CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden 14 december 2021, gemeente Brunssum25.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel van de Commissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden van 14 december 2021

1 2.a

Opening 21.10 uur Vaststellen concept besluitenlijst ABA d.d. 14-9-2021 Concept Besluitenlijst raadscommissie 14 september 2021 ABA.docx

2.b

Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 4-11 en 25-11-2021) Toezeggingen afgedaan tussen 4-11 en 25-11-2021.xlsx

2.c 2.d 3

Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht Terugkoppeling vanuit verbonden partijen Actualisatie APV 2021 en vaststelling APV 2022 ; Gemeenteblad 2021/99 21.20 - 21.40 uur Burg. Van der Rijt Mw. De Jong Raadsvoorstel 99 Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021; vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2022.docx Raadsvoorstel 99 (bijlage) Algemene plaatselijke verordening gemeente Brunssum 2022.docx Raadsvoorstel 99 (bijlage) Toelichting wijziging APV 2021 - APV 2022.docx Raadsvoorstel 99 (bijlage) Notitie inzake het invoeren van een verbod op carbidschieten tijdens de jaarwisseling 2021.docx

4

Aanpassingen Burgemeester Quintzaal; Gemeenteblad 2021/93 21.40 - 22.00 uur Burg. Van der Rijt Weth. De Rijck Dhr. Spelthan Raadsvoorstel 93 Aanpassingen vergaderfaciliteiten Burgemeester Quintzaal.docx Raadsvoorstel 93 (bijlage) Collegevoorstel en besluit inzake Aanpassingen Burgemeester Quintzaal.docx

5

Sluiting 22.00 uur

2.a Vaststellen concept besluitenlijst ABA d.d. 14-9-2021 1 Concept Besluitenlijst raadscommissie 14 september 2021 ABA.docx

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE ALGEMEEN BESTUURLIJKE AANGELEGENHEDEN VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 14 SEPTEMBER OM 19:00 UUR IN DE RAADSZAAL en VIA VIDEOPLATFORM ZOOM

1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie ABA 14 september 2021 2021

Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden, gehouden op dinsdag 14 september 2021 om 19:00 uur. De vergadering is openbaar en wordt gehouden in de raadszaal en tevens via het videoplatform ZOOM. Aansluitend vergadert de commissie Middelen en de Auditcommissie. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum De commissie is live te volgen via het YouTube kanaal Gemeenteraad Brunssum kanaal 1: https://www.youtube.com/channel/UCA6bz_Cq8uv6dL93rQSGGjQ AANWEZIG COMMISSIE ALGEMEEN BESTUURLIJKE AANGELEGENHEDEN: Voorzitter:

Dhr. J. Janssen (PAK)

Burger-commissieleden:

Dhr. J.A. Arts (SP; toehoorder) Dhr. H.J.S.M. Broers (PvdA) Mw. S.L.F. Gulpen (VVD) Mw. L.E.W. Janssen (Lijst Borger) Mw. J.H. Smeets (PvdA; toehoorder) Dhr. C.R.M. Claus (CDA) Mw. K.E. Coenen (SP) Dhr. G. Luit (PAK) Mw. S. Offermans (BBB Lijst Palmen) Mw. M. Janssen (BCD) Dhr G. Ebbinge (PAK; toehoorder) Mw. M.E.J. Baten - Werink (Lijst Borger; toehoorder) Dhr. G. Gerards (BCD; toehoorder) Dhr. H. Offermans (PvdA; toehoorder) Wethouder dhr. C.J.C.P De Rijck (agendapunt 3); Burgemeester Mw. W.J.F. van der Rijt (toehoorder) Wethouder dhr. H.J. Janssen (toehoorder) De heer O. Eussen (toehoorder) Dhr. N.C.P. Meijers (notulist) Dhr. P. Peeters (griffier) De heer Demarteau (agendapunt 3) Geen Geen

Raadsleden:

College:

Notulist: Ambtelijke ondersteuning: Externe ondersteuning: Participanten:

Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 19.01 uur en geeft een korte toelichting op het Coronaprotocol. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijst ABA d.d. 13-7-2021 De besluitenlijst van de commissie ABA van 13 juli 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Vaststellen toezeggingenlijst (afgedaan tussen 6-7-2021 en 1-9-2021) De toezeggingenlijst met nummer 44,46,56,79 (2020) en de nummers 8,15,14,23,26,26.1,28,36,35,38,46 (2021) zijn akkoord. De toezeggingen worden als afgedaan beschouwd. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht In het kader van de actieve informatieplicht vermeldt wethouder de Rijck dat bij de GR Gegevenshuis een wisseling van voorzitter van het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden. Burgemeester de Boer (Simpelveld) heeft burgemeester Vlecken (Landgraaf) opgevolgd. Wethouder Sneijder (Kerkrade) is toegetreden toe het bestuur. In het kader van de passieve informatieplicht worden geen vragen gesteld door raadsfracties. Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen Zie agendapunt 2c (Wethouder de Rijck gaf daar de terugkoppeling). Agendapunt 3: Gegevenshuis voorlopige jaarrekening 2020, bijgestelde begroting 2021, begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2025; Gemeenteblad 2021/68 Wethouder de Rijck geeft een toelichting en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door de heer J.

Demarteau. 2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie ABA 14 september 2021 2021

Wethouder de Rijck draagt zorg voor een tweede (aangepaste) versie van het raadsvoorstel waarin het dictum op een tweetal punten wordt aangepast: - De bedragen die specifiek voor de gemeente Brunssum van toepassing zijn, worden in de beslispunten 1 en 2 toegevoegd. - Bij de drie beslispunten wordt vermeld dat er geen zienswijze wordt ingediend. Toezegging 50 (14-9-2021) Overzicht beschikbaar budget bijdrage GR gegevenshuis Wethouder de Rijck zegt toe: Voor de raadsvergadering een overzicht met toelichting aan de gemeenteraad te sturen aangaande een specificatie van de verdeling van het beschikbaar budget over de verschillende kostenplaatsen. Toezegging 51(14-9-2021) Toelichting effect compensatieregeling Parkstad-IT Wethouder de Rijck zegt toe: Voor de raadsvergadering aan de gemeenteraad navraag te doen bij het Gegevenshuis over de (eventuele) financiële gevolgen voor de (meer-jaren) begroting van de gemeente Brunssum als gevolg van de compensatieregeling met Parkstad-IT.

De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het aangepast raadsvoorstel/besluit • Kennis te nemen van de concept jaarstukken 2020 van het Gegevenshuis en het voorstel voor de bestemming van het resultaat, ten gevolge waarvan € 68.765,- wordt geretourneerd aan de gemeenten • Kennis te nemen van de bijgestelde begroting 2021 van het Gegevenshuis, mede als gevolg van de stijging van de ICT kosten, met een stijging van €10.414,• Kennis te nemen van de concept meerjarenbegroting 2023-2025 van het Gegevenshuis Met aanpassing van het dictum (in versie 2): - De bedragen die specifiek voor de gemeente Brunssum van toepassing zijn (beslispunten 1 en 2) - het vermelden bij de beslispunten dat er geen zienswijze wordt ingediend. De commissie adviseert het voorstel als “Akkoordstuk” te behandelen in de raadsvergadering van 28 september 2021. Agendapunt 4: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 19.41uur.

3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie ABA 14 september 2021 2021

2.b Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 4-11 en 25-11-2021) 1 Toezeggingen afgedaan tussen 4-11 en 25-11-2021.xlsx

Onderwerp Gebruik bestemmingsreserve/algemene reserve Uitvoeringsprogramma college

Datum toezegging Nummer Portefeuillehouder 28-9-2021 58 Mertens 13-7-2021 41 Houben

Datum reactie Afgedaan 5-11-2021 Ja 19-11-2021 Ja

3 Actualisatie APV 2021 en vaststelling APV 2022 ; Gemeenteblad 2021/99 1 Raadsvoorstel 99 Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021; vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2022.docx

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum

: 16 november 2021 : 2001526 : 2021/99 : Bestuurszaken : Marian de Jong, de : +31455278653 , marian.de.jong@brunssum.nl : Wilma van der Rijt, van der : <Vul hier de vergaderdatum in> : Niet van toepassing

Aan de raad,

1.

Onderwerp

Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021; vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2022.

2.

Uitgangssituatie (WAAROM?)

a.

Aanleiding

In juli 2021 heeft de raad een geactualiseerde Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vastgesteld. Er is aanleiding om -tussentijds- enkele aanpassingen in deze APV door te voeren en derhalve de APV opnieuw te actualiseren. Dat betreft met name: 1. Een specifiek verbod op overlast gevend lachgasgebruik. De VNG doet een voorstel hiervoor. In Brunssum bestaat de bestuurlijke/politieke wens om een dergelijke regeling in de APV op te nemen. 2. Enkele bepalingen gericht op het tegengaan van misbruik van -jeugdige- prostitué(e)s. Naar aanleiding van geconstateerde misstanden bij controles in het kader van aanpak mensenhandel is het wenselijk om te beschikken over bestuursrechtelijke maatregelen om hiertegen op te treden. In de APV leggen we hiervoor de basis.

b. Huidige situatie/probleemstelling 1. Een specifiek verbod op overlast gevend lachgasgebruik is een bestuurlijke/politieke wens. Omdat een landelijk verbod op het oneigenlijk gebruik van lachgas op zich laat wachten, wordt bij het optreden hiertegen gebruik gemaakt van bestaande juridische regelingen. Ook de APV van Brunssum bevat enkele bepalingen waarmee optreden mogelijk is. Op verzoek van een aantal gemeenten heeft de VNG afgelopen jaar nogmaals gekeken naar de mogelijkheid van een specifieke regeling in de gemeentelijke APV. Die is gepresenteerd. De bestuurlijke/politieke wens bestaat om deze regeling ook in onze APV op te nemen.

2. We willen meer kunnen doen tegen misbruik van -jeugdige- prostitué(e)s. Naar aanleiding van controles op mensenhandel, in het bijzonder in de prostitutiebranche, concluderen we dat het meer dan wenselijk is om te beschikken over bestuursrechtelijke maatregelen gericht op bescherming van -jeugdige- prostitué(es). De basis hiervoor leggen we in twee nieuwe bepalingen in onze APV. 3. Een wijziging van het eerste lid van artikel 151d van de Gemeentewet maakt het noodzakelijk om in de lokale regeling inzake woonoverlast in artikel 2:78 APV dezelfde wijziging door te voeren. 4. Verder is een wijziging van artikel 2:68 (heling) nodig in verband met de invoering van een digitaal opkopersregister, en een verduidelijking van het eerste lid van artikel 6:5 (overgangsbepalingen).

3.

Gewenste situatie (WAT?

a.

Wat willen we bereiken?

We willen dat Brunssum beschikt over: a. een actuele APV, die voldoet aan hogere wet- en regelgeving; een APV die goed leesbaar is en voorschriften bevat, die in voorkomend geval een rechterlijke toets kunnen doorstaan; b. een APV, die het geschikte instrumentarium biedt voor de realisering van het gemeentelijk beleid op gebied van leefbaarheid en veiligheid. De thans voorliggende voorstellen betreffen: - Een specifiek verbod op overlast gevend lachgasgebruik. Nieuw artikel 2:48a. - Twee nieuwe bepalingen die het de gemeente mogelijk maken om op te treden tegen misbruik van jeugdige prostitué(e)s. Artikel 3:8a richt zich tot de prostitué(e) en de exploitant van een seksinrichting. Artikel 3:16 richt zich tot potentiële klanten. - Een wijziging van het eerste lid van artikel 151d van de Gemeentewet maakt het noodzakelijk om de lokale regeling inzake woonoverlast in artikel 2:78 APV op datzelfde punt te wijzigen. - Een aanpassing van artikel 2:67 (heling) in verband met de invoering van een digitaal opkopersregister. - Een verduidelijking van de formulering van artikel 6:5 lid 1 inzake overgangsbepalingen.

b. Kaders 1. 2. 3. 4. 5.

Eerdere besluitvorming (traject tot dusverre): Nvt Rol/ bevoegdheden college van B en W: het college bereidt een voorstel aan de raad voor. De raad besluit over de APV. Algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal): Gemeentewet en diverse specifieke wetten. Past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Ja Relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen: Er zijn geen extra kosten gemoeid met de invoering van de wijzigingen in de APV. Evenmin zijn er aanwijsbare risico's.

c. Argumenten en overwegingen De belangrijkste wijzigingen betreffen 1. Een specifiek verbod op oneigenlijk gebruik van lachgas dat leidt tot overlast in een nieuw artikel 2:48a. Er wordt, naar de bestuurlijke/politieke wens, een voorstel gedaan om een specifiek verbod op het oneigenlijk gebruik van lachgas in de APV op te nemen, in artikel 2:48a. Omdat een landelijk verbod op het oneigenlijk gebruik van lachgas nog even op zich laat wachten, wordt bij het optreden hiertegen gebruik gemaakt van bestaande juridische regelingen. Ook de APV van Brunssum bevat enkele bepalingen waarmee optreden mogelijk is. Op verzoek van een aantal gemeenten heeft de VNG nogmaals gekeken naar de mogelijkheden van een specifieke regeling in de gemeentelijke APV. Die is gepresenteerd. Bestuurlijk/politiek bestaat de wens om een dergelijke regeling ook in onze APV op te nemen. 2. De nieuwe artikelen 3:8a en 3:16, die het de gemeente mogelijk maken om op te treden tegen misbruik van jeugdige- prostitué(e)s. Artikel 3:8a richt zich tot de prostitué(e) en de exploitant van een seksinrichting. Artikel 3:16 richt zich tot potentiële klanten. We willen meer kunnen doen tegen misbruik van -jeugdige- prostitué(e)s.

Naar aanleiding van controles op mensenhandel, in het bijzonder in de prostitutiebranche, concluderen we dat het meer dan wenselijk is om te beschikken over bestuursrechtelijke maatregelen gericht op bescherming van -jeugdige- prostitué(es). De basis hiervoor leggen we in de artikelen 3:8a en 3:16 in onze APV. Dit doen we ook omdat we verwachten dat inwerkingtreding van de Wet regulering sekswerk nog zeker enige tijd zal duren. 3. Wijziging artikel 2:78 APV inzake woonoverlast. In het eerste lid van artikel 2:78 APV wordt de zinsnede "aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven" geschrapt. De wijziging heeft tot gevolg dat de burgemeester in alle gevallen direct de verhuurder aan kan spreken bij zeer ernstig overlast gevend gedrag van huurders. De burgemeester kan dit direct doen en hoeft daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. In de bijlage Toelichting wijziging APV 2021 ------>APV 2022 wordt een uitgebreide toelichting gegeven op de voorgestelde wijzigingen. d. Opties en keuzes Het is aan de raad om te oordelen over de voorstellen voor wijziging van de APV. In de voorafgaande paragrafen en in de bijlage "Toelichting wijzigingen APV 2021 ---->à APV 2022" zijn motivering en overwegingen beschreven.

Voorgesteld wordt: In te stemmen met de voorgestelde wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021 en de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2022 inclusief de wijzigingen integraal vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders, Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2021/99 : Bestuurszaken : 2001526

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/99; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2021, afdeling Bestuurszaken; Besluit: Vast te stellen de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2022. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad vernoemd,

Voorzitter

Griffier

1 Raadsvoorstel 99 (bijlage) Algemene plaatselijke verordening gemeente Brunssum 2022.docx

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/99; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 november 2021, afdeling Bestuurszaken; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de gemeentewet; Besluit vast te stellen: "ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE BRUNSSUM 2022”. HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet; b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de geldende Bouwverordening der Gemeente Brunssum; d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Woningwet; g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; i.

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; j. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; k. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); l. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. 3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid. 4. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 of 2:11. 5.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 en lid 2 beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 (evenement) en 2:25A binnen 26 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

Artikel 1:3 Indiening aanvraag Vervallen Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.

van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt. Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. De vergunning of ontheffing kan tevens worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3.

In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 (evenement) of 2:25A worden geweigerd als deze minder dan 26 weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, wordt ingediend. Artikel 1.9 Termijnen Vervallen.

HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU AFDELING 1. VOORKOMEN OF BESTRIJDEN VAN ONGEREGELDHEDEN Artikel 2:1 a Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel 2:1 b Verblijfsontzegging (snel mensen verwijderen) 1.

In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan het college een gebied aanwijzen waar door politieambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel kan worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester: a. aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd; b.

aan de persoon, aan wie eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd. 3. De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a en b genoemde verbod of de daarin genoemde termijn als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 4. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. Artikel 2:2 Optochten Vervallen. Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging van de betoging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging van de betoging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk om 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. Artikel 2:4 Afwijking termijn Vervallen. Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens Vervallen. Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1.Voor het verspreiden of openlijk aanbieden van geschreven of gedrukte stukken dan wel afbeeldingen onder publiek dient aan de volgende regels te worden voldaan: a.

Het verspreiden of openlijk aanbieden van geschreven of gedrukte stukken dan wel afbeeldingen onder publiek is toegestaan op iedere dag tussen 09.00 uur en 18.00 uur en op koopavonden tot 21.00 uur. b. De verspreider is verplicht de geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen direct op te ruimen of te laten opruimen, als deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats worden weggeworpen of zijn achtergebleven. c. De verspreider mag geen overlast veroorzaken voor winkelend publiek en overige voetgangers en gebruikers van de openbare ruimte. d. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. e. De verspreider is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. 2. Het eerste lid geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van geschreven of gedrukte stukken en afbeeldingen. 3. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 4.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3.van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijden en dergelijke Vervallen.

Artikel 2:8 Dienstverlening Vervallen. Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1.Voor het optreden ten behoeve van het publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids dient aan de volgende regels te worden voldaan: a. Het optreden als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids is toegestaan op iedere dag tussen 09.00 uur en 18.00 uur en op koopavonden tot 21.00 uur. b. De straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids dient zich regelmatig minimaal 100 meter te verplaatsen en mag zich niet langer dan 15 minuten op een en dezelfde plaats ophouden. c. De straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids mag geen overlast veroorzaken voor winkelend publiek en overige voetgangers en gebruikers van de openbare ruimte. d. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. e. De straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. 2.

De burgemeester kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. AFDELING 2. BRUIKBAARHEID, UITERLIJK AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN DE WEG Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg of een openbare plaats 1. Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan ten behoeve van de publieke functie daarvan. 1a. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen van het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder j of k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.b. Het verbod is niet van toepassing op overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 1.c Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 (provinciale wegen). 2. Het verbod is tevens niet van toepassing op: a. terrassen, die voldoen aan de door het college te stellen nadere regels; b.

het plaatsen van infoborden als bedoeld in artikel 2:10a van deze verordening; c. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening; d. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 van deze verordening; e. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op: a. Het uitstallen van producten en reclame-uitingen door winkels en bedrijven; b. Het stallen van goederen, bouwmaterialen en materieel voor een periode korter dan een week, mits voor zowel in de situaties als bedoeld onder a. als onder b wordt voldaan aan de volgende regels: 1. Het beoogd gebruik mag geen schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 2.Het beoogd gebruik dient hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving te voldoen aan redelijke eisen van welstand.

3. De overlast van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken dient zo veel mogelijk te worden voorkomen of te worden beperkt. 4. Het gebruik mag slechts plaatsvinden gedurende de daarvoor strikt benodigde tijd. 5. De breedte van de uitstallingen mag niet meer bedragen dan de breedte van het perceel. 6. De diepte van de uitstallingen mag vanaf de gevel maximaal 1 meter bedragen. 7. Op het trottoir dient voldoende ruimte over te blijven voor rolstoelgebruikers. 8. Het beoogd gebruik mag geen belemmering opleveren voor het verkeer en de hulpdiensten. 9. Er dient, voor zover van toepassing, te worden voldaan aan het Beheerplan Promenade. 10. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. 11. De gebruiker is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. 4. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3.

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:10a Infoborden invalswegen 1. Onder infoborden worden verstaan de welkomstborden aan de invalswegen van de gemeente Brunssum die worden gebruikt voor aankondigingen van zaken die deze gemeente betreffen op het gebied van onder meer sport, cultuur, recreatie en evenementen die Brunssum kunnen promoten. 2. Voor het plaatsen van infoborden aan de diverse invalswegen dient aan de volgende regels te worden voldaan: a. Er moet uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan het tijdstip waarop de borden moeten worden geplaatst melding zijn gedaan aan het college. b. De borden mogen alleen worden geplaatst voor de aankondiging van activiteiten van Brunssumse non-profit organisaties die de gemeente Brunssum betreffen op het gebied van sport, cultuur, recreatie en evenementen. c. De borden mogen gedurende een periode van maximaal 2 weken worden geplaatst. d. Het formaat van de borden bedraagt 180 x 45 cm en 8 mm dik of 180 x 30 cm en 8 mm dik. e. Als er meer aanvragen dan beschikbare plaatsen zijn, dan krijgen de vaste evenementen op basis van de evenementenkalender prioriteit. f.

De organisator is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. g. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. 3. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:10 b Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen Vervallen. Artikel 2:10 c Vrij te stellen categorieën Vervallen.

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen. 3. De vergunning wordt geweigerd als één van de weigeringsgronden, zoals genoemd in artikel 1:8 van deze verordening, van toepassing is. 4. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 5. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening Limburg 2014 (provinciale wegen), de Waterschapskeur en de Telecommunicatiewet. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg, van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. een veilig gebruik van de weg; b. het noodzakelijk behoud van een openbare parkeerplaats; c. de bescherming van de openbare groenvoorzieningen; d. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; of e. vanwege strijd met het geldend bestemmingsplan of de geldende beheersverordening; of f. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of openbaar groen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de geldende Waterschapskeur of de Omgevingsverordening Limburg 2014 (provinciale wegen). 4. Op de aanvraag om een vergunning is Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid Vervallen. Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze a.

te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke Vervallen. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden te roken in bossen of op heidegronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode. 2. Het is verboden in bossen, op heidegronden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Vervallen. Artikel 2:20 Vallende voorwerpen Vervallen.

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijnen Vervallen. Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Vervallen. AFDELING 3. EVENEMENTEN Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39a van deze verordening; g. kleinschalige evenementen met een jaarlijks terugkerend karakter, binnen het gebouw van een horeca-inrichting

2. Onder evenement wordt tevens verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement tussen 10:00 uur en 00:00 uur plaatsvindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht vóór 07:00 uur en na 23:00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, het (brom)fietspad of een parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 m2 per object; Artikel 2:25 Evenementen 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningsaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.

Geen vergunning is vereist voor een klein evenement als de organisator binnen 3 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 2 weken na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De burgemeester kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:25A Evenementen in gebouwen 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester in een gebouw of vaartuig een voor publiek toegankelijk evenement te houden of te laten houden. 2. Het verbod geldt niet voor: a. manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties; b. bioscoop-, theater- of muziekvoorstellingen, voor zover deze worden gehouden in gebouwen die daarvoor zijn bestemd of overwegend worden gebruikt; c.

sportwedstrijden, met uitzondering van vechtsportwedstrijden of –gala’s; d. activiteiten in (horeca)bedrijven die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn; 3. De aanvrager en/of de organisator van een evenement waarvoor krachtens het derde lid, onder c, een vergunning is vereist is niet van slecht levensgedrag. 4. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de aanvrager of de organisator van een evenement als bedoeld in het derde lid van slecht levensgedrag is; b. het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid, de brandveiligheid of voor het ontstaan van wanordelijkheden; c. een onevenredig groot aantal bezoekers te verwachten is; d. het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats waar het wordt gehouden.

5. De burgemeester kan andere categorieën van voor het publiek toegankelijke evenementen aanwijzen waarvoor het verbod niet geldt. 6. Bij de aanvraag voor een vergunning krachtens het tweede lid onder c dienen de volgende stukken te worden overlegd: a. een lijst met deelnemers aan het evenement; b. een lijst met sponsoren voor het evenement alsmede het sponsorbedrag; c. een KvK-uittreksel van het beveiligingsbedrijf dat het evenement beveiligt; d. een kopie van het bewijs van lidmaatschap van de brancheorganisatie. 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren. 3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 4. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 5.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak en een herdenkingsplechtigheid. Artikel 2:26 a Betaald voetbalwedstrijden Vervallen. AFDELING 4. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel 2:28 a Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.

winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling. 3. De burgemeester weigert de vergunning, als de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan of geldende beheersverordening, of als de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 5. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds bloot staat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

6. De burgemeester kan de vergunning voor de andere openbare inrichtingen dan die waarin alcoholhoudende dranken worden geschonken, weigeren of intrekken, als de leidinggevende(n) niet voldoet (n) aan de eisen die worden gesteld bij of krachtens artikel 8, eerste, tweede of derde lid van de Alcoholwet. 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:28 b Aanvraag vergunning 1. De burgemeester stelt nadere regels vast omtrent de gegevens en de bescheiden die bij een vergunningaanvraag als bedoeld in artikel 2:28a moeten worden overlegd. 2. Per openbare inrichting wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen. Artikel 2:28 c Vrijstelling 1. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in 2:28a niet geldt voor een of meer in zijn besluit aangeduide soorten openbare inrichtingen in de hele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. 2. De exploitatie van een openbare inrichting, waarop een besluit als bedoeld in het eerste lid van toepassing is, moet zodanig geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van het bedrijf of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.

Artikel 2:28 d Overgangsbepaling Het in artikel 2:28 a vereiste geldt niet voor bestaande openbare inrichtingen: a. gedurende 12 weken na het in werking treden van het vergunningstelsel; b. ook na verloop van die 12 weken, voor zover vergunning aanvrager een aanvraag binnen de termijn heeft ingediend, totdat onherroepelijk op de aanvraag is beslist. Artikel 2:29 sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandagavond (maandag op dinsdag), dinsdagavond (dinsdag op woensdag) woensdagavond (woensdag op donderdag) en donderdagavond (donderdag op vrijdag) tussen 02.00 uur en 07.00 uur, en vrijdagavond (vrijdag op zaterdag) zaterdagavond (zaterdag op zondag) en zondagavond (zondag op maandag) tussen 03.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd). 2. In afwijking van het eerste lid zijn openbare inrichtingen gesloten tussen 03.00 uur en 07.00 uur a. in de nacht volgend op 31 december b. tijdens het traditionele Oud Wijvenbal c. in de nacht volgend op de maandag van carnaval d. in de nacht volgend op de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd e. in de nacht volgend op de dag waarop de bevrijding wordt gevierd g. in de nachten direct volgend op de Paradedagen h. in de nachten direct volgend op de dagen dat het oktoberfeest plaats vindt, als deze nachten vallen op een maandagavond, dinsdagavond, woensdagavond of donderdagavond. 3.

De burgemeester kan in afwijking van lid 1 en 2 plaatsen aanwijzen waar voor de terrassen afwijkende sluitingstijden gelden. 4. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 6. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28a, tweede lid, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 7. Het eerste, tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 8. Op de aanvraag van een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:30a. Sluiting van voor publiek toegankelijke lokalen wegens ondermijnende activiteiten of andere activiteiten die ernstig gevaar opleveren voor de openbare orde. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar: a. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen; b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of d. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b.

zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. Artikel 2:32 Handel in openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerst lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. AFDELING 5. REGULERING PARACOMMERCIËLE RECHTSPERSONEN UIT DE ALCOHOWET HORECAWET Artikel 2:34 a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank - paracommerciële rechtspersoon; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:34 b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1.

Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank van maandag tot en met zondag vanaf 1 uur vóór activiteiten die passen binnen de statutaire doelstelling van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon tot uiterlijk 0.00 uur. 2. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn betrokken.

AFDELING 6. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 Nachtregister 1. De houder van een inrichting is verplicht een doorlopend register bij te houden van de in artikel 4.38 Wetboek van Strafrecht genoemde gegevens van personen, die de nacht in de inrichting door brengen. Dat betreft naam, woonplaats, dag van aankomst en dag van vertrek alsmede aantekening van een geldig reisdocument of identiteitsbewijs. 2. Op nachtverblijf, verschaft aan meereizende echtgenoten, minderjarige kinderen of aan reisgezelschappen, is lid 1 niet van toepassing. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. AFDELING 7.

TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN Artikel 2:39 Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Artikel 2:39a Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. de woon een leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan of beheersverordening. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2.

In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. AFDELING 8. MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN OVERLAST, GEVAAR OF SCHADE Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

2. Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende redenen noodzakelijk is. Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 5.

Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de in het vijfde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke 1. Het is verboden op de weg te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap. 2. Het verbod is niet van toepassing, als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuig en hulpmiddelen voor winkeldiefstal 1. Het is verboden op een openbare plaats een werktuig, gereedschap of andere zaak te vervoeren of bij zich te hebben, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. 2. Het is verboden op een openbare plaats een tas of een andere zaak te vervoeren of bij zich te hebben, die er kennelijk toe dient om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken. 3.

De verboden gelden niet als aanstonds aannemelijk is dat de in het eerste en tweede lid bedoelde zaken niet bestemd zijn voor de daar bedoelde handelingen. Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. Artikel 2:46 Hinder door bromfietsen Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zich met een voertuig of een bromfiets zodanig te gedragen dat daardoor voor een omwonende of voor de omgeving (geluids)hinder wordt veroorzaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=74136df4-0eb9-4493-9c17-82045df46a8a