Agendabundel
Tekst van het document
Teneinde deze veranderingen te kunnen faciliteren, wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgezet en stapsgewijs ontwikkeld. Het DSO dient per 2024 volledig operationeel te zijn. BsGW raadpleegt momenteel andere bronnen zoals bijvoorbeeld luchtfotovergelijking. BsGW voorziet dan ook dat de verwerking van de vergunningsvrije bouwmutaties arbeidsintensiever is dan de huidige werkwijze,
zeker
in
de
overgangsperiode.
In
het
kader
van
het
project
waarderen
op
gebruiksoppervlakte heeft er een nul-meting/mutatiedetectie plaatsgevonden waardoor deze mutaties in beeld worden gebracht. Voor de toekomst zullen hierover afspraken gemaakt dienen te worden. Een en ander ligt in lijn met de beheerfase van het project waarderen op gebruiksoppervlakte én in het verlengde van de uniforme objectenregistratie. Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW Schaalvergroting op het gebied van belastingheffing en invordering heeft zowel financieel als qua kwaliteit van de dienstverlening een heel direct effect. Waterschap Limburg en 29 Limburgse gemeenten zijn onderdeel van de samenwerking. Slechts twee gemeenten in het werkgebied van BsGW zijn geen deelnemer. Eventuele groei heeft dan ook geen groot toekomstig (financieel) effect voor de zittende deelnemers.
pagina 24 van 33
Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen,
terreindelen,
aangevuld
met
enkele
(administratieve)
objecten
als
woonplaatsen,
gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden. Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouw- en sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Gevolgen samenhangende objectregistratie voor gemeenten, gemeentehuizen en BsGW De ontwikkeling naar een samenhangende objectregistratie heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken.
Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal – naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden. In juni 2020 heeft het dagelijks bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau
met
betrekking
tot de
vraag
waar
en
hoe
de
samenhangende
objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden danwel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen onderzoekt of het huidige belastingstelsel van de waterschappen op de middellange termijn houdbaar is. Tevens wordt de toekomst van kwijtschelding daarbij onderzocht. Landelijk is de trend zichtbaar dat het aantal huishoudens dat kwijtschelding aanvraagt en krijgt toegekend toeneemt. Dit leidt tot een steeds grotere last bij een beperkt aantal belastingplichtigen. In mei 2018 is het definitieve rapport van de commissie opgeleverd, met voorstellen tot wijziging van de waterschapsbelastingen. Een nieuw belastingstelsel voor de waterschappen gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt’. Op basis van de bevindingen van de commissie heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de
pagina 25 van 33
waterschappen. Dit voorstel is op basis van de inbreng van de waterschappen in oktober 2018 nog een keer aangepast, echter in december 2018 bleken de waterschappen niet gelijk te denken over de urgentie van de aanpassingen en de manier waarop het belastingstelsel zou moeten worden aangepast. In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 13 december 2019 is besloten dat het traject om tot een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen te komen een vervolg krijgt. Het vervolgtraject vindt plaats onder aansturing van een bestuurlijke stuurgroep van de 21 waterschappen. Op 6 oktober 2020 heeft de stuurgroep zijn definitieve voorstellen vastgesteld. De voorstellen zijn nu in beraad bij de waterschapsbesturen en in de Ledenvergadering van de Unie van 11 december a.s. zullen de waterschappen erover besluiten. Daarna zal de Unie de minister van Infrastructuur en Waterstaat vragen om het wetgevingstraject te starten. Het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat er een nieuw stelsel is op basis waarvan de waterschappen en hun belastingorganisaties belasting kunnen heffen. Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde De aanleiding voor een nader onderzoek vormde de vraag welke invloed de waarde van zonnepanelen en andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen heeft op de waardebepaling van een object in het kader van de wet WOZ.
Volgens de Waarderingskamer is het niet mogelijk om zonnepanelen buiten de WOZ-waarde te laten, echter kunnen gemeenten wel zonnepanelen vrijstellen van de onroerendezaakbelasting. BsGW heeft de deelnemers in het najaar 2018 laten weten dat we de zonnepanelen niet in beeld hebben. Zonnepanelen of andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen worden niet apart als onderdeel geregistreerd. Op 4 april 2019 antwoordde de Staatssecretaris van Financiën dat de Gemeentewet op het beleidsterrein ligt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het daarom niet aan hem is om een dergelijk voorstel te ontwikkelen. Daarom heeft hij het verzoek van de Tweede Kamer om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de grondslag van de OZB
gehouden
worden,
overgedragen
aan
het
Ministerie
van
Binnenslandse
Zaken
en
Koninkrijksrelaties. Het Ministerie van BZK gaat samen met de VNG in kaart brengen wat de gevolgen van het buiten de OZB laten van zonnepanelen zijn voor de WOZ-administratie van gemeenten en voor de inwoners. (AB 27-6-2019) Met het oog op een eventuele toekomstige landelijke regeling, in combinatie met de ingewikkelde uitvoering van een vrijstelling voor zonnepanelen, adviseert de VNG om niet op korte termijn tot de vrijstelling over te gaan. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen. Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Concrete ideeën hierin zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achter wege te laten en het afkoppelen van regenwaterafvoer op het riool.
pagina 26 van 33
Indien deelnemers verordeningen hierop willen aanpassen, is het raadzaam om al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het – in samenwerking met BsGW - in kaart brengen van de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Het hiervoor genoemde standaardisatietraject mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met
betrekking
tot
maatregelen
die
de
duurzaamheid
bevorderen.
Er
heerst
nog
te
veel
onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen. Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan. Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere ozb-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie.
Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is. Minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Archiefwet Archiveren
van
overheidsinformatie
is
niet
vrijblijvend.
De
Archiefwet
verplicht
elke
overheidsorganisatie om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden, en te vernietigen wanneer de bewaartermijn is verlopen. Waarom? Omdat de informatie van belang is bij:
pagina 27 van 33
de uitvoering van onze taken, het afleggen van verantwoording, bewijsvoering/rechtszekerheid t.a.v. burgers en bedrijven, behoud van historisch erfgoed. Een goede, geordende en toegankelijke staat van de archiefbescheiden stelt de organisatie in staat altijd open en transparant te zijn over haar besluitvorming. De Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling bevatten kaders waarin deze verplichting nader is uitgewerkt. In 2020 heeft provincie Limburg vanuit haar rol als toezichthouder een onafhankelijke archiefinspectie uitgevoerd. In het advies van het provinciaal toezicht zijn vijf verbeterpunten benoemd, te weten: •
Een werkend kwaliteitssysteem voor het beheer van archiefbescheiden;
•
Een geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden;
•
Een tijdige vernietiging en overbrenging;
•
Een adequate beheer- en bewaaromgeving;
•
Een adequate horizontale verantwoording.
Op dit moment heeft BsGW een aantal actiepunten gericht op optimaal invulling geven aan de Archiefwet. Daarnaast neemt de digitalisering een toevlucht en stellen ook andere (externe) wetten eisen aan ons informatiebeheer. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bevindingen uit deze inspectie worden opgepakt en waar mogelijk hieruit voortvloeiende kosten zullen worden meegenomen in de ICT-aanbesteding.
pagina 28 van 33
6. Investeringen
MIP 2020 (2021-2025) BsGW
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Totaal
(bedragen x 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
2022-2026
Innovatie en Procesoptimalisatie
300
300
300
300
300
1.500
Totaal BsGW
300
300
300
300
300
1.500
Voor het jaar 2022 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2022-2026 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2022.
pagina 29 van 33
7. Financieel meerjarenperspectief
7.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Wat is de toegevoegde waarde van BsGW en wat het heeft opgebracht? In deze paragraaf wordt dit toegelicht vanuit twee invalshoeken: de ontwikkeling van zowel de nettokosten van de organisatie BsGW als de bijdragen aan BsGW van de deelnemers. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten. Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting
Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie
2012 179
1.171
Schaalvoordeel toetreders 2012
2013 204
2014 282
2015 300
66
Totaal
2016 300
2017 300
2018
10
9
28
2019
2020
2021
1.284
229
229
Schaalvoordeel toetreders 2013
888
Schaalvoordeel toetreders 2014
597 2.665
Schaalvoordeel toetreders 2015
1.485 75
2.739
1.182
1.182
Schaalvoordeel toetreders 2021 Totale kostenreductie
reductie 1.565
1.171
474
1.092
3.543
1.557
310
309
28
0
0
40
40
40
8.523
De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt op hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd.
pagina 30 van 33
In de volgende tabel samengevat: Financieel voordeel BsGW Bedragen * € 1.000,-
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Totale bijdrage deelnemers 7.246 8.302 Nulmeting geindexeerd met 1,5% inflatiecorrectie 9.642 10.451 Besparing nettokosten a.g.v. samenwerking 2.396 2.149
11.553
15.840
18.467
18.457
20.067
17.487
17.466
17.527 5.974
27.831 11.991
33.816 15.349
34.323 15.866
34.838 14.771
35.361 17.874
35.891 18.425
C umulatief financieel voordeel deelnemers 2.396
10.519
22.510
37.859
53.725
68.496
86.370
104.795
4.545
In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: -
bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen)
-
bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject
-
aanvulling weerstandsvermogen
Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2019 op tot ruim € 104 miljoen. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW voert, naast de reguliere bedrijfsvoering, momenteel een separaat traject uit, zijnde het ondernemings- en ontwikkelingsplan BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen in het laatste jaar geconsolideerd. Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers vraagt om een herijking van de organisatie. Herijking binnen BsGW zal fundamenteel ingrijpen in de huidige structuur en werkwijze.
Tegelijkertijd is actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is in eerste instantie een investerings- en ontwikkelbudget benodigd van € 4 miljoen. De dekking voor deze investering kan worden gevonden in de op termijn te realiseren structurele reductie van de netto-kosten. Zoals uit het ondernemingsplan blijkt, committeert BsGW zich aan een taakstellende formatiereductie van 20 fte. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geeffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers.
pagina 31 van 33
Het ondernemingsplan raakt de meerjarenbegroting 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze kadernota 2022.
7.2 (Financiële) effecten kadernota 2022 De basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20212025, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,846 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: •
Loonindexering € 403 duizend;
•
Indexering goederen en diensten € 150 duizend;
•
Proceskostenvergoeding € 960 duizend;
•
Regieportaal € 333 duizend.
In de volgende tabel worden de ontwikkelingen en kostenreducties voor 2022 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd.
Ontwikkelingen begroting 2022
Effect op netto kosten 2022 t.o.v. begroting 2021
Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen en inflatie
+ € 553.000,-
- Proceskosten
+ € 960.000,-
- Stimuleringsregeling
kostenneutraal
- Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase regieportaal
+ € 333.000,-
- Visie op Dienstverlening
geen
- Informatievoorziening en ICT
onbekend
- Standaardisatie
onbekend
Mogelijke ontwikkelingen - Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente
- € 800.000,-
- Fiscale vereenvoudingswet
vooralsnog niet
- Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking nieuwe deelnemers - Uniforme (samenhangende) objectenregistratie (SOR - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel
+ € 250.000,- + 1 fte min. vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend
- Waardering zonnepanelen voor de WOZ waarde
vooralsnog niet
- Vergroening belastingen
vooralsnog niet
- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB
vooralsnog niet
- Archiefwet
onbekend
pagina 32 van 33
Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode Verdeelsleutels per deelnemer
aantal aanslagregels
aantal WOZobjecten
aantal biljetten
aantal klantcontacten
aantal aanslagregels parkeerbelasting
aandeel in de productkosten
aandeel in de productkosten (GDI)
Gemeente Beek
31.000
8.250
15.000
3.442
0
1,09%
0,55%
Gemeente Beekdaelen
70.717
17.887
36.552
7.617
0
2,38%
1,21%
Gemeente Beesel
26.851
7.628
8.311
2.833
0
0,98%
0,50%
Gemeente Bergen
24.650
6.500
9.100
2.800
0
0,87%
0,44%
Gemeente Brunssum
65.100
16.350
18.800
6.073
0
2,15%
1,09%
Gemeente Echt-Susteren
66.115
17.500
14.000
6.698
0
2,30%
1,17%
Gemeente Eijsden-Margraten
108.165
13.247
50.278
5.217
0
2,08%
1,06%
Gemeente Gennep
45.426
8.507
14.826
3.595
0
1,21%
0,62%
Gemeente Gulpen-Wittem
25.204
7.741
7.475
3.012
0
0,99%
0,50%
Gemeente Heerlen
209.000
54.700
59.500
18.515
6.100
7,51%
3,81%
Gemeente Kerkrade
147.101
28.106
50.707
8.481
716
3,86%
1,96%
Gemeente Landgraaf
80.300
19.750
23.700
7.918
0
2,64%
1,34%
Gemeente Leudal
50.500
18.000
17.000
7.634
0
2,28%
1,16%
Gemeente Maasgouw
50.000
12.500
14.900
5.054
0
1,67%
0,85%
Gemeente Maastricht
276.000
69.600
69.750
25.316
0
9,15%
4,64%
Gemeente Meerssen
76.686
9.572
10.477
4.190
900
1,61%
0,82%
Gemeente Mook en Middelaar
16.184
4.221
11.319
1.633
0
0,55%
0,28%
Gemeente Nederweert
31.350
8.200
14.100
3.400
0
1,08%
0,55%
Gemeente Peel en Maas
59.200
22.100
21.900
8.983
0
2,77%
1,40%
Gemeente Roerdalen
38.500
11.000
13.000
4.493
0
1,43%
0,73%
Gemeente Roermond
100.500
30.000
36.500
11.575
4.000
4,14%
2,10%
Gemeente Simpelveld
22.550
5.700
6.600
2.270
0
0,76%
0,38%
Gemeente Sittard-Geleen
212.000
51.900
70.500
19.554
4.325
7,19%
3,65%
Gemeente Stein
71.500
12.900
12.500
5.330
0
1,86%
0,95%
Gemeente Vaals
33.100
6.300
15.600
2.050
0
0,86%
0,43%
Gemeente Valkenburg
26.735
9.846
8.665
3.465
0
1,21%
0,61%
Gemeente Venlo
165.000
56.000
53.000
51.500
17.000
9,83%
4,99%
Gemeente Voerendaal
25.300
6.250
7.300
2.634
0
0,84%
0,43%
Gemeente Weert
74.181
25.079
25.902
10.106
4.235
3,49%
1,77%
Waterschap Limburg
1.800.000
0
594.000
198.500
0
21,23%
60,00%
Totaal verdeelsleutels BsGW
4.028.915
565.334
1.311.262
443.887
37.276
100%
100%
pagina 33 van 33
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp-meerjarenbegroting 2022-2026
Versie 1.7
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 2 van 66
Inhoudsopgave 1. Samenvatting .................................................................................................... 5 2. Inleiding ........................................................................................................... 7 2.1 Algemeen .................................................................................................................. 7 2.2 Indeling van de begroting ............................................................................................ 7 2.3 Leeswijzer.................................................................................................................. 7
3. Beleidsbegroting ................................................................................................ 8 3.1 Uitgangspunten .......................................................................................................... 8 3.2 Rekenuitgangspunten .................................................................................................. 9 3.3 Formatieplan .............................................................................................................10 3.4 Ontwikkelingen ..........................................................................................................12 3.4.1 Zekere ontwikkelingen .............................................................................................12 Loonontwikkeling ....................................................................................................... 12 Indexering goederen en diensten ................................................................................. 12 Proceskosten ............................................................................................................. 12 Stimuleringsregeling .................................................................................................. 14 Waarderen op gebruiksoppervlakte: project ..................................................................
14 Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase ............................................................ 14 Visie op dienstverlening .............................................................................................. 15 Informatievoorziening en ICT ...................................................................................... 15 Harmonisatie............................................................................................................. 17 3.4.2 Mogelijke ontwikkelingen .........................................................................................18 Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 ............................................................................... 18 Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister19 Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente .............................................. 20 Verruiming gemeentelijk belastinggebied ...................................................................... 20 Omgevingswet .......................................................................................................... 21 Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW ............................................................... 21 Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) ......................................................
21 Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel ................................. 22 Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde ............................................................ 22 Vergroening belastingen ............................................................................................. 23 Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB ............................................... 23 Archiefwet ................................................................................................................ 24 3.5 Producten .................................................................................................................25 3.5.1 Product Heffen .................................................................................................. 25 3.5.2 Product Waarderen ............................................................................................ 26 3.5.3 Product Innen ................................................................................................... 26 3.5.4 Product Klantzaken ............................................................................................ 27 3.5.5 Product Ondersteuning & Ontwikkeling .................................................................
27 3.5.6 Sub-product Parkeerbelasting (‘exoot’) ................................................................ 28 3.5.7 Sub-product Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) ............................................. 28 3.6 Paragrafen ................................................................................................................30 3.6.1 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ............................................................ 30 3.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................. 33 3.6.3 Financiering ...................................................................................................... 33 3.6.4 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 35 3.6.5 Verbonden partijen ............................................................................................ 36
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 3 van 66
4. Financiële begroting ..........................................................................................37 4.1 Overzicht baten en lasten ...........................................................................................37 4.2 Toelichting op de baten en lasten .................................................................................38 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie ..........................................................................41 4.3.1 Investeringen ................................................................................................... 41 4.3.2 Financiering ...................................................................................................... 41 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening............................................................. 41 4.4 Meerjarenraming 2022-2026 .......................................................................................42
Bijlagen ...............................................................................................................46 Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma : MIP 2022-2026 ..............................................47 Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2022 en MJR 2022-2026 ......................................48 Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk ........49 Bijlage 4: Staat van vaste schulden ...................................................................................50 Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................51 Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage ........................................................53 Bijlage 7: Staat van personeelslasten ................................................................................54 Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek ...........................................................55 Bijlage 9: Risicoanalyse ....................................................................................................59 Bijlage 10: Bijdrage Waterschap Limburg volgens BBP-opzet ................................................64 Bijlage 11: Berekend EMU-saldo ........................................................................................65 Bijlage 12:
Geprognosticeerde balans 2021-2025 ................................................................66
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 4 van 66
1. Samenvatting Voor u ligt de twaalfde meerjarenbegroting van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Hierin zijn de financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. De door het Algemeen Bestuur van BsGW op 18 december 2020 vastgestelde kadernota 2022 dient als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt hierbij is een sluitende begroting en meerjarenraming. Naast een sluitende begroting is één van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW een sobere en doelmatige begroting en meerjarenraming. BsGW heeft zich gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van ruim 12% in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Echter om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen, zijn de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt.
In voorliggende begroting 2022 zijn derhalve de loonindexering en indexering goederen en diensten opgenomen. Gezien de toename van het aantal WOZ-bezwaren (ook landelijk) en met name het feit dat burgers en bedrijven in toenemende mate bezwaar maken via een WOZ-bureau, is rekening gehouden met een hogere proceskostenvergoeding voor 2022 (en latere jaren). Ten aanzien van ICT maakt BsGW deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact heeft op de bedrijfsvoering en kostenontwikkeling van BsGW. Bovendien gaat BsGW een aanbesteding van haar belastingpakket tegemoet, waarbij het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur als het huidige belastingpakket noodzakelijk is. Tot slot is BsGW gevraagd de regie te nemen namens de deelnemers voor de beheerfase waarderen op gebruikersoppervlakte. De vaste, structurele lasten hiervan, bestaande uit de aanschaf van een regieportaal voor en namens de gehele keten, worden niet separaat afgerekend met de deelnemers maar zijn opgenomen in de begroting 2022 (en verdere jaren).
Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,721 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: • Loonindexering € 298 duizend; • Indexering goederen en diensten € 130 duizend; • Proceskostenvergoeding € 960 duizend; • Regieportaal € 333 duizend. Op de gebruikelijke wijze zijn de netto-kosten vervolgens via de kostenverdeelmethode toegerekend aan de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Het berekende weerstandsvermogen komt hiermee op € 1,33 miljoen en behoeft daarmee aanvulling van € 140 duizend.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 5 van 66
Prognose Bedragen x € 1.000
2020
Lasten
Begroting 2021 initeel 103,3%
Begroting 2021 incl. M&M
Meerjarenperspectief
Begroting 2022
2023
2024
2025
2026
103%
Personeelskosten
12.129
13.078
13.138
13.427
13.723
14.024
14.333
14.648
Huisvestingkosten
734
773
778
793
809
825
842
858
Afschrijvingkosten
336
261
261
261
261
261
261
261
ICT-kosten
3.308
2.820
2.837
3.227
3.291
3.357
3.424
3.493
Overige operationele kosten
5.048
3.644
3.649
4.641
4.734
4.829
4.926
5.024
540
433
435
444
453
462
471
480
0
302
302
323
328
332
337
342
Algemene kosten
540
735
737
768
781
795
809
823
Bank- en rentekosten
202
294
295
300
306
312
317
323
0
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.605
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
algemene kosten onvoorzien
Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten taakstellende kostenreductie
0
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.605
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
Renteopbrengsten
0
13
13
13
13
13
13
13
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
1.337
2.137
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
1.337
2.149
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Totaal lasten Baten
0 Netto kosten
20.961
19.455
19.520
21.242
21.729
22.227
22.736
23.255
0
0
0
0
0
0
0
0
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021 initeel
2021 incl. M&M
2022
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
Bijdragen
Aanvulling weerstandsvermogen
Totale bijdrage 2022 incl. aanvulling weerstandsvermogen
Gemeente Beek
197
202
209
234
2
236
Gemeente Beekdaelen
432
444
457
513
3
516
Gemeente Beesel
176
181
189
212
1
213
Gemeente Bergen
157
161
166
186
1
188
Gemeente Brunssum
387
398
414
464
3
467
Gemeente Echt-Susteren
397
425
442
495
3
498
Gemeente Eijsden-Margraten
378
390
399
441
3
444
Gemeente Gennep
220
227
233
259
2
261
Gemeente Gulpen-Wittem
178
183
191
214
1
216
Gemeente Heerlen
1.345
1.380
1.442
1.609
11
1.620
Gemeente Kerkrade
689
709
742
829
5
834
Gemeente Landgraaf
477
490
507
568
4
572
Gemeente Leudal
413
424
439
494
3
497
Gemeente Maasgouw
302
310
321
359
2
361
Gemeente Maastricht
1.642
1.686
1.758
1.970
13
1.983
Gemeente Meerssen
296
303
310
339
2
341
105
118
1
119
Gemeente Mook en Middelaar
0
Gemeente Nederweert
196
202
208
233
2
235
Gemeente Peel en Maas
498
512
531
599
4
603
Gemeente Roerdalen
259
266
276
309
2
311
Gemeente Roermond
747
766
795
887
6
893
Gemeente Simpelveld
137
140
146
163
1
164
1.296
1.331
1.381
1.540
10
1.550
Gemeente Stein
325
347
358
397
3
400
Gemeente Vaals
153
158
165
184
1
185
Gemeente Valkenburg a/d Geul
216
221
232
262
2
264
1.892
1.939
1.889
2.054
14
2.068
Gemeente Voerendaal
153
157
162
181
1
182
Gemeente Weert
631
647
671
747
5
752
4.702
4.856
4.383
4.381
29
4.410
Totaal bijdragen
18.889
19.455
19.520
21.242
140
21.382
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
-2.073
0
0
0
Gemeente Sittard-Geleen
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg
In bovenstaande tabel zijn de prognosecijfers 2020 opgenomen en nog niet de gerealiseerde en gecontroleerde cijfers. In de definitieve meerjarenbegroting 2022-2026 worden uiteraard de gecontroleerde cijfers opgenomen.
Voor een nadere toelichting en ontwikkelingen verwijzen we u naar hoofdstuk 3 en 4.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 6 van 66
2. Inleiding 2.1 Algemeen Voor u ligt de (ontwerp-)meerjarenbegroting 2022-2026 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Deze is volledig opgesteld binnen de kaders van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kadernota 2022. Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) is 1 april 2011 opgericht als samenwerkingsverband op belastinggebied voor gemeenten en waterschappen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. BsGW is een openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Per 1 januari 2021 zijn Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook & Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert deelnemers in BsGW. De begroting 2022 is gebaseerd op bovenstaande 29 deelnemers. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de deelnemende gemeenten de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis)gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ, dit alles op basis van bedrijfseconomische principes.
2.2 Indeling van de begroting Aangezien BsGW een samenwerking is voor zowel gemeenten als een waterschap, volgt uit de wetgeving dat verslaggeving dient plaats te vinden conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is dan ook ingedeeld volgens het BBV en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiele begroting. In de beleidsbegroting worden het productplan en de paragrafen weergegeven. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit het programma lasten heffing en invordering belastingen. (Bron: Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording blz. 19)
2.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat de samenvatting. Hoofdstuk 3 bevat de beleidsbegroting met de (reken)uitgangspunten en de ontwikkelingen, waarmee daar waar mogelijk rekening is gehouden in de (financiële) begroting. Deze paragraaf bevat daarnaast de vaste rubrieken waarin de (kostprijs van de) producten van BsGW worden beschreven, naast een toelichting op het (benodigde) weerstandsvermogen en de financiering. De financiële begroting wordt tot slot in hoofdstuk 4 nader toegelicht.
Het Dagelijks Bestuur BsGW
Roermond, 11-02-2021.
dhr. N.M.J.G. Lebens, directeur
mevr. M.H.E. Pelzer, voorzitter
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 7 van 66
3. Beleidsbegroting 3.1 Uitgangspunten De begroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2026 van BsGW is opgesteld binnen de kaders van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kadernota 2022. Onderstaand zijn de nadere uitgangspunten benoemd: 1. Een minimale, maar wel realistisch onderbouwde begroting waarmee BsGW invulling geeft aan de doelstelling om de bijdragen van de deelnemers zo laag mogelijk te houden. 2. Financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten worden in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. Voor zover deze mogelijke ontwikkelingen niet zijn in te schatten, worden deze pas in de (gewijzigde) begroting opgenomen zodra de desbetreffende ontwikkeling is geformaliseerd en de financiële consequenties kunnen worden vastgesteld. 3. De kaders voor de begroting van BsGW worden meer dan een jaar voor het eigenlijke begrotingsjaar opgesteld en aangeboden aan het bestuur. In deze periode kunnen zich afwijkingen voordoen van de in de kadernota en begroting opgenomen rekenuitgangspunten, dan wel onvoorziene ontwikkelingen die onafwendbaar dan wel onuitstelbaar zijn.
Om eventuele, niet voorziene ontwikkelingen op te kunnen vangen, en zo tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk te voorkomen, is de post onvoorzien opgevoerd in de begroting van BsGW. 4. Als basis voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW dient de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025. 5. De indexering voor loonontwikkeling en de indexering goederen en diensten is gebaseerd op de meest actuele, (meerjaren)gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB), respectievelijk de loonvoet sector overheid en de Consumenten Prijsindex (CPI). De in de kadernota opgenomen indexering benadert daarmee zo veel als mogelijk de realiteit. 6. Een jaarlijkse risicoanalyse maakt onderdeel uit van de begroting, waarbij wordt getoetst of het weerstandsvermogen toereikend is om de geïdentificeerde risico’s te kunnen afdekken. 7. Het Ondernemings- en ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020 en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14-12-2017. De uitvoering van het OOP is een separaat traject en behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het OOP raakt de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze begroting.
De taakstellende formatiereductie die BsGW zich heeft gesteld in het OOP zal vanaf 2028 tot uiting komen in lagere bijdragen voor de deelnemers. 8. BsGW is namens de gemeenten gevraagd om de regie van de beheerfase waarderen op gebruiksoppervlakte te voeren. De kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn in de begroting opgenomen en zullen op de gebruikelijke wijze via de kostenverdeelmethode worden doorbelast aan de deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 8 van 66
9. De gewijzigde kostenverdeelmethodiek wordt gehanteerd zoals die is vastgesteld in het AB van 25 juni 2020, waarbij de WOZ-proceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld en de beheerkosten GDI worden verdeeld conform de verdeelsleutel 40% gemeenten en 60% Waterschap. 10. Vooruitlopend op de besluitvorming op de toetreding van de gemeente Mook & Middelaar zijn de financiële effecten hiervan doorvertaald in de begroting. 3.2 Rekenuitgangspunten In de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026 wordt gerekend met de volgende rekenuitgangspunten: Rekenuitgangspunten
2022
2023
2024
2025
2026
A
indexering salariskosten
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
B
indexering goederen en diensten
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
C
indexering opbrengsten
0%
0%
0%
0%
0%
D
rente kredieten / leningen lang
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
E
reserves en voorzieningen
F
afschrijvingstermijn
G
jaarlijkse actualisering
automatisering
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
inventaris
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
immateriele activa
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
onvoorzien
a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. b) Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering die ICT-leveranciers hanteren. c)
Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd.
d) Rente kredieten/leningen lang Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2022-2026 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. e) Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 9 van 66
Voor voorzieningen geldt een jaarlijkse actualisering van doel en benodigde omvang. f)
Afschrijvingstermijn Voor activa die gedurende het lopende jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop.
g) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. 3.3 Formatieplan Onderstaande tabel toont het formatieplan van BsGW 2011 – 2026: Formatie in historisch perspectief
2011
2012
Startformatie BsGW
77,0
77,0
Integratie WOZ-waardebepaling Venlo
85,6
2017 2018-2020 2021-2026
19,1 2,5
Inbesteding taken
16,0 77,0
85,6
123,3
123,3
77,0
85,6
123,3
146,3
146,3
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,1
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,3
Toetreders 2014, 1 biljet
23,0
Toetreders 2015 Formatie BsGW
2016
85,6
Parkeerbelasting
Formatie BsGW
2015
3,5 77,0
Toetreders 2013
Formatie BsGW
2014
5,1
Toetreders 2012 Formatie BsGW
2013
13,8
Parkeerbelasting Formatie BsGW
0,2 160,3
Uitbreiding dienstverlening
0,5
Toetreding Mook & Middelaar Formatie BsGW
160,3 1,0
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,3
160,3
161,8
Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP)
-20,0
Totaal
141,8
In deze begroting wordt geen rekening gehouden met eventuele toekomstige nieuwe toetreders dan wel nieuwe belastingen of (belasting gerelateerde) producten. Het formatieplan bedraagt 161,8 fte vanaf 2021. Dit is een toename van 1,5 fte ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de extra dienstverlening 0,5 fte (initiële begroting 2021) en 1 fte als gevolg van de toetreding van de gemeente Mook en Middelaar. Verder committeert BsGW zich conform het OOP aan een taakstellende kostenreductie van € 1,3 miljoen, vooralsnog weergegeven in bovenstaande tabel als een formatiereductie van 20 fte. Deze taakstelling wordt uiterlijk 7 jaar na start van de beschreven doorontwikkeling gerealiseerd (AB 14-122017). Het formatieplan zal hiermee uiterlijk 31-12-2024 uitkomen op 141,8 fte. De formatieve gevolgen, minder menskracht en maatwerk, zijn onderdeel van het eindresultaat dat middels het Ondernemingsplan is gesteld. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW heeft, naast de reguliere bedrijfsvoering, een separaat traject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP) BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in BsGW gestabiliseerd.
Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Herijking binnen BsGW heeft fundamenteel ingegrepen in de huidige structuur en werkwijze. Tegelijkertijd was actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. De dekking voor deze investering wordt gevonden in de op termijn te realiseren structurele formatiereductie en daar-
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 10 van 66
mee lagere netto-kosten. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Naar de huidige inzichten zal eind 2024 de formatiereductie 100% geëffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Hierbij wordt uitgegaan van het meest voorzichtige scenario (AB 14-12-2017). Een deel van de ontwikkelingen op het gebied van automatisering, digitalisering en efficiencyverbetering heeft voor het jaar 2020 vertraging opgelopen als gevolg van extra werkzaamheden en het aanpassen van werkwijzen in verband met het coronavirus. Het in stand houden van een adequate bedrijfsvoering binnen BsGW speelt hierbij ook een belangrijke rol. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers. Bovenstaande toelichting is in onderstaande tabel in financiële zin weergegeven: Investerings/ontwikkelbudget niet geindexeerd (* € 1.000,-)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Na 7 jaar 100% geeffectueerd
2.000
1.000
1.000
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
C umulatief voordeel
2.000
3.000
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
2.700
1.400
100
-1.200
-2.500
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 11 van 66
3.4 Ontwikkelingen Er doen zich de komende jaren ontwikkelingen voor die invloed hebben op de bedrijfsvoering van BsGW. Voor het opstellen van de begroting is het van belang om onderscheid te maken tussen de volgende twee categorieën toekomstige ontwikkelingen: o
Zekere ontwikkelingen Deze ontwikkelingen zijn zeker en/of geformaliseerd via een bestuursbesluit. De financiële consequenties worden verwerkt in de begroting 2022 en de meerjarenraming 20222026. In tegenstelling tot vorige jaren worden ook de financiële effecten die nog een mate van onzekerheid hebben, zoveel mogelijk gekwantificeerd en opgenomen in de (meerjaren)begroting. Dit om tussentijdse begrotingswijzigingen te voorkomen (Proces tussentijdse begrotingswijzigingen; DB BsGW 28-02-2019, agendapunt 5b).
o
Mogelijke ontwikkelingen Op het moment van opstellen van deze begroting zijn deze ontwikkelingen nog niet geformaliseerd door een bestuursbesluit of de uitkomsten nog onzeker. Deze ontwikkelingen zullen alleen daar waar dit op redelijkheid kan worden ingeschat, worden meegenomen in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Daar waar deze niet op redelijkheid zijn in te schatten zullen deze pas, wanneer deze zijn geformaliseerd en de (financiële) consequenties zijn vastgesteld, worden opgenomen in de begroting (middels een begrotingswijziging).
3.4.1 Zekere ontwikkelingen De financiële consequenties, ook waarvan die nog een mate van onzekerheid hebben, van de volgende ontwikkelingen worden verwerkt in de begroting 2022: Loonontwikkeling Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering van ICT-leveranciers.
Proceskosten Door ontwikkelingen in de wetgeving betreffende de tegemoetkoming in de proceskosten – door het afschaffen van een zogenaamde Fierensdrempel die stelde dat bij minimale waardeverschillen de waarde gehandhaafd diende te blijven – is het sinds 2014 rendabel geworden voor zogenaamde WOZbureaus om namens burgers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bureaus de tegemoetkoming proceskosten kunnen opstrijken. Dit heeft landelijk geresulteerd in een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen hoogte van de kostenvergoeding en restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen genoemde bedrijven een onevenredig beslag op tijd van de samenwerkingen, zo ook voor BsGW. Vanaf 2014 ziet ook BsGW zich geconfronteerd met een toename van de WOZ-proceskostenvergoeding. Zie onderstaande tabel:
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 12 van 66
Ontwikkeling proceskosten BsGW (begroting) Bedragen * € 1.000,2020 2.000
Proceskosten BsGW
2021 2.040
2022 2.081
2020 2021 2.700-3.000
2022
Ontwikkeling proceskosten BsGW (realisatie/prognose) Bedragen * € 1.000,Proceskosten BsGW
2014 595
2015 621
2016 1.167
2017 1.332
2018 1.700
2019 1.500
Hoewel in 2019 een lichte daling te zien was in zowel de ingediende bezwaren als de uitbetaalde proceskostenvergoeding, zien we juist in 2020 een forse stijging. Het aantal ingediende bezwaren steeg met bijna 50% en de bezwaren via een gemachtigde stegen met ruim 75%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met ruim 20% ten opzichte van 2019. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een NCNP-bureau of andere gemachtigden. De proceskostenvergoeding in de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025 is ingeschat op € 2,08 miljoen. Gezien bovenstaande ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding elk jaar worden verhoogd, wordt in de begroting 2022 rekening gehouden met € 3 miljoen aan proceskostenvergoeding. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op basis van voornoemde ontwikkelingen een onderzoek ingesteld naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kostenvergoedingen met als doel scherp te krijgen in hoeverre de no cure, no pay bureaus juridische procedures bij WOZ-beschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen.
Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd. De waardebepaling als zodanig wordt als kern van het probleem bestempeld. De onderzoekers zijn van mening dat de no cure, no pay bureaus met hun handelwijze willen ‘profiteren’ van de vigerende wet- en regelgeving. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd. Daarnaast ligt er ten tijde van dit schrijven een ontwerpbesluit ten aanzien van een wijziging in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Deze verhoging geldt echter niet bij bezwaren en administratieve beroepen (kwijtschelding). Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40%. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger. De wijzigingen leiden (verhoging van de forfaitaire vergoeding) of kúnnen leiden (expliciete bevoegdheid van de bestuursrechter tot toekenning van een boven forfaitaire vergoeding bij kennelijk onredelijk handelen van het bestuursorgaan) tot hogere proceskostenvergoedingen.
Vooralsnog worden geen extra kosten voorzien en wordt derhalve hiermee geen rekening gehouden in de begroting. Op basis van wijzigingen in wet- en regelgeving en recente jurisprudentie vindt steeds een kritische beschouwing plaats van het huidige beleidskader en interne werkinstructies, en worden indien noodzakelijk of wenselijk processen aangepast. Elk kwartaal, bij de bestuursrapportage, wordt de actuele stand van zaken weergegeven via een mededeling aan het bestuur.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 13 van 66