CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Verzoek Extra Raad oktober 2024

Raadsvergadering 29 oktober 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Bespreken verzoek3.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERTROUWELIJK Gemeente Brunssum T. a. v. de heer mr. B. M. L. Reijnders Lindeplein 1 6444 AT Brunssum Enkel per e-mail: bart.reijnders @brunssum.nl Venlo 21 oktober 2024 ,

Betreft: advies inzake informatieverzoek d. d. 10 september 2024

Geachte heer Reijnders

,

Zoals besproken tijdens onze overleggen op 2 en 9 oktober 2024 ga ik hierbij over tot ,

advisering met betrekking tot de vraag in hoeverre het college verplicht is de raad mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen te verstrekken. Aanleiding voor deze vraag is de e-mail die raadslid Palmen op 10 september 2024 naar de voorzitter van de raad en de griffie heeft gestuurd in reactie op de brieven d. d. 13 augustus 2024 (met kenmerk: 202431982/202431985 en 202431982/202431988). De strekking van de betreffende e-mail is dat raadslid Palmen vindt dat het college ten onrechte te weinig informatie aan de raad heeft verstrekt. Specifiek gaat het om een in 2021 door de voormalige gemeentesecretaris opgesteld ‘jaarverslag’. Raadslid Palmen wil de afwijzing van het informatieverzoek ter juridische beoordeling aan de raad voorleggen. Hierna zal ik de voorgelegde vraag beantwoorden. Eerst schets ik de achtergrond waartegen ,

het informatieverzoek van raadslid Palmen bezien moet worden. Vervolgens zal ik een

juridische duiding geven

,

waarna

ik afsluit met een conclusie.

Achtergrond Per 1 juni 2022 is de arbeidsovereenkomst tussen de voormalige gemeentesecretaris en de gemeente Brunssum geëindigd. Er is sprake geweest van een ontslag met wederzijds goedvinden. De condities waaronder partijen het dienstverband hebben beëindigd zijn ,

vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Op 25 april 2022 heeft raadslid Palmen artikel 43-vragen ingediend met betrekking tot het vertrek van de voormalige gemeentesecretaris. Onder andere heeft hij verzocht om verstrekking van

‘het volledige dossier’. In de brief d. d. 24 mei 2022 heeft het college alle vragen van

raadslid Palmen beantwoord. Wat betreft de verstrekking van ‘het volledige dossier’ is het volgende opgemerkt: “Tot slot heeft de heer Palmen verzocht om verstrekking van 'het volledige dossier'. Wat daarmee wordt bedoeld is onduidelijk. Opgemerkt wordt dat vanaf 11 mei 2022 het rapport van ,

Hoffmann Bedrijfsrecherche van 21 april 2022 en de met de gemeentesecretaris gesloten vaststellingsovereenkomst voor de leden van de gemeenteraad zijn in te zien. Daarmee heeft het college aan de informatieplicht voldaan. Meer documenten over het vertrek van de gemeentesecretaris zullen niet worden verstrekt omdat zulks in strijd zou zijn met het openbaar ,

belang (artikel 169 lid 3 Gemeentewet). Door nadere inlichtingen te verstrekken wordt namelijk ,

in ernstige mate inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de gemeentesecretaris. Het college wil dat voorkomen. Voor de goede orde wordt erop gewezen dat uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 1968-1969

,

TK 9882 nr. 5) blijkt dat het vermijden van ,

schade voor particulieren van openbaar belang kan zijn. ” Vrijwel direct na het vertrek van de voormalige gemeentesecretaris is door raadslid Palmen een informatieverzoek gedaan. Met de e-mail d. d. 16 juni 2022 heeft raadslid Palmen het college

2

verzocht om verstrekking van “het jaarverslag opgemaakt door de secretaris waarna verwezen zou

worden in de dagvaarding maar mogelijk geen deel uitmaakt van de dagvaarding”. ,

Met de brief d. d. 5 juli 2022 heeft het college daarop als volgt gereageerd: “Wat betreft het verzoek in uw e-mail van 16 juni 2022 om verstrekking van documenten wordt opgemerkt dat wij dat verzoek niet zullen inwilligen. De informatie waar de gemeenteraad over

dient te beschikken is reeds met de gemeenteraad gedeeld. Kortheidshalve wordt hier

verwezen naar

,

de brief van 24 mei 2022. Wij zullen de door u genoemde dagvaarding dus niet

verstrekken. Ten aanzien van het 'jaarverslag' wordt opgemerkt dat documenten die zijn opgesteld in het kader van de arbeidsrelatie met de voormalige gemeentesecretaris niet met de gemeenteraad zullen worden gedeeld. Dergelijke documenten raken immers aan een interne personele aangelegenheid en aan de persoonlijke levenssfeer van de voormalige gemeentesecretaris. ” Op 5 oktober 2022 heeft raadslid L’Espoir artikel 43-vragen ingediend met betrekking tot de procedure omtrent het vertrek van de voormalige gemeentesecretaris. Met de brief d. d. 4 november 2022 heeft het college de vragen beantwoord. Het college heeft ter afsluiting van de brief d. d. 4 november 2022 het volgende opgemerkt: “Het college merkt op dat de kwestie omtrent de schorsing en het vertrek van de voormalige gemeentesecretaris gesloten is. Alle informatie die met de gemeenteraad gedeeld kon worden

,

is met de gemeenteraad gedeeld of openbaar gemaakt. Daarbij zijn inmiddels tientallen artikel 43-vragen over dit onderwerp beantwoord. Vragen die al eerder zijn beantwoord en/of vragen met een sterk speculatief of zelfs beschuldigend karakter zullen we daarom voortaan buiten ,

beschouwing laten. ” Met de e-mail d. d. 7 januari 2023 heeft raadslid Palmen klachten ingediend tegen het college en de burgemeester. Onder meer heeft raadslid Palmen erover geklaagd dat het college en de 3

burgemeester in zijn ogen de wettelijke plicht om inlichtingen aan de raad te verstrekken stelselmatig negeren. Op 20 maart 2023 zijn de klachten tijdens een hoorzitting van de externe klachtencommissie behandeld waarna de commissie advies heeft uitgebracht. De klachten zijn ,

niet gegrond verklaard. Met de brief d. d. 1 februari 2023 heeft raadslid Palmen een Woo-verzoek bij het college ingediend waarin hij onder meer heeft verzocht om openbaarmaking van “het jaarverslag van ,

gemeentesecretaris Eussen gedateerd september 2021”. De beslissing van het college op het Woo-verzoek dateert van 6 juni 2023. In het besluit staat ten aanzien van het betreffende jaarverslag onder meer het volgende: “Wij hebben één document aangetroffen dat onder de reikwijdte van uw verzoek valt. Het betreft een

persoonlijk en vertrouwelijk document

,

dat door de voormalige gemeentesecretaris is

opgesteld in het kader van zijn dienstbetrekking met de gemeente. De inhoud van het document ziet onder meer op het functioneren van de voormalige gemeentesecretaris en bevat zijn visie op

de organisatie van de gemeente en de samenwerking met verschillende actoren.

Het betreffende document wordt gelet op het bepaalde in artikel 5.1 tweede lid aanhef en ,

,

onder e van de Woo niet openbaar gemaakt. Wij zijn van opvatting dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in dit geval zwaarder dient te wegen dan het belang van openbaarmaking van de informatie. Ter toelichting merken wij het volgende op. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie o. a. ABRvS 14 maart 2012 ECLI:NL:RVS:2012:BV8748) blijkt dat indien het gaat om het ,

beroepshalve functioneren van ambtenaren

,

slechts in beperkte mate een beroep gedaan kan

worden op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Gaat het echter om het persoonlijk functioneren van een ambtenaar met betrekking tot diens functie dan kan de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer aan openbaarmaking in de weg staan. Openbaarmaking kan dan namelijk de persoonlijke levenssfeer van die persoon raken en kan 4

dan leiden tot persoonlijke schade voor die persoon (zie o. a. ABRvS 9 januari 2019

,

ECLI:NL:RVS:2019:48; ABRvS 18 juli 2012 ECLI:NL:RVS:2012:BX1817). ,

In het jaarverslag geeft de voormalige gemeentesecretaris onder andere zijn bevindingen c. q. zijn visie omtrent de samenwerking tussen hem en de ambtelijke organisatie en het college en de burgemeester. Het document ziet nadrukkelijk op het persoonlijk functioneren van de gemeentesecretaris. Gelet op de persoonlijke strekking daarvan kennen wij in dit geval een zwaarder gewicht toe aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dan aan het belang van

openbaarmaking. Openbaarmaking kan immers leiden tot persoonlijke schade (bijvoorbeeld

ten aanzien van de verdere carrière van de voormalige gemeentesecretaris). Overigens wordt opgemerkt dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet voldoende kan worden beschermd door het anonimiseren van de betreffende informatie. Daarbij is niet alleen van belang dat de identiteit van de betrokken ambtenaar reeds bij u bekend is (u heeft immers zijn naam in het Woo-verzoek genoemd) voor

,

maar

ook dat deze ook

anderen gemakkelijk uit de informatie is te herleiden. ”

Tegen het besluit d. d. 6 juni 2023 is geen bezwaar aangetekend

,

hetgeen betekent dat het

besluit in rechte vaststaat. Met de e-mail d. d. 4 juli 2024 heeft raadslid Palmen het college andermaal verzocht “het jaarverslag van september 2021” te verstrekken. In een andere e-mail d. d. 4 juli 2024 heeft raadslid Palmen verzocht om verstrekking van het volledige dossier omtrent de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de voormalige gemeentesecretaris. Met de brieven d. d. 13 augustus 2024 heeft het college op de verzoeken gereageerd. In de brieven staat onder meer het volgende: “U heeft verzocht om inzage in “het jaarverslag van september 2021”. Het verslag waarop u 5

doelt betreft een document uit het personeelsdossier van de voormalige gemeentesecretaris. ,

Daarin staan persoonlijke gegevens en opvattingen van de voormalige gemeentesecretaris. Het betreffende document is in het kader van de arbeidsverhouding opgesteld en is niet bedoeld om op

welke wijze dan ook verspreid te worden. Het document raakt aan een interne personele

aangelegenheid en aan de persoonlijke levenssfeer van de voormalige gemeentesecretaris. Daarom wordt het document niet gedeeld met of ter inzage gelegd aan de raad. Voor de goede orde verwijzen wij nog naar onze brief van 5 juli 2022 (kenmerk: 202216044/202216057)

,

gericht aan uw fractie in reactie op uw e-mail van 16 juni 2022. ” (Kenmerk: ,

202431982/202431988). “U verzoekt om verstrekking (al dan niet vertrouwelijk) van het volledige dossier m. b. t. het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met de voormalige gemeentesecretaris de heer O. Eussen. Opgemerkt wordt dat vanaf 11 mei 2022 het rapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche van

21 april 2022 en de met de voormalige gemeentesecretaris gesloten

vaststellingsovereenkomst voor de leden van de gemeenteraad gedurende een bepaalde periode ter inzage heeft gelegen. Daarmee heeft het college aan de informatieplicht voldaan. Desgewenst zijn wij bereid die documenten opnieuw ter inzage te leggen. Meer documenten over het vertrek van de gemeentesecretaris zullen echter niet worden verstrekt omdat zulks in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 lid 3 Gemeentewet). Door ,

nadere inlichtingen te verstrekken wordt namelijk in ernstige mate inbreuk gemaakt op de ,

persoonlijke levenssfeer van de gemeentesecretaris. Het college moet dat voorkomen. Voor de goede orde wordt erop gewezen dat uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 19681969 TK 9882 nr. 5) blijkt dat het vermijden van schade voor particulieren van openbaar ,

,

belang kan zijn. Voor de goede orde verwijzen wij nog naar onze brief van 24 mei 2022 (kenmerk: 2029569/ 202203759) gericht aan uw fractie in reactie op artikel 43-vragen van uw ,

,

fractie inzake dit onderwerp. ” (Kenmerk: 202431982/202431985).

6

Juridische duiding De verantwoordingsplicht van het college aan de raad is geregeld in artikel 169 Gemeentewet. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur (lid 1). Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (lid 2) en zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het ,

openbaar belang (lid 3). Voordat hierna uitgebreid op de verantwoordingsplicht van het college wordt ingegaan is het ,

van

belang te bezien wat de strekking van het verzoek van raadslid Palmen is. Hij heeft

verzocht om de meest recente afwijzing van het informatieverzoek ter juridische beoordeling voor

te leggen aan de raad. In de verhouding tussen het college en de raad is wat betreft de

informatieverplichting van artikel 169 Gemeentewet echter geen plaats voor een juridische duiding door de raad. Een eventueel geschil over de toepassing van de informatieverplichting moet op politiek niveau worden uitgevochten (zie T&C GPW

,

commentaar op artikel 169

Gemeentewet). Jaarverslag Zoals hiervoor is aangegeven heeft raadslid Palmen meerdere keren om inlichtingen verzocht ,

omtrent het vertrek van de voormalige gemeentesecretaris. Volgens het college is alle informatie die met de raad gedeeld kon worden

,

daadwerkelijk met de raad gedeeld of voor

eenieder openbaar gemaakt. Wat niet is gedeeld of openbaar gemaakt

,

is een document dat als

titel heeft ‘Jaarverslag opgesteld door O. Eussen’. Het document is opgemaakt in augustus/september 2021. Het document betreft een vijf pagina’s tellend verslag waarin de ,

voormalige gemeentesecretaris zijn visie geeft op de organisatie van de gemeente Brunssum de onderlinge verhoudingen en samenwerking

,

en

,

zijn eigen rol en functioneren. Het document

is afkomstig uit het personeelsdossier van de voormalige gemeentesecretaris. Het is opgesteld om

te delen met de burgemeester en is niet bedoeld om te verspreiden. Het ‘jaarverslag’ ziet

onder meer op het persoonlijk functioneren van de voormalige gemeentesecretaris met 7

betrekking tot zijn functie. Het raakt derhalve aan zijn persoonlijke levenssfeer (ABRvS 9 januari 2019 ECLI:NL:RVS:2019:48; ABRvS 14 maart 2012 ECLI:NL:RVS:2012:BV8748). ,

,

Van belang is dat het college op grond van artikel 160 lid 1 onder a Gemeentewet bevoegd is ,

het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren. Daarbij hoort onder meer de zorg voor de ambtelijke organisatie (met uitzondering van de griffie). Het onderwerp van het ‘jaarverslag’ ligt dus op het terrein van het college (en niet op dat van de raad). De vraag rijst waarom raadslid Palmen over het onderwerp van het ‘jaarverslag’ geïnformeerd wil worden. De raad heeft onder meer

als taak het college te controleren. Daarbij gaat het om de besluiten en het handelen van

het college maar niet om individuele personele aangelegenheden. In het ‘jaarverslag’ heeft de ,

voormalige gemeentesecretaris in het kader van de arbeidsverhouding persoonlijke beleidsopvattingen gedeeld. In dat kader geldt dat wat vertrouwelijk is in beginsel ook ,

vertrouwelijk kan (of moet) blijven. Daarbij zijn de opvattingen van de voormalige gemeentesecretaris op zichzelf voor de raad niet relevant. Naar aanleiding van het ‘jaarverslag’ heeft namelijk géén formele besluitvorming door het college plaatsgevonden. In die zin betreft het ‘jaarverslag’ geen onderwerp waarover het college verantwoording dient af te leggen aan de raad. Openbaar belang De inlichtingenplicht van het college is niet absoluut. Het college geeft de raad de gevraagde inlichtingen tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. De vraag is wat ,

onder ‘openbaar belang’ moet worden verstaan. Dat is niet in de wet bepaald. Uit de wetgeschiedenis blijkt het volgende: " De werkzaamheid van het gemeentebestuur in het openbaar belang impliceert dat aan de wettelijke regeling betreffende het afleggen van verantwoording niet een zodanige toepassing moet worden gegeven dat door het openbaar belang in het gedrag zou komen. Men denke in dit verband aan de mogelijkheid dat inlichtingen worden verlangd waarvan het verstrekken ,

,

8

de daarin voorkomende persoonlijke gegevens tot ernstige benadeling van particulieren

wegens zou

leiden aan zaken die " sub judice " zijn of meer in het algemeen aan gevallen waarin ,

afweging van alle in het geding zijnde belangen tot het weigeren van inlichtingen moet leiden " (Kamerstukken II 1968-1969

,

9882 nr. 3 p. 3) ,

,

En: " Wij hebben ons dan ook afgevraagd of niet de voorkeur zou moeten worden gegeven aan een stelsel zoals neergelegd in de Wob waarvan

,

waarin nauwkeurig belangen zijn opgesomd op grond

informatie kan – of zelfs moet – worden geweigerd. Wij menen evenwel dat aan een

dergelijk stelsel in het kader van artikel 129 van de huidige gemeentewet overwegende bezwaren kleven. Het uitgangspunt bij de beantwoording van de vraag of in een bepaald geval gevraagde inlichtingen met een beroep op het openbaar belang moeten worden geweigerd

,

dient te zijn dat slechts indien zeer zwaarwegende belangen in het geding zijn niet voldaan behoeft te worden aan de plicht de raad het hoogste algemeen vertegenwoordigende orgaan in ,

de gemeente

,

te informeren. In welke gevallen van dermate zwaarwegende belangen sprake

zal zijn valt in abstracto niet aan te geven. (…) ,

Op grond van deze bezwaren geven wij de voorkeur aan de ook thans reeds in de gemeentewet voorkomende term «openbaar belang». Hierdoor wordt naar ons oordeel op duidelijke wijze tot uitdrukking gebracht dat slechts in uitzonderlijke gevallen het zwaarwegende belang om de raad te informeren ter zijde kan worden geschoven. Indien het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat bepaalde inlichtingen moeten worden geweigerd

,

dient daarvoor nadrukkelijk een beroep op de uitzonderingsgrond «strijd met het

openbaar belang» te worden gedaan. De raad zal vervolgens moeten beoordelen of hij dit beroep aanvaardt. ” (Kamerstukken II 1985-198619403 nr. 3 p. 145-146). ,

,

,

De wetgever heeft bewust geaccepteerd dat het begrip ‘openbaar belang’ een zekere mate van vaagheid impliceert (zie E. J. Daalder Toegang tot overheidsinformatie Den Haag: Boom 2005 ,

,

,

9

p. 44).

Er zijn echter een aantal gevallen te noemen

,

waarin het openbaar belang aan de orde

kan zijn: • belangen van • inbreuk op • zaken

Rijk provincie gemeente of een waterschap; ,

,

de persoonlijke levenssfeer c. q. ernstige benadeling van particulieren;

die onder de rechter zijn.

In dit kader is ook artikel 68 Grondwet relevant. Daarin is bepaald dat de ministers en de staatssecretarissen de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen geven

,

het verstrekken

waarvan

niet in strijd is met het belang van de staat. De strekking van het begrip ‘belang van de staat’ is gelijk aan de strekking van het begrip ‘openbaar belang’ zodat de wijze waarop invulling wordt ,

gegeven aan

het begrip ‘belang van de staat’ ook relevant is voor de uitleg van het begrip

‘openbaar belang’. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het weigeren van inlichtingen over personen

ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer onder het begrip ‘belang van de

staat’ kan vallen (Kamerstukken II 1976-1977 14225 ,

,

nr. 3 , p.

5).

Van belang is dat het college zich niet alleen tot de raad heeft te verhouden

,

maar

ook tot het

ambtelijk apparaat. De gemeentelijke organisatie moet waarborgen dat ambtenaren zich vrij voelen om het college te adviseren. Een veilige werkomgeving is daarvoor een voorwaarde. Het ‘goed werkgeverschap’ (op grond van artikel 7:611 BW) van de gemeente kan er dan ook aan in de weg staan dat informatie wordt verstrekt over de persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren (zie T. Barkhuysen & J. M. van Sloten De transparante overheid verdient een ,

beschermde ambtenaar

,

Den Haag: VHMF 2024 p. 53 e. v. ). Zou dat anders zijn dan zouden ,

,

ambtenaren onderdeel kunnen worden van een politieke discussie (terwijl zij zich niet publiekelijk kunnen verweren). Daarnaast zouden ambtenaren voorzichtiger kunnen worden in hun (schriftelijke) adviezen aan het college. Dat is onwenselijk en dient voorkomen te worden. Hoewel er situaties denkbaar zijn waarin wel persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren door het college met de raad worden gedeeld is dat zeker niet het geval ten aanzien van ,

10

vertrouwelijke informatie die in het kader van de arbeidsverhouding door ambtenaren is opgesteld. Persoonlijke levenssfeer Zoals hiervoor is aangegeven is het betreffende document naar aanleiding van een Woo,

verzoek niet openbaar gemaakt omdat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke ,

levenssfeer zwaarder diende te wegen dan het belang van openbaarmaking van de informatie. Uitzonderingen daargelaten geldt dat overigens in algemene zin voor tot individuele personen ,

herleidbare gegevens in personeelsdossiers (zie E. J. Daalder Toegang tot overheidsinformatie ,

,

Den Haag: Boom 2005 p. 227). Deze lijn geldt ook ten aanzien van een informatieverzoek door ,

een

raadslid. Mocht dat anders zijn dan moeten ambtenaren ervoor vrezen dat alle schriftelijke ,

communicatie die raakt aan de arbeidsverhouding mogelijk met de raad wordt gedeeld. Dat is ,

niet opportuun en in strijd met het openbaar belang. Overigens is deze opvatting van het college niet nieuw. In 2016 is namens het toenmalige college advies gevraagd aan Capra Advocaten over

de vraag in hoeverre het college verplicht is informatie uit personeelsdossiers aan de raad

te verstrekken. In het advies d. d. 26 september 2016 staat onder meer het volgende: “Met betrekking tot het verzoek om informatie uit personeelsdossiers acht ik het niet in strijd met de wet om de informatieverstrekking te weigeren voor zover daarmee de privacy van de ,

betrokkenen mogelijk wordt geschaad. Uit de wetsgeschiedenis blijkt immers dat bescherming van

de persoonlijke levenssfeer ook van openbaar belang kan zijn. Indien wordt verzocht om

informatie uit de personeelsdossiers van specifieke individuen wordt snel aan de persoonlijke ,

levenssfeer geraakt. Het informatieverzoek kan dan ook gemotiveerd worden afgewezen. Temeer omdat geanonimiseerde verstrekking van de verzochte documenten in dat geval ook niet aan de orde kan zijn. ” Betrouwbare overheid Tot slot is het in het geval van de voormalige gemeentesecretaris van belang op te merken dat hij en de gemeente afspraken hebben gemaakt over de beëindiging en afwikkeling van het 11

dienstverband. Deze afspraken zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. De voormalige gemeentesecretaris en de gemeente zijn onder meer het volgende overeengekomen: “Partijen zullen strikte geheimhouding betrachten ten aanzien van de inhoud en de wijze van totstandkoming van de in deze vaststellingsovereenkomst vastgelegde regeling alsmede over ,

enige kwestie aanleiding en/of achtergrond van of met betrekking tot de getroffen regeling of de ,

beëindiging van de arbeidsovereenkomst

,

uiteraard behoudens voor zover Partijen wettelijk

verplicht zijn tot het verstrekken van inlichtingen. ” Uit deze bepaling blijkt dat zowel de voormalige gemeentesecretaris als de gemeente het vertrek van de voormalige gemeentesecretaris (en alles wat daarmee samenhangt) beschouwen als een onderwerp dat raakt aan de persoonlijke levenssfeer van de gemeentesecretaris. De geheimhoudingsverplichting is absoluut geformuleerd en geldt alleen niet als er sprake is van een wettelijke verplichting om inlichtingen te verstrekken zoals op ,

grond van de Woo. De raad heeft inzage gehad in de vaststellingsovereenkomst zodat onder meer duidelijk is ,

welke kosten met het vertrek van de voormalige gemeentesecretaris zijn gemoeid. Meer informatie – over enige kwestie aanleiding en/of achtergrond van of met betrekking tot de ,

getroffen regeling – kan het college niet met de raad delen omdat anders de ,

geheimhoudingsplicht geschonden zou worden. Van de gemeente mag worden verlangd dat zij zich aan overeenkomsten en gedane toezeggingen houdt. De gemeente heeft er belang bij zich als een betrouwbare contractspartij te gedragen. Dit belang kan zo zwaar wegen dat het verstrekken van inlichtingen aan de raad daarvoor moet wijken. In het verlengde daarvan geldt dat als de gemeente zich niet aan de afspraken zou houden om

,

het in de toekomst lastiger zal zijn

dergelijke overeenkomsten te sluiten. Het belang van het goed functioneren van de

gemeente zou daardoor in het geding kunnen komen (zie E. J. Daalder Toegang tot ,

overheidsinformatie Den Haag: Boom 2005 p. 37-38). ,

,

12

mg

hen and

GRINTA ADVOCATUUR

Conclusie

Op grond door de omdat de

het

van

voorgaande

geconcludeerd

moet

worden

dat

er

voormalige gemeentesecretaris opgestelde ‘jaarverslag’ het verstrekken

gemeente

worden,

als

—

ervan

in

werkgever

zou

er

door de

levenssfeer

van

de

strijd

en

is met het

betrouwbare

verstrekking van

niet met de

openbaar belang. contractspartij

het document

voormalige gemeentesecretaris

een

worden

—

goede gronden zijn om raad

Buiten

dat de

geschaad

zouden

te

het

delen,

belangen

van

kunnen

ernstige inbreuk op de persoonlijke gemaakt.

Dat dient voorkomen

te

worden.

Tot

slot,

zoals

aangegeven

informatieverplichting 169,

lid 3 Gemeentewet

hoofdstuk

1

niet vatbaar om

een

de

raad.

Tot

zover

voor

beroep bij de

tot de

mijn

geschil

bij de Awb)

en

bestuursrechter.

politieke

aanvaardbaarheid

van

het

ben

ik graag

Desgewenst

De

de

toepassing

weigering

jurisprudentie (ABRvS

een

advies.

over

inlichtingen te verstrekken,

is dat

(geanonimiseerd) Janssen

2

verstrekken,

toelichting.

Luc

verzochte

bijlage

te

eventueel

politieke aangelegenheid.

van

informatie

betrekking

is een

Een

de

de op

om

is op

van

grond van

17 mei

ontstaat.

Het

tot het geven

de wet

van

van

politieke

beroep op de uitzonderingsgrond

bereid

van

artikel

(zie

1999, Gst. 1999, 7099)

mogelijke consequentie

discussie

grond

een

de

weigering

oordeel

met

berust immers

nadere

bij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=069c8ad9-026d-4f19-8d40-f9b32537223b