Initiatiefvoorstel Fractie Jo Palmen
Tekst van het document
Initiatief voorstel betreffende invoering verordening voor een raad enquête en ander raadsonderzoeken. Ingediend door fractie Jo. Palmen. Raadsvergadering: 09 december 2025. Behandelvoorstelnr.:
1. Onderwerp Het instellen van een onderzoek verordening omdat een van de hoofdtaken die een gemeenteraad heeft het controleren van het college van B & W en de burgemeester, is. 2. Aanleiding. b. Huidige situatie / probleemstelling Omdat, om meerdere reden deze controlerende taak uitvoering niet altijd mogelijk wordt gemaakt heeft de wetgever de gemeenteraad het recht toebedeeld om zelf onderzoek of een enquête te laten uitvoeren. De praktijk leert ons echter dat dikwijls, ondanks de dualistische bestuursvorm, coalitiemeerderheden voorkomen dat de raad de benodigde inlichtingen verkrijgen alsook het gebruik van het recht om onderzoek te doen over de handelwijze van de burgemeester en/of het college van B & W of een lid daarvan. Dat wordt, gelet op het afnemende vertrouwen van de burgers in hun volksvertegenwoordigers en op grond van de integriteit niet wenselijk geacht. Derhalve is het aan te bevelen dat de gemeenteraad nadere regels stelt aan het recht om de gevraagde inlichtingen van de diverse bestuursorganen te verkrijgen en onderzoek te mogen doen zoals bedoeld in de wet. 3. Gewenste situatie a. Doel Bewerkstelligen dat bestuursorganen formeel correct in het belang van onze gemeenschap functioneren en ook mogen worden gecontroleerd indien daarvoor aantoonbare redenen zijn aangegeven.
De gevraagde inlichtingen op grond van artikel 169 lid 3 en artikel 180 lid 3 Gemeentewet, moeten door de bestuursorganen of leden daarvan aan de raad worden verstrekt. De praktijk leert echter dat dit niet vanzelf sprekend is. Het gebruikmaken van de (bijna) onmogelijkheid aan deze plicht niet te behoeven voldoen, dient derhalve nadrukkelijker te worden onderzocht door de raad. Ook omdat een beroep op de rechter ter toetsing van die motivatie is uitgesloten bij wet is uitgesloten. Raadsleden moeten volgens de wet alle inlichtingen, desnoods onder geheimhouding, verkrijgen anders kunnen zij hun controlerende taken niet uitvoeren Het recht van onderzoek (artikel 155a Gemeentewet) kan gaan over een onderdeel van bestuur of het gehele bestuur. Het betreft dan het gehele bestuur en over het (zelfstandig) handelen bij (feitelijke) uitvoering van beleid en of besluiten door de burgemeester of het college van B & W of een lid daarvan. Elk raadslid kan /mag een voorstel doen in gevolge de Gemeentewet om een onderzoek in te stellen. Maar de praktijk leert ook hier weer dat raadsleden die terecht een dergelijk verzoek doen, ongemotiveerd door een (coalitie) meerderheid dit recht wordt ontzegd. Dit in strijd met de controlerende taak die raadsleden hebben.
Om te voorkomen dat misbruik dan wel niet onderbouwd gebruik word gemaakt van dat recht, is het wenselijk in het algemeen belang hiervoor bij verordening regels te stellen. Bijvoorbeeld dat de indiener van een verzoek tot onderzoek objectief en gemotiveerd aannemelijk heeft gemaakt dat over een onderdeel van bestuur of het gehele bestuur, een onderzoek in het gemeentelijk en/of algemeen belang wenselijk is, dient een onderzoek te worden toegestaan. Zeker uit hoofde om het publiek belang te dienen en het bestuurlijk verantwoordelijker functioneren te stimuleren evenals ter lering van de raad. Als extra waarborg voor de zorgvuldigheid kan hiervoor de norm van 1/5 van het aantal raadsleden (zoals bedoeld in artikel 17 lid 2 Gemeentewet) te worden verordend. Als een besluit om een onderzoek in te stellen tot stand is gekomen, moet in het besluit worden opgenomen over welk onderwerp het onderzoek gaat. Ook hiervoor is een verordening wenselijk. Immers zaken die buiten de opgenomen omschrijving vallen, mogen dus niet worden onderzocht ook niet met de dwangmiddelen die de Gemeentewet mogelijk maakt.
Naar gelang tot welk onderzoek is besloten dat zijn er meerdere in de Gemeentewet genoemd, kan de uitvoering volgens verschillende richtlijnen geschieden. De raad kan besluiten om een lichtere vorm van onderzoek in te stellen. Dit onderzoek kan ook door derden worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld als de raad behoefte heeft aan een second opinion over gecompliceerde of verreikende beleidsvoornemens van het college of over de uitvoering van het beleid. De uitvoering van een onderzoek door de gemeenteraad dient te gebeuren door een onderzoekscommissie van tenminste drie maximaal vijf raadsleden liefst verdeeld over verschillende fracties en bijgestaan door een extern deskundige als voorzitter en een aan te wijzen in- of externe secretaris. Voor een enquêteonderzoek dient te raad een separaat besluit te nemen en daarbij te bepalen hoe het onderzoek dient plaats te vinden. Tevens dient daarbij de dekkingspost te worden opgenomen. De ondersteuning door ambtenaren dient bij de verordening geregeld te worden zoals in de Gemeentewet art. 155a is weergegeven. De raad kan naargelang voor welke onderzoekscommissie wordt besloten, dit zowel bij verordening als bij separaatbesluit te regelen. De griffier ondersteunt de raad altijd maar hoeft geen deel uit te maken van de onderzoekscommissie.
De wijze van het horen van getuigen ook ambtenaren en deskundigen wordt door de onderzoekscommissie bepaald uitgezonderd het horen bij een enquêtecommissie dat vindt in het openbaar plaats. Alleen om ‘zeer gewichtige redenen’ kan dan een verhoor geheel of gedeeltelijk in beslotenheid plaatsvinden. Het aftreden van de raad heeft geen gevolgen voor het werk of de werkwijze van de commissie. Wel dient de nieuwe raad in dat geval nieuwe commissieleden uit haar midden te benoemen. (art. 155a lid 6) De onderzoekscommissie legt het resultaat van haar werkzaamheden vast in een onderzoeksrapport met conclusies en aanbevelingen. De raad bepaalt op welke wijze het rapport wordt behandeld en zal worden gebruikt. Het Juridisch Kader. De Gemeentewet.
Voorstel
Te besluiten:
1. De gemeenteraad besluit tot het vaststellen van als bijlage bijgevoegd “de verordening regelende het onderzoek door de raad.”; 2. Deze verordening te laten ingaan met terugwerkende kracht op 01 juni 2025. Aldus besloten ten Brunssum op 09 december 2025
Burgemeester
Griffier.
VERORDENING REGELENDE HET ONDERZOEK DOOR DE RAAD. De raad van de gemeente Brunssum 2025 Overwegende dat het noodzakelijk is regels te stellen voor en over het recht van onderzoek van de raad; Gelet op het initiatiefvoorstel van fractie Jo. Palmen d.d. 25 november 2025; Gelet op de artikelen 155a t/m 155 f van de Gemeentewet. Besluit: Vast te stellen de Verordening regelende het onderzoek door de Raad. Artikel 1. Begripsbepalingen. In deze verordening wordt volstaan onder: a. Een onderzoek : een onderzoek als bedoeld in art. 155a lid 1 Gemeentewet; b. Een licht raadsonderzoek: het vragen een externe second opinion; c. Raadsonderzoek : een dossier onderzoek d. Enquête onderzoek: wordt bij separaat besluit geregeld; e. Commissie : een commissie zoals bedoeld in artikel 155a lid 3 Gemeentewet;
Artikel: 2 Onderzoek en onderzoekscommissie. 1. Het college van B &W is evenals de burgemeester verplicht alle gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in de artikelen 169 lid 3 en 180 lid 3 van de Gemeentewet op eerste aanvraag van een of meerdere raadsleden te verstrekken desnoods onder oplegging van geheimhouding. 2. Bij een beroep zoals in lid 1 is bedoeld, het college dan wel de burgemeester zich op een uitzonderingsgrond beroepen zoals bedoeld in de onder lid 1 genoemde artikelen, zal alvorens de raad
een besluit daarover neemt, een externe deskundige over die uitzonderingsgrond de raad adviseren. (artikel 1 onder b) 3. Op voorstel van een lid van de raad kan de raad besluiten een voorgesteld onderzoek in te stellen. 4. Op voorstel van het aantal raadsleden genoemd in artikel 17 lid 2 Gemeentewet zal de raad besluiten tot instellen van het gevraagde onderzoek tenzij het verzoek behelst het houden van een enquête onderzoek; 5. Bij het besluit tot het houden van een raadsonderzoek dient de raad aan te geven welk onderzoek zal plaatsvinden en waarover dit onderzoek in hoofdzaak plaatsvindt; 6. Een licht raadsonderzoek is het vragen van aan een externe deskundige op het onderzoeksgebied voor een second opinion; 7. Een raadsonderzoek heeft betrekking op een dossier onderzoek van het te onderzoeken onderwerp. Hierbij kunnen indien nodig of gewenst externe deskundige worden gehoord en/ of geraadpleegd.. Dit geldt eveneens voor ambtenaren; 8. Het raadsonderzoek wordt uitgevoerd door een door de raad in te stellen tijdelijke commissie bestaande uit minimaal 3 en maximaal 5 raadsleden voorgezeten door een uit hun midden te benoemen voorzitter. De voorzitter heeft bij een eventuele noodzakelijk stemming indien de stemmen zouden staken, de doorslaggevende stem; 9.
De secretaris van de commissie wordt door de commissie benoemd maar maakt geen deel uit van de commissie; 10.De leden van de commissie functioneren zonder last of ruggenspraak met B & W of andere raadsleden niet zijnde commissieleden. Artikel 3. Voorzitter. De voorzitter wijst zijn plaatsvervanger aan. De voorzitter is belast met : a. Het leiden van de zitting en beraadslaging; b. Handhaven van de orde; c. Het naleven van bij of krachtens deze verordening en de wet gestelde regels;
d. Hetgeen voor de uitvoering van deze verordening is bepaald; e. De griffier geeft te allen tijde desgevraagd steun aan de onderzoekscommissie. f. De verordening voor ambtelijke bijstand is voor de individuele commissieleden niet van toepassing. Artikel 4 Beëindiging van commissielidmaatschap. 1. Het lidmaatschap van de commissie eindigt als: a. De raad de commissie opheft; b. Het lid ontslag neemt door een schriftelijke mededeling aan de raad en de commissie voorzitter , dat kan op ieder moment. De raad benoemt zo spoedig mogelijk een vervanger; c. Als het commissielid onderdeel wordt van het onderzoek; d. het commissielid geen deel meer uitmaakt van de raad. Artikel 5. Verantwoordelijkheid. 1. Alle uit te voeren en uitgevoerde activiteiten van de commissieleden evenals van de aan de commissie toegevoegde personen ten behoeve van het onderzoek vallen onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de commissie; 2. De aan derde uitbestede delen van de uitvoering van het onderzoek, geschiedt onder verantwoordelijkheid van de commissie. De commissie voorzitter pleegt vooraf aan de uitbesteding aan derde overleg met de Griffier over de gelden hiervoor; (art. 2 leden 6 en 7) 3. De Griffier en/of zijn plaatsvervanger is verantwoordelijk voor alle zowel inhoudelijke als ook organisatorische activiteiten van de ondersteuning van de commissie; 4.
De Griffier is verantwoordelijk en belast met het beheer van de gelden die worden gemaakt en/of ter beschikking zijn gesteld door de raad voor de het onderzoek.
Artikel 6. Plan van aanpak. 1. Na instelling van de commissie stelt de commissie op grond van de opdracht ( artikel 2 lid 5 ) voor de uitwerking van de onderzoeksopdracht een plan van aanpak op. De voorzitter zal hiervoor in overleg met de secretaris en de Griffier een concept plan van aanpak aan de commissie voorleggen. Dit lid is niet van toepassing op een lichtonderzoek ex. artikel 1 onder b.; 2. In het plan van aanpak zal tenminste aandacht moeten worden besteed aan: a. De planning van de uit te voeren taken en een eventuele verdeling van die taken aan commissieleden dan wel derden; b. De benodigde en wenselijke ondersteuning en van wie; c. De wenselijke functionele werk- en bijeenkomsten kamer inrichting; d. De tijdstippen van en verzenden van oproepen aan derden; e. De archivering van de documenten van de commissie; f. Informatie protocol voor de raad en aandacht daarbij voor eventueel de media; g. De verwachte tijdsduur met een kostenraming; h. Geheimhoudingsaspecten. 3. Indien een beroep ambtelijke ondersteuning wordt gedaan draagt de griffier er zorg voor dat deze ondersteuning vooraf is gewaarborgd. 4. De commissie stelt het plan van aanpak vast. Artikel 7. Bekendmaking. 1.
Het besluit tot het instellen van een onderzoek, uitgezonderd het licht onderzoek (artikel 1 onder b), wordt , onder vernoeming van het type onderzoek en het te onderzoeken onderwerp en samenstelling van de commissie op de in onze gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd; 2. Bij die publicatie wordt opgenomen dat diegene die informatie denkt te hebben opgeroepen wordt zich te melden bij de voorzitter van de commissie;
Artikel. 8 Bevoegdheden en verplichtingen. 1. De commissie kan enkel de bij wet en de verordening verleende bevoegdheden uitsluitend rechtsgeldig uitoefen als tenminste 3 van haar leden aanwezig zijn; 2. Het horen van deskundige derden en getuigen wordt door de commissie gehouden in een vooraf als geschikt beoordeelde ruimte op het raadhuis. 3. Enkel de leden uit of van de ambtelijke organisatie evenals leden van lokale bestuursorganen zijn verplicht bij oproep te verschijnen en te verklaren. 4. Het horen zoals bedoelt in de vorige leden gebeurt in principe in de openbaarheid. De commissie kan anders bepalen. 5. Van het horen en of afleggen van een verklaring worden schriftelijke verslagen gemaakt en aan betrokkenen verstrekt en door zowel de voorzitter alsook de betrokkene ondertekent. Mocht de betrokkene het niet eens zijn met het verslag, dan deelt hij/zij dit binnen 48 uur schriftelijke mede aan de commissie voorzitter onder aangeving van zijn zienswijze. Deze zienswijze wordt dan gevoegd aan het verslag. 6. De verklaringen kunnen door commissie alsook de Gemeenteraad in eventuele ( vervolg) procedures worden gebruikt en aan rechtsprekende (bestuurs) organen worden verstrekt; 7. De verordening op de raadscommissies is niet van toepassing. Artikel 9. Proces-verbaal. 1.
Van het horen en verklaren van de personen bedoeld in artikel 8 wordt een proces-verbaal opgemaakt dat door de commissie. 2. Bij het niet verschijnen zonder voorafgaande afmelding van personen bedoeld in artikel 8 lid 3, wordt dit opgenomen in het proces-verbaal met toevoeging van de behoorlijk uitgevoerde oproep.
3. Het niet verschijnen na daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen en zonder afmelding, zal worden gerapporteerd aan het bevoegde bestuursorgaan en zal sancties tot gevolg hebben tenzij er sprake zou kunnen zijn van overmacht. Artikel 10. Geheimhouding. a. De commissie beslist over welke delen van het proces en verklaringen eventuele geheimhouding wordt opgelegd. Deze eventuele geheimhouding moet voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden bij de Gemeentewet. b. Voor de commissie leden en de daarbij betrokken personen gelden de bepalingen zoals opgenomen in de Gemeentewet met betrekking tot de geheimhouding. c. De raad kan de door de commissie opgelegde geheimhouding opheffen . Artikel 11. Onderzoeksresultaat. 1. De commissie zal gemotiveerd hun onderzoeksverslag met eventuele conclusies en aanbevelingen schriftelijk aan de Gemeenteraad verstrekken; 2. Het onderzoeksverslag moet voldoen aan de onderzoeksvraag bedoeld in artikel 2 lid 5; 3. Het onderzoeksverslag is openbaar en wordt op de gebruikelijke wijze , gelijk andere openbare informatie , gepubliceerd; 4. De Griffier zal namens de raad een separaat raadsvoorstel opstellen ter openbare behandeling in de Gemeenteraad met overneming van de eventuele conclusies en aanbevelingen zoals bedoeld in artikel 1. 5. De gemeenteraad zal het raadsvoorstel bedoeld in lid 4 als een bespreekstuk behandelen. 6.
De raad bepaalt waar de bij het onderzoek betrokken bescheiden worden bewaard.
Artikel 12. Citeertitel. 1. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening regelende het onderzoek door de Raad 2025”. 2. Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht op 01 juni 2025. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 09 december 2025
De Voorzitter,
De Griffier,