CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen commissie Buza Pvda comb.docx

Commissie Burgerzaken 14 december 2021, gemeente Brunssum1.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2c actieve en passieve informatieplicht evaluatie schuldhulpverlening blz. 1 1. U geeft aan dat In oktober 2021 is besloten de methodiek Mobility Mentoring onder de noemer stress-sensitieve dienstverlening door te zetten. En dat een lidmaatschap bij Empath, de Amerikaanse organisatie die de naam Mobility Mentoring voert daarvoor niet langer nodig zou zijn, temeer omdat Nadja Jungmann, lector schulden en incasso en expert op het gebied van stresssensitieve dienstverlening ook zelf niet meer aangesloten is bij Mobility Mentoring. Waarom is dat lidmaatschap niet meer nodig? Antwoord: De methodiek ‘stress-sensitieve dienstverlening is niet één op één verbonden aan Empath. Deze Amerikaanse organisatie heeft veel betekend voor de kijk op en de aanpak van het thema stress bij financiële problemen van burgers en werd oorspronkelijk met ondersteuning van Nadja Jungmann geïntroduceerd in Nederland. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en is de methodiek en de visie op ‘stress’ meer gemeengoed geworden, met veel ervaringen en projecten in Nederland. De specifieke voorwaarde, exclusiviteit op de naam MM en kosten om lid te kunnen zijn van Empath dragen als zodanig niet bij aan de methodiek. Inmiddels hebben we zelf veel ervaring opgedaan en is verdere ondersteuning en opleiding voor de uitvoering van de methodiek ook in Nederland te vinden. O.a. via Nadja Jungmann. 2.

Kunt u ook aangeven hoe er in dit traject wordt gekeken naar laaggeletterdheid bij de doel groep en/of wordt doorverwezen naar instanties die hen verder helpen? Antwoord: Toetsing van lees-en schrijfniveau zit standaard in trajecten. Zowel bij aanvraag van een uitkering, een traject naar werk en/of hulp bij schulden. Partners waar betreffende deelnemers naar worden doorgeleid voor taal zijn o.a ROC Vista, Betere Buren en CMWW. 3. Onder het kopje: Afstemming met burgers en ketenpartners is de zin niet afgemaakt. Er staat: In het eerste kwartaal 2022 wordt een nieuwe sessie gepland met ketenpartners en andere betrokkenen om de armoede- en schuldhulpdienstverlening in Brunssum onder de aandacht te brengen, kennis te delen en input op te halen. Voor input van burgers hebben we de SMO raad en …. Kunt u deze zin afmaken? Antwoord: …de cliëntenraad van ISD BOL en gebruiken we zo mogelijk ook de uitkomsten van de enquêtes die via de cliëntervaringsonderzoeken worden uitgezet Wanneer denkt u in overleg te komen met de Rechtbank over de wet adviesrecht schuldenbewind? Antwoord: dat wordt georganiseerd in overleg met de overige gemeenten betrokken bij KBL en zijn daarvan mede afhankelijk. We streven naar de 1e helft van 2022. 4. Onder het kopje Aanpak Energiearmoede staat: CMWW werkt sinds enkele weken een plan uit om energiearmoede aan te pakken.

Inmiddels is op dit thema ook een motie (energiearmoede) en een amendement (Noodfonds energiearmoede) aangenomen. Deze worden in de uitwerking meegenomen en de raad wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de gekozen aanpak. Dit is onjuist. Dat ging over één amendement. Antwoord: dat is inderdaad correct; de betreffende motie van CDA, SP en PVDA is

uiteindelijk niet in stemming gebracht, zo begrepen we later. Evaluatie herijking armoedebeleid Blz. 5 5. U zegt: Voor de vindbaarheid, het betrekken van de minima en hun netwerk, het betrekken van het maatschappelijk middenveld en de doorontwikkeling van het armoedebeleid moet er meer tijd vrijgemaakt worden. Kunt u ons vertellen hoe u deze tijd gaat vinden? Wordt de formatie uitgebreid of ziet u andere creatieve oplossingen? Antwoord: Met tijd vinden wordt bedoeld: een langere doorlooptijd om dit te realiseren en organiseren; niet op korte termijn. En heeft geen betrekking op formatieuitbreiding. Blz. 7 6. U zegt dat volgens de MER 2020 was het aantal huishoudens in 2017 met een inkomen tot 120% in de gemeente Brunssum: 1.680, in 2020 is dit naar schatting: 1.426. U kunt geen harde conclusies trekken ten aanzien van de daling, in relatie met het armoedebeleid. Kunt u dan wel voorzichtige conclusies trekken? Antwoord: nee, we kunnen niet feitelijk meten wat de oorzaak van de daling is. Aannames zijn: verhuizingen, bevolkingsdaling, aantrekkende economie, minder werkloosheid, meer aandacht en bekendheid voor het krijgen van schuldhulp, meer preventie. Blz. 8 7. Landelijke dag van de armoede. U geeft aan dat de opkomst op 17 oktober 2020 nog niet bekend was bij het opstellen van deze evaluatie.

Kunt u nu wel aangeven hoe de opkomst was? Antwoord: De dag van de armoede werd in Brunssum op 16 oktober gehouden in combinatie met de openstelling en nieuwe ingebruikname door partijen van het Rombouts. De partijen geven allemaal terug dat het een goed bezochte dag was. Voor armoede specifiek kunnen we geen cijfers aangeven. Blz. 10 8. Ten aanzien van de doelgroep stelt u dat dit burgers zijn die zich bij de sociale dienst melden met financiële problemen. Het aantal meldingen bij MM is in 2019 165 en tot augustus 2020 116. U geeft aan dat 2/3 van de meldingen niet bekend zijn bij CMWW. Worden de meldingen die niet bekend zijn en kennelijk ook niet participeren op de een of andere manier nog benaderd? Antwoord: Hier wordt bedoeld dat de burgers waar de melding betrekking op heeft voor 2/3 nog niet bekend zijn bij CMWW vanuit hun dienstverlening ( maatschappelijk werk, maatjesproject, Os Hoes, cliëntondersteuning spreekuren belasting enz.) 9. In 2019 is het Noodfonds in gebruik genomen voor een pilotperiode in 2019 en 2020. Voor elk jaar is € 25.000 gereserveerd. In 2019 is voor een bedrag van € 15.751,60 en 2020: ( t/m 5 aug) € 10.025,81 gehonoreerd. Kunt u al aangeven hoeveel er in totaal in 2020 is gehonoreerd? Antwoord: € 17.079,81

3. Verordening WMO Oplegnotitie Blz. 2 11. U zegt: Een verhuizing is adequaat als op redelijke termijn een woning beschikbaar komt. Wat verstaat u onder een redelijke termijn? Antwoord: Het bepalen van een redelijke termijn is maatwerk.Wat een redelijke termijn is wordt bepaald door: • op welke termijn een (meer) geschikte woning beschikbaar is. • de situatie waarin de cliënt verkeerd; wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van de cliënt; of de cliënt in staat is (voor zover mogelijk) zelfstandig te functioneren; hoe lang het (nog) verantwoord is dat de cliënt in een niet aangepaste woning verblijft. Dit is een medisch vraagstuk en wordt daarom aan de GGD voorgelegd. • de sociale omgeving, het eigen netwerk dat mogelijk (tijdelijk) ondersteuning kan bieden (of niet) tot dat een (meer) geschikte woning beschikbaar is. Blz. 3 12. Wat bedoeld u met bezoekbaar maken van een woning. Antwoord: Bij het bezoekbaar maken van een woning is het uitgangspunt dat de cliënt een hoofdverblijf elders heeft (waar hij/zij de meeste tijd verblijft). Zoals bijvoorbeeld een jongere die in een intramurale beschermd wonen instelling verblijft en regelmatig in de (ouderlijke) woning op bezoek gaat. Wat precies nodig is voor het bezoekbaar maken van een woning, is afhankelijk van wat aan de orde is gelet op de beperkingen van de cliënt en de betreffende woning.

Dit kan bijvoorbeeld zijn de toegankelijkheid van de woonkamer, of een aanpassing van het toilet zodat het én toegankelijk is én gebruikt kan worden, als dit aan de orde is. Zie in dit kader de volgende uitspraken: https://wmo.schulinck.nl/jurisprudentie/uitspraak/1692 https://wmo.schulinck.nl/jurisprudentie/uitspraak/956 13. U geeft aan dat ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van een verhuiskostenvergoeding (financiële maatwerkvoorziening) een aanvullende bepaling in de Verordening nodig. Zodat het college bevoegd is het recht op tegemoetkoming in te trekken indien de verhuizing en herinrichting niet heeft plaatsgevonden binnen een periode van twee jaar na verlening van de verhuiskostenvergoeding. Betekent dit dat het kan voorkomen dat er binnen twee jaar geen geschikte aangepaste woning voor de cliënt gevonden is? En indien deze vraag met ja wordt beantwoord: hoe wordt dan verdere ondersteuning verleend? Antwoord: Als een verhuiskostenvergoeding wordt toegekend dan heeft de Maatwerker op basis van onderzoek en belangenafweging, in samenspraak met de cliënt, zich er een beeld van gevormd dat op redelijke termijn een geschikte (passende) woning beschikbaar kan zijn.

Deze regel is bedoeld voor situaties waarbij een cliënt aan de Maatwerker heeft laten weten te willen verhuizen en een verhuiskostenvergoeding heeft ontvangen, echter nooit de intentie heeft gehad te willen gaan verhuizen (achteraf bezien). In zo’n geval is het college bevoegd de verhuiskostenvergoeding in te trekken. Als er echter geen (meer) geschikte woning beschikbaar is en de cliënt kán onverhoopt niet verhuizen binnen 2 jaar, dan zal het college de cliënt moeten compenseren door middel van een woonvoorziening/woningaanpassing. Bijlage 5 Brief van SMO-Raad met formeel advies 14. Verder blijft de SMO-Raad kijkend naar de al maar stijgende kosten van aanpassingen en verbouwingen, een bedrag van € 10.000,- een beter signaal vinden om het denkproces naar een eventuele verhuizing te triggeren. In uw antwoordbrief (bijlage 6) geeft u aan dat Kerkrade (€ 6000,-) en Beekdaelen (€ 6.500,00) op een hoger bedrag komen dan Brunssum. Kunt u aangeven waarom u het daar niet voor kiest mede gezien de maar steeds stijgende kosten? Antwoord: Gemeenten kunnen zelf bepalen welk bedrag ze hanteren als maatstaf voor de begrenzing van het primaat van verhuizen. Als er bijvoorbeeld een bedrag van € 10.000 gehanteerd zou worden, betekent dit dat het primaat van verhuizen niet toegepast kan worden bij woningaanpassingen c.q. woonvoorzieningen tot dat bedrag.

Met andere woorden: de gemeente moet bij woningaanpassingen tot € 10.000 altijd overgaan tot het aanpassen van de woning en mag niet onderzoeken of verhuizen een betere oplossing is. Met als gevolg dat er enerzijds niet tot een uitgebreid onderzoek en belangenoverweging wordt overgegaan om tot een passende oplossing te komen voor de cliënt, door de Wmo consulent bij de toegang. En anderzijds ontstaat hierdoor minder grip op de kosten voor de gemeente.

4. Pilot Noord en vervolg wijkgericht werken Oplegnotitie 15. U vraagt ons om, onder voorbehoud van een positief besluit adviesaanvraag OR, de pilotfase, met het Noorderhuis in De Gasperistraat, af te ronden en deze aanpak structureel voort te zetten. Wanneer verwacht u het besluit van de adviesaanvraag van de OR? Blz. 4 en 5 16. U geeft aan dat de projectleider verantwoordelijk is voor de uitvoering van zeer uitdagende en complexe projecten, waarbij de beweging van ‘gemeentehuis naar wijk’ centraal zal staan. Hiervoor zal een extra investering gedaan moeten worden. Binnen de begroting is beperkt ruimte om aan deze beweging vorm te kunnen geven. Voor een verdere uitrol is voor de komende 3 jaar per jaar € 159.000,- extra nodig. Kunt u een onderbouwing geven voor deze extra kostenpost?

17. U geeft aan in het besluit: Zover de implementatie dit toelaat ieder volgend half jaar te starten met een volgende wijk. Op basis van welke criteria wordt er gekozen welke wijk het dienstverlenende wijkgericht werken wordt doorgezet? 18. Hoe moeten wij de samenhang zien in het kader van de nog komende Nota Diensteverlening (zoals toegezegd in de afgelopen begrotingsvergadering)? 19. Hoe kunnen wij als raad een vinger aan de pols houden met betrekking tot het functioneren van de (straks meerdere) ‘gemeentehuizen in de wijk’?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=aae9768d-4212-4622-bab9-cbc480768fa6