Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Middelen van 19 juni 2024 1 2.a 2.b 2.c 2.d 3
4
5
6
19:00 - Opening 19:01 - Vaststellen concept besluitenlijst d.d. 27 februari 2024 Concept Besluitenlijst raadscommissie 27 februari 2024 Middelen 19:02 - Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 1-5-2024 en 11-6-2024) Toezeggingen afgedaan tussen 1 mei en 11 juni 2024 19:03 - Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht 19:08 - Terugkoppeling vanuit verbonden partijen 19:13 - Zienswijze ontwerpbegroting 2025 en ontwerp meerjarenraming 2026 – 2029 BsgW gemeentebladnummer 2024/27 Ambtelijke ondersteuning: dhr. M. Akkermans Portefeuillehouder: wethouder van Dijk Raadsvoorstel 27 Zienswijze ontwerpbegroting 2025 en ontwerp meerjarenraming 2026 – 2029 BsgW PUB Raadsvoorstel 27 (bijlage) 1. Aanbiedingsbrief Kadernota 2025__202404627__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) 2. Kadernota Begroting BsGW 2025 MJR 2026-2029_versie 1.0__202404628__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) 3. Kadernota Begroting BsGW 2025 MJR 2026-2029 BIJLAGEN_versie 1.0__202404629__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) 4. Aanbiedingsbrief Ontwerpbegroting 2025 en MJR 2026-2029__202404630__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) 5.
Ontwerpbegroting BsGW 2025 en -MJB 2026-2029__202404631__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) 5.3 Doorrekening Begroting BsGW 2024 en 2025__202404623__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) 5.4 Opbrengst vervolgingskosten 2021-2023 per deelnemer__202404624__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) Addendum (ontwerp)begroting 2025 en MJR 2026-2029 Raadsvoorstel 27 (bijlage) Annotatie Ontwerpbegroting 2025 en MJR 2026-2029__202405139__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) Annotatie Verwerkingswijze projectkosten OOP__202409933__ Raadsvoorstel 27 (Bijlage) Bijdragen BsGW 2025 en MJR 2026-2029__202406034__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) Brief Addendum bij (ontwerp)begroting 2025 en MJR 2026-2029 Raadsvoorstel 27 (bijlage) Verdeling OOP per deelnemer 2023-2027__202409934__ Raadsvoorstel 27 (extra bijlage) Raadsinformatiebrief__202410010____202410010__ Raadsvoorstel 27 (bijlage) Uitgaande brief__zienswijze begroting 2025__202394527__def 19:28 - Tussentijdse aanpassing verordening op de heffing en invordering van leges en werken voor derden gemeente Brunssum 2024; gemeentebladnummer 2024/44 Ambtelijke ondersteuning: Mevr. J. Joosten Portefeuillehouder: Wethouder van Dijk Raadsvoorstel 44 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van leges en werken voor derden gem.
Brunssum 2024 versie 3__202413347 Raadsvoorstel 44 aanpassen legeverordening 2024__202404970 PUB 19:43 - 1e bestuursrapportage gemeente Brunssum; gemeentebladnummer 2024/46 Raadsvoorstel 46 (bijlage) 1e berap 2024 naar college 21 mei 2024__202413249__ Raadsvoorstel 46 1e bestuursrapportage 2024 PUB Antwoorden schriftelijke vragen 1e bestuursrapportage 2024 naar Griffie 20:43 - Sluiting
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE MIDDELEN VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 27 FEBRUARI 2024 OM 20:15 UUR IN DE RAADZAAL
1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 27 februari 2024
Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen, gehouden op dinsdag 27 februari 2024 om 19:00 uur. Deze vergadering is openbaar en wordt gehouden in Raadzaal. De vergadering is openbaar. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: Agenda Brunssum - Commissie Middelen dinsdag 27 februari 2024 20:15 - 20:45 - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) Gemeenteraad Brunssum kanaal 1 - YouTube AANWEZIG COMMISSIE MIDDELEN: Voorzitter:
Dhr. J. Scheffers (Lijst Borger)
Burger-commissieleden:
Dhr. R. Hendriks (PAK) Dhr. A. van der Linden (Lijst Brunssum Lokaal) Mw. N.A.H. van Goethem - Hendrix (Lijst Borger) Dhr. R.C. Stevelmans (VVD) Dhr. D.H.M. Nowacki (PvdA) Dhr. T. R.G. Lurken (SP) Mw. A. Lust-van Goinga (Lijst Borger) Dhr. P.M.J. Houben (Lijst Brunssum Lokaal, toehoorder) Dhr. B. Nelissen (BBB Lijst Palmen) Dhr. H. Offermans (PvdA) Dhr. F. Joosten (VVD) Dhr. J. Janssen (PAK) Dhr. J.L.W. van Dijk Dhr. P. Peeters Dhr. Kavsek Geen Geen Geen
Raadsleden:
College: Notulist (griffier): Ambtelijke ondersteuning: Externe ondersteuning: Participanten: Afgemeld:
Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 20:15 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijst gezamenlijke commissie d.d. 28 november 2023 De besluitenlijst van de commissie gezamenlijke commissie van 28 november 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 19 december 2023 en 7 februari 2024) De toezegging (middelen) met nummer 61 is akkoord. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht In het kader van de actieve informatieplicht neemt wethouder Van Dijk de commissie mee in de actuele situatie ten aanzien van het ravijnjaar 2026 en beantwoord vragen dienaangaande. In het kader van de passieve informatieplicht worden geen vragen gesteld. Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen Er is geen terugkoppeling vanuit de verbonden partijen. Agendapunt 3: Nieuwe achtervangovereenkomst tussen de gemeente en het waarborgfonds sociale woningbouw (Wsw) per 1 mei 2024, 2024/13 Wethouder van Dijk geeft een toelichting op het voorstel en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijke ondersteund door dhr. Kavsek.
De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: In te stemmen met het aangaan van een nieuwe achtervangovereenkomst (AO Nieuw), zoals opgenomen in bijlage 3, tussen de gemeente en de Stichting Sociale Woningbouw (WSW), met ingang van 1 mei 2024, waarbij: 1. De nieuwe achtervangovereenkomst alle voorgaande overeenkomsten vervangt; 2. De nieuwe overeenkomst verbeteringen bevat ten opzichte van de overeenkomst van voor 1 augustus 2021; 3. Een beperkt aantal aanvullende wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de overeenkomst die van toepassing is sinds 1 augustus 2021; 4. De verdeelsleutel voor het achtervangrisico niet gewijzigd wordt. 2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 27 februari 2024
De commissie adviseert in meerderheid met uitzondering van de fracties(s) LBL en BBB Lijst Palmen, het voorstel als akkoord te behandelen in de raadsvergadering van 12 maart 2024. Agendapunt 4: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 20:32 uur.
3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 27 februari 2024
Onderwerp
Datum toezegging
Nummer
Portefeuillehouder
Datum reactie
Afgedaan
tweede versie
21-05-2024
21
Janssen
31-05-2024
Ja
21-05-2024
20
Janssen
03-06-2024
Ja
14-05-2024
18
Van Leusden
15-05-2024
Ja
14-05-2024
14
Hermans
15-05-2024
Ja
15-12-2020
105
Van Dijk
14-05-2024
Ja
raadsvoorstel IBOR (21-5-2021,R&T) tweede versie bijlage (21-5-2024, R&T) Aanreiken concept jaarrekening WOZL en WSP (BUZA) Tweede versie raadsvoorstel Gegevenshuis (ABA) Kosten herstelwerkzaamhed en
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. : 28 mei 2024 Registratiekenmerk : 202389389 Gemeentebladnr. : 2024/27 Afdeling opsteller : Financiën en control Naam opsteller : Bereikbaar onder : Portefeuillehouder : Jaimy Dijk, van Raadsvergadering d.d. : 2 juli 2024 Uiterlijke datum : Uiterste datum 3 juli 2024> Motivatie datum: Bestuurlijke besluitvorming BsgW Aan de raad, 1.
Onderwerp Zienswijze ontwerpbegroting 2025 en ontwerp meerjarenraming 2026 – 2029 BsgW
2. a.
Uitgangssituatie (WAAROM?) Aanleiding In de brief van 29 februari 2024 biedt de BsGW de ontwerpbegroting 2025 en de ontwerpmeerjarenbegroting 2026-2029 aan de Raad aan. Daarin waren de cijfers inzake de nieuwe kostenverdeelmethode BsgW (KVM) nog niet meegenomen. Deze ontvingen wij op 11 april 2024 en op 30 april de wijzigingen wegens een andere verwerking van de projectkosten OOP. Zie voor meer detail hierover de financiële overzichten (bijlage 202404623) Het dagelijks bestuur van de BsGW heeft deze stukken in ontwerp vastgesteld. De BsGW verzoekt aan de raad om uiterlijk 30 juni 2024 een zienswijze aan het dagelijks bestuur kenbaar te maken. Wij hebben hen reeds laten weten dat de gemeenteraad van Brunssum deze na de raadsvergadering van 2 juli 2024 aanlevert. Door het uitblijven van de definitieve KVM cijfers lukte het niet om dit procedureel voor 30 juni 2024 te doen.
b.
Huidige situatie/probleemstelling Ontwerp begroting 2025 en ontwerp meerjarenraming 2026-2029: De door het Algemeen Bestuur BsGW (hierna: AB BsGW) vastgestelde kadernota 2025 dient als basis voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029, waarbij het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt is een sluitende begroting en meerjarenraming. Per saldo stijgen de reguliere bijdragen 2025 van de deelnemers van BsGW, met € 4,197 miljoen ten opzichte van de begroting 2024. Van dit verschil is € 2,149 miljoen het gevolg van het door het AB BsGW genomen besluit om de opbrengst vervolgingskosten niet meer op te nemen in de begroting van BsGW maar de werkelijke opbrengsten rechtstreeks aan de betreffende deelnemers af te dragen. Dit resulteert in een negatief effect op de begroting van BsGW maar een positief effect op de eigen begroting van de gemeente Brunssum. Buiten dat heeft de nieuwe KVM geen financiële gevolgen voor de begroting van BsGW zelf, maar wel in de doorbelasting van de kosten aan de deelnemers van BsGW. Brunssum is daarbij (licht) voordeelgemeente. Het overige wordt veroorzaakt door de loon- en prijsindexering, de doorontwikkeling van het Samenwerkingsportaal en de vorming van een bestemmingsreserve ICT 2025-2029.
Daarnaast kent BsGW maatwerkvarianten waarvan de uitvoering separaat wordt geoffreerd en gefactureerd bij de betreffende deelnemers voor een bedrag van € 246 duizend.
Als gevolg van een wijziging in verwerking van de projectkosten voor het Ondernemings- en ontwikkelplan (OOP) in 2023 wijzigen de exploitatiebijdragen voor de gemeenten vanaf 2024 voordelig. Voor 2025 betekent dit een taakstelling van € -800.000,-. Netto daalt hierdoor de exploitatiebijdrage in 2025 voor de gemeente Brunssum met € 7.000,-. Dit komt doordat aan de ene kant een bijraming plaatsvindt in de uitgaven met € 30.000, tot een totaal van € 619.000. Daar bovenop komen de door uw Raad reeds besloten meerkosten voor de maatwerkvarianten uit het harmonisatietraject ter hoogte van € 14.000. Aan de batenkant ontstaat een positief effect inzake de verwachte opbrengst vervolgingskosten ad. € 33.000. Daarnaast bedragen de baten OOP € 18.000. Effectief betekent dit dat de exploitatiebijdrage in 2025 dus daalt met € 7.000. Voor de jaren 2026 t/m 2028 neemt de exploitatiebijdrage voor Brunssum verder af tot €-15.000 in 2028. Het AB BsGW heeft besloten dat de aantallen (aanslagregels, biljetten, objecten, ….) van de KVM elk jaar worden geactualiseerd. De aantallen 2024 en verder zijn uiteraard nog niet bekend. De meerjaren-bijdragen 2026-2029 zijn berekend op basis van de aantallen 2023. Het betreft dus een indicatie.
Kosten BsGW (product 064100 kostensoort 441200) raming volgens gemeentelijke begroting Kosten maatwerkvarianten harmonisatie traject vlgs meerjarenraming 2025-2029 BsGW Bij te ramen (incl. ingroeitraject KVM) Baten vervolgingskosten Baten projectkosten OOP Bijdrage BsgW Daling exploitatiebijdrage t.o.v. 2024
2024
2025
2026
2027
2028
555.000
575.000
593.000
609.000
609.000
37.000
14.000
14.000
14.000
14.000
592.000
589.000 44.000 -33.000 -18.000 582.000 -7.000
607.000 33.000 -34.000 -22.000 584.000 -23.000
623.000 42.000 -34.000 -27.000 604.000 -19.000
623.000 46.000 -34.000 -27.000 608.000 -15.000
-13.000 579.000
3. a.
Gewenste situatie (WAT? Wat willen we bereiken? Doel van het raadsvoorstel is de raad de gelegenheid bieden om een gemotiveerde zienswijze te geven op de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2029 van de BsGW. Doel van de samenwerking met de BsGW is het opleggen en innen van de gemeentelijke belastingen.
b.
Kaders 1. eerdere besluitvorming vaststelling zienswijze ontwerpbegroting 2024 en ontwerpbegroting 20252028 (BBV nr. 202301868 ) en vaststelling harmonisatie uitvoeringsprocessen BsGW (BBV nr. 202302836).
2. 3. 4. 5. 6.
traject tot dusverre. De ontvangst van de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenbegroting 20262029 van BsGW vormt de aanleiding om dit bbv op te stellen. rol/ bevoegdheden college van B en W. Het college stemt in met het de zienswijze die voorgelegd wordt aan de raad. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Het betreft uitvoering van werkzaamheden voor de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen. Kaders worden aangegeven door de Wet Gemeenschappelijke regelingen en de GR BsGW. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Ja, het heffen van belastingen vormt een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen. De exploitatiebijdrage aan BsGW wordt geraamd op product 064100 en kostensoort 441200 en de opbrengst vervolgingskosten op product 064100 en kostensoort 837010.
c.
Argumenten en overwegingen Overeenkomstig artikel 23 van de Gemeenschappelijke regeling van de BsGW ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het deelnemende waterschap jaarlijks de ontwerpbegroting en - meerjarenraming en worden in de gelegenheid gesteld om hun eventuele zienswijze hierover naar voren te brengen. Overeenkomstig artikel 67a van de Wet gemeenschappelijke regelingen ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het deelnemende waterschap vóór 15 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders.
d.
Opties en keuze De raad heeft de mogelijkheid om een zienswijze af te geven over de begroting van de BsGW. De BsGW wordt op de hoogte gebracht met bijgevoegde antwoordbrief. De Raad wordt voorgesteld een positieve zienswijze af te geven op de ontwerpbegroting 2025 en de ontwerpmeerjarenbegroting 2026-2029 van de BsGW met inachtneming van de kanttekeningen zoals die zijn opgenomen in de uitgaande brief met reg.nr. 202394527.
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2024/27 : Financiën en control : 202389389
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2024/27; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 mei 2024, afdeling Financiën en control; Besluit:
Een positieve zienswijze af te geven op de ontwerpbegroting 2025 en de ontwerpmeerjarenbegroting 20262029 van de BsGW met inachtneming van de kanttekeningen zoals die zijn opgenomen in de uitgaande brief met reg.nr. 202394527. De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
BsGW
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen
Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444 W: www.bsgw.nl KvK-nr.: 52426297
Aan het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg en de raden van de in de GR BsGW deelnemende Gemeenten
BS24.0124 2
Telefoonnummer:
Bijlage(n):
E-mail:
Staf/Control K. van Bergen 06-52861407 k.vanbergen@bsgw.nl
Onderwerp:
Kadernota 2025
Datum:
29 februari 2024
Uw kenmerk:
Afdeling:
Uw brief van:
Behandeld door:
Ons kenmerk:
Geacht bestuur, geachte raad,
Hierbij bieden wij u de Kadernota 2025 van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) aan. Overeenkomstig artikel 67a van de Wet gemeenschappelijke regelingen ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het deelnemend waterschap vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In haar besluit d.d. 24 september 2015 heeft het bestuur van BsGW besloten de vastgestelde kadernota gelijktijdig met de ontwerpbegroting en ontwerpmeerjarenraming te verzenden aan de deelnemers. Financiële gevolgen De financiële gevolgen van kaders zoals opgenomen in de kadernota zullen worden verwerkt in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029. Het betreft hier de jaarlijkse indexering, het continueren van het Samenwerkingsportaal tot en met 2029 (in plaats van 2027) en het creëren van een nieuwe bestemmingsreserve AHA. Ten aanzien van dit laatste punt zal een separaat besluitvormingstraject plaatsvinden. Hierin wordt conform afspraak uiterlijk eind 2024 voorzien. Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten en materiële lasten is de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB), respectievelijk de ‘loonvoet sector overheid’ en de ‘nationale consumentenprijsindex’.
BsGW hanteert voor de indexeringen 2025 het drie-jaars gemiddelde voor het nog lopende jaar 2023 en toekomstige jaren 2024 en 2025 op. Mocht de septembercirculaire d.d. 2024 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.
BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen is een zelfstandig samenwerkingsverband van 29 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg. BsGW voert namens deze deelnemers de heffing en inning van lokale belastingen uit. Ook stelt BsGW in de deelnemende gemeenten de WOZ-waarden vast.
kenmerk: BS24.0124 pag. 2/2
Het Dagelijks Bestuur BsGW,
N.M.J.G. Lebens, directeur
M.H.E. Pelzer, voorzitter
-2-
Kadernota begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029
Versie 1.0 November 2023
Inhoudsopgave
1. Inleiding ...............................................................................................................................4 2. Organisatie ...........................................................................................................................5 3. Beleidsmatige ontwikkelingen .................................................................................................7 4. Financiën ............................................................................................................................ 11
3
1. Inleiding Hierbij bieden wij u de kadernota 2025 aan. Deze nota biedt de kaders voor het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029. Deze kaders betreffen (beleids)ontwikkelingen, die in de begroting verder worden uitgewerkt en financieel worden doorvertaald plus de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. Meerjarenperspectief/Ontwikkelingen De in de kadernota 2025 genoemde ontwikkelingen, beleidsvoornemens en financiële uitgangspunten vormen de basis voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029, die komend voorjaar ter zienswijze wordt aangeboden aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van Waterschap Limburg en na vaststelling wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. Het wordt vanwege de dynamiek in de internationale samenleving steeds lastiger om meerjarig vooruit te kijken. Daaraan kan worden toegevoegd dat BsGW als gemeenschappelijke regeling de kadernota en de meerjarenraming vroegtijdig dient aan te leveren als input voor de begrotingen van de deelnemende organisaties. In de voorliggende kadernota is voor de indexering 2025 uitgegaan van de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau, waarbij deze voor de opvolgende jaren 20262029 in de meerjarenraming gelijk zijn gehouden. Forse inflatiecijfers zoals in 2022/2023 worden niet verwacht.
Wel is zowel de nationale consumentenprijsindex als de verwachte loonvoetontwikkeling voor de sector overheid nog altijd een stuk hoger dan voor 2022. Bij het schrijven van deze kadernota is het wetsvoorstel Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) nog niet behandeld in de Tweede respectievelijk Eerste Kamer. Mochten beide Kamers besluiten tot de voorgestelde reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de no cure no pay-bedrijven (ncnp-bedrijven) dan nog is niet uitgesloten dat genoemde bedrijven op zoek gaan naar anders (intensievere en bredere inzet Artificial Intelligence) en/of meer (bezwaren tegen andere soorten heffingen). De toenemende spanning op de arbeidsmarkt in het algemeen en de ICT-sector in het bijzonder vraagt om verscherpte aandacht en pragmatisch handelen. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. Indien BsGW hier niet tijdig op inspeelt en voorsorteert, bestaat het risico dat ook de bijbehorende kennis wegvloeit. Dit alles neemt niet weg dat BsGW blijft zoeken om -waar mogelijk- efficiënter te werken. Dit mag de continuïteit en de kwaliteit van onze dienstverlening evenwel niet in gevaar brengen.
4
2. Organisatie BsGW is als zelfstandige belastingsamenwerking voor zowel gemeenten als Waterschap Limburg opgericht op 1 april 2011. Per 1 januari 2023 zijn het Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal en Weert deelnemers in BsGW.
BsGW is belast met de heffing en inning van lokale heffingen voor zowel de deelnemende gemeenten als het waterschap en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet WOZ. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de (huidige) heffingssoorten per deelnemer.
5
Missie Wij heffen en innen belastingen voor onze klanten, slim en doordacht, op een kosteneffectieve wijze. Inzichtelijk, voorspelbaar en betrouwbaar in wat we doen. Visie Waarderen, heffen en innen; het wordt steeds complexer. Door het proces slim en goed te organiseren zijn wij dé organisatie om dit voor onze deelnemers te verzorgen. Zo kunnen zij zich op hun andere (kern)taken richten. Ambitie BsGW heeft de ambitie een toppositie binnen de samenwerkingsverbanden te bekleden. Speerpunten Daarnaast is een aantal speerpunten aangegeven waar BsGW zich de komende jaren op gaat richten. Kostenbewust BsGW staat met ingang van 2028 voor een structurele bezuinigingsopgave van € 1,3 miljoen. Dit betekent kritisch kijken wat wel en niet kan en vooral ook oog hebben voor kleine besparingen die snel zijn te realiseren. Integraal management Het management is per 1 december 2021 met 1 fte gereduceerd, waarbij de afdelingen over drie afdelingshoofden zijn verdeeld. Het eigenaarschap van de medewerkers in het algemeen en integraal management in het bijzonder zal verder worden doorontwikkeld. Hybride werken Sinds het begin van de covid-19-pandemie zijn de BsGW-medewerkers volop thuis aan het werk. Inmiddels is het uitgangspunt dat er 60% thuis wordt gewerkt en 40% op kantoor. Het kantoor is een plek van ontmoeten en samenwerken.
Dit betekent een andere manier van werken, en ook een andere manier van investeren in huisvesting, werkplekken, automatisering en digitalisering. Per 31 oktober 2026 loopt het huurcontract voor het kantoorpand van BsGW af. Hierop vooruitlopend is eind 2023 een interne projectgroep opgestart, die de uitgangspunten voor de nieuwe huisvesting van BsGW formuleert plus een korte marktverkenning uitvoert om zo te komen tot een gedegen eisen en wensenpakket, binnen de gestelde financiële kaders.
6
3. Beleidsmatige ontwikkelingen In deze paragraaf is op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. In bijlage 3 zijn deze ontwikkelingen waar nodig uitgebreider omschreven. Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende uitvoerings- en proceskosten. In 2023 was sprake van een enorme toename van het aantal WOZ-bezwaren. Een stijging met factor 2,7 ten opzichte van het jaar ervoor. Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) voor om de proceskosten drastisch te verlagen. De behandeling van dit wetsvoorstel vindt in oktober 2023 plaats in de Tweede Kamer en in december 2023 in de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1-1-2024.
Mochten beide Kamers besluiten tot de voorgestelde reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de no cure no paybedrijven (ncnp-bedrijven), dan nog is niet zeker of de proceskosten ook daadwerkelijk substantieel zullen dalen. De verwachting, ook vanuit de VNG, is dat de ncnp-bedrijven nog steeds genoeg winst maken bij het WOZ-bezwaarproces doordat dit nagenoeg volledig geautomatiseerd is en in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van Artificial Intelligence (AI) en eveneens hun markt zullen verruimen met bezwaren tegen anderen heffingen. Daarnaast zijn er vooralsnog geen maatregelen in het wetsvoorstel opgenomen om de uitvoeringskosten terug te dringen. Enkele maatregelen in het wetsvoorstel zullen zelfs leiden tot hogere uitvoeringskosten per bezwaar. Hierbij moet met name worden gedacht aan het uitkeren van de proceskosten aan de huiseigenaar in plaats van aan het ncnp-bedrijf. Vooralsnog blijft de begrote post proceskostenvergoeding derhalve gehandhaafd. Tegengaan toenemende armoede In de miljoenennota zijn verschillende maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen.
Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Hierdoor zullen de opbrengst vervolgingskosten afnemen, wat een negatief effect heeft op de begroting van BsGW. Het percentage oninbaar zal stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere nettobelastingopbrengsten voor de deelnemers.
7
Fiscale vereenvoudigingswet 2017 Diverse wetswijzigingen zijn te verwachten welke mogelijk van invloed zullen zijn op de begroting van BsGW, zoals hogere proceskostenvergoedingen dan wel lagere opbrengst vervolgingskosten. De wet treedt eerst voor de rijksbelastingen in werking per 1 januari 2027 en in een latere –nog nader te bepalen– fase voor de lokale heffingen. Wet open overheid (Woo) Het doel van deze wet is om de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De Woo wordt gefaseerd ingevoerd. Dit in combinatie met de vanaf 2024 verkregen tijdelijke extra formatie communicatie en juridische zaken maakt het mogelijk dat BsGW werkende weg aan de wettelijke verplichtingen kan (blijven) voldoen. Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt De grote krapte op de arbeidsmarkt houdt onverminderd aan. In alle beroepsgroepen is sprake van een tekort aan personeel, voor ICT-ers geldt dit in het bijzonder. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. Indien BsGW hier niet tijdig op inspeelt en voorsorteert, wordt het risico gelopen dat ook de bijbehorende kennis wegvloeit. Traditionele wervingscampagnes helpen hierin niet langer; er zal gezocht moeten worden naar andere manieren om toch de juiste kennis in huis te halen.
In dit kader wordt, analoog aan het zelf opleiden van taxateurs, nadrukkelijk ook gedacht aan het zelf opleiden van ICT-ers, zoals bijvoorbeeld Functioneel Applicatiebeheerders. Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen Er ligt momenteel een wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen voor dat waterschappen betere mogelijkheden biedt om het profijtbeginsel toe te passen. Zo kunnen zij meer kosten neerleggen bij diegenen, die meer voordeel hebben bij de werkzaamheden van het waterschap. Daarnaast kunnen waterschappen door de wijzigingen beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wetswijziging regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. Waterschappen krijgen door de aanpassingen in de watersysteemheffing meer mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang. Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2025. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap.
De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie van het huidige naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor de structurele kosten. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel zullen deze via de gebruikelijke Planning & Controlcyclus van BsGW worden verwerkt en doorbelast naar Waterschap Limburg.
8
Harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode Op 9 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het procesvoorstel m.b.t. harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode. Beide onderdelen zijn actief ter hand genomen. Besluitvorming door de deelnemers over harmonisatie heeft in nagenoeg alle gevallen voor september 2023 plaatsgevonden; vanaf 2024 zal het zogenaamde maatwerk separaat bij de desbetreffende deelnemers in rekening worden gebracht. Besluitvorming over de herijking van de kostenverdeelmethode vindt eind 2023/begin 2024 plaats. De inwerkingtreding van de herziene kostenverdeelmethode staat voor 2025 gepland. De herziene kostenverdeelmethode heeft overigens geen invloed op de begroting van BsGW zelf, maar de aanpassingen in de methodiek leiden wel tot wijzigingen in de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Op de mogelijke consequenties kan evenwel niet vooruit gelopen worden. Zie ook bijlage 5. Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. In 2022 zijn op basis van het vastgestelde plan van aanpak de eerste verbeterstappen gezet. Het traject om te voldoen aan de Archiefwet loopt door tot en met de eerste helft van 2024.
Naast het digitaliseren van ons archief en het zaaksysteem-werken is met name ook aanvullende kennis en kunde nodig om alle aspecten rondom de (digitale) informatiehuishouding binnen BsGW vanuit juridisch perspectief én kostenbewustzijn (enkelvoudige opslag – meervoudig gebruik) te (waar)borgen. Om aan de vereiste kwaliteit van een digitaal archief te kunnen (blijven) voldoen heeft het AB met ingang van 2024 structureel 0,8 fte Recordmanager beschikbaar gesteld. De werving is inmiddels in gang gezet. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamd Samenwerkingsportaal. Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR).
Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie.
9
De beoogde ingangsdatum van de SOR is 1 januari 2025. Het is de vraag of dit realistisch is. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch gecontinueerd voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Vanwege einde contractduur is het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur als de huidige belastingpakketten via een Europese aanbesteding in 2023 en 2024 aan de orde geweest. In 2024 staat de aanbesteding centraal van de huidige telefooncentrale.
Tevens zal begin 2024 duidelijk moeten worden of BsGW voor haar archief kan voortbouwen op het document managementsysteem van GouwIT, dan wel dat BsGW de markt moeten verkennen voor een andere leverancier. Dit om te kunnen voldoen aan de eisen van de archiefwet. De overeenkomst met de (nieuwe) leveranciers wordt voor drie jaar aangegaan, met daarna de optie tot driemaal een jaar verlenging. Op basis van het huidige prijspeil zou vanaf 2025 € 555.000,- per jaar gereserveerd moeten worden voor de volgende aanbesteding in 2028 inclusief de implementatie in 2029. Dit geschatte bedrag zal voor de jaren 2025 – 2029 begrotingstechnisch worden opgenomen in de meerjarenbegroting, vooruitlopend op een (begrotings)voorstel van het Dagelijks Bestuur uiterlijk eind 2024. Robotisering en artificial intelligence (AI) Wanneer de nieuwe belastingapplicatie geïmplementeerd is, is het moment gekomen om verder vooruit te kijken hoe nieuwe ontwikkelingen op het gebied van robotisering en AI hierin passen. Naar verwachting zal hierover binnenkort Europese regelgeving volgen met kaders en randvoorwaarden waarbinnen overheden gebruik kunnen maken van deze nieuwe technologieën.
10
4. Financiën Dit hoofdstuk bevat de financiële kaders zoals BsGW die hanteert bij het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting BsGW 2025 en de meerjarenraming 2026-2029. Onderwerp
Uitgangspunt
Raming personele lasten
Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).
Formatie en personeel
BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.
Financiering
Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.
Raming materiële lasten
Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.
Inhuur derden
De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.
Raming onvoorzien
1,4 % van de begrote kosten.
Investeringen in het belastingpakket
Investeringen verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse licentiekosten (geen reservering kapitaalslasten meer inzake belastingsoftware: er wordt niet op afgeschreven i.v.m. geen juridisch eigenaar).
Risicomanagement
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.
Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers
Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.
11
Kostenverdeelmethode
De vigerende kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 juni 2022), waarbij de WOZ-proceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld.
Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020
Het OOP en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14 december 2017. De uitvoering van het OOP was een separaat traject en behoorde niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het OOP raakt in die zin de kadernota 2025 en de begroting 2025 niet, maar wel de laatste twee jaar van de meerjarenraming 2026-2029. De taakstellende, structurele kostenreductie à € 1,3 miljoen per jaar, die het AB BsGW heeft opgelegd zal vanaf 2028 tot uitdrukking komen in lagere netto-kosten voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis.
Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)
De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, fluctueren, zijn niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar door BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil. Mocht in enig jaar sprake zijn van renteopbrengsten als gevolg van bovenstaande, dan zal BsGW deze renteopbrengsten doorstorten naar de deelnemers. *
betreft voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.
Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de CAO Werken voor Waterschappen. De huidige CAO eindigt eind 2023. De uitkomsten van de CAO-onderhandelingen zijn nog niet bekend en kunnen derhalve niet worden opgenomen in de kadernota. Mocht voor 1 maart 2024 bekend zijn wat de nieuwe CAO betekent voor 2025, zal dit in de ontwerpbegroting worden verwerkt. Zo niet dan is het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Indexeringen Kadernota 2025 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2022-2025 bedraagt tussen de 3,2% en 5,1%. De forse inflatie van 2022 van 10% betreft een trendbreuk en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2023-2025 van 3,4% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2022-2025 bedraagt tussen de 5,6% en 5,9%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 5,6%. Mocht
de
septembercirculaire
van
het
CPB
d.d.
2024
daartoe
aanleiding
geven,
dan
zal
dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.
12
Kadernota begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 BIJLAGEN
Versie 1.0 November 2023
Inhoudsopgave
Bijlage 1. Planning begroting ......................................................................................................4 Bijlage 2. Heffingen per deelnemer ..............................................................................................5 Bijlage 3. Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................6 Bijlage 4. Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) ...................................................................... 12 Bijlage 5. Kostenverdeelmethode .............................................................................................. 13 Bijlage 6. Weerstandsvermogen ................................................................................................ 15
3
Bijlage 1. Planning begroting Planning begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 1.
Behandeling kadernota 2025 in DB
9 november 2023
2.
Ambtelijk voorbereidingsoverleg AB
29 november 2023
3.
Besluitvorming kadernota 2025 in AB
7 december 2023
4.
Behandeling ontwerpbegroting 2025 en ontwerpmeerjarenraming 2026-2029 door DB
29 februari 2024
5.
Toezenden ontwerpbegroting 2025, ontwerpmeerjarenraming 2026-2029 en kadernota 2025 aan de deelnemers
29 februari 2024
6.
Einde zienswijzetermijn deelnemers
31 mei 2024
7.
Behandeling zienswijzen door DB
6 juni 2024
8.
Toezenden reactie DB op zienswijze aan de deelnemers
Vóór 27 juni 2024
9.
Besluitvorming begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 door AB
27 juni 2024
10.
Toezenden begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 aan de deelnemers
Binnen 7 werkdagen na vaststelling
11.
Toezenden begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 aan Gedeputeerde Staten
Vóór 11 juli 2024
4
Bijlage 2. Heffingen per deelnemer Onderstaande tabel geeft inzicht welke heffingssoorten per deelnemer worden uitgevoerd.
v v
v
v v
v
v v v
v v v
v v v
v
v v
v
v
v
v v v
v v v v v
v v
v
v
v v v v
v v v
v
v
v v
v v
v v
v v
v
v
v
v
v
v v v v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v v v
v v v
v
v
v
v
v
v
v
v v
v v v
v v
v v v
v v
v v
v v
v v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v
v v
v v v
v
v
v v v
v
v v
v
v
v
v
v
v
v v
v
v
v
v
v
v
v v v
v
v
v v v v v v v v
Waterschap Limburg
v
Weert
v v v v
v
Voerendaal
v v v
v
Venlo
v v
v v v
v
v
Valkenburg a/d Geul
v
v v v
Vaals
v
Stein
v
Sittard-Geleen
Landgraaf
v
Simpelveld
Kerkrade
v
Roermond
Heerlen
v
Roerdalen
Gulpen-Wittem
v
Peel en Maas
Gennep
v
Nederweert
Eijsden-Margraten
v
Mook en Middelaar
Echt-Susteren
v
Meerssen
Brunssum
v
Maastricht
Bergen
v
Maasgouw
Beesel
v
Leudal
Beekdaelen
Afvalstoffenheffing Baatbelasting BIZ-bijdrage Forensenbelasting Hondenbelasting Onroerende-zaakbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting Reclamebelasting Reinigingsrechten Rioolheffing Roerende-zaakbelasting Toeristen/verblijfsbelasting Verontreinigingsheffing Watersysteemheffing Eigenaar Watersysteemheffing Gebruiker Watertoeristen/waterverblijfsbelasting Zuiveringsheffing
Beek
Dit is de situatie per 1-1-2024.
v
v
v v v
v v v v
v
v
v
v
v v
5
Bijlage 3. Landelijke ontwikkelingen Indexeringen Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten en materiële lasten is de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Voor de Kadernota 2024 is gebruik gemaakt van de CPB-indexcijfers van september 2022. In afwijking van voorgaande jaren reikte de doorkijk van het CPB niet verder dan 2023. Gezien de onzekerheid die toen heerste omtrent de energiecrises en de oorlog in Oekraïne. Het door BsGW van het CPB overgenomen standpunt voor de jaren 2024-2027 was een normale economische situatie. Macro Economische Verkenning 2023 dd september 2022
2021
2022
2023
Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)
2,7
9,9
2,6
Loonvoet sector overheid (b)
-0,2
4,8
3,3
Voor de indexatie van de Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027, zijn de door het CPB verwachte indexeringen 2023 overgenomen: Loonindex: 3,3% Prijsindex: 2,6% In de septembercirculaire 2023 zijn, zoals te doen gebruikelijk, wel weer 5 toekomstige jaren opgenomen. Macro Economische Verkenning 2024 dd september 2023
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)
2,7
10,0
3,9
3,8
2,6
2,5
2,4
2,1
Loonvoet sector overheid (b)
-0,1
6,7
5,0
6,5
5,3
4,7
4,8
4,2
Uit de meest recente cijfers, blijkt dat de indexeringen die CPB in 2022 heeft afgegeven te rooskleurig zijn geweest voor zowel de inflatie als de loonvoet voor de Kadernota 2024 en Begroting 2024. Voor de Kadernota en Begroting gebruikt BsGW de indexeringen, die de toekomstige trend het beste weergeeft. Zelfs het lopende jaar is niet met grote zekerheid juist te voorspellen, zoals de indexeringen 2022 laten zien. Omdat BsGW anderhalf jaar voor aanvang van het begrotingsjaar de indexeringen dient op te nemen in de Kadernota en de Begroting, geeft de gemiddelde indexering van een aantal jaren waarschijnlijk een betere voorspelling dan de verwachte indexering voor –in dit geval– 2025 van het CPB. Macro Economische Verkenning 2024 dd september 2023
gemiddelde 202x-2025 5 jaar
4 jaar
3 jaar
2 jaar
Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)
4,6
5,1
3,4
3,2
Loonvoet sector overheid (b)
4,7
5,9
5,6
5,9
6
Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2022-2025 bedraagt tussen de 3,2% en 5,1%. De forse inflatie van 2022 van 10% betreft een trendbreuk en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2023-2025 van 3,4% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2022-2025 bedraagt tussen de 5,6% en 5,9%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 5,6%. Indexeringen Kadernota 2025 BsGW hanteert daarom voor de Kadernota 2025 het drie-jaars gemiddelde van het nog lopende jaar 2023 en toekomstige jaren 2024 en 2025. Indexering materiele lasten en inhuur = 3,4% Indexering salarissen = 5,6% Mocht
de
septembercirculaire
d.d.
2024
van
het
CPB
daartoe
aanleiding
geven,
dan
zal
dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW. Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende uitvoerings- en proceskosten. In 2023 was sprake van een enorme toename van het aantal WOZ-bezwaren. Een stijging met factor 2,7 ten opzichte van het jaar ervoor. Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) voor om de proceskosten drastisch te verlagen. Kort en goed komt het wetsvoorstel op het volgende neer: Vanaf 2024 wordt de proceskostenvergoeding in WOZ-procedures met 75% teruggebracht. Indien een ncnp-bedrijf inhoudelijk in het gelijk wordt gesteld, dan wordt dus een aanzienlijk lagere vergoeding uitgekeerd. Indien een ncnp-bedrijf om procedurele redenen gelijk krijgt, bedraagt de vergoeding 10% van de huidige vergoeding. De proceskostenvergoeding zal met ingang van 2024 rechtstreeks uitbetaald worden aan de huiseigenaar, waarmee er maatschappelijk meer inzicht ontstaat wat betreft de vergoedingen die aan ncnp-bedrijven worden uitbetaald.
De immateriële schadevergoeding, die als gevolg van termijnoverschrijding verschuldigd is, wordt teruggebracht van € 500 per half jaar tot € 50 per half jaar. De behandeling van dit wetsvoorstel vindt in oktober 2023 plaats in de Tweede Kamer en in december 2023 in de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1-1-2024. Mochten beide Kamers besluiten tot de voorgestelde reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de no cure no paybedrijven (ncnp-bedrijven) dan nog is niet uitgesloten dat genoemde bedrijven op zoek gaan naar anders (intensievere en bredere inzet van Artificial Intelligence) en/of meer (bezwaren tegen andere soorten heffingen).
7
Daarnaast zijn er vooralsnog geen maatregelen in het wetsvoorstel opgenomen om de uitvoeringskosten terug te dringen. Enkele maatregelen in het wetsvoorstel zullen zelfs leiden tot hogere uitvoeringskosten per bezwaar. Hierbij moet met name worden gedacht aan het uitkeren van de proceskosten aan de huiseigenaar in plaats van aan het ncnp-bedrijf, hetgeen voor BsGW meerwerk betekent. En ook kosten voor (het aanpassen van) software, drukwerk en porti. Vooralsnog blijft de begrote post proceskostenvergoeding derhalve gehandhaafd. Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen Er ligt momenteel een wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen voor dat waterschappen betere mogelijkheden biedt om het profijtbeginsel toe te passen. Zo kunnen zij meer kosten neerleggen bij diegenen die meer voordeel hebben bij de werkzaamheden van het waterschap. Daarnaast kunnen waterschappen door de wijzigingen beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wetswijziging regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. Waterschappen krijgen door de aanpassingen in de watersysteemheffing meer mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang.
Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2025. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie van het huidige naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor de structurele kosten. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel zullen deze via de gebruikelijke Planning & Controlcyclus van BsGW worden verwerkt en doorbelast naar Waterschap Limburg. Sociaal invorderen In de Miljoenennota 2023 zijn verschillende maatregelen opgenomen om de toenemende van armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen.
De opdracht die de Ombudsman daarvoor aan alle overheden heeft meegegeven is om maatschappelijk verantwoord in te vorderen: hiermee wordt bedoeld dat bij invordering rekening wordt gehouden met de positie en het belang van de burger. De ombudsman is van oordeel dat de overheid bij het innen van schulden: zich moet inspannen om verdere schulden te voorkomen; duidelijk moet communiceren en er naar moet streven om waar nodig persoonlijk contact op te nemen; redelijk moet handelen door maatwerk te leveren; de beslagvrije voet dient te waarborgen; medewerking moet verlenen aan schuldhulpverlening; zoveel mogelijk moet samenwerken met andere overheidsinstanties.
8
In het kader van sociaal verantwoord invorderen volgt BsGW uiteraard landelijke wet- en regelgeving op dit gebied. Daarnaast probeert BsGW vanuit eigen dienstverlening in te spelen op armoede- en schuldenproblematiek. BsGW verwacht dat dit ook de komende jaren noodzakelijk blijft. Vroegsignalering De gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening biedt de gemeente de mogelijkheid om de niet kunners in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen, zodat passende hulp geboden kan worden. In de hiervoor genoemde wet is de achterstand bij lokale belastingen niet als signaal opgenomen. Om aan te tonen dat lokale belastingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren in de vroegsignalering van schulden, is een landelijk experiment gestart waaraan BsGW deelneemt. Dit experiment loopt tot 2025. Na deze pilot kan worden bezien of en in hoeverre BsGW kan aanhaken op deze trend en welke mogelijkheden dit biedt, zowel wat betreft de wetgevingskaders als de taakuitvoering van BsGW. Dit heeft tot gevolg dat burgers met schulden uit de dwanginvordering gehouden zullen worden. Een belangrijk aspect, zeker ook gezien de invorderingskosten (opbrengsten uit in rekening gebrachte vervolgingskosten), die een behoorlijke bate binnen de begroting van BsGW beslaan.
In de tussenliggende periode wil BsGW verkennen welke maatregelen op het gebied van vroegsignalering, buiten deze pilot om, mogelijk zijn voor deelnemers die niet aan de pilot meedoen. Hierbij dient uiteraard rekening te worden gehouden met wet- en regelgeving op het gebied van privacy. Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 Diverse wetswijzigingen zijn te verwachten welke mogelijk van invloed zullen zijn op de begroting van BsGW, zoals hogere proceskostenvergoedingen dan wel lagere opbrengst vervolgingskosten. De wet treedt eerst voor de rijksbelastingen in werking per 1 januari 2027 en in een latere – nog nader te bepalen – fase voor de lokale heffingen. a. Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) Deze wijziging betekent dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijk getrokken aan de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken, mogelijk extra kosten met zich mee.
Hierbij kan worden gedacht aan : dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1.442,- p/s); kosten voor beroepsprocedures; griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen; behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere ncnp-bedrijven die zich ook op deze markt zullen richten. De verwachting is dat hiermee een nieuwe doelgroep voor ncnp-bedrijven gaat ontstaan. In de huidige begroting van BsGW zijn vanwege de (vooralsnog) moeilijk in te schatten financiële effecten geen proceskostenvergoedingen als gevolg van eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding opgenomen. b. Maatschappelijk verantwoord invorderen Grip op de invorderingspraktijk van overheden is politiek actueel, zeker na de toeslagenaffaire. Eerder is ook al door de Ombudsman vastgesteld dat veel mensen met betalingsproblemen er verder door in het nauw worden gebracht. Om mensen met schulden beter te helpen, zijn diverse wetswijzingen
9
doorgevoerd. In de praktijk betekent dit dat er een verschuiving plaats zal vinden van massale invorderingsacties naar maatwerkgerichte oplossingen. BsGW zal dus op dit vlak meer moeten samenwerken met onder andere sociale diensten en schuldhulpinstanties om mensen wegwijs te maken in de wetgeving en de mogelijkheden van kwijtschelding. Een achterliggende ambitie is ook eerder en meer contact, wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. Hier gaan de kosten, zoals de te investeren tijd in maatwerk, voor de baten uit. Bovendien zal een deel van de (financiële) voordelen niet bij BsGW belanden maar bij de gemeenten, omdat hier bijvoorbeeld schuldhulpverleningstrajecten mee worden voorkomen. In de verschillende rapporten wordt aangegeven dat de kosten die hieruit voortvloeien, zoals een tarief per berekening, uitwisseling van gegevens en realiseren van real-time koppelingen, niet zondermeer aan de schuldenaar doorberekend mogen worden. Wet stroomlijning keten derdenbeslag Met het wetsvoorstel stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt een volgende stap gezet in de betere borging van het bestaansminimum van mensen met schulden en het zoveel mogelijk voorkomen van ophoging van schulden met onnodige kosten.
Met het wetsvoorstel creëert het kabinet een wettelijke grondslag voor de verbeterde uitwisseling van gegevens tussen beslagleggende partijen bij samenloop van beslagen en verrekeningen. Daarnaast komt er een routeervoorziening voor de daadwerkelijke uitwisseling van de gegevens. BsGW voert deze taken uit namens de deelnemende gemeenten (en het Waterschap). De verwachte inwerkingtreding van deze wet is 1 januari 2026. Wet open overheid (Woo) Het doel van deze wet is om de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De Woo wordt gefaseerd ingevoerd. Dit in combinatie met de verkregen tijdelijke extra formatie communicatie en juridische zaken vanaf 2024 maakt het mogelijk dat BsGW werkende weg aan de wettelijke verplichtingen kan (blijven) voldoen. Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer De Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (WMEBV) geeft de burger en ondernemer het recht om officiële berichten langs de elektronische weg in te zenden. De overheid moet de digitale kanalen benoemen, die burgers en ondernemers kunnen gebruiken voor het indienen van aanvragen, bezwaarschriften, klachten etc. Let wel, het betreft hier een recht en geen verplichting. Burgers en ondernemers hebben in beginsel dus de keuzemogelijkheid tussen elektronische of papieren communicatie.
In beginsel, omdat mogelijk in andere wetten wordt voorgeschreven dat de elektronische weg verplicht is. De gefaseerde inwerkingtreding start per 1 juli 2024. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 leidt tot meer bouwactiviteiten zonder vergunning. Door de gelijktijdige inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is er ook minder gemeentelijk bouwtoezicht. Dit betekent dat voor de uitvoering van de Wet WOZ meer gegevens actief verzameld moeten worden. Het Samenwerkingsportaal kan hierbij van pas komen. Wet toekomst pensioenen In de 'Wet toekomst pensioenen' zijn de afspraken vastgelegd die werkgevers, werknemers en het kabinet in 2019 met elkaar hebben gemaakt in het Pensioenakkoord. Het uitgangspunt van de nieuwe
10
wet blijft dat pensioenen gezamenlijk worden opgebouwd en dat financiële risico's met elkaar gedeeld worden. Na de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer ingestemd met de Wet toekomst pensioenen. De wet gaat daarmee op 1 juli 2024 in. Op die datum start een overgangsfase, die loopt tot uiterlijk 1 januari 2028, waarbij eerst werkgevers en werknemers met elkaar afspraken gaan maken over het aanpassen van hun pensioenregeling. Aansluitend nemen pensioenuitvoerders deze afspraken ter hand. Het doel hierbij is dat: de premie voorspelbaarder wordt; het pensioen mee gaat bewegen met de beurzen; het pensioen transparanter wordt; het pensioen persoonlijker wordt. ABP, het pensioenfonds waar BsGW bij is aangesloten, streeft als ingangsdatum 1-1-2027 na. Vooralsnog heeft de Wet toekomst pensioenen geen financiële gevolgen voor de begroting 2025.
11
Bijlage 4. Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) Na de oprichting in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit tot het huidige samenwerkingsverband, waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Hiertoe heeft BsGW een separaat ontwikkeltraject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP). Het OOP kan (in financieel opzicht) in drie fase worden onderverdeeld: Fase 1 2018 tot 2021 Projectfase Fase 2 2021 tot 2028 Terugbetalen projectkosten Fase 3 vanaf 2028 Structureel voordeel deelnemers Projectfase Tijdens de Projectfase is het OOP zowel inhoudelijk als financieel verantwoord via de P&C-cyclus en getoetst door de accountant. Terugbetalen projectkosten De financieringswijze van het OOP is op 14 december 2017 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Er is destijds een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. De balans laat een opgenomen geldlening van € 2 miljoen zien. Deze lening is voor 7 jaar aangetrokken en wordt vanaf 2021 in zeven termijnen lineair afgelost. De aflossing ligt op koers. Structureel voordeel deelnemers Het OOP moet -conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017- met ingang van 2028 leiden tot een structurele reductie van de netto-kosten van € 1,3 miljoen.