CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden 30 mei 2023, gemeente Brunssum34.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

€ € € € € €

BEGROTING 2023 per 1-1-2023 40.000,00 € 27.510,00 € 10.000,00 € 10.000,00 € 9.000,00 € 96.510,00 €

Zelfstandige GR PROGNOSE medio 2023 40.000,00 27.510,00 10.000,00 10.000,00 15.000,00 102.510,00

Sinds de oprichting in 2017 rekent de beheergemeente Kerkrade een vast bedrag aan locatiekosten en faciliteiten. In het kader van de ontvlechting is het de intentie dat de een deel van de financiële- en de volledige salarisadministratie en worden uitbesteed aan de gemeente Kerkrade. Hiertoe worden procesafspraken gemaakt met de directie. Duidelijk is dat een integrale kostprijs gerekend zal worden waarvoor wel al euro 15.000 is gereserveerd. De gesprekken zijn nog niet afgerond. Ten aanzien van de huisvesting geldt hetzelfde qua kostenverhouding en de vergoeding die daar tegenover staat met dien verstande dat het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad het huidige pand, het Activerium, gaat verlaten. Zoals bekend heeft de gemeente Heerlen in goed overleg gevraagd te overwegen om samen met de gemeente Heerlen en het programmabureau Heerlen Noord te onderzoeken of huisvesting in Hoensbroek (RIEC gebouw / voormalig politiebureau) te overwegen valt als onderdeel van het Nationaal Programma Heerlen Noord. De onderhandelingen met de politie en de gemeente Heerlen bevinden zich in de finale fase en het heeft al de intentie -samen met andere mogelijk gebruikers- uitgesproken naar dit pand te zullen verhuizen. Binnen de Begroting 2023 (prognose) wordt evenwel vastgehouden aan de huidige budgetten zeker omdat ook andere gebruikers in het pand gehuisvest zullen worden. Begroting 2023

17

Bedrijfsvoering Faciliteiten Kerkrade Werkbudget bedrijfsvoering Communicatie Cliëntgebonden werkbudget Organisatiegebonden werkbudget Accountant Archivering Facilities randaparatuur buiten contracten Teambuilding Samenwerking ZLZVH organisatie Subtotaal

€ € €

€ €

BEGROTING 2023 per 1-1-2023 2.500,00 € 10.000,00 € 10.000,00 € € € € € 5.000,00 € 27.500,00 €

Zelfstandige GR PROGNOSE medio 2023 2.500,00 10.000,00 10.000,00 15.000,00 9.000,00 17.500,00 7.500,00 5.000,00 76.500,00

Bij de opbouw van deze post zijn naast de gebruikelijke posten een aantal nieuwe GR posten toegevoegd, zoals accountant, archivering en ICT hard en software. De transitie GR zal zo veel als mogelijk binnen de geraamde budgetten worden opgepakt en de samenwerking met de 3 huizen in Zuid-Limburg is een feit maar mogelijk wordt dit via met Ministerie van J&V verder gefaciliteerd. Binnen de begroting is daar (op de 5K na) geen ruimte voor en ook niet geprioriteerd zoals ook al bij recente vergaderingen van het Bestuurlijk Overleg is afgeconcludeerd. Structurele baten Faciliteiten Kerkrade Structurele baten Inwonerbijdrage Rijksbijdrage J&V (via centrumgemeent Maastricht) Bijdrage centrumgemeente Heerlen GIA POK gelden Loonsom mw. betaald door gemeente Kerkrade (+/-) Subtotaal

€ € € € € €

BEGROTING 2023 per 1-1-2023 993.578,00 € 111.925,00 € 120.000,00 € 145.372,00 € 87.480,00 € 1.458.355,00 €

Zelfstandige GR PROGNOSE medio 2023 1.078.578,00 111.925,00 120.000,00 145.372,00 87.480,00 1.543.355,00

Het ZVHP ontvangt GIA gelden vanuit de brede doeluitkering (BDU) Vrouwenopvang voor o.a. de inzet huisverboden en inzet VT (centrumgemeente Heerlen). Daarnaast de structurele gelden van het ministerie van J&V en de POK gelden (centrumgemeente Maastricht). Het is de keus en de eigenstandige bevoegdheid van de centrumgemeenten Maastricht en Heerlen deze bedragen te indexeren. Tot op heden is dit niet gebeurd en er zijn ook geen dwang of rechtsmiddelen hen daartoe te verplichten. De gemeente Kerkrade bekostigt een extra fte aan procesregie. De opgehoogde inwonersbijdrage betekent in financiële zin het volgende voor de deelnemende gemeenten.

Begroting 2023

18

Inwoneraantal Parkstad CBS 2022

Aantal inwoners

BEGROTING 2023

PROGNOSE 2023

Heerl en

86.936 €

336.994,27 €

365.823,93

Kerkra de

45.442 €

176.149,05 €

191.218,49

Beekda el en

36.065 €

139.800,52 €

151.760,37

La ndgra a f

37.262 €

144.440,51 €

156.797,31

Si mpel vel d

10.477 €

40.612,51 €

44.086,88

Voerenda a l

12.466 €

48.322,57 €

52.456,53

Bruns s um

27.670 €

107.258,57 €

116.434,48

Tota a l

256.318 €

993.578,00 €

1.078.578,00

Incidentele baten (centrum) gemeente Heerlen Faciliteiten Kerkrade Incidentele baten via centrumgemeente Heerlen Beschermingstafel € Regie radicalisering € Subtotaal € Incidentele baten via gemeente Heerlen Project Vrieheide € Aanpak overlast centrum Heerlen / procesregie € Sociaal Veilig Heerlen Noord / procesregie € Sociaal Veilig Heerlen Noord / procesondersteuning € Sociaal Veilig Heerlen Noord fase 2 /procesregie € Sociaal Veilig Heerlen Noord fase 2 /procesondersteuning€ Subtotaal €

Zelfstandige GR

BEGROTING 2023 per 1-1-2023 65.000,00 € 29.900,00 € 94.900,00 €

PROGNOSE medio 2023 65.000,00 29.900,00 94.900,00

77.500,00 € 45.600,00 € 91.200,00 € 29.900,00 € 45.600,00 € 29.900,00 € 319.700,00 €

77.500,00 45.600,00 91.200,00 29.900,00 45.600,00 29.900,00 319.700,00

Door of via de gemeente Heerlen ontvangt het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad centrumgemeentegelden of Parkstadgelden. Daarnaast is het effect van het Nationaal Programma Heerlen Noord ook nadrukkelijk merkbaar in onze inzet in deze wijk. Deze inzet wordt apart door de gemeente Heerlen gefinancierd. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad wordt steeds meer als strategische partner ingezet bij de aanpak Heerlen Noord / Parkstad. Diverse ontwikkelingen zijn in gang gezet en zijn ook nadrukkelijk onder de aandacht bij subsidieverstekkers en ministeries. Op enig moment heeft dit ook zijn weerslag op de formatie en budget/ begroting. Hierbij is en blijft het principe van “trap op trap af”. Incidentele baten Zuid-Limburg Faciliteiten Kerkrade Incidentele baten Zuid Limburg Mensenhandel / zorgcoordinatie VIA procesregie Bestuurlijk Akkoord Nazorg projectleiding EC Bestuurlijk Akkoord Nazorg Subtotaal

Begroting 2023

€ € € € €

BEGROTING 2023 per 1-1-2023 95.075,00 € 18.574,00 € 15.000,00 € 117.789,00 € 246.438,00 €

19

Zelfstandige GR PROGNOSE medio 2023 95.075,00 18.574,00 15.000,00 117.789,00 246.438,00

Door de samenwerking met de 3 Zuid-Limburgse huizen komen er projectgelden vrij die worden ingezet op gemeenschappelijk thema’s, zoals bijvoorbeeld het Bestuurlijk Akkoord Nazorg, Mensenhandel en het VIA. Deze gelden worden ingezet als formatie. Voor het Bestuurlijk akkoord nazorg is recent voor Zuid-Limburg een ZonMw subsidie toegekend voor 2022/2023. Besluitvorming voor de inzet 2023 voor Parkstad wordt voorbereid. In afwachting daarvan is 117K in de begroting opgenomen. De zorgcoördinatie mensenhandel is een coproductie tussen de centrumgemeenten Heerlen en Maastricht en de inzet is voor heel Zuid-Limburg. Financiering is gebaseerd op de BDU Vrouwenopvang. De zorgcoördinator is bij het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad in tijdelijke dienst maar niet meer weg te denken gelet op de problematiek. Inzet is te komen tot een structurele financiering

Begroting 2023

20

1 Raadsvoorstel 9 (bijlage) GR Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad 2023.docx

Gemeenschappelijke Regeling Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad

DE COLLEGES VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS EN DE BURGEMEESTERS VAN DE GEMEENTEN BEEKDAELEN, BRUNSSUM, HEERLEN, KERKRADE, LANDGRAAF, SIMPELVELD EN VOERENDAAL elk voor zover het hun bevoegdheden betreft, gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de verleende toestemmingen door de gemeenteraden van Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal, overwegende dat samenwerking op het gebied van specifieke ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen ten aanzien van zorg en veiligheid binnen een Zorg- en Veiligheidshuis meerwaarde oplevert; BESLUITEN: tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot vorming van een openbaar lichaam genaamd: Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad; b. deelnemer(s): een (de) aan deze regeling deelnemend(e) college(s) van burgemeester en wethouders en de burgemeester(s) van de gemeente(n) Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal; c. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; d.

het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad: het rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam zoals bedoeld in artikel 2 van de regeling; e. het Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van de regeling; f. het Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de regeling; g. college(s):het (de) college(s) van burgemeester en wethouders van de gemeente(n) Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal; h. burgemeester(s): de burgemeester(s) van de gemeente(n) Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de raad en burgemeester en wethouders respectievelijk burgemeester gelezen: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.

2

Artikel 2 Instelling en doel 1. Er is een openbaar lichaam dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad. 2. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad is gevestigd te Heerlen. 3. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad is ingesteld ter uitvoering van specifieke ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen en -taken op het gebied van zorg en veiligheid voor de deelnemers als vermeld in artikel 3 van de regeling. Met instemming van het bestuur kan het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad dit ook leveren aan niet deelnemende overheidsorganisaties, primair binnen de regio Zuid-Limburg. 4. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad voert deze regeling uitsluitend in mandaat uit. 5. Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Hoofdstuk 2 Taken Artikel 3 1. Ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen hebben betrekking op tenminste een van de volgende taken: a. Bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten en partners in het justitiële, bestuurlijke en zorgdomein om te komen tot een integrale aanpak van (potentieel) criminele of ernstige overlast veroorzakende personen of systemen, mits daarbij sprake is van complexe casuïstiek. De aanpak staat in functie van het streven de sociale veiligheid te vergroten en daarmee de leefbaarheid binnen de samenleving te verbeteren. b.

Bijdragen aan de veiligheid(-sbeleving) als onderdeel van het integrale veiligheidsbeleid. Hierbij gaat het om het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg. c. Het vervullen van (specialistische) uitvoerings- en ondersteuningstaken die verband houden met de taken genoemd onder a en b. d. Het inbrengen en delen van de kennis en expertise bij de beleidsvoorbereiding en uitvoering ten aanzien van de taken of afgeleiden daarvan genoemd onder a en b. 2. Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks een overzicht op van de ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen die betrekking hebben op de in het eerste lid genoemde taken. Artikel 4 Dienstverlening 1. De deelnemers in de regeling nemen het volledige pakket aan taken, zoals genoemd in artikel 3 van de regeling, af. 2. Ter uitvoering van de taken zoals opgenomen in artikel 3 van de regeling worden dienstverleningsovereenkomsten afgesloten tussen het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad als dienstverlenende instantie (opdrachtnemer) en de deelnemers als afnemende instanties (opdrachtgevers).

3

Artikel 5 Werkzaamheden voor derden Voor zover de diensten vallen binnen het kader van de in artikel 3 vermelde taken, is het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad bevoegd tot het verrichten van diensten voor andere gemeenten dan de deelnemers en/of derden met een publiekrechtelijke status, na instemming door het Algemeen Bestuur en passend binnen geldende wettelijke kaders. Met deze organisaties worden eveneens dienstverleningsovereenkomsten afgesloten en kostendekkende prijsafspraken gemaakt. Artikel 6 Deelname aan samenwerkingsvormen 1. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 93 tot en met 95 van de wet en aan een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS), overeenkomstig de Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 [Publicatieblad L 210 van 31.7.2006]. 2. Het besluit daartoe wordt door een gekwalificeerde meerderheid van het Algemeen Bestuur genomen. Van een gekwalificeerde meerderheid is sprake bij 2/3 van het totaal aantal stemmen als bedoeld in artikel 9. Alvorens het Algemeen Bestuur een besluit neemt, worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen.

Artikel 7 Bestuursorganen Het bestuur van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad bestaat uit het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Artikel 8 Het Algemeen Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur wordt gevormd door de burgemeester en één wethouder per deelnemende Gemeente. 2. Met betrekking tot de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad berust bij het Algemeen Bestuur alle bevoegdheid, die niet bij wet, dan wel bij of krachtens deze regeling aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter is geattribueerd, opgedragen of gedelegeerd. 3. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 4. Het besluit bedoeld in lid 3 van dit artikel wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemers een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.

4

Artikel 9 De werkwijze van het Algemeen Bestuur 1. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, vindt besluitvorming plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. 2. Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken besluit aangehouden tot de eerstvolgende vergadering. Indien de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter. 3. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 4. Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste drie keer en voorts zo vaak als de Voorzitter of het Algemeen Bestuur dit nodig acht, of ten minste een vijfde van de leden daarom verzoeken. 5. De vergaderingen zijn openbaar. Datum, tijdstip en plaats van de vergadering worden door de Voorzitter bekend gemaakt. 6. Het Algemeen Bestuur kan besluiten dat een vergadering besloten is, indien tenminste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de Voorzitter dat nodig acht. 7. Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.

Artikel 10 Het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemers. Artikel 11 Taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur 1. De taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur volgen uit de wet, deze Regeling of zijn door de colleges of burgemeesters opgedragen. Het Dagelijks Bestuur heeft de navolgende taken: a. de uitvoering van specifieke ondersteunende, uitvoerende en beleidsprocessen met betrekking tot de in artikel 3 genoemde taken. b. de besturing en de verantwoording van de gemeenschappelijke regeling. c. het bevorderen en invullen van de samenwerking binnen Parkstad. d. het leggen van dwarsverbanden en initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten. e. het vervullen van de werkgeversrol voor de Zorg- en Veiligheidshuis Parkstadorganisatie. f. de communicatie naar de stakeholders, zoals gemeenteraden, colleges, provincie, maatschappelijke organisaties en ketenpartners. 2. Aan het Dagelijks Bestuur worden bij deze regeling alle bevoegdheden opgedragen , die nodig zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken.

5

Artikel 12 Besluitvorming door het Dagelijks Bestuur 1. Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, vindt besluitvorming plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. 2. Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken besluit aangehouden tot de eerstvolgende vergadering. Indien de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter. 3. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 4. Aan het bepaalde in het tweede lid wordt geen toepassing gegeven als naar het oordeel van de Voorzitter het onderwerp waarover dient te worden besloten uit zijn aard geen uitstel duldt. In dat geval vindt onmiddellijk stemming plaats. 5. Indien er sprake is van verdaging, stelt de Voorzitter na heropening van de beraadslagingen vast of consensus bestaat of dat stemming nodig is. 6. Er vindt stemming/besluitvorming plaats indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is vertegenwoordigd. 7. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo vaak als de Voorzitter of tenminste twee leden dit nodig oordelen. 8.

Datum, tijdstip en plaats van een vergadering van het Dagelijks Bestuur worden door de Voorzitter aan de leden meegedeeld. De vergaderingen zijn besloten. 9. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten dat een vergadering openbaar is. 10. Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Artikel 13 De Voorzitter 1. Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan, tevens zijnde voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks Bestuur. 2. De voorzitter vertegenwoordigt het Zorg- en Veiligheidshuis in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 3. De voorzitter ondertekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. Artikel 14 De directeur/secretaris 1. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd de directeur/secretaris. 2. De directeur/secretaris wordt benoemd en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur wijst een plaatsvervanger voor de directeur/secretaris aan, die de directeur/secretaris in geval van verhindering of ontstentenis vervangt. 4. Het Dagelijks Bestuur stelt de bezoldiging van de directeur/secretaris vast. 5. Het Dagelijks bestuur stelt een instructie voor de directeur/secretaris vast.

6

Artikel 15 Taken en bevoegdheden van de directeur/secretaris 1. De directeur/secretaris staat het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter terzijde. 2. De directeur/secretaris is aanwezig tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur en draagt zorg voor de notulering daarvan. 3. Door de directeur/secretaris worden alle stukken die van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur uitgaan (mee-) ondertekend. 4. De directeur/secretaris is belast met de algemene bedrijfsvoering en de leiding van de ambtelijke organisatie. Artikel 16 Rechtspositie 1. Op het personeel van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad is de CAO ‘Samenwerkende gemeentelijke organisaties’ van toepassing alsmede de door het bestuur vastgestelde personele regelingen. 2. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de arbeidsvoorwaarden en de personele regelingen en kan daartoe volmacht/machtiging verlenen aan de directeur/secretaris. Artikel 17 Personeel 1. Het Dagelijks Bestuur stelt de formatieomvang vast. 2. Het Dagelijks Bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht en met het schorsen en ontslaan van het personeel. 3.

Het Dagelijks Bestuur kan de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur/secretaris van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad, tenzij het medewerkers betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aard die rechtstreeks onder de directeur/secretaris ressorteren, of de directeur/secretaris zelf. Artikel 18 Organisatie van beheer en administratie 1. Het Algemeen Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad. 2. Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur gaan geen geldleningen aan, tenzij het voornemen daartoe aan de deelnemers is gemeld onder het stellen van een termijn van ten minste vier weken om blijk te geven van hun zienswijze. Artikel 19 Ontwerpbegroting, algemene financiële/beleidsmatige kaders en voorlopige jaarrekening Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de ontwerpbegroting -inclusief de algemene financiële en beleidsmatige kaders - en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Een en ander overeenkomstig artikel 34b en 35 van de wet.

7

Artikel 20 De begroting 1. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient. 2. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten, overeenkomstig artikel 34, tweede lid, van de wet. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting van baten en lasten op, voorzien van een toelichting, en zendt deze conform artikel 19 toe aan de gemeenteraden. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt overeenkomstig artikel 35, vierde lid, van de wet. 4. Artikel 35, leden één, drie, vier en vijf van de Wet zijn niet van toepassing op begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de jaarlijkse bijdragen van de aan de regeling deelnemende gemeenten. Artikel 21 De jaarrekening 1.

Het Dagelijks Bestuur biedt de rekening van baten en lasten over het afgelopen jaar met alle bijbehorende bescheiden ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan. 2. Deze gaat vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld overeenkomstig de ingevolge de Gemeentewet aangewezen deskundige, en van hetgeen het Dagelijks Bestuur overigens te harer verantwoording dienstig acht. 3. Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening, met alle bijbehorende stukken, binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten. 4. In de jaarrekening wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van deze regeling, de door iedere deelnemende Gemeente over het desbetreffende jaar verschuldigde bijdrage opgenomen. Artikel 22 Inkomstenbronnen De begroting van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad wordt gevoed uit: a. de bijdragen van de Gemeenten, tot het bedrag dat jaarlijks bij de vaststelling van de begroting wordt aangegeven naar rato van het inwoneraantal. b. de bijdragen van de Gemeenten voor de taken die op hun verzoek worden uitgevoerd. c. subsidies; d. overige inkomsten.

8

Artikel 23 Betaling van bijdragen De Gemeenten betalen voor de vijftiende dag van de maanden januari, april, juli en oktober telkens een vierde deel van de voor het begrotingsjaar geraamde bijdrage. Artikel 24 Archivering 1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. 2. De directeur/ secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats Historisch Centrum Limburg. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Historisch Centrum Limburg. 6. De archivaris van Historisch Centrum Limburg brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7.

Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam. 8. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken. 9. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 10. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling. Artikel 25 Inlichtingenplicht voor de gemeenten De besturen van de Gemeenten verstrekken op verzoek van het Algemeen Bestuur en/of het Dagelijks Bestuur de benodigde inlichtingen en geven de medewerking, die voor de vervulling van de taken van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad nodig is.

9

Artikel 26 Inlichtingen en verantwoording aan het Algemeen Bestuur 1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven (on)gevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie, die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde beleid nodig is. Deze informatie wordt verstrekt tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. 3. Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur, wanneer één of meer leden daarom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen. Deze inlichtingen worden, behoudens strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee maanden, in een vergadering van het Algemeen Bestuur verstrekt. Artikel 27 Inlichtingen door de leden van het Algemeen Bestuur 1. Een lid van het Algemeen bestuur verschaft de raad, het college en de burgemeester van zijn Gemeente op de voor die gemeente gebruikelijke wijze alle inlichtingen, die door deze raad, college of burgemeester worden verlangd. 2. Deze inlichtingen worden, behoudens strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden verstrekt. 3.

De raad, het college of burgemeester kan een lid van het Algemeen Bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. 4. De raad ontvangt twee maal per jaar een voortgangsrapportage. Artikel 28 Inlichtingen door de bestuursorganen 1. De bestuursorganen genoemd in artikel 7 verstrekken aan de raden en de colleges van de Gemeenten de door één of meer leden van die raden of door de colleges gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het algemeen belang. 2. De bestuursorganen genoemd in artikel 7 verstrekken aan de raden schriftelijk en zo spoedig mogelijk alle informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Artikel 29 Toetreding 1. Toetreding tot deze regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers alsmede van de potentiële deelnemer na verkregen toestemming van de gemeenteraden. Voorafgaande aan de besluitvorming omtrent toestemming worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken. 2. Het bestuur doet een voorstel omtrent de toetreding en geeft daarin aan of, en zo ja, welke voorwaarden aan de toetreding zijn verbonden. 3.

Het bestuur stelt een toetredingssom vast voor de toetreding tot deze regeling. 4. De toetreding gaat in op een in overleg tussen het bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip dat de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen.

10

Artikel 30 Uittreding 1. Een college van burgemeester en wethouders of burgemeester van een van de gemeenten kan besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Een college dan wel burgemeester zendt, na toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het bestuur het besluit heeft ontvangen. 3. Het bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het conceptuittredingsplan. 4. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 5. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de colleges en burgemeesters unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. Artikel 30a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3.

Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de secretaris. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast.

Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 29b en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico- opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.

11

8. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Artikel 30b Te vergoeden kosten 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 4. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer.

De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 30a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 30a, achtste lid, anders is vastgelegd. 5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 30, vijfde lid. 7. Het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 30c Verplichtingen uittreder 1. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van het Zorg- en Veiligheidshuis die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden.

De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.

12

Artikel 31 Opheffing 1. De Regeling wordt ontbonden en het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad daarmee opgeheven, indien tenminste drie/vierde van de deelnemers daartoe besluiten, na verkregen toestemming van de betreffende gemeenteraden. 2. In geval van opheffing van de Regeling en daardoor uiteindelijk de ontbinding van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad stelt het Algemeen Bestuur een liquidatieplan vast, waarin in elk geval een sociaal plan ten aanzien van het personeel is opgenomen. Voordat het algemeen bestuur het liquidatieplan vaststelt worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Zo nodig blijven de bestuursorganen van de Regeling ook na de ingangsdatum van de opheffingsbesluiten in functie, totdat de liquidatie is beëindigd. Artikel 32 Wijziging De Regeling kan worden gewijzigd indien tenminste drie/vierde van de deelnemers daartoe besluiten, nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze in te dienen en nadat de gemeenteraden toestemming hebben verleend . Artikel 33 Onvoorziene situaties In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het Algemeen Bestuur, zoveel mogelijk analoog aan of in de geest van de bepalingen van de Gemeentewet, de Wet en de Regeling.

Artikel 34 Evaluatie, burgerparticipatie en zienswijzen 1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een evaluatie van deze regeling binnen twee jaar na het in werking treden van deze regeling en rapporteert daarover aan de deelnemers. 2. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden niet betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling. 3. Deze regeling voorziet ten aanzien van de volgende besluiten van het Algemeen Bestuur in de mogelijkheid voor raden om voorafgaande aan besluitvorming door het Algemeen Bestuur een zienswijze naar voren te brengen: a. het besluit tot deelname aan een andere gemeenschappelijke regeling (artikel 6, eerste lid) b. het besluit tot deelname aan een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (artikel 6, eerste lid); c. het vaststellen van een liquidatieplan (artikel 31, tweede lid).

13

Artikel 35 Rechtskracht eerder genomen besluiten Vóór de inwerkingtreding van deze regeling door de bestuursorganen genomen besluiten op grond van de Samenwerkingsovereenkomst Veiligheidshuis Parkstad, behouden hun rechtskracht totdat door de bevoegde organen in deze nieuwe besluiten zijn genomen dan wel deze besluiten van rechtswege zijn vervallen. Artikel 36 Bekendmaking en inwerkingtreden 1. De Regeling treedt in werking op 1 augustus 2023. 2. Het college van de gemeente Kerkrade is het bestuur zoals bedoeld in artikel 26, eerste lid van de wet. 3. Bekendmaking geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid van de wet. Artikel 37 Titel De Regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad“.

14

Aldus vastgesteld door: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen De burgemeester van de gemeente Beekdaelen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum De burgemeester van de gemeente Brunssum Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen De burgemeester van de gemeente Heerlen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade De burgemeester van de gemeente Kerkrade Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf De burgemeester van de gemeente Landgraaf Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Simpelveld De burgemeester van de gemeente Simpelveld Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voerendaal De burgemeester van de gemeente Voerendaal

15

4 Veiligheidsregio Zuid-Limburg Zienswijze jaarstukken 2022 en begroting 2024; Gemeenteblad 2023/34 1 Raadsvoorstel 34 Veiligheidsregio Zuid-Limburg Jaarstukken 2022 en Begroting 2024.docx

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum

: 9 mei 2023 : 202302617 : 2023/34 : Bestuurszaken : Nydia Ruijpers : 045-5278471, nydia.ruijpers@brunssum.nl : Wilma Rijt, van der : 12 juni 2023 : 12 juni 2023

Aan de raad, 1. Onderwerp Jaarstukken 2022 en Begroting 2024 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg. 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg (hierna: VRZL) zal in haar vergadering van 7 juli 2023 beslissen omtrent de vaststelling van de begroting 2024 en de jaarstukken 2022 van de VRZL en de begroting 2024 en de jaarstukken 2022 van het Meld- en Coördinatie Centrum (hierna: MCC). Alvorens deze stukken ter besluitvorming aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd, krijgen raden van deelnemende gemeenten de mogelijkheid een zienswijze in te dienen met betrekking tot de genoemde financiële stukken van de VRZL. Deze zienswijzen zullen door het Algemeen Bestuur van de VRZL worden meegewogen bij de besluitvorming van de stukken. De gemeenteraad is bij brief d.d. 3 april 2023 (bijlage 1) verzocht om voor 26 juni 2023 een eventuele zienswijze in te dienen. De jaarstukken 2022 en begroting 2024 MCC zijn ter informatie aan de gemeenteraden verzonden. b. Huidige situatie/probleemstelling De VRZL kent een hybride vorm van financiering. Voor het grootste deel wordt de VRZL gefinancierd uit middelen die de deelnemende Zuid-Limburgse gemeenten ter beschikking stellen (gemeentefonds).

Daarnaast ontvangt de Veiligheidsregio een BDUR-bijdrage (Besluit Doeluitkering Rampenbestrijding) van de Rijksoverheid. Deze specifieke lumpsum uitkering wordt direct aan de VRZL ter beschikking gesteld en is een aanvullende tegemoetkoming voor de uitgaven aan brandweer en rampenbestrijding, inclusief het gemeentelijke en geneeskundige deel. De stukken van de VRZL bestaan uit twee programma’s. Deze zijn hieronder samengevat, waarna afzonderlijke samenvattingen van de genoemde financiële stukken volgen. Een volledig inhoudelijk overzicht van de programma’s kunt u vinden in de bijlagen. 1. Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Crisisbeheersing en rampenbestrijding heeft betrekking op het beheersen van risico’s (voorkomen, beperken) en de gezamenlijke multidisciplinaire voorbereiding op incidenten. Hierbij gaat het om incidenten zelf, maar ook om de dreiging of aankondiging van een gebeurtenis en de (mogelijke) impact op de openbare orde en veiligheid. Het programma bestaat uit een tweetal onderdelen. Allereerst activiteiten gericht op voorbereiding en coördinatie (Bevolkingszorg, Risico- en Crisiscommunicatie, Informatiemanagement, Multidisciplinaire Operationele Voorbereiding, Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen en Kwaliteitszorg).

Deze activiteiten zijn gericht op de coördinatie, afstemming, facilitering, regievoering en het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking. Ten tweede activiteiten van de Geneeskundige Hulpverlening in de Regio (GHOR), met o.a. Risicobeheersing, Planvorming en professionaliteit, Informatiemanagement, Kwaliteitszorg en Ketenmanagement. De activiteiten van de GHOR zijn gericht op de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij grote incidenten en met de advisering daarover aan overheden en organisaties op dit gebied. 2. Brandweerzorg De doelstellingen en activiteiten in het kader van het programma Brandweerzorg zijn gericht op het bestrijden van brand en incidenten, het redden van mens en dier, het verkleinen van de gevolgen van brand en incidenten en het

verkleinen van risico’s op branden en incidenten door bijvoorbeeld voorlichting te geven hoe brandveilig te leven. De belangrijkste taken van de brandweer zijn gelegen in de onderdelen Risicobeheersing, Incidentbestrijding, Vakbekwaamheid, Kaderstelling en Meldkamer. Over de ontwikkelingen van de brandweerzorg in Zuid-Limburg bent u verder als raad actief op de hoogte gehouden. Er zijn informatieve webinars aangeboden, fysieke raadsinformatiesessies over de brandweerzorg van morgen georganiseerd en is er een regionale klankbordgroep van raadsleden samengesteld om het beleid en de uitvoering daarvan te toetsen en te begeleiden. De burgemeester heeft u in raadsinformatiebrieven en -vergaderingen aanvullend op de mogelijkheden gewezen om uw betrokkenheid te laten horen in de Bestuurlijke dialoog verantwoorde Brandweerzorg 2024-2030. De opbrengst van deze dialoog wordt uitgewerkt in het Meerjarenbeleidsplan VRZL 20242027. De schriftelijke consultatie (artikel 14 lid 2 en artikel 15 lid 3 van de Wet veiligheidsregio’s) van dit (ontwerp)beleidsplan zal worden begeleid door middel van een webinar, drie fysieke informatiesessies en een online magazine. Tevens zullen een aantal podcasts worden gemaakt na vaststelling van het meerjarenbeleidsplan in oktober 2023. Jaarstukken 2022 VRZL Het jaar 2022 stond in het teken van meerdere langdurige crisisstructuren.

Bij afronding van de covidpandemie moest zich een nieuwe crisisstructuur vormen met een nieuw takenpakket: de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Samen met gemeenten bemiddelde VRZL onder andere bij opvanglocaties en voorzieningen en zocht op diverse vlakken afstemming met ministeries in crisisopschaling, hielp ze om noodlocaties in te richten en veerde ze mee op het moment dat aanmeldcentrum Ter Apel ontlast moest worden, op zoek naar plekken voor asielzoekers van niet-Oekraïense afkomst. Van de capaciteit en inzet werd het maximale gevraagd en ook financieel had dit impact. Daarnaast werd de VRZL geconfronteerd met autonome ontwikkelingen, zoals een incidentele uitkering voor de medewerkers om de extreem hoge inflatie te compenseren en het zgn. verlofsparen. Het resultaat van de jaarrekening bedraagt € - 401.920 (€ -416.957 VRZL en € 15.037 GHOR). Voorgesteld wordt om het negatief resultaat van de VRZL incidenteel in rekening te brengen bij de deelnemende gemeenten VRZL, hetgeen resulteert in een financiële impact voor Brunssum ad € 18.145. Voorgesteld wordt om het positieve resultaat van de GHOR ad € 15.037 toe te voegen aan de algemene reserve van de GHOR. Begroting 2024 VRZL De begroting 2024 is gebaseerd op de begroting 2023. Dat betekent dat in de begroting 2024 geen majeure beleidswijzigingen zijn aangebracht.

Het betreft een begroting die in het teken staat van de verdere implementatie van het vastgestelde meerjarenbeleid dat loopt tot 2024. Deze begroting bevindt zich in een bijzondere positie omdat deze het huidige meerjarenbeleidsplan afhecht, terwijl gelijktijdig het nieuwe meerjarenbeleidsplan 2024-2027 in ontwikkeling is. De ambities van het nieuwe beleidsplan zijn besproken in het bestuur van de VRZL. Daar is deels al op geanticipeerd, mede omdat sommige ambities een voortzetting zijn van de huidige ambities. Een belangrijke ontwikkeling is de constatering dat het fundament van veiligheidsregio’s moet worden versterkt, gezien de langdurige en bovenregionale crises in de praktijk. Deze versterking richt zich nu voornamelijk op het gebied van crisisbeheersing, inclusief informatiepositie. De veiligheidsregio’s krijgen hier vanuit het Rijk extra middelen voor (oplopend van 46 miljoen in 2023 tot in totaal 83 miljoen extra in 2026, te verdelen over de 25 veiligheidsregio’s). Voor de inzet van deze extra middelen zijn kaders meegegeven vanuit het Rijk en het Veiligheidsberaad. Het Rijk heeft in de toekenningsbrief expliciet opgenomen dat deze extra middelen niet mogen worden aangewend om een verlaging van de gemeentelijke bijdrage te realiseren of voor het vullen van gaten op andere taakgebieden binnen de begroting van de Veiligheidsregio.

Jaarstukken MCC 2022 Het MCC is het coördinatiecentrum voor de spoedeisende hulpverlening. In het MCC is de Gemeenschappelijke Meldkamer Limburg gehuisvest, waar de brandweer, politie en ambulancezorg 24 uur per dag (24/7) intensief samenwerken om de juiste hulp op de juiste tijd op de juiste plaats te krijgen. Daarnaast is het Regionaal Servicecentrum van de politie Limburg en het programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding ondergebracht in het MCC. In geval van een ramp of crisis/calamiteit wordt de crisisbestrijding aangestuurd vanuit het MCC. De kernfuncties bij rampen en crises zoals Regionaal Beleidsteam (RBT), Regionaal Operationeel Team (ROT) en bijbehorende actiecentra zijn onder één dak gerealiseerd zodat er een optimale en integrale afstemming plaatsvindt.

Er is een positief exploitatieresultaat in 2022 gerealiseerd van € 447.226,33. Voorgesteld wordt om het positieve exploitatieresultaat van € 447.226,33 (overeenkomstig afspraak) toe te voegen aan het egalisatiefonds van het MCC. Er zijn in 2022 voor € 447.226,33 minder kosten uitgegeven dan de vooraf vastgestelde begroting ad € 1.487.500. Dit is voor een gedeelte toe te wijzen aan de lagere personeelskosten lagere rentekosten i.v.m. uitgestelde investeringen. Daarnaast zijn er vooral door het blijven stimuleren van thuiswerken veel lagere huisvestingskosten. In de categorie verbinding en automatisering zijn aankopen en investeringen uitgesteld. Ook in de categorie beheer is een onderschrijding waarneembaar in de categorieën huren en lease en externe deskundigheid. De uitgestelde investeringen zijn voornamelijk het gevolg van de op dit moment lopende besprekingen inzake de eigendomsconstructie van het MCC en de daarbij behorende huisvesting van de partners in het MCC. Begroting MCC 2024 Bij het opstellen van de begroting 2024 voor het MCC zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ De vastgestelde begroting 2023 vormt de basis voor de begroting 2024. ▪ De bijdrage van de partners is gefixeerd op de bijdrage van 2023 en alleen geïndexeerd voor 2024.

▪ Bij de indexering van de bijdrage/aandeel van politie en partners in 2024 is een loonstijging van 3,9% en een materiele kostenstijging van 2,4% toegepast conform MEV/CEP-publicatie, sector overheid van het Centraal Planbureau. ▪ De bijdrage van de partners Brandweer, GHOR en gemeenten zijn samengevoegd als bijdrage van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL). Tevens is er een bijdrage van de Meldkamer Limburg (MKL) opgenomen conform voorgaande jaren. ▪ De bijdrage derden heeft betrekking op de bijdrage Burgernet. ▪ Voor de berekening van de kapitaallasten 2024 is een afzonderlijke staat van activa opgemaakt. De vrijval en de nieuwe kapitaallasten van (vervangings)investeringen zijn in de begroting verwerkt. ▪ Bij de berekening van de afschrijvingskosten is uitgegaan van de Harmonisatie Afschrijvings-methodiek Politie (HAP). ▪ In de begroting 2024 is geen raming opgenomen voor onvoorziene uitgaven. 3. a.

Gewenste situatie (WAT?) Wat willen we bereiken? Bij wijze van bijgevoegde zienswijze in te stemmen met de Jaarstukken 2022 van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg, de Begroting 2024 van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. De Begroting 2024 en de Jaarstukken 2022 Meld- en Coördinatiecentrum voor kennisgeving aan te nemen. De gemeenteraad is verzocht om vóór 26 juni 2022 een eventuele zienswijze in te dienen. Na raadsbesluit op 12 juni 2023 wordt de zienswijze op 13 juni 2023 aan de VRZL medegedeeld. In de vergadering van het Algemeen Bestuur VRZL 7 juli 2023 worden de zienswijzen bij de besluitvorming betrokken. In de statuten van de VRZL is bepaald dat besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen.

b.

Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr.) Niet van toepassing. 2. traject tot dusverre Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio heeft bij brief van 3 april de stukken voor een zienswijze toegezonden. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W Het college adviseert de raad aangaande een zienswijze. De raad besluit. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Artikel 68 Wet gemeenschappelijke regelingen (begrotingen dienen voor zienswijze aan de raden van deelnemende gemeenten te worden voorgelegd). 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Het past in de strategische visie. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen

Voorgesteld wordt om het negatief resultaat in de jaarrekening 2022 VRZL ad € 416.957 incidenteel in rekening te brengen bij de deelnemende gemeenten VRZL. Voor Brunssum heeft dit een financiële impact ad € 18.145. Dit bedrag is meegenomen als bijraming in de 1e Berap 2023 omdat onderhavige jaarrekening 2022 van de Veiligheidsregio nog niet is vastgesteld door de Raad van Brunssum. Financiële impact Begroting 2024 VRZL voor Brunssum bedraagt € 111.621. In ons begrotingsproces vindt bijstelling (actualisatie) nog plaats, zodat de begroting 2024 en meerjarenraming aansluit bij de nu voorliggende begroting VRZL en MCC. Dit betreft programma 2 van de gemeentelijke begroting. c. Argumenten en overwegingen 1.1. Het tekort op de jaarrekening 2022 VRZL kent een oorzaak onvoorspelbare autonome ontwikkelingen met financiële impact op de organisatie in 2022. Het tekort is met name te verklaren door de dotatie in de voorziening verlofsparen die niet gedekt wordt uit algemene dekkingsmiddelen. In december 2022 heeft er ook een eenmalige uitkering voor medewerkers o.b.v. de CAO plaatsgevonden, om de extreem hoge inflatie te compenseren. Deze uitkering kon niet geheel worden gedekt uit de incidentele vrijval reserves op basis van de vastgestelde nota reserves en voorzieningen. 1.2. Het verschil tussen de begroting 2022 en de jaarrekening 2022 is minder dan 1%.

Hoewel er sprake is van een tekort, is dit in relatie tot de volledige begroting, gering. 1.3. De landelijke vraagstukken en de ontwikkeling van de rol van veiligheidsregio’s bij maatschappelijke opgaven zorgen in toenemende mate voor de veiligheidsregio voor financiële risico’s. In 2022 is landelijk in toenemende mate beroep gedaan op de veiligheidsregio’s bij grote maatschappelijke opgaven zoals de organisatie en coördinatie van noodopvang voor Oekraïense vluchtelingen, crisisnoodopvang van asielzoekers en andere voorzieningen. Zaken die het ministerie zal vergoeden, maar die wel moeten worden georganiseerd én voorgefinancierd. Dat levert een risico op, naast de ‘reguliere’ inzet in een maatschappij die onder druk staat op diverse gebieden (o.a. arbeidsmarkt en milieuvraagstukken). 1.4. De jaarrekening 2022 VRZL voldoet aan de wettelijke eisen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In paragraaf 3.3.10 is het structureel begrotingssaldo toegelicht en in paragraaf 3.3.9 is het overzicht van incidentele baten en lasten toegelicht. Deze overzichten zijn opgesteld en toegelicht conform de voorschriften BBV. De externe accountant heeft de jaarrekening getoetst op toepassing van de BBV en geen bevindingen of opmerkingen gemaakt. 1.5. Er volgt naar verwachting een positieve accountantsverklaring.

De strekking van de controleverklaring bij de jaarrekening 2022 is goedkeurend voor getrouwheid en goedkeurend voor rechtmatigheid, indien de resultaatbestemming zoals voorgesteld wordt uitgevoerd. Dat betekent dat incidenteel € 416.957 in rekening wordt gebracht bij de deelnemende gemeenten. Voor Brunssum betreft dit een bijdrage ad € 18.145 (zie paragraaf ‘geld’ van dit voorstel). 1.6. Door het tekort incidenteel te dekken vanuit gemeenten blijven cruciale gevolgen voor het weerstandsvermogen VRZL en een structureel tekort op de begroting, uit. Een structureel tekort leidt er in principe toe dat de algemene reserve (verder) wordt uitgeput, waardoor er geen buffer meer bij VRZL bestaat om risico’s te mitigeren indien deze bewaarheid worden. Vervolgens zal bij een structureel tekort niet alleen de omvang van de reserve nihil worden, maar ook alsnog beroep moeten worden gedaan op deelnemende gemeenten VRZL om elk nieuw tekort aan te vullen. Bijkomend effect is dat Provincie Limburg vanuit de rol als toezichthouder de VRZL onder preventief toezicht plaatst, aangezien een structureel tekort zal ontstaan op de begroting van VRZL. 2.1. Er is sprake van een overzichtelijke begroting 2023 VRZL. Conform afspraken heeft de VRZL een duidelijke programmabegroting opgesteld. 2.2. De begroting gaat uit van ongewijzigd beleid en vastgestelde afspraken.

In de begroting 2024 zijn geen majeure beleidswijzigingen aangebracht. Het betreft een begroting die in het teken staat van verdere implementatie van het vastgestelde beleid “een solide basis voor de toekomst”. Investeringen zijn

voornamelijk zogenaamde geplande vervangingsinvesteringen in voertuigen en materieel. Daarnaast is bij de opstelling van de Begroting 2024 de door het Algemeen Bestuur van de VRZL op 2 december 2022 vastgestelde “uitgangspunten begroting 2024” gehanteerd. Daartoe behoren onder andere de uitgangspunten: het lopend beleid wordt voortgezet en de Begroting 2024 wordt opgebouwd vanuit het bestaande beleid. 2.3. De indexering waarmee de VRZL in de begroting 2024 rekening houdt, betreft een voortzetting van de bestuurlijke lijn. De toegepaste indexatie is op basis van reeds gemaakte afspraken over de indexerings-systematiek (bestendige gedragslijn). In december 2022 zijn in het AB VRZL t.a.v. de in-dexering de volgende financiële uitgangspunten vastgesteld: ▪ Bij het opstellen van de (concept) begroting wordt gebruik gemaakt van indexcijfers van het Centraal Planbureau die bij de septembercirculaire van enig jaar worden gepubliceerd. Aangezien de begroting voor 1 april van het voorafgaande jaar gereed dient te zijn, kan geen gebruik worden gemaakt van de indexpercentages conform de meicirculaire van het gemeentefonds. ▪ Een eventuele herrekening van de index zal plaatsvinden op basis van de indexcijfers van het Centraal Planbureau met als peildatum september, in het 4e kwartaal van het lopende jaar. 2.4.

De begroting is opgesteld conform de richtlijnen van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is opgesteld conform voorschriften BBV en voldoet aan de wettelijke eisen. 3.1. Het positief resultaat MCC wordt (conform afspraak) toegevoegd aan het egalisatiefonds MCC. Het wijzigen van het eigenaarschap van MCC wordt momenteel besproken, waarbij het de bedoeling is om deze wijziging in te laten gaan per 1 januari 2024, mits alle partijen instemmen met de bijbehorende financiële effecten. Een financieel effect voor VRZL kan zijn dat er gelden vrijkomen vanuit een mogelijke liquidatie van het MCC construct, met daarbij een aandeel voor deelnemende gemeenten VRZL. 3.2. De begroting 2023 MCC is overzichtelijk en voldoet aan de verwachting. De begroting 2023 MCC is gebaseerd op bestaand beleid en geeft op een overzichtelijke manier inzicht in wat het MCC doet, wat het kost en waaruit dit wordt gefinancierd. d. Opties en keuze 1.1 Het tekort op de jaarrekening 2022 VRZL wordt doorbelast aan gemeenten en niet opgevangen door de algemene reserve van de VRZL. De verwerking van het negatieve resultaat 2022 dient in principe opgevangen te worden door de VRZL zelf, door dekking uit de algemene reserve en niet vanuit een aanvullende bijdrage van de deelnemende gemeenten.

Echter, indien het nadelig resultaat van € 416.957 ten laste wordt gebracht van de reserve VRZL, wordt het weerstandvermogen dusdanig beperkt dat dit naar verwachting cruciale gevolgen heeft voor de (structurele) begroting VRZL en daarmee ook voor de deelnemende gemeenten (zie argument 1.6.). 2.1. Het definitieve effect van de nieuwe CAO op VRZL is voor 2024 nog onzeker. Recent is een principeakkoord gesloten met de vakbonden inzake een nieuwe CAO voor het personeel in dienst van de veiligheidsregio’s. Daarin is een loonstijging afgesproken van ca. 10%. Dit kent een effect op 2023 en heeft ook een structurele doorwerking naar 2024. Hierdoor wordt een tekort op de loonkosten voorzien, dat nog beïnvloed wordt door het definitieve indexcijfer conform de CPB Kerngegevenstabel MEV met als peildatum september 2023. Voor 2024 is het wel de verwachting dat het benoemde maximale effect van de CAO-stijging weer afneemt, omdat het bedrag wordt gecompenseerd vanuit de loonindexering zoals die bekend zal worden in de CPB Kerngegevenstabel MEV met peildatum september 2023. Dat leidt tot compensatie waarmee de loonstijging VRZL waarschijnlijk vanaf 2024 structureel kan worden afgedekt. Nb. Periodiek worden gemeenten geïnformeerd over de realisatie. Daar waar risico’s zich voordoen met een financieel effect, hebben deze altijd een plek en behandeling in de bestuurlijke cyclus VRZL. 2.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=88f3b1af-d8ed-4423-bb93-dbf6517136a2