Agendabundel
Tekst van het document
Figuur 2. Aantal inzetten per gemeente in 2021
Belangrijke zaken die het afgelopen jaar binnen incidentbestrijding hebben gespeeld zijn: Het borgen van de paraatheid kende met Covid-19 uitdagingen maar is zowel voor de beroeps als de vrijwilligers goed gelukt. Opvallend is de toegenomen paraatheid van vrijwilligers door het thuiswerken en het beperken van andere sociale activiteiten. Beperkende maatregelen ten gevolge van Covid-19 hadden uiteraard ook impact op het oefenen en bijscholen van onze beroeps en vrijwilligers. In 2021 hebben we de hybride bezetting in alle 6 de 24-uurskazernes aangepast naar 5 beroeps en 1 vrijwilliger gedurende de avonden en in de weekenden. De massale en langdurige inzet tijdens de hoogwaterramp in juli heeft een grote impact gehad op onze mensen. Dit heeft bij veel collega’s grote indruk gemaakt en veel energie gevraagd en kenmerkt zich ook door een lange nasleep, hier en daar gepaard gaand met uitval. Een laatste belangrijk aandachtspunt in 2021 is de geleverde bijdrage aan de uitwerking van de Bestuurlijke dialoog Vakbekwaamheid De vakbekwaamheid van ons eigen personeel dient te allen tijde op orde te zijn. Brandweerzorg omvat een breed scala aan werkzaamheden op het terrein van advisering en gedragsbeïnvloeding tot en met de repressieve inzet bij incidenten met gevaarlijke stoffen. Dat vraagt een gedegen voorbereiding en 21
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
hoge mate van deskundigheid. De brandweer investeert in haar vakkennis en sluit daarbij aan bij ontwikkelingen in onze samenleving. Dat is nodig in deze hoogtechnologische samenleving, waarin ontwikkelingen snel gaan. Zowel voor de veiligheid van de burger als voor de eigen veiligheid is het belangrijk dat de brandweer blijft investeren in ontwikkeling van het vak. De invloed van de COVID-19 maatregelen was voor het domein vakbekwaamheid (opleiden en oefenen) in 2021 fors te noemen. Met een creatieve benadering is het gelukt om ook tijdens de lockdowns de opleidingen en oefeningen, deels online en via de elektronische leeromgeving, zo goed mogelijk door te laten gaan om de continuïteit te waarborgen. Bijzondere zaken vormen de dagklas voor nieuwe manschappen, waarbij nieuwe brandweermensen in een veel kortere periode worden opgeleid en de start van een nieuwe klas brandweerinstructeurs, die in de toekomst extra ingezet worden voor het geven van interne brandweeropleidingen Voor het vakbekwaam houden van onze brandweermensen zijn naast de reguliere oefeningen projecten uitgevoerd als bijscholingen voor alle brandweerchauffeurs, voor spoorwegincidenten, voor werken met hoogteverschillen en de bijscholing van de nieuwe basisprincipes van brandbestrijding.
Vanuit de beleidsambities op het gebied van vakbekwaamheid zijn we in 2021 ook gestart met het aanbieden van bijscholingsprogramma’s voor onze brandweerofficieren. Verder is de periode van lockdown effectief gebruikt om het Centrum voor Vakmanschap in Margraten van groot onderhoud te voorzien. Hierdoor staat er nu weer een toekomstbestendig opleidings- en oefencentrum met “stookvoorzieningen” die voldoen aan alle milieueisen en de laatste stand der techniek. Een audit in 2021 heeft geleid tot her-certificering door het IFV. De ontwikkelpunten uit de audit worden de komende jaren opgepakt. Risicobeheersing De brandweer werkt risicogericht en richt zich vooral op: • Een veilige leefomgeving • Veilige incidentbestrijding • Bewustwording en zelfredzaamheid Al lang geleden is geconstateerd dat met alléén het verbeteren van de repressieve inzet, het aantal branden, slachtoffers en schade niet afneemt. Een veilige leefomgeving is voor de toenemende groep kwetsbare burgers belangrijk. Er wordt ingezet op het voorkomen van brand door veilig gedrag. Daarbij werkt de brandweer, samen met lokale partners, aan het vergroten van risicobewustzijn en reikt handelingsperspectieven aan waarmee mensen dat veilig gedrag aanleren. In het thema “Voorkomen van brand” krijgt de brandweer een steeds belangrijkere rol.
In het kader van de Omgevingswet zal zij samen met de gemeenten werken aan integrale veiligheidsplannen (IVP’s) waarin alle maatregelen in het kader van het voorkomen van risico’s in gezamenlijkheid omschreven worden per gemeenten. Deze nieuwe rol is in ontwikkeling. In 2021 zijn op de respectievelijke aandachtsgebieden, binnen de beperkingen die COVID-19 heeft opgelegd, resultaten geboekt. Binnen het product omgevingsveiligheid zijn adviezen gegeven inzake ruimtelijke ordening en milieuvergunningen. In de nieuwe rol binnen de omgevingswet zijn wij betrokken geweest (en nog) bij omgevingsvisie gemeenten, externe veiligheidsadviezen, hebben we deelgenomen aan klankbordgroepen en werkgroepen en bijgedragen aan nieuwe initiatieven als omgevingsplan en omgevingstafel. 22
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Vanuit de adviserende rol leveren wij een bijdrage aan een Veilige Energie Transitie en leveren we bijdragen in landelijke netwerken en werkgroepen. Ook in onze eigen regio adviseren we over infrastructurele activiteiten zoals de verbreding van de A2 en langdurige werkzaamheden zoals aan de A79. Industriële veiligheid speelt in onze veiligheidsregio een belangrijke rol. Er zijn 25 BRZO-inspecties uitgevoerd, veiligheidsrapporten beoordeeld en de aanwijzing van een bedrijfsbrandweer is geactualiseerd. Een belangrijke wens is om het huidige brandweerrisicoprofiel door te ontwikkelen naar een dynamisch brandweerrisicoprofiel. De activiteiten van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) zijn in onderstaand diagram weergegeven.
Figuur 3. 2.239 uitgevoerde controles/adviezen/voorlichtingen door Risicobeheersing in 2021 voor de gehele VRZL
Een belangrijke productgroep is brandveilig leven. Onze bijdrage daarin is groot met onder andere herhalingstrainingen, uitvoering van lespakketten ‘Brandweer op school’, nazorg en evaluatie van de rookmeldercampagne voedselbank Zuid-Limburg maar ook voorlichting Brandveilig Leven via social media. Een belangrijke partner op het gebied van Brandveilig Leven zijn de wooncorporaties. Een belangrijk thema is de rookmelderplicht zoals die vanaf juni 2022 ook voor bestaande bouw gaat gelden. Wij hebben onder meer meegewerkt aan kennisoverdracht naar medewerkers van wooncorporaties Tenslotte laten we niet onvermeld dat we onderzoek hebben gedaan naar de brandveiligheid van kinderkleding in Nederland. In totaal zijn er 244 experimenten brandveiligheid dag en nacht kinderkleding uitgevoerd en de resultaten zijn gedeeld met brandweer Nederland, de brandwondenstichting en het IFV. Meldkamer brandweer Ook in 2021 heeft COVID-19 en de daaruit voorvloeiende maatregelen een grote rol gespeeld in de bedrijfsvoering van de meldkamer. Het borgen van de continuïteit heeft veel aandacht gevraagd. Maatregelen uit het continuïteitsplan zijn een aantal malen van toepassing geweest. Ook de geoefendheid van de centralisten en de CaCo’s heeft te lijden gehad onder de Coronacrisis.
Er is bovendien sprake van langdurig ziekteverzuim waardoor de instandhouding van roosters als uitdagend omschreven mag worden. 23
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Vrijwel het hele jaar is gebruik gemaakt van remote werkplekken in Venlo en Heerlen. Door op de remote werkplekken de aanname centralist te plannen, ontstond meer fysieke ruime in de meldkamer van Maastricht. Hierdoor kon de anderhalve meter maatregel beter gewaarborgd worden. Dit heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan het voorkomen van besmettingen en quarantainemaatregelen. Het Hoogwater en de daarmee gepaarde overlast heeft ook in de meldkamer veel impact gehad. Het aantal meldingen was dermate hoog dat, ondanks de overloop naar andere meldkamers in het land, 112 niet geborgd kon worden. Op dienstdoende centralisten heeft dit een grote impact gehad omdat zij zich machteloos voelden. Daaraan is later dat jaar aandacht besteed. Naast de bekende centralisten brandweer kennen we sinds enkele jaren de functie CalamiteitenCoördinator (CaCo). In 2021 zijn we opnieuw gestart met de CaCo’s om ze in verbinding te brengen met de monodisciplinaire meldkamer. Ook verbinding richting met name de informatiemanagers van het regionaal operationeel team heeft aandacht gehad. Geconcludeerd kan worden dat de CaCo’s zich in 2021 verdienstelijk hebben gemaakt binnen het meldkamer domein. Tijdens een aantal grotere incidenten, waaronder de langdurige inzet tijdens de wateroverlast, hebben de CaCo’s zich van hun beste kant laten zien.
Vanaf 2022 gaan we werken met een combinatiefunctie van centralist en CaCo om binnen de roosters de beschikbaarheid van een CaCo te vergroten.
2.3.6 Risico's brandweerzorg Hieronder zijn de belangrijkste risico’s voor het programma Brandweerzorg weergegeven: •
•
• • •
Vrijwilligheid is een landelijk thema. In het dossier taakdifferentiatie is nog veel onduidelijk, ook of er aanvullende rijksmiddelen beschikbaar komen. Het dossier wordt intensief gemonitord mede omdat gemeenten hier een financieel risico lopen. Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS): De vorming van de landelijke meldkamer staat nog aan het begin. De LMS heeft ervoor gekozen om tot 2023 te werken met zogenaamde “bouwplaats” constructie. Er wordt in delen gebouwd en geëxperimenteerd om te bezien wat in de praktijk werkt en uitgerold zou moeten worden. Of hierdoor nog gevolgen ontstaan voor VRZL is onduidelijk maar het kan leiden tot extra kosten c.q. kwaliteitsverbetering of -verlies. Het is nog onvoldoende duidelijk of alle meerkosten voor de Hoogwatercrisis en voor de Covidcrisis vanuit het Rijk worden vergoed (zie ook volgende paragrafen). Onduidelijk of alle geplande opleidingen en trainingen i.v.m. COVID-19 uitgevoerd kunnen worden. In paragraaf 2.6.1.2 op bladzijde 28 is een tabel met risico’s opgenomen die een financiële impact kennen op brandweerzorg en op bladzijde 29 zijn deze risico’s toegelicht.
24
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Hoogwaterramp In juli 2021 is Zuid-Limburg getroffen door een Hoogwaterramp van exceptionele proporties. Vijf dagen lang is onze organisatie op de proef gesteld en waren we maximaal opgeschaald. VRZL is verantwoordelijk geweest voor de coördinatie van de hulpverlening. Samen met onze vertrouwde partners en met hulp van velen uit andere veiligheidsregio’s en uit andere organisaties hebben we een gigantische klus geklaard. De nasleep duurt nog voort. Inmiddels is begonnen met het terugkijken op onze rol en de zorg voor de wettelijk verplichte verantwoording over de aanpak. We hebben de bestrijding van de ramp en de onderlinge samenwerking daarin geëvalueerd. Een wettelijke verplichting van de veiligheidsregio is om verantwoording af te leggen. Volgens artikel 40 van de Wet veiligheidsregio’s (WvR) is de voorzitter van een Regionaal BeleidsTeam (RBT) na afloop van ‘een crisis met meer dan plaatselijke betekenis’ verplicht om schriftelijk verslag uit te brengen aan de gemeenteraden van de getroffen gemeenten. Dit verantwoordingsverslag van de voorzitter is in september 2021 gepresenteerd en aan de deelnemende gemeenten aangeboden. Het verantwoordingsverslag is een feitelijke beschrijving van gebeurtenissen. Het is echter ook belangrijk om te leren van de werkzaamheden die we uitvoeren. Daarom hebben we er óók op ingezet dat de ramp goed geëvalueerd wordt.
Bij een GRIP 4 is gezien de grootte en de impact van de ramp de afspraak gemaakt dat objectief door een extern bureau te laten evalueren. Het hoofddoel van de evaluatie is ‘Samen Leren’. Het COT heeft voor ons zowel monodisciplinair als multidisciplinair deze evaluatie uitgevoerd en heeft rond de Kerst haar bevindingen en conclusies en aanbevelingen aan het bestuur aangereikt. In 2022 zal op basis van die aanbevelingen een plan van aanpak opgesteld worden om concreet met verbeteringen aan de slag te gaan. Gezien de omvang en impact is sprake van forse financiële consequenties. In eerste aanleg moet daarbij natuurlijk vooral aan de schade voor getroffen burgers en bedrijven worden gedacht, maar de bestrijding van de (gevolgen van) de ramp is een kostbare aangelegenheid voor de betrokken (overheids)organisaties. Volgens artikel 55 lid 2 van de Wet veiligheidsregio’s verleent de Minister een bijdrage voor de kosten die voor een veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken. De bijdrage wordt onder voorwaarden verleend. VRZL heeft op basis van een uitgebreide inventarisatie alle kosten in kaart gebracht en die conform procedure voor 15 december 2021 gemeld conform de WTS regeling. Deze termijn ligt voor de daadwerkelijke indiening van de gemaakte kosten door VRZL bij de Wet veiligheidsregio’s.
De WTS regeling schrijft voor dat eerst een beroep dient te worden gedaan op de Wet Veiligheidsrisico’s maar vanwege de onzekerheid van vergoeding is besloten een tweesporen beleid te voeren. Kosten welke niet vergoed zullen worden vanuit de Wet veiligheidsregio’s worden alsnog ingediend bij de WTS regeling. De centrumgemeente van de veiligheidsregio, de gemeente Maastricht, dient deze claim in namens de veiligheidsregio. Daarbij zijn wij samen opgetrokken met alle ketenpartners inclusief de Veiligheidsregio Limburg-Noord en de Nationale Reddingsvloot. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat we alle meerkosten vergoed krijgen.
25
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
COVID-19 paragraaf Bij een terugblik op 2021 en de financiële verantwoording die daarbij hoort kunnen we niet om COVID19 en de impact op de organisatie veiligheidsregio heen. Voor een veiligheidsregio is een dergelijke pandemie aan de ene kant een scenario waar je op voorbereidt. Aan de andere kant is het ook een scenario met een ongekende duur en impact en een vooraf niet te bepalen risico. Voor VRZL betekent de uitbraak van COVID-19 eind februari 2020 dat opgeschaald werd naar GRIP 4, dat medewerkers uit de organisatie andere taken zijn gaan uitvoeren (namelijk hun warme taak) en dat de bestrijding van de crisis absolute topprioriteit heeft gekregen. Graag nemen we u even mee in de impact van die mooie volzin: We zijn vrij snel gaan werken met een vaste Operationeel Leider die alles rondom COVID-19 afhandelde. Dat betekent dat een teamleider van een onderdeel 40 (en heel vaak meer) uren per week belast is met de bestrijding van de crisis en dat het leiden van het team anderszins ingevuld moet worden. Dat betekent ook dat er een operationeel team actief is waarin onder meer vertegenwoordigers van politie, defensie, bevolkingszorg, EMRIC, communicatie, Openbaar Ministerie en GGD/GHOR deelnemen, die er samen voor zorgen dat zaken rondom de crisis operationeel afgestemd worden. Gezien de impact van COVID-19 is dat veelal in plaats van regulier werk gedaan.
Deze werkzaamheden zijn in 2021 gecontinueerd. Tot 1 juli hebben we opgeschaald in GRIP 4 gewerkt, met pieken in de eerste maanden van het jaar toen de pandemie op een van zijn voorlopige hoogtepunten was. Na de zomer, die voor ons in het teken van de Hoogwaterramp stond, zoals in de vorige paragraaf verwoordt, startten we medio september “door” met hernieuwd verhoogde dijkbewaking en het monitoren hoe de COVID-19 pandemie zich ontwikkelde. Vanaf medio november werkten we weer met dedicated teams voor bevolkingszorg, communicatie en een Operationeel Leider-COVID-19. We hebben niet opgeschaald naar GRIP 4 maar gekozen voor een wekelijks afstemmingsoverleg waarbij alle burgemeesters aansluitend bijgepraat werden over de ontwikkelingen. De situatie eind 2021 is beduidend anders dan begin 2020. Alle maatregelen die mogelijk genomen kunnen worden zijn voorbereid en uitgelopen. Waar we in 2020 op onderdelen (bijvoorbeeld Coronahotel) de handen uit de mouwen konden stelen is het nu vaak toekijken hoe de zorg overloopt maar onze bijdrage vanuit de operationele organisatie beperkt blijft. Waar mogelijk ondersteunen we collega’s van de GHOR, stemmen we af over mogelijke maatschappelijke onrust en gezamenlijke handhavingskaders en monitoren we ontwikkelingen. Er is sprake van grotere aantallen besmettingen waardoor mensen thuis in isolatie of in quarantaine moeten gaan.
Dat beïnvloedt de beschikbaarheid van functionarissen in roosters.
26
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Ook in 2021 is de Veiligheidsregio Zuid-Limburg geconfronteerd met extra kosten voor het bestrijden en beheersen van COVID-19. Zie hiervoor figuur 4. Format verantwoording Kostensoort
Opgave kosten
Coronahotels/-centra Inkoop en distributie PBM Overige specifieke meerkosten Overige meerkosten Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
36.986 95.888 136.492 42.525 -
Subtotaal
311.891
Minder opbrengsten (verrekend met minder kosten) Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
-
Subtotaal
-
Totale kosten 2021
311.891
Figuur 4 COVID-19 kosten 2021
27
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Paragrafen 2.6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.6.1.1 Definities Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen van VRZL om incidenteel en structureel niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder verstoring van de continuïteit in de uitvoering van de reguliere taken van de veiligheidsregio. Het weerstandsvermogen bestaat enerzijds uit de weerstandscapaciteit in beschikbare middelen en mogelijkheden en anderzijds de risico’s waarvoor geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het beoordelen van de financiële positie van de Veiligheidsregio. De financiële eindverantwoordelijkheid voor de financiële positie van VRZL wordt door de deelnemende gemeenten gedragen, conform de Gemeenschappelijke Regeling. Onverlet deze eindverantwoordelijkheid heeft VRZL als zelfstandig orgaan een eigen verantwoordelijkheid om voldoende weerstandsvermogen te vormen. Het weerstandsvermogen kan als volgt in een formule worden weergegeven. Weerstandsvermogen
=
Weerstandscapaciteit Risico’s
De weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbare eigen vermogen (algemene reserve) en de ruimte in de exploitatiebegroting. Voor de geneeskundige hulpverlening (GHOR) is bepaald dat de algemene reserve maximaal 12% van de begrote gemeentelijke bijdrage mag bedragen. Voor het programma Brandweerzorg (i.c. Brandweer Zuid-Limburg) is de hoogte van het eigen vermogen bestuurlijk bepaald aan de hand van het rapport Van der Zanden (2014). De algemene reserve is gemaximaliseerd op € 1,5 miljoen. Met de toevoeging van C&R binnen VRZL moet bekeken worden of het rapport Van der Zanden wellicht herijkt dient te worden en daarmee de maximale hoogte van de algemene reserve.
2.6.1.2 Risico’s Voor de diverse producten binnen de Veiligheidsregio zijn de risico’s bepaald.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.
Risico's
Impact
Vrijwilligheid Technologische ontwikkelingen Landelijke stelsel discussie Verduurzaming/milieu LMS Datalekken/informatiebeveiliging Krapte arbeidsmarkt Herijking gemeentefonds Omgevingswet Maatschappelijke onrust Veiligheidsgaranties Afhankelijkheid externen bij crisis FLO
1.500.000 500.000 750.000 1.000.000 500.000 800.000 500.000 1.250.000 250.000 250.000 500.000 750.000 PM
Kans Veiligheidsregio Brandweerzorg Crisisbeheersing & Zuid-Limburg Rampenbestrijding 90% 1.350.000 95% 158.333 158.333 158.333 85% 637.500 375.000 375.000 75% 187.500 187.500 75% 133.333 133.333 133.333 50% 375.000 75% 75% 937.500 50% 125.000 50% 125.000 62.500 62.500 25% 712.500 95% -
2.291.667
28
2.841.667
1.254.167
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
•
•
•
•
•
•
• • •
• • • •
Een landelijk thema is de Vrijwilligheid. Dit is aan verandering onderhevig en de gekozen verandering zal leiden tot een financiële impact. De oplossing die uiteindelijk gekozen zal worden heeft een sterke impact op financieel gebied, nog los van het feit of er rijksmiddelen voor beschikbaar komen. Dit impliceert een financieel risico voor de deelnemende gemeenten. De snelheid van technologische ontwikkelingen hebben steeds invloed op VRZL. Indien deze technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en daarmee leiden tot een implementatierisico kan dat een operationeel risico met zich meebrengen. Landelijke stelseldiscussie. De ministerraad heeft ingestemd met de instelling van de evaluatiecommissie wet veiligheidsregio’s (WvR). De evaluatie moet inzicht geven in het functioneren van het stelsel zoals beschreven in de WvR, zowel ten aanzien van de bestuurlijke als operationele componenten. Het is de bedoeling dat de evaluatie inzicht biedt in wat goed werkt, waar er verbetermogelijkheden zijn en wat bij knelpunten de oplossingsrichtingen zijn. Welke gevolgen hiervan zullen zijn is vooralsnog niet bekend. Verduurzaming en milieu eisen worden regelmatig aangescherpt en deels ad hoc ingevoerd. Dit brengt het risico met zich mee dat er meer kosten gemaakt dienen te worden en mogelijkerwijs het buiten werking stellen van materieel.
LMS: De vorming van de landelijke meldkamer staat nog aan het begin. De LMS heeft ervoor gekozen om tot het jaar 2023 te werken met een zogenaamde “bouwplaats” constructie. De gevolgen die hierdoor kunnen ontstaan voor VRZL zijn op dit moment onduidelijk maar kan leiden tot het maken van extra kosten c.q. kwaliteitsverbetering of -verlies. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is een Europese verordening die de regels voor verwerking van persoonsgegevens door bedrijven en overheidsorganisaties in de hele Europese Unie standaardiseert en worden gemonitord door de Autoriteit Persoonsgegevens. Datalekken die ontstaan kunnen leiden tot het opleggen van een boete. Daarnaast is het van groot belang dat de informatiebeveiliging op orde is om zo beter bestand te zijn tegen cyberaanvallen door kwaadwillende. Krapte arbeidsmarkt om kwalitatief goede medewerkers aan te trekken binnen de programmalijnen. Herijking gemeentefonds: De herijking van het gemeentefonds kan aanzienlijke financiële herverdeeleffecten hebben. Omgevingswet: Met de inwerkingtreding van de omgevingswet verandert het stelsel van regelgeving voor de fysieke en gezonde leefomgeving. Deze wetgevingsoperatie heeft gevolgen voor overheden waaronder de veiligheidsregio's en de brandweer. De exacte impact voor VRZL is nog onbekend.
Maatschappelijke onrust: Veel tijd moet worden gestoken in de maatschappelijke onrust naast het regulier managen van de crisis (COVID-19 en hoogwaterramp) Veiligheidsgaranties bij een crisis (COVID-19 en hoogwaterramp) Afhankelijkheid van externen bij crisis. FLO wordt de komende twee jaren nogmaals herijkt en wordt daarmee gemonitord op inhoud en effecten. Het gemeenschappelijke belang om de FLO-casus goed en structureel af te hechten staat hierbij voorop. Daarbij heeft het AB benadrukt dat er aandacht dient te zijn voor de interne taakstelling binnen VRZL en gekeken dient te worden of het een reëel scenario blijft voor VRZL om deze interne taakstelling met een omvang van € 560.000 structureel vanuit de eigen exploitatie op te vangen. Indien dit niet het geval is kent dit een financiële impact voor de deelnemende gemeenten.
29
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.1.3 Beleid weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen wordt, zoals hierboven is omschreven, bepaald als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Er wordt naar gestreefd dat de weerstandscapaciteit groter is dan de financiële omvang van de risico’s. Cijfermatig betekent dit een weerstandsvermogen dat groter is dan 1. In de volgende tabel is hieraan nadere invulling gegeven. Weerstandsvermogen > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
2.6.1.4 Bepaling weerstandsvermogen Op 31 december 2021 is de weerstandcapaciteit als volgt (bedragen x € 1.000): Omschrijving Algemene reserve C&R en Brandweerzorg Algemene reserves GHOR
31 december 2021 1.488 68
TOTAAL WEERSTANDSCAPACITEIT
1.556
Omschrijving WEERSTANDSVERMOGEN
31 december 2021 0,24
Op grond van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat het geraamde weerstandsvermogen voor de veiligheidsregio als geheel ruim onvoldoende is.
30
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.1.5 Kengetallen Bedragen in onderstaande tabellen zijn x € 1.000. 1A
Netto Schuldquote [1]
A B C D E F G H
A B C D E F G
Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100% Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen [2] Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa
H
Totale baten
1B
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100% 2.
Solvabiliteitsratio [3]
A B
Eigen vermogen Balanstotaal Solvabiliteit (A/B)*100%
3.
Structurele exploitatieruimte [4]
A B C D E
Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A) +(DC))/E*100%
Rekening 2020 29.605 5.986 3.896 17.113 159 311 50.663 43,23% Rekening 2020 29.605 5.986 3.896 17.113 159 311
Begroting 2021 29.605 924 26.183 27.745 134 607 52.997 53,26% Begroting 2021 29.605 924 26.183 27.745 134 607
50.663
52.997
43,23% Rekening 2020 5.685 53.304 10,67% Rekening 2020 53.055 50.663 1.248 4.320 50.663 1,34%
Rekening 2021 27.497 4.108 16.697 25.409 149 190 53.480 42,17% Rekening 2021 27.497 4.108 16.697 25.409 149 190
Begroting 2022 27.497 924 26.183 27.745 134 607 51.667 50,55% Begroting 2022 27.497 924 26.183 27.745 134 607
Begroting 2023 25.379 924 26.183 27.745 134 607 52.363 45,83% Begroting 2023 25.379 924 26.183 27.745 134 607
51.667
52.363
53,26% Begroting 2021 8.861 47.766 18,55% Begroting 2021 51.906 51.709 3.369 3.187 51.709
53.480 42,17% Rekening 2021 4.761 60.198 7,91% Rekening 2021 52.316 51.999 3.369 3.187 51.999
50,55% Begroting 2022 8.130 43.310 18,77% Begroting 2022 52.827 51.687 4.520 5.661 51.687
45,83% Begroting 2023 7.001 48.553 14,42% Begroting 2023 53.226 52.363 4.586 5.465 52.363
-0,73%
-0,96%
0,00%
0,03%
De solvabiliteit lijkt ten opzichte van de begroting verslechterd te zijn. Echter in de begroting is de voorziening FLO nog verwerkt als zijnde een reserve. Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 is de reserve FLO verwerkt als een voorziening FLO. Hierdoor dient € 2,7 mln. gecorrigeerd te worden op de reserves. Daarnaast is het balanstotaal in de begroting gecorrigeerd met de post vooruit gefactureerde bijdrage gemeente voor een bedrag van € 21,7 mln. waardoor het balanstotaal in de begroting lager uitkomt als de realisatie. Als we deze twee posten corrigeren in de begroting komen we tot een begroot solvabiliteitspercentage van 8,86% welke in lijn ligt met de realisatie. De structurele exploitatieruimte bedraagt -/- 0,96% hetgeen neerkomt op en negatief begrotingssaldo van € 499.000. In 2021 is bestuurlijk gevraagd om met een oplossingsrichting te komen inzake de verwerking en waardering van de voorziening FLO. VRZL heeft samen met een ambtelijke werkgroep FLO een voorstel uitgewerkt om te komen tot een juiste waardering en verwerking van de voorziening FLO in de jaarrekening 2021. Bij de uitwerking van het voorstel heeft het bestuur aangegeven dat het gewenst is dat daardoor de gemeentelijke bijdrage niet zal stijgen.
31
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Het voorstel om te komen tot een juiste waardering en verwerking van de voorziening FLO heeft ertoe geleid dat we jaarlijks structureel € 560.000 extra doteren aan de voorziening FLO, naast een eenmalige extra dotatie van € 1.000.000. Deze structurele last van € 560.000 is in het boekjaar 2021 door VRZL deels opgevangen kunnen worden in de exploitatie door met name incidentele meevallers. Doordat in 2021 een structurele last is gedekt door incidentele meevallers sluit VRZL met een structureel begrotingssaldo van € 499.000 negatief. Het structureel begrotingssaldo is verder toegelicht in de jaarrekening in paragraaf 3.4.10. 2.6.1.6 Financiële rechtmatigheidsverantwoording De externe accountant geeft tot en met deze jaarrekening 2021 een controleverklaring af omtrent getrouwheid en (financiële) rechtmatigheid. Vanaf jaarrekening 2022 geeft de externe accountant alleen nog een controleverklaring af omtrent getrouwheid. Vanaf jaarrekening 2022 (wettelijk nog niet bekrachtigd) gaat het dagelijks bestuur een financiële rechtmatigheidsverantwoording opnemen in het jaarverslag van VRZL. Het dagelijks bestuur gaat daarmee verantwoording afleggen omtrent de financiële rechtmatigheid. Deze financiële rechtmatigheidsverantwoording wordt getoetst bij de jaarrekeningcontrole door de externe accountant.
VRZL ligt op koers om te komen tot een financiële rechtmatigheidsverantwoording in het jaardocument vanaf 2022. Zo zijn verschillende verordeningen en documenten onderhanden die in 2022 ter besluitvorming worden voorgelegd aan het bestuur. We hebben het dan o.a. over het normen- en toetsingskader, het internal control framework (risico-inventarisatie van de financiële processen), controleverordening, controleprotocol en het interne controleplan. Naast de interne controlewerkzaamheden die nu al worden uitgevoerd, zullen deze werkzaamheden in 2022 verder worden uitgebreid om te komen tot een deugdelijke grondslag voor de financiële rechtmatigheidsverantwoording.
2.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van VRZL concentreren zich binnen het programma Brandweerzorg. De kapitaalgoederen betreffen voertuigen, materieel en kazernes. Vervanging van kapitaalgoederen vindt plaats op basis van het meerjarige investeringsplan, op basis van wettelijke eisen of indien kwaliteitsverbetering daartoe aanleiding geeft. Een onderhoudsplan indiceert jaarlijks de kosten. Beleidskader, uitvoering en financiële consequenties In de financiële verordening is bepaald dat periodiek een actualisatie plaatsvindt van het meerjarig onderhoudsplan. Het onderhoudsplan voor de panden is in 2019 geactualiseerd. Op basis van dit onderhoudsplan is een voorziening groot onderhoud gevormd en worden de panden onderhouden. Er is een meerjarig investeringsplan opgesteld ten aanzien van de kapitaalgoederen. Op basis van dit meerjarig investeringsplan hebben er vervangingsinvesteringen plaatsgevonden in 2021. Op basis van het geactualiseerd onderhoudsplan zijn de panden onderhouden. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud heeft plaatsgevonden op basis van het onderhoudsplan, de gerealiseerde onderhoudskosten van de panden zijn in 2021 onttrokken aan de voorziening.
32