Raadsbesluit 10 (bijlage) Gemeenschappelijke regeling van ISD BOL.pdf
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling van SSD BOL Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1
Begripsomschrijvingen Deze regeling verstaat onder: a. ISD BOL: hetopenbaarlichaam Intergemeentelijke Sociale DienstBrunssumen Landgraaf, als bedoeld in artikel 3, verder te noemen: de dienst; b. deelnemer(s):de bij de regeling aangesloten gemeenten Brunssumen Landgraaf; c. gemeentebesturen: de raden en de collegesvan burgemeester enwethouders,ieder voor zoverzij bevoegdzijn; d. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Statenvan de provincieLimburg.
Artikel2
Belang
De regeling behartigtdoor hetop bedrijfsmatigewijze uitvoeren van taken opterreinen van hetsociaal domein, de belangen van de deelnemersopgenoemde terreinen. De dienst neemtdaarbij de door de deelnemersgeformuleerde visie en missie in acht. De overheveling van takenen bevoegdheden van hetcollegewordt nader bepaald in artikel 6 en artikel 1 0 van deze regeling. Artikel 3
Openbaarlichaam
1. Er is eenopenbaarlichaam: ISD BOL. Het openbaarlichaam is gevestigdte Brunssum. 2. Het rechtsgebiedvan de dienst omvat hetgrondgebiedvan de deelnemers. Artikel4
Bestuursorganen De dienst kentde volgendebestuursorganen: hetalgemeen bestuur,hetdagelijks bestuuren de voorzitter.
Hoofdstuk2 Het algemeen bestuur Artikel 5
Samenstellingvan het algemeenbestuur
1. Het algemeenbestuuris samengesteldals volgt: van iedere deelnemer:het collegeliddat belast is met de portefeuille sociale zaken plus tweedoor de gemeenteraaduit diens midden aan te wijzen leden. 2. De raden van de deelnemersbeslissenin de eerstevergaderingvan elke zittingsperiode over de aanwijzingvan de leden en twee plaatsvervangendeleden van het algemeen bestuur.
3. De conformlid 2 van dit artikel aangewezen leden van het algemeenbestuurhebben, onverminderdhet bepaalde in artikel 17 lid 3, zitting gedurendede zittingsduurvan de gemeenteraad. 4. De leden van hetalgemeenbestuurtreden af op de dag waaropde nieuweleden door de nieuweraden van de deelnemerszijn aangewezen. De leden-portefeuillehouders blijven lid van hetbestuurtot hetmomentwaarop in hunopvolging is voorzien. 5. Het lid dat ophoudtlid van de raad te zijn, respectievelijk het bestuurslid dat niet langer portefeuillehouder socialezaken is, houdtdaarmee tevensop lid te zijn van hetalgemeen bestuur. 6. Het lid dat ter vervullingvan eentussentijdsevacature als lid van het algemeenbestuur wordt benoemd,treedt af op het tijdstip waarop degenein wiens of wier plaats dit lid is benoemd,zou hebbenmoetenaftreden. 7. De ledenvan hetalgemeen bestuurdie tussentijdsontslagnemen,stellende voorzittervan het algemeenbestuuralsmede de raad die henheeftaangewezen hiervanop de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeenbestuur die ontslag hebben genomen, behoudenhunlidmaatschap totdat in hunopvolging is voorzien. 8. De aanwijzing voor de vervullingvan plaatsen die zijn opengevallen, vindt in de eerstkomende vergaderingplaats van de raad die hetaangaat. Artikel 6
Takenen bevoegdheden van het algemeenbestuur
1. Ter vervullingvan het in artikel 2 genoemdebelangheefthet algemeenbestuurde taak om het beleid te ontwikkelen en voorte bereidenop strategisch,tactisch en operationeel niveau. 2. Aan hetalgemeen bestuurwordenalle bevoegdheden overgedragen, die nodig zijn voorde vervullingvan de taak als bedoeld in lid 1 van dit artikel met uitzonderingvan de bevoegdheden,die bij wet of in deze regelingaan een ander bestuursorgaanzijn toebedeeld. 3. Het vaststellenvan verordeningen en van beleid blijft de bevoegdheidvan de afzonderlijke gemeenteraden. 4. Het algemeenbestuuris bevoegdtot de oprichting van en de deelnemingin stichtingen, maatschappen, vennootschappen,verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voorde behartiging van hetdaarmee te dienenopenbaarbelang. 5. Het besluitbedoeld in lid 4 van dit artikel wordt nietgenomen dan nadat de raden van de deelnemerseen ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensenen bedenkingen ter kennisvan hetalgemeen bestuurte brengen. Artikel 7
De werkwijzevan het algemeenbestuur
1. Het algemeen bestuurstelt eenreglement van orde voorzijn vergaderingen vast. Besluitenworden genomen met gewone meerderheidvan stemmen.Als de stemmen stakengeldt de procedurezoals beschrevenin artikel 32 lid 4 van de Gemeentewet. 2. Het algemeenbestuurvergadertzo vaak als hij daartoe heeftbesloten,maar minimaal twee keerperjaar en verder zo dikwijls als de voorzitterdit nodig acht of ten minste
twee ledenvan hetalgemeen bestuurzulks verzoeken (onderschriftelijkeopgavevan de redenen).In hetlaatste gevalvindt de vergaderingbinnentweewekenplaats. 3. De voorzitterroeptde leden schriftelijktot de vergaderingop. 4. Tegelijkertijdmet de oproep brengtde voorzitterdag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbarekennis.De agenda en de daarbij behorendevoorstellenmet uitzondering van de stukkenwaaromtrentgeheimhouding is opgelegd,worden tegelijkertijdmet de oproep en opeenbij de openbare kennisgeving aan te gevenwijze ter inzagegelegd. 5. De vergaderingen van hetalgemeen bestuurzijn openbaar. 6. De deurenworden geslotenwanneereen vijfde deel van de aanwezigeleden daarom verzoektof de voorzitterhetnodig oordeelt. 7. Het algemeen bestuurbeslist vervolgens of met gesloten deurenwordt vergaderd. 8. Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassingde bepalingen in artikel 20 (quorumvooropening van vergadering),artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhavingorde vergadering),artikel 28 (niet-deelnameaan de stemming), artikel 29 (quorumvoorgeldigestemming),artikel 30 (totstandkomingbesluit), artikel BI (geheime stembriefjes),artikel 32 (overigestemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van hetbestuur). Artikel 8
Beslotenvergadering
In eenbeslotenvergaderingvan hetalgemeenbestuurworden geenbesluitengenomen over hetbeleidsplan,de begroting (wijziging),de jaarrekening en hetliquidatieplan.
Hoofdstuk3 Het dagelijks bestuur Artikel 9
Samenstellingvan het dagelijksbestuur
1. Het dagelijks bestuurbestaat uit de voorzitteren één ander lid, door en uit hetalgemeen bestuuraan te wijzen. De aldus aangewezen leden van het dagelijks bestuurmogenniet afkomstigzijn uit dezelfde gemeente. 2. De leden van het dagelijks bestuuroefenenhun functieuit met ingangvan de eerste vergaderingvan hetalgemeenbestuurin de nieuwesamenstelling.
3. De leden van hetdagelijks bestuurtreden, onverminderdhet bepaalde in artikel 1 5 lid 3, af opde dag van aftreden van hetalgemeenbestuur.Ze houdenhunlidmaatschap totdat in hunopvolging is voorzien. 4. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervullingvan plaatsen, die openvallen, vindt plaats binnen2 maanden of indien dit niet mogelijkis, zo spoedig mogelijkdaarna. 5. Degenedie ophoudtlid van het algemeenbestuurte zijn, houdttevensop lid te zijn van hetdagelijks bestuur. Artikel 10
Takenen bevoegdheden van het dagelijksbestuur 1. De takenvan hetdagelijks bestuurzijn:
a. de uitvoering van de Participatiewetinclusiefde invoeringswet, de uitvoering van de Wet Inkomensvoorziening oudereen gedeeltelijkarbeidsongeschikte werknemers(IOAW) en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen(IOAZ), de uitvoeringvan het Besluit bijstandverleningzelfstandigen (Bbz) en bij deze wetten behorendealgemenemaatregelenvan bestuur en uitvoeringsregelingen. b. de uitvoering van anderedoor eenof meerdeelnemersaan de dienst opgedragen taken binnenhetsociaal domein. c. hetverlenen van dienstenbinnenhet sociaal domein aan gemeenten buitenhet onder artikel B lid 2 genoemde rechtsgebieddan wel aan andereorganisatiesdan gemeenten ongeachthun plaats van vestiging,met dien verstande dat het algemeenbestuur hiermee dient in te stemmen. De diensten worden verleend tegen een vooraf overeengekomen prijs. VerschuldigdeBTW wordt apart in rekening gebracht. 2. Aan het dagelijks bestuurvan de dienst worden bij deze regelingalle bevoegdheden overgedragen, die nodig zijn voor de uitvoering van de in lid 1 onder a van dit artikel genoemde taken. 3. De vaststellingvan nadere regelsop grond van de verordeningen is de bevoegdheidvan de afzonderlijke Colleges,tenzij deze bevoegdheid is gedelegeerdaan het dagelijks bestuur. 4.
Voorts heefthetdagelijks bestuur,onverminderdhet bepaalde in artikel 33 b van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de volgendetaken en bevoegdheden: a. hetvertegenwoordigen van de dienst binnenregionaalbestuurlijkoverleg. b. het behartigenvan de belangenvan de dienst bij andere overheden,instellingen, bedrijven of personen, waarmeecontactvoorde dienst van belangis. c. hethoudenvan toezichtop hetfunctioneren van de dienst. Artikel 11
Werkwijze
1. Het dagelijks bestuurvergadert zo dikwijls als de voorzitterof een ander lid van het dagelijks bestuurdit nodig acht, zulks onder opgavevan redenen.De vergaderingvindt plaats binnentweewekennadat hetverzoekis ingekomen.
2. Het dagelijks bestuurkan zijn werkzaamhedenverdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuurdeelt zijn besluitendaarover mee aan hetalgemeen bestuur. 3. Het dagelijks bestuurkan eenreglement van orde voorzijn vergaderingen vaststellen,dat aan hetalgemeenbestuurter kennisneming wordt overgelegd. Artikel 12
kaders
1. De uitvoering van de in artikel 1 0, lid 1 ondera en b genoemde takenis gebonden aan het door de deelnemersingevolge artikel 1 9 vastgesteldebeleidsplan. 2. Deze taken worden zoveelmogelijkuitgevoerdin samenwerkingmet ketenpartners en (overige)organisatiesop hetgebied van werk, scholing,zorgen inkomen.
Hoofdstuk4 De voorzitteren de vicevoorzitter Artikel 13
Aanwijzing, taaken vervanging
1. De voorzitteren de vicevoorzitterworden door en uit hetalgemeenbestuuraangewezen. 2. Bij verhinderingof ontstentenisvan de voorzitter wordt deze vervangendoor de vicevoorzitter. 3. De voorzitteris belast met de leiding van de vergaderingen van hetalgemeenbestuuren hetdagelijks bestuur. 4. De voorzittertekentde stukkendie van het algemeenbestuuren het dagelijks bestuur uitgaan. 5. De voorzittervertegenwoordigt de dienst in en buiten rechte. De voorzitterkan de vertegenwoordiging opdragenaan eendoor deze aan te wijzengemachtigde.
Hoofdstuk5 De directeur Artikel 14
Taken,verantwoordelijkheden en bevoegdheden
1. De bestuursorganen wordenbijgestaandoor eendirecteur,aan wie in hetdagelijks bestuur eenadviserende stem toekomt. 2. De directeurwordt aangenomen, geschorsten ontslagen door hetdagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuurwijst eenplaatsvervanger voorde directeuraan, die de directeur in gevalvan verhindering of ontstentenis vervangt. 4. De directeurfungeert in hetalgemeenbestuuren hetdagelijks bestuurals secretaris.
5. De directeurondertekent mede alle stukkendie van hetalgemeen en hetdagelijks bestuur uitgaan. 6. De directeuris belast met de dagelijkse leidingvan de dienst. 7. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegdin een statuut. Het statuutwordt vastgesteld door hetdagelijks bestuur. 8. Het dagelijks bestuurkomt jaarlijks met de directeureenbedrijfsplan overeen, waarin de door de dienst te leverenprestatieszijn vastgelegd. 9. De directeuris verantwoording verschuldigd aan hetdagelijks bestuur.
Hoofdstuk6 Informatie,verantwoording en ontslag Artikel 1 5
Intern
1. De leden van het dagelijks bestuurzijn, tezamenen ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuurverantwoording verschuldigd voorhetdoor hengevoerdebestuur. 2. Zij geventezamen, dan wel afzonderlijk, gevraagd of ongevraagd,aan het algemeen bestuuralle informatiedie vooreenjuistebeoordeling van hetdoor hetdagelijks bestuur te voerenen gevoerdebestuurnodig is. 3. Een lid van hetdagelijks bestuurkan door hetalgemeen bestuurworden ontslagen, als dit lid nietmeerhetvertrouwen van hetalgemeenbestuurbezit. 4. De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing opde voorzittervoorhetdoor hem gevoerdebestuur. Artikel 16
Externdoor het algemeenen dagelijksbestuur
Het algemeenen het dagelijks bestuurgevenaan de raden van de gemeenten gevraagd en ongevraagdalle informatie,die vooreenjuistebeoordeling van hetdoor hetbestuurgevoerde en te voerenbestuurnodig is. Artikel 17
Externdoor individueleledenvan het algemeenbestuur.
1. Een lid van het algemeenbestuurverschaft de raad, waarbinnendit lid zitting heeft,alle inlichtingen die door de raad of door eenof meer leden van de raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de desbetreffenderaad aangegeven wijze. 2. Een lid van het algemeenbestuur is aan de raad waarbinnendit lid zitting heeft verantwoording verschuldigd voorhetdoor hem in dat bestuurgevoerdebeleid enwel op de in het reglementvan orde voor de vergaderingenvan de desbetreffende raad aangegeven wijze. 3. Een lid van hetalgemeenbestuurkan door de raad waarbinnendit lid zittingheeftuit het algemeenbestuurworden ontslagen,indien dit lid niet meer hetvertrouwen van de raad bezit.
Hoofdstuk7 Het personeel Artikel 1 8 Personeel
Op het personeel is van toepassing de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties(cao SGO). Het dagelijks bestuurbeslist overde toepassing van arbeidsvoorwaardendie buitende kaders van de cao SGO vallen.
Hoofdstuk8 Het beleidsplanenhetjaarverslag Artikel 19
Het beleidsplan
1. Het dagelijks bestuur bereidt tenminsteeenmaal per 4 jaren (gelijklopendmet de zittingsperiode van de gemeenteraad) vóór1 novembereenmeerjarenbeleidsplan vooren legt dit ter goedkeuring en vaststellingvoor aan de raden van de deelnemers. In het beleidsplanstaat welk beleid voorde deelnemerswordt uitgevoerd. 2. Het dagelijks bestuurstelt op basis van het meerjarenbeleidsplanjaarlijks het bedrijfsplan voorde dienst op. 3. Als de raad van eendeelnemerten aanzienvan eenbepaald onderwerpeeneigenbeleid wenst uit te voeren,dat afwijkt van het gemeenschappelijk beleid, wordt ook het afwijkende beleidsstandpuntvan deze deelnemerin hetbedrijfsplan opgenomen en door de dienst uitgevoerd.Voorde financiëlegevolgen hiervanis artikel 22, lid 3, onder b, van toepassing. 4. Op basis van hetmeerjarenbeleidsplan wordt jaarlijks eenprogrammabegroting opgesteld, waarin de activiteitenvoorelkjaar wordenaangegeven met de vermeldingvan de daarvoor benodigdefinanciëleen personele middelen. 5. Het dagelijks bestuurstelt jaarlijks eenjaarverslag op. Het jaarverslag wordt door het algemeenbestuurvastgesteld en samen met de jaarrekeningaan de raden van de deelnemende gemeenten ter kennisname aangeboden.
Hoofdstuk9 Financiëlebepalingen Artikel 20
Financieelen administratief beheer
1. Het algemeen bestuurstelt voorschriften vast voorhetfinanciëleen administratieve beheer van de dienst. Het bepaalde in artikel 212 en 213 van de Gemeentewetis van overeenkomstige toepassing. 2. De door de deelnemeraan de dienst verstrektebudgettenin het kader van de uitvoering van de Participatiewet(inkomensdeel enwerkdeel)en anderefondsenen doeluitkeringen, die door het rijk aan de deelnemerszijn verstrekt, bedoeld voorde uitvoering van de in artikel 6 en 1 0 bedoelde taken,worden door de dienst beheerd.
Artikel 21
Begrotingsprocedure
1. Het dagelijks bestuurzendt jaarlijks voor 1 april een, op basis van het in artikel 19 genoemdemeerjarenbeleidsplan opgestelde,ontwerpbegroting van de dienst voor het komendekalenderjaar, vergezeldvan eentoelichting, aan de raden van de deelnemers. 2. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemersvooreenieder ter inzage gelegden is tegenbetalingvan de kostenalgemeen verkrijgbaar. Het bepaalde in artikel 1 90 leden 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. De raden van de deelnemerskunnen binnen8 wekenna toezending van de ontwerpbegroting hetdagelijks bestuurvan hunzienswijzelaten blijken. Het dagelijks bestuurvoegtde commentaren, waarin de zienswijzevan de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan hetalgemeenbestuurwordt aangeboden. 4. Het algemeenbestuurstelt de begroting vast uiterlijkop 1 juli van hetjaar voorafgaande aan hetjaar waarvoorde begroting moetdienen. 5. Terstond na de vaststellingvan de begroting zendt hetalgemeenbestuurde begroting ter kennisname aan de raden van de deelnemers. 6. Het dagelijks bestuurzendt de begrotingbinnen2 wekenna vaststellingdaarvan, doch uiterlijkvoor1 5 juli, aan Gedeputeerde Staten. 7. De in dit artikel genoemdeprocedure,met uitzondering van de daarin genoemdedata, is van overeenkomstige toepassing opde besluitentot wijzigingvan de begroting. Artikel 22
Bijdragenvan de deelnemers
1. In de begroting staat welkebijdrage elkedeelnemerverschuldigd is voorde uitvoering van de aan de dienst opgedragen taken. De vergoedingvoor geleverdediensten van de deelnemers aan de dienst, die in minderingkan worden gebrachtop de verschuldigde bijdrage, wordt separaatzichtbaar gemaaktin de begroting. 2. De bijdrage per deelnemer in de begrotingbestaat uit directe en indirecte aan de deelnemerstoete rekenen kosten. 3. De direct aan eendeelnemertoe te rekenenkostenbetreffende kosten,die rechtstreeks ten behoeve van deze deelnemerzijn gemaakt. Dit betreft: a. programmakosten waaronderwordt verstaan alle kostendie direct voortvloeien uit de toepassing van beleid en regelgeving in de uitvoering van de in artikel 6 en 10, lid 1 ondera en b genoemde taken onderaftrek van de daarvoor ontvangen ontvangsten. b. alle extra kostenvan de dienst, die worden veroorzaaktdoor gemeentelijk beleid als beleid. bedoeld in artikel 1 9 lid 3, dat afwijkt van hetalgemene 4. De indirect aan een deelnemer toe te rekenenkosten betreffende kosten, die niet rechtstreeksten behoevevan deze deelnemer zijn gemaakt, en die derhalve slechts via eenverdeelsleutel zijn toete rekenen aan de betreffendedeelnemer . Dit betreft: a. apparaatskosten waarondersalarislasten,overigepersonele lasten, etc. b. beheerskosten, waaronderorganisatielasten, huisvestingslasten, etc. 5.
De toete passenverdeelsleutel zal jaarlijks worden opgenomen in de ontwerpbegroting. 6. Een eventuele tussentijdseonder- of overschrijdingvan de begroting op de in lid 3 en 4 genoemde kosten,wordt door de dienst opovereenkomstige wijze als bedoeld in lid 5 van dit artikel verrekendmet de deelnemer . 7. Direct na ontvangstdoor de deelnemersvan de betalingen van hetrijk voorde kostenzoals bedoeld in lid 3 en 4 worden de budgettendoor de gemeente aan de dienst overgemaakt.
8. Kennelijkeonbillijkhedendie uit de toepassingvan dit artikel voortvloeien worden ter beslissingvoorgelegd aan hetdagelijks bestuur. 9. Over wijzigingenmet betrekkingtot de wijze waarop verrekening met de deelnemers plaatsvindt, beslist hetalgemeen bestuur. Artikel 23
Voortgangsrapportages 1. Het dagelijks bestuur legt tweemaal per jaar middels een bestuursrapportage verantwoording af aan hetalgemeenbestuuroverde voortgang en de eindprognose van de in de programmabegroting opgenomen beleidsdoelstellingen, de uitputting van de middels de programmabegroting ter beschikkinggestelde budgettenen de overige afspraken,zoals die zijn vastgelegd in het in de artikelen 14 en 19, lid 2, genoemde bedrijfsplan. 2. Het dagelijks bestuurzendt deze bestuursrapportage zo snel mogelijkna vaststellingaan hetalgemeen bestuur,ondergelijktijdigetoezending aan de raden van de deelnemers. 3. De raden van de deelnemerskunnen binnen8 wekennadat de bestuursrapportage henis toegezonden daartegenschriftelijkbij hetalgemeen bestuurbezwaar indienen.
Artikel 24
De jaarrekening
1. Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekeningover het afgelopen kalenderjaar met alle bijbehorende bescheidenjaarlijks voor1 april ter voorlopige vaststellingaan hetalgemeen bestuuraan, ondergelijktijdigetoezending aan de raden van de deelnemers. De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoeknaar de getrouwheiden de rechtmatigheidvan de jaarrekening ingestelddoor de overeenkomstig artikel 213 van de gemeentewet aangewezen deskundigenen van hetgeen het dagelijks bestuurvoor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht. 2. In de rekening wordt voor elk van de deelnemers overeenkomstigde toerekeningsmethodiek zoals verwoord in artikel 22, leden 5 en 6, hetbedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffendedeelnemer komt. De vergoeding voordiensten die de deelnemeraan de dienst heeftgeleverdwordt hierbij separaatzichtbaar gemaakt. 3. Na afloopvan elk kalenderjaar en uiterlijk4 wekenna de vaststellingvan de jaarrekening van de dienst vindt tussende dienst en de deelnemers eendefinitieveafrekening plaats overeenkomstig de in artikel 22 vastgelegdeafspraken. 4. De raden van de deelnemerskunnenbinnen8 wekennadat de rekening overeenkomstig lid 1 van dit artikel is toegezonden, daartegenbij hetalgemeen bestuurbezwaar indienen. 5.
Het algemeen bestuuronderzoektde rekening en stelt haar vast uiterlijkop 1 juli van het jaar volgendop hetjaar, waaropde rekening betrekkingheeft.Het algemeen bestuurdoet de raden van de deelnemersmededelingvan de vaststelling. 6. Vaststellingvan de rekening strekt hetdagelijks bestuurtot dechargebehoudenslater in rechtegebleken valsheid in geschrifteof andere onregelmatigheden. 7. De rekening wordt binnen2 wekenna de afrekening, doch uiterlijkvoor1 5 juli van hetjaar volgend op het jaar waarop de rekeningbetrekkingheeft aan GedeputeerdeStaten verzonden.
Artikel 25
Liquiditeit
De deelnemerszullener steeds zorgvoordragen dat de dienst te allentijde overvoldoende middelen beschiktom aan zijn verplichtingen jegensderden te kunnen voldoen. Artikel 26
Medewerkinggemeenten
1. De deelnemers verlenenhunmedewerkingaan de uitvoeringvan de besluitendie het bestuurvan de dienst neemtbinnende aan hetbestuurtoegekende bevoegdheden. 2. Als de deelnemer, naar het oordeelvan het bestuurde in lid 1 van dit artikel bedoelde medewerkingnietof in onvoldoendemate verleent,kan het bestuurnamensof ten laste van de deelnemereenbesluituitvoeren of laten uitvoeren. Alvorensdaartoe overte gaanstelt hetbestuurde betrokkendeelnemerdaarvan in kennis.
Hoofdstuk10 Het archiefen privacy Artikel 27
Archief 1. Het dagelijks bestuuris belast met de zorgvoorde archiefbescheiden van de organen van hetopenbaarlichaam, overeenkomstig eendoor hetalgemeenbestuur,met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet1 995 vast te stellenregeling (Archiefverordening), die aan gedeputeerde staten moetworden medegedeeld. 2. Het dagelijks bestuuris tevensbelast met de zorg voorde archiefbescheiden die worden gevormd krachtensde aan hetsamenwerkingsverband gedelegeerde taken. 3. De zorg voorde archiefbescheiden die ontstaanuit hoofdevan de door de deelnemersof andere overheidsorganisaties gemandateerdebevoegdheden berustbij deze overheden. 4. Bij opheffingvan de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden eenvoorziening getroffenconformartikel 4 lid 1 van de Archiefwet
1995. 5. Voor de bewaringvan de op grond van artikel 12, lid 1 en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheidenvan de in deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaatsvan de gemeente Brunssum. 6. De directeur is belast met het beheervan de archiefbescheiden,voor zover deze archiefbescheiden nietzijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. De door het dagelijks bestuuraangewezen archivaris is belast met het toezichtop het beheervan de archiefbescheiden, voorzoverdeze archiefbescheiden nietzijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 8. Met hettoezichtop het beheervan de archiefbescheiden die ontstaanuit hoofdevan een door een overheidsorganisatie gemandateerdebevoegdheidis belast de archivaris van de desbetreffendeoverheidsorganisatie. Artikel 27a
Privacyen informatiebeveiliging
1. De dienst wordt voor de uitvoeringvan de overgedragentaken en bevoegdheden aangemerktals zelfstandig verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 onder 7 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna:AVG). 2. Het dagelijks bestuuris belast met de zorgvoorhettoezichtopeencorrectenalevingvan de AVG en rapporteert desgewenstdaarover aan de gemeentebesturen.
3. Het dagelijks bestuuris belast met de zorg voor het implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). 4. De bepalingen van de Suwinet-wetgeving en hetmeestactueleSuwinet-normenkader voor opde dienst. afnemerszijn onverkortvan toepassing 5. De dienst verstrekt in het kader van de Eenduidige Normatiek Single InformationAudit (ENSIA) eenjaarlijkse verantwoording,over het gebruik, beheeren de beveiligingvan Suwinet,aan de besturenvan de deelnemers.De jaarlijkse verantwoording geschiedtaan de hand van eenTPM-verklaringdie door eenonafhankelijke auditor is goedgekeurd.Het bestuurvan de deelnemerswordt uiterlijkop 31 januarivan hetvolgendekalenderjaarop de hoogtegebracht van de verantwoordingover het voorgaande kalenderjaar. De deelnemer heeftde jaarlijkse verantwoordingnodig om zich zowel horizontaal(aan de gemeenteraad)als verticaal (aan het MinisterieBinnenlandseZaken en Koninkrijkrelaties) te kunnen verantwoorden overhetgebruikvan Suwinet.
Hoofdstuk 11 Toetreding,wijzigingen opheffing Artikel 28
Toetreding 1. De raad en het Collegevan burgemeester en wethoudersvan eennieuwegemeente, die wensttoete treden, richt hetverzoekter zake aan hetalgemeenbestuur. 2. Het algemeen bestuurzendt hetverzoekals bedoeld in lid 1 binnen1 2 wekendoor aan de van zijn advies omtrentde besturenvan de deelnemersonderoverlegging toetredingen eventueel daaraan te verbindenvoorwaarden. 3. Toetredingvindt plaats indien de raden en de Collegesvan burgemeester en wethouders van de deelnemersdaarmee instemmen.
Artikel 29
Wijziging
De regeling wordt gewijzigd door eeneensluidendbesluitvan de raden en de Collegesvan burgemeester enwethoudersvan de deelnemers.
Artikel 30
Opheffing en liquidatie 1. De regeling wordt opverzoekvan de raad en hetcollegevan eendeelnemeropgeheven. 2. In geval van opheffing van de regeling en daardoor uiteindelijkde ontbinding van het openbaarlichaam ISD BOL wordt door hetalgemeenbestuur,de raden en de collegesvan burgemeester en wethoudersgehoordhebbende,een liquidatieplanvastgesteld. In het liquidatieplankan van de bepalingen van de regeling wordenafgeweken. 3. Het liquidatieplanvoorzietin de verplichtingvan de deelnemersom alle rechtenen verplichtingen van de dienst te verdelenopeenin het plan te bepalenwijze. 4. Het liquidatieplanvoorzietin de gevolgen die de opheffing heeftvoorhetpersoneel. 5. Het liquidatieplanvoorzietin de gevolgen die de opheffing heeftvoorhetarchief. 6. Het dagelijks bestuuris belast met de uitvoering van de liquidatie. 7. De organen van de gemeenschappelijke regelingblijven ook na hettijdstip van opheffing in functietotdat de liquidatie is voltooid.
Artikel 31
Bekendmaking en inwerkingtredentoetreding,wijziging en opheffing 1. De deelnemers maken de besluitentot het wijzigenof opheffen van de regelingin hun eigen gemeenten bekend op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 Algemenewet bestuursrecht. De gemeente die toetreedttot de regeling maakt hetbesluittot toetreding in de eigengemeente bekend op de wijze zoals in bedoeld in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. 2. Het bestuurvan de gemeente , waar de dienst is gevestigdmaakt de besluitentot wijziging, opheffing, alsmede besluitentot toetredingtijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhouddaarvan in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. 3. Een besluittot toetreding,wijzigingof opheffing treedt niet eerder in werkingdan nadat hetdoor alle gemeenten opde voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen Artikel 32
Duur van de regeling
De regeling is aangegaan vooronbepaaldetijd. Artikel 33
Titel
Deze regeling kan worden aangehaaldals gemeenschappelijke regeling van ISD BOL.
De raad van de gemeente Landgraaf, in zijn openbare vergaderingvan....
Griffier
Voorzitter
Het collegevan burgemeester en wethoudersvan de gemeente Landgraaf, in zijn vergaderingvan...........................
Voorzitter
Secretaris