Beantwoording (gedeeltelijk) vragen fractie SP commissie R&T
Tekst van het document
Raadsvoorstel 60 De omgevingswet en verordening nadeelcompensatie gemeente Brunssum 1. Voor in behandeling neming moet men €300 betalen lees ik in het raadsvoorstel. Worden daarmee niet de minima in feite uitgesloten van dit recht tot nadeelcompensatie? Raadsvoorstel 61 De omgevingswet en aanwijzing lijst van activiteiten bindend adviesrecht 1. Geen vragen Raadsvoorstel 62 De omgevingswet en de verordening uitvoering en handhaving 1. Geen vragen Raadsvoorstel 63 De omgevingswet en aanwijzing verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 1. Geen vragen Raadsvoorstel 64 De omgevingswet en delegatie bevoegdheid vaststelling omgevingsplan aan B&W 1. Begrijp ik goed dat met het delegeren van het vaststellen van (delen van) het omgevingsplan de raad zijn controlerende taak deels slechts achteraf kan uitvoeren? 2. Concludeer ik goed dat wanneer er een wijziging wordt aangebracht door het college die uiteindelijk nadelig blijkt te zijn, het leed al geschied is en de raad alleen nog kennis hiervan kan nemen? 3. Beperkt de gemeenteraad m.a.w. zijn kader stellende en controlerende rol niet door deze bevoegdheden te delegeren?
Beantwoording vragen fractie SP 1. Leges aanvraag nadeelcompensatie: Het vragen van planschade is een dienst waarvoor gemeenten leges kunnen vragen (zoals ook in de rest van Nederland gebeurt wanneer een dienst wordt verricht). Deze dienst bestaat dan uit het uitzoeken of er daadwerkelijk planschade is geleden. Ook onder de huidige regelgeving wordt dit gedaan. Wanneer er planschade is, krijgen de betrokkenen hun betaalde leges terug. In die zin wordt er dus van niemand een recht ontnomen.
2. Delegatie vaststelling omgevingsplan:
De wetgever kent de mogelijkheid toe aan raden om het vaststellen van het omgevingsplan te delegeren aan BenW. Deze delegatie ziet echter op technische, kleine, beleidsarme wijzigingen van het omgevingsplan. In die gevallen is het college aan zet, zonder tussenkomst van de raad. Insteek is daarbij het behalen van tijdwinst (in de geest van de Omgevingswet). Aangezien het gaat om ondergeschikte zaken, is geen sprake van een verlies van de kaderstellende bevoegdheid van de raad. Bij beleidswijzigingen die ertoe doen blijft de raad bevoegd orgaan. Bovendien wordt verantwoording afgelegd door het college over de krachtens deze bevoegdheid genomen besluiten. In die zin kan de raad toezien op de uitoefening van deze nieuwe bevoegdheid. De verwachting is overigens dat het gebruikmaken van deze bevoegdheid in de praktijk niet heel vaak zal voorkomen.