Raadsvoorstel 17 (bijlage) Advies Commissie Integriteit gemeente Brunssum.pdf
Tekst van het document
STRIKT PERSOONLIJK/VERTROUWELIJK Aan de Commissie Integriteit van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum D.t.v. de heer P. Peeters, griffier Postbus 250 6440 AG BRUNSSUM
9 februari 2022 Melding inzake raadslid Joosten: advies Onze referentie: D33492/MR/MD/BF mr. M.J.J. Rutten 088-579 0001
Geachte leden van de commissie, Het college van de gemeente Brunssum (hierna: het college) heeft in haar besluit van 30 november 2021 besloten melding te doen bij uw commissie. De melding De melding luidt: Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019? Procedure Naar aanleiding van de melding heeft uw commissie besloten een extern onderzoek in te stellen. Het onderzoek naar de feiten en omstandigheden is uitgevoerd door mijn collega de heer mr. M.P.W. Steuten, advocaat van Capra Advocaten te ’s-Hertogenbosch. Op 3 februari 2022 is de rapportage van bevindingen overhandigd aan uw commissie. Op basis van deze rapportage heeft uw commissie verzocht om de gestelde vragen te beantwoorden, zodat dit advies tezamen met het onderzoeksrapport aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd. Zoals de onderzoeker reeds opmerkte is het aan de raad om zich een oordeel aan te matigen over de melding en de vraag hoe hier mee om te gaan. Het voorliggend advies is opgesteld in het kader van de gedachtenvorming hierover.
Op basis van de feiten en omstandigheden zoals opgenomen in de genoemde rapportage kunnen de vragen zoals gesteld naar mijn mening als volgt worden beantwoord: Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? De geduide feiten en omstandigheden zijn afgezet tegen het door de onderzoeker geschetste juridisch kader. Gemeentewet Van handelen in strijd met de Gemeentewet is naar mijn mening geen sprake. Specifiek is bezien of sprake is van strijd met artikel 28 van de Gemeentewet. In dit artikel is opgenomen dat een raadslid niet deelneemt aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. Ten tijde van het raadsvoorstel in september 2019 kan niet worden gesteld dat raadslid Joosten als vertegenwoordiger betrokken was bij een aangelegenheid waarover werd gestemd. Opmerking hierbij verdient dat de heer Joosten zich heeft onthouden van de beraadslaging voorafgaand aan de stemming. Het bestuurslidmaatschap aanmerken als vertegenwoordiging zou naar mijn oordeel een te strikte interpretatie zijn van artikel 28 Gemeentewet en zou een belemmering opleveren voor raadsleden om gebruik te maken van het fundamentele recht om te stemmen.
Gedragscode Vervolgens is beoordeeld of sprake is van handelen in strijd met de Gedragscode voor raadsleden van de gemeente Brunssum. Zoals uit het onderzoek blijkt worden bij het begrip integriteit een aantal sleutelwoorden geduid, waaronder betrouwbaarheid, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid. De sleutelwoorden zijn nader uitgewerkt in kernbegrippen. Bij het kernbegrip betrouwbaarheid is opgenomen dat een raadslid kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt alleen aanwendt voor het doel waarvoor het is gegeven. Verder dient het handelen van een raadslid gekenmerkt te worden door onafhankelijkheid hetgeen volgens de Gedragscode wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Wat betreft de belangenverstrengeling vermeldt de Gedragscode dat een raadslid zich er bewust van moet zijn dat bepaalde beslissingen risico’s met zich brengen en dat hij daarom elke schijn van belangenverstrengeling of vriendjespolitiek dient te vermijden. Door de onderzoeker is vastgesteld dat raadslid Joosten uit hoofde van zijn bestuurslidmaatschap van de stichting (e-mail)contact heeft gehad met medewerkers van de ambtelijke organisatie. Tijdens dat contact is informatie, die hij uit hoofde van zijn raadslidmaatschap heeft verworven, ingebracht.
Deze handelwijze brengt het risico met zich 2
van (de schijn van) belangenverstrengeling omdat niet met zekerheid gezegd kan worden dat de buitenwacht (eveneens) een strikte scheiding in rollen aanbrengt. Wordt de uitwerking van het begrip integriteit in de Gedragscode bezien, en meer in het bijzonder de geduide sleutelwoorden die zijn uitgewerkt in kernbegrippen, dan is sprake van niet integer handelen. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van doelbewust handelen. Integendeel, gelet op de verklaringen van raadslid Joosten lijkt er eerder sprake te zijn van ondoordacht handelen door zich in oktober 2019 onvoldoende rekenschap te geven van de dubbelrol raadslid versus penningmeester. Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019? De onderzoeker heeft duidelijk vastgesteld dat beïnvloeding niet kan worden vastgesteld, maar ook niet kan worden uitgesloten. De enige conclusie die op basis van het onderzoek dan ook kan worden getrokken is dat niet eenduidig kan worden vastgesteld dat en zo ja, welke invloed het handelen van raadslid Joosten heeft gehad op de voor de gemeente gemaakte interne keuzes voor de financiering van het Feest der Verwondering editie 2019.
Hoewel de inmenging en de rolvermenging eerder is geduid als ondoordacht en mogelijk zelfs ongelukkig, blijkt uit het onderzoek ook dat de besluitvorming door de raad – achteraf en nadrukkelijk geplaatst in de context van de ontstaansgeschiedenis van de stichting - op onderdelen niet eenduidig is geweest. Dat geldt ook over de verdere ambtelijke afhandeling van het raadsbesluit. Dit tezamen, afgezet tegen de achtergrond van tijdsdruk, hebben geleid tot onduidelijkheden en interpretatieverschillen. Advies Zoals aangegeven wordt herhaald dat het uiteindelijk aan de gemeenteraad is om zich een oordeel te vormen over de conclusies zoals hierboven opgenomen. In het kader van de discussie hierover veroorloof ik mij tot het maken van een aanvullende opmerking. Leden van de gemeenteraad hebben het lidmaatschap aanvaard omdat zij betrokken zijn bij de plaatselijke samenleving. Veelal staan raadsleden midden in de lokale samenleving, hebben zij een groot netwerk en bekleden zij meerdere nevenfuncties. Dit brengt bijna automatisch met zich dat (de schijn van) belangenverstrengeling op de loer ligt. Hoewel raadsleden zich veelal zeer bewust zijn van een mogelijke dubbelrol en deze kunnen scheiden, is het de vraag of dit door anderen op dezelfde manier wordt ervaren. Daardoor kunnen (onbedoeld) integriteitsdiscussies ontstaan. 3
Wordt het onderzoek bezien dan staat vast dat de gemeenteraad een Gedragscode heeft vastgesteld en een procedureregeling heeft ingesteld voor het melden van (vermoedelijke) integriteitsschendingen. Bewustwording en het maken van (aanvullende) werkafspraken om discussie en/of interpretatieverschillen te voorkomen is hierbij aan te bevelen. Hierbij kan worden gedacht aan het maken van de volgende afspraken: -
-
-
-
Raadsleden nemen enkel door tussenkomst van de griffie contact op met medewerkers van de ambtelijke organisatie wanneer het vragen c.q. opmerkingen (zakelijk en privé) betreft die niet zien op de uitoefening van het lidmaatschap van de raad. Bij besluitvorming waarbij een raadslid uit hoofde van een uitgeoefende (neven)functie betrokken is, vindt vooraf aan de beraadslaging een melding plaats bij de griffier en de fractievoorzitter zodat in overleg bezien kan worden of deel wordt genomen aan de beraadslaging en stemming. Artikel 15 Gemeentewet is onverkort van toepassing. Nagedacht kan worden over de vraag of raadsleden de functies van voorzitter en penningmeester moeten bekleden gedurende het raadslidmaatschap bij organisaties die direct of indirect banden onderhouden met de gemeente. Na de installatie van de nieuwe gemeenteraad treedt de raad met elkaar in overleg over inhoud van de Gedragscode (bewustwording) en worden desgewenst aanvullende afspraken gemaakt.
Met dit advies vertrouw ik erop u op dit moment van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet,
mw. mr. M.J.J. Rutten
4