CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden 14 december 2021, gemeente Brunssum25.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De venter mag geen overlast veroorzaken voor winkelend publiek en overige voetgangers en gebruikers van de openbare ruimte. e. De venter mag zich niet ophouden op of nabij hoeken van wegen. f. De venter mag zich niet ophouden binnen een afstand van 50 meter, gemeten langs de straat, van een winkel of een standplaats die dezelfde of soortgelijke waren, goederen of diensten aanbiedt als waarmee wordt gevent. g. Er mag geen gebruik worden gemaakt van een geluidsinstallatie of megafoon. h. De venter is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. i. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

3. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:16 Afbakeningsbepalingen Vervallen. AFDELING 4. STANDPLAATSEN Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan of beheersverordening. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b.

een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Limburg 2014. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken. Artikel 5: 21 Vervallen. AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Artikel 5:22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Voor het organiseren van een snuffelmarkt dient aan de volgende regels te worden voldaan: a. Er moet uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan de snuffelmarkt melding zijn gedaan aan de burgemeester waarbij in ieder wordt vermeld: 1. naam en adres van de organisator; 2. adres van het gebouw waar de snuffelmarkt wordt gehouden; 3. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; 4. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; 5. het soort van de goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; 6. het aantal standplaatsen; en 7. het te verwachten aantal bezoekers. b. De snuffelmarkt mag niet in strijd zijn met het geldend bestemmingsplan of beheersverordening. c. De organisator is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. d. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. 2.

De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van de snuffelmarkt als bedoeld in het eerste lid te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt dan wel bepaalde voorschriften hieraan te verbinden. 3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 4. De burgemeester kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. AFDELING 6. OPENBAAR WATER Artikel 5:24 Vervallen. Artikel 5:25 Vervallen. Artikel 5:26 Vervallen. Artikel 5:27 Vervallen. Artikel 5:28 Vervallen. Artikel 5:29 Vervallen. Artikel 5:30 Vervallen. Artikel 5:31 Vervallen.

AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die zijn gelegen binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b.

binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Limburg 2014 aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. AFDELING 8. VUURVERBOD Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Limburg 2014. AFDELING 9. ASVERSTROOIING Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 4.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Artikel 5:38 Gedoogplicht aanduidingen Vervallen Artikel 5: 39 Verwijdering en dergelijke aanduidingen Vervallen HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde alsook het niet opvolgen van krachtens deze verordening gegeven politiebevelen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 eerste lid en 2:11 eerste lid als er sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit. Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de buitengewone opsporingsambtenaren die in dienst zijn van de gemeente Brunssum en zijn beëdigd op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. 2.

Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekend gemaakt. 2. Op dat moment vervalt de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brunssum 2020, eerste wijziging, vastgesteld bij raadsbesluit van 15 december 2020. Artikel 6:5 Overgangsbepalingen 1. Besluiten die van kracht worden op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021 en waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening 2.

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, dan wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2022. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.

1 Raadsvoorstel 99 (bijlage) Toelichting wijziging APV 2021 - APV 2022.docx

Toelichting wijziging APV 2021 APV 2022. Bijlage bij raadsvoorstel 2021/99 1. Invoering specifiek lachgasverbod Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). 2. Maatregelen tegen misbruik van -jeugdige- prostitué(e)s.

Naar aanleiding van controles op mensenhandel, in het bijzonder in de prostitutiebranche, wordt geconcludeerd dat het zeer wenselijk is om als gemeente te beschikken over instrumentarium gericht op bescherming van -jeugdige- prostitué(es). We willen meer kunnen doen tegen misbruik. Omdat de behandeling van het Wetsvoorstel regulering sekswerk, die op dit thema ziet, stilligt, gaan we in afwachting van de inwerkingtreding van die wet, toch alvast lokaal enkele zaken regelen. Dit doen we door de artikelen 3:8a en 3:16 in onze APV op te nemen. Artikel 3:8a. Leeftijd en verblijfstitel prostitué(e)s; verbod werken voor onvergunde seksinrichting 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostitué(e) die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostitué(e) voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; 1

b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostitué(e) verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksinrichting is verleend. Met dit voorschrift wordt – net als voor de exploitant van een seksinrichting – een leeftijdseis voor prostitué(e)s geïntroduceerd. Met name jonge prostitué(e)s zijn vatbaar voor en slachtoffer van misstanden als dwang, misbruik en mensenhandel zijn. Bovendien zijn prostitué(e)s van 21 jaar en ouder weerbaarder dan zeer jonge prostituees en is de kans groter dat ze over een startkwalificatie beschikken, waarmee de eventuele economische druk om te kiezen voor de prostitutie lager is en bovendien een eventuele gewenste uitstap vergemakkelijkt wordt. Het stellen van een leeftijdgrens wordt als passend en noodzakelijk middel beschouwd om deze misstanden te bestrijden. Daarmee is het onderscheid naar leeftijd objectief gerechtvaardigd door een legitiem doel. Bovendien zijn de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk. Hierdoor levert het onderscheid naar leeftijd geen strijd op met het verbod van leeftijdsdiscriminatie.

Uit het tweede lid volgt dat de exploitant moet voorkomen dat er bij zijn bedrijf prostitué(e)s werkzaam zijn die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt. Daarnaast mag ook van de prostitué(e) worden verlangd dat hij/zij een bijdrage levert aan sanering van de seksbranche. Als de prostitué(e) bewust ervoor kiest om in strijd met de leeftijdseis aan de slag te gaan of om te werken in de illegale prostitutie, dan moet ook hij/zij daarvoor aansprakelijk kunnen worden gehouden (derde lid). Artikel 3:16. Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostitué(e) van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij/zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksinrichting is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op of aan een andere openbare plaats gebruik te maken van de diensten van een prostitué(e). Dit artikel richt zich niet tot exploitanten of prostitué(e)s, maar tot hun (potentiële) klanten en is daarmee complementair aan enkele andere bepalingen van hoofdstuk 3, die zich richten tot de exploitant en de prostitué(e). Kort gezegd is het verboden om gebruik te maken van de diensten van een prostitué(e) die werkzaam is in het illegale circuit.

Het in het eerste lid opgenomen verbod kan enkel aan de klant worden tegengeworpen voor zover hem enig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld als de seksuele handelingen (zullen) plaatsvinden in een kennelijk onvergunde seksinrichting, hetgeen uit de wijze van adverteren kan worden afgeleid. 3. Wijziging artikel 2:78 APV inzake woonoverlast Een wijziging van artikel 151d, eerste lid, van de Gemeentewet, waarbij de zinsnede «aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven» vervalt, betekent dat we diezelfde wijziging doorvoeren in artikel 2:78 in de APV. De burgemeester kan een gedragsaanwijzing opleggen aan de verhuurder als deze zich niet, of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder. De burgemeester kan dit direct doen en hoeft daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Eerder kon een 2

gedragsaanwijzing al aan verhuurders worden opgelegd, als hun huurders niet waren ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Denk aan toeristen en arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven. Nu is het ook mogelijk voor alle verhuurders, ongeacht wel of geen BRP-inschrijving van hun huurders. Dus ook voor huisjesmelkers en uitzendbureaus die panden verhuren en waar huurders ernstige en herhaaldelijk overlast veroorzaken. Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratiepersonen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan bij schending van deze zorgplicht aan de overtreder een last onder bestuursdwang of onder dwangsom opleggen. Daarbij kunnen aanwijzingen worden gegeven over wat de overtreder doet of nalaat om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van zijn bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij: a. ernstige en herhaalde geluid- of geurhinder; b.

ernstige en herhaalde hinder van dieren; c. ernstige en herhaalde hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in de woning of op het erf aanwezig zijn; d. ernstige en aanhoudende overlast door vervuiling of verwaarlozing van de woning of het erf; e. intimidatie van derden vanuit de woning of op of vanaf het erf. 4. Heling. Art. 2:67 Voor het tegengaan van heling wordt binnen SVBBL het project Digitaal Opkopers Register (DOR) en Digitaal Opkopers Loket (DOL) uitgevoerd. In het DOL schrijven opkopers zich digitaal als zodanig in. In het DOR moeten zij de gegevens noteren van producten die zij opkopen en verkopen. Momenteel mogen zij dit nog schriftelijk bijhouden. Voordeel van het digitale systeem is dat de politie direct kan controleren op geregistreerde gestolen goederen. In het kader van het project gaan we de ondernemers informeren en hen stap voor stap meenemen in de overgang. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister. 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in het Digitaal Opkopers Register (DOR) en daarin op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c.

een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. een duidelijke kleurenfoto van een goed dat geen of een onleesbaar uniek serienummer, of een ander herleidbaar uniek kenmerk, bezit; e. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en f. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 1. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 2. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 3

5. Verduidelijking artikel 6:5. Overgangsbepalingen 1. Besluiten of daarop genomen bezwaarschriften, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 1. Besluiten die van kracht waren op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021 en waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, dan wordt daarop deze verordening toegepast.

4

1 Raadsvoorstel 99 (bijlage) Notitie inzake het invoeren van een verbod op carbidschieten tijdens de jaarwisseling 2021.docx

Notitie ten behoeve van de raad inzake het invoeren van een verbod op carbidschieten tijdens de jaarwisseling 2021-2022 Onderwerp: Verbod op carbidschieten opnemen bij komende actualisering van de APV in december. Aanleiding Binnen de Veiligheidsregio Zuid-Limburg hebben de burgemeesters besproken dat het wenselijk is om bij de komende jaarwisseling in aanvulling op het landelijk vuurwerkverbod een verbod op carbidschieten te hebben door opname daarvan in de Algemene plaatselijke verordening (APV). Probleemstelling Eind 2020 is een verbod op carbidschieten in de APV opgenomen, maar omdat de raad bepaalde dat dat eenmalig zou zijn, is dat verbod in juli 2021 weer uit de APV gehaald. Als we zo’n verbod voor de komende jaarwisseling willen invoeren dan moet de APV hierop worden aangepast. Nu is al een raadsvoorstel tot actualisering van de APV in procedure richting de raadsvergadering van 21 december. Het verbod op carbidschieten kan hierin nog worden meegenomen. Het is dezelfde regeling als vorig jaar. Doel Het is de bedoeling om aan de reeds voorziene actualisering van de APV in december 2021 een verbod voor carbidschieten toe te voegen. Dat kan door het opnemen van artikel 2:73a in de APV. Zie hierna. Argumenten en overwegingen - Het rijk heeft in verband met de ontwikkelingen rondom de coronapandemie ook voor de komende jaarwisseling een landelijk vuurwerkverbod ingesteld.

Met het verbod wil de regering de zorg en handhaving ontlasten. Carbid wordt niet als vuurwerk aangemerkt en het schieten ermee valt dan ook niet onder dit landelijk verbod. Maar ook bij carbidschieten kunnen slachtoffers vallen, waardoor de druk op de zorg nog meer toeneemt. En daarnaast kan het groepsvorming opleveren, wat weer coronabesmettingen tot gevolg kan hebben. - Binnen het verband van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg hebben de burgemeesters besproken dat het wenselijk is om in alle gemeenten in Zuid-Limburg een verbod op carbidschieten te hebben en voor zover nodig de raden voor te leggen om dit in te voeren. - Het verbod biedt de politie een extra handvat om op te treden in aanvulling op bestaande regelingen, die in de praktijk minder gemakkelijk toepasbaar zijn.

Opties en keuzes Het is aan de raad, die beslist over het opnemen van het verbod in de APV. Als dat verbod niet wordt opgenomen dan: - wordt de lijn van het landelijk vuurwerkverbod voor carbidschieten niet doorgetrokken. - wijken we als gemeente af van de lijn die door de burgemeesters in de Veiligheidsregio ZL als bijzonder wenselijk is in de huidige omstandigheden. Zie ook onder argumenten en overwegingen.

1

Voorstel Een verbod op carbidschieten in de Algemene Plaatselijke Verordening opnemen:

Artikel 2:73a Carbidschieten 1. Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een bus, container of opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Het is verboden om in de open lucht met carbid te schieten. 3. Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben enig voorwerp, waarvan gelet op zijn aard of de omstandigheden waaronder dat wordt aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit is bestemd voor carbidschieten. 4. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Toelichting artikel 2:73a Carbidschieten Carbidschieten valt niet onder het Vuurwerkbesluit en is daarom niet verboden. In Brunssum kwam tot nog toe carbidschieten niet veel voor en er is ook geen vereniging of groep die dat jaarlijks organiseert. Nu er een landelijk vuurwerkverbod is afgekondigd, is het wenselijk om in aanvulling daarop een verbod op carbidschieten in te voeren. Mogelijk vindt er een verschuiving plaats naar carbidschieten als alternatief voor vuurwerk afschieten.

In een dichtbebouwde woongemeente als Brunssum is het schieten met carbid (en soortgelijke stoffen) niet alleen overlast gevend maar ook gevaarlijk voor personen, dieren en goederen. In het derde lid is een verbod opgenomen om de desbetreffende spullen te vervoeren of bij zich te hebben, als zij zijn bestemd voor carbidschieten.

2

4 Aanpassingen Burgemeester Quintzaal; Gemeenteblad 2021/93 1 Raadsvoorstel 93 Aanpassingen vergaderfaciliteiten Burgemeester Quintzaal.docx

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder

: : : :

26 oktober 2021 1110532 2021/93 Informatiemanagement

: W. Spelthan : 045-5278510 willem.spelthan@brunssum.nl Behandelvoorstelnr. : 1110532 Portefeuillehouder : W.J.F. van der Rijt C.J.C.P. de Rijck Raadsverg. d.d. : 21 december 2021 Uiterlijke datum : (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging) Aan de raad, 1. Onderwerp Aanpassingen vergaderfaciliteiten Burgemeester Quintzaal 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding In 2016 heeft de gemeenteraad besloten budget beschikbaar te stellen voor de renovatie van de raadzaal. Er is toen gekozen voor het verkleinen van de toenmalige raadzaal en het creëren van een extra, aparte vergaderruimte, die in 2017 vernoemd werd naar de voormalige burgemeester Quint. De raadzaal is voorzien van nieuw vergadermeubilair, discussie, presentatie- en geluidsapparatuur en een camerasysteem voor het uitzenden van de raadsvergaderingen. Voor de Burgemeester Quintzaal werd gebruik gemaakt van gedateerde presentatie-apparatuur en meubilair. Het ter beschikking gestelde budget was nl. niet toereikend voor de aanschaf van nieuwe stoelen in de raadzaal en voor een nieuwe inrichting van de Burgemeester Quintzaal. Tafels en stoelen, afkomstig uit de oude Brikke Oave, werden in deze ruimte geplaatst en zijn nog steeds in gebruik.

Tijdens commissievergaderingen, die in deze zaal plaatsvinden, wordt gebruik gemaakt van een discussie-apparatuur, die in het grijze verleden aangeschaft voor de onderzoekscommissie Emmaterrein (15 jaar oud) en niet meer voldoet aan de huidige eisen. Tussentijds is in de Burgemeester Quintzaal een vaste camera gemonteerd, die gericht is op de voorzitterspost, voor het opnemen van de commissievergaderingen die in deze zaal plaatsvinden. b. Huidige situatie/probleemstelling De coronapandemie heeft ertoe geleid dat men structureel op een hybride wijze moet kunnen vergaderen. Op dit moment hebben we voor grotere groepen enkel de raadzaal hiervoor van de benodigde apparatuur voorzien. Het is echter wenselijk meer dan één ruimte ter beschikking te hebben. Dit geldt voor zowel de parallelle hybride/digitale vergaderingen van de gemeenteraad en zijn commissies, alsook voor hybride/digitale overleggen van B&W en de ambtelijke organisatie. Derhalve wordt voorgesteld de Burgemeester Quintzaal over dezelfde mogelijkheden te laten beschikken als in de raadzaal. Dat betekent dat nieuwe apparatuur aangeschaft dient te worden en het geen overbodige luxe is deze zaal te voorzien van nieuw, verplaatsbaar meubilair, waardoor deze zaal ook gebruikt kan worden voor incidentele informele bijeenkomsten.

De kosten voor het uitrusten van de Burgemeester Quintzaal met nieuw meubilair en nieuwe apparatuur zullen ongeveer € 60.000 bedragen. Globale verdeling kosten (excl BTW): Vergaderapparatuur, audio, video en hybride vergaderen: € 36.000,= Aanpassingen elektra, bekabeling enz € 4.700,= Meubiliair € 17.000,= Onvoorzien € 2.300,= Totaal € 60.000,=

1 van 3

3. Gewenste situatie (WAT?) a. Wat willen we bereiken Dat de raadzaal en de burgemeester Quintzaal op een zodanige wijze zijn ingericht en zijn voorzien van moderne vergaderapparatuur dat deze tegenmoet komen aan de behoeften ten aanzien van goede verslaglegging, registratie en uitzending van de vergadering via de diverse kanalen en hybride vergaderen. Uiteraard is er sprake van volledig digitaal vergaderen. Dus de mogelijkheid om de computerapparatuur van raads- en commissieleden optimaal te kunnen gebruiken. b. Kaders Reglement van Orde Raadsvergaderingen gemeente Brunssum i.v.m. verslaglegging van de vergaderingen. Goede en adequate werkomstandigheden van zowel medewerkers almede bestuurders van de gemeente Brunssum. c. Argumenten en overwegingen Door de Burgemeester Quintzaal te voorzien van gelijke functionaliteiten als de raadzaal, weliswaar in ietwat beperkte omvang, beschikt de raad, commissies en de griffie over voldoende flexibiliteit om de vergaderingen van genoemde gremia goed en efficiënt te laten verlopen. Het hybride vergaderen zal na de volledige versoepeling van de coronamaatregelen blijven. Met name vanwege de efficiency van het vergaderen is deze mogelijkheid om de tijdrovende logistieke bewegingen tot een minimum te beperken. Genoemde functionaliteiten blijven niet beperkt tot de raad en commissies.

Ook het college en het ambtelijk apparaat kan van de voorzieningen en de daarbij behorende voordelen gebruik maken. d. Opties en keuze De kosten voor het uitrusten van de Burgemeester Quintzaal met nieuw meubilair en nieuwe apparatuur zullen ongeveer € 60.000 bedragen. De kapitaallasten die daarmee gemoeid zijn kunnen dan met de 1e bestuurssrapportage 2022 in de exploitatie worden opgenomen. Deze investering (meubilair en inrichting) zal dan in 10 jaar worden afgeschreven. Voor dekking van de kosten zijn er 2 opties: of te dekken vanuit de Reserve Coronafonds (B120837) of vanuit de Algemene Reserve. Voor beide opties geldt dat dit een bevoegdheid is van de raad. Geadviseerd wordt om de raad hiervoor een investeringskrediet beschikbaar te laten stellen. De inrichting is zodanig van aard dat deze flexibel en verplaatsbaar is zodat de Quintzaal ook gebruikt kan worden voor andere gelegenheden, bijvoorbeeld een borrel. 4. Bijlagen Collegevoorstel en besluit inzake Aanpassingen Burgemeester Quintzaal (1110532) Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

2 van 3

Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/93 Afdeling : Informatiemanagement Registratiekenmerk : 1110532

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/93; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 oktober 2021, afdeling Informatiemanagement; Besluit De raad stelt een investeringskrediet beschikbaar van € 60.000,= voor de noodzakelijke aanpassingen van de vergaderfaciliteiten in de Burgemeester Quintzaal zodat deze hybride kan worden ingezet voor raads-, commissievergaderingen en andere doeleinden.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd,

Voorzitter

griffier

3 van 3

1 Raadsvoorstel 93 (bijlage) Collegevoorstel en besluit inzake Aanpassingen Burgemeester Quintzaal.docx

W. Spelthan Informatiemanagement

Aan het college van Burgemeester en Wethouders

Behandelvoorstelnr : 1110532 Brunssum, 14 oktober 2021

T.b.v. Interne agenda d.d. 26 oktober 2021

Verantw. Portefeuillehouder W.J.F. van der Rijt C.J.C.P. de Rijck

Ambtelijke routing Financiële toets

Akkoord Heel, van J.G.M. 18-10-2021 16:42:22

Juridische toets

Bestuurlijke routing

Conform / Bespreken

Burgemeester

Conform Rijt, van der W.J.F. 25-10-2021

Wethouder Mertens

Conform Mertens, J.M.V.L. 21-10-2021

Kwaliteitstoets

Akkoord Zinken, R.J.E.L. 18-10-2021 17:09:46

Wethouder L’Espoir

Conform L'Espoir, S.J.H. 25-10-2021

Hoofd Afdeling

Akkoord Spelthan, W. 18-10-2021 12:42:49

Wethouder de Rijck

Bespreken Rijck, de C.J.C.P. 25-10-2021

Directeur Dienst

Akkoord Reumkens, W. 19-10-2021 17:40:32

Wethouder Janssen Wethouder Houben

Bespreken Houben, P.M.J. 23-10-2021

Secretaris

Conform Eussen, O.L.G.M. 22-10-2021

Uiterste datum B&W vergadering: NVT Motivatie fatale termijn aangeven indien van toepassing: NVT

Onderwerp omschrijving: Aanpassingen vergaderfaciliteiten Burgemeester Quintzaal Voorstel/beslispunten: Uw college wordt voorgesteld te besluiten: In te stemmen met het bijgevoegd raadsvoorstel voor de aanpassingen van de Burgemeester Quintzaal en het beschikbaar stellen van het noodzakelijke investeringskrediet; Het afdelingshoofd Informatiemanagement te mandateren voor het verstrekken van de noodzakelijke opdrachten in dit traject. Besluit BW: AKKOORD - In te stemmen met het bijgevoegd raadsvoorstel voor de aanpassingen van de Burgemeester Quintzaal en het beschikbaar stellen van het noodzakelijke investeringskrediet; - Het afdelingshoofd Informatiemanagement te mandateren voor het verstrekken van de noodzakelijke opdrachten in dit traject.

B&W Nota Registratienummer: 1110532 ONDERWERP 1. Onderwerp omschrijving: Aanpassingen vergaderfaciliteiten Burgemeester Quintzaal COLLEGEBESLUIT 2. Voorstel/beslispunten: Uw college wordt voorgesteld te besluiten: In te stemmen met het bijgevoegd raadsvoorstel voor de aanpassingen van de Burgemeester Quintzaal en het beschikbaar stellen van het noodzakelijke investeringskrediet; Het afdelingshoofd Informatiemanagement te mandateren voor het verstrekken van de noodzakelijke opdrachten in dit traject. WAAROM? 3. Uitgangssituatie a. Aanleiding In 2016 heeft de gemeenteraad besloten budget beschikbaar te stellen voor de renovatie van de raadzaal. Er is toen gekozen voor het verkleinen van de toenmalige raadzaal en het creëren van een extra, aparte vergaderruimte, die in 2017 vernoemd werd naar de voormalige burgemeester Quint. De raadzaal is voorzien van nieuw vergadermeubilair, discussie-, presentatie- en geluidsapparatuur en een camerasysteem voor het uitzenden van de raadsvergaderingen. Voor de Burgemeester Quintzaal werd gebruik gemaakt van gedateerde presentatie-apparatuur en meubilair. Het ter beschikking gestelde budget was nl. niet toereikend voor de aanschaf van nieuwe stoelen in de raadzaal en voor een nieuwe inrichting van de Burgemeester Quintzaal. Tafels en stoelen, afkomstig uit de oude Brikke Oave, werden in deze ruimte geplaatst en zijn nog steeds in gebruik.

Tijdens commissievergaderingen, die in deze zaal plaatsvinden, wordt gebruik gemaakt van een discussie-apparatuur, die in het grijze verleden aangeschaft voor de onderzoekscommissie Emmaterrein (15 jaar oud) en niet meer voldoet aan de huidige eisen. Tussentijds is in de Burgemeester Quintzaal een vaste camera gemonteerd, die gericht is op de voorzitterspost, voor het opnemen van de commissievergaderingen die in deze zaal plaatsvinden. b. Huidige situatie/probleemstelling De coronapandemie heeft ertoe geleid dat men structureel op een hybride wijze moet kunnen vergaderen. Op dit moment hebben we voor grotere groepen enkel de raadzaal hiervoor van de benodigde apparatuur voorzien. Het is echter wenselijk meer dan één ruimte ter beschikking te hebben. Dit geldt voor zowel de parallelle hybride/digitale vergaderingen van de gemeenteraad en zijn commissies, alsook voor hybride/digitale overleggen van B&W en de ambtelijke organisatie. Derhalve wordt voorgesteld de Burgemeester Quintzaal over dezelfde mogelijkheden te laten beschikken als in de raadzaal. Dat betekent dat nieuwe apparatuur aangeschaft dient te worden en het geen overbodige luxe is deze zaal te voorzien van nieuw, verplaatsbaar meubilair, waardoor deze zaal ook gebruikt kan worden voor incidentele informele bijeenkomsten.

De kosten voor het uitrusten van de Burgemeester Quintzaal met nieuw meubilair en nieuwe apparatuur zullen ongeveer € 60.000 bedragen. WAT? 4. Gewenste situatie a. Wat willen we bereiken Dat de raadzaal en de burgemeester Quintzaal op een zodanige wijze zijn ingericht en zijn voorzien van moderne vergaderapparatuur dat deze tegenmoet komen aan de behoeften ten aanzien van goede verslaglegging, registratie en uitzending van de vergadering via de diverse kanalen en hybride vergaderen. Uiteraard is er sprake van volledig digitaal

2

vergaderen. Dus de mogelijkheid om de computerapparatuur van raads- en commissieleden optimaal te kunnen gebruiken. b. Kaders Reglement van Orde Raadsvergaderingen gemeente Brunssum c. Argumenten en overwegingen Door de Burgemeester Quintzaal te voorzien van gelijke functionaliteiten als de raadzaal, weliswaar in ietwat beperkte omvang, beschikt de raad, commissies en de griffie over voldoende flexibiliteit om de vergaderingen van genoemde gremia goed en efficiënt te laten verlopen. Het hybride vergaderen zal na de volledige versoepeling van de coronamaatregelen blijven. Met name vanwege de efficiency van het vergaderen is deze mogelijkheid om de tijdrovende logistieke bewegingen tot een minimum te beperken. Genoemde functionaliteiten blijven niet beperkt tot de raad en commissies. Ook het college en het ambtelijk apparaat kan van de voorzieningen en de daarbij behorende voordelen gebruik maken. d. Opties en keuze De kosten voor het uitrusten van de Burgemeester Quintzaal met nieuw meubilair en nieuwe apparatuur zullen ongeveer € 60.000 bedragen. Geadviseerd wordt om de raad hiervoor een investeringskrediet beschikbaar te laten stellen. De kapitaallasten die daarmee gemoeid zijn kunnen dan met de 1e bestuursrapportage 2022 in de exploitatie worden opgenomen. Deze investering (meubilair en inrichting) zal dan in 10 jaar worden afgeschreven.

Aangezien de apparatuur in de raadzaal geleverd, geïnstalleerd en onderhouden wordt door de firma Media Service Maastricht wordt voorgesteld om ook deze firma de apparatuur te laten leveren voor de Burgemeester Quintzaal. Op die manier is er sprake van een identieke manier van gebruik. Voor het meubilair zal de firma NowyStyl, huisleverancier op het gebied van meubilair sinds renovatie hoogbouw in 2008, zorgdragen. Zij leveren eenvoudig verplaatsbare vergadertafels en vergaderstoelen die makkelijk verplaatsbaar zijn zodat de burgemeester Quintzaal incidenteel voor informele kleine bijeenkomsten ingezet kan worden. Denk bijvoorbeeld aan een borrel na afloop van de raadsvergaderingen. De bouwkundige werkzaamheden worden door LS Techniek, installateur bij de renovatie van de raadzaal en bekend met het daar aanwezige domoticasysteem, uitgevoerd. HOE? 5. Wat gaan we ervoor doen? a. Tijd Na akkoord door de raad tijdens de vergadering van 21 december wordt gestart met de uitvoering. Het streven is om bij de eerste vergadering van de nieuwe raad, na de verkiezen maart 2021, alles gereed te hebben. b. Geld Globale verdeling kosten (excl BTW): Vergaderapparatuur, audio, video en hybride vergaderen: Aanpassingen elektra, bekabeling enz Meubiliair Onvoorzien Totaal

€ 36.000,= € 4.700,= € 17.000,= € 2.300,= € 60.000,=

De bedragen per onderdeel komen niet boven de grensbedragen uit en kunnen als enkelvoudige onderhandse aanbesteding worden gegund. De raad zal worden verzocht om een investeringskrediet van € 60.000,= ter beschikking te stellen Het investeringskrediet en de daarmee gemoeide kapitaallasten zullen met de 1e Bestuursrapportage 2022 worden opgevoerd. c. Kwaliteit Bij het verstrekken van de opdracht zullen de griffie en medewerkers van de afdeling Informatiemanagement erop toezien dat de geleverde kwaliteit van apparatuur en meubilair voldoet aan de gestelde eisen. d. Informatie De interne organisatie zal via de geijkte kanalen geïnformeerd worden over de verbouwingswerkzaamheden. De griffie zal de raads- en commissieleden informeren over de voortgang en in gebruik name

3

e. Organisatie Er zal een kleine werkgroep worden gevormd bestaande uit Informatiemanagement, Griffie en Beheer Gemeentelijke gebouwen. Zij zien toe op de uitvoering van de werkzaamheden. f. Besproken met portefeuillehouder Het voorstel is door de griffier besproken in het presidium van 5 oktober 2021. 6. Bijlagen

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=74136df4-0eb9-4493-9c17-82045df46a8a