Raadsvoorstel 17 Commissie integriteit.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel (onder embargo tot aan begin van de raadsvergadering van 15 februari 2022) Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum
: N.v.t. : Klik of tik om tekst in te voeren. : 2022/17 : Griffie : Peter Peeters : +31455278511, peter.peeters@brunssum.nl : Burgemeester Van der Rijt : 15 februari 2022 : Niet van toepassing
Aan de raad, 1. Onderwerp Rapportage integriteitsmelding inzake raadslid Joosten 2. Uitgangssituatie a. Aanleiding Integriteitsmelding van het college inzake handelen raadslid Joosten. b. Huidige situatie/probleemstelling Op grond van een integriteitsmelding hebben de burgemeester en commissie integriteit besloten om een feitenonderzoek, duiding en advies op te laten stellen. Deze worden middels dit raadsvoorstel aan de gemeenteraad aangeboden. 4. Gewenste situatie a. Wat willen we bereiken Het is de taak van de gemeenteraad om op basis van de onderzoeksgegevens zich een oordeel te vormen over (de consequenties van) de feiten. b. Kaders 1. Eerdere besluitvorming Niet van toepassing 2. traject op hoofdlijnen tot dusverre Op 14 september 2021 heeft het college besloten een integriteitsmelding te doen inzake dhr. Joosten. Op het moment dat duidelijk werd dat de melding dhr. Joosten betrof, is hij conform protocol en uit eigen beweging wat betreft de afhandeling van deze melding teruggetreden als lid van de commissie integriteit. De commissie integriteit miste ten aanzien van de melding een duidelijk omschreven integriteitsschending. De commissie heeft het college derhalve verzocht, indien gewenst, alsnog een duidelijke integriteitsmelding aan de commissie toe te laten komen. Op 30 november 2021 heeft het college een nieuw besluit genomen.
Daarbij heeft ze de volgende melding vastgesteld: “Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019?” Naar aanleiding van deze melding en het bestuderen van de op dat moment ter beschikking gestelde documenten komen de burgemeester en commissie integriteit in hun vergadering van 20 december 2021 tot de conclusie dat er sprake is een redelijk vermoeden van een intergiteitsschending. Op grond van het protocol wordt er dientengevolge een feitenonderzoek ingesteld. Om de gemeenteraad te ondersteunen bij zijn oordeelsvorming, wordt er naast het feitenonderzoek ook gevraagd om een duiding van de feiten en een separaat advies.
Op 19 november heeft wethouder L’Espoir bij de commissie integriteit een melding gedaan inzake dhr. Joosten. Hierover is de commissie op 20 december met de wethouder het gesprek aangegaan. Wethouder L’Espoir heeft zich n.a.v. het gesprek bij de melding van het college gevoegd. Daarnaast is afgesproken dat hij eigenstandig informatie aanlevert. Op 6 januari 2022 is Capra Den Bosch formeel opdracht gegeven om een feitenonderzoek in te stellen, deze te duiden en een onafhankelijk advies hierover af te geven. Voor de feitelijke gang van zaken m.b.t. het onderzoek wordt verwezen naar het onderzoeksrapport. Op woensdag 2 februari 2022 hebben de burgemeester en commissie het eindrapport en de duiding daarvan geëvalueerd. Op maandag 7 februari 2022 ontving de commissie het gevraagde advies. 3. rol/ bevoegdheden De burgemeester en commissie integriteit hebben in het kader van het protocol twee hoofd taken: 1. Bepalen of er een feitenonderzoek naar (mogelijke) integriteitsschendingen noodzakelijk is, omdat er een redelijk vermoeden is van een integriteitsschending. 2. Het procesmatig begeleiden van het onderzoek. De burgemeester noch de commissie integriteit hebben in hun rollen zoals weergegeven in het protocol een inhoudelijk oordeel. Dat is aan de gemeenteraad. 4.
algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Gemeentewet artikel 15 en 28 Algemene wet Bestuursrecht 2:4 Gedragscode Raads(commissie)leden gemeente Brunssum 2007 Notitie instellen Commissie Integriteit Brunssum 2018 Dit kader wordt in de rapportage nader beschreven. 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met programmabegroting en uitvoeringsagenda? Niet aan de orde. c. In het onderzoeksrapport worden de volgende conclusies geformuleerd In het kort weergegeven concludeert onderzoeker, in navolging van de rapportage zoals op 21 maart 2021 uitgebracht door bureau Unravelling, dat de financiële relatie tussen de gemeente en stichting Brunssum4Tsamen, voor de uitvoering van het Feest der Verwondering, editie 2019, niet adequaat was geregeld. Vanuit die invalshoek was het voor de hand liggend dat de stichting zich volgend op het raadsbesluit van 17 september 2019 in het vooruitzicht dat december 2019 er snel aankwam, tot de gemeente wendde om nadere duidelijkheid te verkrijgen. De stichting heeft zich tot het ambtelijk apparaat gewend, en niet tot de wethouder, maar dat laat zich in enige mate verklaren door het historisch verloop, met nauwe banden tussen ambtenaren en stichting, en de specifieke situatie te Brunssum.
Onderzoeker kan niet vaststellen dat de heer Joosten zijn positie als raadslid bewust heeft gebruikt om tot een voor de stichting goed resultaat te komen, maar kan dat ook niet uitsluiten. Het is wel opvallend dat waar de afspraak binnen het bestuur van de stichting was dat de heer Joosten als raadslid geen directe contacten zou onderhouden met de gemeente, hij dat wel deed juist op het moment dat er grote belangen op het spel stonden. Onderzoeker kan niet vaststellen dat ambtenaren die door de heer Joosten werden benaderd, in het bijzonder < >, tot de voor de stichting gunstige beslissing is gekomen om de facturen op rekening van de gemeente te laten zetten om redenen dat de heer Joosten raadslid is, het lijkt er eerder op dat zij zich heeft laten leiden door op zich eerzame
motieven, maar ook hiervoor geldt dat onderzoeker beïnvloeding als gevolg van de positie van de heer Joosten als raadslid niet kan uitsluiten. Het extra advies van Capra stelt ten aanzien van de voorgelegde vraagstelling het volgende. Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? De geduide feiten en omstandigheden zijn afgezet tegen het door de onderzoeker geschetste juridisch kader. Gemeentewet Van handelen in strijd met de Gemeentewet is naar mijn mening geen sprake. Specifiek is bezien of sprake is van strijd met artikel 28 van de Gemeentewet. In dit artikel is opgenomen dat een raadslid niet deelneemt aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. Ten tijde van het raadsvoorstel in september 2019 kan niet worden gesteld dat raadslid Joosten als vertegenwoordiger betrokken was bij een aangelegenheid waarover werd gestemd. Opmerking hierbij verdient dat de heer Joosten zich heeft onthouden van de beraadslaging voorafgaand aan de stemming. Het bestuurslidmaatschap aanmerken als vertegenwoordiging zou naar mijn oordeel een te strikte interpretatie zijn van artikel 28 Gemeentewet en zou een belemmering opleveren voor raadsleden om gebruik te maken van het fundamentele recht om te stemmen.
Gedragscode Vervolgens is beoordeeld of sprake is van handelen in strijd met de Gedragscode voor raadsleden van de gemeente Brunssum. Zoals uit het onderzoek blijkt worden bij het begrip integriteit een aantal sleutelwoorden geduid, waaronder betrouwbaarheid, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid. De sleutelwoorden zijn nader uitgewerkt in kernbegrippen. Bij het kernbegrip betrouwbaarheid is opgenomen dat een raadslid kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt alleen aanwendt voor het doel waarvoor het is gegeven. Verder dient het handelen van een raadslid gekenmerkt te worden door onafhankelijkheid hetgeen volgens de Gedragscode wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Wat betreft de belangenverstrengeling vermeldt de Gedragscode dat een raadslid zich er bewust van moet zijn dat bepaalde beslissingen risico’s met zich brengen en dat hij daarom elke schijn van belangenverstrengeling of vriendjespolitiek dient te vermijden. Door de onderzoeker is vastgesteld dat raadslid Joosten uit hoofde van zijn bestuurslidmaatschap van de stichting (email)contact heeft gehad met medewerkers van de ambtelijke organisatie. Tijdens dat contact is informatie, die hij uit hoofde van zijn raadslidmaatschap heeft verworven, ingebracht.
Deze handelwijze brengt het risico met zich van (de schijn van) belangenverstrengeling omdat niet met zekerheid gezegd kan worden dat de buitenwacht (eveneens) een strikte scheiding in rollen aanbrengt. Wordt de uitwerking van het begrip integriteit in de Gedragscode bezien, en meer in het bijzonder de geduide sleutelwoorden die zijn uitgewerkt in kernbegrippen, dan is sprake van niet integer handelen. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van doelbewust handelen. Integendeel, gelet op de verklaringen van raadslid Joosten lijkt er eerder sprake te zijn van ondoordacht handelen door zich in oktober 2019 onvoldoende rekenschap te geven van de dubbelrol raadslid versus penningmeester. Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019? De onderzoeker heeft duidelijk vastgesteld dat beïnvloeding niet kan worden vastgesteld, maar ook niet kan worden uitgesloten. De enige conclusie die op basis van het onderzoek dan ook kan worden getrokken is dat niet eenduidig kan worden vastgesteld dat en zo ja, welke invloed het handelen van raadslid Joosten heeft gehad op de voor de gemeente gemaakte interne keuzes voor de financiering van het Feest der Verwondering editie 2019.
Hoewel de inmenging en de rolvermenging eerder is geduid als ondoordacht en mogelijk zelfs ongelukkig, blijkt uit het onderzoek ook dat de besluitvorming door de raad – achteraf en nadrukkelijk geplaatst in de context van de ontstaansgeschiedenis van de stichting – op onderdelen niet eenduidig is geweest. Dat geldt ook over de verdere ambtelijke afhandeling van het raadsbesluit. Dit tezamen, afgezet tegen de achtergrond van tijdsdruk, hebben geleid tot onduidelijkheden en interpretatieverschillen.
d. Opties en keuze Het is de taak van de gemeenteraad om op basis van de onderzoeksgegevens zich een oordeel te vormen over (de consequenties van) de feiten. Daarnaast doet Capra ook een aantal aanbevelingen Leden van de gemeenteraad hebben het lidmaatschap aanvaard omdat zij betrokken zijn bij de plaatselijke samenleving. Veelal staan raadsleden midden in de lokale samenleving, hebben zij een groot netwerk en bekleden zij meerdere nevenfuncties. Dit brengt bijna automatisch met zich dat (de schijn van) belangenverstrengeling op de loer ligt. Hoewel raadsleden zich veelal zeer bewust zijn van een mogelijke dubbelrol en deze kunnen scheiden, is het de vraag of dit door anderen op dezelfde manier wordt ervaren. Daardoor kunnen (onbedoeld) integriteitsdiscussies ontstaan. Wordt het onderzoek bezien dan staat vast dat de gemeenteraad een Gedragscode heeft vastgesteld en een procedureregeling heeft ingesteld voor het melden van (vermoedelijke) integriteitsschendingen. Bewustwording en het maken van (aanvullende) werkafspraken om discussie en/of interpretatieverschillen te voorkomen is hierbij aan te bevelen. Hierbij kan worden gedacht aan het maken van de volgende afspraken: • Raadsleden nemen enkel door tussenkomst van de griffie contact op met medewerkers van de ambtelijke organisatie wanneer het vragen c.q.
opmerkingen (zakelijk en privé) betreft die niet zien op de uitoefening van het lidmaatschap van de raad. • Bij besluitvorming waarbij een raadslid uit hoofde van een uitgeoefende (neven)functie betrokken is, vindt vooraf aan de beraadslaging een melding plaats bij de griffier en de fractievoorzitter zodat in overleg bezien kan worden of deel wordt genomen aan de beraadslaging en stemming. Artikel 15 Gemeentewet is onverkort van toepassing. • Nagedacht kan worden over de vraag of raadsleden de functies van voorzitter en penningmeester moeten bekleden gedurende het raadslidmaatschap bij organisaties die direct of indirect banden onderhouden met de gemeente. • Na de installatie van de nieuwe gemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullende afspraken gemaakt. 6. Bijlagen 1. Onderzoeksrapportage Capra Den Bosch, onder embargo tot aan het begin van de raadsvergadering 15 februari 2022 2. Advies aan Commissie Integriteit gemeente Brunssum Capra Den Bosch, onder embargo tot aan het begin van de raadsvergadering 15 februari 2022 3. Bijlagen bij onderzoeksrapportage (ter inzage bij de griffie) Namens de burgemeester en commissie integriteit
Burgemeester
Griffier
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2022/17 : Griffie : Klik of tik om tekst in te voeren.
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/17; Gelezen het voorstel van burgemeester en commissie integriteit d.d. 8 februari 2022, Capra advocaten Den Bosch; Besluit: -
Kennis te nemen van het feitenonderzoek, de duiding en het advies van Capra Advocaten te Den Bosch De volgende aanbevelingen over te nemen: o Raadsleden nemen enkel door tussenkomst van de griffie contact op met medewerkers van de ambtelijke organisatie wanneer het vragen c.q. opmerkingen (zakelijk en privé) betreft die niet zien op de uitoefening van het lidmaatschap van de raad. o Bij besluitvorming waarbij een raadslid uit hoofde van een uitgeoefende (neven)functie betrokken is, vindt vooraf aan de beraadslaging een melding plaats bij de griffier en de fractievoorzitter zodat in overleg bezien kan worden of deel wordt genomen aan de beraadslaging en stemming. Artikel 15 Gemeentewet is onverkort van toepassing. o Nagedacht kan worden over de vraag of raadsleden de functies van voorzitter en penningmeester moeten bekleden gedurende het raadslidmaatschap bij organisaties die direct of indirect banden onderhouden met de gemeente. o Na de installatie van de nieuwe gemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullende afspraken gemaakt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 februari 2022
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier