Eindverslag en aanbevelingen onderzoek voorliggend veld jeugd Brunssum_.pdf
Tekst van het document
Onderzoeksverslag en aanbevelingen voorliggend veld jeugd Brunssum
Aanleiding “Het primaire doel dat we voor ogen hebben is het realiseren van een gewoon en prettig opgroei- en opvoedklimaat voor jeugdigen en ouders in Zuid-Limburg. We streven ernaar dat zo veel mogelijk kinderen zonder grote problemen kunnen opgroeien. Waarbij iedere jeugdige uniek is en er dus niet meer gedacht wordt in labels en hokjes. Normaliseren betekent praten over wat we normaal vinden. Om onnodig labelen te voorkomen is het belangrijk dat we met elkaar het gesprek hierover voeren.” Aldus de visie uit Kaderdocument Zuid-Limburg. Het kaderdocument ligt aan de basis van de aanbesteding van de geïndiceerde jeugdhulp voor de jaren 2023 en verder. In het Kaderdocument Ambulant worden ontwikkelgebieden benoemd. Het eerste gebied is: “Meer benutten van mogelijkheden in het voorliggend veld op het gebied van het normale opvoeden en opgroeien en lichte begeleidingsmogelijkheden. Dit vraagt een afgesproken basisniveau van het voorliggend veld. Dit kan de inzet van jeugdhulp voorkomen, maar ook mogelijkheden creëren om deze af te schalen als gezin en jeugdige inmiddels voldoende in staat zijn zonder jeugdhulp verder te gaan.” Zonder label betekent zonder geïndiceerde vorm van jeugdhulp. ‘Minder labels’ kun je bereiken door strak te indiceren. Echter alleen ‘strak indiceren’ lost het probleem dat kind of ouders ervaren niet op daarvoor is ondersteuning zonder labels nodig.
Ondersteuning in eerste instantie van familie vrienden en buren maar ook ondersteuning door het verenigingsleven en door professionals van het maatschappelijk werk of de jeugdgezondheidszorg. Meer benutten van voorliggend veld en lichte begeleidingsmogelijkheden kan alleen als die mogelijkheden er in voldoende mate zijn.
Onderzoeksvraag Dit leidde tot de volgende onderzoeksvragen: 1. Breng in beeld wat er allemaal is in het voorliggende veld jeugd en wat er wordt gemist; 2. Bekijk hoe de samenwerking gaat in het voorliggende veld en met de toegang jeugd 3. Achterhaal welke uitdagingen jullie voor de komende jaren zien. Onderzoeksmethode Om de vragen te beantwoorden is het onderzoek in drie onderdelen opgedeeld. Als eerste en meest eenvoudige deel het in beeld brengen van wat er allemaal is in het voorliggende veld. Hiervoor is de digitale gemeentegids Brunssum ‘op de kop gehouden’ 1. Het resultaat hiervan is opgenomen in bijlage 1. Als tweede de zoektocht naar cijfers over de toestond rondom de jeugd in Brunssum. Deze zijn op verschillende manieren verkregen: -
via het raadplegen van openbaar beschikbare bronnen; uit onze administratie
1 De digitale gemeentegids was te raadplegen via
https://www.brunssum.nl/bestuur_en_organisatie/organisatie_gemeente/digitale_gemeentegids. Was want de op deze site opgenomen koppeling loopt nu dood.
Als derde en belangrijkste, door in gesprek te gaan met mensen die werkzaam zijn in het voorliggende veld en de randen ervan. Hieronder de functies waarmee een gesprek is gevoerd
-
3 medewerkers toegangsteam jeugd Straatcoach (CMWW) 2 jongerenwerker(CMWW) 3 schoolmaatschappelijk werkers (CMWW) 2 medewerkers GGD (jeugdgezondheidszorg) 3 beleidsmedewerkers gemeente 3 wijkmanagers gemeente 3 Vertegenwoordigers kinderopvang/peuterwerk Medewerker VeiligThuis Jeugdagent
Wat zeggen de cijfers2? In Brunssum: -
-
Heeft 15,3% van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp tegen 10,4% in Nederland als geheel. Van deze jeugdigen heeft: o 14,9% jeugdhulp met verblijf tegen 8.4% landelijk o 7,5% een jeugdbeschermingsmaatregel tegen 8,5% landelijk o 1,2% een jeugdbeschermingsmaatregel tegen 1,3% landelijk o 77% jeugdhulp zonder verblijf tegen 81% landelijk Is 8,4% van de huishoudens in een eenouder huishouden tegen landelijk 7,3% Woont 7% van de kinderen in een uitkeringsgezin tegen 6% landelijk Verlaat 2,8% van de leerlingen de school voortijdig tegen 1,7% landelijk (cijfers 2019) Is 3% van de jongeren werkloos, tegen 2% landelijk. De inwoner een gemiddelde inkomen (in 2018) van een € 23.000 tegen € 26.100 landelijk Behoort 45,6% van de inwoners tot de 40% laagste inkomens van Nederland Behoort 11,5% van de inwoners tot de 20% hoogste inkomens van Nederland Krijgen de kinderen gemiddeld een lager schooladvies dan landelijk: Onderwijstype Praktijkonderwijs Voortgezet Speciaal Onderwijs Vmbo bl Vmbo bl/kl Vmbo kl Vmbo kl/gt Vmbo gt Vmbo gt/havo Havo Havo/vwo
Brunssum 4% 2%
Nederland 3% 0%
9% 2% 11% 6% 11% 12% 15% 8%
6% 4% 9% 5% 16% 10% 16% 11%
2 Cijfers over het tweede half jaar van 2021. Bron: Waar Staat Je Gemeente 14 september 2022
Vwo Geen advies
19% 0%
19% 1%
Vanuit onze eigen administratie zien we een stijging van het aantal meldingen door de jaren: Jaar
Aantal 2018
421
2019
442
2020
512
2021
584
En de volgende verdeling over de verschillende vormen van jeugdhulp:
Jeugdbescherming
2018
2019
2020
2021
104
58
73
75
24
33
30
Jeugdhulp crisis Jeugdreclassering
26
24
26
21
Landelijk ingekochte zorg
4
6
2
5
Jeugdhulp zonder verblijf
1038
1206
1313
1367
Jeugdhulp met verblijf
107
90
97
110
Eindtotaal
1279
1408
1544
1608
Wat zeggen de mensen in het veld? Hieronder de zaken die door meerdere en soms zelfs door alle deelnemers werden genoemd: -
Professionals met wie is gesproken geven aan dat problemen ‘erfelijk’ lijken. Ouders werken niet omdat werk niet loont en dat voorbeeld geven ze door aan de jeugd. Veel geïnterviewden (jgz, peuterwerk, jongerenwerk, politie) geven aan dat ze de kinderen van mensen die ze vroeger als kind hebben begeleid nu tegenkomen in soortgelijke situaties. Als Gelukkig zijn er ook positieve uitzonderingen. Zo vertelde een jongerenwerker soms te worden benaderd door ouders die hij vroeger ook had geholpen met het verzoek om hun kind ook te begeleiden om zo te voorkomen dat het kind dezelfde route zou moeten doorlopen als de ouder. Dit roept wel meteen de vraag op of het niet ook de ouders zijn die ondersteuning nodig hebben? Een vraag waarop de geïnterviewden het antwoord gaven dat daar inderdaad het merendeel van de problemen uit voortvloeien. Een voorbeeld dat in verschillende vormen voorbij kwam is de oververmoeide of overbezette ouder die klaagt over het ‘drukke gedrag’ van het kind maar wat gedrag is dat zeker niet problematisch is. De
ouder zoekt hulp voor het ‘drukke’ kind maar niet voor zichzelf. Verschillende gesprekspartners gaven aan dat het ouders ontbrak aan (basis) opvoedvaardigheden. -
Bij het ‘opvoeden’ speelt het beeldscherm een steeds belangrijkere rol. Het beeldscherm is een makkelijk middel voor ouders om kinderen ‘stil’ te krijgen. Maar als dat scherm het spreken met kinderen gaat vervangen dan vertraagt de spraak/taal ontwikkeling bij jonge kinderen. Ook spelen kinderen steeds minder buiten spelen waardoor de motorische maar ook sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen stagneert. Dat is terug te zien in de peuterspeelzalen. De VVE doelgroep is vergroot. Eerst was het alleen taalachterstand nu ook rekenen, sociaal emotioneel en/of motorisch. Het peuterwerk constateert dat steeds meer kinderen achterstanden hebben: taal, rekenen, sociaal emotioneel en/of motorisch. Het aantal VVE kinderen in de groepen is hierdoor gegroeid. Peuters die bovendien met grotere achterstand binnenstromen. De pedagogisch medewerkers (veelal MBO opgeleid) zijn niet toegerust om dit allemaal aan te pakken. Het programma richt zich vooral op taal en rekenachterstanden. Docenten en leerkrachten op scholen trouwens ook niet. Dat wil niet zeggen dat ze er niet een rol kunnen spelen bij dat aanpakken. Het ontbreekt opvoeders en mede-opvoeders (leerkrachten maar ook pedagogisch medewerkers) aan handelingsbekwaamheid bij problematieken zoals echtscheiding, suïcide gevoelens of depressieve klachten.
Dit maakt dat kinderen met dergelijke klachten ook meteen als ‘probleem’ worden bestempeld waarvoor zorg nodig is en vervolgens wordt het kind aan die zorg overgelaten. Ook als de doelgroep niet was vergroot, zou de instroom zijn toegenomen omdat, zoals gezegd, steeds meer kinderen een achterstand hebben en verandert een andere definitie niets aan situatie van kinderen met sociaal emotionele of motorische achterstanden.
-
We willen normaliseren maar wat ‘normaal’ is, wordt door deze ontwikkelingen steeds minder normaal. Veel gesprekspartners zien dat dat wat eigenlijk tot het ‘normale’ behoort, hierdoor steeds meer wordt geproblematiseerd en leidt tot hulp aan het kind terwijl een investering in het versterken van het normale nodig is.
-
Alle gesprekspartners zien een toename van het aantal zorgmeldingen in het algemeen en het van het aantal meldingen VeiligThuis en het aantal crisissen met heftige problematiek (suïcide, weglopen, gesloten plaatsingen, zwaar fysiek geweld, automutilatie). Loverboy, eer gerelateerd geweld in het bijzonder. De toename van het aantal meldingen wordt bevestigd door de cijfers. Brunssum heeft een veel groter percentage van de jeugdigen jeugdhulp dan gemiddeld in Nederland. En wat vooral opvalt is het hoge percentage jeugdigen met jeugdhulp met verblijf. De toenemende en steeds zwaardere problematiek zorgt voor een te grote werkdruk zowel bij het CMWW maar bij het team jeugd en veel verwijzingen naar jeugdhulp met beschikking. Brunssum, Heerlen en Kerkrade scoren hier allemaal ongeveer hetzelfde en dat is het hoogst van heel Nederland samen met Den Helder: meer dan 1 op de 50 kinderen krijgen jeugdhulp met verblijf. 10 keer zoveel als in de rest van het land. Waar dat aan ligt, viel buiten de scope van het onderzoek.
-
Veel problematiek hangt samen met echtscheidingsproblematiek. Zo ongeveer iedereen met wie in het kader van dit onderzoek is gesproken, geeft aan dat er bij ‘acht van de tien’ opvoeders en jongeren die men spreekt, sprake is van een in meer of mindere mate problematische echtscheiding.
-
Het peuterwerk constateert dat de uitstroom van kinderen die niet naar een reguliere basisschool gaan, stagneert waardoor steeds meer kinderen gebruik maken van verlengd peuterwerk.
-
De criminaliteit neemt toe. Wat daarbij opvalt is dat veel jeugdigen die met politie in aanraking komen PPL Praktijkonderwijs in Heerlen volgen of hebben gevolgd. Voor deze jeugdigen is status (aanzien in de groep) belangrijk en daarvoor is geld nodig. De criminaliteit biedt hen op korte termijn snel en veel geld en het ‘baantje en school’ bieden dat niet. Voor deze jeugdigen is een haalbaar positief voorbeeld een manier om hen op het goede pad te houden/krijgen. Dit riep bij de geïnterviewde de vraag op of deze jeugdigen niet veel individueler benadert zouden moeten worden met een traject gericht op een positieve plek in de samenleving en veel minder op het ‘naar school gaan’. Een plek waar deze jeugdigen op een ongedwongen maar niet vrijblijvende manier kunnen ontdekken waar hun hart ligt. Hierbij kan worden gedacht aan zoiets als het Walhallab in Zutphen.
-
‘We praten niet over ouders maar met ouders’ leidt ertoe dat ouders in bijvoorbeeld knooppunten geconfronteerd worden met een hele batterij aan mensen tegenover zich. Mensen die, zo gaf een geïnterviewde die geregeld knooppunten bijwoont, vaak over het hoofd van de ouders met elkaar in gesprek zijn in taal en met begrippen die de ouders niet begrijpen en wordt er ondanks hun aanwezigheid over hen gepraat.
-
De gesprekspartners geven over de hele linie aan dat er te weinig menskracht is. Dit zorgt voor: o Wachtlijsten bij CMWW, bij consulenten en ook bij gecontracteerde hulpverleners. Jeugdigen die op zo’n lijst staan, ontvangen geen hulp want er is nog geen ‘plan’ of ‘indicatie’. ‘ ‘Wat doen we met maar vooral voor die kinderen? Die vraag stelden verschillende geïnterviewden. o Dat het blussen van branden (crisis, nood) een steeds groter deel van het werk wordt en het voorkomen ervan wordt verwaarloosd waardoor er steeds meer branden komen. Een voorbeeld. De verbinding tussen consulenten en CMWW erg belangrijk, beide partijen moeten elkaar kennen en weten wat men aan elkaar heeft maar door de crisissen en de lange wachtlijsten komt het er maar niet van om hier goed handen en voeten aan te geven. Zo wordt er onbewust drukte georganiseerd terwijl er procesafspraken gemaakt moeten worden. o Schoolmaatschappelijk werk dat aangeeft steeds meer vragen van scholieren, ouders en leerkrachten te krijgen maar niet omvang heeft om al die vragen op te pakken
-
Gesprekspartners geven aan niet of onvoldoende te weten wat anderen kunnen betekenen, wat hun verantwoordelijkheid is en dus waar ze voor gevraagd kunnen worden. Zo heeft de JGZ het gevoel en idee dat ze naar de tweede lijn wordt geschoven terwijl ze aangeeft een belangrijke rol te kunnen spelen in het vergroten van ‘normaal’. Geven consulenten aan niet precies te weten wat het CMWW te bieden heeft.3 Te veel hangt af van persoonlijke relaties en door de steeds snellere personeelswisselingen wordt het ‘zorgbouwwerk’ zo steeds kwetsbaarder
3 Of verwoorden het meer op de volgende manier: ‘ze zeggen dat ze alles kunnen en dat kan niet’
-
Bureaucratisch wantrouwen fnuikt vertrouwen. Onderzoek heeft aangetoond dat het succes van de zorg voor bijna 70% afhangt van het vertrouwen dat de hulpvrager heeft in de hulpverlener. In de gemeentelijk wereld vraagt het gebruik van publieke middelen om verantwoording die moet aantonen dat de middelen rechtmatig en doelmatig worden besteed. ‘Aantonen dat’ duidt op een wantrouwende grondhouding en die wordt vertaald in de vraag naar cijfers, in het vastleggen van processen, in de roep om evidence based methodieken dit allemaal opgenomen in aanbestedingsdocumenten en contracten. De bureaucratie die hiervan het gevolg is, fnuikt de zo belangrijke ruimte voor de professional om dat te doen wat hij nodig acht. Hierdoor haken goede professionals af. We proberen met alle macht die 30% met bureaucratie te beheersen en al doende verzwakken we de kracht van die 70%.
-
De wereld van de jeugd is heel anders en in toenemende mate steeds meer een digitale. Jeugdigen maken zich de wereld veel sneller eigen dan volwassenen maar overzien vaak niet wat de gevolgen zijn van hun acties. Veel jeugdigen zijn al bekend met fenomenen voordat er een naam voor is. De eerste slachtoffers waren ervan al gemaakt voordat sexting de naam sexting kreeg. Daarbij helpt het niet als de eerste reactie is ‘dat gebeurt hier niet.’ De wereld van de jeugd, en in een individueel geval van de jeugdige moet centraal staat bij het benaderen van de jeugd.
-
Het jongerenwerk probeert op straat hangende jeugdigen te motiveren tot bijvoorbeeld sport of muziek en dat lukt. Maar niet bij alle jeugdigen. Bovendien is elkaar ontmoeten ook een behoefte van jeugdigen en dat kan alleen maar op straat omdat er geen voorziening is waar jeugdigen elkaar kunnen ontmoeten om het ontmoeten. Een voorziening van waaruit het jongerenwerk het werk kan doen en waar het ambulante jeugdwerk en de straatcoach jeugdigen naar toe kan leiden om de kans op mogelijke overlast op straat te verminderen. Die ruimte is er niet waardoor de ‘overlast en hinder’ gevoelens bij de niet jeugdigen toenemen.
-
Een advies dat we van veel partners kregen: ga in gesprek met de jeugd.
De bevindingen samengevat 1. De betrokkenheid bij de jeugd van de medewerkers waarmee is gesproken is bijzonder groot 2. Brunssum is een gemeente met een gemiddeld lager inkomen en een lager schooladvies voor jeugdigen. 3. In Brunssum heeft een veel groter percentage van de jeugdigen jeugdhulp dan gemiddeld in Nederland. En wat vooral opvalt is het hoge percentage jeugdigen met jeugdhulp met verblijf. 4. Er wordt een gebrek aan (basis) opvoedkwaliteiten gesignaleerd. 5. Dit zorgt en de toegenomen problematiek zorgt voor een te grote werkdruk zowel bij het CMWW maar bij het team jeugd en veel verwijzingen naar jeugdhulp met beschikking. 6. Preventie lijdt hieronder omdat alle aandacht naar problemen gaat. 7. De geïnterviewden geven aan onvoldoende op de hoogte te zijn van elkaars taak en verantwoordelijkheid missen duidelijke procesafspraken. 8. Het toegangsproces roept vragen op: is de juiste expertise erbij betrokken, wie moeten er in de knooppunten zitten?
De vragen beantwoord Wat leert ons dat als we naar de vragen die aan de basis lagen van dit onderzoek kijk 1. Brunssum kent uitgebreide mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding voor haar inwoners in het algemeen en ook voor jeugdigen. Op dit gebied wordt niets gemist. Wat wel wordt gemist is een ontmoetingsplek specifiek voor jeugdigen. 2. De geïnterviewden geven in meer of mindere mate aan onvoldoende op de hoogte te zijn van elkaars taak en verantwoordelijkheid missen duidelijke procesafspraken. 3. De grootste uitdaging waar Brunssum voor staat is normaliseren, een gedragsverandering bij ouders en kinderen. Een gedragsverandering die de cognitieve (taal, rekenen) de sociaalemotionele en motorische ontwikkeling van kinderen ten goede komt en de opvoedkwaliteiten van ouders/(mede)opvoeders versterkt. Dit is een uitdaging die vraagt om een lange adem. Een tweede uitdaging is het kwalitatief versterken van de toegangsfunctie.
Aanbevelingen Om de opgaven normaliseren handen en voeten te geven drie aanbevelingen. 1. Versterk de vrij toegankelijke hulp en ondersteuning bij opvoeden en opgroeien. Hiermee wordt de instroom in de jeugdhulp verminderd en wordt de druk op de geïndiceerde hulp op termijn verminderd. Denk hierbij aan: a. uitbreiding van de vrij toegankelijke lichte hulp en ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien (jeugd- en gezinswerkers) en verbind die aan scholen en kindcentra. b. uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk ook, nee zelfs juist op de peuterspeelzalen immers hoe jonger het kind en ook de ouder, hoe langer een interventie nog effect heeft. c. invoeren van een praktijkondersteuner jeugd bij de huisarts.
In de basis vraagt dit om eenzelfde soort functionaris met een HBO of WO opleiding in de richting van Jeugdzorg. Denk hierbij aan MWD, SPH, CMV, Social Work of Orthopedagogiek. Het is aan te bevelen om hier één team van te maken waarbij verschillende leden aanspreekpunt/ contactpersoon gaan vormen voor bijvoorbeeld enkele scholen of een cluster huisartsen. Maar ook, als daar voor wordt gekozen, de vaste ontmoetingsplek voor jeugdigen (aanbeveling 3). Deze investering zal zich op termijn terugverdienen omdat dit team in de basis een groot deel van de individuele begeleiding van jeugdigen moeten kunnen verzorgen. De gemeente Valkenburg aan de Geul heeft in 2021 de functie gezins- en jongerencoach gecreëerd in een groeipad beginnend met € 200.000 en vervolgens via € 250.000 naar € 300.000 structureel. Waarbij is berekend dat die investering binnen drie jaar budgettair neutraal is. De ervaringen daar laten zien dat hierdoor het aantal jeugdigen met jeugdhulp in een jaar tijd met ongeveer 60 kinderen is gedaald en de inzet van individuele ondersteuning flink is gedaald. Valkenburg aan de Geul heeft ongeveer 16.000 inwoners, Brunssum ruim 27.0004. Bij het bepalen van de omvang van deze functie is het aan te bevelen om te 4 De regio Zuidoost Brabant kent een soortgelijke functionaris maar combineert die met de functie consulent.
Deze functionaris besteed grofweg 80% van de tijd aan het ondersteunen van jeugdigen en/ ouders en kan, als de casus erom vraagt, gecontracteerde jeugdhulp beschikken. Dit deel neemt ongeveer 20% van de tijd in
kijken naar het aantal nieuwe indicatie van de afgelopen jaren. De omvang van deze functie moet in eerste instantie groot genoeg zijn om de nieuwe instroom op te vangen. In een tweede fase kan het worden uitgebreid zodat ook een steeds groter deel van de herindicaties worden opgepakt en er dus geen herindicatie meer nodig is. Deze functie moet een nauwe relatie onderhouden met de consulent. Ook zal deze versterking er op termijn toe leiden dat er minder formatie ‘consulent’ nodig is. Er hoeven immers minder indicatie te worden afgegeven. 2. Zet in op een gedragsverandering bij ouders en kinderen. Een gedragsverandering die de cognitieve (taal, rekenen) de sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van kinderen ten goede komt. Doe dit door een coalitie Weerbaar Brunssum op te zetten met de veldpartners (in ieder geval de scholen, Jeugd- en jongerenwerk, GGD, kinderopvang ???). Hou die coalitie open zodat andere partijen kunnen aansluiten. Stel met deze Weerbaarheidscoalitie een plan van aanpak Weerbaar Brunssum op gericht op het versterken van ‘normaal’. Een plan dat aandacht schenkt aan: i. het versterken van de opvoedkennis en kunde van ouders/opvoeders5; ii. het versterken van de handelingsbekwaamheid van mede-opvoeders6. iii. collectieve voorlichting aan jeugdigen, ouders maar ook aan professionals.
Collectieve voorlichting op gesignaleerde probleemgebieden: omgaan met verlies (scheiding), suïcide, zwaar fysiek geweld, automutilatie) loverboyproblematiek, eer gerelateerd geweld. Schroom niet om dit ook aan het verenigingsleven aan te bieden. Beleg de collectieve preventie per thema bij de meest geëigende partij. Doe dit voor de jeugdigen vanuit hun leefwereld op manieren en via media die de jeugd aanspreken en gebruik hierbij rolmodellen; iv. Middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van dit plan van aanpak.
Neem als gemeente het initiatief tot het oprichten van deze coalitie en het opstellen van het plan van aanpak, maar laat de inhoud aan de partners in de coalitie. Die moeten zich committeren aan acties in het plan. Zij moeten de acties trekken en uitvoeren met de gemeente als facilitator. Wat hier vooral betekent het structureel beschikbaar stellen van een geldbedrag. 3. Zorg voor een vaste plek waar jeugdigen ieder geval ‘van 10 tot 22 uur’ naar binnen kunnen lopen. Een plek die aantrekkelijk en er speciaal is voor jeugdigen.
Dit is een opgave die niet van vandaag op morgen is gerealiseerd omdat plekken voor jeugdigen gevoelig liggen. Het is sterk aan te bevelen om de jeugd zelf een belangrijke rol te geven. Een vaste plek voelt veel meer als ‘eigen’ als je ze zelf mee realiseert en in stand houdt. Rand voorwaardelijk hierbij is het versterken/uitbreiden van het jeugd en jongerenwerk. Jeugd- en jongerenwerk dat jeugdigen leert elkaar te helpen dat nadrukkelijk de samenwerking met verenigingen zoekt en beslag. In Someren heeft 7,1% van de jeugdigen een indicatie jeugdhulp, in Brunssum 15,3% . Nu verschilt de sociaaleconomische status van Someren van die van Brunssum. 5 Denk hierbij aan aanpakken zoals de Opvoedparty: 6 Een voorbeeld van er in zo’n plan kan worden opgepakt is de STORM-aanpak tegen depressieve en suïcidale gedachten bij kinderen. Die aanpak richt zich op beide aandachtspunten en daarnaast ook nog op de jeugdigen zelf.
verenigingen ondersteunt bij het omgaan met jeugdigen. Het is aan te bevelen deze personele uitbreiding te doen voordat de plek er is. Zo kan het jeugd- en jongerenwerk ervoor zorgen dat de jeugd die belangrijke rol speelt in de realisatie en dus het ‘eigen’ laten zijn van de plek.
Om de opgave kwalitatief versterken van de toegangsfunctie handen en voeten te geven 4. Maak samen met CMWW, de GGD en de Samenwerkingsverbanden PO en VO, en het peuterwerk procesafspraken voor het bepalen en besluiten welke ondersteuning een gezin en/of het kind7 hebben. Herijk de huidige werkwijze en zorg ervoor dat de ‘best gekwalificeerde medewerkers’ aan de poort zitten. Bijvoorbeeld door een team dat bestaat uit de IB-er van school (of soortgelijke functionaris van het kindcentrum, de jeugdarts en een gedragswetenschapper namens CMWW dit onder voorzitterschap van een Consulent Jeugd. Die consulent zou dan tevens verantwoordelijk moeten zijn voor eventuele andere ondersteuning vanuit de gemeente vanuit bijvoorbeeld de Participatiewet of de Wmo.
7 Gezin en/of kind de hulpbehoefte ook bij anderen in het gezin kunnen liggen dan bij het kind.
Bijlage 1 overzicht van partijen in het voorliggende veld Jeugd Werkveld Maatschappelijk werk
Organistaie CMWW
Jeugd en Jongerenwerk
Perron 45 Next Step perron
Opvoeden en opgroeien Kinderopvang Kinderopvang Kinderopvang Kinderopvang
CMWW Peuteropvang Pluk Human kind kinderdagverblijf Blitz Kinderopvang Parkstad De Springplank Agrarisch kindcentrum Pimpampoentje
Kinderopvang Buitenschoolse opvang
Ontwikkelgroep de Rupsjes Agrarisch kindcentrum Pimpampoentje
Buitenschoolse opvang Buitenschoolse opvang Buitenschoolse opvang Startklas Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs speciaal Onderwijs Voortgezet onderwijs Onderwijs divers Onderwijs divers Schoolbesturen Schoolbesturen Schoolbesturen Huisartsen Huisartsen Huisartsen
Human kind BSO Treebeek Human kind BSO De Caleidoscoop Buitenschoolse Opvang Sjoepkar Basisschool Meander Basisschool de Vlindertuin Basisschool Langeberg R.K. Basisschool de Caleidoscoop Basisschool Titus Brandsma Basisschool Meander Basisschool De Opstap Basisschool St. Franciscus Basisschool de Trampoline Gereformeerde Basisschool Benjamin SBO De Boemerang Compass Studiehuis Brunssum SMK Muziek- en Dansonderwijs Stichting INNOVA Onderwijs op Maat Onderwijsstichting MOVARE Stichting Voortgezet Onderwijs Parkstad Limburg Medisch centrum oud Brunssum Huisartspraktijk Alberink-De Jonge-Peeraer Huisartsenpraktijk Claessens en Soeters
Huisartsen Huisartsen Huisartsen Huisartsen Huisartsen Huisartsen Huisartsen Jeugd gezondheidszorg
Huisartsenpraktijk van der Meulen Mijn huisartsenpraktijk Buursink Huisartsenpraktijk Roos Emma Huisartsenpraktijk Helmers Huisartsenpraktijk van Dijk GGD Zuid-Limburg
Bibliotheek Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurtvereniging Buurtvereniging Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Religie Religie Religie Religie Religie Religie Religie Religie Religie Scouting Scouting Scouting Scouting
Stichting Openbare Bibliohteek Brunssum Brikke Oave CultureelCentrum Gemeenschapshuis Concordia Klaver 4 Stichting Buitencentrum De Heikop Het Gidsengebouw Stadvereniging fam CV de burcht Buurtvereniging Bexdelle Buurtvereniging De Opbouw Kinjer Optoch Kommitee Bazuinenkorps Jong Leven Brunssum Drumfanfare Majorettenpeloton Parcifal Fanfare St. Barbara Harmonie Orkest Concordia Treebeek Mandolinevreneiging Troubadou Jeugd Orkest Stad Brunssum Chistelijke Harmonie De Bazuin Fanfare Harpe Davids Harmonie Orkest Brunssum 1907 Jazzclub Zuid-Limburg Scoutingband St Vincentius Toneelvereniging Triekeltrak Jeugdkoor De Pareltjes Apostolisch Genootschap Leger des Heils Treebeek=Brunssum Baptistengemeente Brunssum-Treebeek Heilige Gregorius en Heilige Jozef Kerk O/L/ Vrouw van de H. Rozenkrans Treebeek Parochie H Vincentius a Paulo Rumpen Kerk Heilige Geest Brunssum Noord Kerk St Barbara Parochie Onbevlekt Hart van Maria Fatima Scouting De Landgraaf Scouting St Willibrordus Treebeek Scouting Sint Vincentius Stichting Scouting Sint Franciscus Brunssum
Speeltuin Speeltuin Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging
Speeltuinvereniging Buschkesberg Speeltuinvereniging Klaver-4 Brunssum Noord Atletiekvereniging STAP Limburgia Boxing Handboogsport Robin Hood Turn- en gymnastiekverneiging D.O.C. Brunssum Gymnastiekvereniging Fidelitas Gymclub De Doorzetsters Handbalverneiging Brunssum Rolhockeyclub Brunssum Brunssumse Gehandicapten Sport BSG SVG De Mijnstraak Badminton Club Brunssum Centrum Bubisshi TTV Brunssum Ativu Tennisclub LTC Brunssum TV MED Aikido Brunssum Fudo Jyuku Dojo Judoclub Brunssum Taekwondo Vereniging Palgwe Brunssum Sushu Instituut Hoyer Takade-RYU Nakamura-Ha KOKODO JUJITSU BRUNSSUM: SHOBU DOJO SV Brunssum BSV Limburgia/Kamerland SV Langeberg Zwemsport Parkstad ZVV Kouterberg