Raadsvoorstel 1 (bijlage) Ruimtelijke onderbouwing plan Akerstraat 91_ Brunssum NL.IMRO.0889.BPAkerstraat91-ON01_ V2211023__202365974__ anoniem
Tekst van het document
Hiervoor
zijn
verschillende
technieken
te
gebruiken,
zoals
zonnepanelen, een warmtepomp of een warmtenet. Zoals al aangegeven worden, nog los van de genoemde voorwaarden, de woningen “all-in-electric” uitgevoerd en worden ten behoeve daarvan op een deel van het bestaande dakvlak PV-cellen geïnstalleerd. Het bouwplan zal gaan voldoen aan de laatste eisen ten aanzien van duurzame woningbouw. Er wordt geen aardgas gebruikt. In die zin voldoet het planvoornemen aan het uitgangspunt alleen gebruik te maken aan hernieuwbare energie.
5.11
Ondergrondse infrastructuur
Het is aannemelijk dat binnen het onderzoeksgebied ter plaatse van het voorterrein, dat aansluit op het openbaar gebied, kabels en leidingen gelegen zijn. Voor het plangebied is op 10 juni 2022 een Klic-melding opgevraagd (zie bijlage
6).
Uit
het
datatransportkabels
rapport liggen,
blijkt
een
dat
lagedruk
binnen
het
gasleiding,
plangebied een
enkele
electriciteits-
middenspanningskabel en een waterleiding. Deze leidingen zijn aangelegd ten behoeve van de noodzakelijke nutsvoorzieningen van het huidige pand. Voor de ontwikkeling van het planvoornemen vormen deze kabels verder geen randvoorwaarde. Bij graafwerkzaamheden binnen het plangebied liggen in ieder geval geen hogedruk gasleidingen van de Gasunie, energieleveranciers of Defensie zoals beschreven in par. 5.5.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
66
SMA-Advies
5.12
Verkeer, infrastructuur en parkeerbeleid
Op basis van de Planwet Verkeer en Vervoer (1998, hierna: Planwet)
is
vastgesteld dat nationale, regionale en lokale overheden samenhangend en uitvoeringsgericht beleid dienen te voeren en dit moeten vastleggen in een verkeers- en vervoerplan. De Planwet bepaalt dat de gemeente zorgdraagt voor het zichtbaar voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoersbeleid, dat richting geeft aan de te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer en waarbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan en van het provinciale verkeers- en vervoerplan in acht worden genomen alsmede het beleid van omliggende gemeenten (subregionaal niveau). Door de gemeenteraad is voor het uitvoeren van het verkeers- en vervoersbeleid in februari 2022 het nieuw Mobiliteitsplan 2022-2032 vastgesteld. De tevens vastgestelde Parkeernota Brunssum 2022 maakt daar onderdeel van uit. Het
bouwplan
voorziet
in
de
bouw
van
14
woonappartementen
met
bijbehorende voorzieningen in een bestaand, voormalig kerkgebouw. De gemeentelijke parkeernota (Parkeernota Brunssum 2022) maakt ook deel uit van het bestemmingsplan. In die zin dient bij nieuwe ontwikkelingen zoals deze, rekening gehouden worden met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van het gemeentelijk parkeerbeleid. Het plangebied is volgens de parkeernota gelegen binnen het deel dat als “rest bebouwde kom” is aangemerkt en gaat het daarbij om een “matig stedelijk” gebied. In de Parkeernota zijn de parkeernormen opgenomen voor motorvoertuigen en fietsen die de gemeente Brunssum hanteert voor nieuwe bouwplannen en (her)ontwikkelingen.
Figuur 20. ligging plangebied binnen “rest bebouwde kom”, “matig stedelijk” gebied
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
67
SMA-Advies
Het doel van de gemeentelijke parkeernota is inzicht te geven in de verwachte parkeerbehoefte van bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen die plaats vinden binnen de gemeente Brunssum. De insteek is dat bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plan wordt zorggedragen voor voldoende parkeergelegenheid voor de auto en de fiets. De parkeernormen
zijn
vooralsnog
niet
bedoeld
voor
reeds
bestaande
bouwwerken en functies. Voor de nieuw te realiseren grondgebonden woningen geldt volgens de parkeernota een norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning7. Dat betekent dat afgerond binnen het plangebied 20 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden8. Binnen het plangebied vindt inpassing plaats van 20 parkeerplaatsen die minimaal voor dit plan benodigd zijn, waarvan 3 royale invalideparkeerplaatsen. Zie figuur 20 pagina 67 ev. Met het realiseren van 20 parkeerplaatsen kan worden voldaan aan de gestelde parkeernorm waarmee voldaan wordt aan de voorwaarde om de parkeervraag op te lossen binnen het plangebied. De aanwezige groenstructuur binnen het bestaande voorterrein blijft behouden en wordt met de landschappelijke/ tuininpassing verder versterkt. Het omliggende groen/tuin wordt als collectieve tuin c.q. park ingericht. Deze zal gemeenschappelijk
worden
onderhouden,
zonder
tuinafscheidingen
en
privégebruik door de nieuwe bewoners/huurders. Het ontwerp van de inrichting van de betreffende parkeerplaatsen wordt rekening gehouden met het behoud van het aanwezige voorplein dat betrokken wordt bij de groeninpassing en entree van het gebouw. De landschappelijke inpassing van de parkeerplaatsen en de tuin zal zo nodig later nog worden uitgewerkt in de volgende fase van het plan. Als er voor de ontsluiting van de parkeerplaatsen
een
aanvraag
ingediend
moet
worden
(Inrit/
uitwegvergunning) dan zal dat in de aan te vragen Wabo-vergunning (fase 2) voor het bouwen van de woning, ook worden meegenomen. Parkeren in combinatie met groeninpassing vormt voor het planvoornemen dus geen belemmering.
7
Parkeernota Brunssum 2022. Uitgegaan wordt van middenhuur woonappartementen met een norm van 1,4 parkeerplaatsen per woonappartement 8 1,4 parkeerplaatsen per woonappartement x 14 appartementen = 19,6 parkeerplaatsen. Afgerond volgens de afrondingsregels Parkeernota 2022, zijn dat in totaal 20 parkeerplaatsen.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
68
SMA-Advies
Figuur 21. Uitsnede oplossing parkeerplaatsen en verlegde uitweg. In totaal 19 parkeerplaatsen waarvan 3 voor invaliden.
Als er al sprake is van verkeersaantrekkende werking, dan is deze niet onevenredig. Als het gaat om personen die de woonappartementen bezoeken, is er rond het plangebied (in een actieradius van 250 meter) voldoende parkeergelegenheid aanwezig. Gezien de aard van het planvoornemen om ter plaatse 14 woonappartementen te realiseren, zal er ten aanzien daarvan geen sprake zijn van enige verkeer aantrekkende werking. Zoals beschreven maken alleen bewoners en eventueel bezoek gebruik van een eigen motorvoertuig. Daarbij kan voor motorvoertuigen alsmede voor fietsen aan de parkeernorm van de gemeente Brunssum worden voldaan. Gesteld wordt dat parkeren voor motorvoertuigen en fietsen verder geen randvoorwaarde vormt. Verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling Om de verkeersaantrekkende werking van de beoogde woonfunctie te bepalen, wordt aangesloten bij de verkeersgeneratiecijfers die zijn opgenomen in de CROW publicatie 381 (2018).
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
69
SMA-Advies
Dat resulteert in een weekdaggemiddelde van 73 verkeersbewegingen van- en naar het plangebied (14 x 5,2 = 72,8 afgerond 73) en maximaal 84 (14 x 6,0 = 84). Het zal daarbij met name gaan om verkeersbewegingen van lichte motorvoertuigen
(personenauto’s),
ca.
95%.
Overige
bewegingen
zoals
toelevering zal met middelzware voertuigen plaatsvinden (ca. 5%). Dat betekent dus dat minimaal afgerond ca. 69 verkeersbewegingen (maximaal 80) bestaan uit lichte motorvoertuigbewegingen en 4 (maximaal 4) uit middelzware motorvoer-tuigen.9 De
verkeersgeneratie
per
woning
is
conform
CROW
publicatie
381
‘Toekomstbestendig parkeren’ (“rest bebouwde kom”, “matig stedelijk” ) minimaal 5,2 en maximaal 6,0 per woning per werkdag. Dit komt neer op een verkeersveilige verkeersdruk van minimaal 73 motorvoertuigen en maximaal 84 motorvoertuigen per weekdagetmaal. Om de werkdagetmaal te bepalen wordt een omrekenfactor voor wonen, conform CROW publicatie 381, gehanteerd van 1,11. Gedurende een werkdagetmaal genereren de 14 woningen dus (73-84 x 1,11) 81 tot 93 motorvoertuigen. Na de realisatie van het planvoornemen zal sprake zijn van een beperkte toename van het aantal voertuigbewegingen ter plaatse. De bestaande verkeersstructuur, waaronder de Akerstraat en de Rembrandtstraat/ Reinstraat die toegang bieden tot de het plangebied, is berekend op een groter aantal voertuigbewegingen10 en zal door de toevoeging van de genoemde aantal verkeersbewegingen niet onevenredig worden belast. De verkeersdruk zal zich over de genoemde wegen verdelen waardoor geen overmatige verkeersdruk ter hoogte van het plangebied wordt verwacht.
5.13
Mer-Milieubelangen en effecten ten gevolge het planvoornemen
Het aan de orde zijnde planvoornemen voorziet in het realiseren van 14 woonappartementen binnen de dimensies van een bestaand gebouw. Het toevoegen van 14 woonappartementen heeft mogelijk (significante) effecten op de directe omgeving, het milieu, natuur en (stads)landschap. Er kan sprake zijn van een bepaalde mate van verontreiniging en hinder eventueel ook door cumulatie met andere projecten. Of er mogelijk sprake is van significante negatieve gevolgen van particuliere projecten, kan worden bepaald aan de hand van bijlage III van de Europese richtlijn betreffende de “milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten”.
9
Afronden geschiedt volgens de afrondingsregels zoals beschreven in de gemeentelijke Parkeernota. De Akerstraat heeft een etmaalbelasting van ca. 11.257 motorvoertuigbewegingen, waarvan gemiddeld ca. 95 % lichte motorvoertuigen: bron Akoestisch onderzoek bijlage 2. 10
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
70
SMA-Advies
De geografische ligging ten opzichte van eventueel kwetsbare gebieden wordt daar ook bij betrokken zoals bosgebieden, wetlands of reservaten. Het project kan worden beoordeeld als “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” zoals beschreven in onderdeel D, categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer). Bij het toetsen aan de in die categorie opgenomen drempelwaarden, is het plan (1) niet groter dan 100 hectare, (2) omvat het plan niet meer dan 2000 woningen en gaat het niet om (3) een bedrijfsoppervlak van meer dan 200.000 m2. Relevantie voor het plangebied Het planvoornemen, c.q. de daarin opgenomen dimensies blijven (zeer) ruim onder de drempelwaarden zoals opgenomen in Bijlage D, categorie D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage en zoals hierboven beschreven. De Wet Natuurbescherming is bij dit planvoornemen ook een afwegingskader. Bij mogelijk significatie, negatieve effecten op bijvoorbeeld Natura 2000gebieden, dient een zogenoemde plan-m.e.r-procedure te worden gevolgd. Zoals uit de onderbouwing blijkt, zijn er geen significante negatieve effecten ter plaatse van Natura-2000 gebieden te verwachten. In de onderbouwing van de diverse randvoorwaarden is in voldoende mate gebleken dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten.
Bij wijze van een vormvrije mer-aanmeldnotitie wordt aan de hand van de onderstaande kenmerken het projectvoornemen andermaal beschreven: 1. Kenmerken van het project: a.
Het toepasselijk bestemmingsplan maakt met een functiewijziging het realiseren en het toevoegen van 14 woonappartementen binnen een bestaand gebouw niet rechtstreeks mogelijk. Onderhavige onderbouwing voorziet er in om alsnog het planvoornemen te realiseren.
b.
De drempelwaarden van categorie D11.2 (bijlage 1 Besluit m.e.r.) worden niet overschreden;
c.
Er zijn verder geen autonome (vergelijkbare) projecten bekend waardoor er geen sprake is van cumulatie van (nadelige) milieueffecten met deze projecten;
d.
Tijdens
de
voorbereidingsfase/
milieubelastende
stoffen
realisatiefase,
geproduceerd.
Afvalstoffen
worden van
geen
bewoners
worden via de reguliere processen door of namens de gemeente afgevoerd naar een daartoe erkend verwerker; e.
Het project wordt binnen de dimensies van bestaande bebouwing gerealiseerd.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
71
SMA-Advies
f.
Uit de quickscans en de onderbouwing blijkt dat ten aanzien van de aspecten bodem, (afval) water, archeologie, geluid, bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit/ geur en externe veiligheid (na het zo nodig nemen van maatregelen) geen onoverkomelijk bezwaren zijn te verwachten dan wel dat er geen belemmeringen bestaan om het project te realiseren;
g.
Het realiseren van het project leidt ook niet tot een toename van risico’s ten aanzien van handelingen met gevaarlijke stoffen.
2.
Plaats van het project en kenmerken potentieel effect a.
De huidige situatie in het plangebied is conform het toepasselijk bestemmingsplan bestemd voor maatschappelijke doeleinden. Het pand staat al geruime tijd leeg en is in inmiddels verval geraakt. In relatie tot de
beoogde
c.q.
toekomstige
ontwikkeling
bestaan
er
geen
belemmeringen; b.
Het plangebied is niet gelegen in gevoelige gebieden zoals wetlands, bergen/ dalen, bosgebieden ed. Habitats van beschermde plantensoorten zijn niet aanwezig waardoor er (vooralsnog) geen aardkundige, landschappelijke of biologische waarden en dergelijke worden aangetast. Het ecologisch onderzoek naar onder andere vleermuizen wordt in 2023 voortgezet en gerapporteerd;
c.
Er is geen sprake van potentiele effecten als gevolg van het realiseren en exploiteren van het beoogde plan. Andere (schadelijke) effecten dan beschreven zijn dus niet te verwachten.
Uit de inventarisatie blijkt dat er bij exploitatie van het project weliswaar effecten te verwachten zijn maar dat het niet gaat om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat er uiteindelijk geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden. Op basis van deze inventarisatie kan een goed gewogen besluit genomen worden ( artikel 7.17 Wet milieubeheer).
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
72
SMA-Advies
6.
CONCLUSIE
Ten behoeve van het realiseren van 14 woonappartementen met voorzieningen ter plaatse van een bestaand gebouw gelegen aan de Akerstraat 91 te Brunssum kan worden geconcludeerd dat: 1.
het woonmilieu van de te realiseren woonappartementen, bestaande, omliggende andere bestemmingen niet onevenredig wordt aangetast;
2.
belangen van derden of van terreinen van derden niet onevenredig worden geschaad;
3.
maatschappelijke belangen en belangen van de toekomstige bewoners via afspraken zoals afvalinzameldiensten is gewaarborgd;
4.
er geen onevenredige geluidhinder optreedt ten gevolge van de exploitatie van omliggende bedrijven en maatschappelijke bestemmingen;
5.
ten
aanzien
van
wegverkeerslawaai
en
industrielawaai
(stemgeluid
afkomstig van de nabijgelegen Bredeschool) een akoestisch onderzoek is opgesteld waaruit blijkt dat ten aanzien van de gecumuleerde geluid ter plaatse van de woningen 1 t/m 6, 13 en 14 sprake is van een hogere waarde. Ter plaatse van deze woningen zullen (extra) bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden; 6.
de luchtkwaliteit niet nadelig wordt beïnvloed;
7.
andere in deze onderbouwing afgewogen aspecten, zoals bodem en geur en externe veiligheid verder geen randvoorwaarde vormen;
8.
de parkeerbalans niet onevenredig wordt beïnvloed omdat het benodigd aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt opgelost;
9.
er geen onevenredige verkeersaantrekkende werking ontstaat en dat de parkeervraag binnen het plan wordt opgelost;
10. er geen afbreuk wordt gedaan aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; 11. er een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd zal worden vanaf mei 2023 om vast te stellen of er beschermde planten- en of diersoorten aanwezig zijn waarmee in de bouwfase (fase 2) rekening mee moet worden gehouden en 12. er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat er geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden. Resumerend kan worden aangegeven dat, onder het genoemde voorbehoud, aan de randvoorwaarden van het bestemmingsplan kan worden voldaan.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
73
SMA-Advies
7.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien:
het kostenverhaal anderszins verzekerd is;
het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is, of één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten:
het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of;
er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of;
de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen.
De voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van 14 woonappartementen binnen de dimensies van een bestaand gebouw en zonder aanpassingen in de openbare ruimte. Daarom zullen de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening zich beperken tot de aansluiting van het
bouwperceel
op
de
openbare
ruimte
of
aansluiting
op
de
nutsvoorzieningen. Er zal een exploitatieplan moeten worden vastgesteld omdat het gaat om een plan van meer dan 10 woningen (artikel 6.12, eerste lid Wro jo. artikel 6.2.1 Bro onder d). Uit de gevraagde planologische wijziging kan planschade voortvloeien. In verband met mogelijke vergoedingen van planschade als bedoeld in art. 6.1 Wet
ruimtelijke
ordening
zal
met
de
initiatiefnemer
een
planschade-
overeenkomst worden gesloten, op basis waarvan de kosten voor planschade voor rekening en risico van de initiatiefnemer komen. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid van het plan verzekerd. Gelet op het vorenstaande kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan en is de economische uitvoerbaarheid van het plan gegarandeerd.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
74
SMA-Advies
8.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Voor het in procedure brengen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ex artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo, is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Deze procedure is beschreven in hoofdstuk 9. Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening zal de gemeente bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan overleg plegen met het betrokken Waterschap en de instanties van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg van de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De ontwerpbeschikking zal tevens aan de betrokken adviesinstanties en -organen worden toegezonden. De
ontwerp-omgevingsvergunning
wordt,
voor
zover
noodzakelijk,
toegezonden aan een aantal vaste overleg- en adviespartners. Daarna wordt deze gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die periode hebben belanghebbenden de tijd om zo gewenst een zienswijze in te dienen. Na de zienswijzeperiode verleent het college van B&W, met inachtneming van eventueel ingediende zienswijzen de definitieve vergunning. Binnen 6 weken na bekendmaking van het besluit tot vaststelling van de omgevingsvergunning
kan
beroep
worden
ingediend
bij
de
Afdeling
Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er staat echter ook beroep open als geen zienswijze is ingediend dan wel als men niet belanghebbend is.
8.1 Het
Omgevingsdialoog planvoornemen
belanghebbenden
en
is
op
andere
24
augustus
geïnteresseerden
2023
aan
omwonenden,
gepresenteerd,
zoals
het
Buurtnetwerk Zuid. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt die als bijlage 7 bij deze onderbouwing is gevoegd.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
75
SMA-Advies
9.
OVERLEG EN PROCEDURES
Algemeen Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dat houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de ruimtelijke plannen onderling vergelijkbaar worden. Voor dat doel is het pakket ‘RO Standaarden 2012’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Procedure Voor de beschreven ontwikkeling is een omgevingsvergunning nodig op basis van artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Omdat het gebruik in strijd is met het geldende bestemmingsplan, dient de motivering van het besluit (de omgevingsvergunning) een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten. Om het project planologisch gezien te borgen is gekozen voor het aanvragen van de omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1, sub a., onder 3° Wabo. Dit document vormt de ruimtelijke onderbouwing voor de nieuwe ontwikkeling en maakt daarmee onderdeel uit van de omgevingsvergunning.
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, dient de uitgebreide voorbereidingsprocedure ingevolge afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zoals beschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), te worden gevolgd. De Wabo heeft voor de uitvoering van deze procedure een aantal aanvullingen: Aanvraag, ontwerpbesluit en/ of het definitieve besluit moeten op grond van zowel de Wabo als het Besluit omgevingsrecht (Bor) in bepaalde specifieke
gevallen
aan
specifieke
personen
of
instanties
worden
toegestuurd. Te denken valt aan het orgaan dat de verklaring van geen bedenkingen afgeeft, de Inspectie, een ander bestuursorgaan dan het aangewezen bevoegd gezag, etc.; Iedereen kan zienswijzen op het ontwerpbesluit indienen (art. 3.12 lid 5 Wabo). Personen of rechtspersonen die eerder een zienswijze indienden kunnen in beroep bij de bestuursrechter tegen het daaropvolgende definitieve besluit. Ook wanneer diegene voorheen geen zienswijze heeft
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
76
SMA-Advies
ingediend en niet-belanghebbend is, kan alsnog beroep worden ingesteld. De beslistermijn van zes maanden begint te lopen op de dag ná de dag van ontvangst van een -ontvankelijke- aanvraag (art. 3.12 lid 7 Wabo); De beslistermijn van zes maanden mag éénmaal verlengd worden, met ten hoogste zes weken (art. 3.12 lid 8 Wabo); Bij een geval als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo (de toestemming uit de Wabo die in de plaats komt
van
het
projectbesluit),
wordt
de
kennisgeving
van
het
ontwerpbesluit en de mededeling van het definitieve besluit geplaatst op www.officielebekendmakingen.nl. het Gemeenteblad. De mededeling van het definitieve besluit wordt tevens via elektronische weg gedaan en beschikbaar gesteld (art. 6.14 Bor). Tevens kan via het plaatselijke huisaan-huisblad kennis genomen worden van gemeentelijke besluiten. Vooroverleg In artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing verklaard. Voor deze procedure is inmiddels
dan
wel
zal
ook
vooroverleg
worden
gevoerd
met
uitvoeringsdiensten van het Rijk, provincie en het Waterschap. Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan
moeten
burgemeester
en
wethouders,
indien
niet
is
aangegeven dat van vooroverleg kan worden afgezien, daarom overleg plegen met het Waterschap, met andere gemeenten wiens belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Het planvoornemen heeft geen betekenende invloed op de omgeving. Vooroverleg met de provincie is niet noodzakelijk omdat de provinciale belangen niet worden geschaad. Omdat er vanwege de ligging en de aard van het initiatief geen Rijksbelangen in het geding zijn, is vooroverleg met het Rijk niet noodzakelijk. Vooroverleg met het Waterschap Limburg is vanwege de geringe planologische wijziging ook niet noodzakelijk. Belangen van het Waterschap Limburg worden met het planvoornemen niet geschaad. Er is inmiddels wel overleg gepleegd met alle meest betrokken partijen zoals de gemeente Brunssum, het Bisdom en de initiatiefnemer.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
77
SMA-Advies
Planstukken Een ruimtelijke onderbouwing bestaat uit een ‘toelichting’ en een ‘kaart’ van het
besluitvlak
en
dient
te
worden
gevoegd
bij
een
aanvraag
om
omgevingsvergunning. Ruimtelijke onderbouwing De ruimtelijke onderbouwing geeft een weergave van een planvoornemen, een afweging van belangen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het ruimtelijke plan ten grondslag liggen. Besluitvlak Het
besluitvlak
(Bijlage
1)
is
een
digitaal
raadpleegbare
kaart
via
www.ruimtelijkeplannen.nl. Het besluitvlak ‘verbeeldt’ de locatie waar het project betrekking op heeft.
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum
78