Raadsvoorstel 2 (bijlage) DB 20231213 MEMO gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg__202369325__
Tekst van het document
DB 13 dec. 2023 MEMO over aan te passen gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg
Op 22 november jl. is de ontwerpregeling van de aan te passen gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg naar de colleges gestuurd zodat het gemeentelijk besluitvormingsproces kon worden opgestart. In die voorliggende regeling is al rekening met drie aanpassingen in respectievelijk de artikelen 37 t/m 39 (evaluatie/participatie en zienswijzen) die in een later stadium door Boels/Zanders zijn voorgesteld en die door middel van de zienswijzenprocedure nog in de overige regelingen dienen te worden verwerkt. Hiermee dachten we weer helemaal in de pas te lopen. Echter, wat wil het geval. De gemeenten hebben op 22 of 23 november jl. naar aanleiding van de reeds door de gemeenteraden ingebrachte zienswijzen nog een aanvullend advies van Boels/Zanders ontvangen Op basis daarvan geven ze voor 3 onderdelen een aangepaste formulering (en merken ze aanvullend nog op dat in de regelingen moet komen te staan dat de ontwerpbegroting 30 april bij de gemeenteraden dient te liggen; dat staat er bij ons al in). Deze info was dus niet bekend bij het verzenden van de ontwerpregeling SPL naar de gemeenten. De aanpassingen zijn nogal marginaal, zie onderstaand (vanaf p. 3 zijn de integrale teksten te raadplegen met daaronder een reactie op de wijzigingen). 1.
2.
3.
Art. 39 (zienswijzen); tekst is identiek aan die van Boels/Zanders met uitzondering van het gebruik van het woord ‘twee; Boels/Zanders kiest voor het gebruik van 1/5; dit kan onduidelijkheid in de afronding met zich mee kan brengen. Art. 38: bij burgerparticipatie; lid 3 is blijkbaar bij het invoegen van de tekst over het hoofd gezien; in lid 4 (dat eerst lid 3 was) dient dan ook verwezen te worden naar het nieuwe lid 3; echter ook hier het hebben over ‘twee’ in plaats van over 1/5. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in lid 2 leden 2 en 3 en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de Parkstad-Limburggemeenten en belanghebbenden zal worden vorm gegeven. Art. 37: bij evaluatie de woorden ‘het algemeen bestuur daartoe besluit dan wel indien minimaal’ verwijderen. In een eerder tekstvoorstel van Boels/Zanders was opgenomen dat het Algemeen Bestuur kon besluiten om al dan geen evaluatie te doen; hier is later ‘indien twee deelnemers hierom verzoeken’ aan toegevoegd.
In het laatste advies van Boels/Zanders is het Algemeen Bestuur eruit gehaald en luidt de nieuwe bepaling: ‘De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen’.
Aanvullende opmerking m.b.t. de evaluatiebepaling Zowel de gemeente Voerendaal (brief van 30 juni 2023) als de gemeente Brunssum (brief van 1 augustus 2023) hebben een identieke brief naar de Stadsregio gezonden waarin zij enkele uitgangspunten hebben geformuleerd die de betreffende colleges onder de aandacht wilden brengen en mogelijk ook mee willen geven aan de gemeenteraad. In het kader van de uniformiteit wordt nadrukkelijk de voorkeur gegeven aan het volgen van de voorgestelde Boels/Zanders-standaardbepalingen; waar bij afwijkingen daarvan nadrukkelijk moet worden toegelicht waarom daarvan wordt afgeweken. Deze brieven hebben op 13 september jl. ter info bij het DB voor gelegen. Inhoudelijk is hier niet op ingegaan en is enkel aangegeven dat de regionale werkgroep aan het DB van 11 oktober een 1 e wijzigingsvoorstel zou voor leggen.
1
Dat is ook zo gebeurd. In het voorliggende ontwerp is de (oorspronkelijke) Boels/Zandersbepaling gevolgd die toen voor lag en is niet de wens van de gemeente Voerendaal en Brunssum over genomen om in de regeling op te nemen dat deze standaard iedere 5 jaar dient te worden geëvalueerd. Tijdens de DB-vergadering van 11 oktober (1e bespreking va het wijzigingsvoorstel) heeft niemand ingebracht het niet met het voorstel eens te zijn c.q. liever te opteren voor het opnemen van die 5 jaar. Het 2e voorstel heeft voor gelegen tijdens de DB-vergadering van 22 november; ook daar is in het DB niets gezegd over de evaluatiebepaling en is akkoord gegaan met de voorliggende ontwerpregeling. Met de evaluatiebepaling zoals die nu is opgenomen wordt het eerdere Boels/Zanders-advies, gevolgd en met de marginale aanpassing ook dat van 22 november 2023. Daarin wordt namelijk aangegeven die 5 jaar alleen op te nemen in een regeling vanaf 15 deelnemers. Bovendien blijken met uitzondering van de raden van de gemeenten Brunssum en Voerendaal op de betreffende bepaling allemaal een positieve zienswijze te hebben afgegeven (dus niets opnemen over de 5 jaar).
Voorstel: Indachtig het laatste tekstvoorstel van Boels/Zanders (van 22 november 2023) waarmee invulling wordt gegeven aan het zoveel mogelijk betrachten van uniformiteit in de regelingen: - in artikel 39 niets te wijzigen; - in artikel 38 het ontbrekende lid 3 toe te voegen en lid 4 daarop aan te passen en - in artikel 37 de passage over het algemeen bestuur te verwijderen.
2
Integrale teksten (SPL/Boels-Zanders) ZIENSWIJZEN Tekst SPL art. 39 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het eerste of tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden maximaal twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Tekst Boels/Zanders 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.
Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Re: Deze bepaling staat al zo in het voorstel van SPL. Het is echter duidelijker om twee i.p.v. 1/5 op te nemen. Door het werken met breukenkunnen afrondingsperikelen ontstaan. In het voorstel van Boel/Zanders bij gemeenschappelijke regelingen met vijf of minder deelnemers dienen tenminste 2 gemeenteraden er om dienen te verzoeken en bij een gemeenschappelijke regeling van zeven deelnemers (zoals die van SPL) een vijfde van de gemeenteraden. In het geval van SPL zou dat 1,4 gemeenteraad zijn: zijn er dit dan 1 of 2 (daar zou discussie over kunnen ontstaan, aangezien niet meer te herleiden is dat Boels/Zanders altijd uitgaat van tenminste 2. Vandaar de keuze om het aantal expliciet in de regeling op te nemen. Pas bij een regeling vanaf 11 deelnemers zou 1/5 kunnen worden opgenomen, aangezien het bij 10 deelnemers nog steeds ten minste 2 gemeenteraden betreft… Hier is kennelijk niet bij stil gestaan door Boels/Zanders.
INSPRAAK/BURGERPARTICIPATIE Tekst SPL art. 38 2. In afwijking van lid 1 kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. Dit lid ontbreekt in de tekst van SPL 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in lid 2 leden 2 en 3 en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de Parkstad-Limburggemeenten en belanghebbenden zal worden vorm gegeven.
3
Tekst Boels/Zanders: 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. Re Het derde lid ontbreekt inderdaad in de voorliggende SPL-regeling. Is blijkbaar over het hoofd gezien bij het overnemen van de tekst; dit betekent uiteraard geen man overboord. Ook zonder die bepaling kunnen tenminste twee gemeenteraden daarom verzoeken. EVALUATIE Tekst SPL art. 37 De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit dan wel indien minimaal twee deelnemers daarom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen. Tekst Boels/Zanders: De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.
Re Tekst SPL is overeenkomstig eerder voorstel van Boels/Zanders. Boels/Zanders geeft aan pas bij regelingen vanaf 15 deelnemers op te nemen dat er iedere 5 jaar dient te worden geëvalueerd.
4