CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden 30 mei 2023, gemeente Brunssum34.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 15 /60

MOV en MOTO Multidisciplinaire operationele voorbereiding (voor het grootste gedeelte crisis planvorming) met betrekking tot de eerder genoemde geprioriteerde thema’s: Toenemende maatschappelijke onrust, Effecten klimaatverandering en de Energie transitie, zullen geïntensiveerd worden. Hiernaast zullen de reguliere planvorming op basis van het risico profiel ten minste conform de wettelijke kaders (herzieningscyclus) geupdate worden. Waarbij deze thema’s vervolgens, na vaststellen van adequate operationele voorbereiding middels het proces MOTO middels opleidingen, trainingen en oefeningen ingebed zullen worden onder crisisfunctionarissen. Hierin werken de collega’s vanuit MOV en MOTO intensief samen. De collega’s van MOV participeren actief in vele netwerken om tijdig nieuwe risico’s te signaleren en hierop in te kunnen spelen. Gezien de hoeveelheid aan benodigde planvorming blijft het een uitdaging om deze behapbaar te houden voor crisisfunctionarissen door deze gebruiksvriendelijke aan de bieden. Dit, onder nadere, middels een functiegerichte Smartphone applicatie, Webinars, vlogs, inloopsessies en de reguliere bronnen. In lijn met de contourennota (Ministerie Justitie en Veiligheid, 2022) beaamt de VRZL dat crisisbeheersing in toenemende mate een geprofessionaliseerde taak is.

Er is een stevig fundament van kennis, kunde en ervaring noodzakelijk, ook in relatie tot het voorgaande punt. De commissie adviseert dan ook om in de nieuwe wetgeving vast te leggen dat het stelsel van crisisbeheersing voorziet in kennisontwikkeling en het gezamenlijk opstellen van kwaliteitsnormen. Deze kwaliteitsnormen en de implementatie daarvan zullen impact hebben op MOTO. Bestaande kwalificatieprofielen en competentieprofielen worden al gedeeltelijk gebruikt. Daarnaast zal er in de beleidsperiode extra aandacht besteed worden aan de geprioriteerde thema’s, naast de reguliere thematische oefencyclus. Risico- en Crisiscommunicatie De contourennota (Ministerie Justitie en Veiligheid, 2022) alsmede (Evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio's, 2020) adviseren om crisiscommunicatie te beschouwen als eigenstandig proces, ondersteunend aan de crisisbeheersing, onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Het kabinet wil dit nadrukkelijk met de burgemeesters en besturen van de veiligheidsregio’s bezien en hen bij de nadere uitwerking betrekken. Binnen de veiligheidsregio Zuid-Limburg is risico- en crisiscommunicatie ingebed binnen het programma C&R als eigenstandig proces. Een verdere verbetering van slagkracht ten behoeve van risico- en crisiscommunicatie in langdurige crisis is nodig.

Daarnaast is het terugbrengen van de grootte van de piketpoules ten behoeve van crisiscommunicatie bij GRIP-opschaling een speerpunt voor de komende beleidsperiode. Op het gebied van communicatie hebben we de komende jaren mooie ontwikkeltrajecten en projecten in het vooruitzicht. Het continu verbeteren van de risicocommunicatie en daarmee meer risicobewustzijn bij de bevolking creëren, het kwalitatief verbeteren van de crisiscommunicatie op basis van belevingsonderzoeken en veiligheidsvisies, het intensiveren van de samenwerking met Chemelot (en andere partners) om sneller de juiste informatie te kunnen delen in crisissituaties maar ook de continue aandacht voor de Veiligheidsregio als organisatie, vult de agenda voor 2024 al snel.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 16 /60

Kwaliteitszorg VRZL is reeds een ‘best-practice’ in het land op het gebied van evalueren van ieder GRIP-incident. De evaluatiepunten uit incidenten worden vervolgens meetbaar teruggebracht naar de verschillende processen en afdelingen binnen de organisatie. Hierdoor wordt het lerend vermogen aantoonbaar gemaakt. In de contourennota (Ministerie Justitie en Veiligheid, 2022) constateert de commissie dat het de veiligheidsregio’s tot op heden niet is gelukt om een uniform kwaliteitszorgsysteem te ontwikkelen. VRZL is gevraagd hierin een belangrijke bijdrage te leveren. Dit landelijke project kan vanzelfsprekend ook een enorme boost geven aan onze eigen doorontwikkeling van kwaliteitszorg. Het systeem draagt bij aan het continu verbeteren van de organisatie en de mensen in de organisatie. Middels halfjaar en jaarrapportages worden de geleverde inspanningen en de gerealiseerde verbeteringen inzichtelijk gemaakt en bestuurlijk onder de aandacht gebracht. In 2024 en de daaropvolgende jaren (beleidsperiode 2024-2027) zijn onze ambities op het gebied van kwaliteitszorg en lerend vermogen: • Continuering van onze best practice op het gebied van GRIP-evaluaties. • Doorontwikkeling GRIP-evaluatiesystematiek, mede door nog intensiever samen te werken met partners (zoals nu al is gerealiseerd voor Chemelot).

• Kennisregie: ontwikkeling en ondersteuning van het proces om ook externe evaluaties en onderzoeken intern te vertalen en op te volgen. • Intensiever volgen, participeren in en opvolgen van landelijke ontwikkelingen op kwaliteitsgebied zoals de totstandkoming van een landelijk, uniform kwaliteitszorgsysteem. • Invoering van procesgericht werken. • Uitbreiding van de aanpak en ondersteuning bij evaluaties van niet-incidenten, zoals een beleids- of procesevaluatie (bijvoorbeeld evaluatie Operationeel Kernoverleg). EMRIC Voor de grensoverschrijdende samenwerking bij rampen en grote ongevallen hebben de verantwoordelijke ministeries in Nederland, Duitsland en België bilaterale overeenkomsten gesloten. EMRIC wil vanaf 2024 invulling geven aan het verder versterken van de (eu)regionale samenwerking en heeft daarbij de volgende ambities: • Benoeming in elke organisatie van twee warme liaisons die tijdens een incident met grensoverschrijdende effecten voor elkaar bereikbaar zijn. Bij gezamenlijke inzetten functioneren ze ter plekke als vooruitgeschoven commandopost om de hulpverlening al in een vroeg stadium zo goed mogelijk te laten verlopen. • Handhaving bestaande overleggroepen om de netwerkcontacten te verstevigen en een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de planvorming voor grensoverschrijdende inzetten. • Bevordering van stages, uitwisselingen en publiekscommunicatie.

• Verbeteren van afspraken door e-learning- en opleidingsprogramma’s en euregionale oefeningen. • Up to date houden van bestuurlijke verdragen en operationele samenwerkingsplannen. • Versterking van de risico- en crisiscommunicatie. • Ontwikkeling van instrumenten die deze communicatie en de aanvraag van bijstand vergemakkelijken in Euregio Maas-Rijn. • Innovatie en kwaliteitsverbetering mogelijk maken via de uitwisseling van best practices. • Onderzoek (laten) doen naar nieuwe dreigingen zoals de gevolgen van cybercrime en klimaatverandering. • Monitoring van de samenwerkingskwaliteit en de concretisering van afspraken.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 17 /60

Geneeskundige hulpverlening (GHOR) Nederland veilig houden en waar nodig veiliger maken: daar draagt de GHOR graag aan bij. Een nieuw provinciaal risicoprofiel dat in 2023 wordt opgesteld en vastgesteld door het bestuur zal de basis zijn voor het werk van de GHOR voor de periode 2024-2027. De GHOR is daarnaast nauw betrokken bij de vergunningverlening rondom grote evenementen en heeft daarbij vooral aandacht voor de veiligheid en gezondheid van deelnemers en bezoekers. Het aantal evenementen in Zuid-Limburg neemt toe. Tegelijkertijd zijn er in Europa meer incidenten en neemt de dreiging toe. Steeds opnieuw is de vraag welke voorzorgsmaatregelen nodig zijn en wat dit mag kosten. Voorzorgsmaatregelen kosten (veel) geld en de vraag is of dit altijd nodig is. Tegelijkertijd is de maatschappelijke druk groot als iets gebeurt en blijkt dat geen voorzorgsmaatregelen genomen zijn. 1.2.4 Wat gaat het kosten? Programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (incl. GHOR) Baten

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

264

500

500

500

500

500

Lasten Personeel

3.800

5.775

5.841

6.400

6.784

7.540

Opleiding, vorming en training

241

217

250

275

300

325

Kantoor

440

664

500

525

550

600

Automatisering

483

499

500

525

550

600

Huisvesting

119

170

150

175

200

225

Voertuigen

143

83

150

175

200

225

Materialen

313

83

300

325

350

375

-

-

-

-

-

-

5.539

7.491

7.691

8.400

8.934

9.890

10

-

-

-

-

-

-

Kapitaallasten Lasten Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen

10 -

Mutatie voorzieningen

10 -

10

10 -

10

10

10

Dotatie reserves

-

-

-

-

-

Onttrekking reserves

195

25

-

-

-

-

Mutatie reserves

-195

-25

-

-

-

-

-5.090

-6.976

-7.201

-7.910

-8.434

-9.390

Resultaat

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

-

-

pagina 18 /60

1.3 BRANDWEERZORG 1.3.1 Wie zijn we? Het programma brandweerzorg bestaat uit een vijftal teams, te weten: • Risicobeheersing • Vakbekwaamheid • Kaderstelling • Meldkamer • Incidentbestrijding We verhogen de veiligheid in Zuid-Limburg door ons inzicht in risico’s verder te verbeteren, door voorlichting en communicatie en door snelle en ter zake doende interventies daar waar het toch mis is gegaan. Daarvoor moeten we onze regio en de belangrijke partners daarin goed kennen, willen we risico’s snel kunnen signaleren en daarover gezaghebbend adviseren en willen we adequaat optreden. Onze sterke verbondenheid met de maatschappij maakt dat we de samenwerking actief op kunnen en moeten zoeken. 1.3.2 Wat willen we bereiken? We willen de risico’s op branden en incidenten (van klein tot grote ramp/crisis) in de regio verkleinen mede door kennis te delen en het lerend vermogen van onze organisatie te vergroten. We bestrijden brand- en andere incidenten, dragen zorg voor de redding van mens en dier en we verkleinen de fysieke, sociale, economische en ecologische gevolgen van brand en andere ongevallen. 1.3.3 Wat gaan we daarvoor doen? Onderstaand wordt per onderdeel binnen het programma Brandweerzorg aangegeven met welke zaken zij bezig zijn en/of aan de slag gaan in 2024: Risicobeheersing VRZL werkt in een complexe en dynamische samenleving.

Voortdurend wordt de samenleving beïnvloed door maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, wijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe optredende risico’s en andere verwachtingspatronen van burgers en (keten)partners. Het wordt complexer en leidt tot meer en andere risico’s. Het effect en de impact hiervan noodzaken tot een nog intensievere integrale samenwerking binnen de veiligheidsketen. Als verbindend thema hierin ligt de nadruk op risicobeheersing vanuit een risicogerichte benadering. De nadruk komt steeds meer te liggen op het voorkomen en beheersbaar maken van incidenten. Dat vergt niet alleen het toepassen van regels, maar ook het scherp in beeld brengen en afwegen van risico’s, zoeken naar maatregelen die de veiligheid bevorderen, motiveren van anderen die het verschil kunnen maken en het beïnvloeden van risicovol gedrag. In 2024 worden ten aanzien van de risicobeheersing de volgende producten opgeleverd: 1. Dynamisch Brandweer risicoprofiel: Afgeleid van het provinciaal risicoprofiel is in 2022 het brandweerrisicoprofiel opgesteld. Het brandweerrisicoprofiel omvat actuele informatie over de risico’s per gemeente en wordt continu geactualiseerd. In 2024 zal het brandweerrisicoprofiel verder worden uitgewerkt in een dynamisch brandweerrisicoprofiel. Het dynamisch brandweerrisicoprofiel geeft een actueel inzicht in de risico’s binnen een gemeente. 2.

Implementatie Visie op inrichting risicobeheersing: In april 2022 is de “Visie op inrichting Risicobeheersing” door het AB vastgesteld. Deze visie is in 2023 opgenomen in het Meerjarenbeleidsplan 2024-2027 van VRZL. In 2024 zal deze visie geïmplementeerd worden. Speerpunten van de deze visie zijn:

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

a.

3.

Een omslag van regelgericht naar risicogericht werken, en van toetsen aan wettelijke regels naar (brand)veiligheidsadvies. b. Proactief inspelen op trends en ontwikkelingen. c. Met de beschikbare capaciteit een zo hoog mogelijke veiligheidswinst behalen aandacht te besteden aan de belangrijkste risico’s, waarbij het brandweerrisicoprofiel het fundament vormt. d. Verbinding maken tussen het brandweerrisicoprofiel en lokaal veiligheidsbeleid, waarbij de Output van de gesprekken met de gemeenten de input vormt voor de speerpunten in het gemeentelijk integraal veiligheidsplan en de daaraan verbonden jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Implementatie van de Omgevingswet: Naar verwachting is de nieuwe omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht. Het team risicobeheersing blijft verder werken aan de implementatie van de omgevingswet binnen de veiligheidsregio. Hierbij zijn de volgende punten van belang. a. Adequate verankering van fysieke veiligheid in het instrumentarium van de Omgevingswet. b. Het ‘Omgevingswetproof’ maken van de organisatie en het leveren van meer integraal advies. c. Een integrale afweging bewerkstelligen door het bevoegd gezag, waarbij restrisico’s bewust worden geaccepteerd. En waarbij actief en transparant wordt gecommuniceerd over deze risico’s, zodat burgers daarmee bekend zijn en op basis daarvan weten hoe te handelen.

Incidentbestrijding Met betrekking tot de repressieve organisatie en paraatheid zijn voor 2024 de volgende uitgangspunten geformuleerd: • Opkomsttijden en bezetting brandweereenheden zijn conform afgesproken norm en beleid; • Bemensing en opkomsttijden alle brandweerpiketten zijn conform norm en beleid; • Paraatheid en slagkracht zijn in balans met het risicoprofiel; • Iedere kazerne beschikt over een oefenprogramma voor basis- en specialistische taken; • Vakbekwaam blijven: ontwikkeling naar eindbeeld dat gehele repressieve dienst in 2024 is bijgeschoold in actuele les- en leerstof van Brandweer Nederland; • Project Arbeidshygiëne is conform plan van aanpak (2023) geïmplementeerd; • Er vindt een doorontwikkeling plaats om de werking van de Servicecentra te optimaliseren; • Uitvoering geven aan internationale convenanten (n.a.v. programma EMRIC) • In samenwerking met Kaderstelling wordt het zogenaamde concept Uitruk op Maat verder uitgerold • Verplichtend karakter werkzaamheden • 2e Loopbaanbeleid • Vrijwilligheid • Monitoren TS6 versus TS flex Ook in 2024 is het streven om in algemene zin de operationele prestaties op het terrein van brandweerzorg te blijven leveren, ondanks dat nog steeds veel aandacht geschonken moet worden aan de doorontwikkeling van de organisatie. De uitvoering van het leiderschapsprogramma in 2024 moet hier een nadrukkelijke bijdrage aan leveren.

Vakbekwaamheid Het organiseren van vakbekwaamheid vraagt een breed scala aan werkzaamheden binnen de domeinen opleiden, oefenen en bijscholen. De vakbekwaamheid van ons eigen personeel dient namelijk te allen tijde op orde te zijn. Dat is nodig in deze hoogtechnologische samenleving, waarin ontwikkelingen snel gaan. Het betreft o.a. het verzorgen van reguliere opleidingen voor manschappen, bevelvoerders en specialismen.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 20 /60

Op het gebied van oefenen en bijscholen betreft het de organisatie van de beroepsoefendagen, de afstemming van een regionaal oefenrooster en het verzorgen van bijscholingen voor onze medewerkers. Er wordt verder een actieve bijdrage verwacht aan het concept lerende organisatie en het behouden van een gerenommeerd opleidingscentrum d.m.v. certificering. In 2024 zal worden ingezet op een verdere doorontwikkeling en optimalisering van de elektronische en virtuele leeromgeving, digitale simulaties en stabilisatie van het instructeursbestand. Daarnaast staat 2024-2025 in het teken van het realistisch oefenen van de landelijke herziene werkwijze hulpverlening (van THV naar HV) voor het repressieve personeel. Naar aanleiding van de behaalde audit, gericht op het lerend vermogen van het opleidingsinstituut, zullen de ontwikkelpunten ook in 2024 “omarmd” worden, het “Kader blijvende vakbekwaamheid” maakt hier onderdeel van uit. Kaderstelling In het team wordt de inhoudelijke beleidsvoorbereiding voor brandweerzorg geconcentreerd. Daarnaast wordt Kaderstelling ingezet bij ad hoc vraagstukken op tactisch niveau. Kaderstellend betekent dat het team binnen diverse thema’s coördineert, faciliteert en de (brandweer)organisatie continu verbetert. De doelstelling van kaderstelling is dat repressieve medewerkers elk moment van het jaar en op elk tijdstip veilig en efficiënt kunnen werken.

Naast lopende zaken zal 2024 op basis van het Meerjarenbeleidsplan en Meerjareninvesteringsprogramma in het teken staan van het voltooien van de afstemming van de meldkamerprocedures van VRLN en VRZL, de daadwerkelijke implementatie van een systeem met betrekking tot mono-evaluaties, de verkenning op behoud van vrijwilligheid, de implementatie van het zogenaamde concept Uitruk op Maat en deelname aan (aanbesteding- en investerings-) projecten. Meldkamer Het doel van de MKB is het verzorgen van meldingen en alarmeringen voor operationele (brandweer)functionarissen voor VRZL en de veiligheidsregio Limburg- Noord. Calamiteitencoördinatoren maken ook deel uit van de meldkamer. Ze verzorgen in de warme fase de eenhoofdige leiding op de meldkamer. Op basis van deze doelstellingen en voorzienbare ontwikkelingen richt de MKB zich in de periode 2024 t/m 2027 op drie thema’s: 1. De veranderende rol van de meldkamer qua informatievoorziening voor (brandweer)eenheden en functionarissen. In 2024 wordt in dat kader gestart met het borgen van actuele informatie. 2. De ontwikkeling van de meldkamer naar een bewaker die dag en nacht informatie duidt, waardoor crisisrespons sneller en effectiever start of zelfs voorkomen kan worden door extra snel op te treden. Dit wordt in 2024 opgepakt in het opleidingsprogramma. 3.

De standaardisatie van werkwijzen, gezamenlijke (standaarden voor) informatiesystemen en beheersbare en veilige ICT. In 2024 wordt samen met Kaderstelling onder andere gewerkt aan de voltooiing van de afstemming van de meldkamerprocedures van VRLN en VRZL. Een goede kwantitatieve bezettingsgraad van vakbekwame medewerkers is een randvoorwaarde om deze thema’s vorm te geven.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 21 /60

1.3.4 Wat gaat het kosten?

Programma Brandweerzorg

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

Baten Overige inkomsten Baten

12.453 12.453

1.600 1.600

1.600 1.600

1.600 1.600

1.000 1.000

1.000 1.000

Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten

25.737 1.437 171 24 13.953 907 866 4.356 47.451

26.547 1.951 119 17 3.250 842 878 4.428 38.032

26.782 2.000 120 25 3.300 900 900 5.205 39.232

26.850 2.000 175 25 3.550 1.000 1.000 6.142 40.742

27.044 2.000 200 25 4.100 1.000 1.000 6.200 41.569

27.340 2.000 200 25 4.500 1.000 1.000 6.269 42.334

-

-

-

-

-

-

Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen

3.517 3.517

2.062 2.062

2.616 2.616

2.672 2.672

2.599 2.599

2.658 2.658

Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves

4.332 3.476 856

4.153 3.676 477

4.278 4.273 5

4.406 5.106 -700

4.538 5.275 -737

4.674 5.289 -615

-39.371

-38.971

-40.253

-41.114

-42.431

-43.377

Overhead Onvoorzien Totaal

Resultaat

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 22 /60

2

PARAGRAFEN

2.1 ALGEMEEN De paragrafen handelen vooral over een aantal belangrijke beheersmatige onderwerpen en omvatten de navolgende verplichte paragrafen: • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen De paragrafen grondbeleid en lokale heffingen zijn op de Veiligheidsregio Zuid-Limburg niet van toepassing.

2.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen van VRZL om incidenteel en structureel niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder verstoring van de continuïteit in de uitvoering van de reguliere taken van de veiligheidsregio. Het weerstandsvermogen bestaat enerzijds uit de weerstandscapaciteit in beschikbare middelen en mogelijkheden en anderzijds de risico’s waarvoor geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het beoordelen van de financiële positie van de Veiligheidsregio. De financiële eindverantwoordelijkheid voor de financiële positie van VRZL wordt door de deelnemende gemeenten gedragen, conform de Gemeenschappelijke Regeling. Onverlet deze eindverantwoordelijkheid heeft VRZL als zelfstandig orgaan een eigen verantwoordelijkheid om voldoende weerstandsvermogen te vormen. Het weerstandsvermogen kan als volgt in een formule worden weergegeven.

Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen

= Risico’s

2.2.1 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbare eigen vermogen (algemene reserve) en de ruimte in de exploitatiebegroting. Voor de geneeskundige hulpverlening (GHOR) is bepaald dat de algemene reserve maximaal 12% van de begrote gemeentelijke bijdrage mag bedragen. In oktober 2022 heeft het algemeen bestuur middels de nota reserves en voorzieningen ermee ingestemd de omvang van de algemene reserve van de Veiligheidsregio Zuid Limburg als onderdeel van de weerstandscapaciteit, te maximeren op 4% van de begrotingsomvang (exclusief mutaties in de reserves). 2.2.2 Autonome ontwikkelingen Vanuit de risicoanalyse die door VRZL gemaakt is komen onderstaande autonome ontwikkelingen naar voren die een forse financiële impact kennen op VRZL. Deze autonome ontwikkelingen zijn: • CAO lonen • Energiekosten • Omgevingswet • Wet open overheid (Woo)

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

Primair doen wij er alles aan om deze forse financiële impact vanuit de bestaande kaders en begroting te mitigeren. Daar waar dit niet lukt zullen wij dit bestuurlijk bespreken om te komen tot een oplossing. Het heeft de voorkeur dit gebundeld te laten terugkomen nadat de loon- en prijsindexcijfers zijn gepubliceerd in de CPB Kerngegevenstabel MEV met als peildatum september 2023. 2.2.3 Inventarisatie risico’s Een risico is de kans dat een gebeurtenis optreedt, met een (negatief) gevolg voor de betrokkene. De omvang van een risico kan worden geschat door de kans dat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet te vermenigvuldigen met het gevolg (€) van deze gebeurtenis. Risico's

Impact

Kans

Veiligheidsregio Brandweerzorg Zuid-Limburg

C&R

Bedrijfsvoering

1.

CAO-ontwikkelingen 2023

PM

2.

Energiekosten

PM

3.

Vrijwilligheid

500.000

75%

4.

Technologische ontwikkelingen

500.000

50%

250.000

5.

Verduurzaming / Milieu-eisen

1.000.000

75%

750.000

6.

Datalekken / Informatiebeveiliging

800.000

50%

133.333

133.333

133.333

7.

Krapte arbeidsmarkt

250.000

75%

62.500

62.500

62.500

8.

Omgevingswet

100.000

75%

75.000

9.

Wet open overheid (Woo)

100.000

75%

10. Oekraïne

PM

11. CNO Asielzoekers / Uithuisplaatsing statushouders

PM

12. Huisvestingsbeleid bestuurlijke dialoog

PM

13. Verlofsparen

PM

14. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's

PM

375.000

75.000

1.000.000

•

645.833

195.833

270.833

CAO ontwikkelingen 2023: In de begroting 2023 hebben wij een loonkostenstijging verwerkt van 2,8%, zijnde € 823.820 die volledig gedekt wordt door de indexering van de gemeente bijdrage. Dit is conform de wens van het AB zoals uitgesproken in de vergadering van 2 december 2022. Recent is er een principeakkoord gesloten met de vakbonden inzake een nieuwe CAO. Dat heeft ertoe geleid dat er een loonstijging is afgesproken van ca. 10%. Dit kent een structurele doorwerking naar 2024 en verder De kosten die hiermee gepaard gaan bedrag ca. € 2.917.000. Deze loonstijging wordt niet volledig gecompenseerd door de indexering van de gemeentelijke bijdrage. Hierdoor voorzien wij een structureel tekort op de loonkosten van € 2.093.180 (€ 2.917.000 - € 823.820) dat nog wel beïnvloed wordt door het definitieve indexcijfer conform de CPB Kerngegevenstabel MEV met als peildatum september 2023. De verwachting is dat het loonindexcijfer 2023 (nu gerekend met 2,8%) behoorlijk zal stijgen richting de septembercirculaire waardoor het structureel tekort op de loonkosten ook fors zal dalen. Het structureel tekort op de loonkosten zal worden berekend na bekendwording van de CPB Kerngegevenstabel MEV met als peildatum september 2023.

•

Energiekosten: De huidige inflatiecijfers zijn zoals verondersteld bekend hoog en kennen een behoorlijke impact op de uitgaven van VRZL in 2023, vooral op het gebied van energiekosten. In 2022 was hier ook al sprake van, echter gelet op het uitgavenpatroon in de voorbije jaren, hoezeer ook beïnvloed door incidentele en bijzondere omstandigheden (COVID-19 etc.), zullen we de “gemiste” prijscompensatie nu niet vertalen in een aanvullende stijging van de gemeentelijke bijdrage, boven

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 24 /60

de stijging die nu conform de indexatiesystematiek is gerealiseerd. Het is immers van belang om oog te hebben voor de financiële vraagstukken bij gemeenten. VRZL verwacht voor 2023 een aanzienlijk tekort op de begroting als gevolg van de hogere energiekosten en de oplopende inflatie. De energiekosten volgens de begroting 2022 bedroegen € 700.000. Op basis van de aanbesteding energie blijkt dat de energiekosten voor 2023 uitkomen op € 2.100.000. Het prijsindexcijfer 2023 volgens de kerngegevenstabel MEV 2023 (september 2022) bedraagt 5,9%. De totale energiekosten die gedekt worden uit de reguliere bijdrage gemeenten bedraagt dus € 700.000 x 1,059 = € 741.300. Met de verwachte energiekosten 2023 resulteert dit in een tekort op de energiekosten in de begroting 2023 van € 1.358.700 (€ 2.100.000 - € 741.300). Energiekosten die niet gedekt worden uit de geïndexeerde bijdrage gemeente 2023. Het kabinet gaat bij de Voorjaarsnota 2023 vanwege de uitzonderlijke stijging van de prijzen extra accres uitkeren aan het gemeentefonds voor de prijsbijstelling 2022. Het precieze bedrag is nog niet bekend, maar het leidt naar schatting tot gemiddeld € 270 miljoen extra accres vanaf het jaar 2023. Dit heeft het kabinet bij de najaarsnota besloten.

Vanwege de uitzonderlijke stijging van de prijzen sinds het uitkeren van de prijsbijstelling voor het jaar 2022 met de meicirculaire, wijkt het kabinet eenmalig af van de reguliere systematiek. Bij de Voorjaarsnota 2023 en dus de Meicirculaire 2023 wil het kabinet nu een extra prijsbijstelling uitkeren die terugkijkt naar het jaar 2022. Dit extra accres wordt dan gebaseerd op de desbetreffende indices voor prijsontwikkelingen voor het jaar 2022 van het Centraal Economisch Plan 2023. De extra middelen die gemeenten hiervoor gaan ontvangen zijn mede ter compensatie van de extra energielasten van VRZL. Met het geld kunnen gemeenten in 2023 onder andere de kosten opvangen voor het op de been houden van (semi)maatschappelijke organisaties die kampen met hoge energielasten, zoals de daklozenopvang, culturele instellingen, verenigingen en andere organisaties in de (semi)collectieve sector. Deze mogelijke compensatie die we als VRZL nodig gaan hebben van de gemeenten kan nog wijzigen als het prijsindexcijfer en/of de werkelijke energiekosten wijzigen. De uiteindelijke extra compensatie zal worden berekend na bekendwording van de septembercirculaire 2023 en kennen een incidenteel karakter. VRZL blijft uiteraard zoeken naar mogelijkheden om een stijging van de gemeentelijke bijdrage te beperken. •

Vrijwilligheid: Een landelijk thema is de Vrijwilligheid. Dit is aan verandering onderhevig en de gekozen verandering heeft een financiële impact. De oplossing die uiteindelijk gekozen zal worden heeft een sterke impact op financieel gebied, nog los van het feit of er rijksmiddelen voor beschikbaar komen. Dit impliceert een financieel risico voor de deelnemende gemeenten. Ten opzichte van 2022 is dit risico in 2023 gedaald van € 1.500.000 naar € 500.000 waarbij ook de kans dat dit risico zich voordoet is gedaald van 90% naar 75%.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 25 /60

De daling wordt veroorzaakt door het feit dat er een Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg is opgesteld die door de Tweede Kamer in 2023 wordt behandeld en waarbij ook middelen beschikbaar zullen worden gesteld voor brandweerzorg. De verwachting is dat belangrijke thema’s aan de orde zullen komen zoals de wijze van financiering en de hoogte daarvan, bestuurlijke verhoudingen en bevoegdheden, verankering van de rol van de veiligheidsregio's bij brandweerzorg, crisisbeheersing, bevolkingszorg en de taak van de GHOR. •

Technologische ontwikkelingen: De snelheid van technologische ontwikkelingen hebben steeds invloed op VRZL. Indien deze technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en daarmee leiden tot een implementatierisico kan dat een operationeel risico met zich meebrengen. Ten aanzien van 2022 is de kans dat dit zich voordoet in 2023 teruggebracht van 95% naar 50%, en daarmee het bedrag, aangezien wij hier als VRZL wel enige mate van invloed op hebben in de zin met welke snelheid wij deze technologische ontwikkelingen willen volgen.

•

Verduurzaming / milieu eisen: Verduurzaming en milieu eisen worden regelmatig aangescherpt en deels ad hoc ingevoerd. Dit brengt het risico met zich mee dat er meer kosten gemaakt dienen te worden en mogelijkerwijs het buiten werking stellen van materieel. Ten opzichte van 2022 is dit risico gelijk gebleven. Verduurzaming is ook onderdeel van de bestuurlijke dialoog huisvesting. De effecten daarvan zullen in de toekomst meegenomen worden.

•

Datalekken / informatiebeveiliging: De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is een Europese verordening die de regels voor verwerking van persoonsgegevens door bedrijven en overheidsorganisaties in de hele Europese Unie standaardiseert en worden gemonitord door de Autoriteit Persoonsgegevens. Datalekken die ontstaan kunnen leiden tot het opleggen van een boete. Daarnaast is het van groot belang dat de informatiebeveiliging op orde is om zo beter bestand te zijn tegen cyberaanvallen door kwaadwillenden. Dit risico is ten opzichte van 2022 ongewijzigd gebleven. Indien VRZL het predicaat vitale organisatie gaat krijgen in de toekomst betekent dit dat onze informatiebeveiliging moet voldoen aan de BIO norm 5. Dit is de hoogste norm en kan structurele meerkosten met zich meebrengen die nu nog niet in te schatten zijn.

•

Krapte arbeidsmarkt: Door de huidige krapte op de arbeidsmarkt koste het VRZL meer moeite om kwalitatief goede medewerkers aan te trekken binnen de programmalijnen en kan dit leiden tot meer salariskosten. Dit risico is ten opzichte van 2021 niet gewijzigd.

•

Omgevingswet: Op 1 juli 2023 zou de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht worden. Recent is bekend geworden dat dit uitgesteld is tot 1 januari 2024. De start van een periode van jaren waarin ook risicobeheersing gaat leren en ervaren wat exact de betekenis en impact van de nieuwe wet is. Denk aan de uitwerking van gewijzigde wettelijke taken en de uitwerking van processen en werkafspraken, die zijn opgesteld en afgestemd met ketenpartners, gemeenten en provincie. Ook moeten we ons vormen naar andere manieren van adviseren, bijvoorbeeld meer integraal en tijdens omgevingstafels. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet verandert het stelsel van regelgeving voor de fysieke en gezonde leefomgeving. Deze wetgevingsoperatie heeft gevolgen voor overheden waaronder de veiligheidsregio's en de brandweer.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 26 /60

Ten opzichte van 2022 is in samenwerking met de teamleider Risicobeheersing gekeken naar dit risico en is besloten de impact en kans van dit risico bij te stellen in 2023. De Omgevingswet zal tot structurele meerkosten gaan leiden. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het rijk, deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds. •

Wet open overheid (Woo): De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 (deels) in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden en semi-overheden transparanter te maken om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te dienen. De wet wil bereiken dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Naast de Woo is er sprake van ‘aanpalende’ informatiewetgeving, reeds geldend of in behandeling, zoals de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de Archiefwet. De Woo (en andere i-wetten) brengt voor de veiligheidsregio een aantal verplichtingen met zich mee die zowel een juridische en technische opgave zijn, maar ook nopen tot een cultuurverandering. Met de implementatie van deze wetgeving hangen een aantal andere discussies/opgaven samen zoals het invoeren van elektronische handtekeningen, anonimiseren in openbaar te maken documenten en digitaal toegankelijk maken van documenten. De Wet Openbare Overheid zal tot structurele meerkosten gaan leiden. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het rijk, deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds.

Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.

•

Opvang ontheemden Oekraïne: Op 14 juli 2022 heeft VRZL een aanvraag inzake een voorschotbijdrage conform het bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden uit Oekraïne ingediend bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor een bedrag van € 3,0 miljoen. Op 7 oktober 2022 ontvingen wij het bericht dat deze aanvraag was goedgekeurd, echter duurde het tot 1 december 2022 voordat het subsidieloket de beschikking en uitbetaling had verwerkt. De aangevraagde voorschotbijdrage is bij lange na niet toereikend voor de gemaakte kosten door VRZL. De gemaakte kosten bedragen inmiddels ruim € 9,0 miljoen en VRZL zal deze kosten onder aftrek van het verstrekte voorschot claimen na vaststelling van de jaarrekening voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. Dit dient voor 15 juli 2023 plaats te vinden.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 27 /60

Conform het bekostigingsbesluit zullen de gemaakte kosten door VRZL volledig vergoed gaan worden door het Ministerie van Justitie en Veiligheid echter bestaat het risico dat we niet alle kosten volledig vergoed gaan krijgen hoewel we dit wel verwachten. •

Crisisnoodopvang Asielzoekers (CNO): Tot voor kort was er geen duidelijkheid inzake vergoeding van gemaakte kosten door VRZL met betrekking tot CNO. Het gaat hierbij om zowel kosten voor de opvang als om coördinatiekosten die worden gemaakt. Eind november ontvingen wij het bericht dat afgesproken is dat de veiligheidsregio’s de daadwerkelijke kosten kunnen declareren en dat deze door het COA worden uitbetaald. Het is vervolgens aan het ministerie dat er voldoende budget voor COA beschikbaar is om deze betalingen te kunnen verrichten. VRZL gaat de gemaakte kosten 2022 ten aanzien van CNO declareren bij het COA. We verwachten dat alle door VRZL gemaakte kosten vergoed zullen worden.

•

Huisvestingsbeleid bestuurlijke dialoog: Afgelopen jaar is samen met het algemeen bestuur intensief gesproken over een aantal thema’s uit de bestuurlijke dialoog verantwoorde brandweerzorg 2024-2030. Benadrukt is het belang van de vrijwilligheid; vanuit het oogpunt van betaalbaarheid maar zeker ook vanuit inwoner-betrokkenheid. Daarbij heeft het algemeen bestuur aangegeven dat zij binnen de huidige financiële kaders wensen te blijven. Ten aanzien van het mogelijk veranderd beleid inzake huisvesting, zullen de financiële effecten en risico’s apart worden beschouwd.

•

Verlofsparen: Het BBV geeft aan dat er een voorziening moet worden opgenomen voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. Bij alle uren die conform de CAO als bron kunnen dienen voor het verlofsparen is sprake van een niet gelijke omvang van de opbouw en afbouw. Hierdoor is de jaarlijkse omvang van deze arbeidskosten gerelateerde verplichting niet gelijk. Voor deze uren moet dan ook een voorziening op de balans worden opgenomen. Deze verplichting tot het vormen van een voorziening geldt vanaf 2022. Het risico bestaat echter dat indien meer medewerkers binnen VRZL gebruik gaan maken hiervan met als doel verlofuren te sparen over een langere periode, wij hiervoor mogelijk een beroep zullen doen op deelnemende gemeenten VRZL aangezien voor deze autonome ontwikkeling geen ruimte is binnen de begroting van VRZL. Jaarlijks zal er per de datum 31 december een inventarisatie plaats vinden van medewerkers die hiervan gebruik hebben gemaakt, om zo het saldo te bepalen van het aantal verlofuren dat is overgeheveld of opgenomen vanuit het verlofsparen. Deze uren worden vervolgens financieel gemaakt conform de afgesproken systematiek met accountant.

•

Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s: Op 16 december 2022 heeft het Veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s (hierna: waarborgfonds), waarmee de veiligheidsregio’s in ieder geval de niet-verzekerbare aanspraken na dienstongevallen in gezamenlijkheid kunnen dragen. De veiligheidsregio’s hebben straks naast een waarborgfonds waarmee zij gezamenlijk de Landelijke Aanspraken na Dienstongevallen financieren voor zover deze niet verzekerd zijn een expertisebureau risicobeheer, waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en per 1 januari 2024 deze schades kunnen afwikkelen.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 28 /60

Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Naar verwachting levert de samenwerking in een waarborgfonds op termijn een besparing op doordat de verhouding schade-premie van de ongevallenverzekering ongeveer 1:2 is. Of dat ook gaat gelden voor VRZL is nu niet bekend aangezien eerst de hoogte en bijdrage hieraan bekend moeten zijn. 2.2.4 Beleid weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen wordt, zoals hierboven is omschreven, bepaald als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Er wordt naar gestreefd dat de weerstandscapaciteit groter is dan de financiële omvang van de risico’s. Cijfermatig betekent dit een weerstandsvermogen dat groter is dan 1. In de volgende tabel is hieraan nadere invulling gegeven. VRZL heeft een kwantitatieve analyse gemaakt die meer inzicht in de risico’s geeft. De kwantitatieve analyse zorgt er voor dat de risico’s concreter worden omschreven. Daarnaast wordt duidelijker hoe de risico’s zich ten opzichte van elkaar verhouden en wat het aandeel is in de totale risico-impact.

De kwantitatieve analyse vereist ook meer specialistische kennis en is mede daardoor tijdrovender aangezien de risico’s niet alleen in woorden maar ook in termen van impact en kans worden beschreven. Weerstandsvermogen

Betekenis

> 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8

Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

2.2.5 Bepaling weerstandsvermogen Op 31 december 2022 is de weerstandcapaciteit als volgt (bedragen x € 1.000): Omschrijving Algemene reserve Crisisbeheersing & Rampenbestrijding en Brandweerzorg Algemene reserves GHOR Totaal weerstandscapaciteit Omschrijving Weerstandsvermogen

31 december 2022 1.348 88 1.436 31 december 2022 0,29

Op grond van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat het geraamde weerstandsvermogen voor de veiligheidsregio als geheel ruim onvoldoende is.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 29 /60

2.2.6 Financiële kengetallen Bedragen in onderstaande tabellen zijn x € 1.000. Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

1A

Netto Schuldquote [1]

A

Vaste schulden

25.379

23.253

21.116

19.116

17.116

27.116

B C

Netto vlottende schuld Overlopende passiva

13.631 11.770

7.772 12.000

7.000 12.000

7.000 12.000

7.000 12.000

7.000 12.000

D

Financiële activa

-

-

-

E F

Uitzettingen Liquide middelen

25.018 140

25.000 134

18.000 150

18.000 150

18.000 150

18.000 150

G

Overlopende activa

H

Totale baten

-

447

607

500

500

500

500

66.633

60.929

62.147

63.390

64.658

65.951

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100%

A

37,78% 28,37% 34,54% 30,71% 27,01% 41,65% Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen [2] 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Vaste schulden 25.379 23.253 21.116 19.116 17.116 27.116

B

Netto vlottende schuld

13.631

7.772

7.000

7.000

7.000

7.000

C

Overlopende passiva

11.770

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

D E

Financiële activa Uitzettingen

25.018

25.000

18.000

18.000

18.000

18.000

F

Liquide middelen

140

134

150

150

150

150

G

Overlopende activa

447

607

500

500

500

500

H

Totale baten

66.633

60.929

62.147

63.390

65.658

65.951

1B

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100%

37,78% 28,37% 34,54% 30,71% 26,60% 41,65% Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

2.

Solvabiliteitsratio [3]

A

Eigen vermogen

B

Balanstotaal Solvabiliteit (A/B)*100%

3.

Structurele exploitatieruimte [4]

A

Totale structurele lasten

B

Totale structurele baten

55.526

58.556

60.406

62.554

63.927

65.970

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

4.032

4.153

4.278

4.406

4.538

4.674

D E

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten

3.295 66.633

3.200 58.556

4.208 60.406

5.302 62.554

5.470 63.927

5.428 65.970

Structurele exploitatieruimte ((B-A) +(D-C))/E*100%

0,06%

-1,63%

-0,12%

1,43%

1,46%

1,14%

4.789

4.460

4.550

3.550

2.650

1.850

63.224 60.200 55.000 55.000 55.000 65.000 7,57% 7,41% 8,27% 6,45% 4,82% 2,85% Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 54.748 58.556 60.406 62.554 63.927 65.970

Toelichting financiële kengetallen: De kengetallen zijn voor de Veiligheidsregio Zuid-Limburg minder van belang dan voor een gemeente. Dit heeft te maken met het feit dat de Veiligheidsregio Zuid-Limburg zelf niet de hoogte van haar eigen vermogen kan bepalen. Door het AB is op basis van de nota reserves en voorzieningen d.d. 14 oktober 2022 het besluit genomen dat de omvang van de algemene reserve van de Veiligheidsregio Zuid Limburg als onderdeel van de weerstandscapaciteit, te maximeren op 4% van de begrotingsomvang (exclusief mutaties in de reserves). Daardoor zijn de kengetallen zoals solvabiliteit en netto schuldquote nauwelijks door de Veiligheidsregio ZuidLimburg te beïnvloeden. Deze kengetallen zullen door het grote aandeel van het vreemd vermogen in het balanstotaal nooit een positief beeld geven. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. In 2020 zijn in het kader van de liquiditeitspositie van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en voor de financiering van de investeringen langlopende leningen afgesloten. Na een stijging in 2020 als gevolg hiervan nemen vervolgens de vaste schulden als gevolg van aflossingen af en zijn er geen nieuwe langlopende leningen gepland.

De netto schuldquote zien we dan ook procentueel vanaf 2022 dalen.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 30 /60

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio voor de komende jaren is dalende mede als gevolg van het afnemen van de reserves en voorzieningen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. In de begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen. Dit om te voorkomen dat hierdoor structurele problemen ontstaan.

2.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij tevens om het gewenste onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid ter zake. De kapitaalgoederen van VRZL concentreren zich binnen het programma Brandweerzorg. De kapitaalgoederen betreffen voertuigen, materieel en kazernes. Vervanging van kapitaalgoederen vindt plaats op basis van het meerjarige investeringsplan, op basis van wettelijke eisen of indien kwaliteitsverbetering daartoe aanleiding geeft. Een onderhoudsplan indiceert jaarlijks de kosten. Beleidskader, uitvoering en financiële consequenties In de financiële verordening is bepaald dat periodiek een actualisatie plaatsvindt van het meerjarig onderhoudsplan. Het onderhoudsplan voor de panden is in 2019 geactualiseerd. Op basis van dit onderhoudsplan is een voorziening groot onderhoud gevormd en worden de panden onderhouden. Er is een meerjarig investeringsplan opgesteld ten aanzien van de kapitaalgoederen. Op basis van het meerjarig investeringsplan zullen er vervangingsinvesteringen plaats vinden. Op basis van het geactualiseerd onderhoudsplan zijn de panden onderhouden.

De dotatie aan de voorziening groot onderhoud heeft plaatsgevonden op basis van het onderhoudsplan, de gerealiseerde onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening. In 2023 en 2024 zullen wij de uitkomsten van de bestuurlijke dialoog huisvesting verder uitwerken en zullen we ook de meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP) van de kazernes actualiseren.

2.4 FINANCIERING De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht geven in het Treasury beleid en de beheersing van de financiële risico’s. Het Treasury beleid van VRZL is gericht op het zo optimaal mogelijk financieren van de publieke taak, waarbij beperking van de financiële risico’s centraal staat. Deze financieringsparagraaf en het Treasurystatuut zijn belangrijke instrumenten voor transparantie in de financieringsfunctie. Ingevolge de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) moet de Veiligheidsregio beschikken over een Treasurystatuut. Op 27 maart 2014 is het Treasurystatuut Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg vastgesteld.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 31 /60

Voor een actueel overzicht van de aangegane langlopende leningen verwijzen we naar het overzicht van de langlopende geldleningen. De bestuurlijke dialoog huisvesting kan met zich meebrengen dat we in de jaren 2023 en 2024 langlopende leningen gaan aantrekken, vooruitlopend op de invulling van het huisvestingsbeleid en de op dit moment geldende lage rentestand voor het aantrekken van leningen om zo de rentelast zo goed als mogelijk in te perken. Vanaf 2027 zullen we langlopende leningen aantrekken in verband met nieuwbouw van bestaande kazernes. 2.4.1 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald door een ministerieel vastgesteld percentage (8,2%) van de totale omvang van de begroting (lasten). Hiermee wordt de maximale hoogte aangegeven van de kort aan te trekken middelen. VRZL kent geen overschrijding van de kasgeldlimiet. Kasgeldlimiet Omvang begroting (lasten) per 1 januari (grondslag) 1.

2.

3.

1e kw. 2024 2e kw. 2024 3e kw. 2024 4e kw. 2024

2024

62.147

62.147

62.147

62.147

62.147

- in procenten van de grondslag

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

- in bedrag

5.096

5.096

5.096

5.096

5.096

Opgenomen gelden < 1 jaar

19.000

19.000

19.000

19.000

19.000

Schuld in rekening courant

-

-

-

-

-

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

-

-

-

-

-

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

-

-

-

-

-

Toegestane kasgeldlimiet

Gemiddelde omvang vlottende korte schuld

Vlottende middelen (gemiddeld kwartaal) Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar

4.

150

150

150

150

150

18.500

18.500

18.500

18.500

18.500

Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld ( 2 - 3 )

350

350

350

350

350

Toegestane kasgeldlimiet ( 1 )

5.096

5.096

5.096

5.096

5.096

Ruimte ( + ) / Overschrijding ( - ) ( 1- 4 )

4.746

4.746

4.746

4.746

4.746

2.4.2 Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt verspreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal komt daarbij in de plaats van de totale vaste schuld. De renterisiconorm heeft betrekking op uitsluitend het begrotingsjaar. VRZL kent geen overschrijding van de risiconorm waardoor renteschokken weinig tot geen effect hebben op de begroting en jaarrekening.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 32 /60

Hieronder wordt de renterisiconorm (modelstaat B) weergegeven. Stap

5a (4>3) 5b (4<3)

Variabelen renterisiconorm 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 Renterisico (1+2)

2024 2.137 2.137

2025 2.000 2.000

2026 2.000 2.000

2027 2.000 2.000

4 Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding risiconorm

12.429 10.292 -

12.678 10.678 -

13.132 11.132 -

13.190 11.190 -

62.147 20% 12.429

63.390 20% 12.678

65.658 20% 13.132

65.951 20% 13.190

Berekening renterisiconorm 4a Begrotingstotaal 4b Percentage regeling 4= 4a*4b Renterisiconorm

2.4.3 Renteschema Renteschema

2024

a

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

430

b

De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

430

c1

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

c2

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

c3

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

430

d1 d2

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

430

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f

Renteresultaat op het taakveld Treasury

430

Liquiditeitenbeheer In 2022 waren er bij VRZL voldoende liquiditeiten. De verwachting is dat dit ook voor 2023 en 2024 zo zal zijn. Vaste geldleningen Ultimo 2022 had VRZL negen langlopende geldleningen met een totale waarde van € 25,4 miljoen. Voor een uitgebreide toelichting op deze leningen, wordt verwezen naar het bijgevoegd overzicht van langlopende geldleningen. Schatkistbankieren Aangezien de VRZL geen contracten en/of beleggingen heeft die na 4 juni 2012 zijn aangegaan, heeft de VRZL geen nadelige consequenties hiervan ondervonden. Op grond van de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden zijn openbare lichamen verplicht om hun overtollige liquiditeit aan te houden in de schatkist bij het rijk. Deze regeling is ingesteld met als doel dat de totale gerapporteerde EMU-schuld van Nederland lager is. Vorenstaande is van belang in relatie tot de door de Europese Unie gestelde maximum EMU-schuld van 60% van het BBP.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 33 /60

Voor de omvang van de op bankrekeningen van VRZL aan te houden liquide middelen geldt het drempelbedrag uit de hiervoor genoemde regeling. Elk kwartaal dient het gemiddelde saldo van de bankrekeningen van uw organisatie te worden berekend. Indien dit saldo het drempelbedrag overschrijdt, moet het meerdere gestort worden in de schatkist bij het rijk. Het drempelbedrag bedraagt bij een begrotingstotaal tot € 500 miljoen, hetgeen voor VRZL van toepassing is, 0,75% van het begrotingstotaal. Uit een recente evaluatie van de regeling is gebleken dat het huidige drempelbedrag te krap is. Voor decentrale overheden met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren derhalve per 1 juli 2021 verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een absoluut minimum van € 1 miljoen.

Berekening benutting drempelbedrag Schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 1.243 Kwartaal 1 Kwartaal 2 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis 150 150 buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 1.093 1.093 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 62.147 (4b) Het deel van het begrotingstotaal 62.147 dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

Kwartaal 3 150

Kwartaal 4 150

1.093 -

1.093 -

(1) = (4b)*0,02 Drempelbedrag 1.243 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1 mln. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's 13.500 13.650 13.800 13.800 Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 150 150 150 150 's Rijks schatkist aangehouden middelen EMU-saldo Om deel te kunnen nemen aan de Economische Monetaire Unie (EMU) moeten aangesloten landen onder meer voldoen aan het criterium dat de overheidsschuld (EMU-schuld) lager moet zijn dan 60% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Tevens moet het begrotingstekort (EMU-saldo) lager zijn dan 3% van het BBP.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 34 /60

Het EMU-saldo wordt berekend op kasbasis, terwijl VRZL zelf met het stelsel van baten en lasten werkt en op basis daarvan ook haar saldo bepaalt. Deze saldi kunnen dan ook sterk uiteenlopen. Dat VRZL toch het EMUsaldo moet presenteren heeft te maken met de afspraken in Europa over de maximaal toegestane tekorten in de collectieve sector in de landen van de euro. Ook de EMU-saldi van de decentrale overheden tellen daarbij mee. Het EMU- saldo wordt nu nog centraal doorgegeven aan het CBS en telt nog niet mee bij de afzonderlijke gemeenten.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 35 /60

2.5 BEDRIJFSVOERING In deze paragraaf worden de beleidsvoornemens betreffende de volgende onderwerpen behandeld: • Investeringsbeleid • Organisatiestructuur • Financiële rechtmatigheidsverantwoording • Informatisering en automatisering 2.5.1 Wie zijn wij? Waar de programma’s brandweerzorg en C&R invulling geven aan de primaire processen, geeft bedrijfsvoering invulling aan de ondersteunende processen. Bedrijfsvoering is een belangrijke partner van de programma’s en draagt bij aan de professionaliteit van de organisatie. Bedrijfsvoering staat ten dienste van de primaire processen met betrekking tot brandweerzorg en C&R en levert gevraagd en ongevraagd advies om deze processen te bevorderen en te verbeteren. Daarnaast heeft bedrijfsvoering (eigen) expertise die van belang is bij het uitzetten van de koers voor de lange(re) termijn. Denk hierbij onder andere aan het vormen van beleid en het aanleveren van relevante en betrouwbare managementinformatie aan de hand waarvan de organisatie (bij)gestuurd kan worden. Binnen bedrijfsvoering kennen wij de onderstaande teams: • Personeel en Organisatieontwikkeling (P & O) • ICT, Automatisering en Facilitaire zaken (I, A en F) • Bestuurs- en Directieondersteuning (BDO) • Financiën en Inkoop (F & I) Concern-control heeft een brede scope en is primair op directie en bestuur gericht.

Concern-control is onder directe aansturing van de directeur van VRZL geplaatst. De controller heeft een onafhankelijke positie die hem in staat stelt direct aan het dagelijks bestuur te rapporteren. Investeringsbeleid Voor 2024 en volgende jaren staan investeringen gepland conform het meerjareninvesteringsplan dat onderdeel is van de begroting. Organisatiestructuur De volgende onderdelen worden benoemd: • Bestuur: Conform de wettelijke bepaling in de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat de bestuursstructuur uit een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft middels een bestuursovereenkomst de uitvoering van de taken overgedragen aan de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Het Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg blijft eindverantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van de taken. • Directie: De directie bestaat in 2024 uit twee leden en is gezamenlijk verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en het beheer van de organisatie en legt hiervoor verantwoording af aan het dagelijks bestuur. Daarbij heeft de directeur de eindverantwoordelijkheid • Programmalijnen: Onder de directie vallen drie programmalijnen namelijk het programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding, het programma Brandweerzorg en het programma Bedrijfsvoering.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Begroting 2024 VRZL

pagina 36 /60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=88f3b1af-d8ed-4423-bb93-dbf6517136a2