door geschoten; wantrouwen, spreadsheets, controle mechanismen vertaald in een digitale tijdrovende verantwoording gaan ten koste van de daadwerkelijke hulp- en dienstverlening. Het eCect is dat veel arbeidskrachten de zorg verlaten Een deel hiervan, komt terug als zzp’er; “eigen baas”, geen bureaucratie en controle, meer werkplezier voor hen. Voor de organisatie meer kosten en nog grotere problemen om de werkroosters rond te krijgen. Ga de zorg anders organiseren; minder bureaucratie en controle, meer verantwoordelijkheid, meer werkplezier, minder zzp’ers. Toch buurten bij Buurtzorg, waar het wijkzorgteam verantwoordelijkheid is voor de uitvoering en men met minder -inmiddels geen meer- zzp’ers werkt?
Pagina 11 Aandachtsgroepen; categorie III accent op woonruimte In navolging van het Rijk richt deze visie zich slechts in zeer beperkte mate op categorie III. Deze categorie heeft geen prioriteit. Arbeidsmigranten maken er deel van uit. Na de commissie Roemer, die vier jaar geleden harde conclusies trok over de misstanden rond arbeidsmigratie, is er nog weinig veranderd. Net als toen zijn er nog altijd signalen over slechte huisvesting van arbeidsmigranten, slechte werkomstandigheden en uitzendbureaus die migranten op staande voet ontslaan, waardoor zij dikwijls op straat belanden. Het schort aan voldoende ondersteuning m.b.t. zorg, huisvesting, wegwijs maken, het verbeteren van de rechtspositie, etc. Wetgeving die de positie van arbeidsmigranten moet verbeteren is uitgesteld. De arbeidsmigranten maken o.i. daarom ook deel uit van categorie I. Pagina 16 Het bepalen van de manier waarop we de tekorten in de woningvoorraad als regio gaan inlopen, is precies waar deze visie hoofdzakelijk toe dient is te kort door de bocht. De aangebrachte nuancering op pagina 17 t.a.v. de veronderstelde 28 % van de woningen geschikt gemaakt kan worden voor ouderen onderschrijven wij, maar behoeft verdere nuancering. Door de inkrimping van de intramurale voorzieningen, komt het accent steeds meer te liggen op het zo lang mogelijk zelfstandig functioneren in de eigen woonomgeving.
Met deze transformatie is een investering in menskracht en middelen gemoeid die het benodigde voorzieningenniveau garanderen. De gemeente Brunssum heeft indertijd in het masterplan Wonen Welzijn Zorg (!) 1een blauwdruk neergelegd om die zelfstandigheid zo lang mogelijk te waarborgen. 1
Zie bijlage Masterplan WWZ samenvatting
3
Het hart van dit masterplan vormde het zgn. STAGG-model.1 Het model schetst een scenario voor ouderen, mindervaliden, cliënten van de psychiatrie en maatschappelijke opvang. Hoe organiseer je wonen en zorg voor een wijk of dorp met 10.000 inwoners van die omvang, er van uitgaande dat het aantal mensen met een zorgbehoefte dat zelfstandig blijft wonen aanzienlijk toe zal nemen? Het zgn. woonservicegebied. In het STAGG-scenario wordt gerekend met ongeveer 500 mensen per 10.000 inwoners die een combinatie van wonen en zorg nodig hebben. STAGG kent drie hoofdgroepen: dienstverlening/welzijn, zorg en wonen. Binnen deze indeling onderscheidt STAGG: • functies die worden gehaald door de gebruiker; • functies die worden gebracht door de aanbieder; • functies die intern worden geleverd. De functies, op loopafstand, lees 500 meter, bereikbaar, worden gerelateerd aan een 5-tal levensgebieden; autonomie, sociale contacten, burgerschap, veiligheid en vrijetijdsbesteding/activiteiten. Deze functies worden georganiseerd vanuit het hart van het woonservicegebied; het wijksteunpunt. Het voert te ver hier verder in te gaan op dit scenario daarom zijn het STAGG-model en een samenvatting van het masterplan Wonen Welzijn & Zorg als bijlagen toegevoegd. Echter, niet onvermeld mag blijven dat onderzoek naar het STAGG-model laat zien dat dit nog allerminst aan relevantie heeft ingeboet.
Ook wordt daarin opgemerkt dat als partijen concessies doen aan de opzet en de diensten die er deel van uitmaken, het model zijn waarde evenredig verliest. Resumerend; de veronderstelde 28% geschikt te maken woningen is aan de optimistische kant. De integrale aanpak, inherent aan het STAGG-model, stelt eisen aan bereikbaarheid, toegankelijkheid van de woning, omgeving en het voorzieningenpatroon. Hoofdstuk 5 pagina 19 e.v. De principes kunnen alleen maar onderschreven worden, maar hebben een hoog wenselijkheidsgehalte. De weg ernaar toe, de hoevraag komt nauwelijks aan bod. Pagina 21 e.v. Gemeente en professionele partijen faciliteren bewoners die al actief zijn in hun wijk, dan wel willen worden. Daarbij rekening houdend met ieders rol en belang, maar ook oog te hebben voor elkaars behoeften. Een vitale en inclusieve wijk ontstaat door de mensen die er wonen en de mate en vorm waarin zij krachtig zijn en/of (waar nodig) in gesteund worden. Inwoners zijn hierdoor daadwerkelijk verbonden met hun omgeving en willen en kunnen binnen deze inclusieve gemeenschap invulling geven aan hun veranderende woonbehoefte.
1
Zie bijlage STAGG-model
4
De Stichting Seniorenraad Brunssum en het Buurtnetwerk Brunssum Centrum hebben een plan “U doet ertoe” ontwikkeld om actieve (oudere) wijkbewoners in contact te brengen met eenzame (oudere) wijkbewoners. Het streven is een beweging -congregatie- tot stand te brengen waarin de gemeenschap zorgt voor elkaar. In dat contact gaat het om hand- en spandiensten, een luisterend oor, vertrouwen winnen, etc. Dit vertrouwen is de basis om communicatie, een dialoog tot stand te brengen over het wonen in de meest brede betekenis van het woord. Signalen, adviezen, knelpunten worden vervolgens neergelegd bij relevante organisaties. De Inzet is om voorzieningen binnen loopafstand te kunnen bieden of binnen 15 minuten bereikbaar met bijvoorbeeld een auto op pagina 25 willen we nuanceren: Een loopafstand van maximaal 500 meter over de weg wordt beschouwd als een loopafstand die ouderen kunnen overbruggen, omdat vitale ouderen van in de 70 deze afstand binnen 10 tot 20 minuten wandelend kunnen afleggen (Burton & Mitchell 2006; Timmermans et al. 2016). Niet vitale ouderen doen er dus langer over. Naast de auto dient ook het openbaar vervoer opgenomen worden mits goed toegankelijk en frequent bereikbaar.
Pagina 28; “Professionele betrokkenen in de straat of kern als bijvoorbeeld de wijkagent, wijkbeheerders of consulenten van corporaties, ambulante begeleiders van zorginstellingen en het wijkteam kunnen hierin een brugfunctie vervullen”. Het is evident dat de inzet van o.a. deze professionals nodig is om deze brugfunctie te vervullen en de randvoorwaarden te creëren. Het is daarom des te wranger dat vrijwel alle voorzieningen in de publieke sector kampen met grote personeelstekorten. En dat -breek me de bek niet open- heeft grote gevolgen voor de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening. Pagina 30; Fair share en veerkrachtig mixen Eerst even een uitstapje; Het kabinet heeft de 30 % eis om sociale huurwoningen per gemeente te bouwen versoepeld. De 30% eis geldt nu voor een regio, dus ook voor Parkstad? Hoe ziet dan de spreiding eruit? Moeten gemeenten die al dicht tegen de 30% eis zitten, meer dan 30% sociale huurwoningen realiseren? Daar staat tegenover dat gemeenten die nu ver onder de 30% eis aan sociale huurwoningen hebben straks ruim onder de 30% eis kunnen blijven, maar wel boven de bestaande sociale woningvoorraad? Wordt daarmee de spreiding van de aandachtsgroepen evenredig gewijzigd? Een hobbel voor de gemeenten is vooralsnog de gevraagde cofinanciering van nieuwbouwprojecten. Dat betekent een forse financiële bijdrage van de gemeenten. Maar
5
daarnaast moet ook de woon- en leefomgeving met o.a. voorzieningen ingericht worden. En daar zijn uiteraard ook aanzienlijke bedragen mee gemoeid. Gezien de forse bezuinigingen waar gemeenten al voor staan als gevolg van het ravijn in 2026, stellen de gemeenten als voorwaarde dat alleen als er een substantiële verbetering komt van de financiële positie van gemeenten, zij de gevraagde inzet kunnen leveren.
Weer terug op pagina 30; “Om, zoals het Rijk van ons vraagt, te komen tot een evenwichtige spreiding van aandachtsgroepen – ofwel: “fair share” – kijken we in eerste instantie niet naar verdeling over gemeenten, maar naar wijken” De analyse van de veerkrachtkaarten t.a.v. de gemeenten en wijken in Parkstad maakt duidelijk dat er sprake is van een tweedeling. Aan de ene kant de gemeenten Voerendaal, Beekdaelen en Simpelveld met weinig overlast, onveiligheid en kwetsbare bewoners. Kerkrade, Heerlen, Brunssum en in mindere mate Landgaaf laten het omgekeerde beeld zien. Ook door de jaren heen verschuift dit beeld nauwelijks op enkel uitzonderingen na in zowel positieve als negatieve betekenis. De situatie in Brunssum nog altijd minder slecht dan in andere delen van de zuidoostelijke regio, maar toch een negatieve ontwikkeling die aandacht vereist. De tweedeling zoals gezegd; aan de ene zuidwestelijke kant, veel gunstiger dan het landelijk gemiddelde versus veel slechter aan de zuidoostelijke kant dan het landelijk gemiddelde. De motieven onder Fair share en veerkrachtig mixen om eerst naar wijken en niet naar gemeenten te kijken zijn allerminst eenduidig en eerder ambivalent. Het getuigt van weinig realiteitszin om de spreiding van sociale woningen en aandachtsgroepen over de zuidoostelijke en zuidwestelijke regio te negeren. Ook hier is een relativering op zijn plaats.
De beeldspraak oudere bomen moet je niet verplanten, gaat op voor het merendeel van senioren. Deze doelgroep moet niet verdeeld worden over verschillende gemeenten. Refererend aan het op pagina 3 beschreven STAGG-model en de samenvatting van het masterplan WWZ zijn er in Brunssum drie wijken waar senioren gehuisvest kunnen worden; de wijken Centrum, West en Noord. Nu al wonen in deze wijken relatief veel ouderen. Om hen zo lang mogelijk te laten functioneren in de eigen woon-en leefomgeving zijn verdere aanpassingen gerelateerd aan wonen, welzijn en zorg gerelateerde functies nodig. Pagina 34; Woonzorgcirkels en zorgbuurthuizen lees wijkservicegebied en wijksteunpunt (STAGG). Begrippen die dezelfde lading dekken, maar wel in onderlinge samenhang gerealiseerd dienen te worden. Dezelfde pagina, halverwege;
6
“In tussenvormen worden verschillende, meer én minder draagkrachtige doelgroepen gemengd gehuisvest.” Een o.i. geschikt concept hiervoor is het zgn. Knarrenhof. De stichting Knarrenhof -actief sinds 2010- beschikt over de nodige expertise heeft door de jaren heen de nodige expertise opgebouwd voor de realisering van knarrenhofjes. Bij de realisering van tussenvormen van meer en minder draagkrachtige doelgroepen is hert zaak dat de uitgangspunten van meet af aan overeind blijven. We noemen er enkele; • Bewoners en verhuurders ook in de toekomst moeten de uitgangspunten onderschrijven •
Er dient een evenwicht (gezond klimaat) te bestaan tussen meer en minder draagkrachtige bewoner, anders slibt het concept dicht
•
Afwijken van het concept vanwege de exploitatie – lees huurderving- is uit den boze, zorg voor dekking.
Pagina 37 Eenzaamheid voorkomen Eenzaamheid kun je niet voorkomen, hoort bij het leven en wordt manifester naarmate mensen ouder worden Eenzaamheid laat zien dat de fundamentele behoefte van de mens om verbonden te zijn, er bij te horen, in het geding komt. Interventies moeten èn gericht zijn op het individu; hij/zij weerbaarder maken èn de omgeving; het bouwen van een gemeenschap, willen zij eCect hebben. Wij willen hier op wijzen dat eenzaamheid een complex probleem is en er geen makkelijke oplossingen voor bestaan. Als het eenzaamheidsprobleem gemakkelijk was op te lossen, dan was dat al gebeurd. Wellicht dat “Isolement voorkomen “ de lading beter dekt. Pagina 38; Spreiding en realisatie van sociale huur en betaalbare woningen Zie pagina 30 Fair share en veerkrachtig mixen Pagina 45; 7.1 Rolverdeling bij wonen, welzijn en zorg De inventarisatie van o.a. betrokken partijen, de rolverdeling, het stappenplan, de procesgang etc. komen ruim aan bod in het slothoofdstuk. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat voetstoots wordt aangenomen dat alle partijen willen en kunnen leveren wat nodig is. Wij denken dat het verstandig is om zoals adviesbureau Circusvis in de analyse Veerkrachtkaarten adviseert om samen met maatschappelijke partners de huidige beleidspraktijk in beeld te brengen.
We laten Circusvis zelf aan het woord: “Het is moeilijk om na te denken over nieuw beleid als niet duidelijk is wat het bestaande beleid is. Elke organisatie heeft de neiging om die ambitie vanuit zijn eigen logica te interpreteren en onder te brengen in bestaande ambities en beleid op het eigen domein. In plaats daarvan is het
7
belangrijk dat de samenwerkende partners (en afdelingen daarbinnen) investeren in het begrijpen van elkaars logica (taal, systemen, waarden, middelen, werkdruk) en vanuit dat begrip expliciet maken welke impact de samenwerking in de wijk heeft (mag hebben) op ieders handelen. Het antwoord op deze vraag vormt een goede basis voor de organisatorische inrichting van de samenwerking” O.i. een advies dat naadloos aansluit bij de 4 bouwstenen van de visie aan het begin van dit document. Temeer omdat vrijwel alle organisaties kampen met personeelskosten in relatie tot een toenemende vraag op het dienstverlenings/hulpaanbod. Het is evident dat deze ontwikkeling ten koste gaat van de kwaliteit van de dienstverlening. Het gevolg is dat buurtbewoners steeds meer geconfronteerd worden met een tekortschietend hulpaanbod en onveilige, bedreigende situaties. Hieraan voorbij gaan en vast blijven houden aan enkel de eigen logica getuigt van kortzichtigheid op het onverantwoorde af. Ten slotte; De burger heeft steeds minder vertrouwen in de overheid. Steeds meer mensen zijn onzeker geworden; twijfel en gebrek aan houvast, niet weten wat het geval is en wat te doen. Mensen raken hun grip kwijt. En minder grip in het persoonlijk leven is een van de mogelijke bronnen van maatschappelijk onbehagen.
Het is de uitdaging voor overheid en maatschappelijke partners hoe het vertrouwen terug gewonnen kan worden en mensen weer grip krijgen op hun persoonlijk leven? Collectieve actie op buurt- en/of wijkniveau m.b.t. sociale zekerheid, woningbouw, zorg en ontmoeting kan hierin van betekenis zijn. Een dialoog tussen overheid en maatschappelijke organisaties is een voorwaarde daartoe. • Er wordt een groot beroep gedaan op de buurt/wijkbewoner. Er wordt veel verwacht van de sociale omgeving.! Wij vinden het daarom een voorwaarde dat o.a., de seniorenraad, SMO-raad en buurtnetweken van meet af aan bij de planvoorbereiding en ontwikkeling betrokken worden. Zij zijn ook maatschappelijke partners. •
Bij de inrichting, toegankelijkheid en het gebruik van de clusters -en ook zorgwoningenis praktische en gezonde knowhow nodig, Nog altijd en bij uitstek beschikken vrouwen over deze expertise. Betrek hen dan ook van meet af aan bij de start van het voorbereidingstraject v.w.b. de woning en inrichting van de woonomgeving.
•
Met het oog op de leefbaarheid van een buurt is het ook nodig om vooraf in gesprek te gaan met buurtbewoners. § Waaraan wordt gedacht; wat, waar, voor wie en hoe? § Is hierover en over de opzet discussie mogelijk? § Consensus over de opzet § E.e.a. vanuit “welbegrepen eigenbelang
8
•
Het lijkt ons verstandig om de op pagina 1 beschreven omgevingsfactoren, doelen en middelen te analyseren om e.e.a. in proportie te brengen.
•
Het is een ingrijpende operatie; een strakke regie van de lokale overheid op basis van resultaatgerichte afspraken met samenwerkingspartijen is een noodzakelijke randvoorwaarde.
•
Wij belichten extra de lage sociaal economische status van de Parkstad-burgers. Die status vraagt om een intensieve – lees voldoende tijd, mankracht en middelen- aanpak. De bij deze visie betroken onderzoekers adviseren om ook terug te kijken naar het verleden; wat is daar mis en goed gegaan en maak daar gebruik van! De seniorenraad heeft daartoe enkele suggesties gedaan. Zie bijlagen.
•
De Stichting Seniorenraad Brunssum
9