CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 1 (bijlage) Ruimtelijke onderbouwing plan Akerstraat 91_ Brunssum NL.IMRO.0889.BPAkerstraat91-ON01_ V2211023__202365974__ anoniem

Commissie Ruimte en Techniek 16 januari 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van herontwikkeling Heilige Familiekerk aan de Akerstraat 91, 2024/120.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

SMA-Advies

Ruimtelijke onderbouwing Aanvraag Omgevingsvergunning Akerstraat 91, 6445 CN Brunssum Gemeente Brunssum

Ruimtelijke onderbouwing voor het realiseren van 14 wooneenheden aan de Akerstraat 91 te 6445 CN Brunssum

Plannr: NL.IMRO.0889.BPAkerstraat91-ON01

Opdrachtgever:

T. Drummen, Andreasstraat 18, 3511 VD Utrecht

Datum:

22-11-2023 (definitief)

Kenmerk:

OP 2021-0115

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

1

SMA-Advies

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ..............................................................................................4

2.

SITUERING EN BEGRENZING PLANGEBIED ..................................................6

3.

PLANOPZET .............................................................................................8

4.

BELEIDSKADER .................................................................................... 18

4.1

Rijksbeleid ............................................................................................ 18

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie ....................................................................... 18

4.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .................................. 20 4.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................... 21 4.2

Provinciaal beleid ................................................................................... 23

4.2.1

Omgevingsvisie Limburg 2021 ................................................................. 23

4.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014 ...................................................... 26

4.3

Regionaal beleid .................................................................................... 31

4.3.1

Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg ......................................................... 31

4.3.2

Beleidsregel “Ruim Baan voor goede woningbouwplannen”.......................... 33

4.3.3

Regionale Woonvisie Parkstad Zuid Limburg 2023. ..................................... 35

4.4

Gemeentelijk beleid ............................................................................... 37

4.4.1

Structuurvisie gemeente Brunssum .......................................................... 37

4.4.2

Welstandsnota gemeente Brunssum ......................................................... 38

4.4.3

Bestemmingsplan .................................................................................. 39

5.

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN .......................................... 43

5.1

Bodem.................................................................................................. 43

5.2

Geluid .................................................................................................. 44

5.2.1

Wegverkeerslawaai ................................................................................ 44

5.2.2

Stemgeluid RK-Basisschool Langenberg .................................................... 45

5.2.3

Akoestisch onderzoek 17 februari 2023 .................................................... 45

5.2.3.1 Industrielawaai (stemgeluid Rk-Basisschool Langenberg) ............................ 45 5.2.3.2 Gecumuleerde geluidbelasting ................................................................. 46 5.2.3.3 Installatie voor warmte- of koudeopwekking ............................................. 47 5.2.4

Vaststellen hogere geluidgrenswaarde ...................................................... 47

5.2.5

Spoorweglawaai..................................................................................... 47

5.3

Luchtkwaliteit en geur ............................................................................ 48

5.4

Bedrijfshinder/milieuzonering .................................................................. 49

5.5

Externe veiligheid .................................................................................. 51

5.6

Waterhuishouding .................................................................................. 56

5.6.1

Europees en Rijksbeleid .......................................................................... 56

5.6.2

Regionaal en gemeentelijk beleid ............................................................. 57

5.7

Archeologie en cultruurhistorie ................................................................ 60

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

2

SMA-Advies

5.8

Ecologie ................................................................................................ 62

5.9

Natuur en landschap .............................................................................. 63

5.9.1

Ecologisch onderzoek ............................................................................. 64

5.9.2

Stikstofemissies bouwfase en realisatiefase ............................................... 65

5.10

Duurzaamheid en energie ....................................................................... 66

5.11

Ondergrondse infrastructuur ................................................................... 66

5.12

Verkeer, infrastructuur en parkeerbeleid ................................................... 67

5.13

Mer-Milieubelangen en effecten ten gevolge het planvoornemen .................. 70

6.

CONCLUSIE .......................................................................................... 73

7.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ....................................................... 74

8.

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ................................................ 75

8.1

Omgevingsdialoog.................................................................................. 75

9.

OVERLEG EN PROCEDURES ................................................................... 76

Bijlagen: Bijlage 1: Plangebied, besluitvlak; Bijlage 2: Akoestisch onderzoek K+ Adviesgroep van 10 juli 2023; Bijlage 3: Ecologisch onderzoek Ecolybrium van12 april 2022; Bijlage 3A: Procedurebevestiging ontheffingsverzoek soorten Wnb van 10-08-2023; Bijlage 4: Aeriusberekening van 22 november 2023; Bijlage 5: Toelichting stikstofberekening van 22 november 2023; Bijlage 6: Klick-melding van 10 juni 2022; Bijlage 7: Verslag omgevingsdialoog van 25 augustus 2023.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

3

SMA-Advies

1.

INLEIDING

Initiatiefnemer heeft bij de gemeente Brunssum een verzoek ingediend1 om de Heilige Familiekerk, gelegen aan de Akerstraat 91 te 6445 CN Brunssum, her te bestemmen c.q. om te vormen voor het realiseren van 14 zelfstandige wooneenheden bestemd voor de verhuur. De gemeente Brunssum heeft zich uiteindelijk positief uitgesproken om onder voorwaarden medewerking te verlenen om het planvoornemen te realiseren. Bij adviesbrief van 15 september 2021 (kenmerk 21253/846647.OUT) heeft de gemeente Brunssum aangegeven dat het planvoornemen in strijd is met het toepasselijk

bestemmingsplan

“Beschermd

Dorpsgezicht

Mijnkoloniën

Brunssum” 2. maar dat ondanks deze strijdigheid alsnog, onder voorwaarden, medewerking kan worden verleend. Daarvoor is een uitgebreide planologische procedure noodzakelijk. Om van het bestemmingsplan af te mogen wijken is op 21 september 2023 door MTS Hermans-Vliegen Architecten, namens initiatiefnemer, een aanvraag voor omgevingsvergunning ingediend (OLOnr. 8049119) voor de activiteit afwijken

regels

ruimtelijke

ordening.

Een

van

de

voorwaarden

om

medewerking te verlenen om van het bestemmingsplan af te mogen wijken, is dat een goede ruimtelijke onderbouwing onderdeel uitmaakt van de aanvraag. De voormalige pastorie en de achterliggende tuin (Akerstraat 99b) wordt alleen voor de (landschappelijke) inpassing van de 14 woningen bij het planvoornemen betrokken. De pastorie blijft als bestaande woning (voor de verhuur) gehandhaafd en wordt verder inhoudelijk niet betrokken in deze onderbouwing. In de voorliggende onderbouwing zijn de diverse beleidskaders beschreven en is ingegaan op de implicaties van het planvoornemen op de (woon)omgeving waarbij

de

meest

relevante

milieu

hygiënische

randvoorwaarden

zijn

beschreven.

1

Aanbiedingsbrief/ schetsplan van 22 juni 2021, plannummer 21253 Plangebied ligt in het bestemmingsplan “Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” vastgesteld 14-04-2015, kenmerk: NL. IMRO.0899.bpBeschermdGezicht-VA01 2

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

4

SMA-Advies

Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: 

Hoofdstuk 2 bevat een omschrijving en begrenzing van het plangebied, vigerende bestemming, huidige en toekomstige situatie. Tevens wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de huidige invulling van het plangebied, wat de wenselijke/toekomstige situatie is van het bouwplan. Uitgangspunten worden besproken en overige planaspecten worden omschreven.

In hoofdstuk 3 wordt het plan beschreven vanuit de bestaande situatie. Inzicht

wordt

gegeven

in

het

planvoornemen

en

hoe

het

plan

landschappelijk ingepast wordt. 

In hoofdstuk 4 wordt per beleidsveld op hoofdlijnen het relevante rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid behandeld.

In

hoofdstuk

5

komen

de

verschillende

uitgangspunten

en

(milieuhygiënische) randvoorwaarden aan bod. 

Hoofdstuk 6 beschrijft de conclusies op basis van de beschreven randvoorwaarden in hoofdstuk 5;

Hoofdstuk 7 bevat een beschrijving van de economische uitvoerbaarheid.

In hoofdstuk 8 en 9 wordt uitleg gegeven over de maatschappelijke gevolgen en de te volgen procedure.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

5

SMA-Advies

2.

SITUERING EN BEGRENZING PLANGEBIED

Bestaande situatie, functionele structuur De Akerstraat 91 is gelegen in het stadsdeel Langeberg, ten zuiden van het centrum van Brunssum. De omgeving van de Akerstraat is overwegend een woon- en leefgebied met diverse functies en bestemmingen. De Akerstraat vormt de (hoofd) ontsluiting tussen het centrum van Brunssum en de stad Heerlen. Grotere doorgaande wegen zoals de N299 en N300 liggen op ca. 2300 meter, respectievelijk ca. 1700 meter van het plangebied.

Figuur 1 Uitsnede topografische kaart

Figuur 2. Luchtfoto plangebied, Akerstraat 91, Brunssum

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

6

SMA-Advies

De dichtstbij gelegen autosnelweg, spoorlijn liggen beiden op ruim 4000 meter van het plangebied. Direct omliggende percelen zijn in hoofdzaak bestemd voor wonen en groenbestemmingen. Tevens ligt op ca. 40 meter noordelijk van het plangebied de Bredeschool Langenberg (Rembrandtstraat 2a en 4) en op ca. 170 meter zuidoostelijk van het plangebied ligt Recreatiepark Bronsheim (EuroParcs Brunsummerheide, Akerstraat 153). Het plangebied is ook gelegen nabij de grens van het natuurgebied “Brunssumer Heide”. Het plangebied ligt op basis van het Rijksdriehoekstelsel globaal op X: 196412 en Y: 327174 en is kadastraal aangeduid als Brunssum, sectie B, sectienummers 6860 (ged) en 7610 met een oppervlak van ca. 5575 m2. Daarvan is ca. 2097 m2 bebouwd. Het plangebied is gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht Mijnkolonieën Brunssum en omvat zes historische mijnwerkerswijken plus enkele losse woninggroepen voor mijnpersoneel. Daarnaast maken drie parken deel uit van het beschermd gezicht. Het beschermd gebied is grotendeels tot stand gekomen in de jaren 1910-1930. De koloniën waren bedoeld voor personeel van de staatsmijnen Hendrik en Emma. De huizen zijn destijds gebouwd in opdracht van de Staatsmijnen en de woningbouwverenigingen Ons Limburg en Thuis Best en zijn opgezet volgens de tuindorpfilosofie, waarvoor architecten als Willem Leliman en Jan Stuyt tekenden.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

7

SMA-Advies

3.

PLANOPZET

Het plan bestaat uit het herbestemmen van een bestaand gebouw voor het realiseren van 14 woonappartementen bestemd voor de verhuur, binnen het bestaande bouwvolume van de Heilige Familiekerk met de daarbij horende voorzieningen. Vanwege de ligging van het plan in het Beschermd Stads- en Dorpsgezicht Langeberg, is maximaal rekening gehouden met het behoud van de uitstraling en visuele beleving van het pand. Inpandig wordt voor de noodzakelijke

woningindeling

zoveel

mogelijk

rekening

gehouden

met

bestaande bouwkundige waarden.

Figuur 3 plangebied Kadastrale situatie: Brunssum, sectie B, sectienummer 7610

Op basis van artikel 8.1 van het bestemmingsplan “Beschermd dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” is het realiseren van 14 woningen/ woonappartementen niet rechtstreeks toegestaan. In die zin is voor het realiseren van de woningen noodzakelijk dat de bestaande bestemming wordt omgevormd naar een woonbestemming en de daarbij horende voorzieningen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

8

SMA-Advies

3.1

Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing

Naast een aantal (steden)bouwkundige regels, moet onder meer aangetoond worden dat door het realiseren en gebruik van de nieuwe woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat aanwezige bestemmingen zoals woningen en bedrijven niet in hun bedrijfsmatig functioneren belemmerd mogen worden.

Foto 4 plangebied tussen Akerstraat 92 en 96 te Brunssum.

De Heilige Familiekerk is gebouwd in 1951 en tot 2013 in gebruik geweest voor erediensten. Op 1 september 2013 is de kerk aan deze diensten onttrokken en ligt het gebouw sindsdien leeg. Hoewel het gaat om een monumentaal kerkgebouw, is het formeel geen beschermd monument. Het kerkgebouw wordt wel gezien als een markant en herkenbaar gebouw, dat ook voor de Brunssumse samenleving een belangrijke cultuurhistorische waarde heeft. Het planvoornemen om 14 woningen te realiseren doet uitermate recht aan het hergebruik van betekenisvolle/ beeldbepalende gebouwen. De te realiseren woonappartementen worden binnen de contouren van het huidige gebouw gerealiseerd. Er worden dus geen nieuwe gebouwdelen aan de bestaande kerk toegevoegd. De typische karakteristieke onderdelen zoals de in- en uitpandige trappartijen, de glas-in-loodramen en andere beeldbepalende ornamenten, blijven gehandhaafd. De bouwkundige aanpassingen zijn zodanig dat ook intern de monumentale waarden behouden blijven. Het gebouw behoudt

ook

oorspronkelijke

na

het

uitstraling

realiseren en

van

de

woonappartementen

verschijningsvorm.

De

Commissie

haar Rooms

Katholieke Kerk vindt het van belang dat de cultuurhistorische waarden van de kerk voor Brunssum op deze wijze behouden blijven. Er is geen sprake meer van een bijeenkomstfunctie in het woongebouw. De centrale gangen worden beschouwd als verkeersruimten.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

9

SMA-Advies

Om de monumentale Heilige Familiekerk te transformeren naar 14 duurzame comfortabele woningen, zal het gebouw aangepast worden. De uitdaging bestaat uit een respectvolle behandeling en het behoud van het karakter van de kerk, zoals het opnemen en behouden van de waardevolle glas-in-lood ramen. De kerk wordt gekenmerkt door de robuuste metselwerkarchitectuur en de beperkte lichtinval in het hart van het schip. Het plan omvat het realiseren van 14 ruime appartementen die als geïsoleerde, reversibele volumes in het middenschip en de transepten van de kerk worden geplaatst. Denk daarbij onder andere aan het toepassen van voorzetwanden, waardoor ook intern de monumentale waarden behouden blijven. De nieuwe volumes bestaan uit twee of drie bouwlagen. De centrale as in het schip en de vliering blijven open tot aan het plafond. Op de verdiepingen worden de volumes op enkele plekken met elkaar verbonden. Het oorspronkelijke karakter van de kerk en de robuuste metselwerkarchitectuur blijven als geheel behouden. De uitdaging ligt verder in het voorzien van voldoende daglichttoetreding waarbij de glas-in-lood ramen behouden zullen blijven. Daarvoor worden onder de glas-in-lood ramen in de

zijgevels nieuwe, abstracte

gevelopeningen gemaakt, tussen de

steunberen. De zijbeuken worden niet bebouwd, maar worden over de volle hoogte vrijgehouden als inpandige loggia. Daglicht valt binnen via de loggia, door de glas-in-loodramen en de nieuwe gevelopeningen. Op de begane grond zal het daglicht neutraal van kleur zijn. Op de verdiepingen wordt het licht gekleurd door de filtering van de glas-in-loodramen. De open raampartijen tussen de open vide-ruimten en de inpandige trappartijen, creëren zo dus meer lichtinval waarbij de smalle kokerwerking wordt verruimd. De meeste voordeuren van de woonappartementen liggen aan de centrale as. Via de loggia’s wordt de gemeenschappelijke

tuin

rechtstreeks

ontsloten

voor

de

woningen.

De

buitengevels blijven vrijwel volledig in tact. Op de begane grond worden openingen aangebracht voor de patio’s en de noodzakelijke daglichttoetreding zoals beschreven. De woningen worden all-in-electric uitgevoerd. Dat betekent dat de woningen niet worden aangesloten op het aardgasnet. De woningen worden verder verwarmd met infraroodverwarming. Warmte wordt teruggewonnen door een gebalanceerd ventilatiesysteem met warmtewisselaar. Het grote zuidelijke dakschild wordt voorzien van PV-panelen om te voorzien in een deel van de energiebehoefte.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

10

SMA-Advies

Met deze ingrepen krijgt de kerk een herbestemming die het mogelijk maakt het monumentale gebouw te behouden voor de toekomst, zonder dat het karakter van het gebouw wordt aangetast. Een klein deel van de parkachtige tuin wordt ingericht als parkeervoorziening voor de bewoners. De vorm van de parkeerplaats is afgestemd op de positie van de waardevolle bomen. Ten behoeve van de stedenbouwkundige inpassing wordt de inrit verplaatst voor een betere ontsluiting van het perceel en de betreffende opstallen. Op verzoek van de gemeente Brunssum en in gemeenschappelijk overleg, is het voorterrein inmiddels aangekocht en betrokken bij de gemeenschappelijke tuin. De aanwezige bomen/ voormalige kerktuin (groenvoorzieningen) blijven behouden (zie verder par. 5.9). Het bestaande groen wordt ontwikkeld en versterkt voor de verdere vergroening van het voorplein, waar ook de benodigde parkeerplaatsen zijn voorzien. Het omliggend groen wordt versterkt en blijft voor gemeenschappelijk gebruik en onderhoud bestaan. Daarvoor worden onder andere de bestaande bomen, struiken en ander groen gesnoeid en verzorgd. De pastoriewoning blijft toegankelijk en wordt ook bij de ruimtelijke inpassing betrokken waarbij de achtertuin wordt aangepast. Met het planvoornemen wordt de leefbaarheid van de gehele omgeving verfraaid en versterkt.

Een inrichtingsplan voor de parkeerplaatsen is opgenomen in paragraaf 5.12. Het is de intentie dat door het realiseren van 14 woningen ter plaatse van de bestaande bebouwing de belangen van derden niet worden geschaad of dat een en ander leidt tot een andere vorm van strijdig belang. Ook is het de intentie van het planvoornemen dat het plan geen afbreuk doet aan belangen of gronden/eigendommen van derden. Op de volgende pagina’s zijn de gevelaanzichten weergegeven alsmede de plattegrondindeling van de te realiseren woonappartementen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

11

SMA-Advies

Figuur 5. Gevelaanzichten

Figuur 6. Gevelaanzichten

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

12

SMA-Advies

Figuur 7. Gevelaanzichten

Figuur 8. Gevelaanzichten

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

13

SMA-Advies

Figuur 9. Kelderverdieping

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

14

SMA-Advies

Figuur 10. Plattegrond begane grond

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

15

SMA-Advies

Figuur 11. Plattegrond 1e verdieping

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

16

SMA-Advies

Figuur 12. Plattegrond 2e verdieping

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

17

SMA-Advies

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met het vaststellen van de NOVI is rekening gehouden met de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet. De NOVI biedt een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving. Met een groeiend aantal inwoners is het belangrijk om de juiste keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland ook over 30 jaar een plek te bieden waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI richt zich op ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt

tussen

de

21

nationale

belangen

die

in

de

NOVI

worden

onderscheiden. De belangrijkste keuzes zijn: 

De

inpassing

van

duurzame

energie(opwekking)

met

oog

voor

omgevingskwaliteit; 

Het bieden van ruimte voor een overgang naar een circulaire economie;

Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden;

Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen.

Het realiseren van deze wensen, benutten van kansen en het oplossen van knelpunten, vraagt om samenwerking tussen alle overheden bij nationale vraagstukken en gebiedsgerichte regionale opgaven. De NOVI richt zich op vier prioriteiten die onderlinge verbanden hebben en zo invloed hebben op de inrichting van de fysieke leefomgeving. De NOVI biedt een hulpmiddel bij het maken van keuzes. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 

Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Voldoende ruimte reserveren voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen;

Het

energie-infrastructuur

geschikt

maken

voor

duurzame

energiebronnen en het reserveren van ruimte daarvoor; 

Inpassen van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en deze combineren zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing

van

duurzame

energie

op

land

worden

regionale

energiestrategieën opgesteld.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

18

SMA-Advies

2. Duurzaam economisch groeipotentieel 

De Nederlandse economie verandert van karakter en zou in 2050 geheel circulair moeten zijn. De broeikasgasemissies moeten dan met 95% gereduceerd zijn met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030;

Inzet

op

optimale

(inter)nationale

bereikbaarheid

van

steden

en

economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland; 

Overheden

investeren

in

een

aantrekkelijke,

gezonde

en

veilige

leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat. 3. Sterke en gezonde steden en regio's 

Het Stedelijk Netwerk Nederland versterken door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de infrastructuur en vindt plaats in de regio's;

Hanteren

van

een

integrale

verstedelijkingsstrategie.

Dit

is

een

samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden duurzaam ontwikkelen; 

Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast

met

oog

voor

beschikbare

ruimte

en

mobiliteit.

Het

woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklassen; 

Het zodanig inrichten van de leefomgeving dat deze een actieve, gezonde

leefstijl

en

maatschappelijke

participatie

bevordert.

Het

verbeteren van de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie; 

Het aanbod en de kwaliteit versterken van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt;

Het klimaatbestendig inrichten van steden en regio's;

Het goed bereikbaar maken van stedelijke mobiliteitssysteem. De auto, het ov, fietsen zijn dan onderling verknoopt en draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl;

Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen,

ontwikkelen

de

overheden

gezamenlijk

een

integrale

gebiedsgerichte aanpak.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

19

SMA-Advies

4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied 

Unieke

landschappelijke

kwaliteiten

moeten

worden

versterkt

en

beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Conclusie Ten

aanzien

van

het

planvoornemen

zijn

er

mede

de

(relatieve)

kleinschaligheid van het plan weinig directe en concrete raakvlakken, behalve een aantal algemene uitgangspunten waar het plan in voorziet, zoals een veilige en gezonde leefomgeving, verbeteren van de luchtkwaliteit, duurzaam ruimtegebruik, bereikbaarheid en het gebruik van duurzame c.q. hernieuwbare energie.

4.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Per 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (laatste wijziging 25-06-2021). Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten, zijn regels opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).Deze regels hebben betrekking op het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten en zorgen er voor dat de nationale ruimtelijke afweging bij besluitvorming in bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Het Barro is in oktober 2012 aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, (EHS),

de

primaire

elektriciteitsvoorziening,

de

waterkeringen

het

buiten

ecologische

hoofdstructuur

kustfundament

en

het

IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Op onderhavig planvoornemen werken geen van de genoemde Rijksbelangen rechtstreeks door. In het gebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de langere termijn. Het planvoornemen is in lijn met het Barro en de eerste aanvulling hierop. Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. De zogenoemde ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’ is aan het Bro toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

20

SMA-Advies

4.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de Ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De Ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met de drie opeenvolgende stappen. Deze stappen bevorderen en motiveren de gewenste stedelijke ontwikkeling met aandacht voor (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal

ruimtelijk

belang

gericht

op

een

zorgvuldige

afweging

en

transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening is in verband met de aanpassing van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ op 1 juli 2017 in werking getreden. In dit besluit is de gewijzigde tekst van de zogenaamde ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) opgenomen. In dat besluit zijn een aantal artikelen gewijzigd c.q. geschrapt. Zo zijn de drie beschreven treden van de Ladder losgelaten. Het huidige uitgangspunt is dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied, de behoefte moet worden beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaande stedelijk gebied, zal gemotiveerd moeten worden waarom niet binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Dat laatste is in het voorliggende plan niet aan de orde. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt onder andere bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.

Voor wonen is de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Nu het gaat om het ontwikkelen van 14 woonappartementen, is er in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. Of er in het aan de orde zijnde ontwikkeling sprake is van een nieuwe stedelijke

ontwikkeling,

hangt

onder

andere

af

van

het

planologisch

ruimtebeslag van de nieuwe ontwikkeling ten opzichte van het bestaande Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

21

SMA-Advies

ruimtebeslag. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast geldt dat wanneer het om een functiewijziging gaat, zoals in onderhavig geval, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat gesproken kan worden

van een nieuwe

stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet dus ook het ruimtebeslag betrokken worden. Afweging Het ruimtebeslag van de huidige bestemming “Maatschappelijk” is gelijk aan de gewenste bestemming “Wonen”. Op basis van het vigerende planologisch regime kan niet méér bebouwing worden gerealiseerd. Het is eerder de ruimtelijke uitstraling en (permanente) bewoning waar in dit kader rekening mee gehouden moet worden. In het voorliggende geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 Bro, definiëring begrippen). De voorgenomen ontwikkeling voorziet per definitie in een actuele behoefte (zie ook paragrafen 4.2 en 4.3). De ontwikkeling wordt daarnaast ingevuld middels herstructurering binnen het bestaand stedelijk gebied, geheel in lijn met de beleidsuitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Tot slot dient te worden opgemerkt dat met de herinvulling van dit deel van de kern van Brunssum (langdurige) leegstand en verpaupering worden tegengegaan. Het herbestemmen binnen de bestemming “Maatschappelijk” is zoals al besproken ook geen optie. Omdat 12 of meer woningen worden gerealiseerd, is er alsnog sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen maakt een toekomstige en duurzame invulling mogelijk van een locatie die al een aantal jaren niet meer wordt gebruikt als kerk/ maatschappelijke bestemming.

Zoals ook onderbouwd in paragraaf 4.2.1 t/m 4.2.3, wordt aangesloten bij de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte binnen de gemeente Brunssum. Levensloopbestendige koop en/ of huurwoningen in het middensegment zijn gewenst en een kansrijk woningsegment binnen de gemeente Brunssum. Het aan de orde zijnde planvoornemen sluit daar bij aan. Geconcludeerd

kan

worden

dat

de

voorgenomen

ontwikkeling

in

overeenstemming is met de afwegingskaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

22

SMA-Advies

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1

Omgevingsvisie Limburg 2021

Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is via een interactief proces met overheden en andere organisaties en burgers opgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de

fysieke

leefomgeving

en

beschrijft

onderwerpen

zoals

wonen,

infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast zijn ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving meegenomen. In deze visie heeft de Provincie regels vastgelegd voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen en ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische

bedrijven).

De

nieuwe

Omgevingsvisie

sluit

aan

bij

het

Omgevingsplan 2014 en zijn een aantal thema’s behouden en geactualiseerd; en zijn er een aantal nieuwe thema’s toegevoegd. Veranderingen in de demografie en het klimaat, trends als individualisering en globalisering, technologische innovaties, energie, de landbouw, smart mobility en circulaire economie, leiden tot grote veranderingen van de fysieke leefomgeving. Zowel in stedelijk als landelijk gebied. Deze trends stellen ons voor diverse uitdagingen. We verdelen die in een drietal hoofdopgaven: 1.

Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied

2.

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouwtransitie;

3.

Klimaatadaptatie en energietransitie.

In stedelijke centra heeft de uitdaging van de komende jaren te maken met de versterking van de stedelijk gebied en behoud van de leefbaarheid ervan. In het stedelijk/bebouwd gebied, waar onderhavig planvoornemen ook deel van uit

maakt,

gaat

het

ook

om

verbetering

en

verduurzaming

van

de

woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

23

SMA-Advies

ruimte voor bedrijvigheid en bedrijven. Het plangebied ligt voor een klein deel (meest oostelijk deel van het perceel) binnen het gebied “Natuurnetwerk” 3. Het Natuurnetwerk (Goudgroene zone) vormt het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (inclusief voormalige EHS-gebieden). Binnen het Natuurnetwerk streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur waarmee invulling wordt gegeven aan de opdracht die de provincies van het rijk hebben gekregen voor de begrenzing van het Nationale Natuurnetwerk en de verankering daarvan in het provinciale planologische beleid.

Figuur

13.

Uitsnede

kaart

'Wonen,

werken

en

recreëren'

Omgevingsverordening Limburg 2021.

Aan het provinciaal omgevingsbeleid liggen een aantal principes ten grondslag. Kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’; het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer. Deze moeten resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelfgekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen.

3

De aanpassingen in de begrenzing van de goudgroene natuurzone zoals die zijn doorgevoerd in het kader van de vaststelling van het Natuurbeheerplan Limburg 2016 , 2017, 2018, 2019, 2020

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

24

SMA-Advies

Er wordt toegewerkt naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De provinciale ambitie is dat de woningmarkt onlosmakelijk verbonden is met de sociaal- economische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. Ambities Samen met haar partners wil de provincie een goede woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk

dat

mensen

kunnen

wonen

in

een

zelfgekozen

woning

en

woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Dit gebeurt door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. De provincie faciliteert flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en – behoeften van een diverse groep mensen tegemoet kan worden gekomen in zowel

de

bestaande

bouw

als

nieuwbouw.

Door

in

samenhang

naar

woonopgaven te kijken, legt de provincie op wijk- en buurtniveau verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en

een

duurzame,

veilige

en

gezonde

leefomgeving

met

gevarieerde

woonmilieus. Daarmee wordt verdere segregatie voorkomen en vindt ruimtelijk sturing

plaats

door

te

prioriteren

op

inbreiding

herbestemming), conform de principes van de

Ladder

(herstructurering/ voor duurzame

verstedelijking. Het planvoornemen voorziet in het realiseren van 14 comfortabele levensloop bestendige appartementen met een goede kwaliteit waarin alle moderne voorzieningen aanwezig zijn en met gebruik van duurzame energie. Het plan is gelegen in een parkachtige omgeving met alle noodzakelijke voorzieningen binnen handbereik en in een sociale, gezonde en veilige leefomgeving. De bestaande groenstructuren blijven behouden en worden verder versterkt, mede vanwege de ligging van het plangebied binnen de zone Natuurnetwerk. Het planvoornemen past binnen de opgave voor het realiseren van een goede en veilige woon- en leefomgeving. Het plan past ook vanwege het gebruik van duurzame c.q. hernieuwbare energie binnen de klimaatopgave. Gesteld kan worden dat het planvoornemen past binnen de ambities die de provincie Limburg voor de stedelijke omgeving heeft gesteld.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

25

SMA-Advies

Er zijn acht globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare kernkwaliteiten en met verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan is gelegen in de zone “Stedelijk gebied” en de zone Natuurnetwerk.

Deze

gebieden

worden

gekenmerkt

door

gemengde

woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorpskarakter. In de zone Natuurnetwerk zijn geen (bouw) werkzaamheden voorzien. Dat gebied wordt dus niet door het planvoornemen belast. Beleidsmatig worden accenten gelegd op het gebied van transformatie regionale

woning

voorraad,

bereikbaarheid

en

een

kwalitatief

goede

leefomgeving. 4.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

De huidige Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat regels die voor iedereen of voor bepaalde doelgroepen gelden, maar ook instructiebepalingen die gemeentebesturen in acht moeten nemen bij ruimtelijke besluiten. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is de nu (nog) geldende omgevingsverordening. De meest recente wijziging van deze verordening dateert van 16 december 2022. De belangrijkste wijziging in relatie tot onderhavig projectbetreffen de regels over klimaatadaptatie. De Omgevingsverordening Limburg 2014 komt in zijn geheel te vervallen op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Op dat moment zal deze worden vervangen door de Omgevingsverordening Limburg 2021.Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de huidige Omgevingsverordening 2014 dus vervangen door de Omgevingsverordening 2021. In de (geconsolideerde) Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening. De Omgevingsverordening bevat op hoofdlijnen twee typen regels: 

instructieregels gericht tot gemeenten of het Waterschap;

regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.

Instructieregels gemeenten In de Omgevingsverordening Limburg staan instructieregels die gemeenten in acht moeten nemen indien een omgevingsplan moet worden vastgesteld of gewijzigd.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

26

SMA-Advies

In artikel 2.1.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is bepaald dat de instructieregels opgenomen in hoofdstuk 2 van die verordening niet alleen voor ‘bestemmingsplannen’ gelden, maar ook voor ‘ruimtelijke plannen’. Hieronder worden niet alleen bestemmingsplannen verstaan maar ook wijzigings- of uitwerkingsplannen,

beheersverordeningen

en

omgevingsvergunningen

waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Sinds de provinciale omgevingsverordening van 2014 is er veel veranderd ten aanzien

van

de

woningmarkt

en

daarom

ook

ten

aanzien

van

het

woningmarktbeleid. Samenwerking in de regio blijft belangrijk. De provincie Limburg beschikt over voldoende planvoorraad om aan de kwantitatieve vraag te voldoen. Of met de bestaande planvoorraad voldaan kan worden aan de kwalitatieve vraag, is nog ongewis. Gemeenten zijn na de vaststelling van het bestemmingsplan afhankelijk van de bereidheid van de ontwikkelaar/ initiatiefnemer om spoedig tot realisatie van de gewenste woningen over te gaan. Voor het feitelijk realiseren van (deze) woningen is daarom een realisatietermijn toepasselijk. Er is een onderscheid gemaakt in plannen die onherroepelijk en nog niet gerealiseerd zijn (op de plank liggen) en plannen die vanaf 2022 in procedure gaan (nieuwe woningbouwplannen). Voor alle nieuwe woningbouwplannen die vanaf 2022 door de gemeente worden vastgesteld (zoals onderhavig bouwplan), geldt dat ze binnen vijf jaar dienen te worden gerealiseerd. Heeft de realisatie niet plaatsgevonden,

worden

dergelijke

plannen

alsdan

door

de

gemeente

heroverwogen. Instructieregels voor het Waterschap Vanuit

de

provincie

gelden

voor

regionale

oppervlaktewateren

omgevingswaarden, ofwel “normen” voor wateroverlast. Het Waterschap is de beheerder van de regionale wateren. Vanuit die positie dient (alleen) het Waterschap

concrete

maatregelen

te

nemen

om

de

afvoer-

en

bergingscapaciteit van een regionaal oppervlaktewater te vergroten. Daarom moet het Waterschap voldoen aan de provinciale normen voor wateroverlast. Een

omgevingswaarde

wordt

gedefinieerd

als

een

resultaatverplichting,

inspanningsverplichting of een andere, te omschrijven verplichting. De omgevingswaarden geven de maximaal toelaatbare kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden aan. Ze zijn gericht op extreme situaties: neerslag- en afvoersituaties die niet vaak voorkomen. Deze omgevingswaarden geven afhankelijk van de functie van het gebied en van het oppervlaktewater aan, aan welke normen de bescherming tegen wateroverlast moet voldoen. Bij de uitvoering van maatregelen om aan deze normen te voldoen, wordt

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

27

SMA-Advies

rekening gehouden met de gevolgen van het extremer wordende weer, met meer hoosbuien en daardoor een grotere kans op wateroverlast. Bij de normstelling wordt het uitgangspunt gehanteerd dat maatregelen haalbaar en betaalbaar, landschappelijk inpasbaar en ecologisch duurzaam moeten zijn. De normering regionale wateroverlast bepaalt de opgave inzake wateroverlast door het Waterschap Het Waterschap is verantwoordelijk voor het realiseren van de bescherming volgens de normen. Daarbij dient het Waterschap de maatregelen zodanig te ontwerpen, dat deze ook in het verwachte klimaat van 2050 nog voldoen aan de geldende normen uit de Omgevingsverordening. Daarbij dient steeds uitgegaan te worden van de meest actuele neerslagstatistieken. In onderhavig bouwplan gaat het om het realiseren van 14 woningen binnen een bestaand pand. Afvoer van grijs water verloopt via het reeds bestaande rioolstelsel dat op het gemeentelijk rioolstelsel is aangesloten. Het dakvlak zal ten opzichte van de bestaande situatie niet toenemen. In paragraaf 5.6 wordt in aansluiting op de instructieregels van het Waterschap, het gemeentelijk waterbeleid besproken. Afweging woningbouw In artikel 2.2.2 van de (geconsolideerde versie dat een ruimtelijk plan dat een

nieuwe

verordening 2014 is bepaald

stedelijke

ontwikkeling

mogelijk

maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). Voor de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Een extra trede die door de provincie Limburg is toegevoegd aan de Ladder betreft de afweging of het plan kan worden gerealiseerd door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen. Het bouwplan wordt ontwikkeld binnen een bestaand gebouw. In de verordening zijn regels opgenomen ten aanzien van het herbenutten van beeldbepalende gebouwen4 (artikel 2.2.3) en wonen (artikel 2.4.2.). Het pand is geen gemeentelijk monument. Brunssum kent geen gemeentelijke monumenten en ook geen beeldbepalende panden. De kerk is wel een belangrijk cultuurhistorisch element in het door het Rijk aangewezen beschermde stads- en dorpsgezicht Langeberg. 4 Het begrip beeldbepalende gebouwen is in par. 2.2 (Duurzame verstedelijking)van de Omgevingsverordening Limburg 2014, in artikel 2.1.1 omschreven als: gebouwen met historische karakteristieken en/of deel uitmakend van een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988. Het kerkgebouw maakt onderdeel uit van een gebied dat als zodanig is aangewezen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

28

SMA-Advies

Voor het aan de orde zijnde plangebied geldt conform de Omgevingsverordening Limburg 2014 de zone "bebouwd gebied", met uitzondering van de oostelijke rand van het perceel (zie figuur 13, pag. 24). Deze zone omvat specifiek

ingerichte

gebieden

voor

wonen

en

bedrijvigheid

en

andere

gerelateerde functies. Voor nieuwe plannen (artikel 2.4.2.), zoals onderhavig plan, gelden een aantal instructieregels die dienen te beschrijven dat: 

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;

sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek;

over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Zuid- Limburg;

het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring;

realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Aan een toetsing aan de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan in respectievelijk de paragrafen 4.3.1. Structuurvisie

Wonen

Zuid-Limburg

en

4.1.3.

Ladder

voor

duurzame

verstedelijking. Eveneens is er in de paragrafen 4.3. Regionaal beleid en 4.4 Gemeentelijk beleid aan ander relevant woonbeleid getoetst. Zo wordt in par. Par. 4.3.1, 4.3.2 en 4.3.3., ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, de onderzoeken daarvoor en de afstemming met de subregio. Afweging milieubeschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de omgevingsverordening blijkt dat het plangebied is gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap (Goudgroene natuurzone (Natuurnetwerk Limburg). Het plangebied is wel gelegen nabij (op ca. 25 meter) het Natuurnetwerk Nederland

(NNN-

voormalig

EHS)

en

het

Natura-2000

gebied

“Brunssumerheide” (ca. 450 meter).

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

29

SMA-Advies

Figuur 14. Uitsnede Atlas Leefomgeving met het Natuunetwerk Nederland (NNN)

en natuura-

2000 gebied

Nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) Gezien de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en het feit dat de Omgevingsverordening 2014 als gevolg daarvan op de datum van inwerkingtreding van rechtswege komt te vervallen, heeft de Provincie de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze verordening is in de basis beleidsneutraal ten opzichte van de vorige/huidige versie,

maar

er

worden

vier

nieuwe

onderwerpen

toegevoegd.

Deze

onderwerpen betreffen wonen, de toepassing van een zonneladder, na-ijlende effecten steenkolenwinning en te hanteren normen voor huisvesting van internationale werknemers. Voor onderhavig plan is met name het onderwerp “wonen” van belang. Net als de Omgevingsverordening 2014 gaat de nieuwe verordening (paragraaf 12.1.1) uit van woningbouwplannen die voorzien in de juiste woningen op de juiste plek, waarvoor de behoefte aan die woningen in beeld is en die behoefte regionaal wordt afgestemd. Uitgangspunt is realisatie van woningen binnen vijf jaar na vaststelling van - het betreffende deel van - een omgevingsplan. Zoals uit deze onderbouwing blijkt, is sprake van een behoefte aan de te realiseren woningen en past het plan binnen de regionale en subregionale kaders, waaronder

de

Regionale

Woningmarktprogrammering

Parkstad

Limburg.

Daarnaast zullen de woningen naar verwachting binnen 5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan gerealiseerd worden. Deze instructieregel heeft betrekking op omgevingsplannen en wijzigingen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, na inwerkingtreding

van de

Omgevingswet. Dit plan wordt vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

30

SMA-Advies

Voor plannen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet en die planologische mogelijkheden bevatten voor de realisatie van woningen, is in een separate instructieregel in de verordening opgenomen die om herijking van die mogelijkheden vraagt vóór 1 juli 2030. Voor die datum zal het project naar de huidige inzichten volledig zijn afgerond. De instructieregel uit paragraaf 12.1.8 van de Omgevingsverordening Limburg (artikel 12.12) vraagt gemeenten, waaronder de gemeente Brunssum, om in de toelichting op een omgevingsplan te beschrijven op welke wijze rekening is gehouden met na-ijlende effecten van de voormalige steenkolenwinning. In de toelichting op dit bestemmingplan wordt daar reeds in voorzien, in paragraaf 5.1 Bodem. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen ook in lijn is met de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021).

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg

De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is op 11 oktober 2016 vastgesteld. De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18 Zuid-Limburgse gemeenten (waaronder ook Brunssum) vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed kan hebben op andere gemeenten. Ook erkennen

gemeenten

dat

onderlinge

concurrentie,

met

de

bevolkings-

ontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennis regio heeft, kan leiden tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste kunnen gaan van de kracht van de regio. Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijk belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. De woningmarkt in Zuid-Limburg heeft te maken met een kwalitatieve en kwantitatieve mismatch: er zijn te veel woningen en het aanbod sluit niet meer aan op de toekomstige vraag. Daarom worden afspraken gemaakt over een gezamenlijke aanpak. Doel van de visie is het creëren van een goed woon- en leefklimaat in ZuidLimburg door een gezond functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaars aanvullende woonmilieus. Het is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid-Limburg hoog in het vaandel heeft staan.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

31

SMA-Advies

In de visie wordt op hoofdlijnen de gewenste kwaliteitsslag beschreven die nodig is om het aanbod beter aan te laten sluiten op de vraag. De belangrijkste conclusies hierbij zijn dat de grootste problemen optreden in het particulier bezit en dat er naar verhouding meer huurwoningen zijn dan gewenst.

Kansrijke

zorgbehoevenden.

doelgroepen Het

zijn

belangrijkste

jongeren

maar

uitgangspunt

ook

daarbij

ouderen

en

is

de

dat

woningvoorraad niet in omvang mag groeien om leegstand te voorkomen. Dit basisprincipe leidt ertoe dat nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad moeten worden gecompenseerd, hetzij met sloop, met het schrappen van harde bouwtitels, of met een financiële bijdrage (waarmee sloop kan worden gefinancierd). Voor iedere gemeente wordt daarom aan de hand van actuele demografische gegevens en leegstandscijfers een transformatieopgave afgesproken. Het gaat dan om het hanteren van een kwantitatieve koers. Die kwantitatieve koers moet worden beschouwd als richtinggevend wat betreft het maken van beleidsmatige keuzes en niet als een harde afdwingbare slooptaakstelling. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictie leegstand van 2%) en de huishoudens ontwikkeling. Gemeenten worden verplicht een woningbouwprogrammering op te stellen welke is geënt op zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woonopgaven. Aan de structuurvisie liggen drie onderzoeken ten grondslag. Het betreft de onderzoeken 'Woonmilieus in Zuid-Limburg' (Companen), 'Woonmilieu ZuidLimburg fase 2' (Atrivé) en het 'Regionaal afwegingskader wonen MaastrichtHeuvelland' (Stec-groep). Deze onderzoeken hebben geleid tot een aantal algemene inzichten op het gebied van woonmilieus en kansen voor de diverse doelgroepen. Inzichten op het gebied van woonmilieus 

Stedelijk milieu: meer vraag dan aanbod, opletten voor gevolgen voor de rest van de gemeente/regio;

Suburban milieu: meer aanbod dan vraag, sterk verdunnen (met name in de particuliere voorraad), inzetten op kwaliteit en transformatie;

Landelijk milieu: in evenwicht, maar leegstand op de loer, inzetten op verbetering/vernieuwing.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

32

SMA-Advies

Inzichten op het gebied van kansen 

Kansen liggen in goedkope huur (onder liberalisatiegrens) en middeldure huur (€ 800 - € 1000);

Kansen in extra-muralisering/wonen met zorg (met name bestaand vastgoed interessant);

Kansen voor bijzondere exclusieve woonvormen, zoals wonen op het water, collectief particulier opdrachtgeverschap en wonen in een kerk of kasteel. Het risico op ontwrichting van de reguliere woningmarkt is hier relatief klein);

Kansen in studentenhuisvesting.

Naar aanleiding van de getrokken conclusies zijn een aantal afspraken gemaakt waar de gemeente Brunssum zich ook aan heeft geconformeerd: 

schrappen van programma’s die geen toegevoegde waarde hebben;

transformatie opgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente;

herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit;

compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven in de volgorde: 1. slopen; 2. financiële compensatieregeling; 3. gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen de raadstermijn; 4. schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen (bij monumenten is dat 1 op 1).

De ontwikkeling op de projectlocatie is, zoals hierboven onderbouwd, in overeenstemming

met

de

beleidsuitgangspunten

en

afspraken

zoals

geformuleerd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Het initiatief betreft een inbreidingsproject voor het realiseren van kwalitatief hoogwaardige, duurzame woonappartementen in een parkachtige omgeving en alle benodigde voorzieningen binnen handbereik. Vanwege de behoefte aan het wonen in een aantrekkelijke en veilige omgeving sluit het planvoornemen goed aan bij de bestaande, omliggende functies.

4.3.2

Beleidsregel “Ruim Baan voor goede woningbouwplannen”

Gezien de grote druk op de woningmarkt en de noodzaak om de komende decennia woningen te bouwen om de woningdruk te verlichten, voorziet het voorliggende plan er in om deze behoefte in te vullen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

33

SMA-Advies

De gemeente Brunssum heeft in haar eerdergenoemde brief van 15 september 2021 aangegeven dat medewerking om het plan te realiseren mogelijk is door het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Onderdeel van deze aanvraag betreft een ruimtelijke onderbouwing. Op basis van deze nieuwe beleidsregel wordt een nieuw woningbouwinitiatief (niet zijnde zorgwoningen met intramurale zorg) getoetst aan een aantal beleidsuitgangspunten: 1. Het moet gaan om een maatschappelijke meerwaarde. a.

dat inbreiding voor uitbreiding gaat;

b.

dat het plan moeten bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen, door middel van herstructurering en vervangingsbouw, hergebruik van winkels en ander waardevol vastgoed met passende woningbouw of wel bijdraagt aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad.

2. Planologisch aanvaardbaar en passend in het lokale beleid. Het plan moet voldoen aan de systematiek van de ‘Ladder van duurzame verstedelijking’, zoals vastgelegd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor elk nieuwbouwplan geldt dat de behoefte aan die ontwikkeling zowel kwalitatief als kwantitatief moet worden onderbouwd. 3. Het derde criterium betreft een subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. Door de gemeente Brunssum is gesteld dat het gaat om een inbreidingplan in het bestaand stedelijk gebied. De leefbaarheid in de wijk wordt door het plan verstrekt en verbeterd. De gemeente Brunssum geeft daarmee aan dat er behoefte is aan het plan en het als zodanig een maatschappelijke meerwaarde heeft. Het plan sluit ook aan bij de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Door de gemeente is verder gesteld dat er sprake is van hergebruik van waardevol

vastgoed

met

passende

woningbouw

waarbij

ondanks

de

functiewijziging de monumentwaardigheid behouden blijft. De ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd stadsgezicht Langeberg blijven in tact en worden versterkt. Verder stelt de gemeente dat woningen een maatschappelijk belang dienen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

34

SMA-Advies

Voor de betreffende woningen komen diverse doelgroepen in aanmerking. Aan bewoners wordt zo voldoende lokale voorzieningen geboden. Het initiatief is inmiddels subregionaal afgestemd en goedgekeurd waarmee het plan aan de subregionale woningmarkt-programmering is toegevoegd. Het planvoornemen is niet concurrerend met andere plannen in de (subregionale) regio. In die zin wordt aan de bovengenoemde criteria voldaan, hetgeen ook in andere paragrafen verder wordt onderbouwd en toegelicht. Resumerend gaat het ingevolge de beleidsregel om een zogenoemd goed woningbouwplan. Goede woningbouwplannen hoeven volgens de beleidsregel niet gecompenseerd te worden.

4.3.3

Regionale Woonvisie Parkstad Zuid Limburg 2023.

De (nieuwe) Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2023-2028 (hierna: woonvisie), onderdeel gemeente Brunssum, is op 11 juli 2023 vastgesteld en vormt het kader voor het woonbeleid op het regionale niveau voor de Stadsregio Parkstad Limburg en op het lokale niveau voor de gemeente Brunssum. De woonvisie Brunssum is het resultaat van een interactief proces waarin zowel lokaal als regionaal bijeenkomsten met stakeholders (onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, ontwikkelaars, makelaars, zorg- en welzijnspartijen) zijn georganiseerd, waarbij input is opgehaald voor de nieuwe visie. De woonvisie is het integrale beleidsdocument waarin wordt aangegeven hoe de regio en de gemeente samen de opgaven op de totale woningmarkt gaan aanpakken met de op de woningmarkt actief zijnde partijen. De Woonvisie bestaat uit een regionaal en een lokaal beleidsgedeelte. Het regionaal gedeelte is identiek voor de 7 Parkstadgemeenten. De lokale onderdelen bevatten de specifieke doorvertaling voor en door de gemeente in lokaal beleid. Deze Woonvisies geven richting aan de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt en het in balans brengen van vraag en aanbod (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat rekening wordt gehouden met de veranderende bevolkingsontwikkeling- en veranderende woonwensen. Daarnaast geeft de woonvisie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=826390ca-b318-4098-abe4-bbcb68fd0aea